Tijdelijk kader van kracht
Artikel 110 koppelt de inwerkingtreding aan die van boek I en II van het nieuwe Strafwetboek: 1 september 2026. De Justel-hoofding van deze wet vermeldt nog 12 april 2026; die datum stemt niet overeen met de wettelijke bepaling. Hoofdstuk 2 en de overgangsmaatregelen van artikel 108 gelden tot een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk tot 30 juni 2029. Dit betekent niet dat alle wijzigingen die deze wet aanbrengt op die datum vervallen. De wet van 29 juni 1964 over opschorting, uitstel en probatie is sinds 1 september 2026 opgeheven; haar oude versies dienen voor beoordeling van historische situaties.
Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.
Bronopname: 2026-10-07 · Publicatiedatum (geen afzonderlijke consolidatiedatum): 2026-04-02
Open officiële bron ↗Onderzoek deze wet in Pro
Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.
Verken Pro voor deze wet →Art. 21 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 2. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 21. De strafuitvoeringsrechter en het openbaar ministerie zien toe op de tenuitvoerlegging van de probatiestraf opgelegd aan een rechtspersoon.
Wanneer de rechterlijke beslissing waarbij de probatiestraf wordt uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, licht de griffier bij het vonnisgerecht dat de veroordeling heeft uitgesproken, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel, de strafuitvoeringsrechter en het openbaar ministerie daarover in, zodat de straf kan worden uitgevoerd.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 22 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 2. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 22. De behandeling van de zaak vindt plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechter na de ontvangst van de rechterlijke beslissing bedoeld in artikel 21.
De plaats, de dag en het uur van de zitting worden bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
De strafuitvoeringsrechter bepaalt in zijn vonnis, na de veroordeelde en het openbaar ministerie gehoord te hebben, in voorkomend geval, de concrete invulling van de probatiestraf. Hij bepaalt eveneens de wijze waarop en de periodiciteit met dewelke de veroordeelde verslag moet doen van de uitvoering van de probatiestraf.
Deze verslagen worden overgezonden aan de strafuitvoeringsrechter, met kopie aan het openbaar ministerie.
De strafuitvoeringsrechter doet uitspraak binnen de maand nadat hij de veroordeelde heeft gehoord.
Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 23 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 2. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 23. § 1. De strafuitvoeringsrechter kan, ofwel op vordering van het openbaar ministerie, ofwel op verzoekschrift van de veroordeelde, de bijzondere voorwaarden geheel of ten dele opschorten, nader omschrijven of aanpassen aan de omstandigheden.
Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het verzoekschrift met redenen omkleed en houdt het keuze van woonplaats in België in, indien de veroordeelde er zijn woonplaats of zijn zetel niet heeft.
Het verzoekschrift wordt ingediend ter griffie.
In geval van verzoekschrift van de veroordeelde, zendt de griffie onverwijld een afschrift van dit verzoekschrift over aan het openbaar ministerie.
In geval van vordering van het openbaar ministerie, zendt de griffie onverwijld bij aangetekende zending een afschrift van de vordering over aan de veroordeelde.
§ 2. Indien zij opmerkingen hebben, delen de veroordeelde of het openbaar ministerie deze schriftelijk mee binnen zeven dagen na ontvangst van het afschrift van het verzoekschrift of de vordering, aan de strafuitvoeringsrechter.
Indien de strafuitvoeringsrechter het nuttig acht, organiseert hij een zitting, die ten laatste een maand na de ontvangst van het in paragraaf 1 bedoelde verzoekschrift of de vordering van het openbaar ministerie plaatsvindt. De veroordeelde en, in voorkomend geval, zijn advocaat alsook het openbaar ministerie worden gehoord.
De plaats, de dag en het uur van de zitting bedoeld in het tweede lid worden bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
De strafuitvoeringsrechter kan beslissen eveneens andere personen te horen.
De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
§ 3. Binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoekschrift of de vordering van het openbaar ministerie of, indien er een zitting heeft plaatsgevonden, binnen vijftien dagen nadat de zaak in beraad is genomen, beslist de strafuitvoeringsrechter. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij aangetekende zending meegedeeld aan de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
Indien de strafuitvoeringsrechter van oordeel is dat de probatiestraf zijn doel heeft bereikt, kan hij beslissen er een einde aan te maken, zelfs als de door de rechter bepaalde termijn nog niet is verstreken.
