Gratis brononderzoek

Internering

Beslissing tot internering, uitvoering en opvolging van de beveiligingsmaatregel.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

156 bronvarianten

  1. Art. 60 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK IV. - De herroeping, de schorsing, de herziening van de in de artikelen [1 ...]1 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten / Afdeling I. - De herroeping

    Lees de volledige brontekst
    Art. 60.§ 1. In geval van herroeping van de invrijheidstelling op proef of van het elektronisch toezicht wordt de geïnterneerde persoon [2 ...]2 [1 in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, b), c) en d), geplaatst]1 die wordt aangewezen door de kamer voor de bescherming van de maatschappij. [3 De plaatsing in een inrichting als bedoeld in artikel 3, 4°, b), is enkel mogelijk wanneer een beslissing tot herroeping is genomen omdat de geïnterneerde persoon een ernstig gevaar vormt voor de fysieke of psychische integriteit van derden.]3   In geval van herroeping van een andere modaliteit wordt de tenuitvoerlegging ervan onmiddellijk stopgezet.   § 2. [1 In geval van herroeping van een modaliteit, bepaalt de kamer voor de bescherming van de maatschappij overeenkomstig artikel 43 wanneer de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang de inrichting waar de geïnterneerde persoon geplaatst is, een nieuw advies moet uitbrengen.]1 [3 In geval van herroeping van de invrijheidstelling op proef of van het elektronisch toezicht, kan deze termijn niet langer zijn dan drie maanden te rekenen van de datum van het vonnis.]3   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 196, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 130, 009; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (3)<W 2026-07-22/07, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 61 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK IV. - De herroeping, de schorsing, de herziening van de in de artikelen [1 ...]1 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten / Afdeling II. - De schorsing

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61.§ 1. In de in artikel 59 bedoelde gevallen kan het openbaar ministerie, met het oog op het schorsen van de toegekende modaliteit, de zaak aanhangig maken bij de kamer voor de bescherming van de maatschappij.   § 2. In geval van schorsing van de invrijheidstelling op proef of van het elektronisch toezicht wordt de geïnterneerde persoon onmiddellijk [1 in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a), b), c) en d), opgenomen]1 die wordt aangewezen door de kamer voor de bescherming van de maatschappij. [3 De opname in een inrichting als bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), is enkel mogelijk wanneer een beslissing tot schorsing is genomen omdat de geïnterneerde persoon een ernstig gevaar vormt voor de fysieke of psychische integriteit van derden.]3   In geval van schorsing van een andere modaliteit wordt de tenuitvoerlegging ervan onmiddellijk stopgezet.   § 3. Binnen een termijn van ten hoogste één maand, te rekenen van het vonnis tot schorsing, herroept de kamer voor de bescherming van de maatschappij de modaliteit of heft zij de schorsing van de modaliteit op. In dat laatste geval kan de modaliteit worden herzien overeenkomstig artikel 62. Indien binnen deze termijn geen beslissing is genomen, wordt de oorspronkelijke toegekende modaliteit hervat onder dezelfde voorwaarden als voorheen.   [2 De termijn van een maand wordt geschorst tijdens de duur van het uitstel verleend op verzoek van de geïnterneerde persoon en van zijn advocaat.]2   § 4. Ter gelegenheid van de beslissing tot schorsing kan de kamer voor de bescherming van de maatschappij een uitgangsvergunning of een verlof toekennen en handelen overeenkomstig de artikelen [3 ...]3 36, 37, 38 en 39.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 197, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 182, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (3)<W 2026-07-22/07, art. 21, 015; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 62 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK IV. - De herroeping, de schorsing, de herziening van de in de artikelen [1 ...]1 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten / Afdeling III. - De herziening

