Gratis brononderzoek

Externe rechtspositie en strafuitvoering

Strafuitvoeringsmodaliteiten en rechten van veroordeelden en slachtoffers.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

199 bronvarianten

  1. Art. 98/10 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling II. [1 Strafuitvoeringsmodaliteiten ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/10. [1 De voorwaardelijke invrijheidstelling is een wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf waardoor de veroordeelde zijn straf ondergaat buiten de gevangenis, mits naleving van de voorwaarden die hem gedurende een bepaalde proeftijd worden opgelegd.    De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegekend aan de veroordeelde die een derde van zijn straffen heeft ondergaan en die voldoet aan de in artikel 98/13 bedoelde voorwaarden. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 15, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 98/11 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling II. [1 Strafuitvoeringsmodaliteiten ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/11. [1 De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied is een wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf die wordt toegekend aan de veroordeelde, van wie op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat hij niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk, mits naleving van de voorwaarde het grondgebied effectief te verlaten en met het verbod om tijdens een bepaalde proeftijd terug te keren naar België zonder in orde te zijn met de wetgeving en de reglementering betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf of de vestiging in het Rijk en zonder de voorafgaande toelating van de strafuitvoeringsrechter.    De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied wordt toegekend aan de veroordeelde die, op zes maanden na, een derde van zijn straffen heeft ondergaan en die voldoet aan de in artikel 98/13 bedoelde voorwaarden. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 16, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 98/12 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling II. [1 Strafuitvoeringsmodaliteiten ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/12. [1 De voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering wordt toegestaan aan de veroordeelde die op grond van een uitvoerbaar vonnis of een uitvoerbare titel overgebracht dient te worden naar een ander land.    De voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering wordt toegekend aan de veroordeelde die een derde van zijn straffen heeft ondergaan en die voldoet aan de in artikel 98/13 bedoelde voorwaarden. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 17, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 98/13 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling III. [1 De toekenningsvoorwaarden en -procedure ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/13.[1 De strafuitvoeringsrechter kent de in afdeling II bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten toe op voorwaarde dat de veroordeelde beschikt over een verblijfplaats en voor zover er in hoofde van de veroordeelde geen [2 concreet]2 waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden bestaat waaraan niet tegemoet kan worden gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden.    De voorwaarde om over een verblijfplaats te beschikken is niet van toepassing op de beperkte detentie, de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied en de voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering.    [2 Onder een concreet waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden wordt verstaan een risico dat op het eerste gezicht blijkt uit de actuele gedragingen van de veroordeelde gesteld sinds de veroordeling, zoals blijkt uit de elementen van het advies van de directeur bedoeld in artikel 98/16, eerste lid, 2°, d) en e), of, in voorkomend geval, uit het advies bedoeld in artikel 98/18]2.    Een elektronisch toezicht kan slechts worden toegekend aan de veroordeelde van wie op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat hij niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk, voor zover op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken, dat moet verleend worden binnen tien dagen na kennisgeving door de directeur, blijkt dat die veroordeelde niet onmiddellijk kan worden verwijderd of overgebracht naar een plaats die valt onder de bevoegdheid van de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 19, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>   (2)<W 2026-07-22/07, art. 3, 046; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 98/14 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling III. [1 De toekenningsvoorwaarden en -procedure ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/14.