Gratis brononderzoek

Wegcode

Verkeersregels, voorrang, snelheid en verkeerssignalisatie.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Let op: tegenstrijdige datuminformatie in de Wegcodebron

Justel vermeldt voor bepaalde gewestelijke teksten een opheffing op 1 september 2026. De gewestelijke overheden communiceren 1 juni 2027 voor de nieuwe verkeerscodes. Die informatie sluit niet op elkaar aan. De bronopname lost dit verschil niet op en bepaalt niet welke tekst in uw regio en op de datum van uw dossier geldt. Controleer de officiële gewestelijke publicaties voordat u deze bepalingen toepast.

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-31

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

151 bronvarianten

  1. Art. 56 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 56. VOERTUIGEN EN DIEREN DIE VAARTUIGEN JAGEN.   56.1. De bepalingen van de artikelen 9, 12, 15, 16 en 17 van dit reglement gelden niet voor de voertuigen en dieren die, om vaartuigen te jagen, zich op de linkerkant van de gevolgde weg voortbewegen.   56.2. In afwijking van het bepaalde in de artikelen 15 en 16 van dit reglement, geschieden het kruisen en het inhalen van de voertuigen en dieren die, om vaartuigen te jagen, zich op de linkerkant van de gevolgde weg voortbewegen, respectievelijk links en rechts.   56.3. In afwijking van het bepaalde in artikel 30 van dit reglement mogen de voertuigen en dieren, die zich op de linkerkant voortbewegen om vaartuigen te jagen, van voren geen witte lichten en van achteren geen rode lichten voeren.   Die lichten moeten, in de bij artikel 30 bepaalde omstandigheden, vervangen worden door een in alle richtingen uitstralend oranjegeel licht van een zodanige lichtsterkte dat het op ten minste 100 meter afstand duidelijk zichtbaar is.
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 56bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 56bis. <Ingevoegd bij KB 2008-01-27/30, art. 3; Inwerkingtreding : 29-01-2008> Folkloristische voertuigen.   De artikelen 46, 48, 49.1, 59.6, 81.1.1, 81.1.2, 81.4.1, 81.4.2, 81.4.3 en 81.6 van dit besluit zijn niet van toepassing op voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor folkloristische manifestaties en slechts bij uitzondering op de openbare weg komen ofwel ter gelegenheid van een door de gemeente toegelaten folkloristische manifestatie, of op de weg er naartoe ofwel voor proefritten met het oog op die manifestatie, en voor zover zij niet meer dan 25 km per uur rijden.
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 57 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 57.[1VERKEER BINNEN DE HAVEN- EN LUCHTHAVENGEBIEDEN    De bepalingen van dit algemeen reglement kunnen niet van toepassing zijn of gewijzigd zijn voor het verkeer tussen de laad- en loskaaien, de opslagplaatsen, de hangars en de magazijnen gelegen binnen de haven- en luchthavengebieden. ]1   ----------   (1)<W 2019-04-13/32, art. 5, 082; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 57 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 57_WAALS_GEWEST.   <Opgeheven bij DWG 2018-07-17/04, art. 89, 079; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 58 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 58. VERKEERSBEPERKINGEN BIJ DOOIWEDER.   De gouverneurs bepalen bij besluit op welke datum, op welk uur, en eventueel in welke gedeelten van de provincie bij dooiweder verkeersbeperkingen gelden. Die besluiten bepalen in welke voorwaarden de voertuigen gedurende die periode mogen rijden.   Die besluiten worden ten spoedigste door middel van aanplakbiljetten in al de betrokken gemeenten bekendgemaakt en vermelden uitdrukkelijk de openbare wegen waarop de beperkingen niet gelden.   De bestuurders die met voertuigen onderweg zijn op het ogenblik dat zulk besluit bekendgemaakt wordt, mogen voortrijden tot in het centrum van de dichtsbijgelegen gemeente of tot op de door een bevoegd persoon aangegeven plaats.
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 59 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 59.ALLERHANDE BEPALINGEN.   59.1. Elke persoon die meer dan 15 jaar oud is moet zijn identiteitskaart of het als zodanig geldend bewijs vertonen op elk door een bevoegd persoon gedaan verzoek naar aanleiding van een overtreding op de politie van het wegverkeer of van een verkeersongeval.   59.2. [...] <KB 2007-05-04/35, art. 72, 019; Inwerkingtreding : 01-09-2008 en 10 september 2009 voor de bestuurders van voertuigen van groep C; zie 2007-05-04/35, art. 77, L2>   59.3. <KB 1991-09-18/32, art. 24,2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1992> De door [3 de artikelen 11.2, 1°, a) en 11.3.1° tot 3°]3 toegelaten maximumsnelheid wordt vermeld op het rechtergedeelte van het achtervlak van het voertuig door een snelheidsplaat waarvan het model bepaald is door de Minister van Verkeerswezen. <KB 1996-05-29/32, art. 3, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1996>   59.4. [Opgeheven] <KB 1991-09-18/32, art. 23,3°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1992>   59.5. [2 ...]2   59.6. [1 Onder voorbehoud van de afwijkingen voorzien in artikel 81.5 van dit reglement en in het koninklijk besluit betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen]1, mag geen enkel voertuig in het verkeer op de openbare weg worden gebracht of gehouden, indien het niet beantwoordt aan de bepalingen van dit reglement, en van de technische reglementen van de auto's of van de bromfietsen en motorfietsen.   59.7. Bij overtreding van de bepalingen van de [artikelen 45, 45bis en 46] [1 ...]1, moet de bestuurder zijn voertuig afladen, uitspannen of bergen in de dichtsbijgelegen plaats, zoniet zal het voertuig opgehouden worden. <KB 2007-04-27/33, art. 5, 040; Inwerkingtreding : 10-09-2009>   Dit is ook het geval bij overtreding van de bepalingen van het technisch reglement van de auto's betreffende het hoogste toegelaten gewicht of het gewicht in beladen toestand van de voertuigen.   59.8. De bepalingen van artikel 8.2.1°, 2° en 3° gelden niet voor de militairen in dienst.   59.9. [4 ...]4   59.10. Voor zover de behoeften van de dienst of van hun opdracht het rechtvaardigen, gelden de bij artikel 21 voorgeschreven regels voor toelating en verkeer op de autosnelwegen niet :   1° voor de ambtenaren en beambten belast met een opdracht van politie, van toezicht of van beheer van de autosnelweg en voor de bestuurders van het materieel van de administratie;   2° voor de aannemers, de vergunninghouders en de concessiehouders, voor de leden van hun personeel en voor de bestuurders van het materieel van voormelde personen, gemachtigd door de Minister tot wiens bevoegdheid het beheer van de autosnelwegen behoort [of door zijn gemachtigde.] <KB 23-06-1978, art. 8>   59.11. De bepalingen van de [1 artikelen 7.1., 9.3., 10.1., 10.2., 11, 23, 24, 25.1., 46 en 49.1.]1 gelden niet voor de voertuigen van de administratie die dienen voor het toezicht, de controle en het onderhoud van het wegennet, als zij onverenigbaar zijn met de aard of met de tijdelijke of vaste aanwending van het voertuig.   59.12. De bepalingen van artikel 7.1 gelden niet voor het rijkswacht-, politie- en douanepersoneel wanneer hun opdracht het rechtvaardigt.   