Gratis brononderzoek

Internering

Beslissing tot internering, uitvoering en opvolging van de beveiligingsmaatregel.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

156 bronvarianten

  1. Art. 1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL I. - Algemene bepalingen

    Lees de volledige brontekst
    Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL I. - Algemene bepalingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2. De internering van personen met een geestesstoornis, bedoeld in artikel 9 van deze wet, is een veiligheidsmaatregel die er tegelijkertijd toe strekt de maatschappij te beschermen en ervoor te zorgen dat aan de geïnterneerde persoon de zorg wordt verstrekt die zijn toestand vereist met het oog op zijn re-integratie in de maatschappij.   Rekening houdend met het veiligheidsrisico en de gezondheid van de geïnterneerde persoon zal hem de nodige zorg aangeboden worden om een menswaardig leven te leiden. Die zorg is gericht op een maximaal haalbare vorm van maatschappelijke re-integratie en verloopt waar aangewezen en mogelijk via een zorgtraject waarin aan de geïnterneerde persoon telkens zorg op maat aangeboden wordt.
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL I. - Algemene bepalingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 3.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :   1° [1 ...]1;   2° [1 de directeur : de ambtenaar die belast is met het lokaal bestuur van een gevangenis of van een door de federale overheid georganiseerde inrichting of afdeling tot bescherming van de maatschappij of zijn afgevaardigde;]1   3° [1 de verantwoordelijke voor de zorg : de persoon die binnen een inrichting zoals bedoeld in 4°, c) en d), verantwoordelijk is voor de zorg of zijn afgevaardigde;]1   4° de inrichting :   a) de psychiatrische afdeling van een gevangenis;   b) de door de federale overheid georganiseerde inrichting of afdeling tot bescherming van de maatschappij;   c) het door de federale overheid georganiseerd forensisch psychiatrisch centrum, aangewezen bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad op voorstel van de voor Justitie, Volksgezondheid en Sociale Zaken bevoegde ministers;   d) de door de bevoegde overheid erkende inrichting die is georganiseerd door een privé-instelling, door een gemeenschap of een gewest of door een lokale overheid, die in staat is aan de geïnterneerde persoon de gepaste zorgen te verstrekken en die een [1 overeenkomst betreffende de plaatsing]1 zoals bedoeld in het 5° heeft afgesloten inzake de toepassing van deze wet;   5° [1 overeenkomst betreffende de plaatsing]1 : een overeenkomst die wordt afgesloten tussen [1 één of meerdere inrichtingen zoals bedoeld in het 4°, d)]1, enerzijds, en de minister van Justitie en de minister bevoegd voor het beleid inzake de zorgverstrekking in deze [1 inrichtingen]1, anderzijds, waarbij de volgende aspecten worden vastgelegd : het minimum aantal geïnterneerde personen dat de [1 inrichting of inrichtingen]1 onder de vorm van plaatsing willen opnemen, de profielen voor dewelke een plaatsing kan gebeuren en de te volgen procedure om tot plaatsing over te gaan [1 en, in voorkomend geval, de financiële tegemoetkoming door de Federale Staat voor kosten verbonden aan de veiligheid.]1;   6° kamer voor de bescherming van de maatschappij : de kamer van de strafuitvoeringsrechtbank die uitsluitend bevoegd is voor interneringszaken, behoudens de door de Koning bepaalde uitzonderingen;   7° [1 de rechter voor de bescherming van de maatschappij : de voorzitter van de kamer voor de bescherming van de maatschappij;]1   8° openbaar ministerie : het openbaar ministerie bij de strafuitvoeringsrechtbank;   9° het slachtoffer : de volgende categorieën van personen die bij de toekenning van een uitvoeringsmodaliteit kunnen vragen om te worden geïnformeerd [1 , te worden gehoord of voorwaarden in haar belang bij de toekenning van uitvoeringsmodaliteiten te laten opleggen]1d in de door deze wet bepaalde gevallen, volgens de door de Koning bepaalde regels :   a) de natuurlijke persoon wiens burgerlijke vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;   b) de natuurlijke persoon voor wie een vonnis of een arrest bepaalt dat er ten aanzien van hem strafbare feiten zijn gepleegd, of zijn wettelijke vertegenwoordiger;   c) de natuurlijke persoon die zich omwille van een situatie van materiële onmogelijkheid of kwetsbaarheid geen burgerlijke partij heeft kunnen stellen;   d) de nabestaande van de persoon van wie het overlijden rechtstreeks is veroorzaakt door het strafbaar feit of de nabestaande van een overleden persoon die zich burgerlijke