    Lees de volledige brontekst
    Art. 62.§ 1. Ingeval de kamer voor de bescherming van de maatschappij, waarbij overeenkomstig de artikelen 59 of 61 de zaak aanhangig is gemaakt, van oordeel is dat de herroeping niet noodzakelijk is in het belang van de geïnterneerde persoon, van de samenleving of van het slachtoffer, kan zij de modaliteit herzien. In dat geval kan de kamer voor de bescherming van de maatschappij de opgelegde voorwaarden verscherpen, bijkomende voorwaarden opleggen of overschakelen naar een andere, meer aan de situatie aangepaste modaliteit, zoals bepaald in de artikelen [1 ...]1 20, 21, 23 en 24. De modaliteit wordt evenwel herroepen indien de geïnterneerde persoon niet instemt met de nieuwe voorwaarden of met de andere meer aan de situatie aangepaste modaliteit.   § 2. Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist de opgelegde voorwaarden te verscherpen of bijkomende voorwaarden op te leggen of een andere meer aan de situatie aangepaste modaliteit toe te kennen, bepaalt zij het ogenblik waarop deze beslissing uitvoerbaar wordt.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 198, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 63 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK IV. - De herroeping, de schorsing, de herziening van de in de artikelen [1 ...]1 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten / Afdeling III. - De herziening

    Lees de volledige brontekst
    Art. 63.   <Opgeheven bij W 2016-05-04/03, art. 199, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 64 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK IV. - De herroeping, de schorsing, de herziening van de in de artikelen [1 ...]1 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten / Afdeling IV. - De procedure

    Lees de volledige brontekst
    Art. 64.§ 1. Het openbaar ministerie kan, met het oog op een herroeping, schorsing of herziening van de toegekende modaliteit, de zaak aanhangig maken bij de kamer voor de bescherming van de maatschappij.   De zaak wordt behandeld op de eerste nuttige zitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij en uiterlijk binnen vijftien dagen na de aanhangigmaking.   De geïnterneerde persoon en zijn [1 advocaat]1 en het slachtoffer worden ten minste vijf dagen voor de datum van de behandeling van het dossier per [1 aangetekende brief]1 opgeroepen.   De zitting vindt plaats met gesloten deuren.   § 2. [1 Het dossier wordt ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de geïnterneerde persoon en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank of op de griffie van de inrichting waar de geïnterneerde verblijft.    De geïnterneerde persoon en zijn advocaat kunnen op hun verzoek een afschrift van het dossier verkrijgen.    Op advies van de psychiater van de inrichting of van de behandelende psychiater kan de rechter voor de bescherming van de maatschappij de geïnterneerde persoon in een met redenen omklede beschikking inzage en afschrift van zijn dossier of een gedeelte ervan ontzeggen wanneer die inzage een klaarblijkelijk ernstig nadeel voor zijn gezondheid kan meebrengen.]1   § 3. De kamer voor de bescherming van de maatschappij hoort de geïnterneerde persoon en zijn [1 advocaat]1, alsook het openbaar ministerie.   De geïnterneerde persoon verschijnt persoonlijk. Hij wordt door zijn [1 advocaat]1 vertegenwoordigd indien medisch-psychiatrische vragen in verband met zijn toestand gesteld worden en het bijzonder schadelijk is om deze in zijn aanwezigheid te behandelen.   Indien het de niet-naleving betreft van de voorwaarden die in het belang van het slachtoffer zijn opgelegd, wordt het slachtoffer hieromtrent gehoord. Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om [1 de niet-naleving van]1 deze voorwaarden te onderzoeken. [1 ...]1. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen.   Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een [1 advocaat]1 en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.   De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.   § 4. Binnen zeven dagen nadat de zaak in beraad is genomen, beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij over de herroeping, de schorsing of de herziening.   § 5. Het vonnis wordt binnen [1 binnen een werkdag bij aangetekende brief]1 ter kennis gebracht van de geïnterneerde persoon en zijn [1 advocaat]1 en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur van de inrichting [2 zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), of de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d)]2 of van [1 de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht]1.   Het slachtoffer wordt zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel, op de hoogte gebracht van de herroeping of de schorsing van de modaliteit of, in geval van herziening, van de in zijn belang gewijzigde voorwaarden of van de andere modaliteit die toegekend werd.   § 6. Het vonnis tot herroeping, schorsing of herziening wordt meegedeeld aan de autoriteiten en instanties die overeenkomstig artikel 44, § 2, op de hoogte moeten worden gebracht.   § 7. Tegen een vonnis van herroeping, schorsing en herziening bij verstek kan verzet aangetekend worden.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 200, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 302, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 65 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK IV. - De herroeping, de schorsing, de herziening van de in de artikelen [1 ...]1 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten / Afdeling V. - De voorlopige aanhouding

