Gratis brononderzoek

Wetboek van Strafvordering

Strafrechtelijke onderzoeks- en procesregels.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

921 bronvarianten

  1. Art. 196/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 196/2. [1 In uitvoerbare vorm worden alleen de arresten, vonnissen en beschikkingen verzonden die de partijen, het openbaar ministerie of de bevoegde ontvanger van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen in die vorm aanvragen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2019-03-23/18, art. 14, 066; Inwerkingtreding : 01-01-2020>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 197 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 197.(Onverminderd artikel 197bis, wordt het vonnis ten uitvoer gelegd) op verzoek van de procureur des Konings en van de burgerlijke partij, ieder wat hem betreft. <W 2003-03-19/38, art. 3, 022; Inwerkingtreding : 01-09-2003>   [1 ...]1.   [1 ...]1. <W 2003-03-19/38, art. 3, 022; Inwerkingtreding : 01-09-2003>   ----------   (1)<W 2014-02-11/12, art. 53, 045; Inwerkingtreding : 18-04-2014>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 197bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 197bis. [1 § 1. De vervolgingen tot invordering van verbeurdverklaarde goederen, de geldboetes en de gerechtskosten worden namens het openbaar ministerie uitgeoefend door de bevoegde ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën en volgens de aanwijzingen van de directeur van het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring.    Deze ambtenaar verricht de handelingen en stelt de vorderingen in, die vereist zijn ter inning of ter vrijwaring van de rechten die het vonnis of het arrest aan de Schatkist toekent.    Hij kan, bij een veroordeling tot een verbeurdverklaring van een geldsom, een geldboete of de gerechtskosten, overgaan tot de tenuitvoerlegging op de in beslag genomen goederen overeenkomstig de aanwijzingen van het openbaar ministerie of de directeur van het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring.    Op verzoek van het openbaar ministerie of van de directeur van het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring doet de bevoegde ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën de rechterlijke beslissingen houdende verbeurdverklaring van onroerende goederen, die in kracht van gewijsde zijn getreden [2 kosteloos]2 overschrijven op [5 de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën]5.    Voor het instellen van een vordering in rechte wordt overleg gepleegd met de directeur van het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring.    § 2. De vervolgingen tot invordering van verbeurdverklaarde goederen, geldboeten en gerechtskosten in het raam van het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek gevoerd door de directeur van het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring worden in zijn naam uitgeoefend door een ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën gespecialiseerd in de invordering van verbeurdverklaringen, die is aangewezen door de minister van Financiën.    De gespecialiseerde ambtenaar oefent alle bevoegdheden uit die de wettelijke en reglementaire bepalingen toekennen aan de in § 1 bedoelde ambtenaar. Hij kan over het hele grondgebied van het Rijk alle ambtshandelingen stellen die verband houden met de bevoegdheden welke eigen zijn aan zijn functie.   [3 § 2/1. In geval van verbeurdverklaring van een motorvoertuig door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing belast het openbaar ministerie een politiedienst met de overbrenging ervan naar de Federale Overheidsdienst Financiën. Daartoe zendt het parket aan de Administratie van de Patrimoniumdiensten een proces-verbaal van overdracht. De stallingskosten zijn gerechtskosten tot aan de overdracht van het motorvoertuig aan de Patrimoniumdiensten.    Behoudens in het geval waarin de Patrimoniumdiensten niet om de verplaatsing van het verbeurdverklaarde motorvoertuig vragen, vordert het openbaar ministerie de overbrenging van het motorvoertuig en, in voorkomend geval, van de sleutels en/of de boorddocumenten naar de aangeduide locatie. In deze hypothese hanteert de politiedienst die met de overdracht aan de Patrimoniumdiensten werd belast, dezelfde richtlijnen als bij een in beslag genomen motorvoertuig. Hij doet een beroep op een erkende takeldienst, onderworpen aan het tarief van de gerechtskosten in strafzaken.]3    § 3. Wanneer de veroordelingsbeslissing de [8 ...]8 verbeurdverklaring inhoudt van zaken of sommen die zich bevinden of in te vorderen zijn buiten het Koninkrijk, maakt het openbaar ministerie een afschrift van de relevante stukken van het strafdossier over aan de minister van Justitie. Hij licht het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring daarvan in door toezending van een afschrift.    