Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling III. - Verder beheer van de internering
Lees de volledige brontekst
Art. 54.§ 1. [1 Bij hoogdringendheid neemt de kamer voor de bescherming van de maatschappij, bij een met redenen omklede beschikking, een beslissing omtrent een verzoek tot overplaatsing van de geïnterneerde persoon, uitgaansvergunning, zoals bedoeld in artikel 20, § 2, 3°, verlof, beperkte detentie, elektronisch toezicht, invrijheidstelling op proef en vervroegde invrijheidsstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.]1.
§ 2. [1 Een verzoek overeenkomstig paragraaf 1, kan worden ingediend door het openbaar ministerie, door de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang de inrichting waar de geïnterneerde persoon geplaatst is, of door de geïnterneerde persoon en zijn advocaat.]1.
§ 3. Daartoe wordt een schriftelijk verzoek gericht tot de voorzitter van de bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij dat ter griffie van de strafuitvoeringrechtbank in een daartoe speciaal register wordt ingeschreven.
[1 In voorkomend geval kan de kamer voor de bescherming van de maatschappij via de snelst mogelijke weg bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn om haar beslissing te kunnen nemen.]1
§ 4. [3 Tenzij de kamer voor de bescherming van de maatschappij van oordeel is dat voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing een tegensprekelijke zitting moet worden georganiseerd overeenkomstig paragraaf 8, neemt ze de beschikking]3 binnen de vijf werkdagen, zonder oproeping van partijen noch debat, na inschrijving in voormeld register. [1 Ingeval er bijkomende inlichtingen worden ingewonnen, kan deze termijn worden verlengd tot zeven werkdagen.]1.
De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan bij gemotiveerde beslissing de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren niettegenstaande verzet.
[1 De beschikking wordt door de griffier aan het openbaar ministerie, aan de geïnterneerde persoon en zijn advocaat, [2 in voorkomend geval de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, in voorkomend geval de bevoegde dienst van de Gemeenschappen of de dienst bevoegd voor elektronisch toezicht]2 en, in voorkomend geval, aan het slachtoffer, via het snelst mogelijke schriftelijk communicatiemiddel, binnen de vierentwintig uur na de beschikking ter kennis gebracht.]1 [2 De griffie maakt het dossier over aan deze dienst voor zover deze daar nog niet over beschikt. Dit dossier omvat minstens het afschrift van de vonnissen en arresten, de uiteenzetting van de feiten waarvoor de betrokkene werd geïnterneerd, de verslagen van het deskundigenonderzoek, het uittreksel uit het strafregister, het afschrift van de opsluitingsfiche, in voorkomend geval het advies van de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg en de eventueel reeds eerder genomen beslissingen door de kamer voor de bescherming van de maatschappij, de rechter voor de bescherming van de maatschappij of het Hof van Cassatie.]2
§ 5. [3 Tegen deze beschikking kan het openbaar ministerie of de advocaat van de geïnterneerde persoon, voor zover het verzoek niet van deze partij is uitgegaan, binnen vijf werkdagen na de kennisgeving verzet aantekenen bij een verklaring ter griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.]3
Het verzet heeft opschortende werking, tenzij de onmiddellijke tenuitvoerlegging werd bevolen.
§ 6. Bij verzet [1 ...]1 wordt de zaak ambtshalve vastgesteld op de eerst nuttige zitting van de kamer ter bescherming van de maatschappij, uiterlijk binnen de veertien dagen na de beschikking bij hoogdringendheid.
De procedure verloopt verder overeenkomstig [3 paragraaf 9]3.
§ 7. Indien geen of geen tijdig verzet wordt aangetekend, wordt de beschikking geacht definitief op tegenspraak te zijn gewezen.
[3 § 8. Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij van oordeel is dat voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing een tegensprekelijke zitting moet georganiseerd worden om verdere informatie in te winnen, wordt de zaak ambtshalve vastgesteld op de eerste nuttige zitting van de kamer ter bescherming van de maatschappij en uiterlijk binnen de veertien dagen na het verstrijken van de termijn bepaald in paragraaf 4. De procedure verloopt verder overeenkomstig paragraaf 9.
§ 9. Indien de zaak ambtshalve is vastgesteld ter zitting, worden de geïnterneerde persoon en zijn advocaat evenals het openbaar ministerie en de directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), en de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), gehoord.
De geïnterneerde persoon verschijnt persoonlijk. Hij wordt door zijn advocaat vertegenwoordigd indien medisch-psychiatrische vragen in verband met zijn toestand gesteld worden en het bijzonder schadelijk is om deze in zijn aanwezigheid te behandelen.
De advocaat van de geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.
Indien het hoogdringend verzoek voorwaarden betreft die in zijn belang zijn opgelegd, kan het slachtoffer worden gehoord. Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. Het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben gesteld in het belang van het slachtoffer. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen. Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een advocaat en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.
De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.
De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
Binnen zeven dagen nadat de zaak in beraad is genomen, beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij.
§ 10. Het vonnis over het hoogdringend verzoek wordt bij aangetekende brief meegedeeld aan de geïnterneerde persoon en zijn advocaat en zo snel mogelijk en in elk geval binnen een werkdag via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel aan het slachtoffer, indien het voorwaarden betreft die in het belang van het slachtoffer zijn opgelegd, alsook schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg of de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht.
De beslissingen worden eveneens meegedeeld aan de autoriteiten en instanties, overeenkomstig artikel 44, § 2.]3
----------
(1)<W 2016-05-04/03, art. 189, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
(2)<W 2017-07-06/24, art. 299, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
(3)<W 2019-05-05/10, art. 179, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>