59.13. De bepalingen van artikel 11 [en artikel 22quater] gelden niet voor de voertuigen gebruikt door bevoegde personen noch voor prioritaire voertuigen wanneer een dringende opdracht het rechtvaardigt. <KB 1998-10-09/32, art. 12, 012; Inwerkingtreding : 01-11-1998>    [In die gevallen moeten de bestuurders van deze voertuigen evenmin de snelheidsbeperking opgelegd door het verkeersbord C 43, in voorkomend geval met zonale geldigheid conform artikel 65.5, in acht nemen.] <KB 1999-05-07/44, art. 3, 014; Inwerkingtreding : 21-05-1999>   59.14. [De bepalingen van de artikelen 40bis en 41 gelden niet voor de prioritaire voertuigen wanneer hun dringende opdracht het rechtvaardigt.] <KB 1990-07-20/40, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>   59.15. De bepalingen van de [1 artikelen 44.3, 46, 49.1., 49.4.1. en 81.5.]1 gelden niet voor de [voertuigen van de federale politie en lokale politie] en van de krijgsmacht, als zij onverenigbaar zijn met de aard of met de tijdelijke of vaste aanwending van het voertuig. <KB 2003-04-04/66, art. 30, 024; Inwerkingtreding : 01-06-2003>   59.16. De bepaling van artikel 81.4.5 geldt niet voor de voertuigen van de krijgsmacht.   59.17. De bepaling van artikel 30.3.5° geldt niet tijdens maneuvers voor afdelingen van militaire kolonnes bestaande uit een op mars zijnde troep. In dat geval bepaalt de Minister van Landsverdediging [of zijn gemachtigde] welke voorzorgen de militaire overheden moeten nemen om de veiligheid van het verkeer te verzekeren. <KB 20-06-1978, art. 8>   59.18. De bepaling van artikel 44.3 geldt niet voor de bestuurders van de voertuigen van de brandweer, de wegreinigingsdienst en van het korps burgerlijke veiligheid.   [59.19. [De organisators van wielerwedstrijden en van niet gemotoriseerde sportwedstrijden of -competities] die toegelaten zijn overeenkomstig artikel 9 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, wijzen de signaalgevers aan die elke betrokken burgemeester nodig acht voor het verzekeren van de veiligheid op de plaatsen welke hij op het parcours aangeeft. <KB 1990-07-20/40, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>   De signaalgevers moeten tenminste achttien jaar oud zijn[5 ...]5. Zij dragen om de linkerarm een band met, horizontaal, de nationale kleuren en, in zwarte letters op de gele strook, het woord " signaalgever ".   59.20. Artikel 42 geldt niet voor de deelnemers aan een wandel- of loopwedstrijd.] <KB 18-10-1984>   59.21. [De opzichters bedoeld in artikel 40bis.1.2° moeten ten minste 18 jaar oud zijn en gemachtigd zijn door de burgemeester van de gemeente waar zij hun taak uitoefenen, na een gepaste opleiding door de gemeentelijke politie of de rijkswacht. Zij dragen om de linkerarm een band met, horizontaal, de nationale kleuren en, in zwarte letters op de gele strook, de naam van de gemeente.] <KB 25-03-1987, art. 15>   ----------   (1)<KB 2010-06-02/13, art. 38, 048; Inwerkingtreding : 01-07-2010>   (2)<KB 2010-06-02/13, art. 39, 048; Inwerkingtreding : 01-07-2010>   (3)<KB 2018-02-10/04, art. 7, 072; Inwerkingtreding : 01-04-2018>   (4)<KB 2019-09-16/02, art. 5, 084; Inwerkingtreding : 01-01-2020>   (5)<KB 2019-09-16/02, art. 6, 084; Inwerkingtreding : 01-01-2020>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 59/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 59/1.[1 Experimenten.    De minister bevoegd voor het Wegverkeer of diens afgevaardigde kan in het kader van experimenten of pilootprojecten, bij wijze van uitzondering, onder de door hem vastgestelde voorwaarden en beperkt in de tijd, afwijkingen toestaan op de bepalingen van dit reglement.]1   ----------   (1)<KB 2023-03-12/01, art. 10, 102; Inwerkingtreding : 01-04-2023>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 60 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 60.ALGEMENE BEPALING.   60.1. De verkeerstekens worden in drie categorieën ingedeeld :   - verkeerslichten;   - verkeersborden;   - wegmarkeringen.   60.2. De Minister van Verkeerswezen bepaalt de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens die niet in dit reglement voorzien zijn, evenals de manier waarop de werken en verkeersbelemmeringen moeten gesignaleerd worden.
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 60 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 60_VLAAMS_GEWEST.   ALGEMENE BEPALING.   60.1. De verkeerstekens worden in drie categorieën ingedeeld :   - verkeerslichten;   - verkeersborden;   - wegmarkeringen.   60.2. De [1 de Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer,]1 bepaalt de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens die niet in dit reglement voorzien zijn, evenals de manier waarop de werken en verkeersbelemmeringen moeten gesignaleerd worden.   ----------   (1)<BVR 2015-07-10/11, art. 51, 065; Inwerkingtreding : 04-09-2015>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 61 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK I. - VERKEERSLICHTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61.DRIEKLEURIGE VERKEERSLICHTEN.   61.1. De driekleurige verkeerslichten zijn cirkelvormig en hebben de volgende betekenis :   1° rood licht betekent dat het verboden is de stopstreep of, zo er geen stopstreep is, het verkeerslicht zelf, voorbij te rijden;   2° vast oranjegeel licht betekent dat het verboden is de stopstreep of, zo er geen stopstreep is, het verkeerslicht zelf, voorbij te rijden, tenzij de bestuurder bij het aangaan van dat licht, zo dicht genaderd is, dat hij niet meer op voldoende veilige wijze kan stoppen; zo dit licht bij een kruispunt geplaatst is, mag de bestuurder, die de stopstreep of het licht in dergelijke omstandigheden voorbijgereden is, het kruispunt evenwel slechts oversteken op voorwaarde de andere weggebruikers niet in gevaar te brengen;   3° groen licht betekent dat het verkeerslicht mag voorbijgereden worden;   4° het rode licht, het vast oranjegele licht en het groene licht mogen respectievelijk vervangen worden door één of meer rode, oranjegele of groene pijlen. Deze pijlen hebben dezelfde betekenis als de lichten maar het verbod of de toelating is beperkt tot de richtingen die door de pijlen aangegeven worden;   5° wanneer één of meer bijkomende lichten in de vorm van één of meer groene pijlen tegelijk met een rood licht of een oranjegeel licht branden, betekenen de pijlen dat alleen in de richtingen die door de pijlen worden aangeduid mag voortgereden worden, op voorwaarde dat voorrang verleend wordt aan de bestuurders die op regelmatige wijze uit andere richtingen komen en aan de voetgangers;   6° wanneer de lichten de verlichte silhouet van een fiets voorstellen, gelden deze lichten slechts voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen.   [3 7° Wanneer het groene, [4 oranjegele]4 of rode fietssilhouet omringd is door pijltjes betekent dit dat gelijktijdig groen, [4 oranjegeel]4 of rood geldt voor de dwarsrichting. [4 Deze lichten gelden uitsluitend voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen indien ze op het fietspad mogen rijden.]4    8° Wanneer de lichten het verlichte silhouet van een fiets en een voetganger voorstellen, [4 elden deze lichten uitsluitend voor fietsers, voor bestuurders van tweewielige bromfietsen indien ze op het fietspad mogen rijden en voor voetgangers.]4]3   [2 9° wanneer een bijkomend oranjegeel knipperend licht met een fietssilhouet en met een oranje-gele knipperende pijl tegelijk met een rood licht of een oranjegeel licht brandt, betekent dit dat fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen alleen in de richting die door de pijl wordt aangeduid mogen verder rijden, op voorwaarde dat voorrang verleend wordt aan de bestuurders die op regelmatige wijze uit andere richtingen komen en aan voetgangers.]2   61.2. De lichten worden als volgt gegroepeerd :   1° het rode licht wordt boven het oranjegele licht aangebracht; het groene licht wordt onder het oranjegele licht aangebracht;   2° de bijkomende lichten in de vorm van een pijl worden onder of naast het groene licht aangebracht.   61.3.1. De lichten volgen elkaar op als volgt :   1° het oranjegele licht verschijnt na het groene licht;   2° het rode licht verschijnt na het oranjegele licht;   3° het groene licht verschijnt na het rode licht.   61.3.2. Wanneer de verkeerslichten op een kruispunt geplaatst zijn, mogen het groene of oranjegele licht slechts verschijnen wanneer de rode lichten branden voor het verkeer dat uit de dwarswegen komt.   (Op een openbare weg voorzien van een verkeersbord B9 of B15 mogen evenwel de verkeerslichten op de dwarswegen in uitzonderlijke gevallen vervangen worden door de verkeersborden B5 (Stop) :   1° wanneer de verkeerslichten geplaatst zijn om een oversteekplaats voor voetgangers te beschermen die in de nabijheid van een kruispunt ligt;   2° wanneer de verkeerslichten geplaatst zijn ter hoogte van een kruispunt gelegen in de onmiddellijke nabijheid van een ander kruispunt, dat met driekleurige verkeerslichten is uitgerust.) <KB 2001-10-17/32, art. 1, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2002>   61.4.(1.) <KB 2001-10-17/32, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2002> De driekleurige cirkelvormige verkeerslichten worden rechts van de rijbaan geplaatst.   Als aanwijzing mogen zij links of boven de rijbaan en op de plaatsen waar het verkeer het rechtvaardigt, worden herhaald.   Op de kruispunten mogen zij aan de andere kant van het kruispunt links of boven de rijbaan worden herhaald.   61.4.2. <Ingevoegd bij KB 2001-10-17/32, art. 2; Inwerkingtreding : 01-01-2002> De driekleurige pijlvormige verkeerslichten worden boven de rijstroken of rechts geplaatst.   Zij mogen links worden herhaald alsmede links aan de andere kant van het kruispunt.   61.4.3. <Ingevoegd bij KB 2001-10-17/32, art. 2; Inwerkingtreding : 01-01-2002> Verkeerslichten mogen op dezelfde paal op ooghoogte van de bestuurder worden herhaald.et rechtvaardigt, herhaald worden.   [1 61.5. De betekenis van de driekleurige verkeerslichten kan ten behoeve van de fietsers [5 en bestuurders van speed pedelecs]5 worden gewijzigd door middel van een verkeersbord van model B22 en B23 als bedoeld in artikel 67.3.]1   ----------   (1)<W 2011-12-28/48, art. 2, 051; Inwerkingtreding : 13-02-2012>   (2)<W 2019-04-13/31, art. 9, 081; Inwerkingtreding : 31-05-2019>   (3)<W 2019-04-13/31, art. 10, 081; Inwerkingtreding : 31-05-2019>   (4)<W 2020-06-22/16, art. 8, 086; Inwerkingtreding : 01-10-2020>   (5)<KB 2022-07-30/21, art. 15, 100; Inwerkingtreding : 01-10-2022>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 61 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK I. - VERKEERSLICHTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61_WAALS_GEWEST.    DRIEKLEURIGE VERKEERSLICHTEN.   61.1. De driekleurige verkeerslichten zijn cirkelvormig en hebben de volgende betekenis :   1° rood licht betekent dat het verboden is de stopstreep of, zo er geen stopstreep is, het verkeerslicht zelf, voorbij te rijden;   2° vast oranjegeel licht betekent dat het verboden is de stopstreep of, zo er geen stopstreep is, het verkeerslicht zelf, voorbij te rijden, tenzij de bestuurder bij het aangaan van dat licht, zo dicht genaderd is, dat hij niet meer op voldoende veilige wijze kan stoppen; zo dit licht bij een kruispunt geplaatst is, mag de bestuurder, die de stopstreep of het licht in dergelijke omstandigheden voorbijgereden is, het kruispunt evenwel slechts oversteken op voorwaarde de andere weggebruikers niet in gevaar te brengen;   3° groen licht betekent dat het verkeerslicht mag voorbijgereden worden;   4° het rode licht, het vast oranjegele licht en het groene licht mogen respectievelijk vervangen worden door één of meer rode, oranjegele of groene pijlen. Deze pijlen hebben dezelfde betekenis als de lichten maar het verbod of de toelating is beperkt tot de richtingen die door de pijlen aangegeven worden;   5° wanneer één of meer bijkomende lichten in de vorm van één of meer groene pijlen tegelijk met een rood licht of een oranjegeel licht branden, betekenen de pijlen dat alleen in de richtingen die door de pijlen worden aangeduid mag voortgereden worden, op voorwaarde dat voorrang verleend wordt aan de bestuurders die op regelmatige wijze uit andere richtingen komen en aan de voetgangers;   6° wanneer de lichten de verlichte silhouet van een fiets voorstellen, gelden deze lichten slechts voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen.   [3 7° Wanneer het groene, [4 oranjegele]4 of rode fietssilhouet omringd is door pijltjes betekent dit dat gelijktijdig groen, [4 oranjegeel]4 of rood geldt voor de dwarsrichting. [4 Deze lichten gelden uitsluitend voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen indien ze op het fietspad mogen rijden.]4    8° Wanneer de lichten het verlichte silhouet van een fiets en een voetganger voorstellen, [4 elden deze lichten uitsluitend voor fietsers, voor bestuurders van tweewielige bromfietsen indien ze op het fietspad mogen rijden en voor voetgangers.]4]3   [2 9° wanneer een bijkomend oranjegeel knipperend licht met een fietssilhouet en met een oranje-gele knipperende pijl tegelijk met een rood licht of een oranjegeel licht brandt, betekent dit dat fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen alleen in de richting die door de pijl wordt aangeduid mogen verder rijden, op voorwaarde dat voorrang verleend wordt aan de bestuurders die op regelmatige wijze uit andere richtingen komen en aan voetgangers.]2   61.2. De lichten worden als volgt gegroepeerd :   1° het rode licht wordt boven het oranjegele licht aangebracht; het groene licht wordt onder het oranjegele licht aangebracht;   2° de bijkomende lichten in de vorm van een pijl worden onder of naast het groene licht aangebracht.   61.3.1. De lichten volgen elkaar op als volgt :   1° het oranjegele licht verschijnt na het groene licht;   2° het rode licht verschijnt na het oranjegele licht;   3° het groene licht verschijnt na het rode licht.   61.3.2. [5 ...]5   (Op een openbare weg voorzien van een verkeersbord B9 of B15 mogen evenwel de verkeerslichten op de dwarswegen in uitzonderlijke gevallen vervangen worden door de verkeersborden B5 (Stop) :   1° wanneer de verkeerslichten geplaatst zijn om een oversteekplaats voor voetgangers te beschermen die in de nabijheid van een kruispunt ligt;   2° wanneer de verkeerslichten geplaatst zijn ter hoogte van een kruispunt gelegen in de onmiddellijke nabijheid van een ander kruispunt, dat met driekleurige verkeerslichten is uitgerust.) <KB 2001-10-17/32, art. 1, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2002>   61.4.