Het openbaar ministerie kan de directeur van het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring verzoeken om in zijn naam alle akten op te stellen en handelingen te verrichten met het oog op de tenuitvoerlegging van de voormelde verbeurdverklaring in het buitenland. Met het oog hierop kan deze laatste de medewerking vorderen van vertalers. De kosten gemaakt voor hun prestaties worden begroot door de directeur en worden beschouwd als gerechtskosten in strafzaken.    § 4. Er wordt een Overlegorgaan voor de coördinatie van de invordering van niet-fiscale schulden in strafzaken opgericht binnen de Federale Staat, hierna te noemen "het Overlegorgaan".    Het Overlegorgaan is samengesteld uit :    1° [7 de administrateur-generaal van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen of de door hem aangewezen vertegenwoordiger;]7   [7 1° /1 de administrateur-generaal van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de patrimoniumdiensten of de door hem aangewezen vertegenwoordiger;]7    2° de directeur van het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring of de door hem aangewezen vertegenwoordiger;    3° [2 de directeur-generaal van de algemene directie gerechtelijke politie of de door hem aangewezen vertegenwoordiger;]2    4° een vertegenwoordiger van de minister die bevoegd is voor Justitie;    5° een vertegenwoordiger van de minister die bevoegd is voor Financiën;    6° een vertegenwoordiger van het lid van de federale regering dat bevoegd is voor [2 ...]2 de fraudebestrijding;    7° een vertegenwoordiger aangewezen door het College van procureurs-generaal;    8° een vertegenwoordiger aangewezen door de Raad van procureurs des Konings;   [2 9° een vertegenwoordiger van de Federale overheidsdienst Justitie;    10° een vertegenwoordiger aangewezen door de Raad van Arbeidsauditeurs;]2   [7 11° een vertegenwoordiger van de Raad van Hoofdgriffiers;    12° een vertegenwoordiger van het College van de hoven en rechtbanken;    13° de voorzitter van de Vaste Commissie voor de lokale politie of zijn afgevaardigde.]7    Het Overlegorgaan bevordert de samenwerking tussen de in het tweede lid bedoelde administratieve en gerechtelijke overheden, met inachtneming van hun specifieke bevoegdheden, met als doel een efficiënte en effectieve tenuitvoerlegging van de rechterlijke beslissingen in strafzaken betreffende uitvoerbare veroordelingen tot betaling van verbeurdverklaarde geldsommen, strafrechtelijke geldboeten, gerechtskosten en de in artikel 29 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen bedoelde bijdragen aan het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan occasionele redders, in België en in het buitenland.    Het Overlegorgaan kan alle nuttige aanbevelingen formuleren met het oog op een optimale coördinatie van de tenuitvoerlegging van de in het derde lid bedoelde veroordelingen. De voorzitter van het Overlegorgaan bezorgt de aanbevelingen aan de ministers bevoegd voor Justitie en Financiën en aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal.    Het Overlegorgaan stelt zijn huishoudelijk reglement vast met gewone meerderheid van stemmen van zijn aanwezige leden. Het reglement wordt goedgekeurd door de ministers bevoegd voor Financiën en Justitie. [6 Het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring verzekert het voorzitterschap van het Overlegorgaan.]6    Het Overlegorgaan vergadert na bijeenroeping door zijn voorzitter, die de agenda vaststelt.    Het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring verzekert het secretariaat van het Overlegorgaan.]1   ----------   (1)<W 2014-02-11/12, art. 54, 045; Inwerkingtreding : 18-04-2014>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 86, 049; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2018-02-04/04, art. 43, 058; Inwerkingtreding : 01-07-2018>   (4)<W 2018-07-11/07, art. 73, 060; Inwerkingtreding : 30-07-2018>   (5)<W 2023-12-22/05, art. 5, 076; Inwerkingtreding : 08-01-2024>   (6)<W 2024-04-18/08, art. 2, 081; Inwerkingtreding : 12-05-2024>   (7)<W 2024-04-18/08, art. 29, 081; Inwerkingtreding : 12-05-2024>   (8)<W 2026-03-11/03, art. 144, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 198 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 198. De procureur des Konings is gehouden binnen vijftien dagen na de uitspraak een uittreksel uit het vonnis te doen toekomen aan de procureur-generaal.
