Gratis brononderzoek

Voorafgaande titel Strafvordering

Algemene bepalingen over de strafvordering en burgerlijke rechtsvordering.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

60 bronvarianten

  1. Art. 1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Artikel 1. De rechtsvordering tot toepassing van de straffen kan niet worden uitgeoefend dan door de ambtenaren die de wet daarmee belast.
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 1bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 1bis. <ingevoegd bij W 2003-08-05/32, art. 13; Inwerkingtreding : 07-08-2003> § 1. Overeenkomstig het internationaal recht is vervolging onmogelijk tegen :   - buitenlandse staatshoofden, regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken, tijdens de periode waarin zij hun functie uitoefenen, alsook tegen de andere personen van wie de immuniteit door het internationaal recht wordt erkend;   - personen die een gehele of gedeeltelijke immuniteit genieten, op grond van een verdrag dat België bindt.   § 2. Overeenkomstig het internationaal recht kunnen geen aan de uitoefening van de strafvordering verbonden maatregelen worden genomen tijdens zijn verblijf tegen iedere persoon die, door de Belgische autoriteiten of door een in België gevestigde internationale organisatie waarmee België een zetelakkoord heeft gesloten, officieel werd uitgenodigd om op het grondgebied van het Rijk te verblijven.
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2. [1 ...]1   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 2, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 2bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2bis. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/60, art. 12; Inwerkingtreding : 02-07-1999> Ingeval de strafvordering tegen een rechtspersoon en tegen degene die bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, wordt ingesteld wegens dezelfde of samenhangende feiten, wijst de rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van de strafvordering tegen de rechtspersoon, ambtshalve of op verzoekschrift, een lasthebber ad hoc aan om deze te vertegenwoordigen.
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 3. De rechtsvordering tot herstel van de schade, door een misdrijf veroorzaakt, behoort aan hen die de schade hebben geleden.
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 3bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 3bis.<ingevoegd bij W 1998-03-12/39, art. 46 ; Inwerkingtreding : 1998-10-02> Slachtoffers van misdrijven en hun verwanten dienen zorgvuldig en correct te worden bejegend, in het bijzonder door terbeschikkingstelling van de nodige informatie en, in voorkomend geval, het bewerkstelligen van contact met de gespecialiseerde diensten en met name met de justitieassistenten. [1 Deze justitieassistenten informeren en ondersteunen de slachtoffers en hun verwanten tijdens de gehele duur van de strafprocedure en ook tijdens de zittingen, met inbegrip van de zittingen met gesloten deuren.]1   (Slachtoffers ontvangen met name de nuttige informatie over de nadere regels voor de burgerlijke partijstelling en de verklaring van benadeelde persoon.) <W 2006-05-17/35, art. 99, 022; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   Justitie-assistenten zijn (personeelsleden an de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie) die de bevoegde magistraten bijstaan bij de begeleiding van personen die betrokken zijn bij gerechtelijke procedures. <W 1999-05-07/61, art. 17, 008; Inwerkingtreding : 01-07-1999>   (Per rechtsgebied van het Hof van Beroep worden er ambtenaren van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie ingeschakeld voor het bijstaan van de procureur-generaal bij het uitvoeren van het strafrechtelijk beleid inzake het onthaal van slachtoffers, voor de evaluatie, de coördinatie en het toezicht op de toepassing van het slachtofferonthaal in de verscheidene parketten en voor het bijstaan van de ambtenaren bedoeld in het tweede lid, die belast zijn met het onthaal van slachtoffers. Zij werken nauw samen met de procureur-generaal.) <W 1999-05-07/61, art. 17, 008; Inwerkingtreding : 01-07-1999>   ----------   (1)<W 2024-05-15/03, art. 37, 055; Inwerkingtreding : 07-06-2024>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 3ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 3ter. <ingevoegd bij W 2005-06-22/35, art. 1 ; Inwerkingtreding : 31-01-2006> Aan de personen die een direct belang hebben in het kader van een gerechtelijke procedure wordt de mogelijkheid geboden om beroep te doen op bemiddeling, overeenkomstig de desbetreffende wettelijke bepalingen.   Bemiddeling is een proces dat aan personen in conflict toelaat om, als zij er vrijwillig mee instemmen, actief en in alle vertrouwelijkheid deel te nemen aan het oplossen van moeilijkheden die voortvloeien uit een misdrijf, met de hulp van een neutrale derde en gegrond op een bepaalde methodologie. Ze heeft tot doel de communicatie te vergemakkelijken en partijen te helpen zelf te komen tot een akkoord inzake de nadere regels en voorwaarden die tot pacificatie en herstel kunnen leiden.