    Lees de volledige brontekst
    Art. 65.[3 § 1.]3 [1 Wanneer de geïnterneerde persoon een ernstig gevaar vormt voor de fysieke of psychische integriteit van derden, kan de procureur des Konings van het arrondissement waar de geïnterneerde persoon zich bevindt of het openbaar ministerie bij de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank, zijn voorlopige aanhouding bevelen, onder verplichting de bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij en desgevallend het openbaar ministerie daarvan onmiddellijk in kennis te stellen.]1   [1 De voorlopige aanhouding wordt uitgevoerd in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) [2 , b) en c)]2.]1   De bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist binnen zeven werkdagen na de opsluiting van de geïnterneerde persoon over de schorsing van de toegekende modaliteit. Dit vonnis wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de geïnterneerde persoon en zijn [1 advocaat]1, aan het openbaar ministerie en aan de directeur van de inrichting of van [1 de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval de dienst bevoegd voor het elektronisch toezich]1.   De beslissing tot schorsing is overeenkomstig artikel 61, § 3, geldig voor de duur van één maand.   [3 § 2. De voorlopige aanhouding is ook mogelijk in de periode nadat de internering bevolen werd doch vooraleer de bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij een beslissing heeft genomen overeenkomstig artikel 34.    De voorlopige aanhouding wordt uitgevoerd in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a), b) en c).    De bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist binnen zeven werkdagen na de opsluiting van de geïnterneerde persoon over de handhaving van de voorlopige aanhouding. Dit vonnis wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de geïnterneerde persoon en zijn advocaat, aan het openbaar ministerie, aan de directeur indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), aan de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c), en aan de bevoegde dienst van de Gemeenschappen.    De beslissing tot handhaving is geldig voor de duur van één maand. Binnen deze termijn wordt de zaak behandeld op de zitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij, overeenkomstig artikel 29 § 2.]3   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 201, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 303, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 183, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 66 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK V. - De definitieve invrijheidstelling / Afdeling I. - Voorwaarden

    Lees de volledige brontekst
    Art. 66.Behoudens in het geval van artikel 42, § 2, kan de definitieve invrijheidstelling worden toegekend aan de geïnterneerde persoon :   a) bij het verstrijken van de in artikel 42, § 1, bepaalde proeftermijn; én   b) [1 op voorwaarde dat de geestesstoornis voldoende gestabiliseerd is, zodat redelijkerwijze niet te vrezen valt dat de geïnterneerde persoon, al dan niet ten gevolge van zijn geestesstoornis, eventueel in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw misdrijven zoals bedoeld in artikel 9, § 1, 1°, zal plegen.]1.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 202, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 67 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK V. - De definitieve invrijheidstelling / Afdeling II. - De toekenningsprocedure

