Gratis brononderzoek

Voorafgaande titel Strafvordering

Algemene bepalingen over de strafvordering en burgerlijke rechtsvordering.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

60 bronvarianten

  1. Art. 11 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 1. [1 Rechtsmacht verbonden aan de dader van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 11.[1 § 1. Iedere Belg of persoon met gewoonlijke verblijfplaats op het grondgebied van het Rijk die zich op het grondgebied van een aangrenzende Staat schuldig maakt aan een bos-, veld-, visvangst- of jachtmisdrijf, kan, indien die Staat de wederkerigheid aanvaardt, in België vervolgd worden op klacht van de benadeelde partij of op een officieel bericht, aan de Belgische overheid gegeven door de overheid van het land waar het misdrijf is gepleegd.    § 2. De vervolging van een Belg heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België, tenzij het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd.    De vervolging van een vreemdeling heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België of, wanneer het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd, indien hij wordt gevonden in een vijandelijk land of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 8, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 12 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 2. [1 Rechtsmacht verbonden aan het slachtoffer van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 12. [1 § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 13 tot 14/2, kan eenieder in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt aan [2 een misdrijf, strafbaar met een straf van niveau 4 of van een hoger niveau, tegen een persoon]2 die op het moment van de feiten een Belg is, indien het feit strafbaar is krachtens de wetgeving van het land waar het gepleegd werd met een vrijheidsstraf waarvan het maximum vijf jaar overtreft.    § 2. De vervolging van een Belg heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België, tenzij het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd.    De vervolging van een vreemdeling heeft alleen plaats wanneer deze wordt gevonden in België of, wanneer het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd, indien hij wordt gevonden in een vijandelijk land of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 10, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 8, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 12bis · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 2. [1 Rechtsmacht verbonden aan het slachtoffer van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 12bis.   <Opgeheven bij W 2024-04-09/07, art. 60, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 13 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 2. [1 Rechtsmacht verbonden aan het slachtoffer van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 13. [1 Eenieder kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt aan [2 een misdrijf bedoeld in boek II, titel 1,]2 van het Strafwetboek, gepleegd tegen een persoon die, op het moment van de feiten, een Belg is of een in België erkende vluchteling en die er zijn gewone verblijfplaats heeft, in de zin van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967, of een persoon die sedert minstens drie jaar effectief, gewoonlijk en wettelijk in België verblijft.    De vervolging, met inbegrip van het onderzoek, kan slechts plaatsgrijpen op vordering van de federale procureur, die eventuele klachten beoordeelt.    Ingeval, met toepassing van het eerste en het tweede lid, een klacht aanhangig is gemaakt bij de federale procureur, vordert hij dat de onderzoeksrechter naar deze klacht een onderzoek instelt, behalve indien:    1° de klacht kennelijk niet gegrond is; of    2° de feiten bedoeld in de klacht niet overeenstemmen met een kwalificatie van de misdrijven bedoeld in boek II, [2 titel 1]2, van het Strafwetboek; of    3° uit deze klacht geen ontvankelijke strafvordering kan volgen; of    4° uit de concrete omstandigheden van de zaak blijkt dat deze zaak, in het belang van een goede rechtsbedeling en met eerbiediging van de internationale verplichtingen van België, aanhangig zou moeten worden gemaakt hetzij bij de internationale rechtscolleges, hetzij voor een rechtscollege van de plaats waar de feiten zijn gepleegd, hetzij voor een rechtscollege van de Staat waarvan de dader een onderdaan is of van de plaats waar hij kan worden gevonden, en dit voor zover dit rechtscollege de kenmerken van onafhankelijkheid, onpartijdigheid en billijkheid vertoont, zoals dat onder meer kan blijken uit de relevante internationale verbintenissen waardoor België en deze Staat gebonden zijn.    Indien de federale procureur van oordeel is dat een of meer van de voorwaarden bedoeld in het derde lid, 1°, 2° en 3°, vervuld zijn, doet hij voor de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Brussel vorderingen die beogen te beslissen, naargelang van het geval, dat er geen reden is tot vervolging of dat de strafvordering niet ontvankelijk is. Enkel de federale procureur wordt gehoord.    