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 199 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 199. Tegen de vonnissen gewezen in correctionele zaken staat hoger beroep open.
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 200 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 200. <W 01-05-1849, art. 6> Het hoger beroep van de vonnissen gewezen door de correctionele rechtbanken wordt gebracht voor het hof van beroep van het rechtsgebied.
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 201 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 201. (Opgeheven) <W 10-07-1967, art. 1, 106°>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 202 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 202. <W 01-05-1849, art. 7> Het recht om hoger beroep in te stellen tegen de vonnissen gewezen door de politierechtbanken en de correctionele rechtbanken behoort :   1° Aan de beklaagde en aan de burgerrechtelijk aansprakelijke partij;   2° Aan de burgerlijke partij, alleen wat haar burgerlijke belangen betreft;   3° Aan het bosbeheer;   4° Aan het openbaar ministerie bij het hof (...) die over het beroep uitspraak moet doen; <W 1994-07-11/33, art. 11, 007; Inwerkingtreding : 01-01-1995>   5° (naar gelang van het geval aan de procureur des Konings of aan de arbeidsauditeur.) <W 1994-07-11/33, art. 12, 007; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 203 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 203.<W 31-05-1955, art. 2> § 1. [2 Het recht van hoger beroep vervalt]2 indien de verklaring van hoger beroep niet gedaan is op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen, uiterlijk [1 dertig dagen]1 na de dag van die uitspraak en indien het vonnis bij verstek is gewezen, uiterlijk [1 dertig dagen]1 na de dag van de betekening ervan aan de veroordeelde partij of aan haar woonplaats. <W 15-06-1981, art. 1>   [2 ...]2   § 2. [2 Indien de beklaagde of de burgerrechtelijk aansprakelijke partij hoger beroep heeft ingesteld beschikt het openbaar ministerie over een bijkomende termijn van tien dagen om hoger beroep in te stellen. Deze termijn loopt vanaf het verstrijken van de beroepstermijn van de beklaagde of de burgerrechtelijk aansprakelijke partij.    Indien het openbaar ministerie hoger beroep heeft ingesteld, beschikken de beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij over een bijkomende termijn van tien dagen om hoger beroep in te stellen. Deze termijn loopt vanaf het verstrijken van de beroepstermijn van het openbaar ministerie.    Is het hoger beroep tegen de burgerlijke partij gericht, dan beschikt deze over de bijkomende termijn van tien dagen om hoger beroep in te stellen tegen de beklaagden en de burgerrechtelijk aansprakelijke personen die zij in de zaak wil doen blijven, onverminderd haar recht incidenteel beroep in te stellen overeenkomstig paragraaf 4. Deze termijn loopt vanaf het verstrijken van de beroepstermijn van de beklaagde of de burgerrechtelijk aansprakelijke partij die het hoofdberoep hebben ingesteld.]2   § 3. Gedurende die termijnen en gedurende de rechtspleging in hoger beroep wordt de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst. De vonnissen over de strafvordering, buiten die van veroordeling, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging, alsook de vonnissen over de burgerlijke rechtsvordering kunnen echter bij een speciaal gemotiveerde beslissing uitvoerbaar verklaard worden bij voorraad niettegenstaande hoger beroep.   § 4. In alle gevallen waarin de burgerlijke rechtsvordering gebracht wordt voor de rechter in hoger beroep, kan de gedaagde bij een op de terechtzitting genomen conclusie incidenteel beroep instellen zolang de debatten in hoger beroep niet gesloten zijn.   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 88, 049; Inwerkingtreding : 01-03-2016>   (2)<W 2022-12-06/02, art. 22, 073; Inwerkingtreding : 31-12-2022>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 203bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 203bis. <W 16-02-1961, art. 4> De beklaagde, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij en de burgerlijke partij kunnen hoger beroep instellen, hetzij in persoon, hetzij (...) door een advocaat (...). <W 20-12-1974, art. 3 en 4>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 204 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 204.