Gratis brononderzoek

Wetboek van Strafvordering

Strafrechtelijke onderzoeks- en procesregels.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

921 bronvarianten

  1. Art. 78 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3. VERHOOR VAN DE GETUIGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 78. Er mag niet tussen de regels geschreven worden; doorhalingen en verwijzingen worden door de onderzoeksrechter, door de griffier en door de getuige goedgekeurd en getekend [1 ...]1. Het tussen de regels geschrevene, de niet goedgekeurde doorhalingen en verwijzingen worden als niet bestaande beschouwd.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 84, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 79 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3. VERHOOR VAN DE GETUIGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 79. Kinderen van het mannelijke of vrouwelijke geslacht beneden de leeftijd van vijftien jaar mogen gehoord worden, bij wijze van eenvoudige verklaring en zonder eedaflegging.
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 80 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3. VERHOOR VAN DE GETUIGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 80. Hij die gedagvaard wordt om als getuige te worden gehoord, is gehouden te verschijnen en aan de dagvaarding te voldoen; anders kan hij daartoe genoodzaakt worden door de onderzoeksrechter, die te dien einde op de conclusie van de procureur des Konings, zonder verdere vormen, zonder termijn en zonder hoger beroep, [2 de bij de wet bepaalde straf]2 uitspreekt, en kan bevelen dat de gedaagde lichamelijk zal worden gedwongen om zijn getuigenis te komen afleggen.   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 7, 054; Inwerkingtreding : 21-01-2010>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 85, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 81 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3. VERHOOR VAN DE GETUIGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 81. De getuige die aldus [1 tot een straf]1 is veroordeeld wegens een eerste niet-verschijning en die na een tweede dagvaarding aan de onderzoeksrechter wettige redenen van verschoning voorlegt, kan op de conclusie van de procureur des Konings [1 van deze straf]1 worden ontheven.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 86, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 82 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3. VERHOOR VAN DE GETUIGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 82. Wanneer een getuige vergoeding vraagt, wordt het bedrag ervan door de onderzoeksrechter begroot.
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 83 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3. VERHOOR VAN DE GETUIGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 83. Blijkt uit het getuigschrift van een geneesheer dat getuigen zich in de onmogelijkheid bevinden om op de aan hen gedane dagvaardingen te verschijnen, dan begeeft de onderzoeksrechter zich in hun woning, als zij in het kanton van het vredegerecht wonen waar de onderzoeksrechter zijn standplaats heeft.   Indien de getuigen buiten het kanton wonen, kan de onderzoeksrechter de vrederechter van hun woonplaats opdracht geven om hun getuigenis af te nemen, en hij zendt aan de vrederechter nota's en inlichtingen om de feiten te doen kennen waarover zij moeten worden gehoord.
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 84 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3. VERHOOR VAN DE GETUIGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 84. Indien de getuigen buiten het arrondissement van de onderzoeksrechter wonen, verzoekt deze de onderzoeksrechter van het arrondissement waarin de getuigen wonen, zich bij hen te begeven ten einde hun getuigenis af te nemen.   Ingeval de getuigen niet wonen in het kanton van de aldus aangezochte onderzoeksrechter, kan deze de vrederechter van hun woonplaats opdracht geven om hun getuigenis af te nemen, zoals bepaald in het vorige artikel.
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 85 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3. VERHOOR VAN DE GETUIGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 85. De rechter die ingevolge de artikelen 83 en 84 hiervoren de getuigen heeft verhoord, zendt hun verklaringen gesloten en verzegeld aan de onderzoeksrechter van de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is.