§ 4. De veroordeelde mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van drie maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 24 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 2. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 24. Wanneer de probatiestraf geheel of gedeeltelijk niet wordt uitgevoerd, kan het openbaar ministerie, met het oog op de uitvoering van de uitgesproken vervangende geldboete, de zaak aanhangig maken bij de strafuitvoeringsrechter.
De behandeling van de zaak vindt plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechter. Deze zitting vindt plaats uiterlijk vijftien dagen na de aanhangigmaking van de zaak door het openbaar ministerie.
De veroordeelde wordt ten minste tien dagen voor de datum van de behandeling van het dossier per aangetekende zending opgeroepen.
De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
Het dossier wordt ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en, in voorkomend geval, zijn advocaat op de griffie.
De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.
De strafuitvoeringsrechter hoort de veroordeelde en zijn advocaat alsook het openbaar ministerie.
De strafuitvoeringsrechter kan beslissen eveneens andere personen te horen.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 25 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 2. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 25. De strafuitvoeringsrechter beslist tot de verdere uitvoering van de probatiestraf of tot de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de uitgesproken vervangende geldboete, hierbij rekening houdende met het deel van de probatiestraf dat de veroordeelde reeds heeft uitgevoerd. De strafuitvoeringsrechter beslist binnen zeven dagen nadat de zaak in beraad is genomen.
Tegen deze beslissing kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 26 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 2. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 26. Ingeval de beslissing bedoeld in artikel 25 de gehele of de gedeeltelijke uitvoering van de uitgesproken vervangende geldboete betreft, deelt de griffie het vonnis binnen vierentwintig uur mee bij aangetekende zending aan de veroordeelde en schriftelijk aan het openbaar ministerie en de FOD Financiën.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 27 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 2. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 27. § 1. Tegen de beslissingen van de strafuitvoeringsrechter bedoeld in de artikelen 22 en 23 staat cassatieberoep open voor het openbaar ministerie en de veroordeelde.
§ 2. Het openbaar ministerie stelt het cassatieberoep in binnen een termijn van vierentwintig uur, te rekenen van de uitspraak van het vonnis.
De veroordeelde stelt het cassatieberoep in binnen een termijn van vijf dagen, te rekenen van de uitspraak van het vonnis.
De verklaring van cassatieberoep wordt neergelegd ter griffie en wordt door een advocaat ondertekend. De cassatiemiddelen worden voorgesteld in een memorie die op de griffie van het Hof van Cassatie toekomt ten laatste op de vijfde dag na de datum van het cassatieberoep.
§ 3. Het dossier wordt door de griffie toegezonden aan de griffie van het Hof van Cassatie binnen achtenveertig uur, te rekenen van het instellen van het cassatieberoep.
Het cassatieberoep heeft schorsende kracht.
Het Hof van Cassatie doet uitspraak binnen dertig dagen, te rekenen van het instellen van het cassatieberoep.
§ 4. Na een cassatiearrest met verwijzing doet een andere strafuitvoeringsrechter uitspraak binnen veertien dagen te rekenen van de uitspraak van dit arrest.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 28 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 3. - De uitvoering van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap
Lees de volledige brontekst
Art. 28. De strafuitvoeringsrechter en het openbaar ministerie zien toe op de tenuitvoerlegging van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap.
Wanneer de rechterlijke beslissing waarbij de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap wordt uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, licht de griffier bij het vonnisgerecht dat de veroordeling tot een dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap heeft uitgesproken, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel de strafuitvoeringsrechter en het openbaar ministerie daarover in, zodat de straf kan worden uitgevoerd.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 29 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 3. - De uitvoering van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap
Lees de volledige brontekst
Art. 29. De behandeling van de zaak vindt plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechter na de ontvangst van de rechterlijke beslissing bedoeld in artikel 28.
