Gratis brononderzoek

Sociaal Strafwetboek

Sociaalrechtelijke inbreuken, toezicht en sancties.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-06-01

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

393 bronvarianten

  1. Art. 107/1/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 2. - Bijzondere strafsancties

    Lees de volledige brontekst
    Art. 107/1/1. [1 Verlies van het voordeel van bijdrageverminderingen    Voor de opzettelijk gepleegde inbreuken bedoeld in artikel 181 en 181/1 alsook voor de inbreuken bedoeld in de artikelen 232, 234 en 235, die opzettelijk werden begaan door de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber, kan de rechter beslissen om de werkgever bijkomend het voordeel te ontnemen van de toepassing van artikel 38, § 1, tweede en vierde lid, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en van de bijdrageverminderingen bedoeld in afdeling 2 en in onderafdeling 4, 6, 9 en 16 van afdeling 3 van hoofdstuk 7 van titel IV van de programmawet (I) van 24 december 2002 voor de werknemers waarvoor en de kwartalen waarin voor deze werknemers de inbreuk werd vastgesteld.    In voorkomend geval wordt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid gelast om namens het openbaar ministerie het ontnomen voordeel te innen bij de veroordeelde werkgever overeenkomstig de bepalingen van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en van de uitvoeringsbesluiten ervan.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-05-30/01, art. 132, 075; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 108 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 3. - De op de strafrechtelijke sancties toepasselijke regels

    Lees de volledige brontekst
    Art. 108. Herhaling   [1 Bij herhaling binnen de drie jaar die volgen op een veroordeling voor een inbreuk op de bepalingen van boek 2, kan de strafrechtelijke geldboete op het dubbele van het maximum worden gebracht.    [2 Artikel 60]2 van het Strafwetboek is niet van toepassing op de inbreuken bedoeld in boek 2.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 51, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 28, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 109 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 3. - De op de strafrechtelijke sancties toepasselijke regels

    Lees de volledige brontekst
    Art. 109. <Opgeheven bij W 2026-03-16/16, art. 29, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 110 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 3. - De op de strafrechtelijke sancties toepasselijke regels

    Lees de volledige brontekst
    Art. 110. Verzachtende omstandigheden   Indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, kan de geldboete worden verminderd tot een bedrag onder het wettelijk minimum, waarbij het evenwel niet lager mag zijn dan 40 % van het voorgeschreven minimumbedrag.   De geldboete opgelegd aan de sociaal verzekerde kan worden verminderd tot een bedrag onder het wettelijk minimum [2 , waarbij het evenwel niet lager mag zijn dan één euro]2 indien zijn financiële situatie dit rechtvaardigt wegens het feit dat hij evenzeer vatbaar is voor een vermindering, een opschorting of een volledige of gedeeltelijke uitsluiting van het recht op een sociaal voordeel bedoeld bij artikel 230.   Indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, kan de gevangenisstraf [2 kan de gevangenisstraf worden verminderd, waarbij zij evenwel niet lager mag zijn dan één maand]2 worden verminderd.   [1 In geval van niet-naleving van de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden voorzien in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die strafrechtelijk beteugeld worden of in conventionele bepalingen die door de Koning overeenkomstig de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités algemeen verbindend zijn verklaard en die van toepassing zijn overeenkomstig artikel 5 van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, indien de enige officiële nationale website, in de zin van artikel 5 van de richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening"), geen melding maakt van de bovenvermelde arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden, wordt er rekening gehouden met dit gebrek aan informatie bij het bepalen van de sanctie overeenkomstig het eerste en derde lid van dit artikel.]1   ----------   (1)<W 2020-06-12/05, art. 18, 046; Inwerkingtreding : 30-07-2020>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 1, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 110/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 3. - De op de strafrechtelijke sancties toepasselijke regels

