Gratis brononderzoek

Sociaal Strafwetboek

Sociaalrechtelijke inbreuken, toezicht en sancties.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-06-01

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

393 bronvarianten

  1. Art. 182 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 5. - Niet-aangegeven arbeid / Afdeling 1. - Niet-aangifte van een werknemer aan de overheid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 182. Voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen   § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft :   1° de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met hoofdstuk VIII van titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan, geen melding bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid heeft gedaan voorafgaand aan de tewerkstelling van een werknemer gedetacheerd op het Belgisch grondgebied volgens de nadere regels bepaald door de Koning;   2° [2 de werkgever, gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie of gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, die, in strijd met artikel 7/1/2, § 1, van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, voorafgaand aan de tewerkstelling van een bestuurder op het Belgisch grondgebied in het kader van activiteiten in de sector van het wegvervoer, geen detacheringsverklaring heeft ingediend bij de door de Koning aangewezen ambtenaren, door middel van het meertalig standaardformulier van de openbare interface die is verbonden met het bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 ingestelde informatiesysteem voor de interne markt]2;   3° [2 de werkgever, die gevestigd is in een land dat geen lid is van de Europese Unie, noch het Verenigd Koninkrijk is, en die, in strijd met artikel 7/1/2, § 2, van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, voorafgaand aan de tewerkstelling van een bestuurder op het Belgisch grondgebied in het kader van activiteiten in de sector van het wegvervoer, geen detacheringsverklaring heeft ingediend bij de door de Koning aangewezen ambtenaren]2;   [3 4° de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, vóór het einde van de aangegeven duur, geen nieuwe melding bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid gedaan heeft wanneer de detachering langer duurt dan de oorspronkelijk aangegeven duur.]3   Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers [2 of bestuurders]2 [1 ...]1 .   [4 Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken kan de rechter bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.]4   § 2. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de gedetacheerde zelfstandige die, in strijd met hoofdstuk VIII van titel IV van de voormelde wet van 27 december 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan, geen melding bij het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen heeft gedaan voorafgaand aan de uitoefening van een beroepsactiviteit als gedetacheerd zelfstandige op het Belgisch grondgebied volgens de door de Koning bepaalde nadere regels.   ----------   (1)<W 2013-11-11/03, art. 11, 011; Inwerkingtreding : 01-07-2013>   (2)<W 2022-06-19/01, art. 29, 054; Inwerkingtreding : 11-07-2022>   (3)<W 2024-05-15/19, art. 95, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (4)<W 2026-03-16/16, art. 44, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 183 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 5. - Niet-aangegeven arbeid / Afdeling 1. - Niet-aangifte van een werknemer aan de overheid

    Lees de volledige brontekst
    Art. 183.Verplichtingen van de eindgebruikers of opdrachtgevers   Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft :   1° iedere persoon, bij wie of voor wie door gedetacheerde werknemers [1 ...]1, rechtstreeks of via onderaanneming, werkzaamheden verricht worden, in strijd met hoofdstuk VIII van titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan, die voorafgaand aan het begin van de tewerkstelling van deze personen, via elektronische weg en volgens de nadere regels bepaald door de Koning, geen melding heeft gedaan van de identiteitsgegevens van de personen die niet in de mogelijkheid zijn een ontvangstbewijs voor te leggen, aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid;   2° iedere persoon, bij wie of voor wie door gedetacheerde zelfstandigen [1 ...]1 , rechtstreeks of via onderaanneming, werkzaamheden verricht worden, in strijd met hoofdstuk VIII van titel IV van de voormelde wet van 27 december 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan, die voorafgaand aan het begin van de tewerkstelling van deze personen, via elektronische weg en volgens de nadere regels bepaald door de Koning, geen melding heeft gedaan van de identiteitsgegevens van de personen die niet in de mogelijkheid zijn een ontvangstbewijs voor te leggen, aan het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen.   Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers [1 of zelfstandigen]1 .   ----------   (1)<W 2013-11-11/03, art. 12, 011; Inwerkingtreding : 01-07-2013>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 183/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 5. - Niet-aangegeven arbeid / Afdeling 1/1.[1 - Niet-aangegeven arbeid in hoofde van de werknemer]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 183/1. [1 Niet-aangegeven arbeid    Met een sanctie [2 van niveau 3]2 wordt bestraft eenieder, die arbeid verricht in ondergeschikt verband ten overstaan van een werkgever die niet voldoet aan de bepalingen van de artikelen 4 tot 6 van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, en voor zover :    - deze werknemer [3 opzettelijk]3 deze arbeid uitoefent wetende dat deze niet aangegeven is;    - er tegen de werkgever eveneens een proces-verbaal werd opgesteld voor deze niet aangegeven tewerkstelling.    Het eerste lid is niet van toepassing op de werknemers die tegelijk een vervangingsuitkering ontvangen en die ten gevolge van de in het eerste lid bedoelde tewerkstelling tijdelijk het recht op deze vervangingsuitkering kunnen verliezen en om die reden een andere administratieve of strafrechtelijke sanctie kunnen oplopen.]1   [3 De inbreuk bedoeld in het eerste lid wordt niet bestraft wanneer ze door een slachtoffer van mensenhandel gepleegd is als direct gevolg van zijn uitbuiting.]3   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-29/09, art. 32, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>   (2)<W 2024-05-15/19, art. 96, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (3)<W 2026-03-16/16, art. 45,2°, 073; Inwerkingtreding : 11-04-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 184 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 5. - Niet-aangegeven arbeid / Afdeling 2. - Het niet aangaan van een arbeidsongevallenverzekering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 184. Het niet aangaan van een arbeidsongevallenverzekering   Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die geen arbeidsongevallenverzekering heeft aangegaan bij een verzekeringsonderneming met toepassing van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.   [1 Wanneer de inbreuk [2 opzettelijk]2 is gepleegd is de sanctie van niveau 4.]1   Wanneer de inbreuk [2 opzettelijk]2 is gepleegd, kan de rechter bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 97, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 46, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 184/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 5/1. [1 - De mededeling van de aanwijzing van een verbindingspersoon in geval van detachering van werknemers in België]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 184/1.[1 [2 Het gebrek aan mededeling van de aanwijzing van de aan te wijzen persoon of van de contactgegevens van de aangewezen persoon in geval van detachering van werknemers in België]2.    Met een sanctie van [2 niveau 4]2 wordt gestraft de werkgever in de zin van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, die niet overgaat tot de mededeling van de aanwijzing van de verbindingspersoon in de zin van dezelfde wet, voorzien overeenkomstig zijn [2 artikel 7/2, § 1, eerste lid]2, aan de door de Koning aangewezen ambtenaren.]1   [2 Met een sanctie van niveau 4 wordt gestraft de werkgever, die voorafgaand aan de tewerkstelling van een bestuurder in België in het kader van activiteiten in de sector van het wegvervoer, niet overgaat tot de mededeling van de contactgegevens van de vervoersmanager of een andere contactpersoon in het land van vestiging van de werkgever, die voor rekening van de werkgever optreedt als tussenpersoon met de door de Koning aangewezen ambtenaren, overeenkomstig artikel 7/2, § 2, tweede lid, van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan.]2   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-11/03, art. 38, 021; Inwerkingtreding : 30-12-2016>   (2)<W 2022-06-19/01, art. 30, 054; Inwerkingtreding : 11-07-2022>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 184/1/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 5/2. [1 - Bijzondere verplichtingen in de sector van het wegvervoer]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 184/1/1. [1 De voorafgaande informatie in verband met zijn detachering aan de bestuurder in de sector van het wegvervoer.    Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, die in strijd met de wet van 19 juni 2022 houdende diverse bepalingen inzake de detachering van bestuurders in de sector van het wegvervoer, zijn bestuurder alvorens hem te detacheren niet de informatie, zoals vermeld in artikel 4 van de voornoemde wet van 19 juni 2022 en volgens de nadere regels bepaald bij hetzelfde artikel, heeft meegedeeld.    Voor de inbreuken bedoeld in het eerste lid wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken bestuurders.