partij had gesteld; onder nabestaande wordt verstaan de echtgenoot van de overleden persoon, de persoon die met hem samenleefde en met hem een duurzame affectieve relatie had, zijn bloedverwanten in opgaande of neerdalende lijn, zijn broers of zussen, alsook anderen die van hem afhankelijk waren;   e) de naaste van een niet-overleden slachtoffer die zich omwille van een situatie van materiële onmogelijkheid of kwetsbaarheid geen burgerlijke partij heeft kunnen stellen; onder naaste wordt verstaan de echtgenoot van het niet-overleden slachtoffer, de persoon die met hem samenleeft en met hem een duurzame affectieve relatie heeft, zijn bloedverwanten in opgaande of neerdalende lijn, zijn broers of zussen, alsook anderen die van hem afhankelijk zijn.   [1 f) de natuurlijke persoon die zijn wens kenbaar maakt om als slachtoffer te worden geïnformeerd, te worden gehoord of voorwaarden in zijn belang bij de toekenning van uitvoeringsmodaliteiten te laten opleggen, nadat de internering werd bevolen door een onderzoeksgerecht met betrekking tot misdrijven gepleegd ten aanzien van hem.]1   Ten aanzien van de personen die onder de categorieën [1 c), d), e) en f)]1 vallen, oordeelt de [1 rechter voor de bescherming van de maatschappij]1 op hun verzoek, overeenkomstig de bepalingen van [2 Titel II]2, of ze een direct en legitiem belang hebben;   10° [1 ...]1;   11° [1 kabinetsbeslissing : een beslissing van de rechter voor de bescherming van de maatschappij, zonder oproeping noch verschijning van de partijen.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 144, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 293, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL II. - Bepalingen betreffende het slachtoffer

    Lees de volledige brontekst
    Art. 4.§ 1. De in artikel 3, 9°, [1 c), d), e) en f),]1, bedoelde personen die in de door de wet bepaalde gevallen wensen te worden geïnformeerd inzake de toekenning van een modaliteit van internering, gehoord, of voorwaarden voor uitvoeringsmodaliteiten te laten opleggen, richten een schriftelijk verzoek aan de [1 rechter voor de bescherming van de maatschappij]1 die gevestigd is in het rechtsgebied van het hof van beroep waar het onderzoeks- of vonnisgerecht de internering heeft bevolen.   De griffie zendt onverwijld een afschrift van het verzoek over aan het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie geeft een advies binnen zeven dagen na de ontvangst van het afschrift.   § 2. De in § 1 bedoelde personen kunnen zich te allen tijde laten vertegenwoordigen of bijstaan door hun raadsman. Zij kunnen zich eveneens laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of van een door de Koning hiertoe erkende vereniging.   § 3. Indien de [1 rechter voor de bescherming van de maatschappij]1 dit nuttig acht om te kunnen oordelen over het direct en legitiem belang, kan hij de verzoeker vragen om op een zitting hieromtrent verdere informatie te verstrekken. Deze zitting moet plaatsvinden ten laatste één maand na de ontvangst van het in § 1 bedoelde verzoek.   § 4. De [1 rechter voor de bescherming van de maatschappij]1 oordeelt over het direct en legitiem belang binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek of, indien er een zitting heeft plaatsgevonden, binnen vijftien dagen nadat de zaak in beraad is genomen. De beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan de verzoeker of aan zijn advocaat en aan het openbaar ministerie.   § 5. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 145, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 5 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK I. - Het psychiatrisch deskundigenonderzoek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5.[1 § 1. Wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat een persoon zich bevindt in een in artikel 9 bedoelde toestand, bevelen de procureur des Konings, de onderzoeksrechter of de onderzoeks- of vonnisgerechten een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek teneinde minstens na te gaan :    1° of de persoon op het ogenblik van de feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan of ernstig heeft aangetast en of de persoon op het ogenblik van het deskundigenonderzoek leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan of ernstig heeft aangetast;    2° of er mogelijk een oorzakelijk verband bestaat tussen de geestesstoornis en de feiten;    3° of het gevaar bestaat dat betrokkene ten gevolge van de geestesstoornis, in voorkomend geval in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw misdrijven pleegt, zoals bepaald in artikel 9, § 1, 1° ;    4° dat en hoe de persoon in voorkomend geval kan worden behandeld, begeleid, verzorgd met het oog op zijn re-integratie in de maatschappij;    5° dat desgevallend, indien de tenlastelegging betrekking heeft [2 op de in artikelen 134 tot 149, 151 tot 168, 170 tot 174, 177 tot 179, 183 voor zover de veroordeling inhoud van extreem pornografisch aard betreft, en 185 van het Strafwetboek]2 indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, de noodzaak bestaat om een gespecialiseerde begeleiding of behandeling op te leggen.    § 2. Het forensisch psychiatrisch onderzoek wordt uitgevoerd onder de leiding en de verantwoordelijkheid van een deskundige, houder van de beroepstitel forensisch psychiater, die voldoet aan de voorwaarden welke zijn gesteld krachtens de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.    Het deskundigenonderzoek kan ook in college of met bijstand van andere gedragswetenschappers uitgevoerd worden, telkens onder leiding van voormelde deskundige.    § 3. De deskundige maakt van zijn bevindingen een omstandig verslag op, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde modellen.    De bevelende instantie kan een actualisering van het deskundigenonderzoek vragen wanneer zij dit nodig acht.    § 4. Onverminderd de mogelijkheid voor de bevelende instantie om een nieuw deskundigenonderzoek te laten uitvoeren overeenkomstig de bepalingen van deze wet, blijven de deskundigenonderzoeken die een aanvang hebben genomen voor de inwerkingtreding van het ministerieel besluit van 28 oktober 2015 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de forensische psychiatrie, alsmede van stagemeesters en stagediensten rechtsgeldig.    § 5. De deskundige ontvangt een honorarium, dat wordt vastgesteld overeenkomstig het tarief dat voor een psychotherapeutische behandelingszitting van een geaccrediteerde psychiater is vastgelegd in de nomenclatuur voor de geneeskundige verstrekkingen, overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 146, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2026-03-30/01, art. 158, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK I. - Het psychiatrisch deskundigenonderzoek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6.§ 1. [1 Wanneer er redenen bestaan om aan te nemen dat een persoon die overeenkomstig de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis is opgesloten, zich bevindt in een in artikel 9 bedoelde toestand en de deskundige in zijn verslag aangeeft dat een forensisch psychiatrisch onderzoek met opneming ter observatie noodzakelijk is om zich uit te spreken over de punten vermeld in artikel 5, § 1, kunnen de onderzoeksrechter en de onderzoeks- of vonnisgerechten bevelen dat de verdachte aan een dergelijk onderzoek wordt onderworpen.    Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.]1   [1 In dat geval wordt de verdachte ter observatie overgebracht naar het door de Koning opgericht beveiligd klinisch observatiecentrum. De Koning bepaalt het aantal plaatsen in dit centrum.]1   § 2. Tijdens de inobservatiestelling [1 ...]1, die twee maanden niet te boven mag gaan, blijven de bepalingen van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis van toepassing op de verdachte.   § 3. Na afloop van de observatieperiode, namelijk hetzij ten laatste na het verstrijken van de in § 2 bedoelde termijn, hetzij wanneer de periode ten einde loopt krachtens een beslissing van de rechterlijke overheid die de opneming ter observatie heeft bevolen, wordt de verdachte opnieuw geplaatst in een gevangenis en blijft hij in hechtenis op grond van het bevel tot aanhouding, tenzij de internering met onmiddellijke opsluiting wordt bevolen overeenkomstig artikel 10.   De inobservatiestelling wordt beëindigd in geval van opheffing van het bevel tot aanhouding.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 147, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 7 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK I. - Het psychiatrisch deskundigenonderzoek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 7.De persoon die aan een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek wordt onderworpen kan zich, op elk moment, laten bijstaan door een [1 arts naar keuze]1 [1 en een advocaat]1. Hij kan ook aan de gerechtelijke deskundigen schriftelijk alle voor het deskundigenonderzoek dienstige inlichtingen van de [1 zorgverlener]1 van zijn keuze overzenden. Deze arts of psycholoog wordt op de hoogte gebracht van de doelstellingen van het psychiatrisch deskundigenonderzoek.   De gerechtelijke deskundigen spreken zich over deze inlichtingen uit alvorens hun conclusies te formuleren en voegen deze inlichtingen toe aan hun verslag.