Gratis brononderzoek

Sociaal Strafwetboek

Sociaalrechtelijke inbreuken, toezicht en sancties.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-06-01

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

393 bronvarianten

  1. Art. 100/12/6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 5. - Bijzondere bepalingen / HOOFDSTUK 5. [1 - Regeling van bepaalde aspecten van de elektronische informatie-uitwisseling tussen de actoren van de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude]1 / Afdeling 5. [1 Het eDossier-platform]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 100/12/6. [1 Toezicht op de verwerking van de gegevens in het kader van het eDossier-platform    § 1. De functionarissen voor de gegevensbescherming van de in artikel 100/12/7, § § 2 en 3, bedoelde entiteiten en de door het openbaar ministerie aangewezen persoon, voeren een monitoring uit en volgen de veiligheid op van de verwerking van de gegevens met betrekking tot het eDossier, teneinde de bescherming van de persoonlijke levenssfeer te garanderen.    § 2. De in § 1 bedoelde functionarissen voor de gegevensbescherming en de door het openbaar ministerie aangeduide persoon, brengen verslag uit van deze monitoring aan de hoogste leidinggevende van hun entiteit.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2023-05-13/17, art. 27, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 100/12/7 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 5. - Bijzondere bepalingen / HOOFDSTUK 5. [1 - Regeling van bepaalde aspecten van de elektronische informatie-uitwisseling tussen de actoren van de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude]1 / Afdeling 5. [1 Het eDossier-platform]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 100/12/7. [1 Toegang tot de gestructureerde gegevens die bijgehouden worden in het eDossier-platform    § 1. Het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en de onderzoeksrechters hebben toegang tot de gestructureerde gegevens bedoeld in artikel 100/12/1, 1°, 2°, wat betreft de in artikel 65 bedoelde processen-verbaal van de politie tot vaststelling van een inbreuk, 3° en 4°. In afwijking van de bepalingen van artikel 15 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid is deze toegang niet onderworpen aan de beraadslaging van de kamer sociale zekerheid en gezondheid van het informatieveiligheidscomité.    Deze toegang kan enkel uitgeoefend worden voor zover deze noodzakelijk is voor de concrete uitoefening van hun opdracht in het kader van de sociale strafrechtketen van de strijd van illegale arbeid en sociale fraude.    Zij hebben toegang tot de gestructureerde gegevens bedoeld in artikel 100/12/1, 2°, wat betreft het epv, onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in artikel 100/10, § 4.    § 2. Mits machtiging van de kamer sociale zekerheid en gezondheid van het informatieveiligheidscomité hebben de ambtenaren van de bevoegde administratie en van de Directie van het epv en van het eDossier toegang tot de gestructureerde gegevens bedoeld in artikel 100/12/1, 1°, 3° en 4°, voor zover deze toegang noodzakelijk is voor de concrete uitoefening van de wettelijke taken waarmee deze overheidsinstanties belast zijn in het kader van de sociale strafrechtketen van de strijd tegen illegale arbeid en sociale fraude.    Zij hebben toegang tot de gestructureerde gegevens bedoeld in artikel 100/12/1, 2°, onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in artikel 100/10, § 3.    Wat de bevoegde administratie betreft, is de in het eerste lid bedoelde machtiging van de kamer sociale zekerheid en gezondheid van het informatieveiligheidscomité niet vereist voor de toegang tot de gestructureerde gegevens met betrekking tot de eBeslissingen die genomen worden door deze administratie.    De in artikel 100/12/1, 3°, bedoelde gestructureerde gegevens worden door het openbaar ministerie ook rechtstreeks overgemaakt aan de bevoegde administratie zodat deze opgeladen kunnen worden in de Ginaa-databank.    § 3. Mits machtiging van de kamer sociale zekerheid en gezondheid van het informatieveiligheidscomité hebben de in artikel 100/10, § 1, eerste lid, bedoelde categorieën van ambtenaren van de federale sociale inspectiediensten en de ambtenaren van de Sociale inlichtingen- en Opsporingsdienst toegang tot de gestructureerde gegevens bedoeld in artikel 100/12/1, 1°, 3° en 4°, voor zover deze toegang noodzakelijk is voor de concrete uitoefening van de wettelijke taken waarmee deze overheidsinstanties belast zijn in het kader van de sociale strafrechtketen van de strijd tegen illegale arbeid en sociale fraude.    Zij hebben toegang tot de gestructureerde gegevens bedoeld in artikel 100/12/1, 2°, onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in artikel 100/10, § § 1, 2 en 6.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2023-05-13/17, art. 28, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 100/12/8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 5. - Bijzondere bepalingen / HOOFDSTUK 5. [1 - Regeling van bepaalde aspecten van de elektronische informatie-uitwisseling tussen de actoren van de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude]1 / Afdeling 5. [1 Het eDossier-platform]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 100/12/8. [1 Toegang tot de documenten die ter beschikking gesteld worden via het eDossier-platform    § 1. Het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en de onderzoeksrechters hebben toegang tot de documenten bedoeld in 100/12/2, 2°, 3° en 4°.    Deze toegang kan enkel uitgeoefend worden voor zover deze noodzakelijk is voor de concrete uitoefening van hun opdracht in het kader van de sociale strafrechtketen van de strijd van illegale arbeid en sociale fraude.    Zij hebben toegang tot de documenten bedoeld in artikel 100/12/2, 1°, onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in artikel 100/10, § 4.    § 2. Mits machtiging van de kamer sociale zekerheid en gezondheid van het informatieveiligheidscomité hebben:    1° de ambtenaren van de bevoegde administratie toegang tot de documenten bedoeld in 100/12/2, 2° et 3°;    2° de ambtenaren van de Directie van het epv en van het eDossier toegang tot de documenten bedoeld in 100/12/2, 2°, 3°, met uitzondering van het aanvullend onderzoek, en 4°.    De in het eerste lid bedoelde toegangen kunnen slechts uitgeoefend worden voor zover deze toegangen noodzakelijk zijn voor de concrete uitoefening van de wettelijke taken waarmee deze overheidsinstanties belast zijn in het kader van de sociale strafrechtketen van de strijd tegen illegale arbeid en sociale fraude.    De ambtenaren van de bevoegde administratie en van de Directie van het epv en van het eDossier hebben toegang tot de documenten bedoeld in artikel 100/2/2, 1° onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in artikel 100/10, § 3.    § 3. Mits machtiging van de kamer sociale zekerheid en gezondheid van het informatieveiligheidscomité hebben de in artikel 100/10, § 1, eerste lid, bedoelde categorieën van ambtenaren van de federale sociale inspectiediensten toegang tot volgende documenten:    - wat het eBericht betreft: het eBericht, voor zover het de voortzetting vormt van een epv dat werd opgesteld door de eigen inspectiedienst of indien de betreffende feiten in het eBericht een impact hebben op een dossier dat deze dienst behandelt; deze toegang is beperkt tot de gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de concrete uitoefening van de controletaken waarmee deze inspectiediensten belast zijn;    - wat de eBeslissing betreft:    - voor zover het gaat om een eBeslissing die de voortzetting vormt van een epv dat werd opgesteld door de eigen inspectiedienst: de uitnodiging tot het indienen van de verweermiddelen, de ingediende verweermiddelen, de overige stukken waarop de beslissing steunt en de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete, tot schuldigverklaring of tot klassering zonder gevolg van de inbreuk en haar bijlagen;    - voor zover het gaat om een eBeslissing waarvoor de betrokken inspectiedienst door de bevoegde administratie werd aangewezen voor het opnemen van de mondelinge verweermiddelen: de uitnodiging tot het indienen van de verweermiddelen.    Deze toegang kan slechts uitgeoefend worden voor zover deze noodzakelijk is voor de concrete uitoefening van de wettelijke taken waarmee deze inspectiediensten belast zijn in het kader van de sociale strafrechtketen van de strijd tegen illegale arbeid en sociale fraude.    Zij hebben toegang tot de documenten bedoeld in artikel 100/12/2, 1°, onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in artikel 100/10, § § 1, 2 en 6.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2023-05-13/17, art. 29, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 100/12/9 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 5. - Bijzondere bepalingen / HOOFDSTUK 5. [1 - Regeling van bepaalde aspecten van de elektronische informatie-uitwisseling tussen de actoren van de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude]1 / Afdeling 5. [1 Het eDossier-platform]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 100/12/9. [1 Bewaringstermijn van de gestructureerde gegevens    Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), worden persoonsgegevens die opgeslagen zijn in het eDossier-platform niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn die vijf jaar na de definitieve beëindiging van de rechterlijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit het epv of uit het in artikel 65 bedoelde proces-verbaal van de politie tot vaststelling van een inbreuk niet mag overschrijden. Deze gegevens kunnen bewaard blijven na anonimisering of minstens pseudonimisering indien anonimisering niet voldoet voor de beoogde finaliteit van statistische doelstellingen en wetenschappelijk of historisch onderzoek. De gepseudonimiseerde gegevens kunnen slechts bewaard blijven zolang doeleinden van wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistiek daartoe nopen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2023-05-13/17, art. 30, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 100/13 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 5. - Bijzondere bepalingen / HOOFDSTUK 5. [1 - Regeling van bepaalde aspecten van de elektronische informatie-uitwisseling tussen de actoren van de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude]1 / Afdeling 6. [1 Gemeenschappelijke bepalingen inzake toegang tot de databank epv, de Ginaa-databank en het eDossier-platform]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 100/13. [1 Gemeenschappelijke bepalingen inzake toegang tot de databank epv, de Ginaa-databank en het eDossier-platform    § 1. Elke instantie die gemachtigd is om toegang te hebben tot de databank epv of het eDossier platform houdt een voortdurend bijgewerkte lijst bij van de personen die zij heeft aangewezen om dit recht op toegang uit te oefenen.    Elke in het eerste lid bedoelde instantie houdt een register van de raadplegingen bij. Dit register vermeldt de identificatie van de persoon die de gegevens heeft geraadpleegd, de geraadpleegde gegevens, de datum en het tijdstip van de raadpleging en de redenen voor de raadpleging - met uitzondering van de toegang tot eigen gegevens. Deze gegevens worden gedurende 10 jaar bewaard, te rekenen vanaf de datum van de raadpleging.    De impact en de relevantie van de toegangen per dossier moeten op jaarbasis beoordeeld worden door middel van statistieken en deze statistieken moeten gepubliceerd worden.    § 2. Alle personen die toegang hebben tot de databank epv, het eDossier-platform of de Ginaa-databank moeten de nodige maatregelen nemen om het vertrouwelijk karakter te garanderen van de persoonsgegevens die opgenomen zijn in deze databanken en om te garanderen dat deze gegevens enkel gebruikt zullen worden met het oog op de in de artikelen 100/6, derde lid, 100/11, tweede lid en 100/12/3, § 2, bedoelde doeleinden.    