Gratis brononderzoek

Wetboek van Strafvordering

Strafrechtelijke onderzoeks- en procesregels.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

921 bronvarianten

  1. Art. 188 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 188.   <Opgeheven bij W 2016-02-05/11, art. 84, 049; Inwerkingtreding : 01-03-2016>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 189 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 189. Het bewijs van de [3 misdrijven die tot de bevoegdheid van de correctionele rechtbank behoren wordt geleverd op de wijze zoals bij]3 (de artikelen 154 tot 156) bepaald is [3 ...]3. [1 De bepalingen van de artikelen [2 145, vijfde lid, 152, 152bis, 157, 158, 158bis, 158ter, 158quater, 159, 160, 161 en 164]2 gelden ook voor de correctionele rechtbanken]1   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 85, 049; Inwerkingtreding : 01-03-2016>   (2)<W 2016-10-28/07, art. 7, 055; Inwerkingtreding : 01-06-2017>   (3)<W 2026-03-11/03, art. 136, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 189bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 189bis. <Ingevoegd bij W 2002-04-08/51, art. 14; Inwerkingtreding : 01-11-2002> De getuige wiens identiteit met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter verborgen werd gehouden, kan niet ter terechtzitting worden gedagvaard, tenzij hij daarin toestemt. Indien de getuige erin toestemt ter terechtzitting te getuigen, behoudt hij zijn volledige anonimiteit. In dit geval neemt de rechtbank de nodige maatregelen om de anonimiteit van de getuige te waarborgen.   De rechtbank kan hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de beklaagde, de burgerlijke partij of hun raadslieden, de onderzoeksrechter gelasten om deze getuige opnieuw te verhoren of om een nieuwe getuige te verhoren met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter , teneinde de waarheid aan de dag te brengen. Tegen deze beslissing van de rechtbank staat geen rechtsmiddel open. De rechtbank kan beslissen dat zij aanwezig zal zijn bij het verhoor van de getuige door de onderzoeksrechter.   De veroordeling van een persoon mag niet uitsluitend of zelfs in overheersende mate gegrond zijn op anonieme getuigenverklaringen die met toepassing van de artikelen 86bis en 86ter zijn verkregen. Die laatste moeten in afdoende mate steun vinden in andere bewijsmiddelen.
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 189ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 189ter.<ingevoegd bij W 2005-12-27/34, art. 22; Inwerkingtreding : 30-12-2005> De rechtbank kan, op basis van concrete gegevens, die pas aan het licht zijn gekomen na de controle van de kamer van inbeschuldigingstelling krachtens artikel 235ter, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de beklaagde, de burgerlijke partij of hun advocaten, de kamer van inbeschuldigingstelling gelasten de controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden [1 observatie, infiltratie en burgerinfiltratie]1 uit te oefenen met toepassing van artikel 235ter.   Deze vordering of dit verzoek dient, op straffe van verval, voor ieder ander rechtsmiddel te worden opgeworpen, behalve indien het middel betrekking heeft op nieuwe en concrete elementen die tijdens de terechtzitting aan het licht zijn gekomen.   De rechtbank zendt het dossier aan het openbaar ministerie over, teneinde de zaak daartoe bij de kamer van inbeschuldigingstelling aan te brengen.   (Buiten het in het eerste lid bedoelde geval, kan de feitenrechter of het Hof van Cassatie bij wettigheidsincidenten met betrekking tot de controle op de bijzondere opsporingsmethoden [1 observatie, infiltratie en burgerinfiltratie]1, de zaak aan het openbaar ministerie overzenden teneinde deze bij de bevoegde kamer van inbeschuldigingstelling aan te brengen voor de in artikel 235ter bepaalde controle.) <W 2009-01-16/31, art. 2, 036; Inwerkingtreding : 16-01-2009>   ----------   (1)<W 2018-07-22/04, art. 11, 061; Inwerkingtreding : 17-08-2018>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 189quater · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 189quater. [1 Bij het onderzoek ten gronde van een dossier dat een niet geclassificeerd proces-verbaal bevat als bedoeld in artikel 19/1 van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten kan de rechtbank hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de beklaagde, de burgerlijke partij of hun advocaten, het Vast Comité I een schriftelijk advies vragen over de wettelijkheid van de methode voor de verzameling van gegevens.    Deze vordering of dit verzoek dient, op straffe van verval, vóór ieder ander rechtsmiddel te worden opgeworpen, behalve indien het middel betrekking heeft op concrete en nieuwe elementen die tijdens de terechtzitting aan het licht zijn gekomen.    De rechtbank zendt het dossier aan het openbaar ministerie over, teneinde de zaak daartoe voor het Vast Comité I aan te brengen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2010-02-04/26, art. 36, 039; Inwerkingtreding : 01-09-2010>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 190 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 190. De behandeling geschiedt in het openbaar, op straffe van nietigheid. (Wanneer de vervolgingen zijn gegrond [1 op [4 [6 de artikelen 134 tot 163, 165, 171, 173, 174, 187, 258, 265 of op artikel 268]6 van het Strafwetboek in geval van uitbuiting van prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting]2, kan het vonnisgerecht bevelen dat de zaak met gesloten deuren wordt behandeld, indien een van de partijen of het slachtoffer het vraagt, namelijk met het oog op de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer.) <W 04-07-1989, art. 5>   De procureur des Konings, de burgerlijke partij of haar raadsman, (...) zetten de zaak uiteen; de processen-verbaal of verslagen, indien er opgemaakt zijn, worden door de griffier voorgelezen, de getuigen voor en tegen worden gehoord, indien daartoe grond bestaat, en de wrakingen worden voorgedragen en er wordt over beslist; de stukken die tot overtuiging of tot ontlasting kunnen dienen, worden aan de getuigen en aan de partijen vertoond; de beklaagde wordt ondervraagd; de beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke personen (of hun advocaat) dragen hun verdediging voor; de procureur des Konings vat de zaak samen en neemt zijn conclusie; de beklaagde en de voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijke personen (of hun advocaat) kunnen antwoorden. <W 10-07-1967, art. 1, 99°> <W 2003-02-12/35, art. 11, 021; Inwerkingtreding : 07-04-2003> <W 2003-02-12/35, art. 11, 021; Inwerkingtreding : 07-04-2003>   Het vonnis wordt onmiddellijk of ten laatste op (de terechtzitting volgende op die waarop de debatten gesloten zijn verklaard), uitgesproken. <W 10-07-1967, art. 1, 99°>    [5 Het beschikkend gedeelte van het vonnis]5 wordt integraal opgenomen in de databank bedoeld in artikel 782bis van het Gerechtelijk Wetboek. In de databank worden de vonnissen geanonimiseerd op de wijze die door de Koning wordt bepaald [5 , zelfs in afwezigheid van de andere rechters maar in aanwezigheid van het openbaar ministerie]5.   [5 Het gepseudonimiseerde vonnis wordt binnen een redelijke termijn bekendgemaakt via het Centraal register bedoeld in artikel 782, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek.    