    Lees de volledige brontekst
    Art. 110/1. [1 Verzwarende factor    Wanneer de inbreuk bestraft wordt met een sanctie van niveau 4, maakt de omstandigheid dat hij [3 opzettelijk]3 gepleegd werd, een verzwarende factor uit die de rechter in overweging moet nemen bij de keuze van de sanctie onder de sancties van niveau 4 en bij de keuze van de bijzondere strafsancties.]1   [2 Als een strafrechtelijke geldboete opgelegd wordt, mag het bedrag ervan niet lager zijn dan de helft van het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete voorzien in de sanctie van niveau 4 in artikel 101 van dit Wetboek.    De voorgaande leden zijn niet van toepassing op inbreuken waarbij het feit dat deze wetens en willens gepleegd werden reeds als verzwarend bestanddeel in aanmerking werd genomen om het toepasselijke sanctieniveau te verhogen van een lager sanctieniveau naar de sanctie van niveau 4.]2   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/19, art. 52, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2025-12-19/18, art. 3, 071; Inwerkingtreding : 01-02-2026>   (3)<W 2026-03-16/16, art. 31, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 111 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 4. - De op de administratieve geldboeten toepasselijke regels

    Lees de volledige brontekst
    Art. 111.Herhaling   [1 In geval van herhaling binnen de drie jaar die volgen op een administratieve of gerechtelijke beslissing tot schuldigverklaring, op een administratieve beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete van niveau 1, 2, 3 of 4 of op een gerechtelijke beslissing tot veroordeling tot een sanctie van niveau 1, 2, 3 of 4, kan het bedrag van de administratieve geldboete op het dubbele van het maximum worden gebracht.    Deze termijn van drie jaar gaat in op de dag waarop de administratieve beslissing niet meer vatbaar is voor beroep of op de dag waarop de gerechtelijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.    De termijn wordt van de zoveelste tot de dag vóór de zoveelste berekend, vanaf de dag na de handeling of gebeurtenis die er aanleiding toe geeft.    Deze regels zijn ook van toepassing in geval van herhaling binnen de voormelde termijn van drie jaar die volgt op een administratieve beslissing tot schuldigverklaring of tot het opleggen van een administratieve geldboete van een overheid die afhangt van de gefedereerde entiteiten, voor inbreuken van sociaal strafrecht, of op gerechtelijke beslissingen tot veroordeling of tot schuldigverklaring met betrekking tot deze inbreuken.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 53, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 112 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 4. - De op de administratieve geldboeten toepasselijke regels

    Lees de volledige brontekst
    Art. 112. Meerdaadse samenloop van inbreuken   In geval van samenloop van meerdere inbreuken worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd zonder dat ze evenwel het dubbele van het maximum van de hoogste administratieve geldboete mogen overschrijden.
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 113 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 4. - De op de administratieve geldboeten toepasselijke regels

    Lees de volledige brontekst
    Art. 113. Eendaadse samenloop van inbreuken en samenloop door eenheid van opzet   Wanneer eenzelfde feit verscheidene inbreuken oplevert of wanneer verschillende inbreuken die gelijktijdig worden voorgelegd aan de bevoegde administratie de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van hetzelfde [2 ...]2 opzet, wordt alleen de zwaarste administratieve geldboete uitgesproken.   Wanneer de bevoegde administratie vaststelt dat inbreuken reeds het voorwerp waren van een beslissing tot oplegging van een definitieve administratieve geldboete, en andere feiten die bij haar aanhangig zijn en die in de vooronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste inbreuken de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde [2 ...]2 opzet, houdt zij bij de toemeting van de administratieve geldboete rekening met de reeds opgelegde administratieve geldboeten. Indien deze haar voor een juiste bestraffing van al de inbreuken voldoende lijken, spreekt zij zich uit over de schuldvraag en verwijst zij in haar beslissing naar de reeds opgelegde administratieve geldboeten. Het totaal van de administratieve geldboeten opgelegd met toepassing van dit artikel mag het maximum van de zwaarste administratieve geldboete niet te boven gaan.   [1 Wanneer de bevoegde administratie vaststelt dat inbreuken die reeds het voorwerp waren van een gerechtelijke beslissing tot veroordeling tot een definitieve straf, en andere feiten die bij haar aanhangig zijn, en die, in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste inbreuken de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van hetzelfde [2 ...]2 opzet, houdt zij voor de vaststelling van de administratieve geldboete rekening met de reeds uitgesproken straf. Indien deze haar voor een juiste bestraffing van al de inbreuken voldoende lijkt, spreekt zij zich uit over de schuldvraag en verwijst zij in haar beslissing naar de reeds uitgesproken straf. Het totaal van de administratieve geldboeten opgelegd met toepassing van dit artikel mag het maximum van de zwaarste administratieve geldboete niet te boven gaan.    Om het bedrag van de zwaarste administratieve geldboete te bepalen, wordt het niveau van de administratieve geldboete tot bestraffing van de nieuwe inbreuk vergeleken met het niveau van de administratieve geldboete die voorzien is in het sanctieniveau waarvoor er een gerechtelijke beslissing tot veroordeling tot een definitieve straf geweest is.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 54, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 32, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 114 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 4. - De op de administratieve geldboeten toepasselijke regels

