Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK II. - Algemene procedure inzake de plaatsing, de overplaatsing, de uitgaansvergunning, het verlof, de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de invrijheidstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering / Afdeling I. - Eerste zitting
Lees de volledige brontekst
Art. 29.§ 1. [1 Het openbaar ministerie maakt binnen de twee maanden die volgen op het in kracht van gewijsde gegane vonnis of arrest tot internering de zaak aanhangig bij de kamer voor de bescherming van de maatschappij met het oog op het laten aanwijzen van de inrichting waar de internering ten uitvoer dient te worden gelegd en/of met het oog op de toekenning van een andere uitvoeringsmodaliteit, zoals bepaald in de artikelen 20, 21, 23, 24, 25 en 28.]1
De zaak wordt door het openbaar ministerie aanhangig gemaakt bij wijze van gewone brief gericht aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij; de griffie meldt hiervan ontvangst. [1 ...]1.
Het openbaar ministerie bij het gerecht dat het in kracht van gewijsde getreden vonnis of arrest heeft uitgesproken, vat eveneens binnen de maand die volgt op het in kracht van gewijsde treden van de beslissing, de [1 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]1 teneinde de gekende slachtoffers, die door haar in de vatting worden aangeduid, te contacteren. [1 De bevoegde dienst van de Gemeenschappen bezorgt de opgestelde slachtofferfiches aan het openbaar ministerie.]1 [2 Indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is, vat hetzelfde openbaar ministerie, binnen de maand die volgt op het in kracht van gewijsde treden van de beslissing, eveneens de bevoegde dienst van de Gemeenschappen met het oog op het opstellen van een beknopt voorlichtingsverslag of een maatschappelijke enquête. Hetzelfde openbaar ministerie maakt het dossier via het snelste, schriftelijk communicatiemiddel over aan de voornoemde bevoegde dienst van de Gemeenschappen, en ingeval de geïnterneerde persoon niet in vrijheid is, aan de directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), of aan de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d). Dit dossier omvat minstens de volgende documenten : het afschrift van de vonnissen en arresten, de uiteenzetting van de feiten, de verslagen van het deskundigenonderzoek en het uittreksel uit het strafregister.]2
§ 2. De zaak wordt behandeld op de eerste nuttige zitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij. Deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk drie maanden nadat het vonnis of arrest tot internering in kracht van gewijsde is gegaan.
§ 3. Het dossier, dat door het openbaar ministerie wordt samengesteld, bestaat ten minste uit het vonnis of arrest tot internering, de uiteenzetting van de feiten, een uittreksel uit het strafregister, de verslagen van het deskundigenonderzoek en, desgevallend, de slachtofferfiche(s) of slachtofferverklaringen.
Het openbaar ministerie verleent een eerste schriftelijk advies voor wat de uitvoering van de internering betreft.
[1 Het openbaar ministerie vult het dossier aan met een verslag van de directeur waaraan het verslag van de psychosociale dienst is gevoegd, indien de geïnterneerde persoon in een inrichting verblijft zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), met een verslag van de verantwoordelijke voor de zorg indien de geïnterneerde persoon geplaatst is [2 in]2 een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), of met [2 het beknopt voorlichtingsverslag of de maatschappelijke enquête]2 van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is. Indien dit nodig is voor het opstellen van zijn advies omtrent de toekenning van uitvoeringsmodaliteiten bedoeld in de artikelen 20, § 2, 1° en 3°, 21, 23, 24 en 25, kan de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg de bevoegde dienst van de Gemeenschappen de opdracht geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren, met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke informatie over het onthaalmilieu waarin de uitvoeringsmodaliteit zal worden uitgevoerd. [2 Hij brengt deze opdracht via het snelste, schriftelijk communicatiemiddel ter kennis van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen vergezeld van het dossier dat minstens de volgende documenten omvat : het afschrift van de vonnissen en arresten, de uiteenzetting van de feiten waarvoor de betrokkene werd geïnterneerd, de verslagen van het deskundigenonderzoek, het afschrift van de opsluitingsfiche en het uittreksel uit het strafregister.]2
Het verslag van de directeur of van de verantwoordelijke voor de zorg bevat een advies omtrent de elementen vermeld in § 1, eerste lid.]1.
[1 ...]1.
§ 4. [1 De geïnterneerde persoon en zijn advocaat en desgevallend ook het slachtoffer worden bij aangetekende brief in kennis gesteld; de directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4° a) en b), en de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), worden schriftelijk in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.]1.
§ 5. [1 Het dossier wordt gedurende ten minste tien dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de geïnterneerde persoon en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank of op de griffie van de inrichting waar de geïnterneerde persoon verblijft.
De geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen. De advocaat van de geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.
Op advies van de psychiater van de inrichting of van de behandelende psychiater kan de rechter voor de bescherming van de maatschappij de geïnterneerde persoon in een met redenen omklede beschikking inzage en afschrift van zijn dossier of een gedeelte ervan ontzeggen wanneer die inzage een klaarblijkelijk ernstig nadeel voor zijn gezondheid kan meebrengen.]1.
----------
(1)<W 2016-05-04/03, art. 169, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
(2)<W 2017-07-06/24, art. 295, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>