Iedere inbreuk op de in het eerste lid bedoelde geheimhoudingsplicht wordt bestraft overeenkomstig [2 artikel 352]2 van het Strafwetboek.]1   ----------   (1)<W 2023-05-13/17, art. 32, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 20, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 100/14 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 5. - Bijzondere bepalingen / HOOFDSTUK 5/1. [1 - Bepalingen betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens in het sociaal strafrecht.]1 / Afdeling 1. [1 - Het recht op informatie bij de verzameling van persoonsgegevens en op mededeling van persoonsgegevens.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 100/14.[2 Het recht op informatie bij de verzameling van persoonsgegevens]2    [1 § 1. In afwijking van de artikelen 13 en 14 van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van algemeen belang van de sociale zekerheid te waarborgen, en voor zover artikel 14, § 5, d), in het specifieke geval niet kan worden ingeroepen, kan het recht op informatie worden uitgesteld, beperkt of uitgesloten voor wat betreft verwerkingen van persoonsgegevens waarvan hetzij de sociale inspectiediensten bedoeld in het Sociaal Strafwetboek en in het koninklijk besluit van 1 juli 2011 tot uitvoering van de artikelen 16, 13°, 17, 20, 63, 70 en 88 van het Sociaal Strafwetboek en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht, hetzij [2 de Directie van de administratieve geldboeten of de Directie van het epv en het eDos-sier van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg]2, hetzij de Dienst administratieve geldboeten of de Directie eerlijke concurrentie van het Rijksinstituut voor sociale verzekeringen der zelfstandigen, hetzij de inspectiedienst voor de controle van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, hetzij de Dienst voor administratieve controle of de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen, hetzij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de verwerkingsverantwoordelijke zijn.    De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door de in het eerste lid bedoelde diensten gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.    Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn die [2 vijf jaar]2 na de definitieve beëindiging van de rechterlijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid niet mag overschrijden. [2 Deze gegevens kunnen bewaard blijven na anonimisering of minstens pseudonimisering indien anonimisering niet voldoet voor de beoogde finaliteit van statistische doelstellingen en wetenschappelijk of historisch onderzoek. De gepseudonimiseerde gegevens kunnen slechts bewaard blijven zolang doeleinden van wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistiek daartoe nopen.]2    § 2. Deze afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door de voormelde inspectiediensten in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten, alsook gedurende de periode waarin [2 de Directie van de administratieve geldboeten of de Directie van het epv en het eDos-sier van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg]2, de Dienst administratieve geldboeten of de Directie eerlijke concurrentie van het Rijksinstituut voor sociale verzekeringen der zelfstandigen, de inspectiedienst voor de controle van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, hetzij de Dienst voor administratieve controle of de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen, hetzij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de stukken afkomstig van de sociale inspectiediensten behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.    Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig zou zijn voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.    De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in § 2, tweede lid, gedurende dewelke de artikelen 13 en 14 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing zijn, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek betreffende het meedelen van de te verstrekken informatie met toepassing van deze artikelen 13 en 14.    De beperking bedoeld in § 1, eerste lid, heeft geen betrekking op gegevens die los staan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van informatie rechtvaardigt.    § 3. Bij ontvangst van een verzoek betreffende het meedelen van de te verstrekken informatie bedoeld in § 2, derde lid, bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst hiervan.    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over iedere weigering of beperking van informatie, alsook over de redenen voor deze weigering of beperking. Die informatie over de weigering of beperking kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in § 1, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen van het uitstel.    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke licht de betrokkene in over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en om een beroep in rechte in te stellen.    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke vermeldt de feitelijke of juridische redenen waarop zijn beslissing steunt. Deze inlichtingen worden ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.    Wanneer één van de voormelde inspectiediensten gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij § 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zesde en zevende lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.    Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.    Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de administratie waarvan de inspectiedienst afhangt, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld nadat de bevoegde administratie of instelling heeft beslist over het resultaat van het onderzoek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2018-09-05/01, art. 61, 030; Inwerkingtreding : 10-09-2018>   (2)<W 2023-05-13/17, art. 33, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 100/15 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 5. - Bijzondere bepalingen / HOOFDSTUK 5/1. [1 - Bepalingen betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens in het sociaal strafrecht.]1 / Afdeling 2. [1 - Het recht op inzage van persoonsgegevens.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 100/15.[2 Het recht op inzage van persoonsgegevens]2    [1 § 1. In afwijking van artikel 15 van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van algemeen belang van de sociale zekerheid te waarborgen, kan het recht op inzage van de hem betreffende persoonsgegevens geheel of gedeeltelijk worden uitgesteld en beperkt voor wat betreft verwerkingen van persoonsgegevens waarvan hetzij de sociale inspectiediensten bedoeld in het Sociaal Strafwetboek en in het koninklijk besluit van 1 juli 2011 tot uitvoering van de artikelen 16, 13°, 17, 20, 63, 70 en 88 van het Sociaal Strafwetboek en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht, hetzij [2 de Directie van de administratieve geldboeten of de Directie van het epv en het eDossier van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg]2, hetzij de Dienst administratieve geldboeten of de Directie eerlijke concurrentie van het Rijksinstituut voor sociale verzekeringen der zelfstandigen, hetzij de inspectiedienst voor de controle van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, hetzij de Dienst voor administratieve controle of de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen, hetzij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de verwerkingsverantwoordelijke zijn.    De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door de in het eerste lid bedoelde diensten gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.    Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn die [2 vijf jaar]2 na de definitieve beëindiging van de rechterlijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid niet mag overschrijden. [2 Deze gegevens kunnen bewaard blijven na anonimisering of minstens pseudonimisering indien anonimisering niet voldoet voor de beoogde finaliteit van statistische doelstellingen en wetenschappelijk of historisch onderzoek. De gepseudonimiseerde gegevens kunnen slechts bewaard blijven zolang doeleinden van wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistiek daartoe nopen.]2    § 2. Deze afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door de voormelde inspectiediensten in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten, alsook gedurende de periode waarin [2 de Directie van de administratieve geldboeten of de Directie van het epv en het eDossier van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg]2, de Dienst administratieve geldboeten of de Directie eerlijke concurrentie van het Rijksinstituut voor sociale verzekeringen der zelfstandigen, de inspectiedienst voor de controle van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, hetzij de Dienst voor administratieve controle of de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen, hetzij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de stukken afkomstig van de sociale inspectiediensten behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.    Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig zou zijn voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.    De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in § 2, tweede lid, gedurende dewelke artikel 15 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van het verzoek dat is ingediend met toepassing van artikel 15.    De beperking bedoeld in § 1, eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die los staan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van inzage rechtvaardigt.    § 3. Bij ontvangst van een verzoek tot inzage bevestigt de functionaris voor de gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst hiervan.    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over iedere weigering of beperking van zijn recht op inzage van de hem betreffende gegevens alsook van de redenen voor deze weigering of beperking. Die informatie over de weigering of beperking kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in § 1, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen van het uitstel.    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke licht de betrokkene in over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en om een beroep in rechte in te stellen.    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke vermeldt de feitelijke of juridische redenen waarop zijn beslissing steunt. Deze inlichtingen worden ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.    Wanneer één van de voormelde inspectiediensten gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij § 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zesde en zevende lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.    Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.    Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de administratie waarvan de inspectiedienst afhangt, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld nadat de bevoegde administratie of instelling heeft beslist over het resultaat van het onderzoek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2018-09-05/01, art. 63, 030; Inwerkingtreding : 10-09-2018>   (2)<W 2023-05-13/17, art. 34, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 100/16 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 5. - Bijzondere bepalingen / HOOFDSTUK 5/1. [1 - Bepalingen betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens in het sociaal strafrecht.]1 / Afdeling 3. [1 - Het recht op rectificatie.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 100/16.