    Lees de volledige brontekst
    Art. 114.Uitwissing van de administratieve geldboete   Voor de vaststelling van het bedrag van de geldboete mag geen rekening gehouden worden met een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete of tot schuldigverklaring die [1 vijf jaar]1 of meer vóór de feiten is gewezen. Deze termijn van [1 vijf jaar]1 vangt aan op het ogenblik dat de beslissing uitvoerbare kracht heeft gekregen of wanneer de rechterlijke beslissing die zich uitspreekt over het beroep van de overtreder in kracht van gewijsde is gegaan.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 55, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 115 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 4. - De op de administratieve geldboeten toepasselijke regels

    Lees de volledige brontekst
    Art. 115.Verzachtende omstandigheden   Indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn kan de administratieve geldboete worden verminderd tot een bedrag onder het wettelijk minimum, waarbij het evenwel niet lager mag zijn dan 40 % van het voorgeschreven minimumbedrag.   De administratieve geldboete opgelegd aan de sociaal verzekerde kan worden verminderd tot een bedrag onder het wettelijk minimum zonder dat zij lager kan zijn dan een euro indien zijn financiële situatie dit rechtvaardigt wegens het feit dat hij evenzeer vatbaar is voor een vermindering, een opschorting of een volledige of gedeeltelijke uitsluiting van het recht op een sociaal voordeel bedoeld bij artikel 230.   [1 In geval van niet-naleving van de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden voorzien in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die strafrechtelijk beteugeld worden of in conventionele bepalingen die door de Koning overeenkomstig de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités algemeen verbindend zijn verklaard en die van toepassing zijn overeenkomstig artikel 5 van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, indien de enige officiële nationale website, in de zin van artikel 5 van de richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening"), geen melding maakt van de bovenvermelde arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden, wordt er rekening gehouden met dit gebrek aan informatie bij het bepalen van de administratieve geldboete overeenkomstig het eerste lid van dit artikel.]1   ----------   (1)<W 2020-06-12/05, art. 19, 046; Inwerkingtreding : 30-07-2020>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 115/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 4. - De op de administratieve geldboeten toepasselijke regels

    Lees de volledige brontekst
    Art. 115/1. [1 Verzwarende factor    Wanneer de inbreuk bestraft wordt met een sanctie van niveau 4, maakt de omstandigheid dat hij [3 opzettelijk]3 gepleegd werd, een verzwarende factor uit die de bevoegde administratie in overweging moet nemen bij de keuze van het bedrag van de administratieve geldboete van de sanctie van niveau 4.]1   [2 Het bedrag van de opgelegde administratieve geldboete mag niet lager zijn dan de helft van het maximumbedrag van de administratieve geldboete voorzien in de sanctie van niveau 4 in artikel 101 van dit Wetboek.    De voorgaande leden zijn niet van toepassing op inbreuken waarbij het feit dat deze wetens en willens gepleegd werden reeds als verzwarend bestanddeel in aanmerking werd genomen om het toepasselijke sanctieniveau te verhogen van een lager sanctieniveau naar de sanctie van niveau 4.]2   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/19, art. 56, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2025-12-19/18, art. 4, 071; Inwerkingtreding : 01-02-2026>   (3)<W 2026-03-16/16, art. 33, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 116 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 4. - De op de administratieve geldboeten toepasselijke regels