Indien de kamer van inbeschuldigingstelling vaststelt dat geen van de voorwaarden bedoeld in het derde lid, 1°, 2° en 3°, vervuld zijn, wijst hij de territoriaal bevoegde onderzoeksrechter aan en bepaalt op welke feiten het onderzoek betrekking heeft.    Vervolgens wordt gehandeld overeenkomstig het gemeen recht.    De federale procureur heeft het recht een voorziening in cassatie in te stellen tegen de arresten gewezen met toepassing van het vierde en het vijfde lid. Dit beroep wordt in alle gevallen ingesteld binnen vijftien dagen te rekenen van de uitspraak van het arrest.    In het geval bedoeld in het derde lid, 3°, stelt de federale procureur de Centrale Autoriteit die is opgericht bij artikel 2, vierde streepje, van de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafhof en de internationale straftribunalen in kennis van het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling, indien tegen dit arrest geen rechtsmiddelen meer openstaan. Indien de feiten zijn gepleegd na 30 juni 2002, brengt de Centrale Autoriteit het Internationaal Strafhof van de feiten op de hoogte.    In het geval bedoeld in het derde lid, 4°, seponeert de federale procureur de zaak en geeft hij van zijn beslissing kennis aan de Centrale Autoriteit. Tegen deze beslissing tot seponering staat geen enkel rechtsmiddel open. Indien de feiten zijn gepleegd na 30 juni 2002, brengt de Centrale Autoriteit het Internationaal Strafhof van de feiten op de hoogte.]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 11, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 9, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 14 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 2. [1 Rechtsmacht verbonden aan het slachtoffer van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14. [1 Eenieder kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt aan een van de misdrijven bedoeld in de [2 artikelen 96 tot 102 en 226 tot 228]2 van het Strafwetboek tegen een persoon die op het moment van de feiten een Belg is, indien het feit strafbaar is krachtens de wetgeving van het land waar het gepleegd werd met een vrijheidsstraf waarvan het maximum vijf jaar overtreft.    Indien de verdachte niet in België wordt gevonden, kan de vervolging, met inbegrip van het onderzoek, slechts plaatsgrijpen op vordering van de federale procureur of de procureur des Konings, die eventuele klachten beoordeelt.    Ingeval, met toepassing van het tweede lid, een klacht aanhangig is gemaakt bij de federale procureur of de procureur des Konings, vordert hij dat de onderzoeksrechter naar deze klacht een onderzoek instelt, behalve indien:    1° de klacht kennelijk niet gegrond is; of    2° de feiten bedoeld in de klacht niet overeenstemmen met een kwalificatie van de misdrijven bedoeld in de [2 artikelen 96 tot 102 en 226 tot 228]2 van het Strafwetboek; of    3° uit deze klacht geen ontvankelijke strafvordering kan volgen; of    4° uit de concrete omstandigheden van de zaak blijkt dat deze zaak, in het belang van een goede rechtsbedeling en met eerbiediging van de internationale verplichtingen van België, aanhangig zou moeten worden gemaakt hetzij bij de internationale rechtscolleges, hetzij voor een rechtscollege van de plaats waar de feiten zijn gepleegd, hetzij voor een rechtscollege van de Staat waarvan de dader een onderdaan is of van de plaats waar hij kan worden gevonden, en dit voor zover dit rechtscollege de kenmerken van onafhankelijkheid, onpartijdigheid en billijkheid vertoont, zoals dat onder meer kan blijken uit de relevante internationale verbintenissen waardoor België en deze Staat gebonden zijn.    Indien hij van oordeel is dat een of meer van de in het derde lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, doet de federale procureur of de procureur-generaal voor de kamer van inbeschuldigingstelling vorderingen die beogen te beslissen, naargelang van het geval, dat er geen reden is tot vervolging of dat de strafvordering niet ontvankelijk is. Enkel de federale procureur of de procureur-generaal wordt gehoord.    Indien de kamer van inbeschuldigingstelling vaststelt dat geen van de in het derde lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden, vervuld zijn, wijst zij de territoriaal bevoegde onderzoeksrechter aan en bepaalt zij op welke feiten het onderzoek betrekking heeft.    Vervolgens wordt gehandeld overeenkomstig het gemeen recht.    De federale procureur of de procureur-generaal heeft het recht een voorziening in cassatie in te stellen tegen de arresten gewezen met toepassing van het vierde en het vijfde lid. Dit beroep wordt in alle gevallen ingesteld binnen vijftien dagen te rekenen van de uitspraak van het arrest.    