Gratis brononderzoek

Wetboek van Strafvordering

Strafrechtelijke onderzoeks- en procesregels.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

921 bronvarianten

  1. Art. 464/26 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 2. - [1 Specifieke uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/26.[1 § 1. De SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst kan privécommunicatie of privéelektronische communicatie, tijdens de overbrenging ervan, afluisteren, er kennis van nemen en opnemen.    Teneinde het mogelijk te maken privécommunicatie of -elektronische communicatie direct af te luisteren, er kennis van te nemen of op te nemen met technische hulpmiddelen, kan de SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst, te allen tijde, ook buiten medeweten of zonder de toestemming van hetzij de bewoner, hetzij de eigenaar of zijn rechthebbenden, in een woning of in een private plaats binnendringen.    § 2. De in § 1 bedoelde bewakingsmaatregel kan worden bevolen als :    1° hij uitsluitend aangewend wordt ter tenuitvoerlegging van een in kracht van gewijsde gegane veroordeling tot de betaling van verbeurdverklaringen, geldboeten en gerechtskosten, die is uitgesproken nadat de veroordeelde schuldig is verklaard aan een in artikel 90ter, § 2 tot 4, bedoeld misdrijf;    2° de gewone uitvoeringshandelingen niet volstonden of redelijkerwijze niet kunnen volstaan om het in artikel 464/1, § 1, omschreven doel van het SUO te bereiken.    § 3. De in § 1 bedoelde bewakingsmaatregel kan alleen worden bevolen ten aanzien van de veroordeelde, ten aanzien van de communicatie- of telecommunicatiemiddelen die geregeld worden gebruikt door deze veroordeelde, of ten aanzien van de plaatsen waar deze vermoed wordt te vertoeven. De maatregel kan eveneens worden bevolen ten aanzien van de [2 malafide derde]2 dan wel ten aanzien van de personen die vermoed worden regelmatig in contact te staan met de veroordeelde of de [2 malafide derde]2.    De maatregel kan alleen betrekking hebben op de lokalen aangewend voor beroepsdoeleinden, de woonplaats of de communicatie- of telecommunicatiemiddelen van een advocaat of een arts, indien deze zelf een veroordeelde of een [2 malafide derde]2, of indien er ernstige en concrete aanwijzingen bestaan waaruit blijkt dat de woning of beroepslokalen van de arts of de advocaat worden aangewend om de in de artikelen 464/29, § 2, en 464/30, § 1, bedoelde goederen of informatiedragers te onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de veroordeling tot een verbeurdverklaring, geldboete of de gerechtskosten.    De maatregel mag niet ten uitvoer worden gelegd zonder dat, naar gelang van het geval, de stafhouder of de vertegenwoordiger van de provinciale orde van geneesheren ervan op de hoogte werd gebracht. Dezelfde personen zullen door de magistraat die het onderzoek voert in kennis worden gesteld van hetgeen volgens hem als communicatie of telecommunicatie onder het beroepsgeheim valt en niet zal worden opgetekend in het in § 7 bedoelde proces-verbaal.    § 4. De met redenen omklede beslissing van de SUO-magistraat houdende verzoek tot machtiging gericht aan de strafuitvoeringsrechter vermeldt :    1° de identiteit van de veroordeelde en, in voorkomend geval, van de [2 malafide derde]2;    2° de gegevens van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing waaruit blijkt dat het SUO betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot de betaling van verbeurdverklaringen, geldboeten en gerechtskosten, nadat de veroordeelde schuldig verklaard is aan een in artikel 90ter, § 2 tot 4, bedoeld misdrijf of van een [2 malafide derde]2;    3° het verschuldigde saldo van de veroordeling tot de betaling van de verbeurdverklaring, geldboete en gerechtskosten;    4° de redenen waarom de gewone uitvoeringshandelingen niet volstonden, of redelijkerwijze niet kunnen volstaan om het in artikel 464/1, § 1, omschreven doel van het SUO te bereiken;    5° de identiteit van de persoon, het communicatie- of elektronisch communicatiemiddelmiddel of de plaats die het voorwerp is van de bewakingsmaatregel;    6° de voorgestelde periode tijdens welke de bewaking kan worden uitgeoefend, die niet langer mag zijn dan één maand te rekenen vanaf de ondertekening van de machtiging die werd verleend krachtens artikel 464/20.    § 5. De SUO-magistraat kan met de machtiging van de strafuitvoeringsrechter, de duur van de bewakingsmaatregel een of meer malen verlengen met een termijn die telkens niet langer mag zijn dan één maand, met een maximum van zes maanden, onverminderd zijn beslissing om aan de maatregel een einde te maken, zodra de omstandigheden die deze gerechtvaardigd hebben, verdwenen zijn.    Na het verstrijken van de maximumduur kan de uitvoering van de bewakingsmaatregel worden hernieuwd met de machtiging van de strafuitvoeringsrechter, voor zover er nieuwe omstandigheden voorhanden zijn en dit telkens voor één maand met een maximum van zes maanden.    § 6. De SUO-magistraat of de politieambtenaar die belast is met de operationele leiding van de uitvoering van de bewakingsmaatregel, neemt de bij artikel 90quater, § 2 en 4, voorziene maatregelen als ze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die maatregel. De bij artikel 90quater, § 2, tweede en derde lid, en § 4, derde en vierde lid, bepaalde strafsancties zijn van toepassing op de personen die de verplichtingen tot medewerking en geheimhouding schenden.    § 7. De politiedienst die belast is met de uitvoering van de bewakingsmaatregel staat in voor :    1° de selectie en transcriptie van de delen van de opnamen die voor het SUO relevant geachte inlichtingen betreffende de vermogenssituatie van de veroordeelde en de [2 malafide derde]2 bevatten, onder het toezicht van de SUO-magistraat;    2° het vertalen of het laten vertalen van de relevante inlichtingen naar de taal waarin het SUO wordt gevoerd, na toelating van de SUO-magistraat;    3° de neerlegging van de opnamen, samen met de uitgevoerde transcripties, vertalingen en de gemaakte notities, onder verzegelde omslag, op het secretariaat van het openbaar ministerie dat het SUO voert;    4° het vernietigen of het laten vernietigen van de opnamen, selecties van transcripties en vertalingen, na toelating van de SUO-magistraat;    De gevorderde politiedienst stelt een proces-verbaal op waarin hij verslag uitbrengt over de uitvoering van de bewakingsmaatregel en de opdrachten bedoeld in het eerste lid, dat aan de SUO-magistraat wordt toegezonden.    De communicatie of elektronische communicatie die onder het beroepsgeheim of journalistiek bronnengeheim valt, wordt niet opgetekend in het proces-verbaal dat wordt opgesteld naar aanleiding van de in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde opdracht.    De gevorderde politiedienst neemt alle noodzakelijke maatregelen om de integriteit en de vertrouwelijkheid te waarborgen van de opgenomen, overgeschreven en vertaalde communicatie of elektronische communicatie tot de neerlegging ervan op het secretariaat overeenkomstig het ter uitvoering van artikel 90septies, vijfde lid, genomen koninklijk besluit.    § 8. Het secretariaat van het openbaar ministerie dat het SUO voert, staat in voor de bewaring van de overeenkomstige § 7, eerste lid, 3°, neergelegde voorwerpen en akten.    De SUO-magistraat neemt, overeenkomstig het ter uitvoering van artikel 90septies, vijfde lid, genomen koninklijk besluit, alle noodzakelijke maatregelen om tijdens de bewaring op het secretariaat de integriteit en de vertrouwelijkheid te waarborgen van de neergelegde opnamen, transcripties en vertalingen.    De SUO-magistraat oordeelt overeenkomstig artikel 464/1, § 5, over de inzage van de voorwerpen en akten die zijn neergelegd door de veroordeelde, de [2 malafide derde]2 of elke andere belanghebbende.    De SUO-magistraat beveelt de vernietiging van de neergelegde voorwerpen en akten die niet bestemd zijn voor de exploitatie in het raam van het SUO of die niet bruikbaar zijn voor de doeleinden bedoeld in artikel 464/1, § 6, uiterlijk bij de afsluiting van het SUO.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 31, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 11, 024; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 464/27 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 2. - [1 Specifieke uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/27. [1 § 1. De SUO-magistraat die het onderzoek voert, kan een politiedienst machtigen om een observatie uit te voeren zoals bedoeld in artikel 47sexies, om met gebruik van technische hulpmiddelen zicht te verwerven in een woning of in de door deze woning omsloten eigen aanhorigheid [2 ...]2 of in een lokaal dat aangewend wordt voor beroepsdoeleinden of de woonplaats van een advocaat of een arts.    De in artikel 464/15 bedoelde verschoningsgrond is van toepassing op deze observatie.    § 2. De magistraat vermeldt in zijn machtiging tot observatie het adres of een zo nauwkeurig mogelijke plaatsbepaling van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde woning, het lokaal dat aangewend wordt voor beroepsdoeleinden of de woonplaats waarop de observatie betrekking heeft.    § 3. De in paragraaf 1 bedoelde observatie kan worden bevolen als :    1° hij uitsluitend aangewend wordt ter tenuitvoerlegging van een in kracht van gewijsde gegane veroordeling tot de betaling van verbeurdverklaringen, geldboeten en gerechtskosten, die is uitgesproken nadat de veroordeelde schuldig is verklaard aan een in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, bedoeld misdrijf of een strafbaar feit in het kader van een criminele organisatie zoals bedoeld [2 in artikel 406]2 van het Strafwetboek;    2° de gewone uitvoeringshandelingen niet volstonden of redelijkerwijze niet kunnen volstaan om het in artikel 464/1, § 1, omschreven doel van het SUO te bereiken.    Bovendien kan een observatie zoals bedoeld in paragraaf 1, die betrekking heeft op de lokalen aangewend voor beroepsdoeleinden of de woonplaats van een advocaat of een arts, slechts door de SUO-magistraat gemachtigd worden wanneer de advocaat of de arts zelf het voorwerp uitmaakt van de in kracht van gewijsde gegane veroordeling bedoeld in de bepaling onder 1°, of indien precieze feiten doen vermoeden dat derden die het voorwerp uitmaken van een dergelijke veroordeling, gebruik maken van diens lokalen of woonplaats.    Deze maatregel kan niet ten uitvoer worden gelegd zonder dat de stafhouder of de vertegenwoordiger van de provinciale orde van geneesheren ervan op de hoogte is. Deze personen zijn tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig [2 artikel 352]2 van het Strafwetboek.    Er wordt gehandeld overeenkomstig artikel 464/14.]1   ----------   (1)<W 2018-03-18/14, art. 15, 016; Inwerkingtreding : 12-05-2018>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 187, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 464/28 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 2. - [1 Specifieke uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/28.