    Lees de volledige brontekst
    Art. 116. Uitstel   § 1. De bevoegde administratie mag besluiten dat de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete niet of slechts gedeeltelijk zal worden ten uitvoer gelegd, voor zover aan de overtreder geen administratieve geldboete van niveau 2, 3 of 4 werd opgelegd of hij niet veroordeeld werd tot een strafsanctie van niveau 2, 3 of 4 tijdens de vijf jaren die de nieuwe inbreuk voorafgaan.   Nochtans vormt een sanctie van niveau 1, 2, 3 en 4 die vroeger uitgesproken was voor feiten die voortvloeien uit eenzelfde [3 ...]3 opzet, geen beletsel voor het verlenen van een uitstel.   [2 De bevoegde administratie mag ook besluiten dat de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete niet of slechts gedeeltelijk zal worden ten uitvoer gelegd, voor zover aan de overtreder geen administratieve geldboete werd opgelegd door een overheid van de gefedereerde entiteiten, die hoger is dan het maximum van niveau 1 na de toepassing van de vermenigvuldiging met opdeciemen en opgelegd werd tijdens de vijf jaren die de nieuwe inbreuk voorafgaan, voor inbreuken op het sociaal strafrecht.    Nochtans vormt een administratieve geldboete die vroeger werd opgelegd door een overheid van de gefedereerde entiteiten voor feiten die voortvloeien uit eenzelfde [3 ...]3 opzet, geen beletsel voor het verlenen van een uitstel.]2   § 2. De administratie verleent het uitstel bij dezelfde beslissing als die met welke zij de geldboete oplegt.   De beslissing waarbij het uitstel wordt toegestaan of geweigerd, moet met redenen omkleed zijn.   § 3. De proeftermijn mag niet minder zijn dan één jaar en niet meer dan drie jaar, te rekenen van de datum van de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete of van het vonnis of het arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan.   § 4. Het uitstel wordt van rechtswege herroepen ingeval gedurende de proeftijd een nieuwe inbreuk begaan is die de toepassing meebrengt van een administratieve geldboete van een hoger niveau dan de administratieve geldboete die tevoren gepaard ging met uitstel.   [2 Het uitstel wordt eveneens van rechtswege herroepen ingeval gedurende de proeftijd een nieuwe inbreuk begaan werd en de toepassing meebrengt van een administratieve geldboete van een hoger niveau dan de administratieve geldboete die tevoren gepaard ging met uitstel en werd opgelegd door een overheid van de gefedereerde entiteiten voor inbreuken op het sociaal strafrecht.]2   § 5. Het uitstel kan herroepen worden ingeval gedurende de proeftijd een nieuwe inbreuk begaan is die de toepassing meebrengt van een administratieve geldboete van een gelijk of lager niveau dan de administratieve geldboete die tevoren gepaard ging met uitstel.   [2 Het uitstel kan eveneens herroepen worden ingeval gedurende de proeftijd een nieuwe inbreuk is begaan die de toepassing meebrengt van een administratieve geldboete van een gelijk of lager niveau dan de administratieve geldboete die tevoren gepaard ging met uitstel en werd opgelegd door een overheid van de gefedereerde entiteit voor inbreuken op het sociaal strafrecht.]2   § 6. Voor een vergelijking van het niveau van de geldboeten mogen ze niet worden vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers, kandidaat-werknemers, kinderen, stagiairs [1 of zelfstandigen]1 .   § 7. Het uitstel wordt herroepen bij dezelfde beslissing als die waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd voor de nieuwe inbreuk die begaan is tijdens de proefperiode.   De vermelding van de herroeping van het uitstel in de beslissing geschiedt zowel wanneer de herroeping van rechtswege gebeurt, als wanneer deze ter beoordeling van de bevoegde administratie wordt gelaten.   § 8. De administratieve geldboete die uitvoerbaar wordt als gevolg van de herroeping van het uitstel wordt onbeperkt gecumuleerd met die welke opgelegd is wegens de nieuwe inbreuk.   § 9. In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde administratie tot oplegging van een administratieve geldboete kunnen de arbeidsgerechten het uitstel dat door de bevoegde administratie werd verleend niet herroepen. Ze kunnen evenwel het uitstel verlenen wanneer de bevoegde administratie het geweigerd heeft.   [2 De arbeidsgerechten kunnen uitstel verlenen onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde nadere regels als deze die in de vorige paragrafen zijn bepaald voor de bevoegde administratie.]2   ----------   (1)<W 2013-11-11/03, art. 10, 011; Inwerkingtreding : 01-07-2013>   (2)<W 2024-05-15/19, art. 57, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (3)<W 2026-03-16/16, art. 34, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 117 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 1. - Inbreuken tegen de persoon van de werknemer / Afdeling 1. - De persoonlijke levenssfeer van de werknemer

