Gratis brononderzoek

Internering

Beslissing tot internering, uitvoering en opvolging van de beveiligingsmaatregel.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

156 bronvarianten

  1. Art. 77/3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL Vbis. - [1 De internering van veroordeelden]1 / HOOFDSTUK I. [1 De beslissing tot internering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 77/3. [1 De kamer voor de bescherming van de maatschappij hoort de veroordeelde en zijn advocaat, het openbaar ministerie en de directeur.    De veroordeelde verschijnt persoonlijk.    De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.    De zitting vindt plaats met gesloten deuren.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-05-04/03, art. 214, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 77/4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL Vbis. - [1 De internering van veroordeelden]1 / HOOFDSTUK I. [1 De beslissing tot internering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 77/4. [1 De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan de behandeling van de zaak eenmalig uitstellen tot een latere zitting zonder dat die zitting meer dan twee maanden na het uitstel mag plaatsvinden.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-05-04/03, art. 215, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 77/5 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL Vbis. - [1 De internering van veroordeelden]1 / HOOFDSTUK I. [1 De beslissing tot internering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 77/5. [1 De kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen.    Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij de internering van de veroordeelde uitspreekt, duidt zij de psychiatrische afdeling van de gevangenis aan waar de veroordeelde naar wordt overgebracht, in afwachting van het in kracht van gewijsde treden van het vonnis.    Het vonnis wordt binnen een werkdag bij aangetekende brief ter kennis gebracht van de betrokkene en zijn advocaat en het slachtoffer, en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur van de inrichting.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-05-04/03, art. 216, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 77/6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL Vbis. - [1 De internering van veroordeelden]1 / HOOFDSTUK II. - [1 Hoger beroep]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 77/6. [1 § 1. Tegen het vonnis van de kamer voor de bescherming van de maatschappij kan hoger beroep worden ingesteld door het openbaar ministerie en door de veroordeelde bij de correctionele kamer van het hof van beroep.    § 2. Het hoger beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van vijftien dagen die, ten aanzien van het openbaar ministerie begint te lopen vanaf de dag van het vonnis en ten aanzien van de veroordeelde vanaf de dag van kennisgeving.    De verklaring van hoger beroep wordt gedaan op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank die deze onverwijld overmaakt aan de griffie van het hof van beroep, die deze onmiddellijk inschrijft in het register van hoger beroep.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-05-04/03, art. 218, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 77/7 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL Vbis. - [1 De internering van veroordeelden]1 / HOOFDSTUK II. - [1 Hoger beroep]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 77/7. [1 § 1. De zaak wordt behandeld op de eerste nuttige zitting van de correctionele kamer bij het hof van beroep.    Het dossier wordt gedurende ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn advocaat op de griffie van de gevangenis waar de veroordeelde zijn straf ondergaat.    § 2. De correctionele kamer van het hof van beroep hoort de veroordeelde en zijn advocaat en de directeur.    De veroordeelde verschijnt persoonlijk.    De correctionele kamer van het hof van beroep kan beslissen eveneens andere personen te horen.    § 3. De zitting vindt plaats met gesloten deuren.    § 4. Over het hoger beroep wordt uitspraak gedaan uiterlijk binnen de vijftien dagen nadat het beroep is ingesteld.    § 5. De beslissing wordt meegedeeld binnen een werkdag bij aangetekende brief aan de veroordeelde en aan zijn advocaat en aan het slachtoffer en schriftelijk aan het openbaar ministerie.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-05-04/03, art. 219, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 77/8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL Vbis. - [1 De internering van veroordeelden]1 / HOOFDSTUK III. - [1 Beheer van de internering van de geïnterneerde veroordeelde]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 77/8.[1 De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de geïnterneerde veroordeelde.    In geval van invrijheidsstelling op proef mag de door de kamer voor de bescherming van de maatschappij te bepalen termijn niet korter zijn dan de periode dat de veroordeelde, indien hij uitsluitend een vrijheidsstraf zou ondergaan, onder toezicht van de strafuitvoeringsrechtbank zou hebben gestaan.    