Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.
Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18
Open officiële bron ↗Afzonderlijke brononderdelen
Onderzoek deze wet in Pro
Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.
Verken Pro voor deze wet →Art. 173 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § III. - HOGER BEROEP VAN POLITIEVONNISSEN.
Lees de volledige brontekst
Art. 173. Het hoger beroep schorst de tenuitvoerlegging.
(De vonnissen over de strafvordering, buiten die van veroordeling, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging, alsook de vonnissen over de burgerlijke rechtsvordering kunnen echter bij een speciaal gemotiveerde beslissing uitvoerbaar verklaard worden bij voorraad niettegenstaande hoger beroep.) <KB 258 24-03-1936, art. 3, § 1>
Open officiële bron ↗Art. 174 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § III. - HOGER BEROEP VAN POLITIEVONNISSEN.
Lees de volledige brontekst
Art. 174. <W 31-05-1955, art. 1> Het hoger beroep van de vonnissen, door de politierechtbank gewezen, wordt voor de correctionele rechtbank gebracht.
Het wordt ingesteld binnen dezelfde termijnen, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde vorm als het hoger beroep van de vonnissen door de correctionele rechtbank gewezen.
Open officiële bron ↗Art. 175 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § III. - HOGER BEROEP VAN POLITIEVONNISSEN.
Lees de volledige brontekst
Art. 175. Wanneer de procureur des Konings of een van de partijen het in hoger beroep vordert, kunnen de getuigen opnieuw worden gehoord en kunnen zelfs andere getuigen gehoord worden.
Open officiële bron ↗Art. 176 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § III. - HOGER BEROEP VAN POLITIEVONNISSEN.
Lees de volledige brontekst
Art. 176.De bepalingen van de voorgaande artikelen betreffende de wettelijke vorm van het onderzoek, de aard van de bewijzen, de vorm, de authenticiteit en de ondertekening van het eindvonnis, de veroordeling in de kosten [1 en over de vergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek]1, alsook de straffen in die artikelen bepaald, gelden eveneens voor de vonnissen in hoger beroep gewezen door de correctionele rechtbanken. [2 Artikel 190, derde tot zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.]2
----------
(1)<W 2018-03-18/14, art. 7, 057; Inwerkingtreding : 12-05-2018>
(2)<W 2022-10-16/03, art. 3, 078; Inwerkingtreding : 01-04-2024>
Open officiële bron ↗Art. 177 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § III. - HOGER BEROEP VAN POLITIEVONNISSEN.
Lees de volledige brontekst
Art. 177. Het openbaar ministerie en de partijen kunnen, indien daartoe grond bestaat, zich in cassatie voorzien tegen de vonnissen gewezen (...) door de correctionele rechtbank in hoger beroep van politievonnissen. <W 10-07-1967, art. 1, 91°>
De voorziening wordt ingesteld in de vorm en binnen de termijnen die zullen worden voorgeschreven.
Open officiële bron ↗Art. 178 · Federaal
Opheffingsvermelding
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § III. - HOGER BEROEP VAN POLITIEVONNISSEN.
Lees de volledige brontekst
Art. 178. (Opgeheven) <W 10-07-1967, art. 32>
Open officiële bron ↗Art. 179 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § I. [1 Bevoegdheid van de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 179. <W 10-07-1967, art. 1, 94°> Onverminderd de bevoegdheid verleend aan andere rechtscolleges, nemen de rechtbanken van eerste aanleg, onder de naam van correctionele rechtbanken, kennis van alle misdrijven [1 die niet behoren tot de bevoegdheid van het hof van assisen of de politierechtbank of een ander bevoegd rechtscollege]1
----------
(1)<W 2026-03-11/03, art. 133, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
Open officiële bron ↗Art. 180 · Federaal
Opheffingsvermelding
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § I. [1 Bevoegdheid van de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 180. (Opgeheven) <W 28-06-1984, art. 6, 2°>
Open officiële bron ↗Art. 180bis · Federaal
Opheffingsvermelding
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § I. [1 Bevoegdheid van de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 180bis. (Opgeheven) <W 28-06-1984, art. 6, 3°>
Open officiële bron ↗Art. 180ter · Federaal
Opheffingsvermelding
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § I. [1 Bevoegdheid van de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 180ter. (Opgeheven) <W 28-06-1984, art. 6, 4°>
Open officiële bron ↗Art. 181 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 181. Indien een [1 een misdrijf dat tot de bevoegdheid van de correctionele rechtbank behoort]1 oorzaal begaan wordt gedurende de terechtzitting, maakt de voorzitter proces-verbaal op van het feit, hoort de beklaagde en de getuigen, en de rechtbank legt zonder verwijl de bij de wet bepaalde straffen op.