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 86 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3. VERHOOR VAN DE GETUIGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 86. <Opgeheven bij W 2026-03-11/03, art. 86, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 86bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3bis. ANONIEME GETUIGENISSEN. <ingevoegd bij W 2002-04-08/51, art. 12; Inwerkingtreding : 01-11-2002>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 86bis. <ingevoegd bij W 2002-04-08/51, art. 12; Inwerkingtreding : 01-11-2002> § 1. Indien de beschermingsmaatregel bedoeld in artikel 75bis niet lijkt te volstaan, kan de onderzoeksrechter hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, in voorkomend geval op verzoek van de persoon tegen wie een opsporingsonderzoek loopt, hetzij op verzoek van de getuige of van de persoon tegen wie de strafvordering wordt ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek, de inverdenkinggestelde of de burgerlijke partij of hun raadslieden bevelen dat de identiteit van de getuige verborgen zal worden gehouden op de wijze in artikel 86ter bepaald, op voorwaarde :   1° dat er kan worden aangenomen dat de getuige of een persoon uit diens naaste omgeving zich redelijkerwijze door het afleggen van de getuigenis ernstig in zijn integriteit bedreigd voelt, en dat de getuige te kennen gegeven heeft wegens deze bedreiging geen verklaring te willen afleggen, of   2° dat er precieze en ernstige aanwijzingen bestaan dat deze getuige of een persoon uit diens naaste omgeving gevaar loopt, indien de getuige officier of agent van gerechtelijke politie is.   § 2. De identiteit van de getuige kan enkel verborgen worden gehouden overeenkomstig artikel 86ter indien er precieze en ernstige aanwijzingen bestaan dat de feiten waarover een getuigenverklaring zal worden afgelegd een misdrijf uitmaken zoals bedoeld in artikel 90ter , §§ 2 tot 4, of enig misdrijf dat werd gepleegd in het kader van een criminele organisatie als bedoeld in [1 artikel 406]1 van het Strafwetboek (...), indien het onderzoek naar deze feiten zulks vereist en indien de overige middelen van onderzoek niet lijken te volstaan om de waarheid aan de dag te brengen. <W 2003-08-05/32, art. 20, 039; Inwerkingtreding : 07-08-2003>   § 3. Vooraleer de onderzoeksrechter een beslissing neemt, neemt hij kennis van de volledige identiteit van de getuige en onderzoekt hij diens betrouwbaarheid.   § 4. De overeenkomstig § 1 verleende beschikking wordt met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend en maakt melding van de toepassing van de voorgaande paragrafen evenals van de wijze waarop de onderzoeksrechter de betrouwbaarheid van de getuige heeft onderzocht, dit alles op straffe van nietigheid van de met toepassing van artikel 86ter afgelegde getuigenverklaring.   § 5. Tegen de beschikking van de onderzoeksrechter waarbij hij de volledige anonimiteit toekent of weigert, staat geen rechtsmiddel open.   § 6. De procureur des Konings houdt een register bij van alle getuigen van wie de identiteit overeenkomstig dit artikel verborgen wordt gehouden.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 88, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 86ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3bis. ANONIEME GETUIGENISSEN. <ingevoegd bij W 2002-04-08/51, art. 12; Inwerkingtreding : 01-11-2002>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 86ter. <ingevoegd bij W 2002-04-08/51, art. 12; Inwerkingtreding : 01-11-2002> De beschikking waarbij de onderzoeksrechter overeenkomstig artikel 86bis beveelt dat de identiteit van de getuige verborgen zal worden gehouden, wordt door de griffier aan de procureur des Konings meegedeeld, en bij een ter post aangetekende brief aan de getuige, de persoon tegen wie de strafvordering werd ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek of de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden ter kennis gebracht, samen met de oproeping waardoor ze worden uitgenodigd aanwezig te zijn op een door de onderzoeksrechter bepaalde plaats en een door hem bepaald tijdstip teneinde het verhoor van de getuige bij te wonen, op straffe van nietigheid van de afgelegde getuigenverklaring.   Voor het verhoor waarschuwt de onderzoeksrechter de getuige dat hij verantwoordelijk kan gesteld worden voor feiten, gepleegd in het kader van zijn getuigenis, die een misdrijf zouden uitmaken zoals bedoeld in [1 titel 3, hoofdstuk 6, afdeling 3, of titel 8, hoofdstuk 5, afdeling 1, onderafdeling 2,]1 van het tweede boek van het Strafwetboek.   