Voor de toepassing van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de straf-uitvoeringsmodaliteiten wordt de duur van de plaatsing in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, a), b), c) of d) gelijk gesteld met detentie.]1   ----------   (1)<W 2019-05-05/10, art. 187, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 77/9 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL Vbis. - [1 De internering van veroordeelden]1 / HOOFDSTUK III. - [1 Beheer van de internering van de geïnterneerde veroordeelde]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 77/9.[1 § 1. Indien voor het bereiken van de tijdsvoorwaarden voor de invrijheidstelling op proef, zoals bepaald overeenkomstig artikel 77/8, § 2, de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, op basis van een medisch advies, van oordeel is dat de geestestoestand van de geïnterneerde veroordeelde voldoende [2 gestabiliseerd]2 is, maakt hij een verzoek tot opheffing, vergezeld van het medisch advies, over aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij.    De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank maakt het verzoek, samen met het medisch verslag, binnen de termijn van een werkdag over aan het openbaar ministerie en aan de geïnterneerde en zijn advocaat.    § 2. Binnen de maand na de ontvangst van het verzoek, stelt het openbaar ministerie een met redenen omkleed advies op, zendt dit aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij en deelt het in afschrift mee aan de veroordeelde, zijn advocaat en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg.    § 3. De kamer voor de bescherming van de maatschappij behandelt de zaak op de eerste nuttige zitting na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie. Deze zitting vindt plaats uiterlijk twee maanden na de ontvangst van het verzoek tot opheffing van de internering. Indien geen advies van het openbaar ministerie wordt toegezonden binnen de bij paragraaf 2 bepaalde termijn, legt het openbaar ministerie zijn advies schriftelijk neer op de zitting.    De veroordeelde en zijn advocaat worden bij aangetekende brief en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg schriftelijk in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.    § 4. Het dossier wordt gedurende ten minste tien dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn advocaat op de griffie van de inrichting waar de veroordeelde verblijft. De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier krijgen. De advocaat van de veroordeelde kan op zijn verzoek een afschrift van het dossier verkrijgen.    § 5. Wanneer de kamer voor de bescherming van de maatschappij dit nodig acht, vordert zij een nieuw forensisch psychiatrisch onderzoek dat voldoet aan de vereisten van de artikelen 5, § 2, 3° en 4°, 7 en 8.    § 6. De kamer voor de bescherming van de maatschappij hoort de veroordeelde en zijn advocaat, het openbaar ministerie en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg.    De veroordeelde verschijnt persoonlijk.    De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.    De zitting vindt plaats met gesloten deuren.    § 7. De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan de behandeling van de zaak één maal uitstellen tot een latere zitting zonder dat die zitting meer dan twee maanden na het uitstel mag plaatsvinden.    § 8. De kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen.    Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij van oordeel is dat de internering niet langer aangewezen is, heft ze deze op en beveelt zij de terugkeer van de veroordeelde naar de gevangenis, tenzij de veroordeelde op dat ogenblik al zijn vrijheidsstraffen heeft ondergaan.    Het vonnis wordt binnen een werkdag bij aangetekende brief ter kennis gebracht van de geïnterneerde-veroordeelde en zijn advocaat en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg.    § 9. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.    § 10. Indien de geestestoestand van de geïnterneerde veroordeelde niet voldoende [2 gestabiliseerd]2 is op het ogenblik van het verstrijken van de straffen, blijft deze wet op hem van toepassing.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-05-04/03, art. 222, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 308, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 78 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VI. - Het cassatieberoep

    Lees de volledige brontekst
    Art. 78.[1 Tegen de beslissingen van de kamer voor de bescherming van de maatschappij met betrekking tot de toekenning, de afwijzing of de herroeping van de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de vrijstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied of met het oog op de overlevering en tot de herziening [2 overeenkomstig artikel 62]2, met betrekking tot de definitieve invrijheidstelling, evenals tegen de beslissing tot internering van een veroordeelde overeenkomstig artikel [2 77/7]2, staat cassatieberoep open voor het openbaar ministerie en de advocaat van de geïnterneerde persoon.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 223, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 309, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 79 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VI. - Het cassatieberoep

