Gratis brononderzoek

Wetboek van Strafvordering

Strafrechtelijke onderzoeks- en procesregels.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

921 bronvarianten

  1. Art. 464/6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/6.[1 § 1. De SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst, kan getuigen, zonder eedaflegging, de veroordeelde of de [2 malafide derde]2 verhoren over de vermogensrechtelijke verrichtingen die zijn uitgevoerd door de veroordeelde en de derde, alsook over de samenstelling en de vindplaats van hun vermogen.    Het verhoor begint met de mededeling dat de te verhoren persoon wordt ondervraagd in de hoedanigheid van veroordeelde, van derde in de zin van artikel 464/1, § 3, of als getuige.    § 2. De getuige beantwoordt elke vraag, tenzij hij zich kan beroepen op een geheimhoudingsplicht die bij wet is ingesteld of hij zichzelf zou beschuldigen van een misdrijf.    De veroordeelde of de derde kan ofwel een verklaring afleggen, ofwel antwoorden op de hem gestelde vragen, ofwel zwijgen.    § 3. Indien de te verhoren persoon zich in een andere taal dan die van het onderzoek wenst uit te drukken, wordt ofwel een beroep gedaan op een beëdigd tolk, ofwel worden zijn verklaringen opgetekend in zijn taal, ofwel wordt hem gevraagd zelf zijn verklaring op te tekenen. Indien het verhoor met behulp van een tolk wordt afgenomen, worden diens identiteit en hoedanigheid vermeld.    § 4. Van het verhoor van de veroordeelde, de derde of de getuige wordt een proces-verbaal opgemaakt.    De verhoorde kan op zijn vraag en kosteloos een afschrift van de tekst van zijn verhoor ontvangen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 13, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 11, 024; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 464/7 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/7.[1 De SUO-magistraat kan een technisch adviseur aanwijzen die, zonder eedaflegging, een advies geeft over de vermogenssituatie van de veroordeelde of de [2 malafide derde]2 of over welbepaalde vermogensrechtelijke verrichtingen die zijn uitgevoerd door de veroordeelde en deze derde.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 14, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 11, 024; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 464/8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/8. [1 § 1. De SUO-magistraat, of de gevorderde politiedienst kan met de schriftelijke en voorafgaande toestemming van de persoon die het werkelijke genot ervan heeft, te allen tijde een niet voor het publiek toegankelijke plaats betreden om de in de artikelen 464/29, § 2 en 464/30, § 1, bedoelde goederen en informatiedragers op te sporen en in beslag te nemen.    § 2. Onverminderd artikel 464/22 kan de SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst, na de voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechtmatige gebruiker, te allen tijde een zoeking uitvoeren in een privaat informaticasysteem dat zich bevindt op een niet voor het publiek toegankelijke plaats.    Hij kan, behoudens verzet van de rechtmatige gebruiker, de zoeking uitbreiden tot een informaticasysteem of een deel daarvan dat zich op een andere plaats bevindt dan daar waar de zoeking wordt uitgevoerd, als :    1° deze uitbreiding noodzakelijk is om de in artikel 464/29, § 2, 2°, bedoelde inlichtingen te verzamelen, en    2° andere maatregelen om deze inlichtingen te vergaren disproportioneel zouden zijn, of er een risico bestaat dat zonder deze uitbreiding deze inlichtingen verloren gaan.    De uitbreiding van de zoeking in een informaticasysteem mag zich niet verder uitstrekken dan tot de informatica-systemen of de delen daarvan waartoe de personen die gerechtigd zijn het onderzochte informaticasysteem te gebruiken, in het bijzonder toegang hebben.    