Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 5. - Bijzondere bepalingen / HOOFDSTUK 5/1. [1 - Bepalingen betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens in het sociaal strafrecht.]1 / Afdeling 1. [1 - Het recht op informatie bij de verzameling van persoonsgegevens en op mededeling van persoonsgegevens.]1
Lees de volledige brontekst
Art. 100/14.[2 Het recht op informatie bij de verzameling van persoonsgegevens]2
[1 § 1. In afwijking van de artikelen 13 en 14 van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van algemeen belang van de sociale zekerheid te waarborgen, en voor zover artikel 14, § 5, d), in het specifieke geval niet kan worden ingeroepen, kan het recht op informatie worden uitgesteld, beperkt of uitgesloten voor wat betreft verwerkingen van persoonsgegevens waarvan hetzij de sociale inspectiediensten bedoeld in het Sociaal Strafwetboek en in het koninklijk besluit van 1 juli 2011 tot uitvoering van de artikelen 16, 13°, 17, 20, 63, 70 en 88 van het Sociaal Strafwetboek en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht, hetzij [2 de Directie van de administratieve geldboeten of de Directie van het epv en het eDos-sier van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg]2, hetzij de Dienst administratieve geldboeten of de Directie eerlijke concurrentie van het Rijksinstituut voor sociale verzekeringen der zelfstandigen, hetzij de inspectiedienst voor de controle van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, hetzij de Dienst voor administratieve controle of de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen, hetzij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de verwerkingsverantwoordelijke zijn.
De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door de in het eerste lid bedoelde diensten gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.
Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn die [2 vijf jaar]2 na de definitieve beëindiging van de rechterlijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid niet mag overschrijden. [2 Deze gegevens kunnen bewaard blijven na anonimisering of minstens pseudonimisering indien anonimisering niet voldoet voor de beoogde finaliteit van statistische doelstellingen en wetenschappelijk of historisch onderzoek. De gepseudonimiseerde gegevens kunnen slechts bewaard blijven zolang doeleinden van wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistiek daartoe nopen.]2
§ 2. Deze afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door de voormelde inspectiediensten in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten, alsook gedurende de periode waarin [2 de Directie van de administratieve geldboeten of de Directie van het epv en het eDos-sier van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg]2, de Dienst administratieve geldboeten of de Directie eerlijke concurrentie van het Rijksinstituut voor sociale verzekeringen der zelfstandigen, de inspectiedienst voor de controle van de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, hetzij de Dienst voor administratieve controle of de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen, hetzij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de stukken afkomstig van de sociale inspectiediensten behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.
Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig zou zijn voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.
De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in § 2, tweede lid, gedurende dewelke de artikelen 13 en 14 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing zijn, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek betreffende het meedelen van de te verstrekken informatie met toepassing van deze artikelen 13 en 14.
De beperking bedoeld in § 1, eerste lid, heeft geen betrekking op gegevens die los staan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van informatie rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek betreffende het meedelen van de te verstrekken informatie bedoeld in § 2, derde lid, bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst hiervan.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over iedere weigering of beperking van informatie, alsook over de redenen voor deze weigering of beperking. Die informatie over de weigering of beperking kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in § 1, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen van het uitstel.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke licht de betrokkene in over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en om een beroep in rechte in te stellen.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke vermeldt de feitelijke of juridische redenen waarop zijn beslissing steunt. Deze inlichtingen worden ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Wanneer één van de voormelde inspectiediensten gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij § 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zesde en zevende lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de administratie waarvan de inspectiedienst afhangt, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld nadat de bevoegde administratie of instelling heeft beslist over het resultaat van het onderzoek.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2018-09-05/01, art. 61, 030; Inwerkingtreding : 10-09-2018>
(2)<W 2023-05-13/17, art. 33, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>