    Lees de volledige brontekst
    Art. 79.§ 1. [2 Het openbaar ministerie en de advocaat van de geïnterneerde persoon, desgevallend van de veroordeelde, stellen het cassatieberoep in binnen een termijn van vijf dagen, te rekenen van de uitspraak van het vonnis.]2   De cassatiemiddelen worden voorgesteld in een memorie die op de griffie van het Hof van Cassatie moet toekomen ten laatste op de vijfde dag na de datum van het cassatieberoep.   De beroepen worden ingediend bij een verklaring ter griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.   § 2. Het dossier wordt door de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank toegezonden aan de griffie van het Hof van Cassatie binnen achtenveertig uur, te rekenen van het instellen van het cassatieberoep.   § 3. Het cassatieberoep tegen een beslissing tot toekenning van een modaliteit heeft schorsende kracht.   Het Hof van Cassatie doet uitspraak binnen dertig dagen, te rekenen van het instellen van het cassatieberoep, met dien verstande dat de tenuitvoerlegging van de beslissing inmiddels geschorst blijft.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 224, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 310, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 80 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VI. - Het cassatieberoep

    Lees de volledige brontekst
    Art. 80.Na een cassatiearrest met verwijzing doet een anders samengestelde kamer voor de bescherming van de maatschappij [1 ...]1 uitspraak binnen veertien dagen, te rekenen van de uitspraak van dit arrest, met dien verstande dat de tenuitvoerlegging van de beslissing inmiddels geschorst blijft.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 225, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 81 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK I. - Diverse bepalingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 81.§ 1. De rechtscolleges kunnen over de verzoeken tot internering slechts beslissen ten aanzien van de betrokkenen die bijgestaan of vertegenwoordigd worden door een [1 advocaat]1.   § 2. De kamer voor de bescherming van de maatschappij en het Hof van Cassatie kunnen ten aanzien van de geïnterneerde persoon, slechts beslissen indien deze bijgestaan of vertegenwoordigd wordt door een [1 advocaat]1.   [2 § 3. Heeft de betrokkene geen advocaat gekozen, dan wijst de voorzitter er ambtshalve een voor hem aan.]2   [3 § 4. De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan, op gemotiveerd verzoek van de advocaat, toestaan dat de geïnterneerde persoon zich laat vertegenwoordigen door een advocaat.]3   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 226, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 311, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 188, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 81/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK I. - Diverse bepalingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 81/1. [1 De kamer voor de bescherming van de maatschappij houdt zich op de hoogte van de toestand van de geïnterneerde persoon en kan zich met het oog daarop naar de plaats van zijn internering begeven of deze taak aan één of meer van haar leden opdragen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-05-04/03, art. 227, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 82 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK I. - Diverse bepalingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 82. De bepalingen betreffende de vervolgingen in correctionele en criminele zaken zijn van toepassing op de bij deze wet voorgeschreven procedures, behoudens de afwijkingen die zij bepaalt.
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 83 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK I. - Diverse bepalingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 83.[1 Binnen elk ressort van het hof van beroep wordt een coördinator "extern zorgcircuit" aangewezen. De coördinatoren "extern zorgcircuit" ontwikkelen binnen hun ressort van het hof van beroep alle initiatieven die het mogelijk maken de opvang van de geïnterneerde personen te verbeteren en de samenwerking tussen Justitie en de zorgsector te bevorderen.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 228, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 84 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK I. - Diverse bepalingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 84.§ 1. De door de bevoegde overheid erkende inrichtingen die georganiseerd zijn door een privé-instelling, door een gemeenschap of een gewest of door een lokale overheid, die in staat zijn aan de geïnterneerde persoon de gepaste zorgen te verstrekken en die een [1 overeenkomst betreffende de plaatsing]1, zoals bedoeld in artikel 3, 5° hebben afgesloten inzake de toepassing van deze wet, ontvangen, in geval van plaatsing van een geïnterneerde, voor de administratieve activiteiten verricht in het kader van deze wet een vergoeding ten laste van de begroting van de Federale Staat. De Koning bepaalt het bedrag van de vergoeding en de uitvoeringsmodaliteiten.   § 2. [2 De Koning stelt de aard en de voorwaarden van tenlasteneming door de Federale Overheidsdienst Justitie vast van de kosten verbonden aan een plaatsing in een in artikel 3, 4°, d), vermelde inrichting.]2   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 229, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 189, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 84/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK Ibis. [1 Het gebruik van videoconferentie voor zittingen van de rechter voor de bescherming van de maatschappij of voor de kamer voor de bescherming van de maatschappij]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 84/1. [1 De artikelen 556 tot 562 en 565 tot 567 van het Wetboek van strafvordering zijn van toepassing voor zover daarvan niet wordt afgeweken door deze titel.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-25/20, art. 43, 012; Inwerkingtreding : 01-09-2024>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 84/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK Ibis. [1 Het gebruik van videoconferentie voor zittingen van de rechter voor de bescherming van de maatschappij of voor de kamer voor de bescherming van de maatschappij]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 84/2. [1 § 1. De geïnterneerde persoon, voor zover deze bekwaam is of diens bewindvoerder, zijn advocaat, het slachtoffer, het openbaar ministerie, de directeur, de verantwoordelijke van de zorg of elke andere persoon waarvan de rechter voor de bescherming van de maatschappij of de kamer voor de bescherming van de maatschappij heeft beslist deze te horen, kunnen de rechter voor de bescherming van de maatschappij of de kamer voor de bescherming van de maatschappij verzoeken om toelating om aan de zitting per videoconferentie deel te nemen. Dit verzoek moet ten laatste op de zesde dag voor de zitting op elektronische wijze worden meegedeeld aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en aan de andere in deze paragraaf bedoelde personen.    De rechter voor de bescherming van de maatschappij of de kamer voor de bescherming van de maatschappij kan dit verzoek inwilligen indien hij van oordeel is dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:    1° het gebruik van videoconferentie is verenigbaar met de bijzondere omstandigheden van de zaak;    2° de waarborgen waaraan het videoconferentiesysteem, overeenkomstig artikel 558, §§ 1 en 2, van het Wetboek van strafvordering moet voldoen, zijn vervuld.    Voor de in het tweede lid bedoelde beoordeling van de bijzondere omstandigheden van de zaak wordt rekening gehouden met de mogelijkheid tot interactie tussen de aanwezigen op de zitting, de fase van de procedure, de aard van het geschil, de complexiteit van de zaak, de bijstand van een advocaat, de geestestoestand van de geïnterneerde persoon, zijn fysieke toestand, zijn toestand van kwetsbaarheid evenals zijn verblijfssituatie, de technische capaciteit van de inrichtingen bedoeld in artikel 3, 4°, en de verblijfssituatie, de fysieke of psychische toestand evenals de kwetsbare toestand waarin het slachtoffer en elke andere persoon die het gerecht beslist te horen zich bevindt.    De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank stelt de betrokkene, het openbaar ministerie en naargelang het geval, het slachtoffer en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg van deze beslissing in kennis, uiterlijk op de derde dag vóór de zitting.    § 2. De rechter voor de bescherming van de maatschappij en de kamer voor de bescherming van de maatschappij kunnen, bij een met redenen omklede beslissing, de geïnterneerde persoon, zijn advocaat, het slachtoffer, het openbaar ministerie, de directeur, de verantwoordelijke voor de zorg of elke andere persoon die ze beslist hebben te horen, verbieden fysiek te verschijnen op of deel te nemen aan de zitting, wanneer ze van oordeel zijn dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:    1° het gebruik van videoconferentie is verenigbaar met de bijzondere omstandigheden van de zaak, die worden beoordeeld zoals bedoeld in paragraaf 1, derde lid;    2° de waarborgen waaraan het videoconferentiesysteem overeenkomstig artikel 558, §§ 1 en 2, van het Wetboek van strafvordering moet voldoen, zijn vervuld;    3° ingeval de videoconferentie de enige mogelijkheid is om aan de zitting deel te nemen omdat de epidemische noodsituatie is afgekondigd ingevolge artikel 3, § 1, van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie en maatregelen van bestuurlijke politie worden genomen die de fysieke verschijning op de zitting beletten of die tot gevolg hebben dat een dergelijke fysieke verschijning onmogelijk wordt.    De griffie geeft, ten laatste op de zesde dag voor de zitting, kennis van deze beslissing aan de personen opgeroepen om te verschijnen of deel te nemen aan de zitting per videoconferentie.    Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.    Ten aanzien van de geïnterneerde persoon die in kennis is gesteld van een verbod om fysiek te verschijnen of deel te nemen en die niet per videoconferentie op de zitting verschijnt, zijn de regels inzake het verstek van toepassing.    § 3. De persoon die overeenkomstig paragraaf 1 werd toegelaten om per videoconferentie te verschijnen of deel te nemen, wordt verondersteld te hebben toegestemd om te verschijnen of deel te nemen per videoconferentie.    