In het in het derde lid, 4°, bedoelde geval, seponeert de federale procureur of de procureur des Konings de zaak en geeft hij van zijn beslissing kennis aan de Centrale Autoriteit die is opgericht bij artikel 2, vierde streepje, van de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafhof en de internationale straftribunalen. Tegen deze beslissing tot seponering staat geen enkel rechtsmiddel open.]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 12, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 10, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 14/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 2. [1 Rechtsmacht verbonden aan het slachtoffer van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/1. [1 Eenieder kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt aan een van de misdrijven bedoeld in boek II, [2 titel 4, hoofdstuk 1]2, van het Strafwetboek, tegen een persoon die op het moment van de feiten een Belg is of tegen een Belgische instelling.    Indien de verdachte niet in België wordt gevonden, kan de vervolging, met inbegrip van het onderzoek, slechts plaatsgrijpen op vordering van de federale procureur of de procureur des Konings, die eventuele klachten beoordeelt.    Ingeval, met toepassing van het tweede lid, een klacht aanhangig is gemaakt bij de federale procureur of de procureur des Konings, vordert hij dat de onderzoeksrechter naar deze klacht een onderzoek instelt, behalve indien:    1° de klacht kennelijk niet gegrond is; of    2° de feiten bedoeld in de klacht niet overeenstemmen met een kwalificatie van de in boek II, [2 titel 4, hoofdstuk 1]2, van het Strafwetboek bedoelde misdrijven; of    3° uit deze klacht geen ontvankelijke strafvordering kan volgen; of    4° uit de concrete omstandigheden van de zaak blijkt dat deze zaak, in het belang van een goede rechtsbedeling en met eerbiediging van de internationale verplichtingen van België, aanhangig zou moeten worden gemaakt hetzij bij de internationale rechtscolleges, hetzij voor een rechtscollege van de plaats waar de feiten zijn gepleegd, hetzij voor een rechtscollege van de Staat waarvan de dader een onderdaan is of van de plaats waar hij kan worden gevonden, en dit voor zover dit rechtscollege de kenmerken van onafhankelijkheid, onpartijdigheid en billijkheid vertoont, zoals dat onder meer kan blijken uit de relevante internationale verbintenissen waardoor België en deze Staat gebonden zijn.    Indien hij van oordeel is dat een of meer van de in het derde lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, doet de federale procureur of de procureur-generaal voor de kamer van inbeschuldigingstelling vorderingen die beogen te beslissen, naargelang van het geval, dat er geen reden is tot vervolging of dat de strafvordering niet ontvankelijk is. Enkel de federale procureur of de procureur-generaal wordt gehoord.    Indien de kamer van inbeschuldigingstelling vaststelt dat geen van de in het derde lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, wijst zij de territoriaal bevoegde onderzoeksrechter aan en bepaalt zij op welke feiten het onderzoek betrekking heeft. Indien de in het vierde lid bedoelde vordering uitgaat van de federale procureur, maakt zij de zaak aanhangig bij de in artikel 47duodecies, § 3, van het Wetboek van strafvordering bedoelde deken van de onderzoeksrechters.    Vervolgens wordt gehandeld overeenkomstig het gemeen recht.    De federale procureur of de procureur-generaal heeft het recht een voorziening in cassatie in te stellen tegen de arresten gewezen met toepassing van het vierde en het vijfde lid. Dit beroep wordt in alle gevallen ingesteld binnen vijftien dagen te rekenen van de uitspraak van het arrest.    In het in het derde lid, 4°, bedoelde geval seponeert de federale procureur of de procureur des Konings de zaak en geeft hij van zijn beslissing kennis aan de Centrale Autoriteit die is opgericht bij artikel 2, vierde streepje, van de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafhof en de internationale straftribunalen. Tegen deze beslissing tot seponering staat geen enkel rechtsmiddel open.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 13, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 11, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 14/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 2. [1 Rechtsmacht verbonden aan het slachtoffer van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/2. [1 § 1. Eenieder kan in België vervolgd worden wanneer hij zich in oorlogstijd, buiten het grondgebied van het Rijk, schuldig maakt aan [2 een misdrijf van doden met het oogmerk om te doden, aan verkrachting, aan aantasting van de seksuele integriteit, aan een opzettelijk misdrijf tegen de fysieke of psychische integriteit of aan aangifte aan de vijand]2, gepleegd tegen een persoon die op het moment van de feiten een Belg is of tegen een vreemdeling verblijvend in België bij het uitbreken van de vijandelijkheden.    § 2. Indien de verdachte een Belg is, kan de vervolging ook plaatshebben indien hij niet in België wordt gevonden.    