Gratis brononderzoek

Internering

Beslissing tot internering, uitvoering en opvolging van de beveiligingsmaatregel.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

156 bronvarianten

  1. Art. 40 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 40.In geval van toekenning van beperkte detentie, elektronisch toezicht of invrijheidstelling op proef kan de kamer voor de bescherming van de maatschappij, indien de geïnterneerde persoon de veiligheidsmaatregel van internering ondergaat voor een van de [3 op de in artikelen 134 tot 149, 151 tot 168, 170 tot 174, 177 tot 179, 183 voor zover de veroordeling inhoud van extreem pornografisch aard betreft, en 185 van het Strafwetboek]3 indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, de voorwaarde opleggen van het volgen van een begeleiding of een behandeling bij een dienst die in de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten gespecialiseerd is.   Wanneer de kamer voor de bescherming van de maatschappij [2 het in artikel 5, § 1, 5°, bedoelde deskundigenadvies of het in artikel 47, § 2, tweede lid, bedoelde advies van de dienst of persoon die gespecialiseerd is in de diagnostische expertise van seksuele delinquenten,]2, niet volgt, neemt zij een bijzondere met redenen omklede beslissing.   ----------   (1)<W 2016-02-01/09, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2016-05-04/03, art. 176, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (3)<W 2026-03-30/01, art. 164, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 41 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 41.§ 1. In geval van toekenning van de beperkte detentie of het elektronisch toezicht bepaalt de kamer voor de bescherming van de maatschappij het programma.   [1 De bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht,]1 staat in voor de uitwerking van de concrete invulling van de toegekende uitvoeringsmodaliteit overeenkomstig de door de Koning bepaalde regels.   § 2. De kamer voor de bescherming van de maatschappij bepaalt [1 , overeenkomstig artikel 21, § 1,]1 het aantal verlofdagen dat de geïnterneerde persoon per maand mag genieten tijdens de beperkte detentie of het elektronisch toezicht.   § 3. In geval van toekenning van [1 ...]1 het elektronisch toezicht bepaalt de [1 de kamer voor de bescherming van de maatschappij]1 eveneens de termijn waarvoor deze modaliteit wordt toegekend. Deze termijn mag maximum zes maanden bedragen en kan eenmaal worden verlengd voor een duur van maximum zes maanden.   § 4. [1 Vijftien dagen voor het einde van de in paragraaf 3 bepaalde termijn beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij over de verlenging van het elektronisch toezicht, of over de omzetting van het elektronisch toezicht in een andere uitvoeringsmodaliteit.    De geïnterneerde persoon en zijn advocaat, evenals het slachtoffer worden bij aangetekende brief in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.    Het dossier wordt gedurende ten minste tien dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de geïnterneerde persoon en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.]1   De geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen. Ook de [1 advocaat]1 van de geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier krijgen.   [1 Op advies van de psychiater van de inrichting of van de behandelende psychiater kan de rechter voor de bescherming van de maatschappij de geïnterneerde persoon in een met redenen omklede beschikking inzage en afschrift van zijn dossier of een gedeelte ervan ontzeggen wanneer die inzage een klaarblijkelijk ernstig nadeel voor zijn gezondheid kan meebrengen.]1.   § 5. De kamer voor de bescherming van de maatschappij hoort de geïnterneerde persoon en zijn [1 advocaat]1 [1 ...]1 en het openbaar ministerie.   De geïnterneerde persoon verschijnt persoonlijk. Hij wordt door zijn [1 advocaat]1 vertegenwoordigd indien medisch-psychiatrische vragen in verband met zijn toestand gesteld worden en het bijzonder schadelijk is om deze in zijn aanwezigheid te behandelen.   Het slachtoffer wordt gehoord over de bijzondere voorwaarden die in zijn belang moeten worden opgelegd. Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. [1 Het openbaar ministerie licht bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die het in zijn advies heeft geformuleerd in het belang van het slachtoffer]1. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen.   Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een [1 advocaat]1 en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.   [1 De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.]1   De zitting vindt plaats met gesloten deuren.   § 6. De [1 kamer voor de bescherming van de maatschappij]1 beslist binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen.   Artikel 44 is van toepassing.   § 7. Bij het verstrijken van de overeenkomstig in §§ 3 en 4 bepaalde termijn kent de [1 kamer voor de bescherming van de maatschappij]1 aan de geïnterneerde persoon de invrijheidstelling op proef toe.   De §§ 4, tweede tot vijfde lid, en 5 zijn van toepassing.   De artikelen 42 en 44 zijn van toepassing.