Gratis brononderzoek

Sociaal Strafwetboek

Sociaalrechtelijke inbreuken, toezicht en sancties.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-06-01

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

393 bronvarianten

  1. Art. 174/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 3. - Inbreuken in verband met andere arbeidsvoorwaarden / Afdeling 6. [1 - Meerdere banen.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 174/1. [1 Meerdere banen    Wordt bestraft met een sanctie van niveau 2, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 7 oktober 2022 houdende gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europees Parlement en van de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie, aan zijn werknemer verbiedt om, behoudens de wettelijk voorziene gevallen, buiten zijn werkrooster te werken voor één of meerdere andere werkgevers of hem om die reden onderwerpt aan een nadelige behandeling.    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2022-10-07/09, art. 39, 056; Inwerkingtreding : 10-11-2022>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 174/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 3. - Inbreuken in verband met andere arbeidsvoorwaarden / Afdeling 7. [1 - Een andere vorm van werk.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 174/2. [1 Een andere vorm van werk    Wordt bestraft met een sanctie van niveau 2, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 7 oktober 2022 houdende gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie, de werknemer die aan de voorwaarden voldoet en die een meer zekere en meer voorspelbare vorm van werk vraagt op basis van artikel 23 van voormelde wet van 7 oktober 2022, niet op schriftelijke of elektronische wijze, met redenen omkleed en binnen de voorziene termijn te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek beantwoordt.    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2022-10-07/09, art. 41, 056; Inwerkingtreding : 10-11-2022>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 175 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 1. - Buitenlandse arbeidskrachten

    Lees de volledige brontekst
    Art. 175. Buitenlandse arbeidskrachten   [3 NOTA : opgeheven, behalve wat de jonge au pairs, bedoeld in artikel 3, 4° van de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden betreft.]3   § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, arbeid doen of laten verrichten door een buitenlandse onderdaan die niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België.   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.   [1 § 1/1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, op het ogenblik van de tewerkstelling van een onderdaan van een derde land :    1° niet vooraf nagegaan heeft of deze over een geldige verblijfsvergunning of een andere machtiging tot verblijf beschikt;    2° niet ten minste voor de duur van de tewerkstelling, een afschrift of de gegevens van zijn verblijfsvergunning of van zijn andere machtiging tot verblijf beschikbaar gehouden heeft voor de bevoegde inspectiediensten;    3° geen aangifte heeft gedaan van de aanvang en de beëindiging van zijn tewerkstelling overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen.    In het geval dat de verblijfsvergunning of de andere machtiging tot verblijf die door de buitenlandse onderdaan wordt voorgelegd een vervalsing is, is de in het eerste lid bedoelde sanctie van toepassing wanneer het bewezen is dat de werkgever op de hoogte was dat dit document een vervalsing was.    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.]1   § 2. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers :   1° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten zonder een arbeidsvergunning te hebben verkregen van de bevoegde overheid en/of die niet over een arbeidskaart beschikt;   2° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten zonder de grenzen van deze arbeidsvergunning en/of arbeidskaart te respecteren;   3° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten voor een duur welke de duur van de arbeidsvergunning en van de arbeidskaart overschrijdt;   4° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten na de intrekking van de arbeidsvergunning of de arbeidskaart;   5° de arbeidsvergunning niet heeft teruggegeven aan de buitenlandse werknemer of hem die heeft bezorgd tegen betaling van een bedrag of vergoeding in welke vorm ook.   Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   § 3. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die, in strijd met de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers :   1° een buitenlandse onderdaan België heeft laten binnenkomen om er te worden tewerkgesteld of daartoe heeft bijgedragen, tenzij de buitenlandse onderdaan in het bezit is van een geldige arbeidskaart en met uitzondering van de buitenlandse onderdaan voor wie de werkgever na diens aankomst in België een arbeidsvergunning kan verkrijgen om er te worden tewerkgesteld;   2° een buitenlandse onderdaan heeft beloofd, tegen betaling van welke vergoeding ook, hetzij een betrekking voor hem te zoeken, hetzij hem een betrekking te bezorgen, hetzij formaliteiten te vervullen met het oog op diens tewerkstelling in België;   3° van een buitenlandse onderdaan een vergoeding in welke vorm ook heeft geëist of aangenomen, hetzij om voor hem een betrekking te zoeken, hetzij om hem een betrekking te bezorgen, hetzij om formaliteiten te vervullen met het oog op diens tewerkstelling in België;   4° als tussenpersoon is opgetreden tussen een buitenlandse onderdaan en een werkgever of de autoriteiten die zijn belast met de toepassing van de bepalingen van de voormelde wet van 30 april 1999 of van de uitvoeringsbesluiten ervan, of nog tussen een werkgever en diezelfde autoriteiten, waarbij daden zijn gesteld die hetzij die buitenlandse onderdaan, hetzij de werkgever, hetzij de genoemde autoriteiten op een dwaalspoor kunnen brengen.   Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.   [2 § 3/1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de aannemer, buiten het kader van een keten van onderaannemers, of de intermediaire aannemer, in het kader van dergelijke keten, wanneer hun rechtstreekse onderaannemer een in § 1/1 bedoelde inbreuk pleegt.    In afwijking van het eerste lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer niet bestraft met een sanctie van niveau 4, indien zij in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring waarin hun rechtstreekse onderaannemer bevestigt dat hij geen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt en zal tewerkstellen.    In afwijking van het tweede lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer die in het bezit zijn van de schriftelijke verklaring bestraft met een sanctie van niveau 4, indien zij, voorafgaand aan de inbreuk bedoeld in het eerste lid, op de hoogte zijn van het feit dat hun rechtstreekse onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde kennisgeving zijn".    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    § 3/2. Met een sanctie van niveau 4 worden bestraft de hoofdaannemer en intermediaire aannemer, in het kader van een keten van onderaannemers wanneer hun onrechtstreekse onderaannemer een in § 1/1 bedoelde inbreuk pleegt, indien zij voorafgaand aan de door hen gepleegde inbreuk, op de hoogte zijn van het feit dat hun onrechtstreekse onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde kennisgeving zijn".    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    § 3/3. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft :    1° de opdrachtgever, buiten het kader van een onderaanneming, wanneer zijn aannemer één van de in § 1/1 bedoelde inbreuken pleegt, indien de opdrachtgever voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat zijn aannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde kennisgeving zijn".    2° de opdrachtgever, binnen het kader van een onderaanneming, wanneer de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een in § 1/1 bedoelde inbreuk pleegt, indien de opdrachtgever voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde kennisgeving zijn".    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]2   § 4. In afwijking van [4 artikel 53, § 2, eerste lid, 1° en 2°, van het Strafwetboek kan de verbeurdverklaring]4, die wordt opgelegd door de rechter, eveneens worden toegepast op de roerende goederen en op de onroerende goederen door incorporatie of door bestemming, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inbreuk op dit artikel of die gediend hebben tot of bestemd waren voor het plegen van deze inbreuk, zelfs wanneer deze goederen niet behoren tot de eigendom van de overtreder.   ----------   (1)<W 2013-02-11/13, art. 16, 009; Inwerkingtreding : 04-03-2013>   (2)<W 2013-02-11/13, art. 34, 009; Inwerkingtreding : 04-03-2013>   (3)<W 2018-05-09/10, art. 3, 034; Inwerkingtreding : 24-12-2018>   (4)<W 2026-03-16/16, art. 39, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 175 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 1. - Buitenlandse arbeidskrachten

    Lees de volledige brontekst
    Art. 175_DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.   <Opgeheven bij DDG 2023-03-27/17, art. 106, 061; Inwerkingtreding : 01-07-2023>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 175 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 1. - Buitenlandse arbeidskrachten

    Lees de volledige brontekst
    Art. 175_WAALS_GEWEST.   <Opgeheven bij DWG 2019-02-28/25, art. 150, 042; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 175 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 1. - Buitenlandse arbeidskrachten

    Lees de volledige brontekst
    Art. 175_VLAAMS_GEWEST.   <Opgeheven bij DVR 2016-12-23/67, art. 55, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 175/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 1. - Buitenlandse arbeidskrachten

    Lees de volledige brontekst