    Lees de volledige brontekst
    Art. 117. Medische onderzoeken   Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft :   1° De werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 28 januari 2003 betreffende de medische onderzoeken die binnen het kader van de arbeidsverhoudingen worden uitgevoerd :   a) biologische tests, medische onderzoeken of mondelinge informatiegaring heeft laten uitvoeren met het oog op het verkrijgen van medische informatie over de gezondheidstoestand of stamboominformatie van een werknemer of kandidaat-werknemer om andere redenen dan die welke verband houden met de huidige geschiktheid van de werknemer voor en de specifieke kenmerken van de openstaande betrekking, buiten de gevallen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;   b) biologische tests of medische onderzoeken heeft laten uitvoeren door een persoon die niet de preventieadviseur- arbeidsgeneesheer was, die verbonden is aan de afdeling belast met het medisch toezicht van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk of aan de afdeling belast met het medisch toezicht van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk waarop de werkgever een beroep doet;   2° de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer die de krachtens 1°, a) verboden biologische tests, medische onderzoeken of mondelinge informatiegaring heeft aangevraagd of [1 uitgevoerd]1, in strijd met de voornoemde wet van 28 januari 2003;   3° eenieder die, in strijd met de voornoemde wet van 28 januari 2003, biologische tests of medische onderzoeken heeft [1 uitgevoerd]1, terwijl hij niet de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer was, die verbonden is aan de afdeling belast met het medisch toezicht van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk of aan de afdeling belast met het medisch toezicht van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk waarop de werkgever een beroep doet;   [2 De daders van of deelnemers aan]2 de inbreuken bedoeld in het eerste lid, 1°, 2° en 3° kunnen worden veroordeeld tot ontzetting overeenkomstig [2 artikel 47]2 van het Strafwetboek.   [2 Indien de daders van of de deelnemers aan]2 inbreuken bedoeld in het eerste lid, 1°, 2° en 3° beoefenaars van de geneeskunde zijn, kan de rechter hun bovendien het verbod opleggen om gedurende een termijn van een maand tot drie jaar de geneeskunde uit te oefenen.   Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers of kandidaat-werknemers.   ----------   (1)<W 2016-02-29/09, art. 59, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 35, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 118 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 1. - Inbreuken tegen de persoon van de werknemer / Afdeling 1. - De persoonlijke levenssfeer van de werknemer