[2 Het recht op rectificatie]2    [1 § 1. In afwijking van artikel 16 van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van algemeen belang van de sociale zekerheid te waarborgen, kan het recht op rectificatie worden uitgesteld, beperkt of uitgesloten voor wat betreft verwerkingen van persoonsgegevens waarvan hetzij de sociale inspectiediensten bedoeld in het Sociaal Strafwetboek en in het koninklijk besluit van 1 juli 2011 tot uitvoering van de artikelen 16, 13°, 17, 20, 63, 70 en 88 van het Sociaal Strafwetboek en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht, hetzij [2 de Directie van de administratieve geldboeten of de Directie van het epv en het eDossier van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg]2, hetzij de Dienst administratieve geldboeten of de Directie eerlijke concurrentie van het Rijksinstituut voor sociale verzekeringen der zelfstandigen, hetzij de inspectiedienst voor de controle van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, hetzij de Dienst voor administratieve controle of de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen, hetzij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de verwerkingsverantwoordelijke zijn.    De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door de in het eerste lid bedoelde diensten gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.    Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn die [2 vijf jaar]2 na de definitieve beëindiging van de rechterlijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid niet mag overschrijden. [2 Deze gegevens kunnen bewaard blijven na anonimisering of minstens pseudonimisering indien anonimisering niet voldoet voor de beoogde finaliteit van statistische doelstellingen en wetenschappelijk of historisch onderzoek. De gepseudonimiseerde gegevens kunnen slechts bewaard blijven zolang doeleinden van wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistiek daartoe nopen.]2    § 2. Deze afwijking geldt gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door de voormelde inspectiediensten in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin [2 de Directie van de administratieve geldboeten of de Directie van het epv en het eDossier van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg]2, de Dienst administratieve geldboeten of de Directie eerlijke concurrentie van het Rijksinstituut voor sociale verzekeringen der zelfstandigen, de inspectiedienst voor de controle van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, hetzij de Dienst voor administratieve controle of de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen, hetzij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de stukken afkomstig van de sociale inspectiediensten behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.    Deze afwijking geldt voor zover de toepassing van dit recht nadelig zou zijn voor de controle, het onderzoek, de voorbereidende werkzaamheden of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.    De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke artikel 16 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van het verzoek dat is ingediend met toepassing van dit artikel 16.    De beperking bedoeld in § 1, eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het doel van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van rectificatie rechtvaardigt.    § 3. Bij ontvangst van een verzoek tot rectificatie bevestigt de functionaris voor de gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst hiervan.    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over iedere weigering of beperking van zijn recht op rectificatie alsook van de redenen voor deze weigering of beperking. Die informatie over de weigering of beperking kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in § 1, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke licht de betrokkene in over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en om een beroep in rechte in te stellen.    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke vermeldt de feitelijke of juridische redenen waarop zijn beslissing steunt. Deze inlichtingen worden ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.    Wanneer één van de voormelde inspectiediensten gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij § 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zesde en zevende lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.    Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.    Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de administratie waarvan de inspectiedienst afhangt, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld nadat de bevoegde administratie of instelling heeft beslist over het resultaat van het onderzoek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2018-09-05/01, art. 65, 030; Inwerkingtreding : 10-09-2018>   (2)<W 2023-05-13/17, art. 35, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 100/17 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 5. - Bijzondere bepalingen / HOOFDSTUK 5/1. [1 - Bepalingen betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens in het sociaal strafrecht.]1 / Afdeling 4. [1 - Het recht op beperking van de verwerking.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 100/17.[2 Uitstel, beperking of uitsluiting van het recht op beperking van de verwerking]2    [1 § 1. In afwijking van artikel 18 van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van algemeen belang van de sociale zekerheid te waarborgen, kan het recht op beperking van de verwerking worden uitgesteld, beperkt of uitgesloten, voor wat betreft verwerkingen van persoonsgegevens waarvan hetzij de sociale inspectiediensten bedoeld in het Sociaal Strafwetboek en in het koninklijk besluit van 1 juli 2011 tot uitvoering van de artikelen 16, 13°, 17, 20, 63, 70 en 88 van het Sociaal Strafwetboek en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht, hetzij [2 de Directie van de administratieve geldboeten of de Directie van het epv en het eDossier van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg]2, hetzij de Dienst administratieve geldboeten of de Directie eerlijke concurrentie van het Rijksinstituut voor sociale verzekeringen der zelfstandigen, hetzij de inspectiedienst voor de controle van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, hetzij de Dienst voor administratieve controle of de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen, hetzij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de verwerkingsverantwoordelijke zijn.    