Behalve de persoon die geïnterneerd is in een inrichting als bedoeld in artikel 3, 4°, heeft de persoon die werd toegelaten om per videoconferentie te verschijnen of deel te nemen, altijd het recht om voor het begin van de zitting te beslissen om op de plaats waar het gerecht zetelt op de zitting te verschijnen of eraan deel te nemen.    Bij de aanvang van elke zitting kijkt het gerecht na of het akkoord vrij en geïnformeerd werd gegeven. Het proces-verbaal van de zitting maakt hier melding van.    § 4. Elke kennisgeving door de griffie als bedoeld in dit hoofdstuk gebeurt op elektronische wijze aan het professioneel elektronisch adres van de advocaat of, indien het een persoon betreft die niet door een advocaat wordt bijgestaan, aan het gerechtelijk elektronisch adres van die persoon, of, bij gebreke daaraan, aan het laatste elektronisch adres dat de persoon heeft verstrekt in het kader van de rechtspleging. Indien bij de griffier geen elektronisch adres gekend is, of indien de kennisgeving aan het elektronisch adres kennelijk niet is geslaagd, kan de betrokkene enkel fysiek in de zittingszaal verschijnen op de zitting waarop hij regelmatig door het gerecht werd opgeroepen om te verschijnen. Als het verbod om fysiek te verschijnen niet kon ter kennis worden gebracht, kan het gerecht de zitting op een latere datum verdagen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-25/20, art. 44, 012; Inwerkingtreding : 01-09-2024>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 84/3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK Ibis. [1 Het gebruik van videoconferentie voor zittingen van de rechter voor de bescherming van de maatschappij of voor de kamer voor de bescherming van de maatschappij]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 84/3. [1 § 1. Behalve wanneer de zitting openbaar moet plaatsvinden, is de verschijning per videoconferentie van de geïnterneerde, zijn advocaat, het slachtoffer, de directeur, de verantwoordelijke voor de zorg of de persoon die de rechter voor sociale bescherming of de kamer voor de bescherming van de maatschappij heeft beslist te horen, slechts mogelijk indien de videoconferentie de waarborgen vervult bedoeld in artikel 558, §§ 1 en 2, van het Wetboek van strafvordering en:    1° ingeval de persoon geïnterneerd is in een inrichting als bedoeld in artikel 3, 4°, een gemachtigde van de directeur van de inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, of, in voorkomend geval, zijn advocaat als hij aanwezig is, aan het gerecht bevestigt dat niemand anders dan zijzelf, de geïnterneerde persoon en, in voorkomend geval, de met name genoemde personen die door de rechter zijn gemachtigd om aanwezig te zijn, aanwezig is op de plaats waar ze zich bevinden, noch op andere wijze kan worden gevolgd wat er wordt gezegd; of    2° de persoon zelf of, in voorkomend geval, zijn advocaat aan het gerecht bevestigt dat niemand anders dan zijzelf en, in voorkomend geval, de met name genoemde personen die door de rechter zijn gemachtigd om aanwezig te zijn, aanwezig is op de plaats waar de persoon zich bevindt op het moment van de verschijning, noch op andere wijze kan volgen wat er wordt gezegd; of    3° ingeval het gerecht van oordeel is dat de aanwezigheid van de advocaat of, bij gebreke ervan, een gerechtsdeurwaarder bij de persoon vereist is, de advocaat of, bij gebreke ervan, de gerechtsdeurwaarder, aan het gerecht bevestigt dat niemand anders dan hijzelf, de betrokkene en, in voorkomend geval, de met name genoemde personen die door de rechter zijn gemachtigd om aanwezig te zijn, aanwezig is op de plaats waar de persoon zich bevindt op het moment van de verschijning, noch op andere wijze kan volgen wat er wordt gezegd.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-25/20, art. 45, 012; Inwerkingtreding : 01-09-2024>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 84/4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK Ibis. [1 Het gebruik van videoconferentie voor zittingen van de rechter voor de bescherming van de maatschappij of voor de kamer voor de bescherming van de maatschappij]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 84/4. [1 Artikel 84/2, § 1, is niet van toepassing ten aanzien van de geïnterneerde persoon in de gevallen waarin de rechter voor de bescherming van de maatschappij of de kamer voor de bescherming van de maatschappij overeenkomstig artikel 76, § 4, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek zetelt in het administratieve gedeelte van de penitentiaire inrichting of de inrichting tot bescherming van de maatschappij of in een andere inrichting waar de geïnterneerde persoon verblijft.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-25/20, art. 46, 012; Inwerkingtreding : 01-09-2024>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 85 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 2014050511 / TITEL VII. - Diverse bepalingen. Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen / HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling I. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 85.   <Opgeheven bij W 2016-05-04/03, art. 230, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