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2022-06-19/01, art. 32, 054; Inwerkingtreding : 11-07-2022>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 184/1/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 5/2. [1 - Bijzondere verplichtingen in de sector van het wegvervoer]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 184/1/2.[1 De medeaansprakelijkheid in geval van het uitvoeren van diensten van wegvervoer.    § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :    1° "de opdrachtgever" : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die, in het kader van een aannemingsovereenkomst, tegen een prijs de uitvoering van diensten van wegvervoer bestelt of laat bestellen.    De bestemmeling van de vervoerovereenkomst wordt in dit kader gelijkgesteld met de opdrachtgever;    2° "vervoerscommissionair" : elke natuurlijke of rechtspersoon die, tegen vergoeding, de verbintenis aangaat een transport van goederen te verrichten en dit transport in eigen naam door derden laat uitvoeren;    3° "commissionair-expediteur" : elke natuurlijke of rechtspersoon die, tegen vergoeding, de verbintenis aangaat goederen te laten vervoeren in eigen naam maar voor rekening van zijn committent, en één of meer met dat vervoer samenhangende verrichtingen, zoals het in ontvangst nemen, het bezorgen aan derden-vervoerders, het opslaan, de verzekering en het in- of uitklaren, uit te voeren of te doen uitvoeren.    Dit artikel is niet van toepassing op de opdrachtgever die een natuurlijke persoon is en die uitsluitend voor privédoeleinden activiteiten in de sector van het wegvervoer laat uitvoeren.    § 2. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de opdrachtgever, de vervoerscommissionair of de commissionair-expediteur, die bij een werkgever de uitvoering van diensten van wegvervoer bestelt of laat bestellen, wanneer deze opdrachtgever, vervoerscommissionair of commissionair-expediteur, alle relevante omstandigheden in aanmerking genomen, weet of had moeten weten dat, in het kader van een dergelijke uitvoering, de werkgever die het vervoer bewerkstelligt de verplichtingen bepaald bij artikel 7/1/1 van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, niet naleeft.    § 3. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de opdrachtgever, de vervoerscommissionair of de commissionair-expediteur, die bij een werkgever de uitvoering van diensten van wegvervoer bestelt of laat bestellen, wanneer deze opdrachtgever, vervoerscommissionair of commissionair-expediteur, alle relevante omstandigheden in aanmerking genomen, weet of had moeten weten dat, in het kader van een dergelijke uitvoering, de werkgever die het vervoer bewerkstelligt de verplichtingen bepaald bij artikel 15ter van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, niet naleeft.    § 4. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de opdrachtgever, de vervoerscommissionair of de commissionair-expediteur, die bij een werkgever de uitvoering van diensten van wegvervoer bestelt of laat bestellen, wanneer deze opdrachtgever, vervoerscommissionair of commissionair-expediteur alle relevante omstandigheden in aanmerking genomen, weet of had moeten weten dat, in het kader van een dergelijke uitvoering, de werkgever, die het vervoer bewerkstelligt de detacheringsverklaring voorzien in artikel 7/1/2 van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, niet ingediend heeft.]1   [2 § 5. Voor de in de paragrafen 2, 3 en 4 bedoelde inbreuken kan de rechter bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.]2   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2022-06-19/01, art. 33, 054; Inwerkingtreding : 11-07-2022>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 47, 073; Inwerkingtreding : 11-04-2026>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 184/1/3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 5/3. [1 - De organisatie van de onderaanneming]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 184/1/3.[1 De organisatie van de onderaanneming in het kader van overheidsopdrachten    § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de onderaannemer, zijn aangestelde of zijn lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, het geheel van de uitvoering van de overeenkomst die hij gesloten heeft met zijn eigen medecontractant, in onderaanneming heeft gegeven aan een andere onderaannemer, of alleen de coördinatie van de uitvoering van deze overeenkomst heeft behouden.    § 2. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de onderaannemer van het derde niveau, elke onderaannemer in de onderaannemingsketen na de onderaannemer van het derde niveau, hun aangestelde of hun lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, in strijd met het verbod op onderaanneming op een bijkomend niveau, de in artikel 12/3, § 2, 1°, van het voormelde koninklijk besluit, bedoelde werken, toegewezen door de aanbestedende overheid aan de aanbesteder, in onderaanneming hebben gegeven, buiten de door de Koning toegestane situaties.    § 3. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de onderaannemer van het tweede niveau, elke onderaannemer in de onderaannemingsketen na de onderaannemer van het tweede niveau, hun aangestelde of hun lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, in strijd met het verbod op onderaanneming op een bijkomend niveau, de in artikel 12/3, § 2, 2° of 3°, van het voormelde koninklijk besluit, bedoelde werken of diensten, toegewezen door de aanbestedende overheid aan de aanbesteder, in onderaanneming hebben gegeven, buiten de door de Koning toegestane situaties.]1   [2 § 4. Voor de in de paragrafen 2, 3 en 4 bedoelde inbreuken kan de rechter bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.]2   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/19, art. 176, 068; Inwerkingtreding : 21-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 48, 073; Inwerkingtreding : 11-04-2026>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 184/1/4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 5/3. [1 - De organisatie van de onderaanneming]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 184/1/4.[1 De organisatie van de onderaanneming in het kader van concessieovereenkomsten    § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de onderaannemer, zijn aangestelde of zijn lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 25 juni 2017 betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten, het geheel van de uitvoering van de concessie die hij gesloten heeft met zijn eigen medecontractant, in onderaanneming heeft gegeven aan een andere onderaannemer, of alleen de coördinatie van de uitvoering van deze concessie heeft behouden.    § 2. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de onderaannemer van het derde niveau, elke onderaannemer in de onderaannemingsketen na de onderaannemer van het derde niveau, hun aangestelde of hun lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 25 juni 2017 betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten, in strijd met het verbod op onderaanneming op een bijkomend niveau, een in artikel 53, § 2, 1°, van het voormelde koninklijk besluit, bedoelde concessie voor werken, toegewezen door de aanbestedende overheid aan de aanbesteder, in onderaanneming hebben gegeven, buiten de door de Koning toegestane situaties.    § 3. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de onderaannemer van het tweede niveau, elke onderaannemer in de onderaannemingsketen na de onderaannemer van het tweede niveau, hun aangestelde of hun lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 25 juni 2017 betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten, in strijd met het verbod op onderaanneming op een bijkomend niveau, een in artikel 53, § 2, 2°, van het voormelde koninklijk besluit, bedoelde concessie voor werken of een in artikel 53, § 2, 3°, van het voormelde koninklijk besluit, bedoelde concessie voor diensten, toegewezen door de aanbestedende overheid aan de aanbesteder, in onderaanneming hebben gegeven, buiten de door de Koning toegestane situaties.]1   [2 § 4. Voor de in de paragrafen 2, 3 en 4 bedoelde inbreuken kan de rechter bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.]2   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/19, art. 177, 068; Inwerkingtreding : 21-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 48, 073; Inwerkingtreding : 11-04-2026>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 184/1/5 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 5/3. [1 - De organisatie van de onderaanneming]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 184/1/5.[1 De organisatie van de onderaanneming buiten het kader van overheidsopdrachten    § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de onderaannemer, zijn aangestelde of zijn lasthebber, die, in strijd met de wet van 15 mei 2024 houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen, het geheel van de uitvoering van de overeenkomst die hij gesloten heeft met zijn eigen medecontractant, in onderaanneming heeft gegeven aan een andere onderaannemer, of alleen de coördinatie van de uitvoering van deze overeenkomst heeft behouden.    § 2. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de onderaannemer van het derde niveau, elke onderaannemer in de onderaannemingsketen na de onderaannemer van het derde niveau, hun aangestelde of hun lasthebber, die, in strijd met de wet van 15 mei 2024 houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen, in strijd met het verbod op onderaanneming op een bijkomend niveau, de werkzaamheden in de verhuissector, uitgevoerd in opdracht van de opdrachtgever, in onderaanneming hebben gegeven, buiten de door de Koning toegestane situaties.]1   [2 § 3. Voor de in de paragrafen 2, 3 en 4 bedoelde inbreuken kan de rechter bovendien de straffen bepaald in de artikelen 106 en 107 uitspreken.]2   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 178, 068; Inwerkingtreding : 01-01-2025>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 49, 073; Inwerkingtreding : 11-04-2026>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 185 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 6. [1 - Inbreuken betreffende sociale documenten of documenten van sociale aard]1 / Afdeling 1. - Register van de uitzendkrachten