Als de door de uitbreiding van de zoeking overeenkomstig het tweede en derde lid in een informaticasysteem aangetroffen gegevens nuttig zijn voor het doel van het SUO, worden ze in beslag genomen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 15, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 464/9 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/9. [1 De SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst kan een voor het publiek toegankelijke plaats betreden, gedurende de tijd dat het voor het publiek is toegelaten, om de in de artikelen 464/29, § 2, en 464/30, § 1, bedoelde goederen en informatiedragers op te sporen en in beslag te nemen]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 16, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 464/10 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/10. [1 De SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst kan een vaartuig, voertuig of enig ander vervoermiddel doorzoeken, zowel in het verkeer als geparkeerd op de openbare weg of op voor het publiek toegankelijke plaatsen, indien er ernstige en concrete aanwijzingen bestaan dat er in het vaartuig, voertuig of vervoermiddel in de artikelen 464/29, § 2, en 464/30, § 1, bedoelde goederen of informatiedragers aanwezig zijn die vatbaar zijn voor inbeslagneming.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 17, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 464/11 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/11.[1 De SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst, kan de veroordeelde of een [2 malafide derde]2, fouilleren door het betasten van hun lichaam en de kleding die ze dragen, evenals hun bagage controleren, indien er ernstige en concrete aanwijzingen bestaan dat zij in de artikelen 464/29, § 2 en 464/30, § 1, bedoelde goederen of informatiedragers bij zich dragen die vatbaar zijn voor inbeslagneming.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 18, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 11, 024; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 464/12 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/12. [1 § 1. Bij de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot een verbeurdverklaring, geldboete of de gerechtskosten nadat de veroordeelde schuldig is verklaard aan een misdrijf waarop een [5 straf van niveau 2 of een zwaardere straf staat]5 of een zwaardere straf, kan de SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing van de in [2 artikel 5, § 1, 1° tot en met 22°, 29° tot en met 32°, en § 3, eerste lid, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten]2 bedoelde ondernemingen en personen, de mededeling van de volgende inlichtingen vorderen :    1° de lijst van bankrekeningen, bankkluizen of de in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten bedoelde financiële instrumenten waarvan de veroordeelde of de [3 malafide derde]3, titularis, gevolmachtigde of de uiteindelijk gerechtigde is en, in voorkomend geval, alle nadere gegevens hieromtrent;    2° de transacties die in een bepaalde periode zijn uitgevoerd op een of meer van deze bankrekeningen of financiële instrumenten, met inbegrip van de bijzonderheden betreffende de rekening van herkomst of bestemming;    3° de gegevens met betrekking tot de titularissen of gevolmachtigden, die tijdens een bepaalde periode toegang hebben of hadden tot deze bankkluizen.    De SUO-magistraat bepaalt in zijn beslissing de vorm waarin de in het eerste lid vermelde gegevens hem worden meegedeeld.   [4 § 1/1. Bij de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot een verbeurdverklaring, geldboete of de gerechtskosten nadat de veroordeelde schuldig is verklaard aan een misdrijf waarop een [5 straf van niveau 2 of een zwaardere straf staat]5, kan de SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst op specifiek en met redenen omkleed verzoek, overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest, met betrekking tot de veroordeelde of de malafide derde alle beschikbare informatie opvragen bij het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten bij de Nationale Bank van België.    § 1/2. Bij de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot een verbeurdverklaring, geldboete of de gerechtskosten nadat de veroordeelde schuldig is verklaard aan een misdrijf waarop een [5 straf van niveau 2 of een zwaardere straf staat]5, kan de SUO-magistraat, of de gevorderde politiedienst, op specifiek en met redenen omkleed verzoek, met betrekking tot de veroordeelde of de malafide derde alle voor het SUO nuttige informatie over geleverde producten, verleende diensten of uitgevoerde verrichtingen betreffende virtuele valuta opvragen bij de personen en instellingen die op het Belgisch grondgebied diensten beschikbaar stellen of aanbieden met betrekking tot virtuele waarden die