Op de plaats en het tijdstip, bepaald in de in het eerste lid bedoelde oproeping, gaat de onderzoeksrechter over tot het verhoor van de getuige. De onderzoeksrechter neemt alle maatregelen die redelijkerwijze nodig zijn om de identiteit van de getuige verborgen te houden. Het openbaar ministerie, de persoon tegen wie de strafvordering werd ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek of de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden kunnen de onderzoeksrechter, vóór en tijdens het verhoor van de getuige, vragen opgeven, die zij gesteld wensen te zien. De onderzoeksrechter verhindert de beantwoording door de getuige van elke vraag die tot de bekendmaking van zijn identiteit zou kunnen leiden.   Indien het verbergen van de identiteit van de getuige het vereist, kan de onderzoeksrechter bevelen dat het openbaar ministerie, de persoon tegen wie de strafvordering werd ingesteld in het kader van een gerechtelijk onderzoek of de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun raadslieden het verhoor van de getuige uitsluitend in een afzonderlijke ruimte kunnen bijwonen, in welk geval wordt gebruik gemaakt van een telecommunicatievoorziening. De Koning bepaalt de minimale vereisten waaraan deze telecommunicatievoorziening dient te beantwoorden.   De onderzoeksrechter gelast dat een proces-verbaal wordt opgesteld van het verhoor en maakt, naast de vermeldingen bedoeld in artikel 47bis , 3°, omstandig melding van de omstandigheden waarin het verhoor heeft plaatsgevonden, de vragen die werden gesteld en de antwoorden die werden gegeven in de gebruikte bewoordingen, dan wel de redenen waarom hij de beantwoording door de getuige verhinderd heeft. Hij leest het proces-verbaal voor, en na verklaring van de getuige dat hij volhardt, ondertekenen de onderzoeksrechter en de griffier het proces-verbaal van verhoor. Deze vormen zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van de afgelegde getuigenverklaring.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 89, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 86quater · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3bis. ANONIEME GETUIGENISSEN. <ingevoegd bij W 2002-04-08/51, art. 12; Inwerkingtreding : 01-11-2002>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 86quater. <ingevoegd bij W 2002-04-08/51, art. 12; Inwerkingtreding : 01-11-2002> Indien er ernstige en precieze aanwijzingen bestaan dat de getuige wiens identiteit met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter verborgen werd gehouden, in het kader van het afleggen van zijn getuigenis, feiten heeft gepleegd die een misdrijf uitmaken, zoals bedoeld in [1 titel 3, hoofdstuk 6, afdeling 3, of titel 8, hoofdstuk 5, afdeling 1, onderafdeling 2,]1 van het tweede boek van het Strafwetboek, is de onderzoeksrechter gehouden de identiteitsgegevens van deze getuige mede te delen aan de procureur des Konings of de onderzoeksrechter belast met het onderzoek naar deze feiten. In dat geval kan, en dit tot op het ogenblik van de dagvaarding door het openbaar ministerie of de verwijzing naar de bevoegde rechtbank, de identiteit van deze getuige enkel aan deze magistraten en aan het onderzoeksgerecht worden onthuld. "   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 90, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 86quinquies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 3bis. ANONIEME GETUIGENISSEN. <ingevoegd bij W 2002-04-08/51, art. 12; Inwerkingtreding : 01-11-2002>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 86quinquies. <ingevoegd bij W 2002-04-08/51, art. 12; Inwerkingtreding : 01-11-2002> Onverminderd de toepassing van artikel 29, kunnen de getuigenverklaringen die ingevolge de toepassing van de artikelen 86bis en 86ter werden verkregen, alleen in aanmerking worden genomen als bewijs van een misdrijf als bedoeld in artikel 90ter , §§ 2 tot 4, of van een misdrijf dat gepleegd werd in het kader van een criminele organisatie als bedoeld in [1 artikel 406]1 van het Strafwetboek (...). <W 2003-08-05/32, art. 21, 039; Inwerkingtreding : 07-08-2003>   De procureur des Konings aan wie ingevolge de toepassing van artikel 29 bericht wordt gegeven van een [1 misdrijf]1 dat aan het licht gekomen is ten gevolge van een getuigenverklaring verkregen met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter , neemt alle nodige maatregelen teneinde de volledige anonimiteit van de getuige te waarborgen.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 91, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 87 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 4. (SCHRIFTELIJKE BEWIJZEN, OVERTUIGINGSSTUKKEN EN OPSPOREN EN LOKALISEREN VAN TELECOMMUNICATIE). <W 1998-06-10/196 art. 4, 017; Inwerkingtreding : 02-10-1998>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 87. De onderzoeksrechter zal desgevorderd en kan zelfs ambtshalve zich naar de woning van de verdachte begeven om er de papieren, de zaken en in het algemeen alle voorwerpen op te sporen, die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen.