[1 Op straffe van verval van het hoger beroep bepaalt het verzoekschrift nauwkeurig de grieven die tegen het vonnis worden ingebracht, met inbegrip van de procedurele grieven, en wordt het verzoekschrift binnen dezelfde termijn en op dezelfde griffie ingediend als de in artikel 203 bedoelde verklaring. Het verzoekschrift wordt ondertekend door de eiser in beroep of zijn advocaat, of door een ander bijzonder gevolmachtigde. In dit laatste geval wordt de volmacht bij het verzoekschrift gevoegd.    Dit verzoekschrift kan ook rechtstreeks worden ingediend op de griffie van de rechtbank of het hof waarvoor het hoger beroep wordt gebracht.    Daartoe kan een formulier, waarvan het model wordt bepaald door de Koning, worden gebruikt.    Deze bepaling geldt ook voor het openbaar ministerie.]1   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 89, 049; Inwerkingtreding : 01-03-2016>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 205 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 205.   <Opgeheven bij W 2022-12-06/02, art. 23, 073; Inwerkingtreding : 31-12-2022>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 206 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 206.[1 De partijen in het geding kunnen afstand doen van het ingesteld hoger beroep of het ingesteld hoger beroep beperken, met een verklaring, ingediend op de griffie van de rechtbank of het hof die van het hoger beroep kennis moet nemen.    De verklaring kan in voorkomend geval ook worden gedaan op de griffie van de gevangenis of van het gemeenschapscentrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.    Van de verklaring wordt proces-verbaal opgemaakt in het daartoe bestemd register.    Bij de in het tweede lid voorziene gevallen geven de bestuurders van de inrichtingen van die verklaring onmiddellijk bericht aan het openbaar ministerie bij de rechtbank of het hof die van het hoger beroep kennis moet nemen en stelt hem, binnen vierentwintig uren, een uitgifte van het proces-verbaal in handen. Bericht en uitgifte worden bij het dossier gevoegd.    Van de afstand of beperking door het openbaar ministerie gedaan, worden de beklaagde, en in voorkomend geval de burgerlijke partij, of hun advocaten, binnen de vierentwintig uren op de hoogte gesteld.    De partijen in het geding kunnen ook op de zitting afstand doen van het ingesteld hoger beroep of het ingesteld hoger beroep beperken.    De afstand of beperking van het ingesteld hoger beroep kan worden ingetrokken totdat er akte van is verleend door het hof of de rechtbank die van het hoger beroep kennis moet nemen.    Ingeval van hoger beroep met betrekking tot de burgerlijke rechtsvordering, kan de partij tegen wie het hoger beroep gericht is, evenwel beslissen de afstand niet te aanvaarden indien incidenteel beroep is ingesteld.]1   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 91, 049; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 207 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 207. Het verzoekschrift, indien het op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg is ingediend, en de stukken worden door de procureur des Konings aan de griffie van het hof (...) waarvoor het beroep gebracht zal worden, gezonden binnen vierentwintig uren na de verklaring op de griffie of na de afgifte van de betekening van het beroep. <W 10-07-1967, art. 1, 110°>   Hij tegen wie het vonnis is gewezen, wordt, indien hij zich in hechtenis bevindt, binnen dezelfde termijn en op bevel van de procureur des Konings overgebracht naar het huis van arrest van de plaats waar de zetel van het hof (...) dat over het beroep uitspraak zal doen. <W 10-07-1967, art. 1, 110°>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 208 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 208.[1 Tegen de arresten, in hoger beroep bij verstek gewezen, kan in verzet worden gekomen in dezelfde vormen, onder dezelfde voorwaarden, volgens dezelfde modaliteiten en binnen dezelfde termijnen als tegen de verstekvonnissen van de correctionele rechtbanken.    De bepalingen van de artikelen 185 tot 187 gelden ook voor het hof van beroep.]1   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 92, 049; Inwerkingtreding : 01-03-2016>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 209 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 209.Over het hoger beroep wordt binnen een maand uitspraak gedaan ter terechtzitting. (...) [1 Artikel 190, derde tot zevende lid, is van overeenkomstige toepassing voor het hof van beroep]1. <W 1990-12-28/31, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 08-01-1991>   ----------   (1)<W 2022-10-16/03, art. 5, 078; Inwerkingtreding : 01-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 209bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 209bis.