Gratis brononderzoek

Voorafgaande titel Strafvordering

Algemene bepalingen over de strafvordering en burgerlijke rechtsvordering.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

60 bronvarianten

  1. Art. 15 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK III. - PREJUDICIELE GESCHILLEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 15. Behoudens de bij de wet bepaalde uitzonderingen, beslist de strafrechter over de geschillen van burgerlijk recht die incidenteel voor hem worden opgeworpen naar aanleiding van de misdrijven die bij hem aanhangig zijn.
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 16 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK III. - PREJUDICIELE GESCHILLEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 16. Wanneer het misdrijf verband houdt met de uitvoering van een overeenkomst waarvan het bestaan ontkend of waarvan de uitlegging betwist wordt, gedraagt de strafrechter zich naar de regels van het burgerlijk recht bij zijn beslissing over het bestaan van die overeenkomst of over de uitvoering ervan.   Indien de toelaatbaarheid van getuigenbewijs afhangt van een geschrift dat ontkend wordt door hem tegen wie het is aangevoerd, wordt een onderzoek naar de echtheid ervan vóór de bevoegde burgerlijke rechter bevolen.
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 17 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK III. - PREJUDICIELE GESCHILLEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 17. Indien de beklaagde zich beroept op een recht van eigendom of een ander onroerend zakelijk recht, beslist de rechter bij wie de strafvordering aanhangig is, over het tussengeschil met inachtneming van de volgende regels :   De prejudiciële exceptie wordt slechts aangenomen voor zover zij gegrond is op een deugdelijk schijnende titel of op welbepaalde feiten van bezit;   De overgelegde titels of de gestelde feiten moeten elk karakter van misdrijf ontnemen aan het feit waarop de vervolging berust.
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 18 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK III. - PREJUDICIELE GESCHILLEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 18. De rechtbank is bevoegd om naar gelang van de omstandigheden aan de beklaagde de verplichting om de zaak voor de burgerlijke rechter te brengen, niet op te leggen.   Bij gebreke aan die vrijstelling, bepaalt het vonnis een termijn van ten hoogste twee maanden, waarbinnen de partij die het prejudicieel geschil heeft opgeworpen, de zaak bij de bevoegde rechter moet aanhangig maken en moet bewijzen dat zij het nodige heeft gedaan; anders wordt de behandeling voortgezet.
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 19 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK III. - PREJUDICIELE GESCHILLEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 19. De burgerlijke rechter wijst, in geval van betwisting, de partij aan, die ten opzichte van de te leveren bewijzen als eiser moet worden beschouwd.
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 20 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK IV. - OORZAKEN VAN VERVAL VAN DE STRAFVORDERING EN VAN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20.<W 1999-05-04/60, art. 13, 007; Inwerkingtreding : 02-07-1999> De strafvordering vervalt door de dood van de verdachte of door afsluiting van vereffening, door gerechtelijke ontbinding of door ontbinding zonder vereffening wanneer het om een rechtspersoon gaat.   De strafvordering kan daarna nog worden uitgeoefend, indien de invereffeningstelling, de gerechtelijke ontbinding of de ontbinding zonder vereffening tot doel hebben te ontsnappen aan de vervolging, of indien de rechtspersoon overeenkomstig artikel 61bis door de onderzoeksrechter in verdenking gesteld is [1 of door het onderzoeksgerecht is verwezen of rechtstreeks is gedagvaard ten gronde,]1 voor het verlies van de rechtspersoonlijkheid.   De burgerlijke rechtsvordering kan uitgeoefend worden tegen de verdachte en tegen zijn rechtsopvolgers.   ----------   (1)<W 2018-03-18/14, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 12-05-2018>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 20bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK IV. - OORZAKEN VAN VERVAL VAN DE STRAFVORDERING EN VAN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20bis. <Ingevoegd bij W 2006-12-03/40, art. 2; Inwerkingtreding : 28-12-2006> De strafvordering vervalt eveneens door de uitoefening door het openbaar ministerie van de rechtsvordering voor de arbeidsgerechten op grond van artikel 138bis, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 21 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK IV. - OORZAKEN VAN VERVAL VAN DE STRAFVORDERING EN VAN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 21. [1 Behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 21bis verjaart de strafvordering, te rekenen van de dag waarop het misdrijf is gepleegd, door verloop van [2 dertig jaren, twintig jaren, vijftien jaren of tien jaren, naargelang dit misdrijf een misdrijf vormt strafbaar met een straf van niveau 8, een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 7, een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 4, 5 of 6, of een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 1, 2 of 3]2.    