    Lees de volledige brontekst
    Art. 67.§ 1. [1 Drie maanden voor het einde van de proeftermijn waaraan de invrijheidstelling op proef overeenkomstig artikel 42, § 1, onderworpen is, deelt de bevoegde dienst van de Gemeenschappen aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij een eindverslag mee waarvan een afschrift aan het openbaar ministerie wordt gezonden.    Twee maanden voor het einde van de proeftermijn stelt het openbaar ministerie een met redenen omkleed advies op, zendt dit over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en deelt het in afschrift mee aan de geïnterneerde persoon en zijn advocaat. Wanneer het openbaar ministerie dit noodzakelijk acht om te oordelen of de voorwaarden voor een definitieve invrijheidstelling vervuld zijn, vordert het een nieuw forensisch psychiatrisch onderzoek dat voldoet aan de vereisten van de artikelen 5, § 2, 3° en 4°, 7 en 8.    Eén maand voor het einde van de proeftermijn beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij over de definitieve invrijheidstelling.    Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist tot de uitvoering van een nieuw forensisch psychiatrisch onderzoek dat voldoet aan vereisten van de artikelen 5, § 2, 7 en 8, wordt de proeftermijn van rechtswege verlengd met vier maanden.]1   § 2. De geïnterneerde persoon en zijn [1 advocaat]1 worden bij [1 aangetekende brief]1 in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.   § 3. Het dossier wordt gedurende ten minste [1 tien]1 dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de geïnterneerde persoon en zijn [1 advocaat]1 op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.   De geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen. Ook de [1 advocaat]1 van de geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier krijgen.   § 4. [1 ...]1.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 203, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 68 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK V. - De definitieve invrijheidstelling / Afdeling II. - De toekenningsprocedure

    Lees de volledige brontekst
    Art. 68.De kamer voor de bescherming van de maatschappij hoort de geïnterneerde persoon en zijn [1 advocaat]1 evenals het openbaar ministerie en desgevallend het slachtoffer.   De geïnterneerde persoon verschijnt persoonlijk. Hij wordt door zijn [1 advocaat]1 vertegenwoordigd indien medisch-psychiatrische vragen in verband met zijn toestand gesteld worden en het bijzonder schadelijk is om deze in zijn aanwezigheid te behandelen.   [1 Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om de in zijn belang opgelegde voorwaarden te evalueren. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen.]1   Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een [1 advocaat]1 en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.   De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 204, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 69 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK V. - De definitieve invrijheidstelling / Afdeling II. - De toekenningsprocedure

    Lees de volledige brontekst
    Art. 69. De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 70 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK V. - De definitieve invrijheidstelling / Afdeling II. - De toekenningsprocedure

    Lees de volledige brontekst
    Art. 70. De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan de behandeling van de zaak eenmaal uitstellen tot een latere zitting, zonder dat die zitting meer dan twee maanden na het uitstel mag plaatsvinden en zonder dat het einde van de proeftermijn mag overschreden worden.   In voorkomend geval blijft de geïnterneerde persoon onderworpen aan de hem opgelegde voorwaarden tot hem de beslissing van de kamer voor de bescherming van de maatschappij overeenkomstig artikel 75 is ter kennis gebracht.
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 71 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK V. - De definitieve invrijheidstelling / Afdeling III. - De beslissing van de kamer voor de bescherming van de maatschappij / Onderafdeling I. - Algemene bepaling

    Lees de volledige brontekst
    Art. 71. De kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen over de definitieve invrijheidstelling.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 72 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK V. - De definitieve invrijheidstelling / Afdeling III. - De beslissing van de kamer voor de bescherming van de maatschappij / Onderafdeling II. - De beslissing tot toekenning

    Lees de volledige brontekst
    Art. 72.[1 Het in kracht van gewijsde getreden vonnis]1 tot toekenning van de definitieve invrijheidstelling maakt een einde aan de internering.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 205, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 73 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK V. - De definitieve invrijheidstelling / Afdeling III. - De beslissing van de kamer voor de bescherming van de maatschappij / Onderafdeling III. - De beslissing tot niet-toekenning

    Lees de volledige brontekst
    Art. 73.[1 Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij de definitieve invrijheidstelling niet toekent, kan zij de proeftermijn van de invrijheidstelling op proef verlengen, onder dezelfde voorwaarden als voorheen of met aangepaste voorwaarden zonder deze echter te kunnen verscherpen of bijkomende voorwaarden te kunnen opleggen, met een telkens hernieuwbare termijn van maximaal twee jaar.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 206, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 74 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK V. - De definitieve invrijheidstelling / Afdeling III. - De beslissing van de kamer voor de bescherming van de maatschappij / Onderafdeling III. - De beslissing tot niet-toekenning