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 4.<W 2005-04-13/30, art. 2, 019 ; Inwerkingtreding : 13-05-2005> De burgerlijke rechtsvordering kan tezelfdertijd en voor dezelfde rechters vervolgd worden als de strafvordering. Zij kan ook afzonderlijk vervolgd worden; in dat geval is zij geschorst, zolang niet definitief is beslist over de strafvordering die vóór of gedurende de burgerlijke rechtsvordering is ingesteld [1 , in zoverre er gevaar bestaat voor onverenigbaarheid tussen de beslissing van de strafrechter en die van de burgerlijke rechter en onverminderd de uitzonderingen uitdrukkelijk bepaald door de wet]1.   [2 Bij de uitspraak over de strafvordering worden de burgerlijke belangen ambtshalve aangehouden, zelfs bij ontstentenis van burgerlijkepartijstelling, indien de zaak wat die belangen betreft niet in staat van wijzen is.]2   Onverminderd het recht om de zaak, conform de artikelen 1034bis tot 1034sexies van het Gerechtelijk Wetboek, bij de burgerlijke rechter aanhangig te maken, kan eenieder die door het strafbaar feit schade heeft geleden, nadien door middel van een ter griffie ingediend verzoekschrift, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, kosteloos verkrijgen dat het gerecht dat uitspraak heeft gedaan over de strafvordering, uitspraak doet over de burgerlijke belangen.   Dat verzoekschrift geldt als burgerlijke-partijstelling.   Het verzoekschrift wordt door de griffier ter kennis van de partijen en, in voorkomend geval, van de advocaten gebracht onder vermelding van plaats, dag en uur van de zitting waarop de zaak wordt behandeld.   (Wanneer uitspraak is gedaan over de strafvordering,) kan elke in het geding zijnde partij de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt, verzoeken termijnen vast te stellen voor de overzending en de indiening van de stukken, alsmede de conclusies, en de rechtsdag te bepalen. <W 2005-12-23/31, art. 37, 021; Inwerkingtreding : 09-01-2006>   Dit verzoek wordt ingediend door middel van een verzoekschrift en wordt ondertekend door de advocaat van de partij of, bij diens ontstentenis, door de partij zelf en het wordt ter griffie neergelegd in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn. Het wordt door de griffier bij gerechtsbrief aan de andere partijen ter kennis gebracht en, in voorkomend geval, bij gewone brief aan hun advocaten.   De andere partijen kunnen, binnen vijftien dagen na de verzending van de gerechtsbrief, op dezelfde wijze hun opmerkingen aan de rechter doen toekomen.   Binnen acht dagen na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn dan wel na de neerlegging van het verzoekschrift wanneer het uitgaat van alle betrokken partijen, doet de rechter uitspraak op stukken, behalve wanneer hij het noodzakelijk acht de partijen te horen, in welk geval die bij gerechtsbrief worden opgeroepen; de beschikking wordt binnen acht dagen na de zitting gewezen.   De rechter bepaalt de termijnen om conclusie te nemen en de rechtsdag. Tegen de beschikking staat geen enkel rechtsmiddel open. (Zij wordt ter kennis gebracht van de partijen en van hun advocaat bij gewone brief. Indien een partij geen advocaat heeft, wordt zij haar ter kennis gebracht bij gerechtsbrief.) <W 2005-12-23/31, art. 37, 021; Inwerkingtreding : 09-01-2006>   Behoudens akkoord van de partijen of de in artikel 748, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde uitzondering, worden de conclusies die na het verstrijken van de in het tiende lid vastgestelde termijnen worden overgelegd, ambtshalve uit de debatten geweerd. Op de vastgestelde dag kan de meest gerede partij een vonnis op tegenspraak vorderen.   Wanneer alleen de burgerlijke belangen bij de rechter aanhangig worden gemaakt, is de aanwezigheid van het openbaar ministerie op de terechtzitting niet verplicht.   ----------   (1)<W 2017-06-08/09, art. 15, 043; Inwerkingtreding : 01-07-2017>   (2)<W 2024-03-28/60, art. 82, 053; Inwerkingtreding : 08-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 4bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 4bis.[1 In geval de strafvordering wordt ingesteld wegens de feiten bedoeld in de artikelen 29, §§ 2 en 3, en 29bis van het Wetboek van strafvordering neemt de strafrechter benevens van de strafvordering tevens kennis van de burgerlijke vordering tot bevestiging van de titel of tot het verschaffen van een titel tot betaling van de betreffende belastingen, de opcentiemen en opdeciemen, de verhogingen, de administratieve en fiscale geldboeten en bijbehoren. Deze burgerlijke vordering betreft een zelfstandige vordering waarbij de bevoegde belastingadministratie tussenkomt in de strafzaak.    Zodra de burgerlijke vordering aanhangig is bij de strafrechter, worden de procedures voor de burgerlijke rechtbanken, die betrekking hebben op dezelfde vordering, opgeschort om verdergezet te worden voor de strafrechter.    