    Art. 175/1.[1 De buitenlandse werknemers gemachtigd te werken op basis van een specifieke verblijfssituatie    § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden, arbeid doen of laten verrichten door een buitenlandse onderdaan die niet is toegelaten of gemachtigd tot een verblijf van meer dan drie maanden of tot vestiging in België.    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.    § 2. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden, op het ogenblik van de tewerkstelling van een onderdaan van een derde land:    1° niet vooraf nagegaan heeft of deze over een geldige verblijfsvergunning of een andere geldige machtiging tot verblijf beschikt;    2° niet ten minste voor de duur van de tewerkstelling een afschrift of de gegevens van zijn verblijfsvergunning of van zijn andere machtiging tot verblijf beschikbaar gehouden heeft voor de bevoegde inspectiediensten;    3° geen aangifte heeft gedaan van de aanvang en de beëindiging van zijn tewerkstelling overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen.    In het geval dat de verblijfsvergunning of de andere machtiging tot verblijf die door de buitenlandse onderdaan wordt voorgelegd een vervalsing is, is de in het eerste lid bedoelde sanctie van toepassing wanneer het bewezen is dat de werkgever wist dat dit document een vervalsing was.    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.    § 3. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden:    1° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten van wie de verblijfsvergunning of de machtiging tot verblijf expliciet vermeldt dat de houder van die vergunning of die machtiging niet de machtiging heeft om te werken;    2° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten van wie de verblijfsvergunning of de machtiging tot verblijf expliciet vermeldt dat de houder van die vergunning of die machtiging enkel de machtiging heeft om te werken onder bepaalde voorwaarden of binnen bepaalde grenzen, als deze voorwaarden of grenzen niet worden nageleefd;    3° een buitenlandse onderdaan arbeid heeft doen of laten verrichten van wie de verblijfsvergunning of de machtiging tot verblijf die hem machtigt om te werken werd ingetrokken.    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.    § 4. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die, in strijd met de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden:    1° een buitenlandse onderdaan België heeft laten binnenkomen om er te worden tewerkgesteld of daartoe heeft bijgedragen, tenzij de buitenlandse onderdaan in het bezit is van een geldig document dat hem machtigt om te werken en met uitzondering van de buitenlandse onderdaan voor wie de werkgever een machtiging kan verkrijgen na diens aankomst in België om er te worden tewerkgesteld;    2° een buitenlandse onderdaan heeft beloofd, tegen betaling van een vergoeding in welke voor ook, hetzij een betrekking voor hem te zoeken, hetzij hem een betrekking te bezorgen, hetzij formaliteiten te vervullen met het oog op diens tewerkstelling in België;    3° van een buitenlandse onderdaan een vergoeding in welke vorm ook heeft geëist of aangenomen, hetzij om voor hem een betrekking te zoeken, hetzij om hem een betrekking te bezorgen, hetzij om formaliteiten te vervullen met het oog op diens tewerkstelling in België;    4° als tussenpersoon is opgetreden tussen een buitenlandse onderdaan en een werkgever of de autoriteiten die zijn belast met de toepassing van de bepalingen van de voormelde wet van 9 mei 2018 of van de uitvoeringsbesluiten ervan, of nog tussen een werkgever en diezelfde autoriteiten, waarbij daden zijn gesteld die hetzij die buitenlandse onderdaan, hetzij de werkgever, hetzij de genoemde autoriteiten kunnen misleiden.    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.    § 5. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de aannemer, buiten het kader van een keten van onderaannemers, of de intermediaire aannemer, in het kader van dergelijke keten, wanneer hun rechtstreekse onderaannemer een in paragraaf 2 bedoelde inbreuk pleegt.    In afwijking van het eerste lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer niet bestraft met een sanctie van niveau 4, indien zij in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring waarin hun rechtstreekse onderaannemer bevestigt dat hij geen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt en zal tewerkstellen.    In afwijking van het tweede lid worden de aannemer en de intermediaire aannemer die in het bezit zijn van de schriftelijke verklaring bestraft met een sanctie van niveau 4, indien zij, voorafgaand aan de inbreuk bedoeld in het eerste lid, op de hoogte zijn van het feit dat hun rechtstreekse onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 bedoelde kennisgeving zijn.    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    § 6. Met een sanctie van niveau 4 worden bestraft de hoofdaannemer en intermediaire aannemer, in het kader van een keten van onderaannemers, wanneer hun onrechtstreekse onderaannemer een in paragraaf 2 bedoelde inbreuk pleegt, indien zij, voorafgaand aan de door hen gepleegde inbreuk, op de hoogte zijn van het feit dat hun onrechtstreekse onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 bedoelde kennisgeving zijn.    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    § 7. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft:    1° de opdrachtgever, buiten het kader van een onderaanneming, wanneer zijn aannemer één van de in paragraaf 2 bedoelde inbreuken pleegt, indien de opdrachtgever voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat zijn aannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 bedoelde kennisgeving zijn.    2° de opdrachtgever, binnen het kader van een onderaanneming, wanneer de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een in paragraaf 2 bedoelde inbreuk pleegt, indien de opdrachtgever voorafgaand aan de door hem gepleegde inbreuk, op de hoogte is van het feit dat de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer een of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. Het bewijs van dergelijke kennis kan de in artikel 49/2 bedoelde kennisgeving zijn.    