Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 195. <W 27-04-1987, art. 2> Ieder veroordelend vonnis vermeldt de feiten waaraan de gedaagden schuldig of waarvoor zij aansprakelijk geoordeeld worden, de straf, de burgerlijke veroordelingen en de toegepaste wetsbepaling.
[4 Het vonnis bevat, behalve de gronden en het beschikkende gedeelte:
1° de vermelding van de rechter of de rechtbank die het heeft gewezen; de namen van de rechters die over de zaak hebben geoordeeld, van de magistraat van het openbaar ministerie en van de griffier die bij de uitspraak tegenwoordig is geweest;
2° de naam, de voornaam en de woonplaats van de partijen, hun geboortedatum, en, in voorkomend geval, hun rijksregisternummer, de nationaliteit, de unieke dactyloscopische referentie, identificatienummer in het bisregister of ondernemingsnummer;
3° het onderwerp van de vordering en in voorkomend geval het antwoord op de conclusies van de partijen;
4° de vermelding dat het openbaar ministerie haar vordering heeft geformuleerd ter zitting;
5° de vermelding en de datum van de uitspraak in openbare zitting.
De griffier verifieert onmiddellijk voorafgaand aan de ondertekening van het vonnis of aan de vaststelling van de onmogelijkheid van ondertekening ervan de juistheid van de vermeldingen bedoeld in het tweede lid, 2°, met uitzondering van [5 ...]5 de unieke dactyloscopische referentie.
Het vonnis bevat in voorkomend geval aanduiding van de naam der advocaten.]4
Het vonnis vermeldt nauwkeurig, maar op een wijze die beknopt mag zijn, de redenen waarom de rechter, als de wet hem daartoe vrije beoordeling overlaat, dergelijke straf of dergelijke maatregel uitspreekt. Het rechtvaardigt bovendien de strafmaat voor elke uitgesproken straf of maatregel. ([7 ...]7) <W 1993-12-24/33, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-01-1994> <W 2005-07-20/52, art. 27, 1°, 030; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
[2 In voorkomend geval vermeldt het veroordelend vonnis of de veroordeelde zich bevindt in de bij artikel 25, § 2, d) of e), of artikel 26, § 2, d) of e), van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, bepaalde voorwaarden.
In geval van een veroordeling tot een vrijheidsstraf waarvan het uitvoerbaar gedeelte meer dan drie jaar bedraagt en minder dan dertig jaar, wegens feiten bedoeld [7 in boek II, titel I, titel 4, hoofdstuk 1, en titel 8, hoofdstukken 1 tot 3, in artikel 139, in artikel 97, indien gepleegd ten aanzien van een of meer politieambtenaren wegens hun hoedanigheid, in artikel 118, of in artikel 225]7, van het Strafwetboek, kan het vonnis bepalen dat de voorwaardelijke invrijheidstelling of de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering pas kan worden toegekend nadat de veroordeelde twee derde van die straf heeft ondergaan.
In geval van een veroordeling tot een [7 ...]7 gevangenisstraf van dertig jaar of meer, kan het vonnis bepalen dat de voorwaardelijke invrijheidstelling of de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering pas kan worden toegekend nadat de veroordeelde meer dan vijftien jaar tot maximum vijfentwintig jaar van die straf heeft ondergaan.]2
[7 ...]7
[6 Het vijfde lid]6 is niet van toepassing wanneer de rechtbank uitspraak doet in graad van beroep, behalve wanneer zij een verval van het recht tot het besturen van een voertuig, een luchtschip en het geleiden van een rijdier uitspreekt.
(Indien er door een bemiddeling elementen overeenkomstig artikel 555, § 1, aan de rechter ter kennis worden gebracht, wordt dit in het vonnis vermeld. De rechter kan hiermee rekening houden en vermeldt dit in voorkomend geval in het vonnis.) <L 2005-06-22/35, art. 4, 026; Inwerkingtreding : 31-01-2006>
([1 Als de rechter een effectieve vrijheidsstraf of de internering uitspreekt, licht hij de partijen in over de uitvoering van deze vrijheidsstraf of maatregel en over de mogelijke modaliteiten van strafuitvoering of internering.]1
Hij licht eveneens de burgerlijke partij in over de mogelijkheden om in het kader van de strafuitvoering [1 of de tenuitvoerlegging van de internering]1 te worden gehoord over de voorwaarden die in het belang van de burgerlijke partij moeten worden opgelegd.) <W 2006-05-17/35, art. 101, 030; Inwerkingtreding : 01-02-2007>
----------
(1)<W 2014-05-05/11, art. 88, 048; Inwerkingtreding : 01-10-2016 (zie ook art. 136). Overgangsbepalingen: art. 134 en 135>
(2)<W 2017-12-21/19, art. 2, 056; Inwerkingtreding : 21-01-2018>
(3)<W 2022-03-21/01, art. 110, 071; Inwerkingtreding : 01-06-2022>
(4)<W 2023-12-19/08, art. 4, 075; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
(5)<W 2023-12-19/08, art. 48, 075; Inwerkingtreding : 01-09-2025>
(6)<W 2026-02-08/04, art. 9, 084; Inwerkingtreding : 26-02-2026>
(7)<W 2026-03-11/03, art. 142, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>