Gratis brononderzoek

Internering

Beslissing tot internering, uitvoering en opvolging van de beveiligingsmaatregel.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

156 bronvarianten

  1. Art. 21 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK I. - Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering en van de bijhorende voorwaarden / Afdeling II. - De uitgaansvergunning en het verlof / Onderafdeling I. - Definities

    Lees de volledige brontekst
    Art. 21.§ 1. Het verlof laat de geïnterneerde persoon toe de inrichting [1 ...]1 gedurende een periode van minimum één dag en maximum [1 veertien]1 dagen per maand te verlaten.   § 2. Het verlof heeft tot doel :   1° de familiale, affectieve en sociale contacten van de geïnterneerde persoon in stand te houden en te bevorderen;   2° de sociale re-integratie van de geïnterneerde persoon of de behandeling voor te bereiden door hem geleidelijk naar de maatschappij te laten terugkeren;   3° een ambulant of residentieel behandelingsprogramma voor te bereiden.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 161, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 22 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK I. - Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering en van de bijhorende voorwaarden / Afdeling II. - De uitgaansvergunning en het verlof / Onderafdeling II. - Voorwaarden

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22.[1 § 1.]1 De uitgaansvergunning en het verlof kunnen [1 op elk ogenblik]1 van de uitvoering van de internering toegekend worden aan de geïnterneerde persoon die voldoet aan de volgende voorwaarden :   1° er bestaan in hoofde van de geïnterneerde persoon geen tegenaanwijzingen waaraan niet tegemoet kan worden gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. Deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op :   a) het gevaar dat de geïnterneerde persoon zich aan de uitvoering van de internering zou onttrekken;   b) het risico dat hij tijdens deze modaliteiten [1 ...]1 strafbare feiten zou plegen;   c) het risico dat hij de slachtoffers zou lastig vallen.   2° [1 de geïnterneerde persoon stemt in met de voorwaarden die aan de uitgaansvergunning of het verlof kunnen worden verbonden krachtens artikel 36 en 37;]1   3° [1 ...]1.   [1 § 2. De uitgaansvergunning kan gekoppeld worden aan de begeleiding door een vertrouwenspersoon.    Indien de begeleiding door een vertrouwenspersoon niet mogelijk is, kan de uitgaansvergunning worden gekoppeld aan de begeleiding door een personeelslid van de inrichting, in overleg met en na akkoord van de inrichting.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 162, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 22/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK I. - Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering en van de bijhorende voorwaarden / Afdeling II. - De uitgaansvergunning en het verlof / Onderafdeling II. - Voorwaarden

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22/1. [1 De uitgaansvergunning zoals bedoeld in artikel 20, § 2, 3° en het verlof kunnen niet worden toegekend wanneer op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat de geïnterneerde persoon niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-05-04/03, art. 163, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016, (NOTA : bij arrest nr.80/201/8 van 28-06-2018 (B.St. 30-07-2018, p. 59775), heeft het Grondwettelijk Hof het artikel 163 vernietigd)>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 23 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK I. - Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering en van de bijhorende voorwaarden / Afdeling III. - De beperkte detentie, het elektronisch toezicht en de invrijheidstelling op proef / Onderafdeling I. - Definities

    Lees de volledige brontekst
    Art. 23.§ 1. De beperkte detentie is een modaliteit van uitvoering van [1 de beslissing]1 tot internering die de geïnterneerde persoon toelaat op regelmatige wijze de inrichting [1 ...]1 te verlaten voor een duur van maximum [1 zestien]1 uren per dag.   § 2. De beperkte detentie kan aan de geïnterneerde persoon worden toegekend om therapeutische, professionele, opleidings- of familiale belangen te behartigen die zijn aanwezigheid buiten de inrichting vereisen.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 164, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 24 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK I. - Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering en van de bijhorende voorwaarden / Afdeling III. - De beperkte detentie, het elektronisch toezicht en de invrijheidstelling op proef / Onderafdeling I. - Definities

    Lees de volledige brontekst
    Art. 24.Het elektronisch toezicht is een modaliteit van uitvoering van [1 de beslissing]1 tot internering waardoor de geïnterneerde persoon de hem opgelegde veiligheidsmaatregel buiten de inrichting ondergaat volgens een bepaald uitvoeringsplan, waarvan de naleving onder meer door elektronische middelen wordt gecontroleerd.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 165, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 25 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK I. - Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering en van de bijhorende voorwaarden / Afdeling III. - De beperkte detentie, het elektronisch toezicht en de invrijheidstelling op proef / Onderafdeling I. - Definities

