Gratis brononderzoek

Wegcode

Verkeersregels, voorrang, snelheid en verkeerssignalisatie.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Let op: tegenstrijdige datuminformatie in de Wegcodebron

Justel vermeldt voor bepaalde gewestelijke teksten een opheffing op 1 september 2026. De gewestelijke overheden communiceren 1 juni 2027 voor de nieuwe verkeerscodes. Die informatie sluit niet op elkaar aan. De bronopname lost dit verschil niet op en bepaalt niet welke tekst in uw regio en op de datum van uw dossier geldt. Controleer de officiële gewestelijke publicaties voordat u deze bepalingen toepast.

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-31

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

151 bronvarianten

  1. Art. 12bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 12bis. [1 Ritsen.    De bestuurders die, bij sterk vertraagd verkeer, rijden op een rijstrook die ophoudt of waarop het verder rijden wordt verhinderd, mogen slechts vlak voor de versmalling invoegen in de aangrenzende vrije rijstrook.    De bestuurders die rijden op die vrije rijstrook moeten vlak voor de versmalling beurtelings voorrang verlenen aan één invoegende bestuurder; in geval het rijden in zowel de linker als in de rechter rijstrook wordt verhinderd, moet eerst voorrang worden verleend aan één bestuurder op de rechter rijstrook en daarna aan één bestuurder op de linker rijstrook.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2014-01-29/13, art. 7, 062; Inwerkingtreding : 01-03-2014>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 13 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 13. AANKONDIGING VAN EEN MANEUVER.   Alvorens een maneuver of een beweging uit te voeren die een zijdelingse verplaatsing vereist of een wijziging van richting veroorzaakt, moet de bestuurder zijn voornemen tijdig genoeg kenbaar maken met de richtingaanwijzers wanneer het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet, (en indien mogelijk) door een teken met de arm. Deze aanduiding moet ophouden zodra de zijdelingse verplaatsing of de wijziging van richting uitgevoerd is. <KB 1990-07-20/40, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 14 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14. VRIJMAKEN VAN DE KRUISPUNTEN.   14.1. De bestuurder die een kruispunt opgereden is waar het verkeer geregeld wordt door een bevoegd persoon of door verkeerslichten mag dit kruispunt vrijmaken zonder te wachten tot het verkeer opengesteld is in de richting die hij gaat nemen, behalve indien op de weg die hij gaat volgen een aan zijn rechterzijde geplaatst rood licht hem zulks verbiedt.   14.2. Zelfs indien verkeerslichten het toelaten, mag een bestuurder een kruispunt niet oprijden wanneer het verkeer zodanig belemmerd is dat hij waarschijnlijk op het kruispunt zou moeten stoppen en aldus het dwarsverkeer zou hinderen of beletten.
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 15 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 15.KRUISEN.   15.1. Het kruisen geschiedt rechts.   15.2. De bestuurder moet bij het kruisen een voldoende zijdelingse afstand laten en, zo nodig, naar rechts uitwijken.   De bestuurder, waarvan het doorrijden belemmerd wordt door een hindernis of door de aanwezigheid van andere weggebruikers, moet vertragen en, zo nodig, stoppen om de tegemoetkomende weggebruikers doorgang te verlenen.   15.3. Wanneer het kruisen wegens de breedte van de rijbaan niet gemakkelijk kan uitgevoerd worden, mag de bestuurder de gelijkgrondse berm [1 of de zijdelingse strook,]1 volgen, op voorwaarde dat hij de weggebruikers die zich daar bevinden, niet in gevaar brengt.   15.4. Het kruisen van spoorvoertuigen die de rijbaan volgen, mag links geschieden, wanneer het rechts niet kan wegens de engte van de doorgang of de aanwezigheid van een stilstaand of geparkeerd voertuig of enige andere vaste hindernis en op voorwaarde dat de tegemoetkomende weggebruikers niet gehinderd of in gevaar gebracht worden.   ----------   (1)<KB 2022-07-30/21, art. 5, 100; Inwerkingtreding : 01-10-2022>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 16 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 16.INHALEN.   