toelaten dat gereglementeerde betaalmiddelen in virtuele waarden worden bewaard of uitgewisseld.]4    § 2. Indien het noodzakelijk is voor de tenuitvoerlegging van de veroordeling, kan de SUO-magistraat bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing bovendien vorderen dat :    1° gedurende een vernieuwbare periode van maximum twee maanden de transacties met betrekking tot een of meer van deze bankrekeningen, [4 bankkluizen, financiële instrumenten of virtuele valuta]4 van de veroordeelde of de derde onder toezicht worden geplaatst;    2° de aangezochte persoon of onderneming de tegoeden en verbintenissen die verbonden zijn aan deze bankrekeningen, [4 bankkluizen, financiële instrumenten of virtuele valuta]4, niet meer uit handen mag geven voor een termijn die hij bepaalt, maar die niet langer kan zijn dan de termijn die loopt van het ogenblik waarop hij of zij kennis neemt van zijn vordering, die per telefax of bij aangetekende zending is toegezonden tot vijf werkdagen na de kennisgeving van de bedoelde gegevens aan de SUO-magistraat.    De maatregel neemt van rechtswege een einde bij het verstrijken van de door de SUO-magistraat vastgestelde termijn of in geval van volledige betaling van de verschuldigde verbeurdverklaring, geldboete en gerechtskosten.    § 3. [5 De in paragraaf 1 bedoelde aangezochte persoon of onderneming is verplicht onverwijld zijn of haar medewerking aan de uitvoering van de in de paragrafen 1, 1/1, 1/2 en 2 bedoelde maatregelen te verlenen.]5    De persoon of onderneming die zijn medewerking weigert aan de in [4 bankkluizen, financiële instrumenten of virtuele valuta]4 bedoelde vorderingen van de SUO-magistraat wordt gestraft [5 overeenkomstig de artikelen 655 en 656 van het Strafwetboek]5.    De persoon of onderneming of elke derde die goederen bewaart of beheert die het voorwerp uitmaken van een in § 2 bedoelde maatregel en deze met bedrieglijk opzet wegmaakt, wordt gestraft met de in [5 artikel 665]5 van het Strafwetboek bepaalde straffen. De poging wordt gestraft met dezelfde straffen.    § 4. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de in [4 bankkluizen, financiële instrumenten of virtuele valuta]4 bedoelde maatregelen of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht.    Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig [5 artikel 352]5 van het Strafwetboek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 19, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2017-09-18/06, art. 141, 015; Inwerkingtreding : 16-10-2017>   (3)<W 2021-11-28/01, art. 11, 024; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (4)<W 2021-11-28/01, art. 12, 024; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (5)<W 2026-03-11/03, art. 181, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 464/13 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/13. [1 § 1. [2 De SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst kan bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing, van de actoren bedoeld in het tweede lid de mededeling van de volgende inlichtingen vorderen:    1° de identificatie van een abonnee of een gewoonlijke gebruiker van een dienst bedoeld in het tweede lid, tweede streepje, of van het gebruikte elektronische communicatiemiddel;    2° de identificatie van de diensten bedoeld in het tweede lid, tweede streepje, waarop een bepaalde persoon geabonneerd is of die door een bepaalde persoon gewoonlijk worden gebruikt.    De volgende actoren zijn gehouden tot medewerking overeenkomstig het eerste lid:    - de operator van een elektronisch communicatie-netwerk;    - iedereen die binnen het Belgisch grondgebied, op welke wijze ook, een dienst beschikbaar stelt of aanbiedt, die bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, of er in bestaat gebruikers toe te laten via een elektronisch communicatienetwerk informatie te verkrijgen of te ontvangen of te verspreiden. Hieronder wordt ook de verstrekker van een elektronische communicatiedienst begrepen.]2    § 2.[2 De actoren bedoeld in § 1, tweede lid, verstrekken alle beschikbare inlichtingen in werkelijke tijd of, in voorkomend geval, op het tijdstip bepaald in de beslissing, volgens de nadere regels die bepaald worden bij het ter uitvoering van artikel 46bis, § 2, eerste en tweede lid, genomen koninklijk besluit.    