    Lees de volledige brontekst
    Art. 185.Register van de uitzendkrachten   Met een sanctie [1 van niveau 1]1 wordt bestraft, eenieder die, in strijd met de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, het door de Koning voorgeschreven document niet heeft bijgehouden dat toelaat het gemiddelde van de uitzendkrachten die door een gebruiker worden tewerkgesteld te berekenen met het oog op de vastlegging van de oprichtingspercentages van een ondernemingsraad en van een comité voor preventie en bescherming op het werk.   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 98, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 186 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 6. [1 - Inbreuken betreffende sociale documenten of documenten van sociale aard]1 / Afdeling 2. [1 - De overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, de overeenkomst voor tewerkstelling van huisarbeiders, de beroepsinlevingsovereenkomst, de overeenkomst voor het mobiliteitsbudget met toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget [2 , de arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid en de arbeidsovereenkomst voor sekswerker]2, het verzoek en de overeenkomst die vereist zijn voor de toepassing van de arbeidsregeling bedoeld in artikel 20bis/1 van de arbeidswet van 16 maart 1971 en het verzoek en de overeenkomst(en) die vereist zijn voor de toepassing van de arbeidsregeling bedoeld in artikel 20quater van de voormelde wet van 16 maart 1971.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 186.[1[2 De overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, de overeenkomst voor tewerkstelling van huisarbeiders, de beroepsinlevingsovereenkomst, de overeenkomst voor de mobiliteitsvergoeding met toepassing van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, de overeenkomst voor het mobiliteitsbudget met toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget en de arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid]2]1   Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten :   1° geen schriftelijke overeenkomst voor tewerkstelling van studenten [1 en geen schriftelijke overeenkomst voor de mobiliteitsvergoeding met toepassing van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding]1 [2 , en geen schriftelijke overeenkomst voor het mobiliteitsbudget met toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget]2 opmaakt;   2° een werknemer die met de werkgever verbonden is door de overeenkomst voor tewerkstelling van studenten niet vermeldt in het algemeen personeelsregister, in het speciaal personeelsregister en in het aanwezigheidsregister;   3° de overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, de overeenkomst voor tewerkstelling van huisarbeiders, de beroepsinlevingsovereenkomst [1 , de overeenkomst voor de mobiliteitsvergoeding met toepassing van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding]1 [3 , de overeenkomst voor het mobiliteitsbudget met toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget]3 en de arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid niet gedurende het voorgeschreven tijdperk bewaart;   4° verzuimt de overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, de overeenkomst voor tewerkstelling van huisarbeiders, de beroepsinlevingsovereenkomst [1 , de overeenkomst voor de mobiliteitsvergoeding met toepassing van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding]1 [2 , de overeenkomst voor het mobiliteitsbudget met toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget]2 en de arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid binnen de gestelde termijnen aan de werknemers af te geven;   5° de overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, de overeenkomst voor tewerkstelling van huisarbeiders, de beroepsinlevingsovereenkomst [2 de overeenkomst voor de mobiliteitsvergoeding met toepassing van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, de overeenkomst voor het mobiliteitsbudget met toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget]2 en de arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid onvolledig of onjuist opmaakt;   6° niet de nodige maatregelen treft opdat de overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, de overeenkomst voor tewerkstelling van huisarbeiders, de beroepsinlevingsovereenkomst [2 de overeenkomst voor de mobiliteitsvergoeding met toepassing van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, de overeenkomst voor het mobiliteitsbudget met toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget]2 en de arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaren en beambten wordt gehouden;   7° de overeenkomst voor tewerkstelling van studenten niet op de aangegeven plaats opbergt of bewaart.   Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   ----------   (1)<W 2018-03-30/32, art. 18, 028; Inwerkingtreding : 01-01-2018>   (2)<W 2019-03-17/05, art. 18, 039; Inwerkingtreding : 01-03-2019>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 164, 041; Inwerkingtreding : 01-03-2019>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 186/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 6. [1 - Inbreuken betreffende sociale documenten of documenten van sociale aard]1 / Afdeling 2. [1 - De overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, de overeenkomst voor tewerkstelling van huisarbeiders, de beroepsinlevingsovereenkomst, de overeenkomst voor het mobiliteitsbudget met toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget [2 , de arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid en de arbeidsovereenkomst voor sekswerker]2, het verzoek en de overeenkomst die vereist zijn voor de toepassing van de arbeidsregeling bedoeld in artikel 20bis/1 van de arbeidswet van 16 maart 1971 en het verzoek en de overeenkomst(en) die vereist zijn voor de toepassing van de arbeidsregeling bedoeld in artikel 20quater van de voormelde wet van 16 maart 1971.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 186/1. [1 De verzoeken en de overeenkomsten die vereist zijn voor de toepassing van een bepaalde arbeidsregeling    § 1. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de arbeidswet van 16 maart 1971:    1° het voorafgaandelijk en schriftelijke verzoek van de werknemer en de overeenkomst bedoeld in artikel 20bis/1 van de Arbeidswet van 16 maart 1971 of een afschrift van deze documenten, gedurende de periode waarop zij betrekking hebben, niet bijhoudt op de door de wet voorziene plaats;    2° het voorafgaandelijk en schriftelijke verzoek van de werknemer en de overeenkomst bedoeld in artikel 20bis/1 van de Arbeidswet van 16 maart 1971 of een afschrift van deze documenten niet gedurende de voorgeschreven duur bewaart;    3° niet de nodige maatregelen treft opdat het voorafgaandelijke en schriftelijke verzoek van de werknemer en de overeenkomst bedoeld in artikel 20bis/1 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of een afschrift van deze documenten, te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaren wordt gehouden.    Wat betreft de in het eerste lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    § 2. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de arbeidswet van 16 maart 1971:    1° het voorafgaandelijk en schriftelijke verzoek van de werknemer en de overeenkomst(en) bedoeld in artikel 20quater van de Ar-beidswet van 16 maart 1971 of een afschrift van deze documenten, gedurende de periode waarop zij betrekking hebben, niet bijhoudt op de door de wet voorziene plaats;    2° het voorafgaandelijk en schriftelijke verzoek van de werknemer en de overeenkomst(en) bedoeld in artikel 20quater van de Arbeidswet van 16 maart 1971 of een afschrift van deze documenten niet gedurende de voorgeschreven duur bewaart;    3° niet de nodige maatregelen treft opdat het voorafgaandelijk en schriftelijke verzoek van de werknemer en de overeenkomst(en) bedoeld in artikel 20quater van de arbeidswet van 16 maart 1971 of een afschrift van deze documenten, te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaren wordt gehouden.    Wat betreft de in het eerste lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2022-10-03/06, art. 11, 057; Inwerkingtreding : 20-11-2022>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 186/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 6. [1 - Inbreuken betreffende sociale documenten of documenten van sociale aard]1 / Afdeling 2. [1 - De overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, de overeenkomst voor tewerkstelling van huisarbeiders, de beroepsinlevingsovereenkomst, de overeenkomst voor het mobiliteitsbudget met toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget [2 , de arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid en de arbeidsovereenkomst voor sekswerker]2, het verzoek en de overeenkomst die vereist zijn voor de toepassing van de arbeidsregeling bedoeld in artikel 20bis/1 van de arbeidswet van 16 maart 1971 en het verzoek en de overeenkomst(en) die vereist zijn voor de toepassing van de arbeidsregeling bedoeld in artikel 20quater van de voormelde wet van 16 maart 1971.