Deze bepaling is van toepassing op de [1 misdrijven die tot de bevoegdheid van de correctionele rechtbank behoren]1 in de gehoorzaal begaan gedurende de terechtzittingen van onze hoven, en zelfs gedurende de terechtzittingen van de burgerlijke rechtbank, onverminderd hoger beroep, als naar recht, van de vonnissen, in die gevallen gewezen door de burgerlijke of de correctionele rechtbanken.
----------
(1)<W 2026-03-11/03, art. 134, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
Open officiële bron ↗Art. 182 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 182. De zaken die tot de bevoegdheid van de correctionele rechtbank behoren, worden bij haar aanhangig gemaakt, hetzij door de verwijzing naar de rechtbank overeenkomstig de artikelen 130 en 160 hiervoren, hetzij door een dagvaarding, rechtstreeks aan de verdachte en aan de voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijke personen gedaan [5 ...]5 door de procureur des Konings (, hetzij door de oproeping van de verdachte bij proces-verbaal, conform artikel 216quater) (, hetzij door de oproeping met het oog op onmiddellijke verschijning overeenkomstig artikel 216quinquies). [5 De correctionele rechtbank wordt ook gevat voor de misdrijven waarop een straf is gesteld van niveau 1, 2 of 3 door de dagvaarding rechtsreeks aan de verdachte en aan de voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijke personen door de burgerlijke partij.]5 [2 De dagvaarding aan de personen aan wie een bewindvoerder is toegevoegd, wordt eveneens aan diens woonplaats of verblijfplaats gedaan.]2 [1 Partijen kunnen eveneens vrijwillig en op een eenvoudige oproeping verschijnen, zonder dat een dagvaarding nodig is.]1 <W 10-07-1967, art. 1, 95°> <W 1994-07-11/33, art. 10, 007; Inwerkingtreding : 31-07-1994> <W 2000-03-28/31, art. 3, 014; Inwerkingtreding : 2000-04-03>
(De procureur des Konings deelt de plaats, de dag en het uur van verschijning met alle passende middelen aan de gekende slachtoffers mee.) [4 De slachtoffers die de taal van de procedure niet verstaan, hebben het recht een vertaling van die inlichtingen te verkrijgen in een taal die zij verstaan. Het verzoek dient ter griffie van de bevoegde rechtbank te worden neergelegd. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn. De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat.]4 <W 2006-05-17/35, art. 100, 030; Inwerkingtreding : 01-02-2007>
[3 De dagvaarding blijft geldig in geval van verdaging van de zaak tot een bepaalde datum of in geval van voortzetting op een bepaalde datum.]3
----------
(1)<W 2009-12-30/14, art. 6, 037; Inwerkingtreding : 25-01-2010>
(2)<W 2013-03-17/14, art. 149, 046; Inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>
(3)<W 2016-02-05/11, art. 82, 049; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
(4)<W 2016-10-28/07, art. 6, 055; Inwerkingtreding : 01-06-2017>
(5)<W 2026-03-11/03, art. 135, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
Open officiële bron ↗Art. 182bis · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 182bis. <ingevoegd bij W 2003-04-10/60, art. 35; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De berichten, kennisgevingen en betekeningen aan een verdachte, beklaagde, veroordeelde, getuige of slachtoffer die onderworpen is aan de militaire wetten, of die in welke hoedanigheid ook aan een onderdeel van het leger verbonden is, of die gemachtigd is een troepenkorps te volgen, mogen ook, zowel op Belgisch grondgebied als op buitenlands grondgebied, geldig worden afgegeven aan de militaire eenheid waartoe hij behoort, aan de bewaker van de plaats waar hij wordt vastgehouden of indien hij niet persoonlijk kan worden bereikt, aan de militaire overheid waaronder hij ressorteert op voorwaarde dat hij niet onwettig afwezig is.
Indien de omstandigheden zulks vereisen, mogen die berichten, kennisgevingen en betekeningen langs alle geschikte communicatiemiddelen waarover het leger beschikt, worden overgezonden, door tussenkomst van de militaire overheden.
Open officiële bron ↗Art. 183 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 183. De burgerlijke partij kiest bij de akte van dagvaarding woonplaats in de stad waar de rechtbank zitting houdt; de dagvaarding doet opgave van de feiten en geldt als klacht.