Iedere persoon die de gegevens weigert mee te delen of deze niet meedeelt in werkelijke tijd of, in voorkomend geval, op het tijdstip bepaald in de beslissing, wordt gestraft [3 overeenkomstig de artikelen 655 en 656 van het Strafwetboek]3.]2    § 3. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht.    Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig [3 artikel 352]3 van het Strafwetboek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 20, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2016-12-25/37, art. 27, 014; Inwerkingtreding : 27-01-2017>   (3)<W 2026-03-11/03, art. 182, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 464/14 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/14. [1 § 1. De SUO-magistraat kan bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing een politiedienst machtigen om een observatie uit te voeren.    § 2. Observatie is mogelijk als :    1° de overige gewone uitvoeringshandelingen niet volstonden of redelijkerwijze niet kunnen volstaan om het in artikel 464/1, § 1, omschreven doel van het SUO te bereiken, en    2° de uitvoeringshandeling uitsluitend wordt aangewend ter tenuitvoerlegging van een in kracht van gewijsde gegane veroordeling tot betaling van verbeurdverklaringen, geldboeten en gerechtskosten, nadat de veroordeelde schuldig is verklaard aan een misdrijf waarop een [2 straf staat van niveau 2]2 of een zwaardere straf;    § 3. De machtiging tot observatie is schriftelijk en bevat de volgende vermeldingen :    1° de gegevens van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing waaruit blijkt dat de veroordeelde gehouden is tot betaling van verbeurdverklaringen, geldboeten en gerechtskosten, nadat hij schuldig is verklaard aan een misdrijf waarop een [2 straf staat van niveau 2]2 of een zwaardere straf;    2° de redenen waarom de overige gewone uitvoeringshandelingen niet volstonden of redelijkerwijze niet kunnen volstaan om het in artikel 464/1, § 1, omschreven doel van het SUO te bereiken;    3° de naam of, indien die niet bekend is, een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de in § 1 geobserveerde persoon of personen, alsmede van de zaken, plaatsen of gebeurtenissen;    4° de wijze waarop de observatie zal worden uitgevoerd;    5° de periode tijdens welke de observatie kan worden uitgevoerd en die niet langer mag zijn dan drie maanden te rekenen van de datum van de machtiging.    § 4. In spoedeisende gevallen kan de machtiging tot observatie mondeling worden verstrekt. De machtiging moet zo spoedig mogelijk worden bevestigd in de in § 3 bepaalde vorm.    § 5. De SUO-magistraat kan steeds op gemotiveerde wijze zijn machtiging tot observatie wijzigen, aanvullen of verlengen. Hij kan te allen tijde zijn machtiging intrekken. Hij gaat bij elke wijziging, aanvulling of verlenging van zijn machtiging na of de in § 2 bedoelde voorwaarden nog zijn vervuld en handelt daarbij overeenkomstig § 3, 1°, 2°, 3° en 5°.    § 6. De politieambtenaar die de operationele leiding heeft over de uitvoering van de observatie brengt de SUO-magistraat volledig en waarheidsgetrouw schriftelijk verslag uit over de uitvoering van de observaties. Hij zendt die verslagen, die vertrouwelijk zijn, rechtstreeks aan deze magistraat.    § 7. De in § 6 bedoelde politieambtenaar stelt proces-verbaal op van de uitvoering van de observatie, doch vermeldt hierin geen elementen die de afscherming van de gebruikte politionele onderzoekstechnieken of de vrijwaring van de veiligheid en de afscherming van de identiteit van de informant en van de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de observatie in het gedrang kunnen brengen. Deze elementen worden enkel opgenomen in het in § 6 bedoelde schriftelijk verslag.    In een proces-verbaal wordt verwezen naar de machtiging tot observatie en worden de in § 3, 1°, 2°, 3° en 5° bedoelde vermeldingen, opgenomen. De magistraat bevestigt bij schriftelijke beslissing het bestaan van de door hem verleende machtiging tot observatie.    De opgestelde processen-verbaal en de in het tweede lid bedoelde beslissing worden uiterlijk bij het beëindigen van de observatie bij het dossier van het SUO gevoegd.    § 8. De SUO-magistraat bewaart een afzonderlijk en vertrouwelijk dossier dat de volgende stukken bevat :    1° de machtiging tot observatie en de beslissingen tot wijziging, aanvulling of verlenging;    2° de toelating tot het plegen van misdrijven overeenkomstig artikel 464/15;    3° de vertrouwelijke verslagen die zijn opgesteld door de politieambtenaar die de operationele leiding heeft over de uitvoering van de observatie.    De SUO-magistraat en het bevoegde openbaar ministerie hebben als enige toegang tot dit afzonderlijk en vertrouwelijk dossier, onverminderd het in artikel 464/18 bedoelde inzagerecht van de kamer van inbeschuldigingstelling. De inhoud van dit dossier valt onder het beroepsgeheim.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 21, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 183, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 464/15 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/15. [1 § 1. Onverminderd het in § 2 bepaalde is het de politieambtenaren, belast met de uitvoering van een observatie, verboden in het kader van hun opdracht strafbare feiten te plegen.    § 2. Blijven vrij van straf de politieambtenaren die, in het kader van hun opdracht en met het oog op het welslagen ervan, strikt noodzakelijke misdrijven plegen, met het uitdrukkelijk akkoord van de SUO-magistraat.    De magistraat die het akkoord verleent, met inachtneming van de bepalingen die betrekking hebben op het SUO, blijft vrij van straf.    De politieambtenaren melden schriftelijk en vóór de uitvoering van de observatie aan de SUO-magistraat de in het eerste lid bedoelde misdrijven die zij voornemens zijn te plegen.    Indien deze voorafgaande kennisgeving niet kon gebeuren, stellen de politieambtenaren de SUO-magistraat onverwijld in kennis van de misdrijven die zij hebben gepleegd en bevestigen dit nadien schriftelijk.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 22, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 464/16 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/16.[1 § 1. De SUO-magistraat of het bevoegde openbaar ministerie kan via de informantenwerking alle nuttige inlichtingen verzamelen over het vermogen waarop de veroordeling tot betaling van een verbeurdverklaring, een geldboete of de gerechtskosten kan worden uitgevoerd.    De informantenwerking in de zin van dit artikel is het onderhouden van regelmatige contacten door een politieambtenaar, "contactambtenaar" genoemd, met een persoon, "informant" genoemd, van wie vermoed wordt dat hij nauwe banden heeft met een of meer personen, die schuldig zijn verklaard aan een misdrijf en die als gevolg hiervan zijn veroordeeld tot de betaling van verbeurdverklaringen, geldboeten of de gerechtskosten, of met een [2 malafide derde]2 die de politieambtenaar, al dan niet gevraagd, inlichtingen en gegevens verstrekt over de vermogensbestanddelen waarop deze veroordelingen kunnen worden uitgevoerd.    § 2. De lokale informantenbeheerder deelt zodra mogelijk en spontaan alle voor het SUO nuttige inlichtingen in een vertrouwelijk verslag rechtstreeks mee aan de SUO-magistraat.    De SUO-magistraat bewaart de meegedeelde inlichtingen in een afzonderlijk en vertrouwelijk dossier. De SUO-magistraat en het bevoegde openbaar ministerie hebben als enige toegang tot dit afzonderlijk en vertrouwelijk dossier, onverminderd het in artikel 464/18 bedoelde inzagerecht van de kamer van inbeschuldigingstelling. De inhoud van dit dossier valt onder het beroepsgeheim.    De SUO-magistraat beslist of, in functie van het belang van de aangebrachte informatie en met inachtneming van de veiligheid van de informant, hiervan proces-verbaal wordt opgesteld.    § 3. De organisatie van de informantenwerking ingesteld bij artikel 47decies, § 2 tot 6, tweede lid, is van toepassing op de in § 1 bedoelde informantenwerking.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 23, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 11, 024; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 464/17 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/17. [1 De SUO-magistraat staat in voor de permanente controle over de uitvoering van observaties en de aangewende informantenwerking door de politiediensten in het raam van dit onderzoek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 24, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 464/18 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 1. [1 Gewone uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/18. [1 § 1. De kamer van inbeschuldigingstelling controleert de uitvoering van de in de artikelen 464/14 en 464/27 bedoelde observatie die gegevens heeft opgeleverd die nadien door het openbaar ministerie werden aangewend in het raam van een gerechtelijk onderzoek of een opsporingsonderzoek.    