Indien de verdachte een vreemdeling is, heeft de vervolging van het misdrijf alleen plaats indien hij wordt gevonden in België of in een vijandig land, of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 14, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 12, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 14/3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 3. [1 Rechtsmacht verbonden aan de verdediging van de belangen van de Belgische Staat of van een internationale instelling waarvan de zetel gevestigd is in het Rijk]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/3. [1 Eenieder kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt aan:    1° [2 een van de misdrijven bedoeld in boek II, titel 4, hoofdstukken 2 en 3, of in boek II, titel 8, hoofdstukken 1 en 2, van het Strafwetboek]2    2° [2 een van de misdrijven bedoeld in boek II, titel 5, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek of een misdrijf als bedoeld in artikel 481 van hetzelfde Wetboek, indien het misdrijf tot voorwerp]2 heeft de euro hetzij munten die in België wettelijk gangbaar zijn, of voorwerpen bestemd om die munten te vervaardigen, na te maken of te vervalsen, hetzij effecten, papier, zegels, stempels of merken van de Staat of van Belgische openbare besturen of instellingen [2 , hetzij niet-contante Belgische betaalinstrumenten zoals bedoeld in artikel 425, 5°, van het Strafwetboek]2.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 16, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 13, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 14/4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 3. [1 Rechtsmacht verbonden aan de verdediging van de belangen van de Belgische Staat of van een internationale instelling waarvan de zetel gevestigd is in het Rijk]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/4. [1 Eenieder kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt aan:    1° een van de misdrijven bedoeld in boek II, [2 titel 4, hoofdstuk 1]2, van het Strafwetboek, wanneer de vermeende dader zich op Belgisch grondgebied bevindt en de Belgische regering geen uitlevering heeft toegekend aan de Staat op wiens grondgebied het misdrijf werd gepleegd, om een reden die vermeld is een bilaterale of multilaterale overeenkomst die België bindt;    2° een van de misdrijven bedoeld in boek II, [2 titel 4, hoofdstuk 1]2, van het Strafwetboek die gepleegd zijn tegen een instelling van de Europese Unie of van een orgaan opgericht overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of het Verdrag betreffende de Europese Unie, en in het Rijk is gevestigd.    Indien de verdachte niet in België wordt gevonden, kan de vervolging, met inbegrip van het onderzoek, ingeval het misdrijf gepleegd werd door een vreemdeling tegen een instelling bedoeld in het eerste lid, 2°, slechts plaatsgrijpen op vordering van de federale procureur of de procureur des Konings, die eventuele klachten beoordeelt.    Ingeval, met toepassing van het tweede lid, een klacht aanhangig is gemaakt bij de federale procureur of de procureur des Konings, vordert hij dat de onderzoeksrechter naar deze klacht een onderzoek instelt, behalve indien:    1° de klacht kennelijk niet gegrond is; of    2° de feiten bedoeld in de klacht niet overeenstemmen met een kwalificatie van de in boek II, [2 titel 4, hoofdstuk 1]2, van het Strafwetboek bedoelde misdrijven; of    3° uit deze klacht geen ontvankelijke strafvordering kan volgen; of    4° uit de concrete omstandigheden van de zaak blijkt dat deze zaak, in het belang van een goede rechtsbedeling en met eerbiediging van de internationale verplichtingen van België, aanhangig zou moeten worden gemaakt hetzij bij de internationale rechtscolleges, hetzij voor een rechtscollege van de plaats waar de feiten zijn gepleegd, hetzij voor een rechtscollege van de Staat waarvan de dader een onderdaan is of van de plaats waar hij kan worden gevonden, en dit voor zover dit rechtscollege de kenmerken van onafhankelijkheid, onpartijdigheid en billijkheid vertoont, zoals dat onder meer kan blijken uit de relevante internationale verbintenissen waardoor België en deze Staat gebonden zijn.    Indien hij van oordeel is dat een of meer van de in het derde lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, doet de federale procureur of de procureur-generaal voor de kamer van inbeschuldigingstelling vorderingen die beogen te beslissen, naargelang van het geval, dat er geen reden is tot vervolging of dat de strafvordering niet ontvankelijk is. Enkel de federale procureur of de procureur-generaal wordt gehoord.    Indien de kamer van inbeschuldigingstelling vaststelt dat geen van de in het derde lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, wijst zij de territoriaal bevoegde onderzoeksrechter aan en bepaalt zij op welke feiten het onderzoek betrekking heeft. Indien de in het vierde lid bedoelde vordering, uitgaat van de federale procureur, maakt zij de zaak aanhangig bij de in artikel 47duodecies, § 3, van het Wetboek van strafvordering bedoelde deken van de onderzoeksrechters.    