(1.) [5 ...]5   61.4.2. <[5 ...]5   61.4.3. <Ingevoegd bij KB 2001-10-17/32, art. 2; Inwerkingtreding : 01-01-2002> Verkeerslichten mogen op dezelfde paal op ooghoogte van de bestuurder worden herhaald.et rechtvaardigt, herhaald worden.   [1 61.5. De betekenis van de driekleurige verkeerslichten kan ten behoeve van de fietsers [6 en bestuurders van speed pedelecs]6 worden gewijzigd door middel van een verkeersbord van model B22 en B23 als bedoeld in artikel 67.3.]1   ----------   (1)<W 2011-12-28/48, art. 2, 051; Inwerkingtreding : 13-02-2012>   (2)<W 2019-04-13/31, art. 9, 081; Inwerkingtreding : 31-05-2019>   (3)<W 2019-04-13/31, art. 10, 081; Inwerkingtreding : 31-05-2019>   (4)<W 2020-06-22/16, art. 8, 086; Inwerkingtreding : 01-10-2020>   (5)<BWG 2021-09-09/09, art. 4, 093; Inwerkingtreding : 02-10-2021>   (6)<KB 2022-07-30/21, art. 15, 100; Inwerkingtreding : 01-10-2022>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 61 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK I. - VERKEERSLICHTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61_VLAAMS_GEWEST.    DRIEKLEURIGE VERKEERSLICHTEN.   61.1. De driekleurige verkeerslichten zijn cirkelvormig en hebben de volgende betekenis :   1° rood licht betekent dat het verboden is de stopstreep of, zo er geen stopstreep is, het verkeerslicht zelf, voorbij te rijden;   2° vast oranjegeel licht betekent dat het verboden is de stopstreep of, zo er geen stopstreep is, het verkeerslicht zelf, voorbij te rijden, tenzij de bestuurder bij het aangaan van dat licht, zo dicht genaderd is, dat hij niet meer op voldoende veilige wijze kan stoppen; zo dit licht bij een kruispunt geplaatst is, mag de bestuurder, die de stopstreep of het licht in dergelijke omstandigheden voorbijgereden is, het kruispunt evenwel slechts oversteken op voorwaarde de andere weggebruikers niet in gevaar te brengen;   3° groen licht betekent dat het verkeerslicht mag voorbijgereden worden;   4° het rode licht, het vast oranjegele licht en het groene licht mogen respectievelijk vervangen worden door één of meer rode, oranjegele of groene pijlen. Deze pijlen hebben dezelfde betekenis als de lichten maar het verbod of de toelating is beperkt tot de richtingen die door de pijlen aangegeven worden;   5° wanneer één of meer bijkomende lichten in de vorm van één of meer groene pijlen tegelijk met een rood licht of een oranjegeel licht branden, betekenen de pijlen dat alleen in de richtingen die door de pijlen worden aangeduid mag voortgereden worden, op voorwaarde dat voorrang verleend wordt aan de bestuurders die op regelmatige wijze uit andere richtingen komen en aan de voetgangers;   6° wanneer de lichten de verlichte silhouet van een fiets voorstellen, gelden deze lichten slechts voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen.   [3 7° Wanneer het groene, [4 oranjegele]4 of rode fietssilhouet omringd is door pijltjes betekent dit dat gelijktijdig groen, [4 oranjegeel]4 of rood geldt voor de dwarsrichting. [4 Deze lichten gelden uitsluitend voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen indien ze op het fietspad mogen rijden.]4    8° Wanneer de lichten het verlichte silhouet van een fiets en een voetganger voorstellen, [4 elden deze lichten uitsluitend voor fietsers, voor bestuurders van tweewielige bromfietsen indien ze op het fietspad mogen rijden en voor voetgangers.]4]3   [2 9° wanneer een bijkomend oranjegeel knipperend licht met een fietssilhouet en met een oranje-gele knipperende pijl tegelijk met een rood licht of een oranjegeel licht brandt, betekent dit dat fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen alleen in de richting die door de pijl wordt aangeduid mogen verder rijden, op voorwaarde dat voorrang verleend wordt aan de bestuurders die op regelmatige wijze uit andere richtingen komen en aan voetgangers.]2   61.2. De lichten worden als volgt gegroepeerd :   1° het rode licht wordt boven het oranjegele licht aangebracht; het groene licht wordt onder het oranjegele licht aangebracht;   2° de bijkomende lichten in de vorm van een pijl worden onder of naast het groene licht aangebracht.   61.3.1. De lichten volgen elkaar op als volgt :   1° het oranjegele licht verschijnt na het groene licht;   2° het rode licht verschijnt na het oranjegele licht;   3° het groene licht verschijnt na het rode licht.   61.3.2. [5 ...]5   (Op een openbare weg voorzien van een verkeersbord B9 of B15 mogen evenwel de verkeerslichten op de dwarswegen in uitzonderlijke gevallen vervangen worden door de verkeersborden B5 (Stop) :   1° wanneer de verkeerslichten geplaatst zijn om een oversteekplaats voor voetgangers te beschermen die in de nabijheid van een kruispunt ligt;   2° wanneer de verkeerslichten geplaatst zijn ter hoogte van een kruispunt gelegen in de onmiddellijke nabijheid van een ander kruispunt, dat met driekleurige verkeerslichten is uitgerust.) <KB 2001-10-17/32, art. 1, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2002>   61.4.(1.) <KB 2001-10-17/32, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2002> De driekleurige cirkelvormige verkeerslichten worden rechts van de rijbaan geplaatst.   Als aanwijzing mogen zij links of boven de rijbaan en op de plaatsen waar het verkeer het rechtvaardigt, worden herhaald.   Op de kruispunten mogen zij aan de andere kant van het kruispunt links of boven de rijbaan worden herhaald.   61.4.2. <Ingevoegd bij KB 2001-10-17/32, art. 2; Inwerkingtreding : 01-01-2002> De driekleurige pijlvormige verkeerslichten worden boven de rijstroken of rechts geplaatst.   Zij mogen links worden herhaald alsmede links aan de andere kant van het kruispunt.   61.4.3. <Ingevoegd bij KB 2001-10-17/32, art. 2; Inwerkingtreding : 01-01-2002> Verkeerslichten mogen op dezelfde paal op ooghoogte van de bestuurder worden herhaald.et rechtvaardigt, herhaald worden.   [1 61.5. De betekenis van de driekleurige verkeerslichten kan ten behoeve van de fietsers [6 en bestuurders van speed pedelecs]6 worden gewijzigd door middel van een verkeersbord van model B22 en B23 als bedoeld in artikel 67.3.]1   ----------   (1)<W 2011-12-28/48, art. 2, 051; Inwerkingtreding : 13-02-2012>   (2)<W 2019-04-13/31, art. 9, 081; Inwerkingtreding : 31-05-2019>   (3)<W 2019-04-13/31, art. 10, 081; Inwerkingtreding : 31-05-2019>   (4)<W 2020-06-22/16, art. 8, 086; Inwerkingtreding : 01-10-2020>   (5)<BVR 2021-01-15/11, art. 3, 091; Inwerkingtreding : 14-02-2021>   (6)<KB 2022-07-30/21, art. 15, 100; Inwerkingtreding : 01-10-2022>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 62 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK I. - VERKEERSLICHTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 62. ONTRUIMINGSPIJL OP EEN KRUISPUNT.   Een naar links gerichte groene pijl afzonderlijk geplaatst bij het uitrijden van een kruispunt, betekent dat het tegenliggend verkeer op de rijbaan die de bestuurders bij het links afslaan gaan verlaten, tegengehouden wordt door een rood licht teneinde het ontruimen van het kruispunt te vergemakkelijken.