Open officiële bron ↗Art. 184 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 184. <W 27-02-1956, art. 2> Een termijn van ten minste tien dagen, die in voorkomend geval verlengd wordt wegens de afstand, moet tussen de dagvaarding en de verschijning gelaten worden, op straffe van nietigheid van de veroordeling die bij verstek tegen de gedaagde mocht worden uitgesproken.
Deze nietigheid kan echter niet worden ingeroepen dan op de eerste terechtzitting en vóór alle exceptie of verweer.
Wanneer de verdachte of een der verdachten zich in voorlopige hechtenis bevindt, kunnen de termijnen worden verkort en de partijen gedagvaard om te verschijnen binnen een termijn die niet korter mag zijn dan drie dagen.
In andere dringende gevallen kan dezelfde verkorting toegestaan worden krachtens een door de voorzitter van de rechtbank verleende cedel.
Open officiële bron ↗Art. 184bis · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 184bis. <W 10-10-1967, art. 146> Indien de beklaagde die behoeftig is bevonden, zoals bepaald (in artikelen 508 tot 508/23), van het Gerechtelijk Wetboek, ten minste drie dagen vóór de dag van de terechtzitting de bijstand van een advocaat vraagt, zendt de voorzitter zijn verzoekschrift aan de gemachtigde van het (bureau voor juridische bijstand) en wordt door diens toedoen een verdediger aangewezen.) <W 22-01-1975, art. 1> <W 1998-11-23/34, art. 8, 011; Inwerkingtreding : 01-09-1999>
Is de zaak in onderzoek, dan kan het verzoek vanaf het eerste verhoor tot de onderzoeksrechter worden gericht.
Het wordt dadelijk doorgezonden aan de gemachtigde van het (bureau voor juridische bijstand). <W 1998-11-23/34, art. 8, 011; Inwerkingtreding : 01-09-1999>
(Indien de beklaagde of de verdachte geen van de landstalen spreekt, wijst het (bureau voor juridische bijstand) een verdediger aan die de taal van de beklaagde of verdachte kent of een andere taal die deze kent. Indien hieraan niet kan worden voldaan, voegt het (bureau voor juridische bijstand) aan de advocaat, ten einde hem in de mogelijkheid te stellen de verdediging voor te bereiden van de beklaagde of verdachte, een tolk toe, wiens emolumenten ten laste komen van 's Lands kas voor een prestatie van ten hoogste drie uren. De salarisstaten worden door het (bureau voor juridische bijstand) vastgesteld. De vergoedingen worden berekend met toepassing van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken). <W 22-01-1975, art. 1> <W 1998-11-23/34, art. 8, 011; Inwerkingtreding : 01-09-1999>
Open officiële bron ↗Art. 184ter · Federaal
Opheffingsvermelding
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 184ter.
<Opgeheven bij W 2024-04-25/24, art. 6, 083; Inwerkingtreding : 27-06-2024>
Open officiële bron ↗Art. 185 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 185. <W 2003-02-12/35, art. 7, 021; Inwerkingtreding : 07-04-2003> § 1. De beklaagde, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij en de burgerlijke partij verschijnen persoonlijk of in de persoon van een advocaat.
§ 2. De rechtbank kan in elke stand van het geding de persoonlijke verschijning bevelen, zonder dat tegen haar beslissing enig rechtsmiddel kan worden ingesteld. Het vonnis dat deze verschijning beveelt, wordt ten verzoeke van het openbaar ministerie aan de betrokken partij betekend, met dagvaarding om te verschijnen op de door de rechtbank vastgestelde datum.
Indien de beklaagde noch persoonlijk, noch in de persoon van een advocaat verschijnt, nadat hij op de inleidingszitting overeenkomstig § 1 is verschenen, wordt het vonnis dat gewezen wordt geacht op tegenspraak te zijn en ten verzoeke van het openbaar ministerie aan de beklaagde betekend. Ten aanzien van de beklaagde kan een bevel tot medebrenging worden uitgevaardigd.
Open officiële bron ↗Art. 186 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 186. <W 2003-02-12/35, art. 8, 021; Inwerkingtreding : 07-04-2003> Indien de gedaagde, of een advocaat die hem vertegenwoordigt, niet verschijnt op de dag en het uur in de dagvaarding bepaald, wordt jegens hem vonnis bij verstek gewezen.