In afwijking van het vierde lid en bij een met redenen omklede beslissing die in het vonnis wordt opgenomen, kan het gerecht dat het vonnis wijst, ambtshalve of op verzoek van een partij, en na de partijen gehoord te hebben, de bekendmaking van het gepseudonimiseerde vonnis verbieden of beslissen dat bepaalde onderdelen van de in het vonnis opgenomen motivering worden weggelaten uit het publiek raadpleegbare gepseudonimiseerde vonnis, wanneer de bekendmaking van dit gepseudonimiseerde vonnis of de betrokken onderdelen ervan onevenredig het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de partijen of andere personen betrokken in de zaak aantast, of hun andere fundamentele rechten en vrijheden, zoals zij zijn erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden. Indien het gerecht gebruik maakt van deze mogelijkheid, wordt het vonnis integraal uitgesproken of ter beschikking gesteld van het publiek in de zittingszaal tot aan het einde van de zitting. Tegen de beslissing van het gerecht over de omvang van de pseudonimisering of houdende verbod op bekendmaking van het gepseudonimiseerde vonnis, staat geen enkel rechtsmiddel open.    Wanneer de bekendmaking bedoeld in het vierde lid onmogelijk is, spreekt de voorzitter het vonnis integraal uit, of stelt hij het vonnis ter beschikking van het publiek in de zittingszaal tot aan het einde van die zitting. De bekendmaking vindt plaats van zodra de onmogelijkheid ophoudt te bestaan.    Onverminderd het vierde lid kan de voorzitter van de kamer die het vonnis heeft gewezen, in alle gevallen, hetzij ambtshalve, hetzij op een met redenen omkleed verzoek van een van de partijen, beslissen de uitspraak van het vonnis in openbare terechtzitting niet te beperken tot het beschikkend gedeelte.]5   ----------   (1)<W 2016-02-01/09, art. 4, 050; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2016-05-31/02, art. 14, 052; Inwerkingtreding : 18-06-2016>   (4)<W 2022-03-21/01, art. 109, 071; Inwerkingtreding : 01-06-2022>   (5)<W 2022-10-16/03, art. 4, 078; Inwerkingtreding : 01-04-2024>   (6)<W 2026-03-11/03, art. 137, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 190bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 190bis.<W 2000-11-28/35, art. 39, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2001> Wat de minderjarige [1 of de kwetsbare meerderjarige]1 getuigen betreft, past de rechtbank, in voorkomend geval, de artikelen 92 tot 101 inzake het opgenomen verhoor toe.   Wanneer de rechtbank de verschijning van de minderjarige [1 of de kwetsbare meerderjarige]1 noodzakelijk vindt om de waarheid aan de dag te brengen, wordt deze verschijning bij wege van videoconferentie georganiseerd, [1 tenzij de getuige]1 de wil uitdrukt op de zitting te getuigen.   In geval van verhoor door middel van videoconferentie wordt de minderjarige [1 of de kwetsbare meerderjarige]1 gehoord in een afzonderlijk lokaal in aanwezigheid, in voorkomend geval, van de in artikel 91bis bedoelde persoon, zijn advocaat, een lid of leden van de technische dienst en een [1 deskundige]1.   Wanneer de rechtbank het noodzakelijk vindt voor de sereniteit van de getuigenis, kan zij het oogcontact tussen de minderjarige [1 of de kwetsbare meerderjarige]1 en de beklaagde in alle gevallen beperken of uitsluiten.   Dit artikel is van toepassing op minderjarigen van wie het verhoor werd opgenomen met toepassing van artikel 92 en die de leeftijd van de meerderjarigheid hebben bereikt op het moment van de zitting.   ----------   (1)<W 2019-05-05/10, art. 41, 063; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 190ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 190ter. <Artikelnummer ingevoegd bij W 2000-11-28/35, art. 39, 016; Inwerkingtreding : 01-04-2001> (Voorheen artikel 190bis.) De processen-verbaal van de terechtzitting worden bij het dossier van het geding gevoegd.