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 62bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK I. - VERKEERSLICHTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 62bis.[1 Verkeerslichten boven de rijstroken of andere delen van de openbare weg.    Verkeerslichten die boven de rijstroken of delen van de openbare weg geplaatst zijn hebben de volgende betekenis :    1° het rode licht dat de vorm heeft van een kruis, betekent verboden richting op de rijstrook of het deel van de openbare weg, behalve in de gevallen bedoeld in artikel 9.7;    2° het groene licht dat de vorm heeft van een naar onder gerichte pijl betekent toegelaten richting op de rijstrook of het deel van de openbare weg;    3° het oranje licht, eventueel knipperend, dat de vorm heeft van een schuin naar onder gerichte pijl betekent verboden richting, behalve om de rijstrook of het deel van de openbare weg te verlaten in de richting die door de pijl wordt aangegeven, en in de gevallen bedoeld in artikel 9.7.]1   ----------   (1)<KB 2016-07-21/34, art. 22, 069; Inwerkingtreding : 01-10-2016>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 62ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK I. - VERKEERSLICHTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 62ter.<Ingevoegd bij KB 1997-07-16/32, art. 10; Inwerkingtreding : 01-10-1997> Bijzondere verkeerslichten voor het regelen van het verkeer van voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer    De verkeerslichten in de vorm van balken, cirkels en driehoeken, in het wit op een zwarte achtergrond, dienen om het verkeer te regelen van voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer.   Zij hebben de volgende betekenis :   1° een horizontale balk heeft dezelfde betekenis als het rood licht bepaald in artikel 61.1.1°;   2° een cirkel heeft dezelfde betekenis als het vast oranjegeel licht bepaald in artikel 61.1.2°;   3° een omgekeerde driehoek heeft dezelfde betekenis als het groen licht bepaald in artikel 61.1.3°;   4° een vertikale balk geeft de toelating om alleen rechtdoor te rijden;   5° een 45° schuin naar links of naar rechts gerichte balk geeft de toelating om alleen in de richtingen die door de balk worden aangeduid, voort te rijden;   [1 6° een knipperende cirkel heeft dezelfde betekenis als een oranjegeel knipperlicht.]1   [2 De betekenis van deze bijzondere verkeerslichten kan ten behoeve van de fietsers en de bestuurders van speed pedelecs worden gewijzigd door middel van een verkeersbord van model B22 en B23 als bedoeld in artikel 67.3.]2   [3 De betekenis van deze bijzondere verkeerslichten kan ten behoeve van de fietsers en de bestuurders van tweewielige bromfietsen worden gewijzigd door middel een bijkomend oranje-geel knipperend licht met een fietssilhouet en met een oranje-gele knipperende pijl, bedoeld in artikel 61.1, 9°.]3   ----------   (1)<KB 2014-01-29/13, art. 14, 062; Inwerkingtreding : 01-03-2014>   (2)<KB 2022-07-30/21, art. 16, 100; Inwerkingtreding : 01-10-2022>   (3)<KB 2023-03-12/01, art. 11, 102; Inwerkingtreding : 01-04-2023>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 63 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK I. - VERKEERSLICHTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 63.TWEEKLEURIGE VERKEERSLICHTEN.   63.1. Voetgangerslichten.   1. Voetgangerslichten zijn tweekleurig.   2. De lichten van deze tekens hebben de volgende betekenis :   1° rood licht betekent dat het verboden is zich op de rijbaan te begeven;   2° groen licht betekent dat het toegelaten is zich op de rijbaan te begeven. Als aanwijzing kan het einde van deze toelating door het knipperen van het groene licht worden aangekondigd.   3. Het rode licht wordt boven het groene licht geplaatst.   4. Het rode licht stelt de verlichte silhouet van een onbeweeglijke voetganger voor, terwijl het groene licht het verlichte silhouet van een voetganger in beweging voorstelt.   [2 5. Als het voetgangerssilhouet omringd is door pijltjes, betekent dit dat gelijktijdig groen of rood geldt voor de dwarsrichting. Deze lichten gelden enkel voor voetgangers.]2   [3 63.2. Gecombineerde voetgangers-fietserslichten.    Wanneer de lichten het verlichte silhouet van een fiets en een voetganger voorstellen, gelden deze lichten uitsluitend voor fietsers, voor bestuurders van tweewielige bromfietsen indien ze op het fietspad mogen rijden en voor voetgangers. Deze lichten hebben dezelfde betekenis als die bedoeld in artikel 63.1, 2.]3   ----------   (1)<KB 2016-07-21/34, art. 23, 069; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (2)<W 2019-04-13/31, art. 11, 081; Inwerkingtreding : 31-05-2019>   (3)<KB 2021-06-08/07, art. 2, 092; Inwerkingtreding : 01-08-2021>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 64 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK I. - VERKEERSLICHTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 64. VERKEERSKNIPPERLICHTEN.   64.1. Een oranjegeel knipperlicht betekent dat het verkeerslicht met dubbele voorzichtigheid mag voorbij gereden worden; het wijzigt de voorrangsregeling niet.   Het kan zijn :   1° (een alleen geplaatst licht of twee lichten die beurtelings branden.) <KB 1991-09-18/32, art. 26, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1992>   2° het oranjegeel licht van het driekleurige systeem wanneer het geheel van dit systeem niet in werking is;   3° in speciale gevallen een licht dat in het driekleurige systeem in de plaats van het groene licht brandt.   64.2. Twee beurtelings knipperende rode lichten die aan overwegen geplaatst zijn, betekenen voor alle weggebruikers dat het verboden is de stopstreep voorbij te rijden, of, zo er geen stopstreep is, het verkeerslicht zelf voorbij te rijden of voorbij te gaan.   64.3. Een maanwit knipperlicht dat aan een overweg geplaatst is betekent dat het signaal mag voorbijgereden of -gegaan worden.