Vervolgens wordt gehandeld overeenkomstig het gemeen recht.    De federale procureur of de procureur-generaal heeft het recht een voorziening in cassatie in te stellen tegen de arresten gewezen met toepassing van het vierde en het vijfde lid. Dit beroep wordt in alle gevallen ingesteld binnen vijftien dagen te rekenen van de uitspraak van het arrest.    In het in het derde lid, 4°, bedoelde geval seponeert de federale procureur of de procureur des Konings de zaak en geeft hij van zijn beslissing kennis aan de Centrale Autoriteit die is opgericht bij artikel 2, vierde streepje, van de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafhof en de internationale straftribunalen. Tegen deze beslissing tot seponering staat geen enkel rechtsmiddel open.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 17, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 14, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 14/5 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 3. [1 Rechtsmacht verbonden aan de verdediging van de belangen van de Belgische Staat of van een internationale instelling waarvan de zetel gevestigd is in het Rijk]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/5. [1 § 1. Een persoon kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt:    1° [2 aan een misdrijf als bedoeld in artikel 638, §§ 1, 2, 3, 2° en 3°, van het Strafwetboek]2    2° [2 aan een misdrijf als bedoeld in artikel 638, § 3, 1°, van het Strafwetboek, wanneer de persoon die een openbaar ambt uitoefent in een vreemde Staat of in een internationale publiekrechtelijke organisatie een Belg is of wanneer de internationale publiekrechtelijke organisatie waarvoor de persoon een openbaar ambt uitoefent, haar zetel heeft in België]2    3° aan een misdrijf als bedoeld in artikel 22, §§ 1 tot 3, van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie, wanneer de instelling, het orgaan, het organisme of het agentschap van de Europese Unie waarvoor de persoon een openbaar ambt uitoefent haar zetel heeft in België.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 18, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 15, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 14/6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 4. [1 Rechtsmacht verbonden aan de verdediging van andere belangen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/6. [1 § 1. Eenieder kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt aan:    1° [2 een van de misdrijven bedoeld in de artikelen 134 tot 149, 151, 206 tot 211, 265, 268, 293 en 294 van het Strafwetboek]2    2° [2 een van de misdrijven bedoeld in de artikelen 276 tot 284 van het Strafwetboek, in geval van uitgevoerde of overwogen wegneming van organen in ruil voor een profijt of een vergelijkbaar voordeel;]2    3° [2 een van de misdrijven bedoeld in de artikelen 152 tot 165, 171, 172, 177, 258 tot 260, 273 en 274 van het Strafwetboek]2    4° een van de misdrijven bedoeld in de artikelen [2 ...]2 10 tot 13 van de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren.    § 2. De vervolging van een Belg heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België, tenzij het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd.    De vervolging van een vreemdeling heeft alleen plaats indien hij in België wordt gevonden of, wanneer het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd, indien hij gevonden wordt in een vijandelijk land of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 20, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 16, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 14/7 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 4. [1 Rechtsmacht verbonden aan de verdediging van andere belangen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/7. [1 § 1. Eenieder kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt aan [2 een van de misdrijven bedoeld in boek II, titel 5, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek of een van de misdrijven bedoeld in artikel 481 van hetzelfde Wetboek, indien het misdrijf tot voorwerp heeft]2 hetzij munten die in België niet wettelijk gangbaar zijn, of voorwerpen bestemd om die munten te vervaardigen, na te maken of te vervalsen, hetzij effecten, papier, zegels, stempels of merken van een vreemd land [2 , hetzij niet-contante betaalinstrumenten van een vreemd land, zoals bedoeld in artikel 425, 5°, van het Strafwetboek]2.    De vervolging kan niet plaatshebben dan op een officieel bericht, door de vreemde overheid aan de Belgische overheid gegeven.    § 2. De vervolging van een Belg heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België, tenzij het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd.    