[1 Indien er tijdens het SUO ernstige aanwijzingen bestaan dat de veroordeelde of de [2 malafide derde]2 als rechtspersoon zijn vermogen wil onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de veroordeling tot een verbeurdverklaring, geldboete of de gerechtskosten op dit vermogen, kan de SUO-magistraat de volgende maat-regelen gelasten, indien bijzondere omstandigheden dat vergen :    1° de schorsing van de procedure van ontbinding of vereffening van de rechtspersoon;    2° het verbod van specifieke vermogensrechtelijke transacties die tot het onvermogen van de rechtspersoon kunnen leiden;    3° de storting van een borgsom op de rekening van het COIV tot een door hem bepaald bedrag, als waarborg voor de inachtneming van de maatregelen die hij gelast.    Indien de in het eerste lid bedoelde maatregelen betrekking hebben op onroerende goederen, wordt gehandeld overeenkomstig artikel 464/33.    De rechtspersoon kan om de opheffing van de genomen maatregel verzoeken overeenkomstig artikel 464/36.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 33, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 11, 024; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 464/29 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 3. - [1 Inbeslagneming ten behoeve van de straf-uitvoering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/29. [1 § 1. De SUO-magistraat kan, bij een schriftelijke en gemotiveerde beslissing, alle inbeslagnemingen verrichten, of laten verrichten door de gevorderde politiedienst, die kunnen bijdragen tot het bereiken van het doel van het in artikel 464/1, § 1, omschreven doel van het SUO.    Iedere politieambtenaar mag ambtshalve overgaan tot de inbeslagneming van de roerende goederen en documenten bedoeld in § 2 die kunnen bijdragen tot het bereiken van het in artikel 464/1, § 1, omschreven doel van het SUO.    § 2. Zijn vatbaar voor inbeslagneming :    1° alle goederen, zowel roerende als onroerende, lichamelijke als onlichamelijke, in het vermogen van de veroordeelde, waarop de uitvoerbare veroordeling tot betaling van een verbeurdverklaring, geldboete en de gerechtskosten kan worden uitgevoerd;    2° alle informatiedragers, in origineel of in kopie, die zich bevinden bij de veroordeelde of derden en inlichtingen bevatten over de vermogensrechtelijke verrichtingen die zijn uitgevoerd door de veroordeelde en over de samenstelling en de vindplaats van zijn vermogen.    § 3. Goederen die ingevolge de artikelen 1408 tot 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek of ingevolge bijzondere wetten niet vatbaar zijn voor beslag, mogen in geen geval in beslag worden genomen.    De informatiedragers die inlichtingen bevatten die gedekt zijn door een beroepsgeheim zijn niet vatbaar voor beslag.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 35, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 464/30 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 3. - [1 Inbeslagneming ten behoeve van de straf-uitvoering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/30. [1 § 1. De SUO-magistraat kan beslag leggen op de in artikel 464/29, § 2, 1°, bedoelde goederen die niet toebehoren aan de veroordeelde, onder de volgende voorwaarden :    1° er zijn voldoende ernstige en concrete aanwijzingen dat de veroordeelde het goed heeft overgedragen, zelfs voor het in kracht van gewijsde gaan van de veroordeling, aan de derde met het kennelijke doel de invordering van de verbeurdverklaring, geldboete en gerechtskosten te verhinderen, of aanzienlijk te bemoeilijken;    2° de derde wist of moest redelijkerwijs weten dat het goed hem rechtstreeks of onrechtstreeks was overgedragen door de veroordeelde met het oogmerk om het te onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een uitvoerbare of mogelijke veroordeling tot een verbeurdverklaring, geldboete of de gerechtskosten.    In zijn beslissing vermeldt de magistraat de ernstige en concrete aanwijzingen waaruit blijkt dat de veroordeelde het goed wil onttrekken aan de invordering van de verbeurdverklaring, geldboete en gerechtskosten alsook de inlichtingen waaruit de wetenschap van de derde blijkt of kan worden afgeleid en die de inbeslagneming rechtvaardigen. Deze gegevens worden opgenomen in het proces-verbaal dat wordt opgemaakt naar aanleiding van de inbeslagneming.    § 2. Goederen die ingevolge de artikelen 1408 tot 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek of ingevolge bijzondere wetten niet vatbaar zijn voor beslag, mogen in geen geval in beslag worden genomen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 36, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 464/31 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 3. - [1 Inbeslagneming ten behoeve van de straf-uitvoering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/31. [1 § 1. Ingeval wordt overgegaan tot inbeslagneming krachtens de artikelen 464/29, 464/30 en 464/32 maakt de beslagleggende SUO-magistraat of politiedienst een proces-verbaal op waarin de in beslag genomen zaken worden vermeld.    § 2. Het proces-verbaal wordt ter ondertekening aan de beslagene aangeboden, die er kosteloos een afschrift van kan ontvangen. Indien de beslagene weigert het proces-verbaal te ondertekenen en/of het afschrift daarvan in ontvangst te nemen of niet bereikt kan worden, maakt de SUO-magistraat of politieambtenaar daarvan melding op het origineel en wordt de kennisgeving geacht te zijn gedaan op de dag waarop de verbalisant de weigering vaststelt. Indien het afschrift niet onmiddellijk wordt overhandigd, wordt het binnen achtenveertig uur verstuurd.    