16.1. Het inhalen geldt slechts ten aanzien van bestuurders die in beweging zijn.   16.2. Wanneer de bestuurders de aanwijzingen van de verkeersborden F 13 en F 15 opvolgen of wanneer het verkeer geschiedt overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.4. of 9.5. wordt het sneller rijden van de voertuigen in een rijstrook of een file ten opzichte van de voertuigen in een andere rijstrook of file niet als inhalen beschouwd (behalve voor de toepassing. van artikel 17.2.5°). <Erratum, zie B.St. 12-01-2004, p. 1399> <KB 2003-04-04/66, art. 11, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>   [1 16.2bis. Motorfietsers die tussen de rijstroken rijden.    Voor de motorfietsers, het sneller rijden tussen twee rijstroken of files dan de voertuigen die stoppen of traag rijden in die rijstroken of files, wordt niet als inhalen beschouwd, behalve voor de toepassing van artikel 17.2, 5°.    In dat geval mag de motorfietser evenwel niet sneller rijden dan 50 km per uur en mag het snelheidsverschil tussen de motorfietser en de voertuigen die zich in die rijstroken of files bevinden niet meer dan 20 km per uur bedragen.    Op autosnelwegen en autowegen moet hij daarenboven tussen de twee meest links gelegen rijstroken rijden.]1   16.3. Het inhalen geschiedt links.   Het inhalen geschiedt echter rechts wanneer de in het halen bestuurder te kennen heeft gegeven dat hij voornemens is links af te slaan of zijn voertuig op te stellen aan de linkerkant van de openbare weg en zich naar links begeven heeft om deze beweging uit te voeren.   16.4. Vóór het links inhalen moet elke bestuurder :   1° zich ervan vergewissen dat hij dit zonder gevaar kan doen, en inzonderheid :   a) dat de weg over een voldoende afstand vrij is om alle gevaar voor ongevallen te vermijden;   b) dat geen achterligger reeds begonnen is in te halen;   c) dat hij zijn plaats rechts opnieuw kan innemen, zonder de andere bestuurders te hinderen;   d) dat hij op zeer korte tijd kan inhalen.   2° zijn voornemen zich naar links te verplaatsen tijdig genoeg kenbaar maken door middel van de richtingsaanwijzers wanneer het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet, (en indien mogelijk) door een teken met de arm. <KB 1990-07-20/40, art. 6,1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>   Deze aanduiding moet ophouden zodra de zijdelingse verplaatsing uitgevoerd is.   16.5. Elke inhalende bestuurder moet zich zo ver als nodig is van de in te halen bestuurder verwijderen; wanneer het inhalen wegens de breedte van de rijbaan niet gemakkelijk kan uitgevoerd worden, mag de bestuurder de gelijkgrondse berm [2 of de zijdelingse strook]2 volgen, op voorwaarde dat hij de weggebruikers die zich daar bevinden, niet in gevaar brengt.   16.6. Geschiedt het inhalen links, dan moet de bestuurder zijn plaats rechts opnieuw innemen zodra hij zulks zonder bezwaar kan doen, na zijn voornemen kenbaar gemaakt te hebben door middel van de richtingsaanwijzers wanneer het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet, (en indien mogelijk) door een teken met de arm. <KB 1990-07-20/40, art. 6,2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>   Deze aanduiding moet ophouden zodra de zijdelingse verplaatsing uitgevoerd is.   De bestuurder moet echter zijn plaats rechts niet terug innemen wanneer hij onmiddellijk opnieuw wil inhalen :   1° op rijbanen met tweerichtingsverkeer, in vier of meer rijstroken verdeeld, op voorwaarde dat alleen gereden wordt op de rijstroken bestemd voor het verkeer in de gevolgde rijrichting;   2° op rijbanen met éénrichtingsverkeer;   16.7. Elke bestuurder die op het punt staat links ingehaald te worden, moet zo ver mogelijk naar rechts uitwijken en mag zijn snelheid niet opvoeren.   16.8. (...) <KB 2003-04-04/66, art. 11, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>   16.9. Het inhalen van spoorvoertuigen die de rijbaan volgen geschiedt rechts, zowel wanneer die voertuigen in beweging zijn of stilstaan om reizigers te laten in- of uitstappen.   Het inhalen mag evenwel links geschieden wanneer het rechts niet kan wegens de engte van de doorgang of de aanwezigheid van een stilstaand of geparkeerd voertuig of enige andere vaste hindernis en op voorwaarde dat de tegemoetkomende weggebruikers niet gehinderd of in gevaar gebracht worden.   Het inhalen mag eveneens links geschieden op rijbanen met éénrichtingsverkeer, wanneer de behoeften van het verkeer het rechtvaardigen.   ----------   (1)<KB 2011-06-11/04, art. 1, 049; Inwerkingtreding : 01-09-2011>   (2)<KB 2022-07-30/21, art. 6, 100; Inwerkingtreding : 01-10-2022>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 17 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 17.INHAALVERBOD.   