De vervolging van een vreemdeling heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België of, wanneer het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd, indien hij wordt gevonden in een vijandelijk land of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 21, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 17, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 14/8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 4. [1 Rechtsmacht verbonden aan de verdediging van andere belangen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/8. [1 § 1. Eenieder kan in België vervolgd worden, die zich in oorlogstijd, buiten het grondgebied van het Rijk, schuldig maakt aan [2 een misdrijf van doden met het oogmerk om te doden, aan verkrachting, aan aantasting van de seksuele integriteit, aan een opzettelijk misdrijf tegen de fysieke of psychische integriteit of aan een aangifte aan de vijand tegen een onderdaan van een land dat bondgenoot is in de zin van artikel 564, 1°, van het Strafwetboek]2.    § 2. Indien de verdachte een Belg is, kan de vervolging ook plaatshebben indien hij niet in België wordt gevonden.    Indien de verdachte een vreemdeling is, heeft de vervolging van het misdrijf alleen plaats indien hij wordt gevonden in België of in een vijandig land, of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 22, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 18, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 14/9 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 4. [1 Rechtsmacht verbonden aan de verdediging van andere belangen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/9. [1 § 1. Eenieder kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt:    1° aan het [2 misdrijf]2 bedoeld in artikel 41, § 4, van de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg;    2° aan het [2 misdrijf]2 bedoeld in artikel 30, § 4, van de wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006.    § 2. De vervolging van een Belg heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België, tenzij het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd.    De vervolging van een vreemdeling heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België of, wanneer het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd, indien hij wordt gevonden in een vijandelijk land of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 23, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 19, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 14/10 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 5. [1 Rechtsmacht gegrond op het Europese of internationale recht]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/10. [1 De Belgische gerechten zijn bevoegd om kennis te nemen van misdrijven gepleegd buiten het grondgebied van het Koninkrijk en bedoeld in een regel van internationaal verdrags- of gewoonterecht of een regel van afgeleid recht van de Europese Unie waardoor België is gebonden wanneer het krachtens die regel op enigerlei wijze wordt verplicht de zaak aan zijn bevoegde autoriteiten voor te leggen teneinde vervolging in te stellen.    De vervolging, met inbegrip van het onderzoek, kan slechts plaatsgrijpen op vordering van de federale procureur, die eventuele klachten beoordeelt.    Ingeval, met toepassing van het eerste en het tweede lid, een klacht aanhangig is gemaakt bij de federale procureur, vordert hij dat de onderzoeksrechter naar deze klacht een onderzoek instelt, behalve indien:    1° de klacht kennelijk niet gegrond is; of    2° de feiten bedoeld in de klacht niet overeenstemmen met een kwalificatie van de misdrijven bedoeld in boek II, [2 titel 1]2, van het Strafwetboek, of met enig ander internationaal misdrijf dat op grond van een verdrag waardoor België is gebonden, strafbaar is gesteld; of    3° uit deze klacht geen ontvankelijke strafvordering kan volgen; of    4° uit de concrete omstandigheden van de zaak blijkt dat deze zaak, in het belang van een goede rechtsbedeling met eerbiediging van de internationale verplichtingen van België, aanhangig zou moeten worden gemaakt hetzij bij de internationale rechtscolleges, hetzij voor een rechtscollege van de plaats waar de feiten zijn gepleegd, hetzij voor een rechtscollege van de Staat waarvan de dader een onderdaan is of van de plaats waar hij kan worden gevonden, en dit voor zover dit rechtscollege de kenmerken van onafhankelijkheid, onpartijdigheid en billijkheid vertoont, zoals dat onder meer kan blijken uit de relevante internationale verbintenissen waardoor België en deze Staat gebonden zijn.    Indien de federale procureur van oordeel is dat een of meer van de voorwaarden bedoeld in het derde lid, 1°, 2° en 3°, vervuld zijn, doet hij voor de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep te Brussel vorderingen die beogen te beslissen, naargelang van het geval, dat er geen reden is tot vervolging of dat de strafvordering niet ontvankelijk is. Enkel de federale procureur wordt gehoord.    