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25. De invrijheidstelling op proef is een modaliteit van uitvoering van de beslissing tot internering, waardoor de geïnterneerde persoon de hem opgelegde veiligheidsmaatregel ondergaat in een residentieel of ambulant zorgtraject mits hij de voorwaarden naleeft die hem gedurende de proeftermijn worden opgelegd.
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 26 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK I. - Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering en van de bijhorende voorwaarden / Afdeling III. - De beperkte detentie, het elektronisch toezicht en de invrijheidstelling op proef / Onderafdeling II. - Voorwaarden

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26.De beperkte detentie, het elektronisch toezicht en de invrijheidstelling op proef kunnen [2 op elk ogenblik van de uitvoering van de internering]2 worden toegekend aan de geïnterneerde persoon die voldoet aan de volgende voorwaarden :   1° er bestaan in hoofde van de geïnterneerde persoon geen tegenaanwijzingen waaraan niet tegemoet kan worden gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. Deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op :   a) de afwezigheid van vooruitzichten op sociale reclassering van de geïnterneerde persoon [2 rekening houdend met zijn geestesstoornis]2;   b) [2 ...]2;   c) het risico dat hij [2 ...]2 strafbare feiten zou plegen;   d) het risico dat hij de slachtoffers zou lastig vallen;   e) de houding van de geïnterneerde persoon ten aanzien van de slachtoffers van de feiten die tot zijn internering hebben geleid;   f) [2 ...]2;   g) de door de geïnterneerde persoon geleverde inspanningen om de burgerlijke partij te vergoeden, rekening houdend met [2 zijn vermogenssituatie]2 zoals die door zijn toedoen is gewijzigd sinds het plegen van de feiten waarvoor hij geïnterneerd is;   2° de geïnterneerde persoon stemt in met de voorwaarden die aan de beperkte detentie, het elektronisch toezicht en de invrijheidstelling op proef kunnen worden verbonden krachtens de artikelen 36, 37 en 40.   ----------   (1)<W 2016-02-01/09, art. 30, 003; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2016-05-04/03, art. 166, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 27 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK I. - Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering en van de bijhorende voorwaarden / Afdeling III. - De beperkte detentie, het elektronisch toezicht en de invrijheidstelling op proef / Onderafdeling II. - Voorwaarden