De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door de in het eerste lid bedoelde diensten gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.    Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), worden de persoonsgegeven die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn die [2 vijf jaar]2 na de definitieve beëindiging van de rechterlijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid niet mag overschrijden. [2 Deze gegevens kunnen bewaard blijven na anonimisering of minstens pseudonimisering indien anonimisering niet voldoet voor de beoogde finaliteit van statistische doelstellingen en wetenschappelijk of historisch onderzoek. De gepseudonimiseerde gegevens kunnen slechts bewaard blijven zolang doeleinden van wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistiek daartoe nopen.]2    § 2. Deze afwijking geldt gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door de voormelde inspectiediensten in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin [2 de Directie van de administratieve geldboeten of de Directie van het epv en het eDossier van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg]2, de Dienst administratieve geldboeten of de Directie eerlijke concurrentie van het Rijksinstituut voor sociale verzekeringen der zelfstandigen, de inspectiedienst voor de controle van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, hetzij de Dienst voor administratieve controle of de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen, hetzij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de stukken afkomstig van de sociale inspectiediensten behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.    Deze afwijking geldt voor zover de toepassing van dit recht nadelig zou zijn voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.    De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in § 2, tweede lid, gedurende dewelke artikel 18 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van het verzoek dat is ingediend in toepassing van dit artikel 18.    De beperking bedoeld in § 1, eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering van de beperking van de verwerking rechtvaardigt.    § 3. Bij ontvangst van een verzoek tot beperking van de verwerking bevestigt de functionaris voor de gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst hiervan.    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over iedere weigering of beperking van zijn recht op beperking van de verwerking van de hem betreffende persoonsgegevens alsook van de redenen voor deze weigering of beperking. Die informatie over de weigering of beperking kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in § 1, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke licht de betrokkene in over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en om een beroep in rechte in te stellen.    De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke vermeldt de feitelijke of juridische redenen waarop zijn beslissing steunt. Deze inlichtingen worden ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.    Wanneer één van de voormelde inspectiediensten gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij § 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zesde en zevende lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.    Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.    Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de administratie waarvan de inspectiedienst afhangt, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten pas hersteld nadat de bevoegde administratie of instelling heeft beslist over het resultaat van het onderzoek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2018-09-05/01, art. 67, 030; Inwerkingtreding : 10-09-2018>   (2)<W 2023-05-13/17, art. 36, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 101 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 101.[1 De sanctieniveaus    De in Boek 2 bedoelde inbreuken worden bestraft met een sanctie van niveau 1, niveau 2, niveau 3 of niveau 4.    De sanctie van niveau 1 bestaat uit een administratieve geldboete van 80 tot 800 euro.    De sanctie van niveau 2 bestaat uit een van de volgende straffen:    1° een strafrechtelijke geldboete van 400 tot 4000 euro;    2° een probatiestraf van zes maanden tot ten hoogste twaalf maanden zoals bedoeld in artikel 44 van het Strafwetboek;    3° een werkstraf van twintig uur tot ten hoogste honderdtwintig uur zoals bedoeld in artikel 45 van het Strafwetboek;    4° een geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel bedoeld in artikel 55 van het Strafwetboek;    5° een administratieve geldboete van 200 tot 2000 euro.    De sanctie van niveau 3 bestaat uit een van de volgende straffen:    1° een strafrechtelijke geldboete van 1600 tot 16.000 euro;    2° een probatiestraf van zes maanden tot ten hoogste twaalf maanden zoals bedoeld in artikel 44 van het Strafwetboek;    3° een werkstraf van twintig uur tot ten hoogste honderdtwintig uur zoals bedoeld in artikel 45 van het Strafwetboek;    4° een geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel bedoeld in artikel 55 van het Strafwetboek;    5° een administratieve geldboete van 800 tot 8000 euro.    