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 88 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 4. (SCHRIFTELIJKE BEWIJZEN, OVERTUIGINGSSTUKKEN EN OPSPOREN EN LOKALISEREN VAN TELECOMMUNICATIE). <W 1998-06-10/196 art. 4, 017; Inwerkingtreding : 02-10-1998>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 88. De onderzoeksrechter kan zich eveneens begeven naar de andere plaatsen waar hij vermoedt dat men de in het vorige artikel bedoelde voorwerpen verborgen heeft.
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 88bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 4. (SCHRIFTELIJKE BEWIJZEN, OVERTUIGINGSSTUKKEN EN OPSPOREN EN LOKALISEREN VAN TELECOMMUNICATIE). <W 1998-06-10/196 art. 4, 017; Inwerkingtreding : 02-10-1998>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 88bis. <W 1998-06-10/96, art. 5, 017; Inwerkingtreding : 02-10-1998> § 1. [4 Wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de strafbare feiten een [8 straf van niveau 2]8 of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben en de onderzoeksrechter van oordeel is dat er omstandigheden zijn die het doen opsporen van elektronische communicatie of het lokaliseren van de oorsprong of de bestemming van elektronische communicatie noodzakelijk maken om de waarheid aan de dag te brengen, kan hij:    1° de verkeersgegevens doen opsporen van elektronische communicatiemiddelen van waaruit of waarnaar elektronische communicaties worden of werden gedaan;    2° de oorsprong of de bestemming van elektronische communicatie laten lokaliseren.    Hiertoe kan hij zo nodig, rechtstreeks of via de door de Koning aangewezen politiedienst, de medewerking vorderen van:    - de operator van een elektronisch communicatienetwerk; en    - iedereen die binnen het Belgisch grondgebied, op welke wijze ook, een dienst beschikbaar stelt of aanbiedt, die bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, of er in bestaat gebruikers toe te laten via een elektronisch communicatienetwerk informatie te verkrijgen of te ontvangen of te verspreiden. Hieronder wordt ook de verstrekker van een elektronische communicatiedienst begrepen.    In de gevallen bedoeld in het eerste lid wordt voor ieder elektronisch communicatiemiddel waarvan de [5 verkeersgegevens]5 worden opgespoord of waarvan de oorsprong of de bestemming van de elektronische communicatie wordt gelokaliseerd, de dag, het uur, de duur, en, indien nodig, de plaats van de elektronische communicatie vastgesteld en opgenomen in een proces-verbaal.    De onderzoeksrechter doet in een met redenen omkleed bevelschrift opgave van de feitelijke omstandigheden van de zaak die de maatregel rechtvaardigen, van de proportionaliteit met inachtneming van de persoonlijke levenssfeer en de subsidiariteit ten opzichte van elke andere onderzoeksdaad.    Hij vermeldt ook de duur van de maatregel voor de toekomst, die niet langer kan zijn dan twee maanden te rekenen vanaf het bevelschrift, onverminderd een hernieuwing en, in voorkomend geval, de periode in het verleden waarover de vordering zich uitstrekt overeenkomstig paragraaf 2.    In geval van ontdekking op heterdaad kan de procureur des Konings de maatregel bevelen voor de in artikel 90ter, §§ 2, 3 en 4, bedoelde strafbare feiten. In dat geval moet de maatregel binnen vierentwintig uur worden bevestigd door de onderzoeksrechter.    Indien het echter het in [8 artikel 219, 220, 226 tot 228, 371 of 464 van het Strafwetboek bedoelde misdrijf betreft ]8, met uitzondering van het in [8 artikel 371, § 3, eerste lid, 6°]8, van hetzelfde Wetboek bedoelde strafbare feit, kan de procureur des Konings de maatregel bevelen zolang de heterdaadsituatie duurt, zonder dat een bevestiging door de onderzoeksrechter nodig is.    Indien het het in [8 artikel 371 ]8 van het Strafwetboek bedoelde strafbare feit betreft, met uitzondering van het in [8 artikel 371, § 3, eerste lid, 6°]8, van hetzelfde Wetboek bedoelde strafbare feit, kan de procureur des Konings bovendien de maatregel bevelen binnen de tweeënzeventig uur na de ontdekking van dit strafbare feit, zonder dat een bevestiging door de onderzoeksrechter nodig is.    De procureur des Konings kan evenwel de maatregel bevelen indien de klager erom verzoekt, wanneer deze maatregel onontbeerlijk lijkt voor het vaststellen van een [8 misdrijf bedoeld in artikel 237 van het Strafwetboek of in artikel 145, § 3,]8 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.    