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 186/2. [1 De arbeidsovereenkomst voor sekswerker    Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 3 mei 2024 houdende bepalingen betreffende sekswerk onder arbeidsovereenkomst:    1° geen arbeidsovereenkomst voor sekswerker schriftelijk heeft vastgesteld voor elke individuele sekswerker, uiterlijk op het ogenblik van de uitvoering van de overeenkomst;    2° de arbeidsovereenkomst voor sekswerker onvolledig of onjuist heeft opgemaakt;    3° niet de nodige maatregelen heeft getroffen opdat de arbeidsovereenkomst voor sekswerker te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaren en beambten wordt gehouden;    4° op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden ingezien in toepassing van artikel 15 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, geen afschrift van de arbeidsovereenkomst voor sekswerker hetzij op papier, hetzij in elektronische vorm heeft bewaard.    Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-03/26, art. 25, 069; Inwerkingtreding : 01-12-2024>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 187 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 6. [1 - Inbreuken betreffende sociale documenten of documenten van sociale aard]1 / Afdeling 3. - Individuele rekening

    Lees de volledige brontekst
    Art. 187.Individuele rekening   § 1. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten, geen individuele rekening opstelt [1 of de individuele rekening onvolledig of onjuist opstelt]1.   De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   § 2. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het voormeld koninklijk besluit van 23 oktober 1978 :   1° nalaat de individuele rekening binnen de opgelegde termijnen aan de werknemer af te geven;   2° [1 ...]1   3° [1 ...]1   4° de individuele rekening niet op de aangegeven plaats bijhoudt of bewaart.   Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.   [1 § 3. Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft, de werkgever die, in strijd met het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten, niet de nodige voorzieningen treft opdat de individuele rekening te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaren en beambten wordt gehouden.    Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuk, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 99, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 188 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 6. [1 - Inbreuken betreffende sociale documenten of documenten van sociale aard]1 / Afdeling 4. - Algemeen personeelsregister, speciaal personeelsregister, aanwezigheidsregister en register voor werktijdregeling

    Lees de volledige brontekst
    Art. 188.Algemeen personeelsregister, speciaal personeelsregister, aanwezigheidsregister en register voor werktijdregeling   [1 § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten:    1° geen algemeen personeelsregister, geen aanwezigheidsregister of geen register voor werktijdregeling opstelt;    2° het algemeen personeelsregister, het aanwezigheidsregister of het register voor werktijdregeling onvolledig of onjuist opmaakt;    3° in het aanwezigheidsregister of in het register voor werktijdregeling niet de tijdstippen van begin en einde van de arbeidsdag van de werknemer bij het begin en het einde van de dag vermeldt.    Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het voormelde koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978:    1° het algemeen personeelsregister, het aanwezigheidsregister of het register voor werktijdregeling niet te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belast ambtenaren en beambten houdt;    2° het aanwezigheidsregister of het register voor werktijdregeling niet bijhoudt op de plaats waar de werknemers zijn tewerkgesteld;    3° het eerste dubbel van het aanwezigheidsformulier in deel B van het aanwezigheidsregister van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf ressorteren, niet per post of per fax terugstuurt aan het Waarborg en Sociaal Fonds Horeca en Aanverwante Bedrijven uiterlijk op de laatste werkdag van de kalendermaand volgend op die waarop het formulier betrekking heeft.    Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het voormelde koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978, het algemeen personeelsregister, het aanwezigheidsregister of het register voor werktijdregeling niet gedurende het voorgeschreven tijdperk bewaart.    Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft, de werkgever die, in strijd met het voormelde koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978, het algemeen personeelsregister en het aanwezigheidsregister niet op de aangegeven plaats opbergt of bewaart.    Voor de in het eerste, tweede, derde en vierde lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.    § 2. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten:    1° geen speciaal personeelsregister opstelt;    2° het speciaal personeelsregister onvolledig of onjuist opmaakt;    3° het speciaal personeelsregister niet bijhoudt op de plaats waar de werknemers zijn tewerkgesteld.    Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft de werkgever die, in strijd met het voormelde koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978:    1° het speciaal personeelsregister niet gedurende het voorgeschreven tijdperk bewaart;    2° het speciaal personeelsregister niet te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belast ambtenaren en beambten houdt;    3° het speciaal personeelsregister niet op de aangegeven plaats opbergt of bewaart.    Voor de in het eerste en tweede lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 100, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 188/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 6. [1 - Inbreuken betreffende sociale documenten of documenten van sociale aard]1 / Afdeling 5. [1 - Het gelegenheidsformulier]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 188/1. [1 Het gelegenheidsformulier    Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber, die een gelegenheidsarbeider in de zin van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders tewerkstelt, en die :    1° het "gelegenheidsformulier" bedoeld in artikel 8bis van voormeld koninklijk besluit van 28 november 1969 niet aflevert aan de gelegenheidsarbeider in de zin van hetzelfde koninklijk besluit;    2° het in 1° bedoelde formulier geheel of gedeeltelijk niet bijhoudt overeenkomstig het ministerieel besluit van 14 oktober 2005 tot vaststelling van het model, de toekenningsvoorwaarden en de wijze van bijhouden van een gelegenheidsformulier in de tuinbouwsector, de landbouwsector en de sector van het hotelbedrijf;    3° het in 1° bedoelde formulier niet wekelijks parafeert.    De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-29/09, art. 35, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 188/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 6. [1 - Inbreuken betreffende sociale documenten of documenten van sociale aard]1 / Afdeling 6. [1 - Andere documenten van sociale aard opgevraagd in geval van detachering van werknemers]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 188/2.[1 Het gebrek aan verzending van documenten van sociale aard opgevraagd in geval van detachering van werknemers.    Met een sanctie [2 van niveau 4]2 wordt gestraft, de werkgever in de zin van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, die aan de door de Koning aangewezen ambtenaren niet de documenten zendt die door hen werden opgevraagd door of krachtens artikel 7/1 van deze wet.    Wat de inbreuk bedoeld in het eerste lid betreft, wordt de boete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-11/03, art. 40, 021; Inwerkingtreding : 30-12-2016>   (2)<W 2024-05-15/19, art. 101, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 188/2/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 6. [1 - Inbreuken betreffende sociale documenten of documenten van sociale aard]1 / Afdeling 6. [1 - Andere documenten van sociale aard opgevraagd in geval van detachering van werknemers]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 188/2/1. [1 Het ter beschikking stellen van documenten door de werkgever aan de bestuurder in de sector van het wegvervoer.    Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever die de documenten bedoeld in artikel 7/1/1, § 1, van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, niet ter beschikking stelt van zijn bestuurder, hetzij op papier, hetzij in elektronische vorm.    Voor de inbreuken bedoeld in het eerste lid wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken bestuurders.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2022-06-19/01, art. 34, 054; Inwerkingtreding : 11-07-2022>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 188/2/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 2. - De inbreuken en hun bestraffing in het bijzonder / HOOFDSTUK 6. [1 - Inbreuken betreffende sociale documenten of documenten van sociale aard]1 / Afdeling 6. [1 - Andere documenten van sociale aard opgevraagd in geval van detachering van werknemers]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 188/2/2. [1 De mededeling van documenten door de bestuurder in de sector van het wegvervoer.    Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de bestuurder bedoeld in artikel 7/1/1, § 1, van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, die bij een wegcontrole de documenten die hem ter beschikking werden gesteld door zijn werkgever, zoals bedoeld in artikel 7/1/1, § 1, van de voornoemde wet van 5 maart 2002 niet ter beschikking stelt van de door de Koning aangewezen ambtenaren, hetzij op papier, hetzij in elektronische vorm.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2022-06-19/01, art. 35, 054; Inwerkingtreding : 11-07-2022>
    Open officiële bron ↗