De sanctie van niveau 4 bestaat uit een van de volgende straffen:    1° een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar;    2° een straf onder elektronisch toezicht van een maand tot ten hoogste een jaar zoals bedoeld in artikel 43 van het Strafwetboek;    3° de probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot ten hoogste twee jaar zoals bedoeld in artikel 44 van het Strafwetboek;    4° een werkstraf van meer dan honderdtwintig uur tot ten hoogste driehonderd uur zoals bedoeld in artikel 45 van het Strafwetboek;    5° een strafrechtelijke geldboete van 4800 tot 56.000 euro;    6° een cumulatie van een straf bedoeld in 1° tot en met 4° met een straf bedoeld in 5° ;    7° een administratieve geldboete van 2400 tot 28.000 euro.]1   ----------   (1)<W 2026-03-16/16, art. 21, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 101/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 101/1. [1 De strafrechtelijke geldboeten op rechtspersonen toepasselijk    De strafrechtelijke geldboeten toepasselijk op inbreuken gepleegd door rechtspersonen, zijn:    - voor niveau 4: [2 geldboete van minimum 4000 euro]2 vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de minimumvrijheidsstraf, doch niet lager dan de minimumgeldboete op het feit gesteld; [2 met als maximum 16.000 euro]2 vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de maximumvrijheidsstraf, doch niet lager dan het dubbele van de maximumgeldboete op het feit gesteld;    - voor niveau 2 en 3: minimum en maximum als door het boek 2 van dit Wetboek op het feit gesteld.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 46, 068; Inwerkingtreding : 08-04-2026>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 22, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 101/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 101/2. [1 De vervangende straffen bij niet-uitvoering van de probatiestraffen en werkstraffen    Wanneer de rechter een probatiestraf of een werkstraf van niveau 2 of 3 uitspreekt, legt hij een geldboete van minstens 200 euro en ten hoogste 20.000 euro, of een gevangenisstraf van minstens één maand en ten hoogste zes maanden op.    Wanneer hij een probatiestraf of een werkstraf van niveau 4 uitspreekt, legt de rechter een geldboete van minstens 200 euro en ten hoogste 20.000 euro, of een gevangenisstraf van minstens één maand en ten hoogste één jaar op.    Deze vervangende straffen kunnen worden toegepast in geval van de niet-uitvoering van de probatiestraf of van de werkstraf.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-03-16/16, art. 23, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 101/3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 101/3. [1 De gelijkstelling van sancties van het Sociaal Strafwetboek met de straffen van het Strafwetboek    Voor de toepassing van de bepalingen van Boek I van het Strafwetboek worden de straffen van de niveaus 2 en 3 bepaald in artikel 101 gelijkgesteld met een straf van niveau 1 van het Strafwetboek en de straf van niveau 4 wordt gelijkgesteld met een straf van niveau 3 van het Strafwetboek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-03-16/16, art. 24, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 102 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 102. Opdeciemen   De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboeten bedoeld bij dit Wetboek.   De bevoegde administratie maakt in haar beslissing melding van de vermenigvuldiging ingevolge de voormelde wet van 5 maart 1952 en vermeldt het getal dat het gevolg is van deze verhoging.
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 103 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 103.Vermenigvuldiging van de geldboete   Wanneer de geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers, kandidaat-werknemers, kinderen, [2 stagiairs, zelfstandigen, minderjarigen of sekswerkers]2 geldt de regel zowel voor de strafrechtelijke als voor de administratieve geldboete.   De vermenigvuldigde geldboete mag niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.   ----------   (1)<W 2013-11-11/03, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-07-2013>   (2)<W 2024-05-03/26, art. 20, 069; Inwerkingtreding : 01-12-2024>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 104 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 104. Burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de betaling van de strafrechtelijk geldboete   De werkgever is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de strafrechtelijke geldboeten waartoe zijn aangestelden of lasthebbers zijn veroordeeld.
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 105 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 105.Personen aan wie een administratieve geldboete kan worden opgelegd   [1 De administratieve geldboete kan alleen aan de overtreder worden opgelegd, zelfs indien de inbreuk is begaan door een aangestelde of een lasthebber, behalve als de overtreder kan aantonen dat hij geen fout heeft begaan, omdat hij naar zijn vermogen alle maatregelen heeft genomen om te verhinderen dat het materieel element van de inbreuk zich voordoet.    De administratieve beslissing tot schuldigverklaring kan slechts worden genomen ten aanzien van de overtreder, zelfs indien de inbreuk is begaan door een aangestelde of een lasthebber, behalve als de overtreder kan aantonen dat hij geen fout heeft begaan, omdat hij naar zijn vermogen alle maatregelen heeft genomen om te verhinderen dat het materiële element van de inbreuk zich voordoet.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 47, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 106 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 2. - Bijzondere strafsancties

    Lees de volledige brontekst