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 64 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK I. - VERKEERSLICHTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 64_WAALS_GEWEST.    VERKEERSKNIPPERLICHTEN.   64.1. Een oranjegeel knipperlicht betekent dat het verkeerslicht met dubbele voorzichtigheid mag voorbij gereden worden; het wijzigt de voorrangsregeling niet.   Het kan zijn :   1° (een alleen geplaatst licht of twee lichten die beurtelings branden.) <KB 1991-09-18/32, art. 26, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1992>   2° het oranjegeel licht van het driekleurige systeem wanneer het geheel van dit systeem niet in werking is;   3° in speciale gevallen een licht dat in het driekleurige systeem in de plaats van het groene licht brandt.   64.2. Twee beurtelings knipperende rode lichten [1 ...]1 betekenen voor alle weggebruikers dat het verboden is de stopstreep voorbij te rijden, of, zo er geen stopstreep is, het verkeerslicht zelf voorbij te rijden of voorbij te gaan.   64.3. Een maanwit knipperlicht dat aan een overweg geplaatst is betekent dat het signaal mag voorbijgereden of -gegaan worden.   ----------   (1)<BWG 2021-09-09/09, art. 5, 093; Inwerkingtreding : 02-10-2021>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 65 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK II. - VERKEERSBORDEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 65.ALGEMENE BEPALINGEN.   65.1. De verkeersborden worden ingedeeld in zes categorieën :   A. Gevaarsborden.   B. Verkeersborden betreffende de voorrang.   C. Verbodsborden.   D. Gebodsborden.   E. Verkeersborden betreffende het stilstaan en parkeren.   F. Aanwijzingsborden.   65.2. De betekenis van een verkeersbord kan worden aangevuld, nader bepaald of beperkt door een wit opschrift of symbool op een rechthoekig onderbord met blauwe achtergrond dat onder het teken bevestigd is.   (De onderborden betreffende de fietsen [8 , de voortbewegingstoestellen]8 en tweewielige bromfietsen hebben evenwel zwarte opschriften en symbolen op witte achtergrond en zijn van een van de volgende modellen :) <KB 1990-07-20/40, art. 20, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>   M 1 tot M 10   (Modellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 25/09/1990, p. 18239-18241)   Aangevuld bij :   <KB 2016-07-21/34, art. 24, 069; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   [8 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 15-06-2022, p. 50765)]8   [8 Deze symbolen mogen gecombineerd worden op een enkel onderbord van het model M]8.   (Behoudens plaatselijke omstandigheden vullen de onderborden M2 tot M5 respectievelijk de borden C1 en F19 aan.) <KB 2002-12-18/32, art. 10, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2004>   [1 De onderborden bij de verkeersborden C24a en D4 dragen de letters B, C, D of E in zwart opschrift op een witte ondergrond en zien eruit als volgt :    (Figuren niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-10-2009, p. 67402)]1   [4 De onderborden die een tijdsbeperking aanduiden, hebben zwarte opschriften op een witte achtergrond of witte opschriften op een blauwe achtergrond en zijn van het volgende model :       (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 05-03-2018, p. 18579)]4   65.3. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 27; Inwerkingtreding : 01-01-1992> Signalisatie met veranderlijke informatie.   Wanneer gevaarsborden, verkeersborden betreffende de voorrang, verbodsborden, gebodsborden of aanwijzingsborden in hetzelfde signaleringsbord kunnen verschijnen, mogen de symbolen en opschriften met een donkere kleur, weergegeven worden in een lichte kleur en de achtergronden met een lichte kleur worden vervangen door donkere achtergronden.   De rode kleur van het symbool van een verkeersbord en van zijn rand wordt niet gewijzigd.   De verkeersborden behouden hun betekenis.   65.4. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 27; Inwerkingtreding : 01-01-1992> Rijstrooksignalisatie [3 en signalisatie van toepassing op delen van de openbare weg]3.   Wanneer een gevaarsbord, een verkeersbord betreffende de voorrang, een verbodsbord, een gebodsbord of een aanwijzingsbord geplaatst is boven een rijstrook [3 of een ander deel van de openbare weg]3, of wanneer gebruik is gemaakt van verkeersborden F89 en F91, geldt de aanwijzing die door het bord gegeven wordt alleen voor die rijstrook [3 of voor het betrokken gedeelte van de openbare weg]3.   65.5. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 27; Inwerkingtreding : 01-01-1992> Signalisatie met zonale geldigheid.   1. [10 Aan de verbodsborden en de borden betreffende het parkeren kan de zonale geldigheid worden gegeven.]10   Hun betekenis blijft ongewijzigd.   2. De Minister van Verkeerswezen bepaalt de verkeersborden die voor signalisatie met zonale geldigheid gebruikt kunnen worden.   3. Ze komen voor op een bord met witte achtergrond.   Voorbeelden :   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23813)   Begin van een zone waar het parkeren voorbehouden is voor voertuigen met een maximale toegelaten massa van niet meer dan 3,5 ton.      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23813)   Einde van een zone waar het parkeren voorbehouden is voor voertuigen met een maximale toegelaten massa van niet meer dan 3,5 ton.      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23813)   GEWIJZIGD BIJ :   <KB 2014-01-29/13, art. 15, 062; Inwerkingtreding : 01-03-2014; Verkeersbord niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2014, p. 12417>   Begin van een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone).      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23813)   GEWIJZIGD BIJ :   <KB 2014-01-29/13, art. 15, 062; Inwerkingtreding : 01-03-2014; Verkeersbord niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2014, p. 12418>   Einde van een zone met beperkte parkeertijd.      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23814)   Begin van een zone waar het verboden is een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen.      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23814)   Einde van een zone waar het verboden is een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen.      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23814)   Begin van een zone waar de toegang verboden is voor bestuurders van voertuigen waarvan de massa in beladen toestand hoger is dan de aangeduide massa.      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23815)   Einde van een zone waar de toegang verboden is voor bestuurders van voertuigen waarvan de massa in beladen toestand hoger is dan de aangeduide massa.      ((Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 09-02-2007, p. 6513)   Begin van een zone waar de snelheid beperkt is tot de aangeduide snelheid.) <KB 2007-01-29/37, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 01-03-2007>      ((Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 09-02-2007, p. 6513)   Einde van een zone waar de snelheid beperkt is tot de aangeduide snelheid.) <KB 2007-01-29/37, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 01-03-2007>      [11 ...]11      4. Het verkeersbord betreffende het begin van een zone waar een bijzonder verbod of een bijzondere regel inzake parkeren van toepassing is, wordt rechts geplaatst aan elke toegang tot deze zone.   