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 190quater · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 190quater. [1 De rechtbank kan, om de waarheid aan de dag te brengen, op vordering van de procureur des Konings, op verzoek van een van de partijen of ambtshalve de procureur des Konings uitnodigen om een onderzoeksrechter te vorderen om te laten overgaan tot :    1° het opstellen van het DNA-profiel van de aangetroffen sporen, en in voorkomend geval een vergelijking van DNA-profielen, met toepassing van artikel 44quater;    2° de afname van een referentiestaal van de beklaagde, het opstellen van het DNA-profiel van dat staal, en in voorkomend geval, een vergelijking van DNA-profielen, met toepassing van artikel 90undecies;    3° de afname van een referentiestaal van een andere persoon, het opstellen van het DNA-profiel van dat staal en in voorkomend geval, een vergelijking van DNA-profielen met toepassing van artikel 90duodecies.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2011-11-07/16, art. 9, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2014 (zie KB 2013-07-17/29, art. 36)>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 190quinquies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 190quinquies.[1 De rechtbank kan, om de waarheid aan het licht te brengen, de procureur des Konings ambtshalve uitnodigen om door middel van een specifiek en met redenen omkleed verzoek informatie te vragen aan het Centraal Aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België [2 overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest]2.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-07-01/01, art. 126, 053; Inwerkingtreding : 14-07-2016>   (2)<W 2018-07-08/03, art. 20, 059; Inwerkingtreding : 26-07-2018>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 190sexies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 190sexies. [1 § 1. De rechtbank kan, voor zover voldaan is aan het vierde lid en voor zover het gaat om feiten die niet van die aard schijnen te zijn dat ze gestraft moeten worden met een [2 een straf van niveau 4]2 of een zwaardere straf en voor zover er elementen in het dossier aanwezig zijn die aangeven dat de feiten gerelateerd zijn aan een verslavings-, agressie of psychosociale problematiek, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de beklaagde of zijn advocaat, overgaan tot het opleggen van een hersteltraject overeenkomstig dit artikel.    Hiertoe moeten de volgende voorwaarden zijn vervuld:    1° de beklaagde ontkent de hem ten tenlastegelegde feiten niet, erkent het bestaan van een onderliggende verslavings-, agressie of psychosociale problematiek van zijn kant en is gemotiveerd om hieraan te werken;    2° de beklaagde wordt op het ogenblik van de verschijning voor de rechtbank niet opgevolgd door een dienst van de gemeenschappen wegens dezelfde problematiek;    3° de beklaagde mag niet onder de bevoegdheid van de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank vallen;    4° de beklaagde verleent op vrije en voldoende geïnformeerde wijze zijn instemming met het hersteltraject.    Voor zover in de rechtbank een gespecialiseerde kamer daartoe is ingericht, worden de zaken waarin er sprake is van een onderliggende problematiek en waarvoor een hersteltraject in toepassing van dit artikel overwogen wordt, door die kamer behandeld.    De rechtbank sluit een protocol af met het parket, de balie en de partners die instaan voor de uitvoering van de hersteltrajecten. Het protocol specifieert op welke manier de opvolging en de informatiedoorstroming geregeld wordt.    Tijdens de zittingen zijn een of meerdere diensten die instaan voor de uitvoering van de hersteltrajecten aanwezig en geven zij indien nodig toelichting.    § 2. De rechtbank kan ambtshalve of op verzoek van het openbaar ministerie een melding sturen naar de bevoegde dienst van de gemeenschappen met de vraag om een maatschappelijke enquête te verrichten.    § 3. Tijdens de inleidingszitting zetten het openbaar ministerie en de burgerlijke partij of haar advocaat de zaak uiteen. De beklaagde wordt gehoord.    De rechter gaat na of de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1 vervuld zijn en of het aangewezen lijkt om een hersteltraject op te leggen.    Indien dit het geval is, wordt de zaak uitgesteld met het oog op het opstellen van een hersteltraject.    Is dit niet het geval dan vindt de behandeling van de zaak plaats.    § 4. In het in paragraaf 3, derde lid, bedoelde geval wordt een hersteltraject opgesteld door de bevoegde dienst van de gemeenschappen, in samenwerking met de beklaagde. In het hersteltraject worden maatregelen uitgewerkt, rekening houdend met de onderliggende problematiek en met oog voor de belangen van de burgerlijke partij.    § 5. Uiterlijk twee maanden na de inleidingszitting vindt een oriëntatiezitting plaats waarop de beklaagde aan de rechter een hersteltraject voorlegt.    Als het hersteltraject niet wordt aanvaard, kan de beklaagde voorstellen tot aanpassing doen. Doet hij dit niet dan vindt de behandeling van de zaak plaats.    Indien het hersteltraject wordt aanvaard, wordt het ondertekend door de beklaagde. De zaak wordt uitgesteld voor verdere opvolging.    § 6. Uiterlijk een maand na de oriëntatiezitting bedoeld in paragraaf 5 en telkens wanneer de rechtbank dit aangewezen acht, vindt een opvolgingszitting plaats waarop de naleving van de voorwaarden van het hersteltraject wordt besproken en geëvalueerd. Deze worden waar nodig bijgestuurd.    De bevoegde diensten van de gemeenschappen begeleiden de beklaagde bij de naleving van het hersteltraject. In het kader van de controle en in functie van eventuele bijsturingen van het hersteltraject stellen de bevoegde diensten een verslag op tegen elke volgende opvolgingszitting en telkens wanneer zij dit nodig achten of op vraag van de rechtbank. Een kopie van deze verslagen wordt systematisch toegestuurd aan het openbaar ministerie en gevoegd bij het dossier voor de volgende opvolgingszitting.    Indien de rechtbank tot de voortzetting van het hersteltraject beslist, wordt de zaak uitgesteld voor verdere opvolging. Indien het hersteltraject niet wordt opgevolgd, beslist de rechtbank tot stopzetting en vindt de behandeling van de zaak plaats.    De duur van de opvolging is beperkt tot een jaar. Deze termijn kan door de rechtbank bij een met redenen omklede beslissing verlengd worden met maximaal zes maanden.    § 7. Uiterlijk achttien maanden na het opstarten van het hersteltraject vindt de behandeling van de zaak plaats.    De beklaagde en de burgerlijke partij en hun advocaten worden in kennis gesteld van de plaats, de dag en het uur van verschijning.    De burgerlijke partij of haar advocaat wordt gehoord voor de uiteenzetting van de burgerlijke vordering, de beklaagde en zijn advocaat worden gehoord in zijn verdediging en het openbaar ministerie vat de zaak samen en neemt zijn conclusie.    De rechtbank houdt bij de uitspraak rekening met het gevolgde hersteltraject en vermeldt dit in het vonnis.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-01-18/06, art. 5, 077; Inwerkingtreding : 26-01-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 138, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 191 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 191. Indien het feit [1 geen misdrijf]1 oplevert, vernietigt de rechtbank het onderzoek, de dagvaarding en alles wat erop gevolgd is, ontslaat de beklaagde van rechtsvervolging en beslist over de vorderingen tot schadevergoeding.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 139, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 192 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 192. (Indien het feit [1 een misdrijf oplevert]1 waarvan de kennisneming bij artikel 138 (...) aan de politierechter is opgedragen, past de rechtbank de straf toe en beslist in voorkomend geval over de schadevergoeding.) <W 10-07-1967, art. 1, 100°>   (Lid 2 opgeheven) <KB 59 10-01-1935, art. 2>   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 140, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 193 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 193. Indien het feit [1 tot de bevoegdheid behoort van het hof van assisen]1 kan de rechtbank terstond het bevel tot bewaring of het bevel tot aanhouding verlenen : zij verwijst de beklaagde naar de bevoegde onderzoeksrechter.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 141, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 193bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 193bis. <W 10-10-1967, art. 148, § 1> De beslissingen worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Worden meer dan twee gevoelens uitgedrukt, dan zijn de rechters die zich het minst gunstig voor de beklaagde hebben uitgesproken, verplicht zich met een van de andere gevoelens te verenigen.