    Lees de volledige brontekst
    Art. 74. Eén maand voor het einde van de overeenkomstig artikel 73 verlengde proeftermijn beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij overeenkomstig de artikelen 67 tot 73 over de definitieve invrijheidstelling.
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 75 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK V. - De definitieve invrijheidstelling / Afdeling III. - De beslissing van de kamer voor de bescherming van de maatschappij / Onderafdeling IV. - De mededeling van de beslissing

    Lees de volledige brontekst
    Art. 75.§ 1. Het vonnis wordt [1 binnen een werkdag bij aangetekende brief]1 ter kennis gebracht van de geïnterneerde persoon en zijn [2 advocaat]2 en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie [3 , van de directeur van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is [4 en van de verantwoordelijke van de residentiële instelling]4 ingeval de betrokkene een invrijheidsstelling op proef ondergaat overeenkomstig artikel 42, § 3]3.   Het slachtoffer wordt zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel, op de hoogte gebracht van de toekenning van de definitieve invrijheidstelling of van de verlenging van de proeftermijn.   § 2. Het vonnis tot toekenning van de definitieve invrijheidstelling of van de verlenging van de proeftermijn wordt meegedeeld aan de volgende autoriteiten en instanties :   1° de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de geïnterneerde persoon tijdens de invrijheidstelling op proef is gevestigd;   2° de nationale gegevensbank die bedoeld wordt in [1 artikel 44/2]1 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt;   3° [1 in voorkomend geval, de bevoegde dienst van de Gemeenschappen die met de begeleiding is belast.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 207, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 304, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 185, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (4)<W 2021-11-28/01, art. 131, 009; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 76 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL V. - Gelijktijdige tenuitvoerlegging van een internering en een veroordeling tot een vrijheidsstraf

    Lees de volledige brontekst
    Art. 76.[1 De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op een persoon die zowel een vrijheidsstraf als een internering ondergaat.]1   [1 In afwijking van artikel 19 wordt de persoon die zowel een vrijheidsstraf als een internering ondergaat, geplaatst in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, b) of c). Indien hij de toelaatbaarheidsdatum voor een voorwaardelijke invrijheidstelling zoals bedoeld in artikel 25 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, heeft bereikt, kan hij ook worden geplaatst in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, d).]1   [1 Voor de toepassing van de voormelde wet wordt de duur van [2 de plaatsing in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, a), b), c) of d)]2 gelijkgesteld met detentie.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 208, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016, (NOTA : bij arrest nr.80/201/8 van 28-06-2018 (B.St. 30-07-2018, p. 59775), heeft het Grondwettelijk Hof het artikel 208, 2° vernietigd)>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 305, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 77 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL V. - Gelijktijdige tenuitvoerlegging van een internering en een veroordeling tot een vrijheidsstraf