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    § 8. In afwijking van [2 artikel 53, § 2, eerste lid, 1° en 2°, van het Strafwetboek kan de verbeurdverklaring]2, die wordt opgelegd door de rechter, eveneens worden toegepast op de roerende goederen en op de onroerende goederen door incorporatie of door bestemming, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een inbreuk op dit artikel of die gediend hebben tot of bestemd waren voor het plegen van deze inbreuk, zelfs wanneer deze goederen niet behoren tot de eigendom van de overtreder.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2018-05-09/10, art. 4, 034; Inwerkingtreding : 24-12-2018>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 40, 073; Inwerkingtreding : 11-04-2026>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 176 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 2. - Uitzendarbeid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 176.Uitzendarbeid   § 1. [3 ...]3   [3 § 1/1. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, het uitzendbureau, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers:    1° voor de periodes zonder uitzendopdracht aan de uitzendkracht, die op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt tewerkgesteld, niet het minimum gewaarborgd uurloon betaald heeft voor elk uur van een voltijdse werkdag of -week dat hij niet wordt ter beschikking gesteld van een gebruiker;    2° aan een uitzendkracht een loon betaald heeft dat lager is dan dat waarop hij recht zou gehad hebben als hij onder dezelfde voorwaarden als vaste werknemer aangeworven was door de gebruiker, buiten de gevallen die toegelaten zijn door een binnen het Paritair Comité voor de uitzendarbeid afgesloten en door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.    Wat de in het eerste lid bedoelde inbreuken betreft, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]3   § 2. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, het uitzendbureau, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de voormelde wet van 24 juli 1987 :   1° een uitzendkracht ter beschikking stelt van een gebruiker buiten de wettelijk toegestane gevallen of zonder naleving van de procedure bepaald in de wet of in een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst van de Nationale Arbeidsraad;   2° een uitzendkracht ter beschikking stelt van een gebruiker in de beroepscategorieën of bedrijfstakken waarvoor uitzendarbeid door de Koning niet is toegestaan.   Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   § 3. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de gebruiker, zijn aangestelde of zijn lasthebber, die in overtreding met voormelde wet van 24 juli 1987 :   1° een uitzendkracht heeft tewerkgesteld buiten de wettelijk toegelaten gevallen of zonder naleving van de procedure voorzien in de wet of in en door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst van de Nationale Arbeidsraad;   2° een uitzendkracht heeft tewerkgesteld in de beroepscategorieën of bedrijfstakken waarvoor uitzendarbeid niet door de Koning is toegestaan   [1 3° aan het uitzendbureau onjuiste inlichtingen verstrekt betreffende het paritair comité waaronder hij ressorteert of betreffende de lonen van de vaste werknemers.]1   [2 4° het uitzendkantoor niet, schriftelijk of op elektronische wijze, de informatie, bedoeld in artikel 18 van de voormelde wet van 24 juli 1987, meegedeeld heeft;    5° het uitzendkantoor niet, vóór de aanvang van de uitvoering van de arbeidsprestaties bedoeld in artikel 20quater van de voormelde wet van 24 juli 1987, schriftelijk of op elektronische wijze de informatie bedoeld in hetzelfde artikel 20quater meegedeeld heeft.]2   Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   ----------   (1)<W 2016-02-29/09, art. 27, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>   (2)<W 2020-06-12/05, art. 20, 046; Inwerkingtreding : 30-07-2020>   (3)<W 2024-05-15/19, art. 91, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 176/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 2. - Uitzendarbeid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 176/1.[1 De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de gebruiker van uitzendkrachten    Tijdens de periode waarin de uitzendkracht bij de gebruiker werkt, wordt deze laatste beschouwd als werkgever voor de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, in geval van inbreuk op de bepalingen waarvan de toepassing deel uitmaakt van zijn verantwoordelijkheid krachtens de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, en die betrekking hebben op de arbeidsduur, de feestdagen, de zondagsrust, de vrouwenarbeid, de moederschapsbescherming, de bescherming van moeders die borstvoeding geven, de arbeid van jeugdige personen, de nachtarbeid, de arbeidsreglementen, de bepalingen inzake het toezicht op de prestaties van de deeltijdse werknemers, [2 de bepalingen inzake het toezicht op de prestaties van de