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 194 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 194.<W 25-10-1950, art. 1, b> Over de kosten wordt beslist overeenkomstig de regels gesteld in artikel 162 [1 , artikel 162ter]1 (en over de vergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek, overeenkomstig artikel 162bis). <W 2007-04-21/85, art. 10, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2008 ; zie ook art. 13>   ----------   (1)<W 2021-06-21/02, art. 18, 068; Inwerkingtreding : 23-08-2021>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 195 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 195. <W 27-04-1987, art. 2> Ieder veroordelend vonnis vermeldt de feiten waaraan de gedaagden schuldig of waarvoor zij aansprakelijk geoordeeld worden, de straf, de burgerlijke veroordelingen en de toegepaste wetsbepaling.   [4 Het vonnis bevat, behalve de gronden en het beschikkende gedeelte:    1° de vermelding van de rechter of de rechtbank die het heeft gewezen; de namen van de rechters die over de zaak hebben geoordeeld, van de magistraat van het openbaar ministerie en van de griffier die bij de uitspraak tegenwoordig is geweest;    2° de naam, de voornaam en de woonplaats van de partijen, hun geboortedatum, en, in voorkomend geval, hun rijksregisternummer, de nationaliteit, de unieke dactyloscopische referentie, identificatienummer in het bisregister of ondernemingsnummer;    3° het onderwerp van de vordering en in voorkomend geval het antwoord op de conclusies van de partijen;    4° de vermelding dat het openbaar ministerie haar vordering heeft geformuleerd ter zitting;    5° de vermelding en de datum van de uitspraak in openbare zitting.    De griffier verifieert onmiddellijk voorafgaand aan de ondertekening van het vonnis of aan de vaststelling van de onmogelijkheid van ondertekening ervan de juistheid van de vermeldingen bedoeld in het tweede lid, 2°, met uitzondering van [5 ...]5 de unieke dactyloscopische referentie.    Het vonnis bevat in voorkomend geval aanduiding van de naam der advocaten.]4   Het vonnis vermeldt nauwkeurig, maar op een wijze die beknopt mag zijn, de redenen waarom de rechter, als de wet hem daartoe vrije beoordeling overlaat, dergelijke straf of dergelijke maatregel uitspreekt. Het rechtvaardigt bovendien de strafmaat voor elke uitgesproken straf of maatregel. ([7 ...]7) <W 1993-12-24/33, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-01-1994> <W 2005-07-20/52, art. 27, 1°, 030; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   [2 In voorkomend geval vermeldt het veroordelend vonnis of de veroordeelde zich bevindt in de bij artikel 25, § 2, d) of e), of artikel 26, § 2, d) of e), van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, bepaalde voorwaarden.    In geval van een veroordeling tot een vrijheidsstraf waarvan het uitvoerbaar gedeelte meer dan drie jaar bedraagt en minder dan dertig jaar, wegens feiten bedoeld [7 in boek II, titel I, titel 4, hoofdstuk 1, en titel 8, hoofdstukken 1 tot 3, in artikel 139, in artikel 97, indien gepleegd ten aanzien van een of meer politieambtenaren wegens hun hoedanigheid, in artikel 118, of in artikel 225]7, van het Strafwetboek, kan het vonnis bepalen dat de voorwaardelijke invrijheidstelling of de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering pas kan worden toegekend nadat de veroordeelde twee derde van die straf heeft ondergaan.    In geval van een veroordeling tot een [7 ...]7 gevangenisstraf van dertig jaar of meer, kan het vonnis bepalen dat de voorwaardelijke invrijheidstelling of de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering pas kan worden toegekend nadat de veroordeelde meer dan vijftien jaar tot maximum vijfentwintig jaar van die straf heeft ondergaan.]2   [7 ...]7   [6 Het vijfde lid]6 is niet van toepassing wanneer de rechtbank uitspraak doet in graad van beroep, behalve wanneer zij een verval van het recht tot het besturen van een voertuig, een luchtschip en het geleiden van een rijdier uitspreekt.   (Indien er door een bemiddeling elementen overeenkomstig artikel 555, § 1, aan de rechter ter kennis worden gebracht, wordt dit in het vonnis vermeld. De rechter kan hiermee rekening houden en vermeldt dit in voorkomend geval in het vonnis.) <L 2005-06-22/35, art. 4, 026; Inwerkingtreding : 31-01-2006>   ([1 Als de rechter een effectieve vrijheidsstraf of de internering uitspreekt, licht hij de partijen in over de uitvoering van deze vrijheidsstraf of maatregel en over de mogelijke modaliteiten van strafuitvoering of internering.]1   Hij licht eveneens de burgerlijke partij in over de mogelijkheden om in het kader van de strafuitvoering [1 of de tenuitvoerlegging van de internering]1 te worden gehoord over de voorwaarden die in het belang van de burgerlijke partij moeten worden opgelegd.) <W 2006-05-17/35, art. 101, 030; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   ----------   (1)<W 2014-05-05/11, art. 88, 048; Inwerkingtreding : 01-10-2016 (zie ook art. 136). Overgangsbepalingen: art. 134 en 135>   (2)<W 2017-12-21/19, art. 2, 056; Inwerkingtreding : 21-01-2018>   (3)<W 2022-03-21/01, art. 110, 071; Inwerkingtreding : 01-06-2022>   (4)<W 2023-12-19/08, art. 4, 075; Inwerkingtreding : 08-01-2024>   (5)<W 2023-12-19/08, art. 48, 075; Inwerkingtreding : 01-09-2025>   (6)<W 2026-02-08/04, art. 9, 084; Inwerkingtreding : 26-02-2026>   (7)<W 2026-03-11/03, art. 142, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 195bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 195bis.<W 10-10-1967, art. 148, § 2> De griffier moet het vonnis binnen [1 tweeënzeventig uren]1 laten tekenen door de rechters die het hebben gewezen.   Indien een of meer rechters zich in de onmogelijkheid bevinden om te tekenen, dan tekenen alleen de anderen, onder vermelding van die onmogelijkheid.   Bevindt de griffier zich in zulke onmogelijkheid, dan is het voldoende dat de rechters daarvan bij het ondertekenen melding maken.   ----------   (1)<W 2019-05-05/19, art. 82, 064; Inwerkingtreding : 29-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 196 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 196. (Lid 1 opgeheven) <W 10-07-1967, art. 1, 102°>   De griffiers die een uitgifte van een vonnis afgeven voordat het ondertekend is, worden vervolgd als schriftvervalsers.   (Lid 3 opgeheven) <W 10-07-1967, art. 1, 102°>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 196/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 196/1. [1 De griffier overhandigt aan het openbaar ministerie een uittreksel uit elk vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan en een veroordeling tot een vrijheidsstraf inhoudt.    Wanneer een zelfde vonnis of arrest verscheidene personen tot een vrijheidsstraf heeft veroordeeld en die voor sommigen onder hen definitief is geworden, wordt voor de betrokken personen een uittreksel aan het openbaar ministerie bezorgd.    Wanneer verscheidene personen, die door een zelfde vonnis of arrest zijn veroordeeld, hun straf in verschillende strafinrichtingen moeten ondergaan, kan het openbaar ministerie zich voor elke inrichting een uittreksel doen afleveren.    Binnen drie dagen stuurt de griffier, langs elektronische weg of bij gewone brief, aan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen een uittreksel uit elk vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan en een pecuniaire veroordeling inhoudt, als bedoeld in het achtste lid.    Daarenboven stuurt de griffier, langs elektronische weg of bij gewone brief, een kopie van elk veroordelend vonnis dat de [4 ...]4 verbeurdverklaring zoals bedoeld in artikel 197bis inhoudt, evenals een kopie van het uittreksel ervan, aan het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring.    Binnen dezelfde termijn stuurt de griffier aan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, verantwoordelijk voor de werking van de gegevensbank penale boeten, verbeurdverklaringen en gerechtskosten in strafzaken, langs elektronische weg of bij gewone brief, de elementen die vervat zijn in elk uittreksel, en die noodzakelijk zijn voor de verwerking van de gegevens betreffende de pecuniaire veroordelingen, als bedoeld in het achtste lid.    Wanneer een zelfde vonnis of arrest verscheidene personen veroordeeld heeft tot pecuniaire veroordelingen, als bedoeld in het achtste lid, en die veroordelingen voor de enen definitief zijn geworden zonder het voor de anderen te zijn, wordt met betrekking tot het definitief geworden gedeelte van het vonnis of arrest gehandeld zoals bepaald in het vierde tot het zesde lid.    Onder een pecuniaire veroordeling wordt elke veroordeling verstaan tot een geldboete, tot een verbeurdverklaring van een geldsom die een terugvorderbare schuldvordering inhoudt op het vermogen van de veroordeelde, tot de gerechtskosten [3 of een bijdrage.]3]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2019-03-23/18, art. 13, 066; Inwerkingtreding : 01-01-2020>   (2)<W 2021-06-21/02, art. 19, 068; Inwerkingtreding : 23-08-2021>   (3)<W 2022-12-06/02, art. 21, 073; Inwerkingtreding : 31-12-2022>   (4)<W 2026-03-11/03, art. 143, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