De plaats, de dag en het uur van de zitting worden bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
De strafuitvoeringsrechter bepaalt in zijn vonnis, na de veroordeelde en het openbaar ministerie gehoord te hebben, in voorkomend geval, de concrete invulling van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap. Hij bepaalt eveneens de wijze waarop en de periodiciteit met dewelke de veroordeelde verslag moet doen van de uitvoering van de straf.
Deze verslagen worden overgezonden aan de strafuitvoeringsrechter, met kopie aan het openbaar ministerie.
De strafuitvoeringsrechter doet uitspraak binnen de maand nadat hij de veroordeelde heeft gehoord.
Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 30 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 3. - De uitvoering van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap
Lees de volledige brontekst
Art. 30. § 1. De strafuitvoeringsrechter kan, ofwel op vordering van het openbaar ministerie, ofwel op verzoek van de veroordeelde, preciseringen of wijzigingen aanbrengen inzake de uitvoeringsmodaliteiten.
Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het verzoekschrift met redenen omkleed en houdt het keuze van woonplaats in België in, indien de veroordeelde er zijn woonplaats of zijn zetel niet heeft.
Het verzoekschrift wordt ingediend ter griffie.
In geval van verzoekschrift van de veroordeelde, zendt de griffie onverwijld een afschrift van dit verzoekschrift over aan het openbaar ministerie.
In geval van vordering van het openbaar ministerie, zendt de griffie onverwijld bij aangetekende zending een afschrift van de vordering over aan de veroordeelde.
§ 2. Indien zij opmerkingen hebben, delen de veroordeelde of het openbaar ministerie deze schriftelijk mee binnen zeven dagen na ontvangst van het afschrift van het verzoekschrift of de vordering, aan de strafuitvoeringsrechter.
Indien de strafuitvoeringsrechter het nuttig acht, organiseert hij een zitting, die ten laatste een maand na de ontvangst van het in paragraaf 1 bedoelde verzoekschrift of de vordering van het openbaar ministerie plaatsvindt. De veroordeelde en, in voorkomend geval, zijn advocaat alsook het openbaar ministerie worden gehoord.
De plaats, de dag en het uur van de zitting bedoeld in het tweede lid worden bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
§ 3. Binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoekschrift of de vordering van het openbaar ministerie of, indien er een zitting heeft plaatsgevonden, binnen vijftien dagen nadat de zaak in beraad is genomen, beslist de strafuitvoeringsrechter. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij aangetekende zending meegedeeld aan de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
§ 4. De veroordeelde mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van drie maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 31 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 3. - De uitvoering van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap
Lees de volledige brontekst
Art. 31. Wanneer de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap geheel of gedeeltelijk niet wordt uitgevoerd, kan het openbaar ministerie, met het oog op de uitvoering van de uitgesproken vervangende geldboete, de zaak aanhangig maken bij de strafuitvoeringsrechter.
De behandeling van de zaak vindt plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechter. Deze zitting vindt plaats uiterlijk vijftien dagen na de aanhangigmaking van de zaak door het openbaar ministerie bij de strafuitvoeringsrechter.
De veroordeelde wordt ten minste tien dagen voor de datum van de behandeling van het dossier per aangetekende zending opgeroepen.
De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
Het dossier wordt ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn advocaat op de griffie.
De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.
De strafuitvoeringsrechter hoort de veroordeelde en zijn advocaat alsook het openbaar ministerie.
De strafuitvoeringsrechter kan beslissen eveneens andere personen te horen.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 32 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 3. - De uitvoering van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap
Lees de volledige brontekst
Art. 32. De strafuitvoeringsrechter beslist tot de verdere uitvoering van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap of tot de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de uitgesproken vervangende geldboete, hierbij rekening houdende met het deel van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap dat de veroordeelde reeds heeft verricht. De strafuitvoeringsrechter beslist binnen zeven dagen nadat de zaak in beraad is genomen.
Tegen deze beslissing kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 33 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 3. - De uitvoering van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap
Lees de volledige brontekst
Art. 33. Ingeval de beslissing bedoeld in artikel 32 de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de uitgesproken vervangende geldboete betreft, deelt de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank het vonnis binnen vierentwintig uur mee bij aangetekende zending aan de veroordeelde en schriftelijk aan het openbaar ministerie en de FOD Financiën.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 34 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 3. - De uitvoering van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap
Lees de volledige brontekst
Art. 34. § 1. Tegen de beslissingen van de strafuitvoeringsrechter bedoeld in de artikelen 29 en 30 staat cassatieberoep open voor het openbaar ministerie en de veroordeelde.