17.1. Links inhalen is verboden wanneer de bestuurder de tegemoetkomende weggebruikers niet van ver genoeg kan opmerken om het inhalen zonder gevaar voor ongevallen uit te voeren.      17.2. Het links inhalen van een gespan (, van een tweewielig motorvoertuig) of van een voertuig met meer dan twee wielen is verboden : <KB 2006-12-28/42, art. 2, 035; Inwerkingtreding : 01-03-2007>   1° op een overweg gesignaleerd door het verkeersbord A 45 of A 47, behalve indien het een overweg is met slagbomen of indien het verkeer er door verkeerslichten wordt geregeld;   2° a) op de kruispunten waar de voorrang van rechts geldt;   b) op de andere kruispunten voor de bestuurders die voorrang moeten verlenen overeenkomstig artikel 12.3.1.   3° bij het naderen van de top van een helling en in bochten, wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is, behalve indien kan ingehaald worden zonder de doorlopende witte streep te overschrijden die het voor de tegenliggers bestemde deel van de rijbaan aflijnt;   4° wanneer de in te halen bestuurder zelf een ander voertuig dan een fiets, een tweewielige bromfiets of een tweewielige motorfiets inhaalt, behalve wanneer de rijbaan drie of meer rijstroken heeft die bestemd zijn voor het verkeer in de gevolgde rijrichting;   5° (Wanneer de in te halen bestuurder stopt voor een oversteekplaats voor voetgangers of een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen (of deze oversteekplaatsen nadert) op plaatsen waar het verkeer niet geregeld wordt door een bevoegd persoon of door verkeerslichten.) <KB 1990-07-20/40, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991> <KB 2003-04-04/66, art. 12, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>   6° (bij neerslag, op de autosnelwegen, autowegen en wegen met ten minste vier rijstroken met of zonder middenberm, voor bestuurders van voertuigen en slepen [1 bestemd voor het vervoer van zaken]1 met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton.   Deze bepaling is niet van toepassing bij het inhalen van voertuigen die gebruik maken van een voorbehouden rijstrook voor traag verkeer, noch ten opzichte van landbouwvoertuigen.) <KB 2006-12-21/57, art. 2, 033; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   (7° [5 op de verhoogde inrichtingen.]5      (17.2bis. [4 ...]4      [2 17.3. Bestuurders van langere en zwaardere slepen, die onder de voorwaarden bepaald door de overheden bevoegd voor de infrastructuur aan het verkeer deelnemen, mogen buiten autosnelwegen voertuigen die meer dan 50 km/u rijden niet inhalen.]2   ----------   (1)<KB 2018-02-10/04, art. 3, 072; Inwerkingtreding : 01-04-2018>   (2)<KB 2018-03-18/06, art. 3, 073; Inwerkingtreding : 01-03-2018>   (3)<KB 2018-02-10/04, art. 3,b, 072; Inwerkingtreding : 01-01-2019>   (4)<KB 2018-02-10/04, art. 4, 072; Inwerkingtreding : 01-01-2019>   (5)<KB 2023-03-12/01, art. 5, 102; Inwerkingtreding : 01-04-2023>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 18 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 18.AFSTAND TUSSEN DE VOERTUIGEN.   18.1. Op bruggen moeten de bestuurders van voertuigen en slepen met een (maximale toegelaten massa) van meer dan 7,5 ton, onderling een afstand houden van ten minste 15 meter. <KB 1991-09-18/32, art. 10, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1992>   18.2. Buiten de bebouwde kommen moeten de bestuurders van voertuigen en slepen met een (maximale toegelaten massa) van meer dan 7,5 ton of langer dan 7 meter, onderling een afstand houden van ten minste 50 meter [2 ...]2. <KB 1991-09-18/32, art. 10, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1992>   18.3. Buiten de bebouwde kommen moeten bestuurders van auto's die in konvooi rijden voor een gezamenlijk te maken tocht, onderling een afstand houden van ten minste 50 meter.   18.4. Het bepaalde in 18.3. geldt niet voor legervoertuigen die in konvooi rijden :   - tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag;   - bij zeer mistig weer.   Deze konvooien worden als volgt gesignaleerd :   - het eerste voertuig voert een blauwe wimpel of, bij nacht, vooraan een blauw licht;   - het laatste voertuig voert een groene wimpel of, bij nacht, vooraan een groen licht.   De wimpels worden aan de linkerzijde van de voertuigen aangebracht.   Bovendien moeten legervoertuigen die in konvooi rijden, zowel bij dag als bij nacht, met dimlichten rijden, of met grootlichten voor zover het gebruik van deze laatste toegelaten is.   ----------   (1)<KB 2016-07-21/34, art. 13, 069; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (2)<KB 2018-03-18/13, art. 1, 074; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 19 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 19. RICHTINGSVERANDERING.   19.1. De bestuurder die naar rechts of naar links wil afslaan om de rijbaan te verlaten of die zijn voertuig langs de linkerkant van een rijbaan met éénrichtingsverkeer wil opstellen, moet zich vooraf ervan vergewissen, dat hij dit kan doen zonder gevaar voor de andere weggebruikers vooral rekening houdend met de vertragingsmogelijkheden van de achterliggers.   19.2. De bestuurder die naar rechts afslaat moet :   1° zijn voornemen tijdig genoeg kenbaar maken door middel van de rechter richtingsaanwijzers wanneer het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet, (en indien mogelijk) door een teken met de arm. <KB 1990-07-20/40, art. 8,1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>   Deze aanduiding moet ophouden zodra de beweging uitgevoerd is;   (Het oprijden van een rotonde wordt beschouwd als een richtingsverandering waarbij de richtingaanwijzers niet moeten gebruikt worden.   Het verlaten van een rotonde is een richtingsverandering waarbij de richtingaanwijzers wel gebruikt moeten worden.) <KB 2003-04-04/66, art. 13, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>   2° zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan blijven.   De bestuurder mag zich evenwel naar links begeven wanneer hij wegens de plaatsgesteldheid en de afmetingen van het voertuig of de lading nie bij de rechterrand van de rijbaan kan blijven.   In dat geval moet hij zich vooraf ervan vergewissen dat geen achterligger reeds begonnen is in te halen; bovendien mag hij de andere bestuurders die op normale wijze rijden op de openbare weg die hij gaat verlaten, niet in gevaar brengen.   3° de beweging met matige snelheid uitvoeren;   4° de beweging zo kort mogelijk uitvoeren, behalve in de gevallen dat het verkeer op de ingeslagen rijbaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.4. en 9.5. geschiedt.   19.3. De bestuurder die naar links afslaat moet :   1° zijn voornemen tijdig genoeg kenbaar maken door middel van de linker richtingsaanwijzers wanneer het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet, (en indien mogelijk,) door een teken met de arm. <KB 1990-07-20/40, art. 8,2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>   Deze aanduiding moet ophouden zodra de beweging uitgevoerd is;   2° a) op een rijbaan met tweerichtingsverkeer, zich naar links begeven zonder de tegenliggers te hinderen;   b) op een rijbaan met éénrichtingsverkeer, zo dicht mogelijk bij de linkerrand ervan blijven;   3° voorrang verlenen aan de tegenliggers op de rijbaan die hij gaat verlaten;   4° de beweging met matige snelheid uitvoeren;   5° op de kruispunten de beweging zo ruim mogelijk uitvoeren zodat hij de ingeslagen rijbaan rechts oprijdt, behalve in de gevallen dat het verkeer op de rijbaan geschiedt overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.4. en 9.5.   19.4. De bestuurder die van richting verandert moet voorrang verlenen aan de bestuurders en aan de voetgangers die de andere delen van dezelfde openbare weg volgen.   19.5. De bestuurder die van richting verandert moet voorrang verlenen aan de voetgangers die de rijbaan oversteken die hij gaat oprijden.   19.6. Geschiedt het verkeer overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.4. en 9.5., dan mag de bestuurder slechts rechts afslaan indien hij zich in de rechterstrook of file bevindt, en links indien hij zich in de linkerstrook of file bevindt.
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 20 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20. VERKEER OP SPOORWEGEN EN OVERWEGEN.   20.1. Elk verkeer op buiten de rijbaan aangelegde sporen is verboden.   20.2. De weggebruiker die een overweg nadert moet dubbel voorzichtig zijn teneinde alle ongevallen te voorkomen; wanneer het een overweg is zonder slagbomen of zonder verkeerslichten, of wanneer deze lichten niet werken, mag de weggebruiker zich slechts op de overweg begeven na er zich van vergewist te hebben dat geen enkel spoorvoertuig nadert.   20.3. Het is verboden zich op een overweg te begeven :   1° wanneer de slagbomen in beweging of gesloten zijn;   2° wanneer de rode knipperlichten branden;   3° wanneer het geluidssein werkt.   20.4. De bestuurder mag een overweg niet oprijden wanneer het verkeer zodanig belemmerd is dat hij waarschijnlijk op die overweg zou moeten stoppen.