De bevoegde belastingadministratie wordt minstens twee maanden vooraf op de hoogte gebracht van de bepaling van de rechtsdag voor het vonnisgerecht. Van zodra de strafrechter de zelfstandige burgerlijke vordering van de belastingadministratie ontvankelijk verklaart, worden de procedures voor de burgerlijke rechtbanken beëindigd.]1   ----------   (1)<W 2024-03-28/60, art. 83, 053; Inwerkingtreding : 08-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 5 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5. Afstand van de burgerlijke rechtsvordering belet de uitoefening van de strafvordering niet.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 5bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5bis.<ingevoegd bij W 1998-03-12/39, art. 47 ; Inwerkingtreding : 1998-10-02> § 1. De hoedanigheid van benadeelde persoon verkrijgt degene die verklaart schade te hebben geleden veroorzaakt door een misdrijf.   [1 § 1/1. De persoon die een klacht indient bij de politiediensten, zal systematisch worden geïnformeerd over de mogelijkheid om de hoedanigheid van benadeelde persoon te verkrijgen en de daarbij behorende rechten. Een ad hoc formulier zal hem bij het indienen van zijn klacht worden bezorgd.]1   § 2. De verklaring wordt gedaan in persoon of door een advocaat.   De verklaring bevat :   a) naam, voornaam, plaats en datum van geboorte, beroep en woonplaats van de betrokkene;   b) het feit dat de oorzaak is van de schade geleden door de betrokkene;   c) de aard van deze schade;   d) het persoonlijk belang dat de betrokkene doet gelden.   [1 De verklaring, waarvan akte wordt opgesteld die bij het dossier wordt gevoegd, wordt afgelegd op het secretariaat van het openbaar ministerie, op het politiesecretariaat, bij de politieambtenaar die het proces-verbaal opstelt of wordt per aangetekende brief [3 of via elektronische weg]3 aan het secretariaat van het openbaar ministerie toegezonden.    Indien de verklaring wordt afgelegd op het politiesecretariaat of bij de politieambtenaar die het proces-verbaal opstelt, wordt ze onverwijld overgezonden aan het secretariaat van het openbaar ministerie.]1   § 3. De benadeelde persoon heeft het recht bijgestaan of vertegenwoordigd te worden door een advocaat.   Hij mag ieder document dat hij nuttig acht doen toevoegen aan het dossier.   Hij wordt op de hoogte gebracht van de seponering en de reden daarvan, het instellen van een gerechtelijk onderzoek en de bepaling van een rechtsdag voor het onderzoek- en vonnisgerecht.   [2 Hij heeft het recht te verzoeken om inzage van het dossier te nemen en er een afschrift van te verkrijgen.]2   ----------   (1)<W 2011-11-30/28, art. 11, 028; Inwerkingtreding : 01-01-2013>   (2)<W 2012-12-27/29, art. 22, 030; Inwerkingtreding : 10-02-2013>   (3)<W 2024-03-28/60, art. 19, 053; Inwerkingtreding : 08-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 5ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK I. - REGELS BETREFFENDE DE STRAFVORDERING EN DE BURGERLIJKE RECHTSVORDERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5ter. [1 Elke belanghebbende derde die volgens de door de rechtspleging verschafte aanwijzingen krachtens zijn rechtmatig bezit rechten kan doen gelden op de zaken bedoeld in de artikelen 53, 54, 501, 502 en 503 van het Strafwetboek, of in artikel 4, § 6, van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, wordt op de hoogte gebracht van de rechtsdag voor het gerecht dat zal vonnissen over de grond van de zaak.    Elke belanghebbende derde die volgens de door de rechtspleging verschafte aanwijzingen krachtens zijn rechtmatig bezit rechten kan doen gelden op de inrichting die in aanmerking komt voor sluiting op grond van artikel 59 van het Strafwetboek, wordt op de hoogte gebracht van de rechtsdag voor het gerecht dat zal vonnissen over de grond van de zaak. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving kan de rechter de sluiting van de inrichting niet uitspreken.]1   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 3, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 1. [1 Rechtsmacht verbonden aan de dader van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6. [1 § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 7 tot 11, kan iedere Belg of persoon met gewoonlijke verblijfplaats op het grondgebied van het Rijk die zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt aan [2 een door de Belgische wet als misdrijf omschreven feit]2, in België vervolgd worden indien op het feit een straf gesteld is door de wet van het land waar het is gepleegd.    § 2. Indien het misdrijf gepleegd is tegen een vreemdeling, kan de vervolging slechts plaatshebben op vordering van het openbaar ministerie en moet zij bovendien voorafgegaan worden door een klacht van de benadeelde vreemdeling of van zijn familie ofwel door een officieel bericht, aan de Belgische overheid gegeven door de overheid van het land waar het misdrijf is gepleegd.    