§ 2. Het openbaar ministerie stelt het cassatieberoep in binnen een termijn van vierentwintig uur, te rekenen van de uitspraak van het vonnis.
De veroordeelde stelt het cassatieberoep in binnen een termijn van vijf dagen, te rekenen van de uitspraak van het vonnis.
De verklaring van cassatieberoep wordt neergelegd ter griffie en wordt door een advocaat ondertekend. De cassatiemiddelen worden voorgesteld in een memorie die op de griffie van het Hof van Cassatie toekomt ten laatste op de vijfde dag na de datum van het cassatieberoep.
§ 3. Het dossier wordt door de griffie toegezonden aan de griffie van het Hof van Cassatie binnen achtenveertig uur te rekenen van het instellen van het cassatieberoep.
Het cassatieberoep heeft schorsende kracht.
Het Hof van Cassatie doet uitspraak binnen dertig dagen, te rekenen van het instellen van het cassatieberoep.
§ 4. Na een cassatiearrest met verwijzing, doet een andere strafuitvoeringsrechter uitspraak binnen veertien dagen te rekenen van de uitspraak van dit arrest.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 35 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 4. - De uitvoering van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 35. De strafuitvoeringsrechter en het openbaar ministerie zien toe op de tenuitvoerlegging van de probatieopschorting en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen.
Wanneer de rechterlijke beslissing waarbij de probatieopschorting of het probatie-uitstel wordt uitgesproken, in kracht van gewijsde is gegaan, licht de griffier bij het vonnisgerecht dat de rechterlijke beslissing heeft uitgesproken, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel, de strafuitvoeringsrechter en het openbaar ministerie daarover in, zodat de straf kan worden uitgevoerd.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 36 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 4. - De uitvoering van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 36. De behandeling van de zaak vindt plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechter na de ontvangst van de rechterlijke beslissing bedoeld in artikel 35.
De plaats, de dag en het uur van de zitting worden bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de betrokkene en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
De strafuitvoeringsrechter bepaalt in zijn vonnis, na de betrokkene en het openbaar ministerie gehoord te hebben, in voorkomend geval, de concrete invulling van de voorwaarden. Hij bepaalt eveneens de wijze waarop en de periodiciteit met dewelke de veroordeelde verslag moet doen over de uitvoering van de voorwaarden.
Deze verslagen worden overgezonden aan de strafuitvoeringsrechter, met kopie aan het openbaar ministerie.
De strafuitvoeringsrechter doet uitspraak binnen de maand nadat hij de betrokkene heeft gehoord.
Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de betrokkene en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 37 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 4. - De uitvoering van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 37. § 1. De strafuitvoeringsrechter kan, ofwel op vordering van het openbaar ministerie, ofwel op verzoekschrift van de betrokkene, de bij de rechterlijke beslissing gestelde voorwaarden geheel of ten dele opschorten, nader omschrijven of aanpassen aan de omstandigheden.
Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het verzoekschrift met redenen omkleed en houdt het keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats of zijn zetel niet heeft.
Het verzoekschrift wordt ingediend op de griffie.
In geval van verzoekschrift van de betrokkene, zendt de griffie onverwijld een afschrift van dit verzoekschrift over aan het openbaar ministerie.
In geval van vordering van het openbaar ministerie, maakt de griffie onverwijld bij aangetekende zending een afschrift van de vordering over aan de betrokkene.
§ 2. Indien zij opmerkingen hebben, delen de betrokkene of het openbaar ministerie deze schriftelijk mee binnen zeven dagen na ontvangst van het afschrift van het verzoekschrift of de vordering, aan de strafuitvoeringsrechter.
Indien de strafuitvoeringsrechter het nuttig acht, organiseert hij een zitting, die ten laatste een maand na de ontvangst van het in paragraaf 1 bedoelde verzoekschrift of de vordering van het openbaar ministerie moet plaatsvinden. De betrokkene en, in voorkomend geval, zijn advocaat alsook het openbaar ministerie worden gehoord.