flexi-jobwerknemers zoals bepaald in artikel 24 van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, de bepalingen inzake het bijhouden van een register voor werktijdregeling in de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf ressorteren, de bepalingen inzake het bijhouden van de overeenkomst voor tewerkstelling van studenten die men tewerkstelt op de plaats waar de student is tewerkgesteld en inzake het treffen van de nodige maatregelen opdat de overeenkomst voor tewerkstelling van deze studenten te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaren en beambten wordt gehouden,]2 de gezondheid en de veiligheid van de werknemers, alsmede de salubriteit van het werk en van de werkplaatsen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-29/09, art. 28, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>   (2)<W 2024-05-15/19, art. 92, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 177 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 3. - Terbeschikkingstelling

    Lees de volledige brontekst
    Art. 177. Terbeschikkingstelling   [2 § 1.]2 Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft :   1° iedere persoon die, in overtreding met de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, een werknemer die hij heeft aangenomen ter beschikking stelt van een derde die hem gebruikt en op hem [1 enig gedeelte]1 van het gezag uitoefent, dat de werkgever toebehoort, buiten de bepalingen met betrekking tot de uitzendarbeid;   2° iedere gebruiker die een werknemer tewerkstelt die hem door een onderneming ter beschikking werd gesteld en die op hem [1 enig gedeelte]1 van het gezag uitoefent, dat de werkgever toebehoort, buiten de bepalingen met betrekking tot de uitzendarbeid voorgeschreven door de voormelde wet van 24 juli 1987.   [3[5 De inbreuken bedoeld in het eerste lid worden bestraft met de sanctie van niveau 4 wanneer er samenloop is met twee of meerdere inbreuken bedoeld in de artikelen 138, 140 tot 142, 156, 157, 162, tweede lid, 163, tweede lid, 165 tot 167, 169, 181, 181/1, 182, 184/1, 184/1/1, 184/1/2, 188/2, 188/2/1, 188/2/3, 223, § 1, eerste lid, 1° en 1° /1, of 226.]5]3.   De rechter kan bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.   [3 Voor de in het eerste lid en het tweede lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]3   [2 § 2. Wordt gestraft met een sanctie van niveau 2, de gebruiker, zijn aangestelde of lasthebber die:    1° in strijd met de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, de werkgever van de hem ter beschikking gestelde werknemer, niet vóór de aanvang van de uitvoering van de arbeidsprestaties bedoeld, al naar gelang het geval, in de artikelen 32, § 5, en 32bis, § 8, van de voormelde wet van 24 juli 1987, schriftelijk of op elektronische wijze, de informatie bedoeld in dezelfde artikelen 32, § 5, en 32bis, § 8, meegedeeld heeft;    2° in strijd met de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, de werkgeversgroepering die hem de werknemer ter beschikking gesteld heeft, niet vóór de aanvang van de arbeidsprestaties bedoeld in artikel 192/1, eerste lid, van de voormelde wet van 12 augustus 2000, schriftelijk of op elektronische wijze, de informatie bedoeld in hetzelfde artikel 192/1, eerste lid, van de voormelde wet van 12 augustus 2000, meegedeeld heeft.    Wat betreft de in het eerste lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]2   [4 § 3. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft:    1° iedere persoon die, in strijd met de wet van 3 mei 2024 houdende bepalingen betreffende sekswerk onder arbeidsovereenkomst, een sekswerker die hij heeft aangenomen ter beschikking stelt van een derde die gebruik maakt van de diensten van deze sekswerker en op hem enig gedeelte van het gezag uitoefent, dat de werkgever toebehoort;    2° iedere gebruiker die, in strijd met de wet van 3 mei 2024 houdende bepalingen betreffende sekswerk onder arbeidsovereenkomst, een sekswerker tewerkstelt die hem door een werkgever ter beschikking werd gesteld en die op hem enig gedeelte van het gezag uitoefent, dat de werkgever toebehoort.    Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken sekswerkers.]4   ----------   (1)<W 2016-02-29/09, art. 64, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>   (2)<W 2020-06-12/05, art. 21, 046; Inwerkingtreding : 30-07-2020>   (3)<W 2024-05-15/19, art. 93, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (4)<W 2024-05-03/26, art. 23, 069; Inwerkingtreding : 01-12-2024>   (5)<W 2026-03-16/16, art. 41, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 177/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 3/1. [1 - De dienstencheques]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 177/1.[1 De dienstencheques    § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen :    1° in het kader van de buurtwerken of -diensten activiteiten uitvoert die niet toegelaten zijn in de beslissing tot erkenning;    2° dienstencheques aanneemt ter betaling van activiteiten die geen buurtwerken of -diensten zijn;    3° meer dienstencheques voor betaling aanvaardt en overzendt aan het uitgiftebedrijf voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten in een bepaald kwartaal, dan het aantal bij de RSZ aangegeven arbeidsuren voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten dat voor datzelfde kwartaal is gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques.    § 2. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen :    1° dienstencheques van de gebruiker aanvaardt als de buurtwerken of -diensten nog niet zijn uitgevoerd;    2° buurtwerken of -diensten laat uitvoeren door een werknemer die niet werd aangeworven voor de uitvoering van deze buurtwerken of -diensten;    3° de registratie van de dienstenchequeactiviteiten niet op dergelijke wijze organiseert dat het mogelijk is exact na te gaan wat het verband is tussen de maandelijkse prestaties van elke individuele dienstenchequewerknemer, de gebruiker en de overeenkomstige dienstencheques;    4° buurtwerken of -diensten levert zonder hiertoe erkend te zijn;    5° indien zij een andere activiteit uitvoert dan de activiteiten waarvoor erkenning kan worden verleend op grond van de voormelde wet van 20 juli 2001 en in haar schoot geen " sui generis afdeling " heeft die zich specifiek inlaat met de tewerkstelling in het kader van het stelsel van dienstencheques, zoals bedoeld in artikel 2, § 2, eerste lid, a), van dezelfde wet;    6° werken of diensten die worden gefinancierd met dienstencheques in onderaanneming laat uitvoeren door een andere onderneming of instelling;    7° een ander dan het vanaf haar erkenning bijkomend arbeidsvolume van activiteiten van thuishulp van huishoudelijke aard laat betalen met dienstencheques.    § 3. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen :    1° geen geschreven arbeidsovereenkomst dienstencheques opmaakt uiterlijk binnen twee werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop de werknemer in dienst treedt;    2° de arbeidsovereenkomst dienstencheques onvolledig of onjuist opmaakt;    3° een werknemer die tijdens zijn deeltijdse tewerkstelling geniet van een werkloosheidsuitkering, een leefloon of van financiële sociale hulp geen voorrang geeft tot het bekomen van een voltijdse betrekking of van een andere, al dan niet bijkomende, deeltijdse dienstbetrekking waardoor hij een nieuwe deeltijdse arbeidsregeling verkrijgt waarvan de wekelijkse arbeidsduur hoger is dan die van de deeltijdse arbeidsregeling waarin hij reeds werkt;    4° de gebruiker vertegenwoordigt voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid, en van artikel 6 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, of de werknemer vertegenwoordigt om de dienstencheques te ondertekenen;    5° de dienstencheques niet gegroepeerd per maand waarin de prestaties effectief verricht zijn, ter betaling overzendt aan het uitgiftebedrijf.    Voor de in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    § 4. Met een sanctie van niveau 3 worden bestraft, de gebruiker en de werknemer die, in strijd met de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, wetens en willens hebben deelgenomen aan een in de §§ 1 of 2 bedoelde inbreuk gepleegd door een werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber.    § 5. Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft, de gebruiker en de werknemer die, in strijd met de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, wetens en willens hebben deelgenomen aan een in de § 3 bedoelde inbreuk gepleegd door een werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2012-06-22/02, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 24-12-2012>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 177/1 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 3/1. [1 - De dienstencheques]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 177/1_WAALS_GEWEST.    [1 De dienstencheques    § 1. [2 ...]2    § 2. [2 ...]2    § 3. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen :    1° geen geschreven arbeidsovereenkomst dienstencheques opmaakt uiterlijk binnen twee werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop de werknemer in dienst treedt;    2° de arbeidsovereenkomst dienstencheques onvolledig of onjuist opmaakt;    3° [3 ...]3    4° [2 ...]2    5° [2 ...]2 .    Voor de in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    § 4. [2 ...]2    § 5. [2 ...]2 ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2012-06-22/02, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 24-12-2012>   (2)<DWG 2016-04-28/08, art. 79, 2°, 018; Inwerkingtreding : 21-05-2016>   (3)<DWG 2019-02-28/25, art. 151, 042; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 177/1 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 3/1. [1 - De dienstencheques]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 177/1_VLAAMS_GEWEST.    <Opgeheven bij DVR 2015-04-24/05, art. 43, 014; Inwerkingtreding : 01-05-2015>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 177/1 · Brussel