    Lees de volledige brontekst
    Art. 118.Informatie inzake medische onderzoeken   Met een sanctie [1 van niveau 1]1 wordt bestraft, de werkgever [1 ...]1 die, in strijd met de wet van 28 januari 2003 betreffende de medische onderzoeken die binnen het kader van de arbeidsverhoudingen worden uitgevoerd, wanneer hij heeft besloten om een werknemer of een kandidaat-werknemer aan een medisch onderzoek of een toegelaten biologische test te onderwerpen, hem tien dagen voor het onderzoek bij een vertrouwelijke en aangetekende brief niet heeft meegedeeld naar welke gegevens wordt gezocht, welk onderzoek wordt uitgevoerd en om welke redenen dat gebeurt.   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers of kandidaat-werknemers.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 58, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 119 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 1. - Inbreuken tegen de persoon van de werknemer / Afdeling 2. [1 - De preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress, geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, gezondheid en veiligheid op het werk en welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 119.[1 Daden van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk    Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die in contact treedt met de werknemers bij de uitvoering van hun werk en die, in strijd met de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, een daad van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk begaat.]1   ----------   (1)<W 2016-02-29/09, art. 8, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 120 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 1. - Inbreuken tegen de persoon van de werknemer / Afdeling 2. [1 - De preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress, geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, gezondheid en veiligheid op het werk en welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 120. Niet-naleving van de gerechtelijke beslissing om een einde te maken aan geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk   Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, hij die geen einde maakt aan geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk binnen de termijn die vastgesteld is door het bevoegde rechtscollege op grond van artikel 32decies van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 121 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 1. - Inbreuken tegen de persoon van de werknemer / Afdeling 2. [1 - De preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress, geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, gezondheid en veiligheid op het werk en welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 121.[1 De risicoanalyse betreffende de psychosociale risico's op het werk    Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan :    1° geen risicoanalyse uitvoert betreffende de situaties die aanleiding kunnen geven tot psychosociale risico's op het werk, rekening houdend met de gevaren verbonden aan de elementen van de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk;    2° de risicoanalyse betreffende de situaties die aanleiding kunnen geven tot psychosociale risico's op het werk uitvoert :    a) zonder medewerking van de werknemers;    b) zonder de preventieadviseur psychosociale aspecten erbij te betrekken wanneer hij deel uitmaakt van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk;    c) zonder de preventieadviseur psychosociale aspecten die deel uitmaakt van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk erbij te betrekken wanneer de complexiteit van de analyse dit vereist;    d) zonder rekening te houden met het feit dat de werknemers bij de uitvoering van hun werk op de arbeidsplaats in contact komen met andere personen dan de werknemers en de daarmee gelijkgestelde personen;    3° geen risicoanalyse uitvoert betreffende de psychosociale risico's op het niveau van een specifieke arbeidssituatie waarin een gevaar werd vastgesteld, bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico's op het werk, rekening houdend met de gevaren verbonden aan de elementen van de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk, inzonderheid wanneer een lid van de hiërarchische lijn of ten minste één derde van de werknemersvertegenwoordigers in het comité voor preventie en bescherming op het werk om deze risicoanalyse vragen;    4° de risicoanalyse betreffende de psychosociale risico's op het niveau van een specifieke arbeidssituatie waarin een gevaar werd vastgesteld, bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico's op het werk, uitvoert :    a) zonder medewerking van de werknemers;    b) zonder de preventieadviseur psychosociale aspecten erbij te betrekken wanneer hij deel uitmaakt van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk;    c) zonder de preventieadviseur psychosociale aspecten die deel uitmaakt van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk erbij te betrekken wanneer de complexiteit van de situatie dit vereist;    d) zonder de werknemers de mogelijkheid te geven om gegevens op een anonieme wijze mee te delen wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten niet bij de analyse wordt betrokken.]1   ----------   (1)<W 2016-02-29/09, art. 9, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 122 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 1. - Inbreuken tegen de persoon van de werknemer / Afdeling 2. [1 - De preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress, geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, gezondheid en veiligheid op het werk en welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 122.