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 177, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 42 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 42.§ 1. In geval van invrijheidstelling op proef wordt de geïnterneerde persoon onderworpen aan algemene en desgevallend bijzondere voorwaarden gedurende [1 een termijn van drie jaar, telkens hernieuwbaar met maximaal twee jaar.]1.   § 2. In geval van vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering wordt de geïnterneerde persoon na [1 zes jaar van rechtswege definitief in vrijheid gesteld, te rekenen vanaf de uitvoering van het vonnis]1.   [1 § 3. Ingeval de invrijheidsstelling op proef wordt toegekend onder de voorwaarde te verblijven in een residentiële [2 instelling]2, worden alle beslissingen om de [2 instelling]2 [2 tijdelijk te verlaten]2 genomen door de verantwoordelijke van deze [2 instelling]2.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 178, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 173, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 43 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 43.[1 Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist tot een plaatsing, bepaalt zij in haar vonnis wanneer de directeur, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, b), of de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), een advies moet uitbrengen.]1.   Deze termijn mag niet langer zijn dan één jaar te rekenen van de datum van het vonnis.   [2 Indien er geen advies werd uitgebracht binnen deze termijn, vat het openbaar ministerie onverwijld de kamer voor de bescherming van de maatschappij.]2   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 179, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 174, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 44 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 44.§ 1. [1 Het vonnis of de beschikking wordt binnen een werkdag bij aangetekende brief ter kennis gebracht van de geïnterneerde persoon en zijn advocaat en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie, van de directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), van de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), [3 van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is, [4 en van de verantwoordelijke van de residentiële instelling]4 ingeval het een invrijheidsstelling op proef overeenkomstig artikel 42, § 3, betreft]3.]1   Het slachtoffer wordt eveneens zo snel mogelijk, en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel, op de hoogte gebracht van het vonnis en, in voorkomend geval, van de voorwaarden die in zijn belang zijn opgelegd.   § 2. [3 Het vonnis tot plaatsing overeenkomstig artikel 19 en het vonnis tot toekenning]3 van een of meer in de artikelen 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten wordt door het openbaar ministerie meegedeeld aan de volgende autoriteiten en instanties :   1° de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de geïnterneerde persoon zich zal vestigen;   2° de nationale gegevensbank die bedoeld wordt in [1 artikel 44/2]1 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt;   3° in voorkomend geval, [1 de bevoegde dienst van de Gemeenschappen]1 van het gerechtelijk arrondissement waarin de geïnterneerde persoon zijn verblijfplaats heeft;   4° [1 de bevoegde dienst voor elektronisch toezicht]1, ingeval het een beslissing tot toekenning van een elektronisch toezicht betreft;   [3 5° aan de bevoegde dienst van de Gemeenschappen van de verblijfplaats van het slachtoffer in geval er slachtoffergerichte voorwaarden zijn opgelegd;    6° aan de korpschef van de lokale politie van de plaatsen waar de veroordeelde zich niet mag begeven en van de verblijfplaatsen van de personen waarmee hij niet in contact mag komen;    7° in voorkomend geval, de directeur, indien het een beslissing tot plaatsing betreft in een inrichting bedoeld in artikel 3, 4°, b), of de verantwoordelijke voor de zorg, indien het een beslissing tot plaatsing betreft in een inrichting bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d);    8° in voorkomend geval, indien het een beslissing tot invrijheidsstelling op proef betreft overeenkomstig artikel 42, § 3, de verantwoordelijke van de residentiële instelling;]3   [5 9° aan de Dienst Vreemdelingenzaken, ingeval de beslissing betrekking heeft op een vervroegde invrijheidstelling met het op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.]5   [2 Indien de in de bepalingen onder 3° [3 tot 5°]3 bedoelde diensten nog niet eerder betrokken werden in het dossier, maakt de griffie eveneens onverwijld het dossier over aan hen. Dit dossier omvat minstens de volgende informatie : het afschrift van de vonnissen en arresten, de uiteenzetting van de feiten waarvoor de betrokkene werd geïnterneerd, de verslagen van het deskundigenonderzoek, het uittreksel uit het strafregister, het afschrift van de geactualiseerde opsluitingsfiche, de eventueel reeds eerder genomen beslissingen door de kamer voor de bescherming van de maatschappij, de rechter voor de bescherming van de maatschappij of het Hof van Cassatie.]2   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 180, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 296, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 175, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (4)<W 2021-11-28/01, art. 128, 009; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (5)<W 2024-03-28/60, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 08-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 45 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 45.Het vonnis tot toekenning van een in hoofdstuk I van deze titel bedoelde modaliteit wordt uitvoerbaar op de dag waarop het in kracht van gewijsde is gegaan, tenzij de kamer voor de bescherming van de maatschappij een andere datum [1 of een ander moment]1 bepaalt.