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 148, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK I. - Het psychiatrisch deskundigenonderzoek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 8.§ 1. Na afloop van zijn werkzaamheden stuurt de deskundige zijn bevindingen, waarbij hij reeds een voorlopig advies voegt, ter lezing aan de [1 advocaat]1 van de verdachte en aan het openbaar ministerie. Tenzij de rechter vooraf een termijn heeft vastgesteld, bepaalt de deskundige, rekening houdend met de aard van de zaak, een redelijke termijn waarbinnen de [1 advocaat]1 van de verdachte zijn opmerkingen moet maken. Behoudens andersluidende beslissing van de rechter of door de deskundige in zijn voorlopig advies bedoelde bijzondere omstandigheden, bedraagt die termijn ten minste vijftien dagen.   De deskundige ontvangt de opmerkingen van de [1 advocaat]1 van de verdachte en desgevallend van zijn eigen deskundige vóór het verstrijken van deze termijn. De deskundige houdt geen rekening met de opmerkingen die hij na het verstrijken van deze termijn ontvangt.   § 2. Het eindverslag wordt gedagtekend. Het bevat ook een opgave van de stukken en nota's die de [1 advocaat]1 van de verdachte aan de deskundigen heeft overhandigd en de opmerkingen hierop. Het verslag wordt [1 ...]1 door de deskundige ondertekend.   De handtekening van de deskundige wordt [1 ...]1 voorafgegaan door de volgende eed : "Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb."   Op de dag van de neerlegging van het verslag zendt de deskundige, bij een ter post aangetekende brief of per mailcorrespondentie, een afschrift van het verslag aan de [1 advocaat]1 van de onderzochte persoon.   [1 Het verslag van de deskundige is pas rechtsgeldig als het ondertekend is en de eed is afgelegd.]1   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 149, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 9 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK II. - Rechterlijke beslissingen tot internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 9.§ 1. [1 [3 De onderzoeksgerechten, tenzij het gaat om misdrijven die worden beschouwd als politieke misdrijven of drukpersmisdrijven, behoudens voor drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie ingegeven zijn, en de vonnisgerechten kunnen de internering bevelen van een persoon:]3    1° die [3 een misdrijf]3 heeft gepleegd die de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt en    2° die op het ogenblik van de beslissing aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast en    3° bij wie het gevaar bestaat dat hij als gevolg van zijn geestesstoornis, eventueel in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw feiten zoals bedoeld in 1° zal plegen.    Het onderzoeksgerecht of het vonnisgerecht beoordeelt op met redenen omklede wijze of het feit de fysieke of psychische integriteit van derden heeft aangetast of bedreigd.]1   § 2. De rechter beslist na uitvoering van het in artikel 5 bedoelde forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek of actualisatie van een eerder uitgevoerd deskundigenonderzoek.   [2 § 3. In de interneringsbeslissing kan de rechter de geïnterneerde persoon uitdrukkelijk onbekwaam verklaren om de politieke rechten bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Grondwet, uit te oefenen.]2   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 150, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2023-03-28/02, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 01-10-2023>   (3)<W 2026-03-30/01, art. 159, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 10 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK II. - Rechterlijke beslissingen tot internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10.[1 Wanneer de onderzoeks- of vonnisgerechten de betrokkene die niet of niet meer aangehouden is interneren]1, kunnen zij, op vordering van de procureur des Konings, zijn onmiddellijke opsluiting bevelen, indien te vrezen is dat de [1 beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde]1 aan de uitvoering van de veiligheidsmaatregel zou trachten te onttrekken of indien te vrezen is dat de [1 deze een ernstig]1 en onmiddellijk gevaar voor de fysieke of psychische integriteit van derden [2 ...]2 zou vormen. Die beslissing moet nader aangeven welke omstandigheden van de zaak die vrees wettigen.   Over deze genomen beslissing moet een afzonderlijk debat worden gehouden, onmiddellijk na de uitspraak van de internering. De [1 beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde en zijn advocaat]1 worden gehoord als ze aanwezig zijn. Tegen deze beslissingen kan geen verzet of hoger beroep worden ingesteld.