[1 § 1. De beperkte detentie en het elektronisch toezicht worden toegekend door de strafuitvoeringsrechter op schriftelijk verzoek van de veroordeelde.    § 2. Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie van de gevangenis.    De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift aan de directeur.    Indien het een verzoek tot elektronisch toezicht betreft en de veroordeelde een straf ondergaat voor feiten bedoeld in de artikelen [2 100, 112 tot 118, 120 tot 126, 129, 130, 143 tot 146, 151 tot 155, 160, 161, 168, 171 tot 174, 200, 201, 206 tot 211, 260, 333 tot 337 van het Strafwetboek]2 of voor feiten die gepleegd zijn in een context van intrafamiliaal geweld, vraagt de directeur aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen om een maatschappelijke enquête uit te voeren met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke informatie over het onthaalmilieu waar het elektronisch toezicht zal plaatsvinden, tenzij dat in het concrete geval niet nuttig blijkt.    § 3. De directeur brengt een advies uit binnen een maand na de ontvangst van het afschrift van het schriftelijk verzoek. Artikel 98/16 is van toepassing. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 20, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 92, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 98/15 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling III. [1 De toekenningsvoorwaarden en -procedure ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/15. [1 . De voorwaardelijke invrijheidstelling, de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied en de voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering worden toegekend door de strafuitvoeringsrechter op ambtshalve advies van de directeur.    De directeur brengt een advies uit ten laatste twee maanden voor de veroordeelde zich naargelang het geval in de bij artikel 98/10, tweede lid, 98/11, tweede lid, of 98/12, tweede lid, bepaalde tijdsvoorwaarden bevindt of, indien deze termijn niet gerespecteerd kan worden, onmiddellijk. Artikel 98/16 is van toepassing.    Indien het advies betrekking heeft op een voorwaardelijke invrijheidstelling en de veroordeelde een straf ondergaat voor feiten van intrafamiliaal geweld, vraagt de directeur aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen om een maatschappelijke enquête uit te voeren met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke informatie over het onthaalmilieu waar de voorwaardelijke invrijheidstelling zal plaatsvinden, tenzij dat in het concrete geval niet nuttig blijk ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 21, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 98/16 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling III. [1 De toekenningsvoorwaarden en -procedure ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/16.[1 . De directeur hoort de veroordeelde en stelt een dossier samen. Dit dossier omvat:    1° een afschrift van de opsluitingsfiche, met vermelding van de toelaatbaarheidsdatum van de te beoordelen strafuitvoeringsmodaliteit;    2° het advies van de directeur dat volgende elementen omvat:    a) indien de te beoordelen strafuitvoeringsmodaliteit een elektronisch toezicht betreft: informatie over de plaats waar het elektronisch toezicht zal worden doorgebracht en het akkoord van de meerderjarige huisgenoten op die plaats en, indien het verzoek uitgaat van een veroordeelde zonder recht op verblijf: een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken waarin wordt aangegeven of de veroordeelde onmiddellijk kan worden verwijderd of overgebracht kan worden naar een plaats die valt onder de bevoegdheid van de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;    b) indien de te beoordelen strafuitvoeringsmodaliteit een beperkte detentie betreft: precieze informatie omtrent de professionele, opleidings- of familiale belangen die zijn aanwezigheid buiten de gevangenis vereisen;    c) indien de te beoordelen strafuitvoeringsmodaliteit een voorwaardelijke invrijheidstelling betreft: informatie omtrent het voorgestelde verblijfsadres;    d) in voorkomend geval, de maatschappelijke enquête bedoeld in de artikelen 98/14, § 2, derde lid, en 98/15, derde lid;    e) de elementen die de directeur relevant acht voor de beoordeling van het [2 concreet]2 waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden;    f) een voorstel tot toekenning of afwijzing en, in voorkomend geval, de bijzondere voorwaarden die hij noodzakelijk acht om het risico op recidive te beperken of die noodzakelijk zijn in het belang van het slachtoffer.    De griffie van de gevangenis zendt het dossier over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en deelt een afschrift ervan mee aan het openbaar ministerie en aan de veroordeelde.    De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank voegt aan het dossier een geactualiseerd afschrift toe van het strafregister, een afschrift van de vonnissen en arresten van veroordeling, alsook, in voorkomend geval, een afschrift van de slachtofferfiches. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 22, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>   (2)<W 2026-07-22/07, art. 4, 046; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 98/17 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling III. [1 De toekenningsvoorwaarden en -procedure ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/17. [1 . Indien de directeur een voorstel tot toekenning van een elektronisch toezicht of, ingeval de veroordeelde zijn straf in de gevangenis ondergaat, tot een voorwaardelijke invrijheidstelling heeft geformuleerd en voor zover de veroordeelde zich in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de toekenning ervan, wordt de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf per aangevraagde strafuitvoeringsmodaliteit eenmalig van rechtswege opgeschort. De griffie van de gevangenis brengt dit onmiddellijk ter kennis van het openbaar ministerie en van de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.    Deze opschorting neemt van rechtswege een einde vanaf de dag dat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan of, in geval van toekenning van een elektronisch toezicht, op het ogenblik van de effectieve plaatsing onder elektronisch toezicht. De verjaring van de in het verzoek vervatte straffen loopt niet tijdens deze periode van opschorting.    Tijdens de opschorting van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, kan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de veroordeelde zich bevindt of het openbaar ministerie, de opsluiting van de veroordeelde bevelen indien deze de fysieke integriteit van derden ernstig in gevaar brengt of wanneer er een gevaar bestaat dat de veroordeelde zich aan de uitvoering van zijn straf zou onttrekken. Deze beslissing wordt onmiddellijk meegedeeld aan de veroordeelde, de strafuitvoeringsrechter en de directeur. De opschorting van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf neemt hierdoor een einde. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 23, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 98/18 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling III. [1 De toekenningsvoorwaarden en -procedure ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/18.[1 . In de gevallen waarin het openbaar ministerie dit nodig acht en waarover het College van procureurs-generaal richtlijnen kan uitvaardigen, stelt het openbaar ministerie een advies op omtrent het bestaan van een [2 concreet]2 waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden en zendt het, binnen [2 tien werkdagen]2 na de ontvangst van het afschrift van het advies van de directeur, over aan de strafuitvoeringsrechter en bezorgt hiervan een afschrift aan de veroordeelde en aan de directeur. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 24, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>   (2)<W 2026-07-22/07, art. 5, 046; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 98/19 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling III. [1 De toekenningsvoorwaarden en -procedure ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/19.[1 De strafuitvoeringsrechter doet uitspraak binnen de maand na de ontvangst van het dossier van de directeur bedoeld in artikel 98/16, eerste lid, en ten vroegste na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie of na het verstrijken van de adviestermijn van het openbaar ministerie.    Ingeval de aanvraag betrekking heeft op een voorwaardelijke invrijheidstelling en de veroordeelde een straf ondergaat voor:    - feiten bedoeld in de artikelen [2 96 tot 102, 112 tot 118, 120 tot 126, 195 tot 198, 2° tot 4°, 199 tot 202, 206 tot 211, 467 tot 469 en 471 tot 473 van het Strafwetboek]2;    - feiten van invoer, uitvoer, doorvoer en vervoer bedoeld in artikel 2bis van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, of feiten bedoeld in de artikelen [2 106 tot 107/1, 196, 198, 202, 215, 217, 218, 223 tot 225, 260, 407 tot 409 van het Strafwetboek]2, voor zover deze gepleegd zijn in combinatie met een van de feiten bedoeld in het eerste streepje;    kan de strafuitvoeringsrechter die oordeelt dat het dossier niet in staat is, bijkomende informatie vragen of aan de bevoegde diensten van de gemeenschappen overeenkomstig artikel 34, § 2, tweede lid, de opdracht geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke informatie over het onthaalmilieu waar de voorwaardelijke invrijheidstelling zal plaatsvinden. In dat geval kan de termijn van een maand bedoeld in paragraaf 1 eenmaal met maximaal een maand worden verlengd. De strafuitvoeringsrechter deelt de verlenging van de termijn onverwijld mee aan het openbaar ministerie, aan de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is, en aan de veroordeelde en verzoekt de veroordeelde of, in voorkomend geval, de directeur om binnen veertien dagen de nodige informatie schriftelijk mee te delen. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 25, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 93, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 98/20 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling IV. [1 De beslissing van de strafuitvoeringsrechter ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/20. [1 De strafuitvoeringsrechter die de toelaatbaarheidsdatum bedoeld in artikel 98/16, eerste lid, 1°, niet betwist, kent de strafuitvoeringsmodaliteit toe behalve wanneer hij vaststelt dat de voorwaarden bedoeld in artikel 98/13 niet zijn vervuld.    Het vonnis tot toekenning van een beperkte detentie, een elektronisch toezicht of een voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitvoerbaar vanaf de dag dat het in kracht van gewijsde is gegaan en ten vroegste vanaf het ogenblik dat de veroordeelde zich in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de toegekende strafuitvoeringsmodaliteit.    Het vonnis tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering wordt uitvoerbaar op het ogenblik dat de overlevering plaatsvindt.    Het vonnis tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied wordt uitvoerbaar op het ogenblik van de effectieve verwijdering of de overbrenging naar een plaats die valt onder de bevoegdheid van de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en dit ten vroegste de dag dat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en de veroordeelde zich in de tijdsvoorwaarden bevindt voor deze strafuitvoeringsmodaliteit en ten laatste twintig dagen nadat de veroordeelde een derde van zijn straffen heeft ondergaan of, indien hij op het ogenblik van de toekenning reeds een derde van de straffen heeft ondergaan, twintig dagen na het in kracht van gewijsde treden van het vonnis. Indien de verwijdering of de overbrenging niet heeft plaatsgevonden bij het verstrijken van de uiterste datum van uitvoerbaarheid, wordt de veroordeelde in vrijheid gesteld. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 27, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 98/21 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling IV. [1 De beslissing van de strafuitvoeringsrechter ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/21. [1 Het vonnis tot toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit bepaalt dat de veroordeelde onderworpen is aan de volgende algemene voorwaarden:    1° geen strafbare feiten plegen;    2° de slachtoffers niet lastigvallen;    3° voor het elektronisch toezicht en de voorwaardelijke invrijheidstelling, een verblijfplaats hebben en, bij wijziging ervan, zijn nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, ook aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen die met de begeleiding is belast;    4° gevolg geven aan de oproepingen van het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, van de bevoegde dienst van de gemeenschappen die met de begeleiding is belast;    5° voor de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied, de verplichting om het grondgebied effectief te verlaten en het verbod om tijdens de proeftijd terug te keren naar België zonder in orde te zijn met de wetgeving en de reglementering betreffende de toegang, het verblijf of de vestiging in het Rijk en zonder de voorafgaande toelating van de strafuitvoeringsrechter." ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 28, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 98/22 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling IV. [1 De beslissing van de strafuitvoeringsrechter ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/22. [1 § 1. De strafuitvoeringsrechter kan de veroordeelde aan geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden onderwerpen indien deze absoluut noodzakelijk zijn om het risico op recidive te beperken of indien deze noodzakelijk zijn in het belang van het slachtoffer.    § 2. Ingeval het een toekenning van een voorwaardelijke invrijheidsstelling betreft, bepaalt de strafuitvoeringsrechter in zijn vonnis eveneens of de veroordeelde tijdens de voorwaardelijke invrijheidsstelling al dan niet het grondgebied van het Rijk mag verlaten.    Ingeval de veroordeelde het grondgebied van het Rijk mag verlaten, bepaalt de strafuitvoeringsrechter in zijn vonnis de maximale periode voor dewelke de veroordeelde dit kan en de frequentie ervan en, in voorkomend geval, of en op welke wijze de veroordeelde het openbaar ministerie voorafgaandelijk moet inlichten voor hij het grondgebied van het Rijk verlaat. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 29, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 98/23 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling IV. [1 De beslissing van de strafuitvoeringsrechter ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/23. [1 . De strafuitvoeringsrechter bepaalt in het vonnis tot toekenning van een beperkte detentie of een elektronisch toezicht het programma van de concrete invulling hiervan.    