[1 De preventiemaatregelen die betrekking hebben op de preventie van de psychosociale risico's op het werk    Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan :    1° niet de passende preventiemaatregelen treft, voor zover hij een impact heeft op het gevaar, om de situaties en handelingen die aanleiding kunnen geven tot psychosociale risico's op het werk te voorkomen, om de schade te voorkomen of om deze te beperken;    2° bij het treffen van de preventiemaatregelen bedoeld in 1°, geen rekening houdt met het feit dat zijn werknemers bij de uitvoering van hun werk op de arbeidsplaats in contact komen met andere personen dan de werknemers en de daarmee gelijkgestelde personen, inzonderheid door geen kennis te nemen van de verklaringen van de werknemers die opgenomen zijn in het register van feiten van derden;    3° niet de passende preventiemaatregelen treft, voor zover hij een impact heeft op het gevaar, om het gevaar dat voortvloeit uit een specifieke arbeidssituatie als bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico's op het werk uit te schakelen of om de schade die hieruit voortvloeit, te voorkomen of te beperken;    4° niet de passende maatregelen treft, voor zover hij een impact heeft op het gevaar, om een einde te maken aan daden van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk als die ter kennis zijn gebracht van de werkgever;    5° niet de nodige bewarende maatregelen treft wanneer de ernst van de feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk het vereist;    6° geen procedures vaststelt die rechtstreeks toegankelijk zijn voor de werknemer die meent schade te ondervinden ten gevolge van psychosociale risico's op het werk, en die in overeenstemming zijn met de door de Koning vastgestelde bepalingen;    7° procedures vaststelt die rechtstreeks toegankelijk zijn voor de werknemer die meent schade te ondervinden ten gevolge van psychosociale risico's op het werk :    a) zonder het akkoord te bekomen van het comité voor preventie en bescherming op het werk;    b) zonder het akkoord te hebben bekomen van tenminste twee derden van de leden-vertegenwoordigers van de personeelsleden binnen het comité voor preventie en bescherming op het werk, als het akkoord van het comité niet werd bekomen ingevolge het advies van de met het toezicht belaste ambtenaar onverminderd de toepassing van de bepalingen tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;    c) die niet in overeenstemming zijn met collectieve arbeidsovereenkomsten die algemeen verbindend zijn verklaard bij koninklijk besluit;    8° geen procedures vaststelt die betrekking hebben op de wedertewerkstelling van de werknemers die menen schade te ondervinden ten gevolge van psychosociale risico's op het werk;    9° er niet op toeziet dat de werknemers die, bij de uitvoering van hun werk, het voorwerp zijn geweest van een daad van geweld, gepleegd door andere personen dan werknemers en daarmee gelijkgestelde personen die zich op de arbeidsplaats bevinden, een passende psychologische ondersteuning krijgen van gespecialiseerde diensten of instellingen, waarvan de kosten worden gedragen door de werkgever onverminderd de toepassing van andere wettelijke bepalingen;    10° niet de verplichtingen van de hiërarchische lijn bepaalt inzake de preventie van psychosociale risico's op het werk;    11° niet de nodige maatregelen treft opdat de werknemers, de leden van de hiërarchische lijn en de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk zouden beschikken over de nuttige informatie die is voorgeschreven door de Koning;    12° er niet op toeziet dat de werknemers, de leden van de hiërarchische lijn en de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk de door de Koning vastgestelde opleiding ontvangen.    De inbreuken bedoeld in het eerste lid, 4° en 5° worden bestraft met een sanctie van niveau 4 wanneer ze gezondheidsschade of een arbeidsongeval tot gevolg hebben gehad voor een werknemer.]1   ----------   (1)<W 2016-02-29/09, art. 10, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 122/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 1. - Inbreuken tegen de persoon van de werknemer / Afdeling 2. [1 - De preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress, geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, gezondheid en veiligheid op het werk en welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 122/1. [1 Toepassing van de procedures die toegankelijk zijn voor de werknemers    Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan :    1° in het kader van een verzoek tot formele psychosociale interventie met een hoofdzakelijk collectief karakter :    a) geen overleg pleegt met het comité voor preventie en bescherming op het werk of met de