Het afschrift van het proces-verbaal bevat :    1° de waarschuwing dat de beslagene, de goederen die het voorwerp zijn van het beslag niet meer uit handen mag geven, op straffe van toepassing van [2 artikel 665]2 van het Strafwetboek;    2° de referenties eigen aan de zaak;    3° de tekst van het [2 artikel 665, eerste lid, 1°]2, van het Strafwetboek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 37, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 188, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 464/32 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 3. - [1 Inbeslagneming ten behoeve van de straf-uitvoering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/32. [1 Wanneer de in 464/29, § 2, 2°, bedoelde inlichtingen zijn opgeslagen in een informaticasysteem, maar de inbeslagneming van de drager ervan niet wenselijk is, worden deze gegevens, evenals de gegevens die noodzakelijk zijn om deze te kunnen verstaan, gekopieerd op dragers die toebehoren aan de overheid. In geval van dringendheid of om technische redenen kan gebruik gemaakt worden van dragers die ter beschikking staan van personen die gerechtigd zijn het informaticasysteem te gebruiken.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 38, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 464/33 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 3. - [1 Inbeslagneming ten behoeve van de straf-uitvoering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/33. [1 § 1. De SUO-magistraat kan de onroerende goederen die een zaak in de zin van artikel 464/29, § 2, 1°, vormen, in beslag laten nemen.    § 2. Het beslag wordt op vordering van de SUO-magistraat gelegd bij proces-verbaal dat door deze magistraat of de gevorderde politiedienst aan de eigenaar wordt betekend. In voorkomende geval wordt het proces-verbaal van inbeslagneming betekend aan de blote eigenaar, de vruchtgebruiker, de erfpachter, de opstalhouder en, in voorkomende geval, de huurder.    Het proces-verbaal van inbeslagneming bevat op straffe van nietigheid :    1° een afschrift van de vordering van de SUO-magistraat;    2° de identiteit van de beslagene, met vermelding van zijn naam, voornaam, woonplaats, of bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats en de geboortedatum- en plaats, indien het een natuurlijk persoon betreft, of van zijn benaming, rechtsvorm, ondernemingsnummer en zetel, indien het een rechtspersoon betreft;    3° een omschrijving van het onroerend goed waarop beslag wordt gelegd op de wijze die is voorgeschreven door artikel 141 van de Hypotheekwet van 16 december 1851;    4° een uittreksel uit de kadastrale legger, dat minder dan drie maanden oud is;    5° de tekst van dit artikel en van [3 artikel 665, eerste lid, 1°]3, van het Strafwetboek;    § 3. Binnen vierentwintig uur na de handeling van het beslag biedt de SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst het proces-verbaal van inbeslagneming ter overschrijving aan op het [2 bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie]2 van de plaats waar de goederen gelegen zijn.    De overschrijving wordt door de [2 Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie]2, op straffe van schadevergoeding, gedaan uiterlijk binnen acht dagen na de afgifte van het voormelde proces-verbaal van inbeslagneming. Als dagtekening van de overschrijving geldt evenwel de dag van afgifte van het proces-verbaal.    Als de [2 Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie]2 de overschrijving van het proces-verbaal van inbeslagneming niet kan verrichten op het ogenblik dat hij wordt gevorderd, dan vermeldt [2 zij ]2 op de originele processen-verbaal die bij [2 haar]2 worden achtergelaten de dag en het uur waarop zij [2 haar]2 werden overhandigd.    § 4. Het beslag doet geen afbreuk aan de uitoefening van het recht van de eigenaar of elke andere gerechtigde persoon om het in beslag genomen onroerend goed verder te gebruiken als een goede huisvader.    § 5 De burgerlijke vruchten die het onroerend goed tijdens de duur van het beslag opbrengt, zijn in het beslag be-grepen, behoudens andersluidende beslissing van de SUO-magistraat.    De SUO-magistraat kan het COIV verzoeken om in te staan voor de inning van de vruchten van een onroerend goed. Indien het beslag uitgaat van een magistraat van het COIV, kan hij ambtshalve beslissen deze vruchten te innen. Onverminderd de toepassing van artikel 464/36 staat er geen rechtsmiddel open tegen de beslissing van de SUO-magistraat.    Het COIV brengt de in het tweede lid bedoelde beslissing tweede lid ter kennis van de schuldenaar en schuldeiser van deze inkomsten bij een aangetekend schrijven of door de overhandiging van een proces-verbaal. De kennisgeving bevat de tekst van dit artikel en van artikel 507, eerste lid, van Strafwetboek.    Vanaf de ontvangst van de kennisgeving worden alle burgerlijke vruchten die tijdens het beslag vervallen, van rechtswege begrepen in het voorwerp van het beslag.    De schuldenaar en de schuldeiser mogen de geldsommen die begrepen zijn in het voorwerp van het beslag niet meer op een andere wijze uit handen geven dan die welke in het zesde lid wordt bedoeld, op straffe van toepassing van artikel 507, eerste lid, van het Strafwetboek.    De schuldenaar van de inkomsten kan enkel bevrijdend betalen in handen van het COIV. Betalingen in handen van de schuldeiser die zijn verricht na de regelmatige kennisgeving van de in het tweede lid bedoelde beslissing, kunnen niet worden tegengeworpen aan de Staat.    § 6. Het bewarend beslag op onroerend goed geldt gedurende drie jaar met ingang van de dagtekening van de overschrijving, behoudens vernieuwing overeenkomstig § 7. Bij het verstrijken van deze termijn verliest het beslag van rechtswege zijn uitwerking en wordt er geen melding meer van gemaakt in hypothecaire getuigschriften.    De in het eerste lid bedoelde termijn wordt geschorst gedurende de procedure voor de vervreemding van het onroerend goed, vanaf de ontvangst van de toelating tot vervreemding door het COIV of vanaf de datum van de beslissing tot vervreemding door de magistraat van het COIV die het SUO voert, tot de dag waarop het goed is verkocht.    Op verzoek van de directeur van het COIV wordt de definitieve beslissing tot vervreemding van het onroerend goed door de [2 Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie]2 op beknopte wijze vermeld op de kant van het overgeschreven beslagexploot.    § 7. De SUO-magistraat kan vóór het verstrijken van de geldigheidsduur de vernieuwing van het gelegde beslag bevelen.    De beslissing van de magistraat wordt door hemzelf of door de gevorderde politiedienst door middel van een proces-verbaal ter kennis gebracht van de in § 2, eerste lid, bedoelde personen. Het proces-verbaal van kennisgeving bevat de in § 2, tweede lid, opgesomde vermeldingen.    De vernieuwing heeft plaats op overlegging aan de [2 Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie]2 van een proces-verbaal dat is ondertekend door de SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst, met nauwkeurige opgave van de te vernieuwen overschrijving, samen met een afschrift van de vordering van de magistraat.    De vernieuwing geldt voor drie jaar. De nieuwe termijn gaat in op de dag waarop de overschrijving wordt vernieuwd.    § 8. In geval van opheffing van het beslag wordt een afschrift van de beslissing van de SUO-magistraat of, in voorkomend geval, van de rechterlijke beslissing die de opheffing beveelt, ter kennis gebracht van de in § 2, eerste lid, bedoelde personen en van [2 het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie]2 door middel van de toezending van de beslissing bij aangetekende zending of door overhandiging ervan die vastgesteld wordt bij proces-verbaal.    De [2 Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie]2 verricht op grond hiervan de doorhaling van de overschrijving van het proces-verbaal van inbeslagneming. Na de doorhaling wordt er van het beslag geen melding meer gemaakt in hypothecaire getuigschriften.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 39, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2018-07-11/07, art. 74, 018; Inwerkingtreding : 30-07-2018>   (3)<W 2026-03-11/03, art. 189, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 464/34 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 3. - [1 Inbeslagneming ten behoeve van de straf-uitvoering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/34. [1 § 1. De SUO-magistraat kan beslag leggen op de geldsommen die de derde-beslagene moet betalen aan of op zaken die de derde-beslagene moet afgeven aan de veroordeelde of de [2 malafide derde]2 ten laste van wie het beslag wordt gelegd.    Zijn van rechtswege in het voorwerp van het beslag begrepen :    1° de intresten die na het beslag aan de titularis van de schuldvordering verschuldigd zijn;    2° alle na het beslag vervallen termijnen van een schuldvordering betreffende periodieke inkomsten.    § 2. Het beslag op een schuldvordering, met uitzondering van het beslag op rechten aan order of aan toonder, gebeurt door de schriftelijke kennisgeving van de beslissing tot inbeslagneming aan de beslagene en de derde-beslagene.    De SUO-magistraat of de politieambtenaar brengt de beslissing ter kennis door middel van :    1° de toezending van de beslissing per telefax of bij een aangetekende zending, of    2° de afgifte van een kosteloos afschrift van het proces-verbaal van inbeslagneming dat is opgesteld door de politieambtenaar.    De kennisgeving bevat de referenties eigen aan de zaak, alsmede de tekst van dit artikel en van [3 artikel 665, eerste lid, 1°]3, van het Strafwetboek. In de kennisgeving gericht aan de derde-beslagene wordt bovendien de tekst van artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek vermeld.    § 3. Vanaf de ontvangst van de kennisgeving mag de derde-beslagene de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag niet meer uit handen geven, op straffe van toepassing van [3 artikel 665, eerste lid, 1°]3, van het Strafwetboek.    De SUO-magistraat kan de derde-beslagene bevelen de geldsommen die het voorwerp zijn van het beslag over te dragen aan het COIV.    § 4. De derde-beslagene heeft recht op de vergoeding van de kosten van de verklaring. De Koning bepaalt het maximumbedrag van deze vergoeding.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 40, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 11, 024; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (3)<W 2026-03-11/03, art. 190, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 464/35 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 3. - [1 Inbeslagneming ten behoeve van de straf-uitvoering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/35. [1 § 1. De in beslag genomen roerende goederen worden neergelegd op de griffie van de rechtbank of het hof waarbij de SUO-magistraat zijn ambt uitoefent.    De griffie staat in voor de bewaring van de in beslag genomen goederen en schrijft ze in in het daartoe bestemde register.    § 2. In afwijking van § 1 kan de SUO-magistraat de bewaring in natura van het in beslag genomen roerend goed beëindigen en het teruggeven aan de beslagene tegen betaling van een geldsom, waarvan hij het bedrag bepaalt.    