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 3/1. [1 - De dienstencheques]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 177/1_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   [1 De dienstencheques    § 1. [2 ...]2.    § 2.[2 ...]2.    § 3. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen :    1° geen geschreven arbeidsovereenkomst dienstencheques opmaakt uiterlijk binnen twee werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop de werknemer in dienst treedt;    2° de arbeidsovereenkomst dienstencheques onvolledig of onjuist opmaakt;    3° [2 ...]2;    4° [2 ...]2;    5° [2 ...]2.    Voor de in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    § 4. [2 ...]2.    § 5. [2 ...]2.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2012-06-22/02, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 24-12-2012>   (2)<ORD 2015-07-09/17, art. 45, 2°, 019; Inwerkingtreding : 01-08-2016 (BESL 2016-06-09/15, art. 42, 1°)>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 178 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 4. - Bijzondere activiteitensectoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 178. Havenarbeid   Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid en de uitvoeringsbesluiten ervan :   1° havenarbeid heeft doen of laten verrichten in de havengebieden door werknemers die niet als havenarbeider zijn erkend of die niet als gelegenheidshavenarbeider werden aangeworven, dan wel van wie de erkenning is geschorst, ingetrokken of verstreken;   2° de door de Koning opgelegde verplichting om zich aan te sluiten bij een bij koninklijk besluit erkende organisatie van werkgevers die in de hoedanigheid van lasthebber alle sociale verplichtingen vervult die voortvloeien uit de tewerkstelling van havenarbeiders, niet heeft nagekomen.   Voor de in het eerste lid, 1°, bedoelde inbreuk wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 179 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 4. - Bijzondere activiteitensectoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 179. Zeevisserij   Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser, in het kader van een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij zeevissers als bemanningslid tewerkstelt die niet zijn erkend onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald door de Koning of van wie de erkenning is geschorst, ingetrokken of van rechtswege is vervallen, met uitzondering van de gevallen van tijdelijke en uitzonderlijke tewerkstelling zonder erkenning.   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 180 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4. - Illegale arbeid / Afdeling 4. - Bijzondere activiteitensectoren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 180. Diamantindustrie   Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft :   1° de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 30 december 1950 tot regeling der diamantnijverheid :   a) één of meerdere werknemers heeft tewerkgesteld die geen houder zijn van een bijzondere arbeidskaart;   b) diamant heeft laten bewerken zonder houder van een bijzondere machtiging te zijn;   c) diamant heeft laten bewerken in een werkplaats die niet aangenomen werd door de minister die bevoegd is voor arbeid of door zijn afgevaardigde;   2° eenieder die, in strijd met de voormelde wet van 30 december 1950 :   a) diamant heeft bewerkt ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst zonder houder te zijn van een bijzondere arbeidskaart;   b) voor eigen rekening diamant heeft bewerkt zonder houder te zijn van een bijzondere machtiging;   c) diamant heeft bewerkt in een werkplaats die niet aangenomen werd door de minister bevoegd voor arbeid of door zijn afgevaardigde.   Voor de in het eerste lid, 1°, a) en b), bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   De rechter kan bij inbreuk bedoeld in het eerste lid, 1°, a) of c), de bijzondere machtiging van de werkgever intrekken voor een termijn van één tot zes maanden.   Hij kan bovendien, bij inbreuk op het eerste lid, 2°, c), de arbeidskaart van de werknemer intrekken voor een termijn van één tot zes maanden.
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 180/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 4/1. [1 - Distributie van pakketten door een aanbieder van postdiensten]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 180/1. [1 Niet-naleving van verplichtingen inzake pakketdistributietijd    Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft de aanbieder van postdiensten, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 26 januari 2018 betreffende de postdiensten, de verplichtingen inzake de pakketdistributietijdregistratie, bedoeld in de artikelen 5/3 en 5/4, van deze wet niet naleeft.    Wat de in het eerste lid bedoelde inbreuken betreft, wordt de boete vermenigvuldigd met het aantal pakketbezorgers voor wie er geen pakketdistributietijdregistratie bestaat.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2023-12-17/20, art. 21, 065; Inwerkingtreding : 07-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 181 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 5. - Niet-aangegeven arbeid / Afdeling 1. - Niet-aangifte van een werknemer aan de overheid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 181.