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 21 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 21.VERKEER OP AUTOSNELWEGEN.   21.1. <KB 1997-07-16/32, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 01-10-1997> De toegang tot de autosnelwegen is verboden :   - aan de voetgangers, (...) aan de bestuurders van rijwielen, van bromfietsen en van dieren; <KB 2003-04-04/66, art. 14, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <KB 2007-02-13/33, art. 6, 038; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   - aan de bestuurders van voertuigen of slepen die op een horizontale weg de snelheid van 70 km per uur niet kunnen bereiken;   - aan de bestuurders van voertuigen die overeenkomstig de bepalingen van artikel 49.5. met een noodkoppeling of met een hulpkoppeling een ander voertuig slepen;   (- aan de bestuurders van [1 ...]1 van vierwielers met motor zonder passagiersruimte.) <KB 2000-06-24/30, art. 2, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2000>   [5 - aan de bestuurders van landbouwvoertuigen.]5   De tot het verkeer op de autosnelwegen toegelaten voertuigen mogen die wegen slechts oprijden of verlaten op de plaatsen die daarvoor speciaal ingericht zijn.   21.2. Behalve wanneer een lagere snelheid wordt opgelegd door het verkeersbord C 43 mag geen enkele bestuurder op een autosnelweg met een lagere snelheid rijden dan 70 km per uur. Hij moet evenwel zijn snelheid regelen overeenkomstig de bepalingen van artikel 10.1.   21.3. (Wanneer de rijbaan van een autosnelweg drie of meer rijstroken in de gevolgde rijrichting omvat, mogen de autobussen, autocars en andere voertuigen en slepen met een maximale toegelaten massa van meer dan 3,5 ton niet op een andere rijstrook dan een van de twee rechts gelegen rijstroken van de rijbaan rijden, behalve om de aanwijzingen van de verkeersborden F13 en F15 op te volgen.) <KB 2006-12-21/57, art. 3, 033; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   21.4. Op autosnelwegen is het verboden :   1° de dwarsverbindingen te gebruiken;   2° te keren;   3° achteruit te rijden (of te rijden in de tegenovergestelde rijrichting); <KB 2003-04-04/66, art. 14, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>   4° een voertuig te laten stilstaan of te parkeren, behalve op de parkeerstroken, aangewezen door het verkeersbord E 9a.   [2 5° de voertuigen die met een nood- of hulpkoppeling gesleept worden.]2   21.5. [3 ...]3   21.6. Op autosnelwegen zijn verboden :   1° stoeten, betogingen en samenscholingen;   2° reklametochten;   3° [4 ...]4;   4° sportwedstrijden, inzonderheid snelheids-, regelmatigheids- of behendigheidsritten of -wedstrijden;   5° de verkoop of het te koop aanbieden van enig voorwerp, behoudens toelating van de Minister tot wiens bevoegdheid het beheer van de autosnelwegen behoort (of van zijn gemachtigde). <KB 23-06-1978, art. 2>   21.7. De Minister tot wiens bevoegdheid het beheer van de autosnelwegen behoort (of zijn gemachtigde) kan, wegens bijzondere omstandigheden alle voorlopige maatregelen treffen tot regeling van het verkeer op een bepaalde plaats van een autosnelweg. <KB 23-06-1978, art. 2>   21.8. De Minister tot wiens bevoegdheid het beheer van de autosnelwegen behoort (of zijn gemachtigde) kan, onder de door hem vastgestelde voorwaarden, de in konvooi rijdende legervoertuigen en het uitzonderlijk vervoer toelaten de autosnelwegen te volgen en er te rijden met een lagere snelheid dan 70 km per uur. <KB 23-06-1978, art. 2>   ----------   (1)<KB 2011-06-11/04, art. 2, 049; Inwerkingtreding : 01-09-2011>   (2)<KB 2014-01-29/13, art. 8, 062; Inwerkingtreding : 01-03-2014>   (3)<KB 2014-01-29/13, art. 9, 062; Inwerkingtreding : 01-03-2014>   (4)<KB 2016-07-21/34, art. 14, 069; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (5)<KB 2018-02-10/04, art. 5, 072; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 22 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22.VERKEER OP AUTOWEGEN.   22.1. Alleen de motorvoertuigen en hun aanhangwagens, met uitzondering van de bromfietsen, de landbouwvoertuigen en de slepen van kermisvoertuigen, (alsook [1 ...]1 de vierwielers zonder passagiersruimte) worden tot het verkeer op autowegen toegelaten. <KB 1997-07-16/32, art. 4, 010; Inwerkingtreding : 01-10-1997> <KB 2000-06-24/30, art. 3, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2000>   22.2. De bepalingen van artikel 21.4. en 21.6. gelden op de autowegen.   ----------   (1)<KB 2011-06-11/04, art. 3, 049; Inwerkingtreding : 01-09-2011>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 22bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22bis. <KB 23-06-1978, art. 3> <Err. B.St. 13-07-1978> VERKEER IN WOONERVEN (EN IN DE ERVEN). <KB 2003-04-04/66, art. 15, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>   Binnen de woonerven (en de erven) : <KB 2003-04-04/66, art. 15, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>   1° mogen de voetgangers de ganse breedte van de openbare weg gebruiken; spelen zijn er eveneens toegelaten;   2° mogen de bestuurders de voetgangers niet in gevaar brengen en ze niet hinderen; zo nodig moeten zij stoppen. Zij moeten bovendien dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van kinderen. De voetgangers mogen het verkeer niet nodeloos belemmeren;   3° is de snelheid beperkt tot 20 km per uur;   4° a) is het parkeren verboden, behalve :   - op plaatsen die afgebakend zijn door wegmarkeringen of door een wegbedekking in een andere kleur en waar de letter P aangebracht is;   - op plaatsen waar een verkeersbord het toelaat.   b) mogen de stilstaande of geparkeerde voertuigen rechts of links ten opzichte van hun rijrichting opgesteld worden.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 22ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22ter.<KB 1998-10-09/32, art. 3, 1°, 012; Inwerkingtreding : 01-11-1998> VERKEER OP OPENBARE WEGEN VOORZIEN VAN VERHOOGDE INRICHTINGEN.   1. <KB 1998-10-09/32, art. 3, 2°, 012; Inwerkingtreding : 01-11-1998> Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87 of die, op de kruispunten, alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b :   1° moeten de bestuurders deze inrichtingen dubbel voorzichtig en met matige snelheid naderen, zodat zij erover rijden met een snelheid die niet meer bedraagt dan 30 km per uur;   2° [1 ...]1   3° [1 ...]1   2. De in 22ter.1. bedoelde (verhoogde inrichtingen) moeten voldoen aan de vereisten inzake aanleg en aan de technische voorschriften die door Ons worden bepaald. <KB 1998-10-09/32, art. 3, 3°, 012; Inwerkingtreding : 01-11-1998>   ----------   (1)<KB 2023-03-12/01, art. 6, 102; Inwerkingtreding : 01-04-2023>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 22quater · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22quater. <KB 17-09-1988, art. 2> ZONES MET EEN SNELHEIDSBEPERKING VAN 30 KM PER UUR.   Binnen de zones afgebakend door de verkeersborden F 4a en F 4b is de snelheid beperkt tot 30 km per uur.   (Tweede lid opgeheven) <KB 2004-04-26/31, art. 3, 026; Inwerkingtreding : 30-04-2004>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 22quinquies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22quinquies.<Ingevoegd bij KB 1998-10-09/32, art. 4; Inwerkingtreding : 01-11-1998> Verkeer op wegen voorbehouden voor voetgangers, fietsers [2 , ruiters en bestuurders van speed pedelecs]2.   1. <Ingevoegd bij KB 1998-10-09/32, art. 4; Inwerkingtreding : 01-11-1998> Op deze wegen is alleen het verkeer toegestaan van de categorieën van weggebruikers waarvan het symbool afgebeeld is op de verkeersborden die bij de toegang geplaatst zijn.   Deze wegen mogen evenwel ook gevolgd worden door :   - (...) <KB 2007-02-13/33, art. 7, 1°, 038; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   - de prioritaire voertuigen als bedoeld in artikel 37, wanneer de aard van hun opdracht het rechtvaardigt;   - (...) <KB 2007-02-13/33, art. 7, 2°, 038; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   - op basis van een vergunning afgegeven door de beheerder van deze wegen of zijn gemachtigde, onder de door hem vastgestelde voorwaarden :   - de voertuigen voor toezicht, controle en onderhoud van deze wegen;   - de voertuigen van de aanwonenden en van hun leveranciers;   - de voertuigen voor het wegruimen van vuilnis.   2. <Ingevoegd bij KB 1998-10-09/32, art. 4; Inwerkingtreding : 01-11-1998> De gebruikers van deze wegen mogen elkaar niet in gevaar brengen en niet hinderen. Zij moeten dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van kinderen en ze mogen het verkeer niet nodeloos belemmeren.   Het spelen is toegestaan.   3. <Ingevoegd bij KB 1998-10-09/32, art. 4; Inwerkingtreding : 01-11-1998> Wanneer verkeersborden F99b en F101b aangebracht zijn, moeten de gebruikers het deel van de weg volgen dat hun aangewezen is. Zij mogen evenwel het andere deel van de weg volgen op voorwaarde dat ze de doorgang vrij laten voor de gebruikers die er zich op regelmatige wijze op bevinden.   [1 4. De snelheid is beperkt tot 30 km per uur.]1   ----------   (1)<W 2014-01-29/01, art. 1, 063; Inwerkingtreding : 31-03-2014>   (2)<KB 2016-07-21/34, art. 15, 069; Inwerkingtreding : 01-10-2016>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 22sexies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22sexies.