Als de beslagene hiermee instemt, treedt de betaalde geldsom van rechtswege in de plaats van het teruggegeven in beslag genomen goed.    § 3. In afwijking van § 1 worden de in beslag genomen geldsommen gestort op de rekening die het COIV geopend heeft bij een financiële instelling.    Zodra zijn rekening is gecrediteerd, staat het COIV in voor de bewaring van de aan hem toevertrouwde geldsommen.    § 4. In afwijking van § 1 kan de SUO-magistraat het COIV verzoeken in te staan voor het beheer van effecten of van geldsommen die zijn in beslag genomen bij een financiële instelling, alsmede van de andere vermogensbestanddelen die een bijzonder beheer vereisen.    Als een magistraat van het COIV het SUO voert kan hij ambtshalve beslissen in beslag genomen effecten, geldsommen of vermogensbestanddelen in beheer te nemen.    Het COIV kan de in beslag genomen effecten en vermogensbestanddelen toevertrouwen aan een door hem aangestelde lasthebber of beheerder.    De SUO-magistraat maakt de door het COIV beheerde effecten en andere vermogensbestanddelen te gelde overeenkomstig artikel 464/37.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 41, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 464/36 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 3. - [1 Inbeslagneming ten behoeve van de straf-uitvoering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/36.[1 § 1. Elke persoon die benadeeld is door een inbeslagneming met betrekking tot zijn goederen kan de SUO-magistraat verzoeken deze uitvoeringshandeling op te heffen.    § 2. Het verzoekschrift wordt met redenen omkleed en houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats of zetel niet heeft. Het wordt per aangetekende zending of telefax toegezonden aan het secretariaat van het bevoegde openbaar ministerie en ingeschreven in het daartoe bestemde register.    § 3. De SUO-magistraat doet uitspraak binnen een termijn van vijftien dagen na de inschrijving van het verzoekschrift in het register.    Hij kan het verzoek afwijzen indien hij van oordeel is dat de noodwendigheden van het onderzoek het vereisen of wanneer de veroordeling tot de betaling van een verbeurdverklaring, de geldboete en de gerechtskosten kan worden uitgevoerd op de betrokken goederen.    De met redenen omklede beslissing van de SUO-magistraat wordt per telefax of bij een aangetekende zending meegedeeld aan de verzoeker, en in voorkomend geval, aan zijn advocaat binnen een termijn van acht dagen na de beslissing.    § 4. De verzoeker kan de zaak aanhangig maken bij de strafuitvoeringsrechter binnen vijftien dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing.    Deze termijn wordt verlengd met vijftien dagen indien één van deze personen buiten het Rijk verblijft.    De zaak wordt bij de strafuitvoeringsrechter aanhangig gemaakt door een verklaring gedaan op de griffie van de gevangenis of de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en ingeschreven in een daartoe bestemd register. De griffier geeft onverwijld kennis van de verklaring aan de SUO-magistraat die het onderzoek voert.    § 5. De SUO-magistraat zendt de stukken van het dossier met betrekking tot de inbeslagneming toe aan de griffier van de strafuitvoeringsrechtbank, die ze ter griffie neerlegt. De stukken van het in de artikelen 464/14, 464/16 en 464/27 bedoelde vertrouwelijk dossier worden niet ter beschikking gesteld van de griffier, de strafuitvoeringsrechter, de verzoeker of zijn advocaat.    De griffier stelt de verzoeker of zijn advocaat per telefax of bij een aangetekende zending, uiterlijk zeven dagen vooraf, in kennis van de plaats, de dag en het uur van de zitting. De griffier geeft onverwijld kennis van de zitting aan de SUO-magistraat.    De stukken van het dossier die betrekking hebben op de inbeslagneming worden gedurende ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de verzoeker en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. [2 Ze kunnen zelf met hun eigen middelen kosteloos een kopie ervan nemen ter plaatse.]2 De verzoeker kan, op zijn verzoek, een afschrift van de stukken verkrijgen.    De verzoeker, zijn advocaat en het openbaar ministerie worden gehoord.    § 6. De strafuitvoeringsrechter onderzoekt uitsluitend de wettigheid en de proportionaliteit van de inbeslagneming en doet binnen een termijn van dertig dagen na de neerlegging van de verklaring in eerste en laatste aanleg uitspraak over het verzoek tot opheffing van de inbeslagneming. Deze termijn wordt geschorst tijdens de duur van het uitstel op vraag van de verzoeker of zijn advocaat.    De strafuitvoeringsrechter kan op vraag van de verzoeker of ambtshalve de controle waarin artikel 464/18, § 2, eerste lid, voorziet laten uitvoeren indien het beslag is gesteund op gegevens die zijn verkregen op grond van een observatie die wordt bedoeld in de artikelen 464/14 en 464/27 of die de inbeslagneming van de in de artikelen 464/29, § 2, of 464/30, § 1, bedoelde goederen of informatiedragers mogelijk heeft gemaakt.    De verzoeker die in het ongelijk wordt gesteld kan worden veroordeeld in de kosten van de procedure.    De griffier geeft binnen vierentwintig uur na de uitspraak per aangetekende zending of per telefax kennis van het vonnis van de strafuitvoeringsrechter aan de verzoeker of zijn advocaat alsook aan de SUO-magistraat en, in voorkomend geval, aan de directeur van het COIV.    Het vonnis van de strafuitvoeringsrechter is niet vatbaar voor verzet of cassatieberoep.