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 181, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 46 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling II. - De wijziging van de beslissing

    Lees de volledige brontekst
    Art. 46.§ 1. Indien zich, nadat de beslissing tot toekenning van een uitvoeringsmodaliteit door [2 de rechter of]2 de kamer voor de bescherming van de maatschappij is genomen maar voor de uitvoering ervan, een situatie voordoet die onverenigbaar is met de modaliteit zelf of met de voorwaarden die in deze beslissing zijn bepaald, kan [2 de rechter of]2 de kamer voor de bescherming van de maatschappij, ambtshalve of op vordering van het openbaar ministerie, een nieuwe beslissing nemen, met inbegrip van de intrekking van de modaliteit die werd toegekend.   § 2. De geïnterneerde persoon en zijn [1 advocaat]1 en desgevallend ook het slachtoffer worden bij [1 aangetekende brief]1 opgeroepen om binnen zeven dagen na de vaststelling van de onverenigbaarheid te verschijnen voor de kamer voor de bescherming van de maatschappij. De oproeping bij gerechtsbrief schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing tot toekenning van de desbetreffende modaliteit.   [1 De directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), of de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), en desgevallend het slachtoffer, worden schriftelijk in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.]1   § 3. De procedure verloopt verder overeenkomstig de artikelen 29 § 5, met dien verstande dat de inzagetermijn wordt beperkt tot ten minste twee dagen, 30, 31, 33 met dien verstande dat [2 de rechter of, in voorkomend geval,]2 de kamer voor de bescherming van de maatschappij binnen de zeven dagen beslist, 44, §§ 1 en 2, en 45.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 182, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 176, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 47 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling III. - Verder beheer van de internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 47.[1 § 1. De directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang van de inrichting waar de geïnterneerde persoon verblijft, bezorgt een advies aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank op het tijdstip bedoeld in artikel 43, na de geïnterneerde persoon gehoord te hebben.    § 2. Het advies van de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg omvat een geactualiseerd multidisciplinair psychosociaal-psychiatrisch verslag en een met redenen omkleed voorstel tot toekenning of afwijzing van de overplaatsing, en de in de artikelen 20, 21, 23 tot 25 en 28 bepaalde modaliteiten en, in voorkomend geval, de bijzondere voorwaarden die hij nodig acht op te leggen aan de geïnterneerde persoon. Indien dit nodig is voor het opstellen van zijn advies omtrent de toekenning van uitvoeringsmodaliteiten bedoeld in de artikelen 20, § 2, [2 1° en]2 3°, 21 en 23 tot 25, kan de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg de bevoegde dienst van de Gemeenschappen de opdracht geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren, met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke informatie over het onthaalmilieu waarin de uitvoeringsmodaliteit zal worden uitgevoerd. [2 Hij brengt deze opdracht via het snelste, schriftelijk communicatiemiddel ter kennis van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen vergezeld van het dossier, voor zover deze dienst daar nog niet over beschikt, dat minstens de volgende documenten omvat : het afschrift van de vonnissen en arresten, de uiteenzetting van de feiten waarvoor de betrokkene werd geïnterneerd, de verslagen van het deskundigenonderzoek, het afschrift van de opsluitingsfiche en het uittreksel uit het strafregister.]2    Indien de betrokkene geïnterneerd is voor de [3 op de in artikelen 134 tot 149, 151 tot 168, 170 tot 174, 177 tot 179, 183 voor zover de veroordeling inhoud van extreem pornografisch aard betreft, en 185 van het Strafwetboek]3 indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, omvat het advies van de directeur of de verantwoordelijke van de zorg eveneens het met redenen omkleed advies dat een beoordeling van de noodzaak om een begeleiding of behandeling op te leggen omvat en dat opgesteld is door een dienst of persoon die gespecialiseerd is in de diagnostische expertise van seksuele delinquenten.    § 3. Een afschrift van het advies van de directeur of van de verantwoordelijke voor de zorg wordt overgezonden aan het openbaar ministerie, aan de geïnterneerde persoon en aan de advocaat van de geïnterneerde persoon. Op advies van de psychiater van de inrichting of van de behandelende psychiater kan de rechter voor de bescherming van de maatschappij de geïnterneerde persoon in een met redenen omklede beschikking de afgifte van het afschrift aan de geïnterneerde persoon ontzeggen wanneer dit een klaarblijkelijk ernstig nadeel inhoudt voor zijn gezondheid.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 183, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 297, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>   (3)<W 2026-03-30/01, art. 165, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 48 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling III. - Verder beheer van de internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 48.[1 De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank vult het dossier, zoals samengesteld overeenkomstig artikel 29, § 3, aan met :    1° in voorkomend geval, een recent afschrift van de opsluitingsfiche;    2° een recent uittreksel uit het strafregister;    3° het advies van de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg;    4° desgevallend een recent verslag van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen;    5° desgevallend de slachtofferverklaring(en) en de nieuwe slachtofferfiche(s).]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 184, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 49 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling III. - Verder beheer van de internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 49.[1 Binnen een maand na de ontvangst van het advies van de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, stelt het openbaar ministerie een met redenen omkleed advies op, zendt dit over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en deelt het in afschrift mee aan de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg. De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank deelt een afschrift van het advies van het openbaar ministerie mee aan de advocaat van de geïnterneerde persoon en aan de geïnterneerde persoon, tenzij op advies van de psychiater van de inrichting of van de behandelende psychiater in een met redenen omklede beschikking inzage en afschrift van zijn dossier of van een gedeelte ervan is ontzegd wanneer die inzage een klaarblijkelijk ernstig nadeel voor zijn gezondheid kan inhouden.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 185, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 50 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling III. - Verder beheer van de internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 50.§ 1. De zaak wordt behandeld op de eerste nuttige zitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie. Deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk twee maanden na de ontvangst van het advies van de directeur [1 of de verantwoordelijke voor de zorg]1.   § 2. Indien geen advies van het openbaar ministerie wordt toegezonden binnen de bij artikel 49 bepaalde termijn, dient het openbaar ministerie zijn advies [1 schriftelijk uit te brengen vóór de zitting of het schriftelijke advies neer te leggen ter zitting]1.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 186, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 51 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling III. - Verder beheer van de internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 51.§ 1. De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan de [1 de bevoegde dienst van de gemeenschappen]1 de opdracht geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren. [1 ...]1. [2 De griffie maakt het dossier over aan deze dienst voor zover deze daar nog niet over beschikt. Dit dossier omvat minstens het afschrift van de vonnissen en arresten, de uiteenzetting van de feiten waarvoor de betrokkene werd geïnterneerd, de verslagen van het deskundigenonderzoek, het uittreksel uit het strafregister, het afschrift van de opsluitingsfiche, in voorkomend geval het advies van de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg en de eventueel reeds eerder genomen beslissingen door de kamer voor de bescherming van de maatschappij, de rechter voor de bescherming van de maatschappij of het Hof van Cassatie.]2   § 2. De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan eveneens bij gemotiveerde beschikking een aanvullend forensisch psychiatrisch onderzoek bevelen dat voldoet aan de vereisten van [1 de artikelen 5, [3 § 1]3, 7 en 8]1.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 187, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 298, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 178, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 52 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling III. - Verder beheer van de internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 52. De procedure verloopt verder overeenkomstig de artikelen 29, §§ 4 en 5, 30 tot 45 en desgevallend 46.