Het mag links herhaald worden.   5. Het verkeersbord betreffende het einde van een zone wordt geplaatst aan elke uitgang; het mag aan de achterzijde van het verkeersbord betreffende het begin van de zone bevestigd worden.   6. De reglementering geldt in gans de aldus afgebakende zone, behoudens, voor wat het parkeren betreft, op plaatsen waar door middel van verkeerstekens een andere parkeerregeling is voorzien.   7. Het verkeersbord dat het begin van een verbodszone aangeeft, mag aangekondigd worden door een gelijkaardig verkeersbord aangevuld met de vermelding van de afstand, bij benadering, waarop de verbodszone begint.   Voorbeeld :   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23815)   8. De reglementering die in de zone van toepassing is mag herhaald worden door een bord gelijkaardig aan dat geplaatst bij het begin van de zone, aangevuld met het woord " Herhaling ".   Voorbeeld :   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23816)   9. De betekenis van een signalisatie met zonale geldigheid kan worden aangevuld, nader bepaald of beperkt door een zwart opschrift of symbool.   Evenwel mag, voor wat betreft het verkeersbord E9a, het opschrift of het symbool in het wit op de blauwe achtergrond van het bord aangebracht worden.   Voorbeelden :   (Modellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p.23816)   [9 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 15-06-2022, p. 50766)]9   (10. Snelheidszones worden aangeduid door het verkeersbord C43 waaraan overeenkomstig 65.5.3. zonale geldigheid wordt gegeven.   Vanaf het zonebord tot het eindezonebord is het verboden te rijden met een hogere snelheid dan de zonale snelheid.   Het zonebord wordt rechts geplaatst aan elke toegang tot de desbetreffende snelheidszone. Het bord mag links herhaald worden.   Wanneer binnen de zone het bord C43 een andere snelheid aanduidt, dan geldt vanaf het volgende kruispunt opnieuw de zonale snelheid. Het zonebord wordt niet herhaald.   Binnen de snelheidszone mag geen bord C43 worden geplaatst die een hogere snelheid aanduidt dan de zonale snelheid.   Wanneer binnen de zone, een erf, woonerf, of schoolomgeving wordt afgebakend, dan geldt vanaf het einde van het erf, woonerf of schoolomgeving opnieuw de zonale snelheid. Het zonebord wordt niet herhaald.   Wanneer binnen de zone een bebouwde kom wordt afgebakend, dan moet op het einde van de bebouwde kom het zonebord evenwel opnieuw geplaatst worden.   Wanneer binnen de zone een andere snelheidszone wordt afgebakend, dan moet op het einde van de andere snelheidszone het zonebord opnieuw geplaatst worden.   De punten 65.5.6. tot en met 65.5.9. zijn niet van toepassing op snelheidszones.) <KB 2007-01-29/37, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 01-03-2007>   (11. De wegbeheerder mag binnen de snelheidszone aan verlichtingspalen en verkeerspalen een zelfklevend vignet of herkenningsbord bevestigen met een afbeelding van het verkeersbord C43 die zonale snelheid in herinnering brengt.   Het vignet en het herkenningsbord dienen als herkenningsteken en hebben op zich geen bindende gevolgen voor de weggebruiker.   De minister bevoegd voor het wegverkeer kan de plaatsingsvoorwaarden en de afmetingen van het vignet en het herkenningsbord bepalen.) <KB 2007-01-29/37, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 01-03-2007>   65.6. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 27; Inwerkingtreding : 01-01-1992> Beperking van de draagwijdte van de verkeersborden.   Wanneer een verkeersbord slechts betrekking heeft op een uitrit rechts van een rijbaan die in rijstroken is verdeeld, wordt het aangevuld met een onderbord van volgend model :   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23817)   ----------   (1)<KB 2009-09-10/31, art. 2, 047; Inwerkingtreding : 12-10-2009>   (3)<KB 2016-07-21/34, art. 25, 069; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (4)<KB 2018-02-10/04, art. 8, 072; Inwerkingtreding : 01-04-2018>   (5)<W 2019-04-13/32, art. 2, 082; Inwerkingtreding : 01-07-2019>   (6)<KB 2021-06-08/07, art. 3, 092; Inwerkingtreding : 01-08-2021>   (7)<KB 2021-06-08/07, art. 4, 092; Inwerkingtreding : 01-08-2021>   (8)<W 2022-05-15/07, art. 7, 099; Inwerkingtreding : 01-07-2022>   (9)<W 2022-05-15/07, art. 8, 099; Inwerkingtreding : 01-07-2022>   (10)<KB 2023-03-12/01, art. 12, 102; Inwerkingtreding : 01-04-2023>   (11)<KB 2023-03-12/01, art. 13, 102; Inwerkingtreding : 01-04-2023>

    Dit artikel of deze bijlage bevat afbeeldingen of aanvullende bronnotities. Bekijk de afbeeldingen en notities in de officiële bron; de tekst hieronder is geen vervanging voor verkeerssignalisatie of afbeeldingen.

    Open officiële bron ↗
  20. Art. 65 · Wallonië

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK II. - VERKEERSBORDEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 65_WAALS_GEWEST.    ALGEMENE BEPALINGEN.   65.1. De verkeersborden worden ingedeeld in zes categorieën :   A. Gevaarsborden.   B. Verkeersborden betreffende de voorrang.   C. Verbodsborden.   D. Gebodsborden.   E. Verkeersborden betreffende het stilstaan en parkeren.   F. Aanwijzingsborden.   65.2. De betekenis van een verkeersbord kan worden aangevuld, nader bepaald of beperkt door een wit opschrift of symbool op een rechthoekig onderbord met blauwe achtergrond dat onder het teken bevestigd is.   (De onderborden betreffende de fietsen en tweewielige bromfietsen hebben evenwel zwarte opschriften en symbolen op witte achtergrond en zijn van een van de volgende modellen :) <KB 1990-07-20/40, art. 20, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>   M 1 tot M 10   (Modellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 25/09/1990, p. 18239-18241)   Aangevuld bij :   <KB 2016-07-21/34, art. 24, 069; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (Behoudens plaatselijke omstandigheden vullen de onderborden M2 tot M5 respectievelijk de borden C1 en F19 aan.) <KB 2002-12-18/32, art. 10, 021; Inwerkingtreding : 01-07-2004>   [1 De onderborden bij de verkeersborden C24a en D4 dragen de letters B, C, D of E in zwart opschrift op een witte ondergrond en zien eruit als volgt :    (Figuren niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-10-2009, p. 67402)]1   [4 De onderborden die een tijdsbeperking aanduiden, hebben zwarte opschriften op een witte achtergrond of witte opschriften op een blauwe achtergrond en zijn van het volgende model :       (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 05-03-2018, p. 18579)]4   65.3. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 27; Inwerkingtreding : 01-01-1992> Signalisatie met veranderlijke informatie.   Wanneer gevaarsborden, verkeersborden betreffende de voorrang, verbodsborden, gebodsborden of aanwijzingsborden in hetzelfde signaleringsbord kunnen verschijnen, mogen de symbolen en opschriften met een donkere kleur, weergegeven worden in een lichte kleur en de achtergronden met een lichte kleur worden vervangen door donkere achtergronden.   De rode kleur van het symbool van een verkeersbord en van zijn rand wordt niet gewijzigd.   