<Ingevoegd bij KB 1998-10-09/32, art. 5; Inwerkingtreding : 01-11-1998> Verkeer in de voetgangerszones.   1. Tot voetgangerszones hebben alleen voetgangers toegang.   Evenwel :   1° hebben toegang tot die zones :   a) (...) <KB 2007-02-13/33, art. 8, 038; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   b) de voertuigen voor toezicht, controle en onderhoud van deze zone en de voertuigen voor het wegruimen van vuilnis;   c) de prioritaire voertuigen als bedoeld in artikel 37, wanneer de aard van hun opdracht het rechtvaardigt;   d) de voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer;   e) de bestuurders van voertuigen waarvan de garage binnenin die zones is gelegen en slechts toegankelijk is via die zones;   f) in geval van absolute noodzaak, de voertuigen van handelsondernemingen die in die zones gevestigd zijn en slechts via die zones toegankelijk zijn, wanneer deze voertuigen bestemd zijn voor leveringen en indien die leveringen een hoofdactiviteit van deze ondernemingen uitmaken;   g) in geval van absolute noodzaak, de voertuigen die dienen voor een werk in die zones;   (h) [1 toeristische miniatuurtreinslepen]1 [2 en slepen bestaande uit een tractor en een huifkar]2, bespannen voertuigen, rijwieltaxi's;) <KB 2002-12-18/32, art. 2, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2003>   (i) de voertuigen die gebruikt worden in het kader van de uitoefening van een medisch beroep of thuisverzorging.) <KB 2002-12-18/32, art. 2, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2003>   (j) (...) <KB 2007-02-13/33, art. 8, 038; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   In de gevallen bedoeld onder e) tot (i)) moeten de begunstigden aan de binnenkant van de voorruit van hun voertuig een vrije doorgangskaart aanbrengen die door de burgemeester of zijn gemachtigde is afgegeven (; voor de bespannen voertuigen en de rijwieltaxi's moet de bestuurder in het bezit zijn van de vrije doorgangskaart). <KB 2002-12-18/32, art. 2, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2003>   2° tot die zones hebben toegang, indien verkeerstekens het voorschrijven en volgens de beperkingen die daarop vermeld staan :   a) de voertuigen die in die zones moeten laden of lossen;   b) de taxi's, die binnen die zones een welbepaalde bestemming hebben om personen te laten in- en uitstappen;   c) de fietsers.   2. In die zones mogen de voetgangers de volledige breedte van de openbare weg volgen.   De bestuurders die er mogen in rijden, moeten stapvoets rijden; ze moeten de doorgang vrij laten voor de voetgangers en zo nodig stoppen. Ze mogen de voetgangers niet in gevaar brengen en niet hinderen.   In die zones moeten de fietsers van hun fiets afstappen wanneer de dichtheid van het voetgangersverkeer hun doorgang bemoeilijkt.   Het spelen is toegelaten.   Het is verboden te parkeren in die zones.   ----------   (1)<W 2015-12-06/19, art. 4, 067; Inwerkingtreding : 28-01-2016>   (2)<W 2023-06-06/03, art. 3, 103; Inwerkingtreding : 30-10-2023>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 22septies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22septies. <Ingevoegd bij KB 1998-10-09/32, art. 6; Inwerkingtreding : 01-11-1998> Verkeer in de speelstraten.   1. In de speelstraten is de ganse breedte van de openbare weg voorbehouden voor het spelen, in hoofdzaak door kinderen.   De personen die spelen worden gelijkgesteld met voetgangers; evenwel zijn de bepalingen van artikel 42 van dit besluit niet van toepassing.   Alleen bestuurders van motorvoertuigen, die in de straat wonen of wier garage in die straat gelegen is, alsook prioritaire voertuigen als bedoeld in artikel 37, wanneer de aard van hun opdracht het rechtvaardigt, alsook (voertuigen in het bezit van een vergunning afgegeven door de beheerder van deze wegen (...)) fietsers, hebben toegang tot speelstraten. <KB 2003-04-04/66, art. 18, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <KB 2007-02-13/33, art. 9, 038; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   2. De bestuurders die in de speelstraten rijden, moeten dit stapvoets doen; ze moeten de doorgang vrij laten voor de voetgangers die spelen, hen voorrang verlenen en er zo nodig voor stoppen. Fietsers moeten zonodig afstappen. De bestuurders mogen de voetgangers die spelen niet in gevaar brengen en niet hinderen. Ze moeten bovendien dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van kinderen.
