Gratis brononderzoek

Externe rechtspositie en strafuitvoering

Strafuitvoeringsmodaliteiten en rechten van veroordeelden en slachtoffers.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

199 bronvarianten

  1. Art. 98/27/3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / Hoofdstuk I/1. [1 De noodprocedure voor de toekenning van het elektronisch toezicht van rechtswege]1 / Afdeling II. [1 Toekenningsvoorwaarden en -procedure]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/27/3. [1 Naast de in artikel 64, 2°, 4°, 6° en 7°, bedoelde gevallen, kan het openbaar ministerie, met het oog op de herroeping van het van rechtswege toegekende elektronisch toezicht, de zaak ook bij de strafuitvoeringsrechter of strafuitvoeringsrechtbank aanhangig maken wanneer de veroordeelde de in artikel 98/27/2, § 3, 1°, 2° of 3°, bedoelde algemene voorwaarde niet naleeft.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-07-22/07, art. 11, 046; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 98/27/4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / Hoofdstuk I/1. [1 De noodprocedure voor de toekenning van het elektronisch toezicht van rechtswege]1 / Afdeling II. [1 Toekenningsvoorwaarden en -procedure]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/27/4. [1 Na het verval van de toekenning van het elektronisch toezicht van rechtswege bedoeld in artikel 98/27/2, § 2, zesde lid, in fine, of na een beslissing tot herroeping van het elektronisch toezicht van rechtswege, wordt het elektronisch toezicht van rechtswege opnieuw toegekend na het verstrijken van een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de opsluiting ingevolge het bevel bedoeld in artikel 98/27/2, § 2, zesde lid, of ingevolge het vonnis tot herroeping, tenzij de herroeping is gestoeld op artikel 64, 7°.    Na een herroeping van het elektronisch toezicht van rechtswege op grond van artikel 64, 2°, of op grond van de niet-naleving van de in artikel 98/27/2, § 3, 1° of 2°, bedoelde algemene voorwaarde, wordt het elektronisch toezicht van rechtswege niet opnieuw toegekend.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-07-22/07, art. 14, 046; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 98/28 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK II. [1 De vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" vanaf zes maanden voor strafeinde ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/28.[1 § 1. De directeur kent een vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" toe aan de veroordeelde die zich in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de toekenning van de voorwaardelijke invrijheidstelling, vanaf zes maanden voor het einde van het uitvoerbaar gedeelte van de vrijheidsstraf of van de vrijheidsstraffen waartoe hij is veroordeeld, voor zover hij uitsluitend in kracht van gewijsde getreden veroordelingen tot een vrijheidsstraf ondergaat en voor zover hij cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoet:    1° hij beschikt over een opvangadres;    2° hij stelt geen manifest risico voor een ernstige aantasting van de fysieke integriteit van derden.    De veroordeelde die geen recht heeft op verblijf komt slechts in aanmerking voor deze maatregel, voor zover de Dienst Vreemdelingenzaken meedeelt aan de directeur dat hij in de onmogelijkheid verkeert om onmiddellijk over te gaan tot verwijdering van het grondgebied of tot overbrenging naar een plaats die valt onder de bevoegdheid van de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen van de veroordeelde. De betrokken veroordeelde dient enkel te voldoen aan de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 2°.    In afwijking van het eerste lid is de veroordeelde wiens strafuitvoeringsmodaliteit tijdens de geldigheidsduur van deze maatregel door de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank wordt herroepen, gedurende twee maanden na de tenuitvoerlegging van het vonnis tot herroeping uitgesloten van de vervroegde invrijheidstelling. [3 Hij is er ook van uitgesloten tijdens de periode van voorlopige aanhouding of schorsing voorafgaand aan de eventuele herroeping.]3    § 2. De volgende categorieën van veroordeelden zijn uitgesloten van de in dit hoofdstuk bedoelde maatregel van de vervroegde invrijheidstelling "overbevolking":    - de veroordeelden die een of meerdere vrijheidsbenemende straffen ondergaan waarvan het totaal meer dan [3 drie]3 jaar bedraagt;    - de veroordeelden die een straf ondergaan voor de feiten bedoeld in [2 boek II, titel 4, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek]2;    - de veroordeelden die een straf ondergaan voor de feiten bedoeld in de artikelen [2 134 tot 149, 151 tot 168, 171 tot 174, 177 tot 179, 183 tot 185 van het Strafwetboek]2;    - de veroordeelden die het voorwerp uitmaken van een veroordeling met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank [2 ...]2;    - de veroordeelden die worden opgevolgd door het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse in het kader van de gemeenschappelijke gegevensbank bedoeld in artikel 3 van de wet van 29 maart 2024 tot oprichting van de gemeenschappelijke gegevensbank "Terrorisme, Extremisme, Radicaliseringsproces" ("T.E.R.") en tot wijziging van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, de wet van 30 juli 2018 tot oprichting van lokale integrale veiligheidscellen inzake radicalisme, extremisme en terrorisme en de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.    § 3. De beslissing tot toekenning van de vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" bepaalt dat de veroordeelde tijdens de proeftermijn onderworpen is aan de volgende algemene voorwaarden:    1° geen strafbare feiten plegen;    2° de slachtoffers niet lastigvallen;    3° een opvangadres blijven hebben, en bij wijziging ervan, zijn nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan de directeur of, indien het een veroordeelde bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, betreft, het grondgebied effectief verlaten binnen de door de Dienst Vreemdelingenzaken opgelegde termijn en tijdens de proeftermijn niet terugkeren naar België zonder in orde te zijn met de wetgeving en reglementering betreffende de toegang, het verblijf en de vestiging in het Rijk.    § 4. De proeftermijn is gelijk aan de duur van het nog resterende gedeelte van de vrijheidsstraffen op het ogenblik van de toekenning van de vervroegde invrijheidstelling "overbevolking".    § 5. De directeur deelt de beslissing tot toekenning van de vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" mee aan de veroordeelde.    De directeur stelt het slachtoffer zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel in kennis van de toekenning van de vervroegde invrijheidstelling "overbevolking".    De directeur deelt de beslissing tot toekenning van de vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" mee aan de volgende autoriteiten en instanties:    1° de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde zijn opvangadres heeft;    2° de nationale gegevensbank bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt;    3° de procureur des Konings van het arrondissement waar de veroordeelde zijn opvangadres heeft;    4° het openbaar ministerie bij de strafuitvoeringsrechtbank, indien de strafuitvoeringsrechtbank reeds gevat is;    5° de voor de begeleiding van de beperkte detentie bevoegde dienst van de gemeenschappen, indien de veroordeelde zich in beperkte detentie bevindt;    6° de Dienst Vreemdelingenzaken, indien de beslissing betrekking heeft op de veroordeelde bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.    § 6. De directeur kan de vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" herroepen in de volgende gevallen:    1° wanneer bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de veroordeelde tijdens de proeftermijn een misdrijf heeft gepleegd;    2° wegens niet-naleving van de in paragraaf 3, 2°, bepaalde algemene voorwaarde;    3° na een voorlopige aanhouding overeenkomstig paragraaf 8.    In geval van herroeping wordt de periode tijdens dewelke de veroordeelde in vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" was en die loopt tot aan de beslissing tot herroeping, afgetrokken van het op het ogenblik van de toekenning van de vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" nog resterende gedeelte van de vrijheidsstraffen.    Indien de vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" wordt herroepen, kan zij niet opnieuw worden toegekend.    § 7. De directeur brengt de beslissing tot herroeping zo snel mogelijk ter kennis van:    1° de veroordeelde;    2° alle autoriteiten en instanties aan wie de beslissing tot toekenning werd meegedeeld overeenkomstig paragraaf 5, derde lid.    De directeur stelt het slachtoffer zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel in kennis van de beslissing tot herroeping.    § 8. Indien de veroordeelde de fysieke of psychische integriteit van derden ernstig in gevaar brengt gedurende de proeftermijn, kan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de veroordeelde zich bevindt, zijn voorlopige aanhouding bevelen. Hij deelt zijn beslissing onmiddellijk mee aan de directeur.    De directeur neemt een beslissing over de herroeping van de vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" binnen zeven dagen volgend op de aanhouding van de veroordeelde. Hij deelt zijn beslissing binnen vierentwintig uur schriftelijk mee aan de veroordeelde en aan de in het eerste lid bedoelde procureur des Konings.    De directeur stelt het slachtoffer zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel in kennis van de beslissing tot herroeping. Hij deelt de beslissing tot herroeping zo snel mogelijk mee aan het openbaar ministerie, indien de strafuitvoeringsrechtbank reeds gevat is.    § 9. Behoudens in het in paragraaf 8 bedoelde geval, neemt de vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" van rechtswege een einde ingeval:    1° er in hoofde van de veroordeelde bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, een niet-naleving van de voorwaarde bedoeld in paragraaf 3, 3°, wordt vastgesteld;    2° de veroordeelde opnieuw wordt opgesloten.    