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/13, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2019-05-05/19, art. 153, 020; Inwerkingtreding : 29-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 464/37 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 3. - [1 Inbeslagneming ten behoeve van de straf-uitvoering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/37.[1 § 1. De SUO-magistraat kan het COIV machtigen om in beslag genomen goederen te vervreemden met het oog op de aanzuivering van de verschuldigde verbeurdverklaarde geldsommen, geldboeten en gerechtskosten.    Als een magistraat van het COIV het SUO voert, kan hij ambtshalve de vervreemding bevelen met hetzelfde doel.    § 2. Het COIV stelt in overleg met de bevoegde ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën die belast is met de invordering van de verbeurdverklaring, geldboete of de gerechtskosten een lasthebber aan die instaat voor de verkoop van de in beslag genomen goederen en de verdeling van de opbrengst.    De in beslag genomen goederen mogen niet verkocht worden aan een lagere prijs dan de waarde die in onderling overleg is bepaald door het COIV en zijn lasthebber.    De procedure voor de verkoop van de goederen verloopt overeenkomstig de bepalingen die toepasselijk zijn op de vervreemding van vermogensbestanddelen in het raam van het opsporingsonderzoek.    § 3. Wanneer de beslissing tot vervreemding een onroerend goed betreft, dan gaan door de toewijzing de rechten van de ingeschreven schuldeisers van de veroordeelde over op de prijs, onder voorbehoud van de toepassing van [2 artikel 32 van de wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring]2.    § 4. De aangestelde lasthebber staat in voor de evenredige verdeling of de rangregeling overeenkomstig de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 42, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2018-02-04/04, art. 46, 017; Inwerkingtreding : 01-07-2018>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 464/38 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 3. - [1 Inbeslagneming ten behoeve van de straf-uitvoering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/38.[1 § 1. De SUO-magistraat die de vervreemding heeft toegestaan of bevolen geeft kennis of gelast de kennisgeving van zijn beslissing door middel van een aangetekende zending of per telefax verzonden aan :    1° de personen ten laste van wie en in wiens handen het beslag werd gelegd, voor zover hun adressen gekend zijn, of hun advocaten;    2° de personen die zich blijkens de gegevens van het dossier uitdrukkelijk hebben kenbaar gemaakt als zijnde geschaad door de inbeslagneming, of hun advocaten;    3° in geval van onroerend beslag, de schuldeisers die overeenkomstig de hypothecaire staat bekend zijn, of hun advocaten.    Er dient geen kennisgeving gericht te worden aan de personen die hun instemming hebben gegeven met de betrokken maatregel of die afstand hebben gedaan van hun rechten op de in beslag genomen goederen.    Evenzo dient geen kennisgeving te worden gericht aan de beslagene die overeenkomstig de artikelen 464/31, 464/33 en 464/34 op regelmatige wijze is ingelicht over de inbeslagneming en die zich niet per aangetekende zending die wordt gericht aan de SUO-magistraat heeft verzet tegen een eventuele vervreemding van het in de artikelen 464/29, § 2 en 464/30, § 1, bedoelde in beslag genomen goed uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving van het afschrift van het in artikel 464/31, § 2, eerste lid, of artikel 464/33, § 2, eerste lid, bedoelde proces-verbaal of de in artikel 464/34, § 2, tweede lid, bedoelde schriftelijke kennisgeving waarin de tekst van dit artikel is opgenomen.    § 2. De personen aan wie de kennisgeving werd gericht kunnen de zaak bij de strafuitvoeringsrechter aanhangig maken binnen vijftien dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing.    Deze termijn wordt verlengd met vijftien dagen indien een van deze personen buiten het Rijk verblijft.    De zaak wordt bij de strafuitvoeringsrechter aanhangig gemaakt door een verklaring gedaan op de griffie van de gevangenis of de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en ingeschreven in een daartoe bestemd register. De griffier geeft onverwijld kennis van de afgelegde verklaring aan de magistraat die het onderzoek voert.    § 3. De SUO-magistraat zendt de stukken van het dossier met betrekking tot de inbeslagneming en de vervreemding waarop de bestreden beslissing slaat, toe aan de griffier van de strafuitvoeringsrechtbank, die ze ter griffie neerlegt.    De griffier stelt de verzoeker of zijn advocaat per telefax of bij een aangetekende zending, uiterlijk zeven dagen vooraf, in kennis van de plaats, de dag en het uur van de zitting. De griffier geeft onverwijld kennis van de zitting aan de SUO-magistraat.    De stukken van het dossier worden gedurende ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de verzoeker en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. [2 Ze kunnen zelf met hun eigen middelen kosteloos een kopie ervan nemen ter plaatse.]2 De verzoeker kan, op zijn verzoek, een afschrift van de stukken verkrijgen.    De verzoeker, zijn advocaat en het openbaar ministerie worden gehoord.    § 4. De strafuitvoeringsrechter doet binnen een termijn van dertig dagen na de neerlegging van de verklaring in eerste en laatste aanleg uitspraak over het verzoek tot opheffing van de vervreemdingsmaatregel. Deze termijn wordt geschorst tijdens de duur van het uitstel op vraag van de verzoeker of zijn advocaat.    