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 53 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling III. - Verder beheer van de internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 53.[1 § 1. In afwijking van de procedure bepaald bij de artikelen 47 tot 51, kan bij hoogdringendheid een kabinetsbeslissing worden genomen omtrent een verzoek tot uitgaansvergunning zoals bedoeld in artikel 20, § 2, 1° en 2°.    In dit geval blijven de artikelen 36, 37, 38, 44, §§ 1 en 2, 45 en desgevallend 46 van toepassing.    § 2. Daartoe wordt een schriftelijk verzoek door het openbaar ministerie, door de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang de inrichting waar de geïnterneerde persoon geplaatst is, of door de geïnterneerde persoon en zijn advocaat, gericht tot de rechter voor de bescherming van de maatschappij dat ter griffie van de strafuitvoeringrechtbank in een daartoe speciaal gehouden register wordt ingeschreven.    In voorkomend geval kan de rechter voor de bescherming van de maatschappij via de snelst mogelijke weg bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn om zijn beslissing te kunnen nemen.    § 3. De beschikking wordt genomen binnen de vijf werkdagen, zonder oproeping van partijen noch debat, na inschrijving in voormeld register. Ingeval er bijkomende inlichtingen worden ingewonnen, kan deze termijn worden verlengd tot zeven werkdagen.    De beschikking wordt door de griffier aan het openbaar ministerie, aan de verzoeker, aan de geïnterneerde persoon en de advocaat, de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg en/of aan het slachtoffer, via het snelst mogelijke schriftelijk communicatiemiddel, ter kennis gebracht binnen de vierentwintig uur na de beschikking.    Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 188, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 54 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling III. - Verder beheer van de internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 54.§ 1. [1 Bij hoogdringendheid neemt de kamer voor de bescherming van de maatschappij, bij een met redenen omklede beschikking, een beslissing omtrent een verzoek tot overplaatsing van de geïnterneerde persoon, uitgaansvergunning, zoals bedoeld in artikel 20, § 2, 3°, verlof, beperkte detentie, elektronisch toezicht, invrijheidstelling op proef en vervroegde invrijheidsstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.]1.   § 2. [1 Een verzoek overeenkomstig paragraaf 1, kan worden ingediend door het openbaar ministerie, door de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang de inrichting waar de geïnterneerde persoon geplaatst is, of door de geïnterneerde persoon en zijn advocaat.]1.   § 3. Daartoe wordt een schriftelijk verzoek gericht tot de voorzitter van de bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij dat ter griffie van de strafuitvoeringrechtbank in een daartoe speciaal register wordt ingeschreven.   [1 In voorkomend geval kan de kamer voor de bescherming van de maatschappij via de snelst mogelijke weg bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn om haar beslissing te kunnen nemen.]1   § 4. [3 Tenzij de kamer voor de bescherming van de maatschappij van oordeel is dat voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing een tegensprekelijke zitting moet worden georganiseerd overeenkomstig paragraaf 8, neemt ze de beschikking]3 binnen de vijf werkdagen, zonder oproeping van partijen noch debat, na inschrijving in voormeld register. [1 Ingeval er bijkomende inlichtingen worden ingewonnen, kan deze termijn worden verlengd tot zeven werkdagen.]1.   De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan bij gemotiveerde beslissing de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren niettegenstaande verzet.   [1 De beschikking wordt door de griffier aan het openbaar ministerie, aan de geïnterneerde persoon en zijn advocaat, [2 in voorkomend geval de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, in voorkomend geval de bevoegde dienst van de Gemeenschappen of de dienst bevoegd voor elektronisch toezicht]2 en, in voorkomend geval, aan het slachtoffer, via het snelst mogelijke schriftelijk communicatiemiddel, binnen de vierentwintig uur na de beschikking ter kennis gebracht.]1 [2 De griffie maakt het dossier over aan deze dienst voor zover deze daar nog niet over beschikt. Dit dossier omvat minstens het afschrift van de vonnissen en arresten, de uiteenzetting van de feiten waarvoor de betrokkene werd geïnterneerd, de verslagen van het deskundigenonderzoek, het uittreksel uit het strafregister, het afschrift van de opsluitingsfiche, in voorkomend geval het advies van de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg en de eventueel reeds eerder genomen beslissingen door de kamer voor de bescherming van de maatschappij, de rechter voor de bescherming van de maatschappij of het Hof van Cassatie.]2   § 5. [3 Tegen deze beschikking kan het openbaar ministerie of de advocaat van de geïnterneerde persoon, voor zover het verzoek niet van deze partij is uitgegaan, binnen vijf werkdagen na de kennisgeving verzet aantekenen bij een verklaring ter griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.]3   Het verzet heeft opschortende werking, tenzij de onmiddellijke tenuitvoerlegging werd bevolen.   § 6. Bij verzet [1 ...]1 wordt de zaak ambtshalve vastgesteld op de eerst nuttige zitting van de kamer ter bescherming van de maatschappij, uiterlijk binnen de veertien dagen na de beschikking bij hoogdringendheid.   De procedure verloopt verder overeenkomstig [3 paragraaf 9]3.   § 7. Indien geen of geen tijdig verzet wordt aangetekend, wordt de beschikking geacht definitief op tegenspraak te zijn gewezen.   [3 § 8. Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij van oordeel is dat voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing een tegensprekelijke zitting moet georganiseerd worden om verdere informatie in te winnen, wordt de zaak ambtshalve vastgesteld op de eerste nuttige zitting van de kamer ter bescherming van de maatschappij en uiterlijk binnen de veertien dagen na het verstrijken van de termijn bepaald in paragraaf 4. De procedure verloopt verder overeenkomstig paragraaf 9.    § 9. Indien de zaak ambtshalve is vastgesteld ter zitting, worden de geïnterneerde persoon en zijn advocaat evenals het openbaar ministerie en de directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), en de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), gehoord.    De geïnterneerde persoon verschijnt persoonlijk. Hij wordt door zijn advocaat vertegenwoordigd indien medisch-psychiatrische vragen in verband met zijn toestand gesteld worden en het bijzonder schadelijk is om deze in zijn aanwezigheid te behandelen.    De advocaat van de geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.    Indien het hoogdringend verzoek voorwaarden betreft die in zijn belang zijn opgelegd, kan het slachtoffer worden gehoord. Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. Het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben gesteld in het belang van het slachtoffer. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen. Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een advocaat en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.    De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.    De zitting vindt plaats met gesloten deuren.    Binnen zeven dagen nadat de zaak in beraad is genomen, beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij.    § 10. Het vonnis over het hoogdringend verzoek wordt bij aangetekende brief meegedeeld aan de geïnterneerde persoon en zijn advocaat en zo snel mogelijk en in elk geval binnen een werkdag via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel aan het slachtoffer, indien het voorwaarden betreft die in het belang van het slachtoffer zijn opgelegd, alsook schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg of de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht.    De beslissingen worden eveneens meegedeeld aan de autoriteiten en instanties, overeenkomstig artikel 44, § 2.]3   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 189, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 299, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 179, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 55 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling III. - Verder beheer van de internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 55.[1 In geval van overbrenging om medische redenen van een geplaatste geïnterneerde persoon naar een penitentiair genees- en heelkundig centrum of naar een ziekenhuis, stelt de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang van de inrichting waar de geïnterneerde persoon verblijft, hiervan onmiddellijk via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel de kamer voor de bescherming van de maatschappij in kennis, die zo nodig kan handelen overeenkomstig artikel 54, voor de duur van de behandeling.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 190, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 56 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling IV. - Bijzondere procedure inzake de overplaatsing

    Lees de volledige brontekst
    Art. 56.In dringende gevallen en om redenen van veiligheid kan de minister van Justitie [2 of zijn gemachtigde]2 de voorlopige overplaatsing van een geïnterneerde persoon verblijvende in een [1 inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b) naar een andere inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b)]1 bevelen.   Deze beslissing wordt onmiddellijk ter kennis gebracht van de kamer voor de bescherming van de maatschappij die op de eerstvolgende nuttige zitting een definitieve beslissing neemt overeenkomstig de artikelen 29, §§ 3, 4, 5, evenals 30, 31, 33, 34, 44 en 45.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 191, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 129, 009; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 57 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK III. - Opvolging en controle van de in de artikelen 19, 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten

    Lees de volledige brontekst