De kamer van inbeschuldigingstelling onderzoekt op het ogenblik dat de onderzoeksrechter zijn dossier aan de procureur des Konings toezendt krachtens artikel 127, § 1, eerste lid, op vordering van de procureur-generaal, de regelmatigheid van deze observatie.    De kamer van inbeschuldigingstelling onderzoekt, op vordering van de procureur-generaal, de regelmatigheid van de observatie bij het afsluiten van het opsporingsonderzoek en alvorens het openbaar ministerie tot rechtstreekse dagvaarding overgaat.    De rechtspleging voor de kamer van inbeschuldigingstelling verloopt overeenkomstig het bepaalde bij artikel 235ter, §§ 2 tot 6.    § 2. Op vraag van de strafuitvoeringsrechter die kennis neemt van een voorziening op grond van artikel 464/36, § 4, controleert de kamer van inbeschuldigingstelling de regelmatigheid van de uitvoering van de in de artikelen 464/14 en 464/27 bedoelde observaties die gegevens hebben opgeleverd die door het openbaar ministerie zijn aangewend in het raam van het SUO.    De hoven en rechtbanken die kennis nemen van burgerrechtelijke vorderingen betreffende de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen houdende veroordeling tot een [2 ...]2 verbeurdverklaring, een geldboete en de gerechtskosten in het kader van het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek, kunnen, alvorens uitspraak te doen over de gegrondheid van deze rechtsvordering, de zaak verzenden naar de kamer van inbeschuldigingstelling teneinde de regelmatigheid te controleren van de in het raam van het SUO uitgevoerde observatie.    De rechtspleging voor de kamer van inbeschuldigingstelling verloopt overeenkomstig het bepaalde bij artikel 235ter, §§ 2 tot 5.    De griffier deelt een afschrift van het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling mee aan de gedingvoerende partijen en aan het hof of de rechtbank die bedoeld zijn in het tweede lid.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/13, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 184, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 464/19 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 2. - [1 Specifieke uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/19. [1 De SUO-magistraat kan, bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing als uitvoeringshandeling, de onderzoekshandelingen waarvoor in het kader van een gerechtelijk onderzoek uitsluitend de onderzoeksrechter bevoegd is, verrichten of laten verrichten door de gevorderde politiedienst, als ze noodzakelijk zijn voor het bereiken van het in artikel 464/1, § 1, omschreven doel van het SUO.    De uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid is evenwel beperkt tot de in deze onderafdeling omschreven uitvoerings-handelingen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 26, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 464/20 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 2. - [1 Specifieke uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/20. [1 De SUO-magistraat kan een in artikel 464/19 bedoelde uitvoeringshandeling enkel verrichten of laten verrichten na voorafgaande machtiging die wordt verleend door de strafuitvoeringsrechter.    De strafuitvoeringsrechter doet over het schriftelijke en met redenen omklede verzoek tot machtiging uitspraak uiterlijk binnen een termijn van vijf werkdagen na de ontvangst van het verzoek.    De strafuitvoeringsrechter onderzoekt uitsluitend de wettigheid, de proportionaliteit en de subsidiariteit van de gevorderde uitvoeringshandeling.    De SUO-magistraat staat in voor de tenuitvoerlegging van de toegelaten uitvoeringshandeling.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/13, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 464/21 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 2. - [1 Specifieke uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/21. [1 § 1. De SUO-magistraat kan bij het Hof van Cassatie een cassatieberoep instellen tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter.    § 2. De SUO-magistraat stelt het cassatieberoep in binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen vanaf de uitspraak van het bestreden vonnis.    Het cassatieberoep wordt ingesteld door een verklaring ter griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.    § 3. De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank zendt het dossier van de rechtspleging onverwijld aan de griffie van het Hof van Cassatie.    De cassatiemiddelen worden aangevoerd in een memorie die op de griffie van het Hof van Cassatie wordt neergelegd, ten laatste op de vijfde dag na het afleggen van de verklaring.    § 4. Het Hof van Cassatie doet uitspraak binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de instelling van het cassatieberoep.    De griffie van het Hof van Cassatie geeft binnen vierentwintig uur na de uitspraak van het arrest per aangetekende zending of telefax kennis van dit arrest aan de SUO-magistraat.    § 5. Na een cassatiearrest met verwijzing doet een andere strafuitvoeringsrechter uitspraak binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen vanaf de uitspraak van het arrest van het Hof van Cassatie.    § 6. Voor het overige verloopt de rechtspleging zoals in correctionele zaken.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/13, art. 4, 010; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 464/22 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 2. - [1 Specifieke uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/22. [1 De SUO-magistraat kan, bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing, een huiszoeking verrichten of door de gevorderde politiedienst laten verrichten in een niet voor het publiek toegankelijke plaats, om de in de artikelen 464/29, § 2, en 464/30, § 1, bedoelde goederen en informatiedragers op te sporen en in beslag te nemen.    Geen huiszoeking mag worden verricht vóór vijf uur `s morgens en na negen uur `s avonds.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 27, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 464/23 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 2. - [1 Specifieke uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/23.[2 § 1.]2 [1 De SUO-magistraat kan de zoeking in een informaticasysteem of een deel daarvan, die hij uitvoert of door de gevorderde politiedienst laat uitvoeren, uitbreiden tot een informaticasysteem of een deel daarvan dat zich op een andere plaats bevindt dan daar waar de zoeking plaatsvindt als :    1° deze uitbreiding noodzakelijk is om de in artikel 464/29, § 2, bedoelde inlichtingen, te verzamelen, en    2° indien andere maatregelen om deze inlichtingen te vergaren disproportioneel zouden zijn of indien er een risico bestaat dat zonder deze uitbreiding deze inlichtingen verloren gaan.]1   [2 § 2. De uitbreiding van een zoeking in een informaticasysteem mag zich niet verder uitstrekken dan tot de informaticasystemen of de delen daarvan waartoe de personen die gerechtigd zijn het onderzochte informaticasysteem te gebruiken, in het bijzonder toegang hebben.]2   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 28, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2018-03-18/14, art. 13, 016; Inwerkingtreding : 12-05-2018>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 464/24 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 2. - [1 Specifieke uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/24. [1 § 1. De SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst kan personen van wie hij vermoedt dat ze een bijzondere kennis hebben van het informaticasysteem dat het voorwerp uitmaakt van de zoeking of van diensten om gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, te beveiligen of te versleutelen, bevelen om in een verstaanbare vorm inlichtingen te verstrekken over de werking ervan en over de wijze om toegang te verkrijgen tot de gegevens die door middel daarvan worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen.    § 2. [2 De SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst kan iedere geschikte persoon verzoeken om zelf het informaticasysteem te bedienen of de ter zake dienende gegevens, die door middel daarvan worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen, naar gelang van het geval, te zoeken, toegankelijk te maken, te kopiëren, ontoegankelijk te maken of te verwijderen, in de door hem gevorderde vorm. Deze personen zijn verplicht hieraan gevolg te geven, voor zover dit in hun mogelijkheden ligt. Deze personen kunnen echter hun medewerking weigeren, in het bijzonder wanneer ze zichzelf zouden beschuldigen van een misdrijf.]2    § 3. [2 Derden die weigeren de in de paragrafen 1 en 2 gevorderde medewerking te verlenen of de zoeking in het informaticasysteem hinderen, worden gestraft met [3 de straf voorzien in artikel 655 van het Strafwetboek]3.    Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht.    Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig [3 artikel 352]3 van het Strafwetboek.]2    § 4. [2 ...]2]1      (NOTA : bij arrest nr 178/2015 van 17-12-2015 (B.St. 08-02-2016,p . 8566), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel 464/24,§2 en §3 in zovere medewerkingsplicht ook geldt voor de veroordeelde of voor derden bedoeld in artikel 464/1,§3, van het Wetboek van strafvordering ten aanzien van wie er aanwijzingen zijn dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan en ander misdrijf dan datgene dat geleid heeft tot de veroordeling waarop het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek betrekking heeft vernietigd)   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 29, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2018-03-18/14, art. 14, 016; Inwerkingtreding : 12-05-2018>   (3)<W 2026-03-11/03, art. 185, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 464/25 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK Ibis. -[1 Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek]1 / Afdeling 4. [1 Gewone uitvoeringshandelingen ]1 / Onderafdeling 2. - [1 Specifieke uitvoeringshandelingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 464/25. [1 § 1. De SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst kan [3 de actoren bedoeld in het tweede lid]3 vorderen om :    1° de oproepgegevens te doen opsporen van elektronische communicatiemiddelen waaruit of waarnaar oproepen worden of werden gedaan;    2° de oorsprong of de bestemming van elektronische communicaties te laten lokaliseren.   [3 De volgende actoren zijn gehouden tot medewerking overeenkomstig het eerste lid:    - de operator van een elektronisch communicatie-netwerk;    - iedereen die binnen het Belgisch grondgebied, op welke wijze ook, een dienst beschikbaar stelt of aanbiedt, die bestaat in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken, of er in bestaat gebruikers toe te laten via een elektronisch communicatienetwerk informatie te verkrijgen of te ontvangen of te verspreiden. Hieronder wordt ook de verstrekker van een elektronische communicatiedienst begrepen.]3    In de in het eerste lid bedoelde gevallen worden voor ieder elektronisch communicatiemiddel waarvoor de oproep-gegevens worden opgespoord of waarvan de oorsprong of de bestemming van de elektronische communicaties wordt gelokaliseerd, de dag, het uur, de duur en, indien nodig, de plaats van de oproep vastgesteld en opgenomen in een proces-verbaal.    De SUO-magistraat vermeldt in zijn beslissing de duur van de maatregel, die, wat de toekomstige elektronische communicatiegegevens betreft, niet langer kan zijn dan twee maanden te rekenen vanaf het bevelschrift, behoudens een hernieuwing.    § 2. [3 De actoren bedoeld in § 1, tweede lid, delen de gevorderde inlichtingen mee in werkelijke tijd of, in voorkomend geval, op het tijdstip bepaald in de beslissing, volgens de nadere regels die bepaald worden bij het ter uitvoering van artikel 88bis, § 4, eerste en derde lid, genomen koninklijk besluit.    Iedere persoon die zijn technische medewerking aan de in dit artikel bedoelde vorderingen weigert of niet verleent in werkelijke tijd of, in voorkomend geval, op het tijdstip bepaald in de beslissing, wordt gestraft met [4 de straf voorzien in artikel 655 van het Strafwetboek]4.]3    § 3. Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht.    Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig [4 artikel 352]4 van het Strafwetboek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-02-11/12, art. 30, 009; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2016-05-29/03, art. 11, 012; Inwerkingtreding : 28-07-2016>   (3)<W 2016-12-25/37, art. 28, 014; Inwerkingtreding : 27-01-2017>   (4)<W 2026-03-11/03, art. 186, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