De verkeersborden behouden hun betekenis.   65.4. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 27; Inwerkingtreding : 01-01-1992> Rijstrooksignalisatie [3 en signalisatie van toepassing op delen van de openbare weg]3.   Wanneer een gevaarsbord, een verkeersbord betreffende de voorrang, een verbodsbord, een gebodsbord of een aanwijzingsbord geplaatst is boven een rijstrook [3 of een ander deel van de openbare weg]3, of wanneer gebruik is gemaakt van verkeersborden F89 en F91, geldt de aanwijzing die door het bord gegeven wordt alleen voor die rijstrook [3 of voor het betrokken gedeelte van de openbare weg]3.   65.5. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 27; Inwerkingtreding : 01-01-1992> Signalisatie met zonale geldigheid.   1. [9 Aan de verbodsborden en de borden betreffende het parkeren kan de zonale geldigheid worden gegeven.]9   Hun betekenis blijft ongewijzigd.   2. De Minister van Verkeerswezen bepaalt de verkeersborden die voor signalisatie met zonale geldigheid gebruikt kunnen worden.   3. Ze komen voor op een bord met witte achtergrond.   Voorbeelden :   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23813)   Begin van een zone waar het parkeren voorbehouden is voor voertuigen met een maximale toegelaten massa van niet meer dan 3,5 ton.      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23813)   Einde van een zone waar het parkeren voorbehouden is voor voertuigen met een maximale toegelaten massa van niet meer dan 3,5 ton.      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23813)   GEWIJZIGD BIJ :   <KB 2014-01-29/13, art. 15, 062; Inwerkingtreding : 01-03-2014; Verkeersbord niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2014, p. 12417>   Begin van een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone).      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23813)   GEWIJZIGD BIJ :   <KB 2014-01-29/13, art. 15, 062; Inwerkingtreding : 01-03-2014; Verkeersbord niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2014, p. 12418>   Einde van een zone met beperkte parkeertijd.      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23814)   Begin van een zone waar het verboden is een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen.      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23814)   Einde van een zone waar het verboden is een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen.      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23814)   Begin van een zone waar de toegang verboden is voor bestuurders van voertuigen waarvan de massa in beladen toestand hoger is dan de aangeduide massa.      (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23815)   Einde van een zone waar de toegang verboden is voor bestuurders van voertuigen waarvan de massa in beladen toestand hoger is dan de aangeduide massa.      ((Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 09-02-2007, p. 6513)   Begin van een zone waar de snelheid beperkt is tot de aangeduide snelheid.) <KB 2007-01-29/37, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 01-03-2007>      ((Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 09-02-2007, p. 6513)   Einde van een zone waar de snelheid beperkt is tot de aangeduide snelheid.) <KB 2007-01-29/37, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 01-03-2007>      [10 ...]10      4. [8 ...]8   5. [8 ...]8   6. De reglementering geldt in gans de aldus afgebakende zone, behoudens, voor wat het parkeren betreft, op plaatsen waar door middel van verkeerstekens een andere parkeerregeling is voorzien.   7. Het verkeersbord dat het begin van een verbodszone aangeeft, mag aangekondigd worden door een gelijkaardig verkeersbord aangevuld met de vermelding van de afstand, bij benadering, waarop de verbodszone begint.   Voorbeeld :   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23815)   8. De reglementering die in de zone van toepassing is mag herhaald worden door een bord gelijkaardig aan dat geplaatst bij het begin van de zone, aangevuld met het woord " Herhaling ".   Voorbeeld :   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23816)   9. De betekenis van een signalisatie met zonale geldigheid kan worden aangevuld, nader bepaald of beperkt door een zwart opschrift of symbool.   Evenwel mag, voor wat betreft het verkeersbord E9a, het opschrift of het symbool in het wit op de blauwe achtergrond van het bord aangebracht worden.   Voorbeelden :   (Modellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p.23816)   (10. Snelheidszones worden aangeduid door het verkeersbord C43 waaraan overeenkomstig 65.5.3. zonale geldigheid wordt gegeven.   Vanaf het zonebord tot het eindezonebord is het verboden te rijden met een hogere snelheid dan de zonale snelheid.   [8 ...]8   Wanneer binnen de zone het bord C43 een andere snelheid aanduidt, dan geldt vanaf het volgende kruispunt opnieuw de zonale snelheid. [8 ...]8   Binnen de snelheidszone mag geen bord C43 worden geplaatst die een hogere snelheid aanduidt dan de zonale snelheid.   Wanneer binnen de zone, een erf, woonerf, of schoolomgeving wordt afgebakend, dan geldt vanaf het einde van het erf, woonerf of schoolomgeving opnieuw de zonale snelheid. [8 ...]8   [8 ...]8   [8 ...]8   De punten 65.5.6. tot en met 65.5.9. zijn niet van toepassing op snelheidszones.) <KB 2007-01-29/37, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 01-03-2007>   (11. De wegbeheerder mag binnen de snelheidszone aan verlichtingspalen en verkeerspalen een zelfklevend vignet of herkenningsbord bevestigen met een afbeelding van het verkeersbord C43 die zonale snelheid in herinnering brengt.   Het vignet en het herkenningsbord dienen als herkenningsteken en hebben op zich geen bindende gevolgen voor de weggebruiker.   De minister bevoegd voor het wegverkeer kan de plaatsingsvoorwaarden en de afmetingen van het vignet en het herkenningsbord bepalen.) <KB 2007-01-29/37, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 01-03-2007>   65.6. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 27; Inwerkingtreding : 01-01-1992> Beperking van de draagwijdte van de verkeersborden.   Wanneer een verkeersbord slechts betrekking heeft op een uitrit rechts van een rijbaan die in rijstroken is verdeeld, wordt het aangevuld met een onderbord van volgend model :   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23817)   ----------   (1)<KB 2009-09-10/31, art. 2, 047; Inwerkingtreding : 12-10-2009>   (3)<KB 2016-07-21/34, art. 25, 069; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (4)<KB 2018-02-10/04, art. 8, 072; Inwerkingtreding : 01-04-2018>   (5)<W 2019-04-13/32, art. 2, 082; Inwerkingtreding : 01-07-2019>   (6)<KB 2021-06-08/07, art. 3, 092; Inwerkingtreding : 01-08-2021>   (7)<KB 2021-06-08/07, art. 4, 092; Inwerkingtreding : 01-08-2021>   (8)<BWG 2021-09-09/09, art. 6, 093; Inwerkingtreding : 02-10-2021>   (9)<KB 2023-03-12/01, art. 12, 102; Inwerkingtreding : 01-04-2023>   (10)<KB 2023-03-12/01, art. 13, 102; Inwerkingtreding : 01-04-2023>

    Dit artikel of deze bijlage bevat afbeeldingen of aanvullende bronnotities. Bekijk de afbeeldingen en notities in de officiële bron; de tekst hieronder is geen vervanging voor verkeerssignalisatie of afbeeldingen.

    Open officiële bron ↗