Is het misdrijf in oorlogstijd gepleegd tegen een onderdaan van een land dat bondgenoot van België is in de zin van [2 artikel 564, 1°]2, van het Strafwetboek, dan kan het officieel bericht eveneens gegeven worden door de overheid van het land waarvan die vreemdeling een onderdaan is of was.    § 3. De vervolging van een Belg heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België, tenzij het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd of als het een misdrijf als bedoeld in de [2 artikelen 96 tot 102 en 226 tot 228]2 van het Strafwetboek betreft.    De vervolging van een vreemdeling heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België tenzij het een misdrijf als bedoeld in de [2 artikelen 96 tot 102 en 226 tot 228]2 van het Strafwetboek betreft, of, wanneer het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd, indien hij wordt gevonden in een vijandelijk land of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 3, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 5, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 7 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 1. [1 Rechtsmacht verbonden aan de dader van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 7.[1 § 1. Iedere persoon die een misdrijf pleegt voor rekening van een rechtspersoon met maatschappelijke zetel op Belgisch grondgebied, kan in België vervolgd worden.    § 2. De vervolging van een Belg heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België, tenzij het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd.    De vervolging van een vreemdeling heeft alleen plaats indien deze wordt gevonden in België of, wanneer het misdrijf in oorlogstijd is gepleegd, indien hij wordt gevonden in een vijandelijk land of indien zijn uitlevering kan worden verkregen.]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 4, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 1. [1 Rechtsmacht verbonden aan de dader van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 8. [1 Iedere Belg of persoon met gewoonlijke verblijfplaats op het grondgebied van het Rijk kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten het grondgebied van het Rijk schuldig maakt:    1° [2 aan een misdrijf bepaald in boek II, titel 1, van het Strafwetboek]2    2° [2 aan een misdrijf bedoeld in boek II, titel 4, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek]2]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 5, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 6, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 9 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 1. [1 Rechtsmacht verbonden aan de dader van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 9. [1 Iedere Belg of persoon met gewoonlijke verblijfplaats op het grondgebied van het Rijk kan in België vervolgd worden wanneer hij zich buiten dit grondgebied schuldig maakt aan een misdrijf als bedoeld in de [2 artikelen 487 en 638, § 3, 1°,]2 van het Strafwetboek.]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 6, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 7, 056; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 10 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 1. [1 Rechtsmacht verbonden aan de dader van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10.[1 Iedere aan de militaire wetten onderworpen persoon die enig misdrijf pleegt op het grondgebied van een vreemde Staat, kan in België worden vervolgd.    Hetzelfde geldt voor degenen die in welke hoedanigheid ook verbonden zijn aan een onderdeel van het leger dat zich op buitenlands grondgebied bevindt, of voor degenen die gemachtigd zijn om een troepenkorps dat van dit leger deel uitmaakt, te volgen.]1   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 7, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 10bis · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 1. [1 Rechtsmacht verbonden aan de dader van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10bis.   <Opgeheven bij W 2024-04-09/07, art. 60, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 10ter · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 1. [1 Rechtsmacht verbonden aan de dader van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10ter.   <Opgeheven bij W 2024-04-09/07, art. 60, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 10quater · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1878041701 / HOOFDSTUK II. - STRAFVORDERING WEGENS [1 MISDRIJVEN]1 BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK GEPLEEGD. / Afdeling 1. [1 Rechtsmacht verbonden aan de dader van het misdrijf]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10quater.   <Opgeheven bij W 2024-04-09/07, art. 60, 054; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