    Art. 57.§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 19 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt is het openbaar ministerie belast met de controle op de geïnterneerde persoon tijdens het verloop [3 van de in artikel 19 bedoelde plaatsing en van de in de artikelen 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten]3.   § 2. De directeur of de [1 verantwoordelijke voor de zorg brengt over het verloop van de plaatsing en de uitgaansvergunning]1verslag uit aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij wanneer hij het nuttig acht of indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij hem erom verzoekt. De directeur of de [1 verantwoordelijke voor de zorg]1 stelt, in voorkomend geval, de maatregelen voor die hij nuttig acht.   De mededelingen tussen de kamer voor de bescherming van de maatschappij en de directeur of [1 verantwoordelijke voor de zorg]1 gebeuren in de vorm van verslagen, waarvan een afschrift aan het openbaar ministerie wordt gezonden.   § 3. De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan aan de [1 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]1 de opdracht geven het verloop van het verlof te evalueren. [2 De griffie maakt het dossier over aan deze dienst voor zover deze daar nog niet over beschikt. Dit dossier omvat minstens het afschrift van de vonnissen en arresten, de uiteenzetting van de feiten waarvoor de betrokkene werd geïnterneerd, de verslagen van het deskundigenonderzoek, het uittreksel uit het strafregister, het afschrift van de opsluitingsfiche, in voorkomend geval het advies van de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg en de eventueel reeds eerder genomen beslissingen door de kamer voor de bescherming van de maatschappij, de rechter voor de bescherming van de maatschappij of het Hof van Cassatie.]2   Deze evaluatie wordt in de vorm van een verslag gericht aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij, dat in kopie aan het openbaar ministerie en aan de directeur [1 of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang de inrichting waar de geïnterneerde persoon verblijft,]1 wordt gezonden.   § 4. Indien een beperkte detentie, een elektronisch toezicht of een invrijheidstelling op proef wordt toegekend, brengt de [1 bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht]1, binnen een maand na de toekenning van de modaliteit verslag uit over het verloop van de modaliteit aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij, en verder telkens hij het nuttig acht, of op verzoek van het openbaar ministerie of telkens de kamer voor de bescherming van de maatschappij hem erom verzoekt, en ten minste om de zes maanden. De [1 bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht]1, stelt, in voorkomend geval, de maatregelen voor die hij nuttig acht.   De mededelingen tussen de kamer voor de bescherming van de maatschappij en de [1 bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht]1 gebeuren in de vorm van verslagen die in afschrift aan het openbaar ministerie worden overgezonden.   § 5. Indien aan de toekenning van een modaliteit de voorwaarde wordt gekoppeld om een begeleiding of behandeling te volgen, brengt de persoon of dienst die de opdracht aanneemt aan de [1 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]1, binnen een maand na de toekenning van de modaliteit en telkens wanneer die persoon of dienst het nuttig acht, op verzoek van de kamer voor de bescherming van de maatschappij en ten minste om de zes maanden, verslag uit over de opvolging van de begeleiding of behandeling.   Het in het eerste lid bedoelde verslag handelt over de volgende punten : de daadwerkelijke aanwezigheden van de [1 geïnterneerde persoon]1 op de voorgestelde raadplegingen, zijn ongewettigde afwezigheden, het eenzijdig stopzetten van de begeleiding of de behandeling door de [1 geïnterneerde persoon]1, de moeilijkheden die bij de uitvoering daarvan gerezen zijn en de situaties die een ernstig risico inhouden voor derden [1 of voor zichzelf]1.   § 6. [1 ...]1.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 192, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 300, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 180, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 58 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK III. - Opvolging en controle van de in de artikelen 19, 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten

    Lees de volledige brontekst
    Art. 58.§ 1. De geïnterneerde persoon en zijn [1 advocaat]1, het openbaar ministerie en de directeur of de [1 verantwoordelijke voor de zorg]1 kunnen de kamer voor de bescherming van de maatschappij verzoeken een of meer opgelegde voorwaarden te schorsen, nader te omschrijven of aan te passen aan de omstandigheden, zonder dat evenwel de opgelegde voorwaarden kunnen worden verscherpt of bijkomende voorwaarden kunnen worden opgelegd.   Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie van de [1 strafuitvoeringsrechtbank]1.   [3 ...]3   § 2. [3 ...]3   § 3. [3 In voorkomend geval kan de kamer voor de bescherming van de maatschappij via de snelst mogelijke weg bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn om haar beslissing te kunnen nemen.    De kamer voor de bescherming van de maatschappij neemt onverwijld en ten laatste één maand na de ontvangst van het in paragraaf 1 bedoelde verzoek een gemotiveerde beschikking, tenzij zij van oordeel is dat een tegensprekelijke zitting overeenkomstig paragraaf 4 moet worden georganiseerd.    De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan bij gemotiveerde beslissing de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren niettegenstaande verzet.]3   [3 § 3/1. Tegen deze beschikking kan het openbaar ministerie of de advocaat van de geïnterneerde persoon, voor zover het verzoek niet van deze partij is uitgegaan, binnen vijf werkdagen na de kennisgeving verzet aantekenen bij een verklaring op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. Het verzet heeft opschortende werking, tenzij werd beslist tot onmiddellijke uitvoering.    