De dag waarop het misdrijf is gepleegd, is in de termijn begrepen.    De verjaringstermijnen die worden bepaald in het eerste lid blijven ongewijzigd indien de straf wordt verminderd of gewijzigd wegens verzachtende omstandigheden.    In geval van eendaadse samenloop wordt de verjaring geregeld overeenkomstig de termijn eigen aan ieder misdrijf.    Wanneer verschillende misdrijven de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde delictueel opzet, neemt de verjaringstermijn een aanvang vanaf het laatste bewezen geachte feit, op voorwaarde dat tussen de verschillende feiten geen termijn is verlopen gelijk aan of langer dan de verjaringstermijn.]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 32, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 24, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 21bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK IV. - OORZAKEN VAN VERVAL VAN DE STRAFVORDERING EN VAN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 21bis. [1 De strafvordering verjaart niet in de gevallen bedoeld:    1° [4 in de artikelen 82 tot 89 van het Strafwetboek]4;    2° [4 in de artikelen 134 tot 149, 151 tot 165, 171, 172, 187, 206 tot 211, 258, § 1, eerste lid, 1°, van het Strafwetboek, ingeval het misdrijf is gepleegd op een persoon van minder dan achttien jaar]4;]1   [3 3° [4 in de artikelen 97 en 98 van het Strafwetboek als de misdrijven door hun aard of context een land of een internationale organisatie ernstig kunnen schaden, of van aard zijn de bevolking ernstige vrees aan te jagen of om de overheid of een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich onthouden van een handeling, of om de politieke, de constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.]4]3   ----------   (1)<W 2019-11-14/10, art. 3, 049; Inwerkingtreding : 30-12-2019>   (2)<W 2022-03-21/01, art. 104, 052; Inwerkingtreding : 01-06-2022>   (3)<W 2024-04-09/07, art. 33, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (4)<W 2026-03-11/03, art. 25, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 22 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK IV. - OORZAKEN VAN VERVAL VAN DE STRAFVORDERING EN VAN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22.   <Opgeheven bij W 2024-04-09/07, art. 60, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 23 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK IV. - OORZAKEN VAN VERVAL VAN DE STRAFVORDERING EN VAN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 23.[1 De verjaringstermijn van de strafvordering loopt niet meer vanaf de dag van de aanhangigmaking van de strafvordering voor de politierechtbank, de correctionele rechtbank, het hof van assisen of het hof van beroep zetelend in eerste en laatste aanleg.]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 35, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 24 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK IV. - OORZAKEN VAN VERVAL VAN DE STRAFVORDERING EN VAN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 24.[1 De verjaring van de strafvordering is geschorst wanneer de wet dit bepaalt of wanneer er een wettelijk beletsel bestaat dat de instelling van de strafvordering verhindert.]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 36, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 25 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK IV. - OORZAKEN VAN VERVAL VAN DE STRAFVORDERING EN VAN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25.[1 De artikelen 21, 23 en 24 zijn van toepassing op de verjaring van de strafvordering betreffende de misdrijven voorzien door bijzondere wetten, decreten en ordonnanties, voor zover die wetten, decreten en ordonnanties niet anders bepalen.]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 37, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 26 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK IV. - OORZAKEN VAN VERVAL VAN DE STRAFVORDERING EN VAN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26. <W 1998-06-10/39, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 27-07-1998> De burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf verjaart volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek of van de bijzondere wetten die van toepassing zijn op de rechtsvordering tot vergoeding van schade. Zij kan echter niet verjaren vóór de strafvordering.