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 151, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2026-07-22/07, art. 18, 015; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 11 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK II. - Rechterlijke beslissingen tot internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 11.[1 Indien de beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde]1 op het ogenblik dat de internering bevolen wordt, aangehouden is of ingeval de rechter de internering met onmiddellijke opsluiting [1 ...]1 beveelt, vindt de internering voorlopig plaats in de psychiatrische afdeling van een gevangenis.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 152, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 12 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK II. - Rechterlijke beslissingen tot internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 12.[2 De onderzoeks- of vonnisgerechten kunnen beslissen, bij afzonderlijke gemotiveerde beschikking, ten aanzien van een beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde die zich hetzij in de toestand van opsluiting bevindt zoals omschreven in de artikelen 10 en 11, hetzij in vrijheid onder voorwaarden is gesteld, de hechtenis uit te voeren onder elektronisch toezicht, de betrokkene in vrijheid te laten of te stellen, al dan niet onder de oplegging van een of meer voorwaarden, voor de tijd die zij bepalen en uiterlijk tot [3 het in kracht van gewijsde treden van de beslissing die de kamer voor de bescherming van de maatschappij heeft genomen ingevolge de eerste zitting vastgesteld overeenkomstig artikel 29, § 2]3.    Ten aanzien van een beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde wiens bevel tot aanhouding wordt uitgevoerd door een hechtenis onder elektronisch toezicht, kunnen zij, bij afzonderlijk gemotiveerde beschikking, beslissen hetzij tot onmiddellijke opsluiting overeenkomstig artikel 10, hetzij tot de verdere uitvoering van de hechtenis onder elektronisch toezicht, hetzij tot de invrijheidstelling van betrokkene, al dan niet onder de oplegging van een of meer voorwaarden, voor de tijd die zij bepalen en uiterlijk tot [3 het in kracht van gewijsde treden van de beslissing die de kamer voor de bescherming van de maatschappij heeft genomen ingevolge de eerste zitting vastgesteld overeenkomstig artikel 29, § 2]3.    In geval de betrokkene in vrijheid wordt gelaten of gesteld onder de oplegging van een of meer voorwaarden zijn de artikelen 37, tweede lid, en 38, §§ 1 en 2, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis van toepassing. In geval de verdere uitvoering van de hechtenis onder elektronisch toezicht wordt gehandhaafd, is artikel 24bis, §§ 3 en 4, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis van toepassing.]2   Tegen deze beschikking kan geen verzet of hoger beroep worden ingesteld.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 153, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 170, 007; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (3)<W 2021-11-28/01, art. 127, 009; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 13 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK II. - Rechterlijke beslissingen tot internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 13.§ 1. Wanneer de vordering of het verzoek tot internering bij de raadkamer of de kamer van inbeschuldigingstelling aanhangig is gemaakt, laat zij ten minste vijftien dagen vooraf in een daartoe bestemd register ter griffie melding maken van plaats, dag en uur van verschijning. De termijn wordt teruggebracht tot drie dagen indien een van de inverdenkinggestelden zich in voorlopige hechtenis bevindt of onmiddellijk werd opgesloten bij toepassing van artikel 10. De griffier stelt de inverdenkinggestelde, de burgerlijke partij en hun [1 advocaten]1 in kennis, [2 per faxpost, bij gewone brief of langs elektronische weg]2, dat het dossier op de griffie in origineel of in kopie ter beschikking ligt en dat ze er inzage van kunnen hebben en er kopie van kunnen opvragen.   Op dezelfde wijze verwittigt de griffier, op aangeven van het openbaar ministerie, eveneens de benadeelden die zich [1 ...]1 geen burgerlijke partij hebben gesteld.   § 2. Binnen de in § 1 bepaalde termijn kunnen de inverdenkinggestelde [1 en zijn advocaat]1 en de burgerlijke partij de onderzoeksrechter overeenkomstig artikel 61quinquies van het Wetboek van strafvordering verzoeken om bijkomende onderzoekshandelingen te verrichten. In dat geval wordt de regeling van de rechtspleging geschorst. Als het verzoek definitief is behandeld, wordt de zaak opnieuw vastgesteld voor de raadkamer overeenkomstig de in § 1 bepaalde vormen en termijnen.   § 3. De raadkamer doet uitspraak op verslag van de onderzoeksrechter na de procureur des Konings, de burgerlijke partij en de inverdenkinggestelde gehoord te hebben.   De burgerlijke partijen kunnen bijgestaan of vertegenwoordigd worden door een [1 advocaat]1. De inverdenkinggestelde wordt steeds bijgestaan door een [1 advocaat]1. De raadkamer kan evenwel de persoonlijke verschijning van de partijen bevelen. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open. De beschikking wordt betekend aan de desbetreffende partij op vordering van de procureur des Konings en brengt dagvaarding mee om te verschijnen op de vastgestelde datum. Als deze partij niet verschijnt, wordt uitspraak gedaan en geldt de beschikking als op tegenspraak gewezen.   Wanneer de raadkamer de zaak in beraad houdt om haar beschikking uit te spreken, bepaalt zij de dag voor die uitspraak.   § 4. De debatten vóór de raadkamer verlopen met gesloten deuren en de uitspraak is openbaar.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 154, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2024-03-28/60, art. 42, 011; Inwerkingtreding : 08-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 14 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK II. - Rechterlijke beslissingen tot internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14.[1 § 1. De procureur des Konings en de partijen of hun advocaat kunnen voor de kamer van inbeschuldigingstelling beroep instellen tegen de beslissingen van de raadkamer. Het beroep wordt ingesteld in de vorm en binnen de termijnen die bepaald worden bij de artikelen 203, 203bis, en 204 van het Wetboek van strafvordering. Behalve in het geval bedoeld in artikel 205 van het Wetboek van strafvordering en in artikel 1 van de wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep of van voorziening in cassatie van de gedetineerde of geïnterneerde personen, wordt het beroep ingesteld door middel van een verklaring ter griffie van de correctionele rechtbank.    § 2. De debatten voor de kamer van inbeschuldigingstelling verlopen met gesloten deuren en de uitspraak is openbaar.]1   ----------   (1)<W 2017-07-06/24, art. 294, 006; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 15 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK II. - Rechterlijke beslissingen tot internering

    Lees de volledige brontekst
    Art. 15.§ 1. Indien uit de debatten voor het hof van assisen [1 op dat ogenblik]1 blijkt dat de beschuldigde lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast of indien de beschuldigde of zijn [1 advocaat]1 daarom verzoekt, worden aan de jury de volgende bijkomende vragen gesteld :   "Staat het vast dat de beschuldigde een [2 als misdrijf omschreven]2 feit heeft gepleegd ?", "Staat het vast dat de beschuldigde lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden teniet doet of ernstig aantast [1 bedoeld in artikel 9, § 1, 1°]1 ?".   § 2. Ingeval op die vragen bevestigend wordt geantwoord, doen het hof en de jury uitspraak over de internering overeenkomstig artikel 9 van deze wet en artikel [1 343]1 van het Wetboek van strafvordering.   In het arrest van het hof van assisen worden de redenen voor de internering van de beschuldigde vermeld.   Wanneer het [2 een politiek misdrijf of een drukpersmisdrijf]2 betreft, kan de internering slechts met eenparigheid van stemmen van het hof en van de gezworenen worden gelast.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 156, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2026-03-30/01, art. 160, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 16 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK III. - Kosten, teruggave en bijkomende veiligheidsmaatregelen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 16.Ingeval de internering wordt [1 uitgesproken]1, wordt de [1 beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde]1 veroordeeld in de kosten en, in voorkomend geval, tot teruggave. De [2 ...]2 verbeurdverklaring wordt uitgesproken.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 157, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (2)<W 2026-03-30/01, art. 161, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 17 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK III. - Kosten, teruggave en bijkomende veiligheidsmaatregelen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 17.