Ingeval van verzet, wordt de zaak ambtshalve vastgesteld op de eerste nuttige zitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij, die uiterlijk veertien dagen na de aantekening van het verzet moet plaatsvinden.]3   § 4. Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij het nuttig acht om te kunnen oordelen over de schorsing, nadere omschrijving of aanpassing, overeenkomstig § 1, van de opgelegde voorwaarden, kan ze op een zitting hieromtrent verdere informatie inwinnen. Deze zitting moet plaatsvinden ten laatste één maand na de ontvangst van het in § 1 bedoelde schriftelijk verzoek. De geïnterneerde persoon en zijn [1 advocaat]1 evenals het openbaar ministerie worden gehoord. De geïnterneerde persoon verschijnt persoonlijk [2 ...]2. Hij wordt door zijn [1 advocaat]1 vertegenwoordigd indien medisch-psychiatrische vragen in verband met zijn toestand gesteld worden en het bijzonder schadelijk is om deze in zijn aanwezigheid te behandelen.   De [1 advocaat]1 van de geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.   Indien het voorwaarden betreft die in zijn belang zijn opgelegd, kan het slachtoffer worden gehoord. Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. Het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, de directeur [1 of de verantwoordelijke voor de zorg]1 lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben gesteld in het belang van het slachtoffer. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen. Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een [1 advocaat]1 en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.   De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.   De zitting vindt plaats met gesloten deuren.   Binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen, beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij.   § 5. Het vonnis over de schorsing, nadere omschrijving of aanpassing, overeenkomstig § 1, van de opgelegde voorwaarden, wordt bij [1 aangetekende brief]1 meegedeeld aan de geïnterneerde persoon en zijn [1 advocaat]1 en zo snel mogelijk en in elk geval binnen [1 een werkdag]1, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel aan het slachtoffer, indien het voorwaarden betreft die in het belang van het slachtoffer zijn opgelegd, alsook schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur of de [1 verantwoordelijke voor de zorg]1 of de [1 de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht]1.   De wijzigingen worden eveneens meegedeeld aan de autoriteiten en instanties, overeenkomstig artikel 44, § 2.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 193, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 301, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 181, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 59 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK IV. - De herroeping, de schorsing, de herziening van de in de artikelen [1 ...]1 20, 21, 23, 24, 25 en 28 bedoelde modaliteiten / Afdeling I. - De herroeping

    Lees de volledige brontekst
    Art. 59.Het openbaar ministerie kan, met het oog op de herroeping van de toegekende modaliteit, de zaak bij de kamer voor de bescherming van de maatschappij aanhangig maken in de volgende gevallen :   1° wanneer bij een in kracht van gewijsde [1 gegaan vonnis of arrest]1 wordt vastgesteld dat de geïnterneerde persoon tijdens het verloop van de hem toegekende modaliteit [2 een misdrijf zoals bedoeld]2 [1 in artikel 9, § 1, 1°,]1 heeft gepleegd;   2° wanneer de geïnterneerde persoon een ernstig gevaar vormt voor de fysieke of psychische integriteit van derden [3 ...]3;   3° wanneer de opgelegde bijzondere voorwaarden niet worden nageleefd;   4° wanneer de geïnterneerde persoon geen gevolg geeft aan oproepingen van de kamer voor de bescherming van de maatschappij, van het openbaar ministerie of, in voorkomend geval, van de [1 de bevoegde dienst van de Gemeenschappen]1;   5° wanneer de geïnterneerde persoon zijn adreswijziging niet doorgeeft aan het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, aan de [1 de bevoegde dienst van de Gemeenschappen]1 die met de begeleiding is belast;   6° wanneer er [1 op grond van een medisch verslag]1 redenen zijn om aan te nemen dat de geestestoestand van de geïnterneerde persoon in die mate achteruitgegaan is dat de toegekende modaliteit niet langer aangewezen is;   7° wanneer de geïnterneerde persoon het programma van de concrete invulling van de beperkte detentie of het elektronisch toezicht zoals bepaald overeenkomstig artikel 41, niet naleeft.   [1 8° wanneer de geïnterneerde persoon na de toekenning van een vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering nalaat of weigert om het grondgebied effectief te verlaten, niet meewerkt aan zijn verwijdering, niet meewerkt aan zijn identificatie met het oog op het bekomen van een reisdocument of terugkeert zonder de in artikel 36, 4°, vereiste toestemming van de kamer voor de bescherming van de maatschappij.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 195, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2026-03-30/01, art. 166, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>   (3)<W 2026-07-22/07, art. 19, 015; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