    Lees de volledige brontekst
    Art. 77.[1 § 1.]1 De toekenning van een uitgaansvergunning, verlof, beperkte detentie, elektronisch toezicht [1 , invrijheidsstelling op proef en [2 vervroegde]2 invrijheidsstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering,]1 is slechts mogelijk overeenkomstig de tijdsvoorwaarden zoals bepaald door de artikelen 4, 7, 23, § 1, 25 of 26 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten.   In geval van invrijheidsstelling op proef mag de door de kamer voor de bescherming van de maatschappij te bepalen termijn niet korter zijn dan de [2 periode dat de veroordeelde, indien hij uitsluitend een vrijheidsstraf zou ondergaan, onder toezicht van de strafuitvoeringsrechtbank zou hebben gestaan]2.   [1 § 2. Op het ogenblik dat de duur van de invrijheidstelling de [2 periode overschrijdt waarin de persoon, indien hij uitsluitend een vrijheidsstraf zou ondergaan, onder toezicht van de strafuitvoeringsrechtbank zou hebben gestaan]2, wordt de betrokken persoon van rechtswege definitief in vrijheid gesteld voor wat betreft de veroordelingen.    § 3. Indien de geestestoestand van de betrokken persoon voldoende [2 gestabiliseerd]2 is voorafgaand aan het bereiken van de tijdsvoorwaarden voor de invrijheidstelling op proef zoals bepaald overeenkomstig paragraaf 1, kan de kamer voor de bescherming van de maatschappij, voor wat betreft de tenuitvoerlegging van de internering, beslissen tot een definitieve invrijheidsstelling overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 77/9, §§ 1 tot 9.    Ingeval een beslissing tot definitieve invrijheidsstelling van de internering wordt genomen, wordt de vrijheidsstraf verder ten uitvoer gelegd in een gevangenis. De bepalingen van de voormelde wet zijn vanaf dat ogenblik van toepassing.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 209, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016; (NOTA : bij arrest nr.80/201/8 van 28-06-2018 (B.St. 30-07-2018, p. 59775), heeft het Grondwettelijk Hof het artikel 209, 1° vernietigd)>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 306, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 77/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL Vbis. - [1 De internering van veroordeelden]1 / HOOFDSTUK I. [1 De beslissing tot internering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 77/1.[1 § 1. De veroordeelde die het voorwerp is van minstens één veroordeling wegens [3 een misdrijf]3 zoals bedoeld in artikel 9, § 1, 1°, bij wie tijdens de detentie door de psychiater van de gevangenis een geestesstoornis met een duurzaam karakter wordt vastgesteld die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden teniet doet of ernstig aantast of en ten aanzien van wie het gevaar bestaat dat hij ten gevolge van zijn geestesstoornis opnieuw misdrijven zal plegen zoals bedoeld in artikel 9, § 1, 1°, kan op verzoek van de directeur worden geïnterneerd door de bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij.    § 2. Indien bij deze persoon een in paragraaf 1 bedoelde toestand wordt vastgesteld, stelt de directeur een advies tot internering op.    Om zijn advies op te stellen, stelt de directeur een dossier samen dat bestaat uit :    1° een afschrift van de opsluitingsfiche;    2° een afschrift van de vonnissen en de arresten;    3° een uittreksel uit het strafregister;    4° de uiteenzetting van de feiten waarvoor de betrokkene werd veroordeeld;    5° het verslag van de psychiater van de gevangenis;    6° een recent verslag van de psychosociale dienst van de gevangenis.    § 3. De directeur maakt het dossier over aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij en de griffie deelt een afschrift ervan mee aan het openbaar ministerie, de veroordeelde en zijn advocaat. De kamer voor de bescherming van de maatschappij beveelt onverwijld een forensisch psychiatrisch onderzoek dat voldoet aan de vereisten van de artikelen 5, [2 § 1]2, 3° en 4°, 7 en 8.    De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen dat de veroordeelde ter observatie wordt opgenomen. In dat geval wordt de veroordeelde overgebracht naar het door de Koning opgericht beveiligd klinisch observatiecentrum. De observatiestelling mag twee maanden niet te boven gaan.    § 4. Binnen de maand na de ontvangst van het verslag van de deskundige, stelt het openbaar ministerie een met redenen omkleed advies op, zendt dit aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij en deelt het in afschrift mee aan de veroordeelde, zijn advocaat en de directeur.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-05-04/03, art. 212, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 186, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (3)<W 2026-03-30/01, art. 167, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 77/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL Vbis. - [1 De internering van veroordeelden]1 / HOOFDSTUK I. [1 De beslissing tot internering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 77/2. [1 § 1. De kamer voor de bescherming van de maatschappij behandelt de zaak op de eerste nuttige zitting na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie. Deze zitting vindt plaats uiterlijk twee maanden na de ontvangst van het verslag van de deskundige. Indien geen advies van het openbaar ministerie wordt toegezonden binnen de bij artikel 77/1, § 4, bepaalde termijn, brengt het openbaar ministerie zijn advies mondeling uit op de zitting.    De veroordeelde en zijn advocaat worden bij aangetekende brief en de directeur schriftelijk in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.    § 2. Het dossier wordt gedurende ten minste tien dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn advocaat op de griffie van de gevangenis waar de veroordeelde zijn straf ondergaat. De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier krijgen. De advocaat van de veroordeelde kan op zijn verzoek een afschrift van het dossier verkrijgen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-05-04/03, art. 213, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