§ 1. Eenieder die geïnterneerd is wegens [1 in de [3 artikelen 134 tot 149, 151 tot 168, 170 tot 174, 177 tot 179, 183 voor zover de veroordeling inhoud van extreem pornografisch aard betreft, en 185]3 van het Strafwetboek bedoelde feiten die zijn gepleegd op een minderjarige of met zijn deelneming, kan voor [2 de duur van de internering]2 het voorwerp uitmaken van een veiligheidsmaatregel waarbij hem door het onderzoeks- of vonnisgerecht het recht wordt ontzegd om :   1° in welke hoedanigheid ook deel te nemen aan onderwijs in een openbare of particuliere instelling die minderjarigen opvangt;   2° deel uit te maken, als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarvan de activiteit in hoofdzaak op minderjarigen is gericht;   3° een activiteit toegewezen te krijgen die de betrokkene als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging, in een vertrouwens- of gezagsrelatie tegenover minderjarigen plaatst;   4° te wonen, te verblijven of zich op te houden in de door de bevoegde rechter bepaalde aangewezen zone. De oplegging van die maatregel moet met bijzondere redenen worden omkleed en rekening houden met de ernst van de feiten en met de reclasseringsmogelijkheden voor de geïnterneerde persoon.   § 2. [2 ...]2.   [2 De ontzetting heeft]2 gevolgen vanaf de dag waarop de op tegenspraak of bij verstek gewezen gerechtelijke beslissing die de ontzetting uitspreekt, onherroepelijk wordt.   § 3. [2 ...]2.   ----------   (1)<W 2016-02-01/09, art. 29, 003; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2016-05-04/03, art. 158, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>   (3)<W 2026-03-30/01, art. 162, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 18 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL III. - De gerechtelijke fase van de internering / HOOFDSTUK IV. - De burgerlijke rechtsvordering van de slachtoffers

    Lees de volledige brontekst
    Art. 18.§ 1. De onderzoeks- of vonnisgerechten doen op grond van deze wet of van [2 artikel 25]2 van het Strafwetboek uitspraak over de strafvordering; tegelijkertijd doen zij uitspraak over de bij hen op regelmatige wijze ingestelde burgerlijke rechtsvordering, overeenkomstig artikel [1 6.11]1 van het Burgerlijk Wetboek, alsook over de kosten.   § 2. De onderzoeks- of vonnisgerechten kunnen de burgerlijke belangen ook aanhouden, overeenkomstig artikel 4 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering.   ----------   (1)<W 2024-02-07/18, art. 38, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2025>   (2)<W 2026-03-30/01, art. 163, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 19 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK I. - Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering en van de bijhorende voorwaarden / Afdeling I. - De plaatsing en overplaatsing

    Lees de volledige brontekst
    Art. 19.De plaatsing is de beslissing van de kamer voor de bescherming van de maatschappij, al dan niet bij hoogdringendheid, tot aanwijzing van één van de inrichtingen bedoeld in artikel 3, 4°, b), c) en d) waar de internering ten uitvoer zal worden gelegd.   De overplaatsing is de beslissing van de kamer voor de bescherming van de maatschappij, al dan niet bij hoogdringendheid tot aanwijzing van één van de inrichtingen bedoeld in artikel 3, 4°, [1 b), c) en d)]1 waarnaar de geïnterneerde persoon dient te worden overgebracht, uit oogpunt van veiligheid of aangepaste zorg.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 159, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 20 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2014050511 / TITEL IV. - Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot internering / HOOFDSTUK I. - Bepaling van de uitvoeringsmodaliteiten van de internering en van de bijhorende voorwaarden / Afdeling II. - De uitgaansvergunning en het verlof / Onderafdeling I. - Definities

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20.§ 1. De uitgaansvergunning laat de geïnterneerde persoon toe de inrichting o[1 ...]1 te verlaten voor een bepaalde duur die niet langer mag zijn dan zestien uren.   § 2. De uitgaansvergunningen kunnen aan de geïnterneerde persoon worden toegekend om :   1° affectieve, sociale, morele, juridische, familiale, therapeutische, opleidings- of professionele belangen te behartigen die zijn aanwezigheid buiten de inrichting vereisen;   2° een medisch onderzoek of een medische behandeling buiten de inrichting te ondergaan;   3° zijn sociale re-integratie voor te bereiden.   Deze uitgaansvergunningen kunnen met een bepaalde periodiciteit worden toegekend.   ----------   (1)<W 2016-05-04/03, art. 160, 005; Inwerkingtreding : 23-05-2016>
    Open officiële bron ↗