De plaats, de dag en het uur van de zitting bedoeld in het tweede lid worden bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de betrokkene en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
§ 3. Binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoekschrift of de vordering van het openbaar ministerie of, indien er een zitting heeft plaatsgevonden, binnen vijftien dagen nadat de zaak in beraad is genomen, beslist de strafuitvoeringsrechter. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij aangetekende zending meegedeeld aan de betrokkene en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.
§ 4. De betrokkene mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van drie maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 38 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 4. - De uitvoering van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 38. § 1. Naast de gevallen bedoeld in artikel 64, § 4, eerste lid, van het Strafwetboek, kan de probatieopschorting worden herroepen indien degene voor wie die maatregel is genomen de opgelegde voorwaarden niet naleeft.
Indien het openbaar ministerie het passend acht een herroeping van de opschorting of de probatieopschorting te vorderen, in de gevallen bedoeld in paragraaf 1, en in artikel 64, § 4, eerste lid, van het Strafwetboek, dagvaardt het de betrokkene voor de correctionele rechtbank of, indien het feit behoort tot haar bevoegdheid, voor de politierechtbank, die de opschorting gelast heeft, binnen dezelfde termijnen, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde vormen als in correctionele zaken.
Artikel 136sexies, § 2, van het Wetboek van strafvordering is van toepassing.
Herroept het vonnisgerecht de probatieopschorting niet, dan kan het er nieuwe voorwaarden aan verbinden.
Tegen deze beslissingen kan worden opgekomen met alle rechtsmiddelen waarin het Wetboek van strafvordering voorziet.
§ 2. In geval van niet-naleving van die voorwaarden moet die vordering worden ingesteld uiterlijk binnen een jaar na het verstrijken van de termijn bepaald in de beslissing die de probatieopschorting gelastte. Zij verjaart drie volle jaren na de dag waarop ze bij het bevoegde gerecht is aangebracht.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 39 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 4. - De uitvoering van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 39. § 1. Indien het openbaar ministerie het passend acht een herroeping van het uitstel of het probatie-uitstel te vorderen, in de gevallen bepaald in artikel 65, § 4, tweede, derde en vierde lid, van het Strafwetboek, dagvaardt het de betrokkene voor de rechtbank van eerste aanleg van zijn verblijfplaats of, in het geval bepaald in artikel 65, § 4, vierde lid, van het Strafwetboek, voor de politierechtbank van de plaats van het misdrijf binnen dezelfde termijn, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde vormen als in correctionele zaken. Herroept het vonnisgerecht het uitstel niet, dan kan het nieuwe voorwaarden verbinden aan het probatie-uitstel, gelast bij de eerste veroordeling.
Tegen deze beslissingen kan worden opgekomen met alle rechtsmiddelen waarin het Wetboek van strafvordering voorziet.
§ 2. De vordering tot herroeping wegens een ernstige niet-naleving van de opgelegde algemene of bijzondere voorwaarden moet worden ingesteld uiterlijk binnen een jaar na het verstrijken van de proeftijd van het uitstel. Zij verjaart drie volle jaren na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗Art. 40 · Federaal
Brontekst
Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 2. - Tijdelijk kader voor de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf, de werkstraf, de opschorting en de probatieopschorting, het uitstel en het probatie-uitstel, de bijkomende straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek en van bepaalde straffen opgelegd aan rechtspersonen / Afdeling 5. - De uitvoering van de probatiestraf opgelegd aan rechtspersonen, van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen / Onderafdeling 4. - De uitvoering van de opschorting en de probatieopschorting, van het uitstel en het probatie-uitstel opgelegd aan rechtspersonen
Lees de volledige brontekst
Art. 40. De straffen die worden uitgesproken ten gevolge van de herroeping van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling, of die uitvoerbaar worden ten gevolge van de herroeping van het uitstel van de tenuitvoerlegging van de straffen worden zonder beperking samengevoegd met die welke worden uitgesproken voor het nieuwe misdrijf.
Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.
Open officiële bron ↗