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 27 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK IV. - OORZAKEN VAN VERVAL VAN DE STRAFVORDERING EN VAN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27. <Ingevoegd bij W 2000-06-30/45, art. 2. Inwerkingtreding : 12-12-2000> Indien de duur van de strafvervolging de redelijke termijn overschrijdt, kan de rechter de [2 veroordeling bij schuldigverklaring]2 uitspreken [1 , of een straf uitspreken die lager kan zijn dan de wettelijke minimumstraf of, bij een zeer zwaarwichtige miskenning van de redelijke termijn, het verval van de strafvordering uitspreken]1.   [1 De rechter beoordeelt, in het licht van de omstandigheden van de zaak en het belang van de overschrijding van de redelijke termijn, welke van de in het eerste lid bedoelde gevolgen moet worden uitgesproken.]1   Wanneer de [2 veroordeling bij schuldigverklaring]2 wordt uitgesproken, wordt de verdachte veroordeeld in de kosten en, zo daartoe aanleiding bestaat, tot teruggave. [2 De verbeurdverklaring voorzien door de wet wordt uitgesproken]2.   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 34, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 26, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 28 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK IV. - OORZAKEN VAN VERVAL VAN DE STRAFVORDERING EN VAN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 28.<W 30-05-1961, art. 1> [1 Artikel 26 is van toepassing]1 van toepassing in alle door bijzondere wetten geregelde zaken.   [1 De artikelen 21, 23 tot 26]1 kunnen evenwel geen beletsel opleveren voor de toepassing van de bijzondere bepalingen die de verjaring regelen van de eisen tot invordering van fiscale rechten of van fiscale geldboeten.   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 38, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 29 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK IV. - OORZAKEN VAN VERVAL VAN DE STRAFVORDERING EN VAN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29.<W 16-04-1935, art. 3> De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de strafvordering en op de burgerlijke rechtsvordering, ingesteld wegens een feit dat door de wet misdrijf wordt genoemd en gepleegd is door een persoon die [1 aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast]1.   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 39, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 30 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK V. - Niet-ontvankelijkheid van de strafvordering wegens provocatie. <ingevoegd bij W 2005-12-27/34, art. 2 ; Inwerkingtreding : 30-12-2005>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 30.<ingevoegd bij W 2005-12-27/34, art. 2 ; Inwerkingtreding : 30-12-2005> Provocatie van misdrijven is verboden.   [1 Er is provocatie wanneer in hoofde van de dader het voornemen om een misdrijf te plegen rechtstreeks is ontstaan of versterkt, of is bevestigd terwijl hij dit wilde beëindigen, door de tussenkomst van een politieambtenaar, van een derde handelend op het uitdrukkelijk verzoek van deze ambtenaar of van een burgerinfiltrant in het kader van een burgerinfiltratie bedoeld in boek I, hoofdstuk IV, afdeling III onderafdeling 4bis van het Wetboek van strafvordering]1.   In geval van provocatie is de strafvordering onontvankelijk wat deze feiten betreft.   ----------   (1)<W 2018-07-22/04, art. 17, 046; Inwerkingtreding : 17-08-2018>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 31 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK VI. - Regels met betrekking tot de uitoefening van de strafvordering volgend op een beslissing van uithandengeving bevolen door een jeugdgerecht <Ingevoegd bij W 2006-06-13/40, art. 28, 024; Inwerkingtreding : 01-10-2007> <W 2006-08-05/59, art. 3, 025; Inwerkingtreding : 10-09-2006>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 31. <Ingevoegd bij W 2006-06-13/40, art. 28, 024; Inwerkingtreding : 01-10-2007; vastgesteld op 01-10-2007, zie KB 2007-02-25/38, art. 8> Wanneer de strafvordering wordt uitgeoefend met toepassing van deze wet, ten gevolge van een beslissing van uithandengeving bevolen in toepassing van artikel 57bis van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, mogen de stukken die verband houden met de persoonlijkheid en de leefomgeving van de vervolgde persoon uitsluitend worden meegedeeld aan de betrokkene of aan zijn advocaat, met uitsluiting van elke andere vervolgde persoon en van de burgerlijke partij. <W 2006-08-05/59, art. 3, 025; Inwerkingtreding : 10-09-2006>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 32 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK VII. [1 - Nietigheden]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 32.[1 Tot nietigheid van onregelmatig verkregen bewijselement wordt enkel besloten indien :    - de naleving van de betrokken vormvoorwaarden wordt voorgeschreven op straffe van nietigheid, of;    - de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, of;    - het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2013-10-24/14, art. 3, 032; Inwerkingtreding : 22-11-2013>
    Open officiële bron ↗