In spoedeisende gevallen kan de maatregel mondeling worden bevolen. Het bevel moet zo spoedig mogelijk worden bevestigd in de vorm bepaald in het vierde en vijfde lid.]4   [3 § 2. [6 Wat betreft de toepassing van de maatregel bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, op de verkeers- of lokalisatiegegevens die worden bewaard krachtens de artikelen 126/1 en 126/3 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, zijn de volgende bepalingen van toepassing:    - voor een strafbaar feit bedoeld in [8 boek II, titel 4, hoofdstuk 1]8, van het Strafwetboek mag de onderzoeksrechter in zijn bevelschrift de gegevens opvragen voor een periode van twaalf maanden voorafgaand aan het bevelschrift;    - voor een ander strafbaar feit bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, dat niet bedoeld is in het eerste gedachtestreepje, of een strafbaar feit dat gepleegd is in het kader van een criminele organisatie als bedoeld in [8 artikel 406]8 van het Strafwetboek, of een strafbaar feit dat een [8 straf van niveau 3]8 of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben, kan de onderzoeksrechter in zijn bevelschrift de gegevens vorderen voor een periode van negen maanden voorafgaand aan het bevelschrift;    - voor andere strafbare feiten kan de onderzoeksrechter de gegevens slechts vorderen voor een periode van zes maanden voorafgaand aan het bevelschrift.]6]3   § 3. [6 De maatregel kan alleen betrekking hebben op de elektronische communicatiemiddelen van een advocaat of een arts, indien deze er zelf van verdacht worden een strafbaar feit bedoeld in paragraaf 1 te hebben gepleegd of eraan deelgenomen te hebben, of, indien precieze feiten doen vermoeden dat derden die ervan verdacht worden een strafbaar feit bedoeld in paragraaf 1 te hebben gepleegd, gebruik maken van diens elektronische communicatiemiddelen.    De maatregel mag niet ten uitvoer worden gelegd zonder dat, naar gelang het geval, de stafhouder of de vertegenwoordiger van de provinciale orde van geneesheren ervan op de hoogte werd gebracht. Dezelfde personen zullen door de onderzoeksrechter in kennis worden gesteld van hetgeen volgens hem onder het beroepsgeheim valt. Deze gegevens worden niet opgenomen in het proces-verbaal. Deze personen zijn tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig [8 artikel 352]8 van het Strafwetboek.]6    [3 § 4.]3 [4 De actoren bedoeld in § 1, tweede lid, delen de gegevens waarom verzocht werd mee in werkelijke tijd of, in voorkomend geval, op het tijdstip bepaald in de vordering, volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning, op voorstel van de minister van Justitie en de minister bevoegd voor Telecommunicatie.]4    Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig [8 artikel 352]8 van het Strafwetboek.   [4 Iedere persoon die zijn technische medewerking aan de vorderingen bedoeld in dit artikel weigert of niet verleent in werkelijke tijd of, in voorkomend geval, op het tijdstip bepaald in de vordering, medewerking waarvan de nadere regels vastgesteld worden door de Koning, op voorstel van de minister van Justitie en de minister bevoegd voor Telecommunicatie, wordt gestraft [7 [8 overeenkomstig de artikelen 655 en 656 van het Strafwetboek]8]7.]4.   ----------   (1)<W 2012-12-27/29, art. 29, 066; Inwerkingtreding : 10-02-2013>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 65, 079; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2016-05-29/03, art. 9, 085; Inwerkingtreding : 28-07-2016, (NOTA : bij arrest nr. 57/2021 van 22-04-2021 (2021-04-22/20, B.St. 28-06-2021, p. 65587), heeft het Grondwettelijk Hof de wijzigingen aangebracht aan §§ 2 en 3 van dit artikel vernietigd) >   (4)<W 2016-12-25/37, art. 12, 088; Inwerkingtreding : 27-01-2017>   (5)<W 2019-05-05/10, art. 10, 102; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (6)<W 2022-07-20/14, art. 27, 113; Inwerkingtreding : 18-08-2022>   (7)<W 2022-12-06/02, art. 13, 114; Inwerkingtreding : 31-12-2022>   (8)<W 2026-03-11/03, art. 92, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

    Dit artikel of deze bijlage bevat afbeeldingen of aanvullende bronnotities. Bekijk de afbeeldingen en notities in de officiële bron; de tekst hieronder is geen vervanging voor verkeerssignalisatie of afbeeldingen.