De bevoegde dienst van de gemeenschappen staat in voor de uitwerking van de concrete invulling van de toegekende strafuitvoeringsmodaliteit overeenkomstig de door de Koning daartoe bepaalde nadere regels. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 30, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 98/24 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling IV. [1 De beslissing van de strafuitvoeringsrechter ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/24. [1 . § 1. Indien de strafuitvoeringsrechter beslist over de toekenning van de beperkte detentie of het elektronisch toezicht, kan hij op dat ogenblik ook penitentiair verlof toekennen.    § 2. Indien de veroordeelde na de toekenning van de beperkte detentie of het elektronisch toezicht om penitentiair verlof verzoekt, dient de veroordeelde zijn schriftelijk verzoek in op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. Dit verzoek omvat de informatie over de feitelijke omstandigheden en het kader waarbinnen het verlof zal plaats vinden.    De strafuitvoeringsrechter doet uitspraak binnen de maand na de indiening van het verzoek van de veroordeelde.    De artikelen 98/21 en 98/22 zijn van toepassing.    § 3. De strafuitvoeringsrechter bepaalt de duur van het penitentiair verlof, dat niet minder dan viermaal zesendertig uur per trimester mag zijn. Het penitentiair verlof wordt elk trimester van rechtswege hernieuwd.    § 4. Artikel 98/26 is van toepassing. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 31, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 98/25 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling IV. [1 De beslissing van de strafuitvoeringsrechter ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/25. [1 Indien de strafuitvoeringsrechter de te beoordelen strafuitvoeringsmodaliteit afwijst, bepaalt hij in zijn vonnis de datum waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen of de directeur een nieuw advies moet uitbrengen.    Deze termijn mag niet langer zijn dan twee maanden te rekenen van het vonnis. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 32, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 98/26 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling IV. [1 De beslissing van de strafuitvoeringsrechter ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/26.[1 . § 1. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en van de directeur. Bij kennisname van het vonnis stemt de veroordeelde in met de voorwaarden.    Het slachtoffer wordt zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel, op de hoogte gebracht van het vonnis en, in voorkomend geval, van de voorwaarden die in zijn belang zijn opgelegd.    Onverminderd het eerste lid brengt de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank de veroordeelde ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf werd opgeschort overeenkomstig artikel 98/17, zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel, op de hoogte van het vonnis.    § 2. Het vonnis tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit wordt meegedeeld aan de volgende autoriteiten en instanties:    - de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde zich zal vestigen;    - de nationale gegevensbank bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt;    - in voorkomend geval, de bevoegde dienst van de gemeenschappen van het gerechtelijk arrondissement waarin de veroordeelde zijn verblijfplaats heeft;    - de dienst van de gemeenschappen, bevoegd voor het elektronisch toezicht, ingeval de beslissing betrekking heeft op een elektronisch toezicht;    - de bevoegde dienst van de gemeenschappen van de verblijfplaats van het slachtoffer [2 ...]2;    - de Dienst Vreemdelingenzaken, ingeval de beslissing betrekking heeft op een veroordeelde die niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 33, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 94, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 98/27 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling IV. [1 De beslissing van de strafuitvoeringsrechter ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/27. [1 Naast de in artikel 64, 1° tot 7°, bedoelde gevallen, kan het openbaar ministerie, met het oog op de herroeping van de toegekende strafuitvoeringsmodaliteit, de zaak ook bij de strafuitvoeringsrechter aanhangig maken wanneer de veroordeelde de in artikel 98/21, 2°, bepaalde algemene voorwaarde niet naleeft.    Ingeval de veroordeelde de in artikel 98/21, 5°, bepaalde algemene voorwaarde niet naleeft, maakt het openbaar ministerie de zaak bij de strafuitvoeringsrechter aanhangig, in welk geval de strafuitvoeringsrechter de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied herroept. In hetzelfde geval kan de procureur des Konings van de rechtbank in het rechtsgebied waarvan de veroordeelde zich bevindt of het openbaar ministerie zijn voorlopige aanhouding bevelen, in welk geval de strafuitvoeringsrechter de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied herroept. Enkel artikel 68, §§ 5, 6 en 7, is op deze procedures van toepassing. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 34, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 98/27/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / Hoofdstuk I/1. [1 De noodprocedure voor de toekenning van het elektronisch toezicht van rechtswege]1 / Afdeling I. [1 Toepassingsgebied en geldigheidsduur]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/27/1. [1 § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op:    1° de veroordeelde tot een of meer vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte achttien maanden of minder, maar zes maanden of meer bedraagt;    2° de veroordeelde tot een of meer vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte drie jaar of minder, maar meer dan achttien maanden bedraagt, voor zover hij zich op achttien maanden voor het einde van het uitvoerbare gedeelte van de vrijheidsstraf of vrijheidsstraffen waartoe hij is veroordeeld bevindt en hij zich in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de toekenning van de voorwaardelijke invrijheidstelling;    3° de veroordeelde tot een of meer vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte tien jaar of minder, maar meer dan drie jaar bedraagt, voor zover hij zich op achttien maanden voor het einde van het uitvoerbare gedeelte van de vrijheidsstraf of vrijheidsstraffen waartoe hij is veroordeeld bevindt en hij zich in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de toekenning van de voorwaardelijke invrijheidstelling.    § 2. De volgende categorieën van veroordeelden zijn uitgesloten van de in dit hoofdstuk bedoelde toekenning van elektronisch toezicht van rechtswege:    1° de veroordeelde die een straf ondergaat waarvoor overeenkomstig artikel 32 een gespecialiseerd advies vereist is;    2° de veroordeelde die een straf ondergaat voor feiten bedoeld in artikel 98/19, tweede lid;    3° de veroordeelde die een straf ondergaat voor feiten bedoeld in de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen;    4° de veroordeelde die het voorwerp uitmaakt van een veroordeling met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank.    De veroordeelde van wie op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat hij niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk, komt voor de toekenning van elektronisch toezicht van rechtswege slechts in aanmerking voor zover op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken, dat moet verleend worden binnen tien dagen na kennisgeving door de directeur, blijkt dat die veroordeelde niet onmiddellijk kan worden verwijderd of overgebracht naar een plaats die valt onder de bevoegdheid van de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.    De veroordeelde wiens strafuitvoeringsmodaliteit tijdens de geldigheidsduur van dit hoofdstuk door de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank wordt herroepen, is gedurende twee maanden na de tenuitvoerlegging van het vonnis tot herroeping uitgesloten van de toekenning van rechtswege van elektronisch toezicht. Hij is er ook van uitgesloten tijdens de periode van voorlopige aanhouding of schorsing voorafgaand aan de eventuele herroeping.    § 3. Vanaf twee maanden na de inwerkingtreding van de wet van 22 juli 2026 houdende bijkomende maatregelen met het oog op de vermindering van de overbevolking in de gevangenissen kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het toepassingsgebied van de noodprocedure voor de toekenning van elektronisch toezicht van rechtswege uitbreiden ten aanzien van de veroordeelde bedoeld in paragraaf 1, 1°, voor zover de beschikbare penitentiaire capaciteit het niet toelaat om elke gedetineerde een menswaardige slaapplaats te bieden.    De in het eerste lid bedoelde uitbreiding houdt in dat één of beide uitsluitingsbepalingen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 2° en 3°, geheel of gedeeltelijk niet worden toegepast.    Van zodra de beschikbare penitentiaire capaciteit het opnieuw toelaat om elke gedetineerde een menswaardige slaapplaats te bieden, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het toepassingsgebied van de noodprocedure bedoeld in het eerste lid inperken ten aanzien van de veroordeelde bedoeld in paragraaf 1, 1°, door één of beide uitsluitingsbepalingen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 2° en 3°, geheel of gedeeltelijk toe te passen.    § 4. Dit hoofdstuk is van toepassing tot 31 december 2028.    De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op basis van een evaluatie van de situatie inzake overbevolking en de beschikbare capaciteit, ten aanzien van de veroordeelde bedoeld in paragraaf 1, 1°, de datum bedoeld in het eerste lid telkens met maximum een jaar verlengen tot uiterlijk 1 juni 2030.    § 5. Aan de veroordeelde bedoeld in paragraaf 1 wordt een elektronisch toezicht als bedoeld in artikel 22 toegekend onder de in de artikelen 98/27/2 en 98/27/4 bepaalde voorwaarden.    § 6. De noodprocedure toekenning elektronisch toezicht van rechtswege heeft voorrang op alle andere in deze wet voorziene procedures tot toekenning van elektronisch toezicht zonder de van toepassing zijnde bepalingen van deze wet uit te sluiten.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-07-22/07, art. 8, 046; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 98/27/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / Hoofdstuk I/1. [1 De noodprocedure voor de toekenning van het elektronisch toezicht van rechtswege]1 / Afdeling II. [1 Toekenningsvoorwaarden en -procedure]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/27/2. [1 § 1. Aan de veroordeelde bedoeld in artikel 98/27/1, § 1, 1° tot 3°, die zijn vrijheidsstraf geheel of gedeeltelijk in de gevangenis ondergaat of van wie de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf is opgeschort overeenkomstig artikel 98/17, wordt van rechtswege een elektronisch toezicht toegekend van zodra de directeur vaststelt dat de veroordeelde over een verblijfplaats beschikt en de meerderjarige huisgenoten op dat adres zich akkoord verklaren.    Indien de veroordeelde een straf ondergaat voor feiten bedoeld in de artikelen 28/1 en 47/1, wordt de verblijfplaats niet aanvaard indien het slachtoffer verblijft op de plaats waar het elektronisch toezicht zal worden doorgebracht.    De toekenning van elektronisch toezicht van rechtswege omvat de toekenning van rechtswege van penitentiair verlof ten belope van viermaal zesendertig uur per trimester. Het penitentiair verlof wordt elk trimester van rechtswege hernieuwd, behoudens andersluidende beslissing van de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank overeenkomstig paragraaf 5.    § 2. Ten aanzien van de veroordeelde bedoeld in artikel 98/27/1, § 1, 1° en 2°, wordt, voorafgaand aan de effectieve plaatsing onder elektronisch toezicht, de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf van rechtswege opgeschort.    De directeur deelt de toekenning van elektronisch toezicht van rechtswege en, in voorkomend geval, de strafopschorting van rechtswege onmiddellijk mee aan de veroordeelde.    De directeur stelt het slachtoffer zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel in kennis van de toekenning van elektronisch toezicht van rechtswege en, in voorkomend geval, de strafopschorting van rechtswege.    De directeur deelt de toekenning van elektronisch toezicht van rechtswege en, in voorkomend geval, de strafopschorting van rechtswege onmiddellijk mee aan:    1° de dienst van de gemeenschappen, bevoegd voor het elektronisch toezicht;    2° de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank;    3° het openbaar ministerie;    4° de bevoegde dienst van de gemeenschappen van de verblijfplaats van het slachtoffer;    5° de Dienst Vreemdelingenzaken, ingeval de beslissing betrekking heeft op een veroordeelde die niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk.    De strafopschorting neemt van rechtswege een einde op het ogenblik van de effectieve plaatsing onder elektronisch toezicht. De veroordeelde bedoeld in artikel 98/27/1, § 1, 3°, verblijft na de toekenning van elektronisch toezicht van rechtswege in de gevangenis voor de tijd die strikt noodzakelijk is voor de effectieve plaatsing onder elektronisch toezicht.    Tijdens de opschorting van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, kan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de veroordeelde zich bevindt of het openbaar ministerie, de opsluiting van de veroordeelde bevelen indien deze de fysieke integriteit van derden ernstig in gevaar brengt of wanneer er een gevaar bestaat dat de veroordeelde zich aan de uitvoering van zijn straf zou onttrekken. Deze beslissing wordt onmiddellijk meegedeeld aan de veroordeelde, de strafuitvoeringsrechter en de directeur. De toekenning van elektronisch toezicht van rechtswege komt hierdoor te vervallen.    § 3. De veroordeelde is tijdens de uitvoering van het elektronisch toezicht onderworpen aan volgende algemene voorwaarden:    1° geen strafbare feiten plegen;    2° de slachtoffers niet lastigvallen;    3° een verblijfplaats in België blijven houden en die pas veranderen na toestemming van de dienst van de gemeenschappen bevoegd voor het elektronisch toezicht;    4° gevolg geven aan de oproepingen van de dienst van de gemeenschappen bevoegd voor het elektronisch toezicht en van het openbaar ministerie;    5° het door de dienst van de gemeenschappen bevoegd voor het elektronisch toezicht vastgestelde uitvoeringsplan naleven.    § 4. De directeur deelt de effectieve plaatsing onder elektronisch toezicht mee aan de volgende autoriteiten en instanties:    1° de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank;    2° het openbaar ministerie;    3° de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde zich zal vestigen;    4° de nationale gegevensbank bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.    § 5. De strafuitvoeringsrechter, voor wat betreft de veroordeelde bedoeld in artikel 98/27/1, § 1, 1° en 2°, of de strafuitvoeringsrechtbank, voor wat betreft de veroordeelde bedoeld in artikel 98/27/1, § 1, 3°, wordt gevat door de kennisgeving bedoeld in paragraaf 2, vierde lid, 2°, en oordeelt ten laatste twee maanden na die kennisgeving of de van rechtswege toekenning voldeed aan de tijds- en toekenningsvoorwaarden bedoeld in paragraaf 1 en in artikel 98/27/1, § 1, en beslist, op basis van die beoordeling, over de eventuele stopzetting van het elektronisch toezicht van rechtswege of van het penitentiair verlof. Bij gebrek aan vonnis binnen die termijn loopt het elektronisch toezicht, met inbegrip van het penitentiair verlof, verder.    De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank kan beslissen tot stopzetting van het elektronisch toezicht of van het penitentiair verlof ingeval wordt vastgesteld dat de van rechtswege toekenning niet voldeed aan de tijds- of toekenningsvoorwaarden bedoeld in paragraaf 1 en in artikel 98/27/1, § 1.    Ingeval de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank een stopzetting van het elektronisch toezicht of penitentiair verlof overweegt, vindt de behandeling van de zaak plaats op de eerste nuttige zitting.    De veroordeelde wordt ten minste tien dagen voor de datum van de behandeling van de zaak per aangetekende zending opgeroepen.    De zitting vindt plaats met gesloten deuren.    Het dossier wordt ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld, voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn raadsman op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank of op de griffie van de gevangenis ingeval de veroordeelde gedetineerd is.    De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.    De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank hoort de veroordeelde en zijn raadsman alsook het openbaar ministerie.    Binnen zeven dagen nadat de zaak in beraad is genomen, beslist de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank over de stopzetting van het elektronisch toezicht van rechtswege of het penitentiair verlof.    Ingeval van stopzetting van het elektronisch toezicht van rechtswege wordt de veroordeelde onmiddellijk opnieuw opgesloten. Ingeval van stopzetting van het elektronisch toezicht van rechtswege wordt de periode die de veroordeelde onder elektronisch toezicht stond in mindering gebracht van het op het ogenblik van de toekenning nog resterende gedeelte van de vrijheidsstraffen.    § 6. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en van de directeur.    Het slachtoffer wordt zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel, op de hoogte gebracht van het vonnis tot stopzetting van het elektronisch toezicht van rechtswege.    Het vonnis tot stopzetting van het elektronisch toezicht van rechtswege wordt meegedeeld aan de volgende autoriteiten en instanties:    1° de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde verblijft;    2° de nationale gegevensbank bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt;    3° de dienst van de gemeenschappen, bevoegd voor het elektronisch toezicht;    4° de bevoegde dienst van de gemeenschappen van de verblijfplaats van het slachtoffer;    5° de Dienst Vreemdelingenzaken, ingeval de beslissing betrekking heeft op een veroordeelde die niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk.    § 7. De toekenning van elektronisch toezicht van rechtswege brengt het verval met zich mee van het verzoek van de veroordeelde, gericht aan de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank, tot toekenning van een beperkte detentie of een elektronisch toezicht, doch stelt geen einde aan het verzoek van de veroordeelde of aan het ambtshalve advies van de directeur tot toekenning van een voorwaardelijke invrijheidstelling of een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.    De toekenning van elektronisch toezicht van rechtswege brengt het verval met zich mee van de door de strafuitvoeringsrechter of strafuitvoeringsrechtbank toegekende beperkte detentie, doch stelt geen einde aan het door de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank toegekende elektronisch toezicht, de voorwaardelijke invrijheidstelling of de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering, noch aan de door de directeur toegekende vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" bedoeld in artikel 98/28.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-07-22/07, art. 10, 046; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