Open officiële bron ↗Art. 187 · Federaal
Brontekst
Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK II. - (CORRECTIONELE RECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 93°> / § II. [1 Verloop van de procedure voor de correctionele rechtbanken]1
Lees de volledige brontekst
Art. 187.[1 § 1. De bij verstek veroordeelde kan tegen het vonnis in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop het is betekend.
Is de betekening van het vonnis niet aan hem in persoon gedaan, dan kan hij die bij verstek veroordeeld is, wat de veroordelingen tot straf betreft, in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij van de betekening kennis heeft gekregen.
Indien hij hiervan kennis heeft gekregen door de betekening van een Europees aanhoudingsbevel of een uitleveringsverzoek of indien de lopende termijn van vijftien dagen nog niet verstreken was op het ogenblik van zijn aanhouding in het buitenland, kan hij in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij werd overgeleverd of in het buitenland terug in vrijheid werd gesteld.
Indien niet blijkt dat hij kennis heeft gekregen van de betekening, kan hij die bij verstek veroordeeld is in verzet komen totdat de termijnen van verjaring van de straf verstreken zijn. Wat de burgerrechtelijke veroordelingen betreft, kan hij in verzet komen tot de tenuitvoerlegging van het vonnis.
De burgerlijke partij en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij kunnen alleen in verzet komen overeenkomstig de bepaling van het eerste lid.
[2 De betekening aan de personen aan wie een bewindvoerder is toegevoegd, wordt eveneens aan diens woonplaats of verblijfplaats gedaan.]2
§ 2. Het verzet wordt betekend aan het openbaar ministerie, aan de andere vervolgende partij of aan de andere partijen in de zaak.
Indien het verzet niet is betekend binnen een termijn van vijftien dagen na de betekening van het vonnis, kunnen de veroordelingen ten uitvoer gelegd worden; ingeval hoger beroep is ingesteld door de vervolgende partijen of door een van hen, kan de behandeling in hoger beroep voortgang vinden.
§ 3. Het verzet brengt van rechtswege dagvaarding mee tegen de eerstkomende terechtzitting na het verstrijken van een termijn van vijftien dagen, of van drie dagen indien de eiser in verzet zich in hechtenis bevindt.
§ 4. Ten gevolge van het verzet wordt de veroordeling voor niet bestaande gehouden, behoudens in de gevallen bedoeld in paragrafen 5 tot 7.
§ 5. Het verzet wordt inzonderheid onontvankelijk verklaard :
1° behoudens overmacht, indien het niet overeenkomstig de wettelijke vormen en termijnen is betekend;
2° indien het bestreden vonnis niet bij verstek is gewezen;
3° indien de eiser in verzet vooraf een ontvankelijk hoger beroep heeft ingesteld tegen dezelfde beslissing.
§ 6. Het verzet wordt als ongedaan beschouwd :
1° indien de eiser in verzet, wanneer hij persoonlijk of in de persoon van een advocaat verschijnt en vaststaat dat hij kennis heeft gehad van de dagvaarding in de procedure waarin hij verstek heeft laten gaan, geen gewag maakt van overmacht of van een wettige reden van verschoning ter rechtvaardiging van zijn verstek bij de bestreden rechtspleging, waarbij het erkennen van de aangevoerde overmacht of reden overgelaten wordt aan het soevereine oordeel van de rechter;
2° indien de eiser in verzet nogmaals verstek laat gaan bij zijn verzet, en dat in alle gevallen, ongeacht de redenen voor de opeenvolgende verstekken en zelfs indien het verzet reeds ontvankelijk werd verklaard.
§ 7. De partij die verzet heeft gedaan kan ervan afstand doen of dat beperken volgens de nadere regels inzake afstand of beperking in hoger beroep, verduidelijkt in artikel 206.
§ 8. De partij in verzet die zich een tweede keer laat vonnissen bij verstek, mag geen nieuw verzet meer aantekenen.
§ 9. Tegen de beslissing die op verzet is gewezen staat hoger beroep open of, indien zij gewezen is in hoger beroep, cassatieberoep.
Hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als ongedaan beschouwt, houdt in dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep, ook al is er geen hoger beroep ingesteld tegen het bij verstek gewezen vonnis.
§ 10. De door het verzet veroorzaakte kosten en uitgaven, met inbegrip van de kosten van uitgifte en van de betekening van het vonnis, blijven evenwel ten laste van de eiser in verzet, indien het verstek aan hem te wijten is.]1
----------
(1)<W 2016-02-05/11, art. 83, 049; Inwerkingtreding : 01-03-2016>
(2)<W 2019-05-08/17, art. 4, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
Open officiële bron ↗