In het geval bedoeld in het eerste lid, 1°, wordt de veroordeelde onmiddellijk opnieuw opgesloten.    De directeur informeert hiervan de veroordeelde, het slachtoffer en alle in paragraaf 5, derde lid, vermelde autoriteiten en instanties. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 36, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 95, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>   (3)<W 2026-07-22/07, art. 13, 046; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 98/29 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK II. [1 De vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" vanaf zes maanden voor strafeinde ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/29.[1 . Dit hoofdstuk is van toepassing tot 31 december [2 2027]2.    De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoelde datum vervroegen ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 37, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>   (2)<W 2026-07-22/07, art. 14, 046; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 98/29/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK II. [1 De vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" vanaf zes maanden voor strafeinde ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/29/1. [1 De veroordeelde tot een of meer vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte drie jaar of minder bedraagt, die geen straf ondergaat voor feiten waarvoor overeenkomstig artikel 32 een gespecialiseerd advies vereist is en die het voorwerp uitmaakt van een uitvoerbaar koninklijk besluit tot uitzetting, van een uitvoerbaar ministerieel besluit tot terugwijzing, of van een uitvoerbaar bevel tot verlaten van het grondgebied met bewijs van effectieve verwijdering, kan het voorwerp uitmaken van een effectieve verwijdering of van een overbrenging naar een plaats die valt onder de bevoegdheid van de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, in het kader van zijn imminente verwijdering van zodra hij een derde van zijn straffen heeft ondergaan. De minister of zijn gemachtigde verleent de invrijheidstelling met dit oogmerk.    Indien de veroordeelde binnen de twee jaar na de invrijheidstelling door de minister terugkeert naar België zonder in orde te zijn met de wetgeving en de reglementering betreffende de toegang, het verblijf of de vestiging in het Rijk, kan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de veroordeelde zich bevindt, zijn voorlopige aanhouding bevelen. De procureur des Konings deelt onmiddellijk zijn beslissing mee aan de minister of zijn gemachtigde.    De minister of zijn gemachtigde neemt binnen zeven dagen volgend op de voorlopige aanhouding van de veroordeelde een beslissing tot uitvoering van het resterende gedeelte van de straffen. Deze beslissing wordt binnen een werkdag schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde, de procureur des Konings en de directeur.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-07-22/07, art. 16, 046; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 98/29/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK II. [1 De vervroegde invrijheidstelling "overbevolking" vanaf zes maanden voor strafeinde ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/29/2. [1 Dit hoofdstuk is van toepassing tot 1 juni 2030.    Na een evaluatie van de beschikbare penitentiaire capaciteit en de extrapolatie van de instroom van de gedetineerdenbevolking, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoelde datum vervroegen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-07-22/07, art. 17, 046; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 98/30 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquinquies [1 Slotbepaling]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/30. [1 De verwijzingen naar artikel 50 van het Strafwetboek in de artikelen 26/1 en 95/1 worden geacht ook te verwijzen naar de artikelen 382bis, opgeheven bij de wet van 21 maart 2022, en 417/58 van het Strafwetboek voor de veroordelingen uitgesproken voor de inwerkingtreding van het Strafwetboek van 29 februari 2024]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-03-30/02, art. 97, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 99 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIII. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen. / HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen. / Afdeling 1. - Wijziging van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 99. In artikel 3bis van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, gewijzigd bij de wetten van 12 maart 1998 en 7 mei 1999, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :   " Slachtoffers ontvangen met name de nuttige informatie over de nadere regels voor de burgerlijke partijstelling en de verklaring van benadeelde persoon. ".