De verzoeker die in het ongelijk wordt gesteld kan worden veroordeeld in de kosten van de procedure.    De griffier geeft binnen vierentwintig uur na de uitspraak per aangetekende zending of per telefax kennis van het vonnis van de strafuitvoeringsrechter aan de verzoeker of zijn advocaat alsook aan de SUO-magistraat, en, in voorkomend geval, aan de [3 magistraat van het COIV]3.    § 5. Tegen de beslissing van de strafuitvoeringsrechter staat geen cassatieberoep open voor de verzoeker en de SUO-magistraat.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/13, art. 6, 010; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2019-05-05/19, art. 154, 020; Inwerkingtreding : 29-06-2019>   (3)<W 2024-04-18/08, art. 4 , 026; Inwerkingtreding : 12-05-2024>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 464/39 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 5. - [1 Kosten van het onderzoek]1

    Lees de volledige brontekst
    AfArt. 464/39. [1 De kosten van het SUO omvatten alle kosten die veroorzaakt worden door de toepassing van de gewone en specifieke uitvoeringshandelingen, uitgezonderd de personeels- en werkingskosten die verbonden zijn aan het optreden van de betrokken magistraten, politieambtenaren en ambtenaren van de federale overheidsdienst Financiën.    De kosten zijn ten laste van de veroordeelde tegen wie de tenuitvoerlegging van de verbeurdverklaring of de invordering van de geldboete of de gerechtskosten wordt gevorderd. De kosten die het gevolg zijn van onregelmatige uitvoeringshandelingen en de kosten die kennelijk niet te wijten zijn aan de persoonlijke gedraging van de veroordeelde zijn ten laste van de Staat.    Indien een vergoeding moet worden betaald voor de in het eerste lid bedoelde uitvoeringshandelingen, gelden de tarieven die bepaald zijn bij de regelgeving betreffende de gerechtskosten in strafzaken]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 44, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗
  15. Art. 464/40 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 5. - [1 Kosten van het onderzoek]1

    Lees de volledige brontekst
    AfArt. 464/40. [1 [2 De kosten die namens het ambt van de SUO-magistraat zijn gemaakt worden begroot overeenkomstig de regelgeving inzake de gerechtskosten in strafzaken.]2    De vervolging tot invordering van deze kosten wordt namens de SUO-magistraat uitgeoefend door de bevoegde ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën.    De veroordeelde kan tegen de beslissing van de SUO-magistraat om de kosten te zijnen laste te leggen, een beroep instellen bij de strafuitvoeringsrechter bij aangetekende zending binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving van de bestreden beslissing.    De strafuitvoeringsrechter doet in eerste en laatste aanleg uitspraak over de vordering. De kosten die het gevolg zijn van onregelmatige uitvoeringshandelingen en de kosten die kennelijk niet te wijten zijn aan de persoonlijke gedraging van de veroordeelde, zijn ten laste van de Staat.   [2 ...]2]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/13, art. 7, 010; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2020-07-31/03, art. 97, 022; Inwerkingtreding : 01-01-2020>

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗
  16. Art. 464/41 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 6. - [1 Afsluiting van het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/41. [1 § 1. Er wordt een einde gemaakt aan het SUO indien :    1° de veroordeelde aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;    2° de veroordeling teniet is gegaan.    § 2. Indien de SUO-magistraat oordeelt dat het onderzoek moet worden afgesloten, brengt hij zijn beslissing ter kennis van de bevoegde ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën die belast is met de invordering van de verbeurdverklaringen, geldboeten en gerechtskosten, en van de directeur van het COIV.    § 3. Uiterlijk één maand nadat het SUO is afgesloten, verzoekt de magistraat die het heeft gevoerd het secretariaat van het bevoegde openbaar ministerie of het COIV, naar gelang van het geval, iedere persoon ten aanzien van wie een in artikel 464/26 bedoelde maatregel is genomen, schriftelijk in kennis te stellen van de aard van die maatregel en van de dagen waarop deze is uitgevoerd.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 46, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 465 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK II. - WEERSPANNIGHEID AAN DE WET.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 465. (Opgeheven) <W 2000-06-30/47, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 27-03-2001>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 466 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK II. - WEERSPANNIGHEID AAN DE WET.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 466. (Opgeheven) <W 2000-06-30/47, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 27-03-2001>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 467 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK II. - WEERSPANNIGHEID AAN DE WET.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 467. (Opgeheven) <W 2000-06-30/47, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 27-03-2001>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 468 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK II. - WEERSPANNIGHEID AAN DE WET.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 468. (Opgeheven) <W 2000-06-30/47, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 27-03-2001>
    Open officiële bron ↗