vakbondsafvaardiging, onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald door de Koning;    b) niet zijn gemotiveerde beslissing meedeelt betreffende de gevolgen die hij aan het verzoek geeft, onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald door de Koning;    c) niet de nodige collectieve preventiemaatregelen treft, voor zover hij een impact heeft op het gevaar;    d) naar aanleiding van de voorstellen van de preventieadviseur psychosociale aspecten, geen preventiemaatregelen treft die tot doel hebben de risico's die een individueel karakter vertonen te ondervangen om te voorkomen dat de gezondheid van de werknemer die het verzoek heeft ingediend ernstig wordt aangetast, voor zover hij een impact heeft op het gevaar;    2° in het kader van een verzoek tot formele psychosociale interventie met een hoofdzakelijk individueel karakter of voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk :    a) niet de werknemer op de hoogte brengt van de individuele maatregelen die hij ten aanzien van hem overweegt te nemen, onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald door de Koning;    b) geen afschrift van het advies van de preventieadviseur psychosociale aspecten meedeelt aan de werknemer ten aanzien van wie hij overweegt individuele maatregelen te nemen die zijn arbeidsvoorwaarden wijzigen;    c) niet de werknemer bedoeld in b) hoort tijdens een onderhoud waarbij deze zich kan laten bijstaan door een persoon naar zijn keuze;    d) niet zijn gemotiveerde beslissing meedeelt betreffende de gevolgen die hij aan het verzoek geeft, onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald door de Koning;    e) voor zover hij een impact heeft op het gevaar, niet de passende preventiemaatregelen treft om een einde te maken aan de schade geleden door de werknemer die het verzoek heeft ingediend;    3° in het kader van een verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk :    a) niet zijn gemotiveerde beslissing meedeelt betreffende de gevolgen die hij geeft aan de voorstellen voor bewarende maatregelen van de preventieadviseur psychosociale aspecten onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald door de Koning;    b) nalaat contact te leggen met de werkgever van de onderneming van buitenaf, wiens werknemers permanent werkzaamheden uitvoeren bij de werkgever, opdat de individuele preventiemaatregelen die moeten getroffen worden ten aanzien van een werknemer van deze onderneming die gebruik heeft gemaakt van de interne procedure bij de werkgever onder de voorwaarden bepaald door de Koning, daadwerkelijk zouden kunnen toegepast worden;    c) geen afschrift van het advies van de preventieadviseur psychosociale aspecten meedeelt op verzoek van de persoon die het verzoek heeft ingediend of van de in dit verzoek vermelde aangeklaagde, in de hypothese dat zij overwegen een rechtsvordering in te stellen;    4° elementen van het advies van de preventieadviseur psychosociale aspecten meedeelt aan een lid van de hiërarchische lijn van de verzoeker, zonder dat dit noodzakelijk is voor de toepassing van de preventiemaatregelen.    De inbreuk bedoeld in het eerste lid, 2°, e), wordt bestraft met een sanctie van niveau 4 wanneer ze gezondheidsschade of een arbeidsongeval tot gevolg heeft gehad voor een werknemer.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-29/09, art. 11, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 122/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 1. - Inbreuken tegen de persoon van de werknemer / Afdeling 2. [1 - De preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress, geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, gezondheid en veiligheid op het werk en welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 122/2.[1 De preventieadviseur psychosociale aspecten    § 1. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan :    1° binnen de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk geen preventieadviseur psychosociale aspecten aanwijst die voldoet aan de door de Koning bepaalde voorwaarden;    2° niet de opdrachten van de preventieadviseur psychosociale aspecten toevertrouwt aan een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, als hij binnen de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk geen preventieadviseur psychosociale aspecten heeft aangewezen of als hij minder dan 50 werknemers tewerkstelt;    § 2. Met een sanctie [2 van niveau 3]2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan :    1° binnen de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk een preventieadviseur psychosociale aspecten aanwijst zonder het voorafgaand akkoord van alle leden-vertegenwoordigers van de personeelsleden binnen het comité voor preventie en bescherming op het werk te hebben bekomen;    2° een preventieadviseur psychosociale aspecten aanwijst die deel uitmaakt van het leidinggevend personeel;    3° een preventieadviseur psychosociale aspecten aanwijst die de functie van preventieadviseur bevoegd voor de arbeidsgeneeskunde uitoefent.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-29/09, art. 12, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>   (2)<W 2024-05-15/19, art. 59, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