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 100 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIII. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen. / HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen. / Afdeling 2. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 100. Artikel 182 van het Wetboek van strafvordering, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1967, 11 juli 1994 en 28 maart 2000, wordt aangevuld met het volgende lid :   " De procureur des Konings deelt de plaats, de dag en het uur van verschijning met alle passende middelen aan de gekende slachtoffers mee. ".
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 101 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIII. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen. / HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen. / Afdeling 2. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 101. Artikel 195 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 april 1987 en gewijzigd bij de wetten van 24 december 1993, 22 juni en 20 juli 2005, wordt aangevuld met de volgende leden :   " Als de rechter een effectieve vrijheidsstraf uitspreekt, licht hij de partijen in over de uitvoering van deze vrijheidsstraf en over de mogelijke strafuitvoeringsmodaliteiten.   Hij licht eveneens de burgerlijke partij in over de mogelijkheden om in het kader van de strafuitvoering te worden gehoord over de voorwaarden die in het belang van de burgerlijke partij moeten worden opgelegd. ".
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 102 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIII. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen. / HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen. / Afdeling 2. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 102. Artikel 216quater, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 juli 1994 en gewijzigd bij de wet van 13 april 2005, wordt aangevuld met het volgende lid :   " De procureur des Konings deelt de plaats, de dag en het uur van verschijning met alle passende middelen aan de gekende slachtoffers mee. ".
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 103 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIII. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen. / HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen. / Afdeling 3. - Wijziging van het Strafwetboek.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 103. In artikel 37ter, § 1, tweede lid, derde gedachtestreepje, van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 17 april 2002, wordt het cijfer " 386ter " vervangen door het cijfer " 387 ".
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 104 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIII. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen. / HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen. / Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 104. In artikel 16 van de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, ingevoegd bij de wet van 26 mei 2005, worden in de eerste en de vierde zin de woorden " de commissie voor de voorwaardelijke invrijheidstelling " vervangen door de woorden " de strafuitvoeringsrechter of, in voorkomend geval, de strafuitvoeringsrechtbank ".
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 105 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIII. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen. / HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen. / Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 105. <W 2006-12-27/33, art. 76, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007> In artikel 20 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, gewijzigd bij de wetten van 5 maart 1998 en 7 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° het eerste lid wordt als volgt vervangen :   " De politiediensten houden toezicht op de veroordeelden die een strafuitvoeringsmodaliteit van de vrijheidsstraf genieten, op de veroordeelden die genieten van enige andere maatregel die de strafuitvoering schorst, op de veroordeelden in penitentiair verlof, op de veroordeelden tot een probatieopschorting of een probatie-uitstel alsook op de verdachten die in vrijheid gesteld of gelaten zijn overeenkomstig de wet betreffende de voorlopige hechtenis. ";   2° het tweede lid wordt als volgt vervangen :   " Zij houden eveneens toezicht op de naleving van de hen daartoe meegedeelde voorwaarden die zijn opgelegd aan de veroordeelden die een strafuitvoeringsmodaliteit van de vrijheidsstraf genieten, aan de veroordeelden die genieten van enige andere maatregel die de strafuitvoering schorst, aan de veroordeelden in penitentiair verlof, aan de veroordeelden tot een probatieopschorting of een probatie-uitstel alsook aan de verdachten die in vrijheid gesteld of gelaten zijn overeenkomstig de wet betreffende de voorlopige hechtenis.
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 106 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIII. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen. / HOOFDSTUK II. - Opheffingsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 106. De wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, gewijzigd bij de wetten van 7 mei 1999, 28 november 2000, 22 november 2004 en 12 januari 2005, wordt opgeheven.