<Ingevoegd bij W 2000-03-28/31, art. 5; Inwerkingtreding : 2000-04-30> In de gevallen bedoeld in artikel 216quinquies, wordt het hoger beroep ingesteld binnen de termijn en in de vorm bepaald in de artikelen 203 en 205.   Onverminderd artikel 205, wordt de zaak vastgesteld binnen vijftien dagen na het verstrijken van de termijn gesteld voor de beklaagde in artikel 203, § 1.   De termijn van dagvaarding voor het Hof bedraagt twee dagen.   Het Hof kan de zaak eenmaal of meermaals uitstellen op voorwaarde dat het deze uiterlijk vijftien dagen na de inleidingszitting in beraad neemt.   Het Hof doet uitspraak binnen vijf dagen nadat de zaak in beraad is genomen.   Wanneer het Hof van oordeel is dat de complexiteit van de zaak aanvullend onderzoek vereist, kan het Hof het dossier bij een met redenen omklede beslissing toezenden aan de procureur-generaal.   [1 De bepalingen van [2 de artikelen 152 en 190sexies]2 gelden ook voor de hoven van beroep.]1   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 93, 049; Inwerkingtreding : 01-03-2016>   (2)<W 2024-01-18/06, art. 6, 077; Inwerkingtreding : 26-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 210 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 210.(Voordat de rechters) hun gevoelen uiten, worden de beklaagde, onverschillig of hij vrijgesproken dan wel veroordeeld is, de voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijke personen, de burgerlijke partij (, of hun advocaat) en de procureur-generaal gehoord (over de nauwkeurig bepaalde grieven die tegen het vonnis worden ingebracht, en zulks in de door de rechter te bepalen volgorde. De beklaagde (of zijn advocaat) heeft, indien hij het vraagt, altijd het laatste woord.) <W 1990-12-28/31, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 08-01-1991> <KB 258 24-03-1936, art. 4> <W 2003-02-12/35, art. 13, 021; Inwerkingtreding : 07-04-2003>   [1 Behoudens de grieven opgeworpen zoals bepaald in artikel 204, kan de beroepsrechter slechts de grieven van openbare orde ambtshalve opwerpen die betrekking hebben op de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen dan wel op :    - zijn bevoegdheid;    - de verjaring van de feiten die bij hem aanhangig zijn gemaakt;    - het gegeven dat de feiten die bij hem wat betreft de schuldvraag aanhangig zijn gemaakt, geen misdrijf zijn of de noodzaak om deze feiten te herkwalificeren of een niet te herstellen nietigheid die het onderzoek naar deze feiten aantasten.    De partijen worden verzocht om zich uit te spreken over de ambtshalve opgeworpen middelen.]1   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 94, 049; Inwerkingtreding : 01-03-2016>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 211 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 211.De bepalingen van de voorgaande artikelen betreffende de wettelijke vormen van het onderzoek, de aard van de bewijzen, de vorm, de authenticiteit en de ondertekening van het eindvonnis in eerste aanleg, de veroordeling in de kosten [2 , de administratieve toeslag, zoals bedoeld in titel 4 van de programmawet van 21 juni 2021,]2 (en over de vergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek), alsook de straffen in die artikelen bepaald, gelden eveneens voor de vonnissen in hoge beroep gewezen. [1 De artikelen 145, vijfde en zesde lid, 152bis [3 , 164 en 195, tweede tot vierde lid]3 zijn eveneens van toepassing.]1 <W 2007-04-21/85, art. 11, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2008 ; zie ook art. 13>   ----------   (1)<W 2016-10-28/07, art. 8, 055; Inwerkingtreding : 01-06-2017>   (2)<W 2021-06-21/02, art. 20, 068; Inwerkingtreding : 23-08-2021>   (3)<W 2023-12-19/08, art. 5, 075; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 211bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § III. [1 Hoger beroep van correctionele vonnissen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 211bis. <W 10-10-1967, art. 149> Is er een vrijsprekend vonnis of een beschikking tot buitenvervolgingstelling, dan kan het gerecht in hoger beroep geen veroordeling of verwijzing uitspreken dan met eenparige stemmen van zijn leden. Dezelfde eenstemmigheid is vereist voor het gerecht in hoger beroep om tegen beklaagde uitgesproken straffen te kunnen verzwaren. Dit geldt eveneens inzake voorlopige hechtenis om een voor de beklaagde gunstige beschikking te kunnen wijzigen.
    Open officiële bron ↗