    Art. 106. Exploitatieverbod en bedrijfssluiting   § 1. [1[2 In afwijking van artikel 57 van het Strafwetboek kan de rechter, voor de inbreuken van niveaus 3 en 4 en als de wet dit voorziet, de veroordeelde het verbod opleggen om gedurende een periode van één maand tot drie jaar, zelf of via een tussenpersoon, een onderneming of een inrichting geheel of gedeeltelijk uit te baten of bij de onderneming of inrichting waar de inbreuk is gepleegd onder gelijk welke hoedanigheid te worden tewerkgesteld]2]1.   Voor de inbreuken van niveau 3 en 4 en op voorwaarde dat de wet dit voorziet, kan de rechter bovendien, mits hij zijn beslissing ter zake met redenen omkleedt, de gehele of gedeeltelijke sluiting van de onderneming of inrichting waar de inbreuken werden begaan, bevelen voor de duur van één maand tot drie jaar.   [1[2 ...]2]1.   § 2. [2 Het exploitatieverbod en de bedrijfssluiting gaan in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de tijd waarin de gevangenisstraf wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en de periodes van voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling]2.   § 3. De rechter kan de in § 1 bedoelde straffen slechts opleggen wanneer dit noodzakelijk is om de inbreuken te doen stoppen of om te voorkomen dat zij zich herhalen, op voorwaarde dat de veroordeling tot deze straffen in verhouding staat tot het geheel van de betrokken sociaal-economische belangen. Voor de inbreuken van niveau 3 kunnen de in § 1 bedoelde straffen bovendien slechts worden opgelegd voor zover de gezondheid of de veiligheid van personen door deze inbreuken in gevaar wordt gebracht.   Deze straffen doen geen afbreuk aan de rechten van derden.   § 4. Elke [2 opzettelijke]2 inbreuk op de beschikking van het vonnis of van het arrest waarbij een verbod of sluiting wordt opgelegd met toepassing van § 1 wordt bestraft met een sanctie van niveau 3.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 48, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 25, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 107 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 2. - Bijzondere strafsancties

    Lees de volledige brontekst
    Art. 107. Beroepsverbod en bedrijfssluiting   § 1. [1[2 In afwijking van artikel 48 van het Strafwetboek kan de rechter, voor de inbreuken van niveaus 3 en 4 en als de wet dit voorziet, de veroordeelde het verbod opleggen om gedurende een periode van één maand tot drie jaar, rechtstreeks of onrechtstreeks, onder gelijk welke hoedanigheid, zijn beroep uit te oefenen, indien hij ernstig misbruik heeft gemaakt van zijn beroep om de inbreuk te plegen]2]1.   Voor de inbreuken van niveau 3 en 4 en op voorwaarde dat de wet dit voorziet, kan de rechter bovendien, mits hij zijn beslissing ter zake met redenen omkleedt, de gehele of gedeeltelijke sluiting van de onderneming of van de vestigingen van de vennootschap, vereniging, organisatie of onderneming van de veroordeelde of waarvan de veroordeelde bestuurder is, bevelen voor een duur van één maand tot drie jaar.   [1[2 ...]2]1.   § 2.[2 Het beroepsverbod en de bedrijfssluiting gaan in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de tijd waarin de gevangenisstraf wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en de periodes van voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling]2.   § 3. De rechter kan de in § 1 bedoelde straffen slechts opleggen wanneer dit noodzakelijk is om de inbreuken te doen stoppen of om te voorkomen dat zij zich herhalen, op voorwaarde dat de veroordeling tot deze straffen in verhouding staat tot het geheel van de betrokken sociaal-economische belangen. Voor de inbreuken van niveau 3 kunnen de in § 1 bedoelde straffen bovendien slechts worden opgelegd voor zover de gezondheid of de veiligheid van personen door deze inbreuken in gevaar wordt gebracht.   Deze straffen doen geen afbreuk aan de rechten van derden.   § 4. Iedere [2 opzettelijke]2 inbreuk op de beschikking van het vonnis of van het arrest waarbij in toepassing van § 1 een verbod of een sluiting wordt uitgesproken, wordt bestraft met een sanctie van niveau 3.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 49, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 26, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 107/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen / HOOFDSTUK 2. - Bijzondere strafsancties

    Lees de volledige brontekst
    Art. 107/1. [1 De uitsluiting om deel te nemen aan overheidsopdrachten of concessies    Voor de inbreuken van niveau 3 en 4, kan de uitsluiting van het recht in te schrijven voor overheidsopdrachten of om concessies te verkrijgen door de rechter worden uitgesproken, gedurende een periode van drie jaar tot ten hoogste vijf jaar, wanneer de dader veroordeeld werd uit hoofde van een van deze inbreuken behalve in de bij wet bepaalde gevallen.    [2 De uitsluiting om deel te nemen aan overheidsopdrachten of concessies gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de tijd gedurende dewelke de gevangenisstraf wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en de periodes van voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling]2.    De kandidaat of de inschrijver kan het bewijs leveren dat hij maatregelen genomen heeft om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, meer bepaald door aan te tonen dat hij in voorkomend geval een vergoeding heeft betaald tot herstel van de schade die door de strafrechtelijke inbreuk veroorzaakt werd, dat hij de feiten of de omstandigheden volledig opgehelderd heeft en actief met de met het onderzoek belaste overheden samengewerkt heeft, en dat hij concrete maatregelen genomen heeft om zijn situatie te regulariseren en om een nieuwe strafrechtelijke inbreuk te voorkomen.    Rekening houdend met de ernst en de specifieke omstandigheden van de strafrechtelijke inbreuk, evalueert de rechter deze maatregelen vooraleer de in het eerste lid bedoelde straf uit te spreken.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/19, art. 50, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 27, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