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 107 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 2006051735 / TITEL XIII. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen. / HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 107. <Opgeheven bij W 2019-05-05/18, art. 24, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 108 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 2006051735 / TITEL XIII. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen. / HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 108. <Opgeheven bij W 2019-05-05/18, art. 24, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 109 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIV. - Inwerkingtreding.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 109. Met uitzondering van dit artikel, dat in werking treedt de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, treedt elk artikel van deze wet in werking op de door de Koning te bepalen datum, [7 en uiterlijk op 1 september 2022]7.   [7 In afwijking van het eerste lid treden de bepalingen van deze wet die betrekking hebben op de door de strafuitvoeringsrechter toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten bepaald in titel V, ten aanzien van de veroordeelde die een of meer vrijheidsstraffen ondergaat waarvan het uitvoerbaar gedeelte twee jaar of minder [8 maar zes maanden of meer]8 bedraagt, in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 september 2023.]7   [8 In afwijking van het eerste lid treden de bepalingen van deze wet, die betrekking hebben op de door de strafuitvoeringsrechter toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten bepaald in titel V, ten aanzien van de veroordeelde die een of meer vrijheidsstraffen ondergaat waarvan het uitvoerbaar gedeelte minder dan zes maanden bedraagt, in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op [9 1 juni 2030]9]8      (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, § 1, eerste lid, 1°, tweede lid en § 2, 24, 25, § 2, 26, § 2, 31, 32, 36, 37, 41, 42, 43, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 69, 70, 71, 96, 97, 98, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 105, 106, 107 en 108 vastgesteld op 01-02-2007 door KB 2007-01-22/30, art. 1)   (NOTA : Inwerkingtreding van artikel 98/1 vastgesteld op 01-11-2008 door KB 2008-10-01/34, art. 9, 1°)   (NOTA : Inwerkingtreding van artikel 20/1, ingevoegd door de W 2012-03-15/09, art. 4; Inwerkingtreding : 09-04-2012, vastgesteld op 09-04-2012 door KB 2013-11-07/36, art. 1)   (NOTA : Inwerkingtreding van artikel 25/1 en artikel 26/1 van Titel V, Hoofdstuk III, ingevoegd door de W 2013-03-17/01, art. 5 en 7; Inwerkingtreding : 19-03-2013, vastgesteld op 19-03-2013 door KB 2013-11-07/36, art. 2)   (NOTA : Inwerkingtreding van artikel 26/1 van Titel V, Hoofdstuk IV, ingevoegd door de W 2012-12-14/53, art. 4; Inwerkingtreding : 02-05-2013, vastgesteld op 02-05-2013 door KB 2013-11-07/36, art. 3)   (NOTA : Inwerkingtreding van art 72 tot en met 80 vastgesteld op 12-01-2015, door KB 2014-12-30/09, art. 1)   ----------   (1)<W 2015-11-23/02, art. 14, 020; Inwerkingtreding : 31-12-2015>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 317, 024; Inwerkingtreding : 03-08-2017>   (3)<W 2019-05-05/18, art. 23, 029; Inwerkingtreding : 14-06-2019>   (4)<W 2020-07-31/03, art. 100, 030; Inwerkingtreding : 17-08-2020>   (5)<W 2021-03-16/05, art. 2, 032; Inwerkingtreding : 26-03-2021>   (6)<W 2021-11-28/01, art. 92, 033; Inwerkingtreding : 30-11-2021>   (7)<W 2022-05-18/02, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 25-05-2022>   (8)<W 2023-07-31/02, art. 24, 037; Inwerkingtreding : 09-08-2023>   (9)<W 2025-07-18/16, art. 3, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 109/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIV. - Inwerkingtreding.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 109/1.[1 Tot 1 juni 2030 zijn de artikelen 21, 22, 23, 24, 25, 25/1, 25/3, 26 en 26/1 van titel V, hoofdstukken I, II en III, en de artikelen 28, 29, 30, 31, 33, 34, 36, 37, 38, 39, 40, 42, 43, 45, 46, 59 en 60 niet van toepassing ten aanzien van de veroordeelde die een of meer vrijheidsstraffen ondergaat waarvan het uitvoerbaar gedeelte drie jaar of minder bedraagt, behoudens ten aanzien van:    - de veroordeelde die een straf ondergaat waarvoor overeenkomstig artikel 32 een gespecialiseerd advies vereist is;    - de veroordeelde voor wat betreft [2 de wijziging van de straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek]2.    Na een evaluatie van de beschikbare penitentiaire capaciteit en de extrapolatie van de instroom van de gedetineerdenbevolking, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoelde datum ten aanzien van alle of een deel van de veroordeelden bedoeld in het eerste lid vervroegen. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 4, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 98, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