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 22octies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22octies.<Ingevoegd bij KB 2003-04-04/66, art. 19; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Verkeer op wegen voorbehouden voor (landbouwvoertuigen), voetgangers, fietsers [2 , ruiters en bestuurders van speed pedelecs]2. <Erratum, zie B.St. 12-01-2004, p. 1399>   22octies1. Buiten de categorieën van weggebruikers waarvan het symbool is weergegeven op de verkeersborden die bij de toegang geplaatst zijn,mogen deze wegen slechts gevolgd worden door volgende categorieën van weggebruikers :   a) voertuigen van en naar de aanliggende percelen;   b) niet-gemotoriseerde drie- en vierwielers;   c) [2 gespannen op voorwaarde dat het symbool van een landbouwvoertuig is afgebeeld op de verkeersborden;]2   d) voertuigen voor onderhoud, afvalophaling, toezicht, hulpverlening en prioritaire voertuigen.   Het begin van de wegen voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers [2 , ruiters en bestuurders van speed pedelecs]2, wordt aangeduid met het verkeersbord F99c en het einde met het verkeersbord F101c.   22octies2. Voetgangers, fietsers [2 , ruiters en bestuurders van speed pedelecs]2 mogen de ganse breedte van de genoemde wegen gebruiken. Zij mogen het verkeer niet nodeloos belemmeren.   De gebruikers van deze wegen mogen elkaar niet in gevaar brengen en niet hinderen. Het gemotoriseerd verkeer, en in het bijzonder de landbouwvoertuigen, moeten dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van voetgangers, fietsers(...) [2 , bestuurders van niet gemotoriseerde drie- en vierwielers, ruiters en gespannen]2. <KB 2007-02-13/33, art. 10, 2°, 038; Inwerkingtreding : 15-03-2007>   [1 22octies3. De snelheid is beperkt tot 30 km per uur.]1   ----------   (1)<W 2014-01-29/01, art. 2, 063; Inwerkingtreding : 31-03-2014>   (2)<KB 2016-07-21/34, art. 16, 069; Inwerkingtreding : 01-10-2016>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 22novies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22novies.[1 Verkeer in [3 fietszones]3.    In [3 fietszones]3 mogen de fietsers de ganse breedte van de rijbaan gebruiken voor zover deze slechts opengesteld is in hun rijrichting en de helft van de breedte langs de rechterzijde indien de rijbaan opengesteld is in beide rijrichtingen.    Motorvoertuigen hebben toegang tot [3 fietszones]3. Zij mogen de fietsers evenwel niet inhalen. De snelheid mag in een [3 fietszone]3 nooit hoger liggen dan 30 kilometer per uur.]1   [2 Worden voor de toepassing van dit artikel met fietsers gelijkgesteld: de bestuurders van rijwielen of speed pedelecs.]2   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2012-01-10/02, art. 2, 052; Inwerkingtreding : 13-02-2012>   (2)<W 2019-04-13/32, art. 4, 082; Inwerkingtreding : 01-07-2019>   (3)<KB 2023-03-12/01, art. 7, 102; Inwerkingtreding : 01-04-2023>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 22decies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL II. - REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG. <KB 2003-04-04/66, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22decies.[1 Verkeer op spitsstroken.    Het gebruik van spitsstroken wordt geregeld door [2 de signalisatie bedoeld in artikel 65.4 of ]2 de verkeerslichten bedoeld in artikel 62bis.    Indien [2 noch de signalisatie bedoeld in artikel 65.4 noch de verkeerslichten in werking zijn,]2 is het verkeer op de spitsstrook niet toegelaten behalve :    1° in de gevallen bedoeld in artikel 9.7;    2° om de autosnelweg op te rijden of te verlaten;    3° om van richting te veranderen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2016-07-21/34, art. 17, 069; Inwerkingtreding : 01-10-2016>   (2)<KB 2018-02-10/04, art. 6, 072; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
    Open officiële bron ↗