[1 De onmiddellijke aangifte van tewerkstelling    § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels :    1° de gegevens die opgelegd zijn door voormeld koninklijk besluit van 5 november 2002 niet elektronisch heeft meegedeeld aan de instelling belast met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze, uiterlijk op het tijdstip waarop de werknemer zijn prestaties aanvat, en uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de beëindiging van de aangegeven tewerkstelling;    2° de wijziging van de gegevens inzake arbeidstijd bedoeld [2 in het artikel 5bis, § 2,2°, en § 3, eerste lid, 1°, het artikel 6, 6°, 2°, en het artikel 7/1, tweede lid, van voormeld koninklijk besluit van 5 november 2002,]2, namelijk van het tijdstip van het einde van de prestatie, niet heeft meegedeeld aan de instelling die belast is met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen, uiterlijk op het einde van de kalenderdag waarop ze betrekking hebben, wanneer de werknemer zijn prestaties vroeger beëindigt dan voorzien;    3° een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling geannuleerd heeft na het einde van de kalenderdag waarop deze betrekking heeft of, als de aangifte sloeg op een periode die twee kalenderdagen of meer bestrijkt, deze geannuleerd heeft na de eerste kalenderdag van de prestatie die was voorzien.    Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    Wanneer de inbreuk [3 opzettelijk]3 is gepleegd, kan de rechter bovendien de straffen bepaald [4 in de artikelen 106, 107 en 107/1/1]4 uitspreken.    § 2. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, wanneer een [2 werknemer]2 wordt tewerkgesteld voor een langere dagelijkse periode dan deze aangekondigd in de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling die in het begin van de dag wordt gedaan, de wijziging van de gegevens inzake arbeidstijd bedoeld [2 in het artikel 5bis, § 2, 2°, en § 3, eerste lid, 1°, het artikel 6, 6°, 2°, en het artikel 7/1, tweede lid, van voormeld koninklijk besluit van 5 november 2002]2, namelijk van het tijdstip van het einde van de prestatie, niet heeft meegedeeld aan de instelling die belast is met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen, uiterlijk binnen de periode van acht uur die volgt op het in de initiële aangifte voorziene einduur, of wanneer het initieel aangekondigde einduur tussen twintig en vierentwintig uur valt, uiterlijk om acht uur 's morgens van de volgende kalenderdag.    Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    Wanneer de inbreuk [3 opzettelijk]3 is gepleegd, kan de rechter bovendien de straffen bepaald [4 in de artikelen 106, 107 en 107/1/1]4 uitspreken.]1   ----------   (1)<W 2016-02-29/09, art. 29, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>   (2)<W 2024-05-15/19, art. 94, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (3)<W 2026-03-16/16, art. 42, 073; Inwerkingtreding : 11-04-2026>   (4)<W 2026-05-30/01, art. 133, 075; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 181/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 5. - Niet-aangegeven arbeid / Afdeling 1. - Niet-aangifte van een werknemer aan de overheid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 181/1.[1 De onmiddellijke aangifte van tewerkstelling in bijzondere activiteitssectoren    § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft :    1° de werkgever die ressorteert onder het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf, onder het paritair comité voor de landbouw, of onder het paritair comité voor de uitzendarbeid, zijn aangestelde of lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, voor de gelegenheidswerknemer die hij tewerkstelt, niet per dag en tegelijkertijd met de gegevens opgesomd in artikel 4 van voormeld koninklijk besluit van 5 november 2002 het tijdstip van het begin van de prestatie en het tijdstip van het einde van de prestatie meedeelt;    2° de werkgever die ressorteert onder het paritair comité voor het hotelbedrijf of onder het paritair comité voor de uitzendarbeid indien de gebruiker ressorteert onder het paritair comité voor het hotelbedrijf, zijn aangestelde of zijn lasthebber, die, in strijd met voormeld koninklijk besluit van 5 november 2002, voor de gelegenheidswerknemer als bedoeld in artikel 31ter van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, die hij tewerkstelt, niet per dag en tegelijkertijd met de gegevens opgesomd in artikel 4 van voormeld koninklijk besluit van 5 november 2002, ofwel het tijdstip van het begin van de prestatie en het tijdstip van het einde van de prestatie, ofwel het tijdstip van het begin van de prestatie in het geval van een dagblok meegedeeld heeft.    Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    Wanneer de inbreuk [2 opzettelijk]2 is gepleegd, kan de rechter bovendien de straffen bepaald [3 in de artikelen 106, 107 en 107/1/1]3 uitspreken.    § 2. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever die ressorteert onder het paritair comité voor de uitzendarbeid en die een gelegenheidswerknemer tewerkstelt bij een gebruiker die ressorteert onder het paritair comité voor het hotelbedrijf, zijn aangestelde of zijn lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het ondernemingsnummer en het paritair comité van de gebruiker niet vermeld heeft.    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    Wanneer de inbreuk [2 opzettelijk]2 is gepleegd, kan de rechter bovendien de straffen bepaald [3 in de artikelen 106, 107 en 107/1/1]3 uitspreken.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-29/09, art. 30, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 43, 073; Inwerkingtreding : 11-04-2026>   (3)<W 2026-05-30/01, art. 134, 075; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
    Open officiële bron ↗