    Open officiële bron ↗
  17. Art. 88ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 4. (SCHRIFTELIJKE BEWIJZEN, OVERTUIGINGSSTUKKEN EN OPSPOREN EN LOKALISEREN VAN TELECOMMUNICATIE). <W 1998-06-10/196 art. 4, 017; Inwerkingtreding : 02-10-1998>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 88ter.[1 De onderzoeksrechter kan de zoeking in een informaticasysteem of een deel ervan, aangevat op grond van artikel 39bis, uitbreiden naar een informaticasysteem of een deel ervan dat zich op een andere plaats bevindt dan daar waar de zoeking plaatsvindt :    - indien deze uitbreiding noodzakelijk is om de waarheid aan het licht te brengen ten aanzien van het misdrijf dat het voorwerp uitmaakt van de zoeking; en    - indien andere maatregelen disproportioneel zouden zijn, of indien er een risico bestaat dat zonder deze uitbreiding bewijselementen verloren gaan.    De uitbreiding van de zoeking in een informaticasysteem mag zich niet verder uitstrekken dan tot de informaticasystemen of de delen ervan waartoe de personen die gerechtigd zijn het onderzochte informaticasysteem te gebruiken, in het bijzonder toegang hebben.    Inzake de door de uitbreiding van de zoeking in een informaticasysteem aangetroffen gegevens, die nuttig zijn voor dezelfde doeleinden als de inbeslagneming, wordt gehandeld zoals bepaald in artikel 39bis, § 6.    Wanneer blijkt dat deze gegevens zich niet op het grondgebied van het Rijk bevinden, worden ze enkel gekopieerd. In dat geval deelt de onderzoeksrechter dit onverwijld mee aan de Federale Overheidsdienst Justitie, die de bevoegde overheid van de betrokken Staat hiervan op de hoogte brengt, indien deze redelijkerwijze kan worden bepaald.    In geval van uiterst dringende noodzakelijkheid kan de onderzoeksrechter de uitbreiding van de zoeking bedoeld in het eerste lid mondeling bevelen. Dit bevel wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd, met vermelding van de redenen van de uiterst dringende noodzakelijkheid.]1   ----------   (1)<W 2019-05-05/10, art. 11, 102; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 88quater · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 4. (SCHRIFTELIJKE BEWIJZEN, OVERTUIGINGSSTUKKEN EN OPSPOREN EN LOKALISEREN VAN TELECOMMUNICATIE). <W 1998-06-10/196 art. 4, 017; Inwerkingtreding : 02-10-1998>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 88quater. <ingevoegd bij W 2000-11-28/34, art. 9; Inwerkingtreding : 13-02-2001> § 1. De onderzoeksrechter, of in zijn opdracht een officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings [1 en van de arbeidsauditeur,]1, kan [2 aan eenieder van wie hij vermoedt dat hij een]2 bijzondere kennis hebben van het informaticasysteem dat het voorwerp uitmaakt van de zoeking [3 of de uitbreiding ervan bedoeld in artikel 88ter]3 of van diensten om gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, te beveiligen of te versleutelen, bevelen inlichtingen te verstrekken over de werking ervan en over de wijze om er toegang toe te verkrijgen, of in een verstaanbare vorm toegang te verkrijgen tot de gegevens die door middel daarvan worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen. De onderzoeksrechter vermeldt de omstandigheden eigen aan de zaak die de maatregel wettigen in een met redenen omkleed bevelschrift dat hij meedeelt aan de procureur des Konings [1 of aan de arbeidsauditeur]1.   § 2. De onderzoeksrechter [1 , of een door hem afgevaardigd officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings en van de arbeidsauditeur,]1 kan iedere geschikte persoon bevelen om zelf het informaticasysteem te bedienen of de ter zake dienende gegevens, die door middel daarvan worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen, naargelang het geval, te zoeken, toegankelijk te maken, te kopiëren, ontoegankelijk te maken of te verwijderen, in de door hem gevorderde vorm. Deze personen zijn verplicht hieraan gevolg te geven, voorzover dit in hun mogelijkheden ligt.   