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27.[1 De beperkte detentie, het elektronisch toezicht en de invrijheidsstelling op proef kunnen niet worden toegekend wanneer op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat de geïnterneerde persoon niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 167, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016, (NOTA : bij arrest nr.80/201/8 van 28-06-2018 (B.St. 30-07-2018, p. 59775), heeft het Grondwettelijk Hof het artikel 167 vernietigd)>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 28 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK I. - Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering en van de bijhorende voorwaarden / Afdeling IV. - De vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 28.§ 1. [1 De vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering is een modaliteit voor een geïnterneerde persoon ten aanzien van wie een definitieve beslissing werd genomen waarin wordt vastgesteld dat hij geen verblijfsrecht in België heeft, hetzij ter beschikking van een buitenlands rechtsorgaan wordt gesteld of die de wil geuit heeft om het land te verlaten. Deze modaliteit kan op elk ogenblik worden toegekend voor zover er in hoofde van de geïnterneerde persoon geen tegenaanwijzingen bestaan.]1. Deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op :   1° [2 ...]2   2° [1 ...]1;   3° het risico dat hij [1 ...]1 strafbare feiten zou plegen;   4° het risico dat hij de slachtoffers zou lastig vallen;   5° de door de geïnterneerde persoon geleverde inspanningen om de burgerlijke partij te vergoeden, rekening houdend met [1 zijn vermogenssituatie]1 zoals die door zijn toedoen is gewijzigd sinds het plegen van de feiten waarvoor hij geïnterneerd is;   § 2. de geïnterneerde persoon stemt in met de voorwaarden die aan de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering worden verbonden krachtens de artikelen 36 en 37.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 168, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 171, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 29 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29.§ 1. [1 Het openbaar ministerie maakt binnen de twee maanden die volgen op het in kracht van gewijsde gegane vonnis of arrest tot internering de zaak aanhangig bij de kamer voor de bescherming van de maatschappij met het oog op het laten aanwijzen van de inrichting waar de internering ten uitvoer dient te worden gelegd en/of met het oog op de toekenning van een andere uitvoeringsmodaliteit, zoals bepaald in de artikelen 20, 21, 23, 24, 25 en 28.]1   De zaak wordt door het openbaar ministerie aanhangig gemaakt bij wijze van gewone brief gericht aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij; de griffie meldt hiervan ontvangst. [1 ...]1.   Het openbaar ministerie bij het gerecht dat het in kracht van gewijsde getreden vonnis of arrest heeft uitgesproken, vat eveneens binnen de maand die volgt op het in kracht van gewijsde treden van de beslissing, de [1 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]1 teneinde de gekende slachtoffers, die door haar in de vatting worden aangeduid, te contacteren. [1 De bevoegde dienst van de Gemeenschappen bezorgt de opgestelde slachtofferfiches aan het openbaar ministerie.]1 [2 Indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is, vat hetzelfde openbaar ministerie, binnen de maand die volgt op het in kracht van gewijsde treden van de beslissing, eveneens de bevoegde dienst van de Gemeenschappen met het oog op het opstellen van een beknopt voorlichtingsverslag of een maatschappelijke enquête. Hetzelfde openbaar ministerie maakt het dossier via het snelste, schriftelijk communicatiemiddel over aan de voornoemde bevoegde dienst van de Gemeenschappen, en ingeval de geïnterneerde persoon niet in vrijheid is, aan de directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), of aan de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d). Dit dossier omvat minstens de volgende documenten : het afschrift van de vonnissen en arresten, de uiteenzetting van de feiten, de verslagen van het deskundigenonderzoek en het uittreksel uit het strafregister.]2   § 2. De zaak wordt behandeld op de eerste nuttige zitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij. Deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk drie maanden nadat het vonnis of arrest tot internering in kracht van gewijsde is gegaan.   § 3. Het dossier, dat door het openbaar ministerie wordt samengesteld, bestaat ten minste uit het vonnis of arrest tot internering, de uiteenzetting van de feiten, een uittreksel uit het strafregister, de verslagen van het deskundigenonderzoek en, desgevallend, de slachtofferfiche(s) of slachtofferverklaringen.   Het openbaar ministerie verleent een eerste schriftelijk advies voor wat de uitvoering van de internering betreft.   [1 Het openbaar ministerie vult het dossier aan met een verslag van de directeur waaraan het verslag van de psychosociale dienst is gevoegd, indien de geïnterneerde persoon in een inrichting verblijft zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), met een verslag van de verantwoordelijke voor de zorg indien de geïnterneerde persoon geplaatst is [2 in]2 een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), of met [2 het beknopt voorlichtingsverslag of de maatschappelijke enquête]2 van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is. Indien dit nodig is voor het opstellen van zijn advies omtrent de toekenning van uitvoeringsmodaliteiten bedoeld in de artikelen 20, § 2, 1° en 3°, 21, 23, 24 en 25, kan de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg de bevoegde dienst van de Gemeenschappen de opdracht geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren, met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke informatie over het onthaalmilieu waarin de uitvoeringsmodaliteit zal worden uitgevoerd. [2 Hij brengt deze opdracht via het snelste, schriftelijk communicatiemiddel ter kennis van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen vergezeld van het dossier dat minstens de volgende documenten omvat : het afschrift van de vonnissen en arresten, de uiteenzetting van de feiten waarvoor de betrokkene werd geïnterneerd, de verslagen van het deskundigenonderzoek, het afschrift van de opsluitingsfiche en het uittreksel uit het strafregister.]2    Het verslag van de directeur of van de verantwoordelijke voor de zorg bevat een advies omtrent de elementen vermeld in § 1, eerste lid.]1.   [1 ...]1.   § 4. [1 De geïnterneerde persoon en zijn advocaat en desgevallend ook het slachtoffer worden bij aangetekende brief in kennis gesteld; de directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4° a) en b), en de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), worden schriftelijk in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.]1.   § 5. [1 Het dossier wordt gedurende ten minste tien dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de geïnterneerde persoon en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank of op de griffie van de inrichting waar de geïnterneerde persoon verblijft.    De geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen. De advocaat van de geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.    Op advies van de psychiater van de inrichting of van de behandelende psychiater kan de rechter voor de bescherming van de maatschappij de geïnterneerde persoon in een met redenen omklede beschikking inzage en afschrift van zijn dossier of een gedeelte ervan ontzeggen wanneer die inzage een klaarblijkelijk ernstig nadeel voor zijn gezondheid kan meebrengen.]1.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 169, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 295, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 30 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 30.[1 De kamer voor de bescherming van de maatschappij hoort de geïnterneerde persoon en zijn advocaat, het openbaar ministerie, de directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), en de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d).]1   De geïnterneerde persoon verschijnt persoonlijk. Hij wordt door zijn [1 advocaat]1 vertegenwoordigd indien medisch-psychiatrische vragen in verband met zijn toestand gesteld worden en het bijzonder schadelijk is om deze in zijn aanwezigheid te behandelen.   Het slachtoffer wordt op zijn verzoek gehoord over de bijzondere voorwaarden die in zijn belang moeten worden opgelegd. Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. Het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, de directeur [1 of de verantwoordelijke voor de zorg]1 lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben gesteld in het belang van het slachtoffer. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen.   Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een [1 advocaat]1 en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.   De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 170, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 31 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 31. De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 32 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 32. De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan de behandeling van de zaak eenmaal uitstellen tot een latere zitting, zonder dat die zitting meer dan twee maanden na het uitstel mag plaatsvinden.   [1 ...]1.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 171, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 33 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 33. De kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen.
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 34 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 34.[1 De kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist hetzij tot plaatsing, in voorkomend geval gepaard gaande met toekenning van een uitgaansvergunning, verlof of beperkte detentie, hetzij tot toekenning van elektronisch toezicht, hetzij tot toekenning van invrijheidstelling op proef, hetzij tot toekenning van een vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.    Aan deze uitvoeringsmodaliteiten kunnen geïndividualiseerde voorwaarden gekoppeld worden, zoals bedoeld in artikel 37. Tevens beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij over de opheffing, de wijziging of de nadere omschrijving van de veiligheidsmaatregelen die overeenkomstig artikel 17 zijn opgelegd.]1   [2 Indien er tegelijkertijd een andere interneringsbeslissing in uitvoering is, neemt de kamer voor de bescherming van de maatschappij ook hierover een beslissing. In geval de kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist tot een invrijheidsstelling op proef, dan bepaalt zij ook de duur van de termijn overeenkomstig artikel 42, § 1, rekening houdend met het zorgtraject.]2   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 172, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 172, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 35 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35.[1 Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij een beslissing tot plaatsing of overplaatsing neemt, bepaalt zij naar welke inrichting de geïnterneerde persoon moet worden overgebracht. De inrichting wordt gekozen uit de inrichtingen bedoeld in artikel 3, 4°, b), c) en d).]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 173, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 36 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 36.[1 Het vonnis tot toekenning van een uitgaansvergunning, een verlof, een beperkte detentie, een elektronisch toezicht, een invrijheidstelling op proef of een vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering bepaalt dat de geïnterneerde persoon onderworpen is aan de volgende algemene voorwaarden :]1   1° geen strafbare feiten plegen;   2° behalve voor de uitgaansvergunning en de beperkte detentie, een [1 vaste verblijfplaats]1 hebben en, bij wijziging ervan, zijn nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, aan de [1 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]1 die met de begeleiding is belast;   3° gevolg geven aan de oproepingen van het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, van de [1 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]1 die met de begeleiding is belast.   [1 4° voor de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied, de verplichting om het grondgebied effectief te verlaten en het verbod om tijdens de proeftijd terug te keren naar België zonder in orde te zijn met de wetgeving en de reglementering betreffende de toegang, het verblijf of de vestiging in het Rijk en zonder de voorafgaande toelating van de kamer voor de bescherming van de maatschappij.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 174, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 37 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37.In geval van toekenning van de in [1 artikel 34]1 vermelde modaliteiten kan de kamer voor de bescherming van de maatschappij de geïnterneerde persoon onderwerpen aan geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden die tegemoet komen aan het vooropgestelde zorgtraject, of aan de in de artikelen 22, 26 of 28 bedoelde tegenaanwijzingen, dan wel noodzakelijk blijken in het belang van de slachtoffers.   [1 ...]1.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 175, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 38 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 38. In geval van toekenning van een of meerdere uitgaansvergunning(en) bepaalt de kamer voor de bescherming van de maatschappij de duur en, in voorkomend geval, de periodiciteit, alsook het doel of de invulling ervan.
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 39 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39. In geval van toekenning van het verlof bepaalt de kamer voor de bescherming van de maatschappij het aantal verlofdagen, zoals bepaald in artikel 21, dat de geïnterneerde persoon mag genieten.
    Open officiële bron ↗