Indien de kamer van inbeschuldigingstelling vaststelt dat geen van de voorwaarden bedoeld in het derde lid, 1°, 2° en 3°, vervuld zijn, wijst zij de territoriaal bevoegde onderzoeksrechter aan en bepaalt zij op welke feiten het onderzoek betrekking heeft.    Vervolgens wordt gehandeld overeenkomstig het gemeen recht.    De federale procureur heeft het recht een voorziening in cassatie in te stellen tegen de arresten gewezen met toepassing van het vierde en het vijfde lid. Dit beroep wordt in alle gevallen ingesteld binnen vijftien dagen te rekenen van de uitspraak van het arrest.    In het geval bedoeld in het derde lid, 3°, stelt de federale procureur de Centrale Autoriteit die is opgericht bij artikel 2, vierde streepje, van de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafhof en de internationale straftribunalen in kennis van het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling, indien tegen dit arrest geen rechtsmiddelen meer openstaan. Indien de feiten zijn gepleegd na 30 juni 2002 en onder de materiële bevoegdheid van het Internationaal Strafhof ressorteren, brengt de Centrale Autoriteit het Internationaal Strafhof van de feiten op de hoogte.    In het geval bedoeld in het derde lid, 4°, seponeert de federale procureur de zaak en geeft hij van zijn beslissing kennis aan de Centrale Autoriteit. Tegen deze beslissing tot seponering staat geen enkel rechtsmiddel open. Indien de feiten zijn gepleegd na 30 juni 2002 en onder de materiële bevoegdheid van het Internationaal Strafhof ressorteren, brengt de Centrale autoriteit het Internationaal Strafhof van de feiten op de hoogte.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 25, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 20, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 14/11 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 6. [1 Algemene bepalingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/11. [1 De vreemdeling die [2 dader is van of deelnemer is aan een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 4 of hoger]2 buiten het grondgebied van het Rijk door een Belg gepleegd, kan in België vervolgd worden, samen met de verdachte Belg of na diens veroordeling.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 27, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 21, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 14/12 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 6. [1 Algemene bepalingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/12. [1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de poging tot de daarin bedoelde misdrijven, [2 behalve indien zij niet strafbaar is]2.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 28, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 22, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 14/13 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 6. [1 Algemene bepalingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/13. [1 Een verdachte wordt gevonden in België wanneer hij aangetroffen of gevonden is in het Rijk, na het plegen van het misdrijf en uiterlijk op het tijdstip van de uitoefening van de strafvordering, ook al heeft hij het grondgebied nog vóór de eerste procedurehandelingen verlaten.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 29, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 14/14 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 6. [1 Algemene bepalingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/14. [1 Behalve wat de in oorlogstijd gepleegde [2 misdrijven]2 betreft, is dit hoofdstuk niet van toepassing wanneer de verdachte, wegens hetzelfde misdrijf gevonnist in een vreemd land, vrijgesproken is, of na te zijn veroordeeld, zijn straf heeft ondergaan, verjaring van zijn straf is ingetreden of hem genade of amnestie is verleend, tenzij:    1° de procedure voor het andere gerecht tot doel had de betrokkene te vrijwaren van strafrechtelijke aansprakelijkheid voor strafbare feiten die onder de rechtsmacht van het gerecht vallen; of    2° de procedure voor het andere gerecht niet op onafhankelijke of onpartijdige wijze en met inachtneming van de waarborgen voor een eerlijk proces is gevoerd, maar op een wijze die, gezien de omstandigheden, onverenigbaar was met de bedoeling de betrokkene voor het gerecht te brengen.    Elke hechtenis in het buitenland ondergaan wegens het misdrijf dat in België aanleiding geeft tot veroordeling, wordt steeds toegerekend op de duur van de vrijheidsstraffen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 30, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 23, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 14/15 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 6. [1 Algemene bepalingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14/15. [1 In alle gevallen voorzien in dit hoofdstuk, wordt de verdachte vervolgd en gevonnist volgens de bepalingen van de Belgische wetten.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-09/07, art. 31, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