Het bevel bedoeld in het eerste lid kan niet worden gegeven aan de verdachte en aan de personen bedoeld in artikel 156.   § 3. [2 Hij die de in §§ 1 en 2 gevorderde medewerking niet verleent of de zoeking in het informaticasysteem of de uitbreiding ervan hindert, wordt gestraft [4 [5 overeenkomstig de artikelen 655 en 656 van het Strafwetboek]5]4.   [5 ...]5]2   § 4. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig [5 artikel 352]5 van het Strafwetboek.   § 5. De Staat is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de schade die onopzettelijk door de gevorderde personen aan een informaticasysteem of de gegevens. die door middel daarvan worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen, wordt veroorzaakt.   ----------   (1)<W 2010-06-06/06, art. 6, 058; Inwerkingtreding : 01-07-2011>   (2)<W 2016-12-25/37, art. 14, 088; Inwerkingtreding : 27-01-2017>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 12, 102; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (4)<W 2022-12-06/02, art. 14, 114; Inwerkingtreding : 31-12-2022>   (5)<W 2026-03-11/03, art. 93, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 88sexies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 4. (SCHRIFTELIJKE BEWIJZEN, OVERTUIGINGSSTUKKEN EN OPSPOREN EN LOKALISEREN VAN TELECOMMUNICATIE). <W 1998-06-10/196 art. 4, 017; Inwerkingtreding : 02-10-1998>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 88sexies. <Ingevoegd bij W 2003-01-06/34, art. 7; Inwerkingtreding : 22-05-2003; Justel heeft geen kennis van een artikel 88quinquies> § 1. In het kader van de uitoefening van de maatregel voorzien bij artikel 46ter, is alleen de onderzoeksrechter gemachtigd onderschepte en in beslag genomen post te openen en kennis te nemen van de inhoud ervan.   In geval van ontdekking op heterdaad kan de procureur des Konings eveneens deze bevoegdheid uitoefenen.   Deze maatregel kan sléchts betrekking hebben op de post van een advocaat of een arts, wanneer deze er zelf van verdacht worden één van de strafbare feiten bedoeld in artikel 46ter, § 1, eerste lid, gepleegd te hebben. Deze maatregel kan niet ten uitvoer worden gelegd zonder dat de stafhouder of de vertegenwoordiger van de provinciale orde van geneesheren ervan op de hoogte is.   § 2. Indien de onderzoeksrechter van oordeel is de inbeslagneming niet te moeten handhaven, geeft hij de stukken onverwijld aan de postoperator voor verdere verzending terug. In het andere geval wordt gehandeld overeenkomstig de artikelen 87 tot 90.
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 89 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK VI. - ONDERZOEKSRECHTERS. / AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. / § 4. (SCHRIFTELIJKE BEWIJZEN, OVERTUIGINGSSTUKKEN EN OPSPOREN EN LOKALISEREN VAN TELECOMMUNICATIE). <W 1998-06-10/196 art. 4, 017; Inwerkingtreding : 02-10-1998>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 89.De bepalingen van de artikelen 35, (35bis,) (35ter,) 36, 37, 38 (,39 et 39bis), aangaande de inbeslagneming van de voorwerpen die de procureur des Konings in de gevallen van ontdekking op heterdaad mag opsporen, gelden ook voor de onderzoeksrechter. <W 1997-05-20/50, art. 18, 013; Inwerkingtreding : 13-07-1997> <W 2000-11-28/34, art. 10, 025; Inwerkingtreding : 13-02-2001> <W 2002-12-19/86, art. 11, 036; Inwerkingtreding : 24-02-2003>   [1 ...]1   [1 ...]1   ----------   (1)<W 2014-04-25/23, art. 113, 074; Inwerkingtreding : 24-05-2014>
    Open officiële bron ↗