Gratis brononderzoek

Externe rechtspositie en strafuitvoering

Strafuitvoeringsmodaliteiten en rechten van veroordeelden en slachtoffers.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

199 bronvarianten

  1. Art. 95/23 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIbis. - Bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / HOOFDSTUK I. - De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / Afdeling 4. - Ambtshalve jaarlijkse controle door de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 95/23.<Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> § 1. De behandeling van de zaak vindt plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechtbank na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie. Deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk twee maanden voor het einde van de termijn bepaald in artikel 95/21.   Ingeval het advies van het openbaar ministerie niet wordt toegezonden binnen de bij 95/22 bepaalde termijn, dient het openbaar ministerie zijn advies schriftelijk uit te brengen voor of tijdens de zitting.   [1 De dag, het uur en de plaats van de zitting wordt bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de veroordeelde en het slachtoffer en schriftelijk ter kennis gebracht van de directeur.]1   § 3. Het dossier wordt gedurende ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn raadsman op de griffie van de gevangenis waar de veroordeelde zijn straf ondergaat.   De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.   De artikelen 95/6 en 95/7 zijn van toepassing.   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 187, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 95/24 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIbis. - Bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / HOOFDSTUK I. - De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / Afdeling 4. - Ambtshalve jaarlijkse controle door de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 95/24.<Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> § 1. [1 Onverminderd]1 van de toepassing van artikel 95/2, § 2, tweede lid, wordt het vonnis tot toekenning van een invrijheidstelling onder toezicht uitvoerbaar vanaf de dag dat het in kracht van gewijsde is gegaan en ten vroegste op het einde van de termijn bepaald in artikel 95/21.   De strafuitvoeringsrechtbank kan evenwel een latere datum bepalen waarop het vonnis uitvoerbaar wordt.   § 2. Indien zich, nadat de beslissing tot toekenning van de invrijheidstelling onder toezicht is genomen, maar voor de uitvoering ervan, een situatie voordoet die onverenigbaar is met de voorwaarden die in deze beslissing zijn bepaald, kan de strafuitvoeringsrechtbank, op vordering van het openbaar ministerie, een nieuwe beslissing nemen, met inbegrip van de intrekking van de invrijheidstelling onder toezicht.   Artikel 61, §§ 2 tot 4, is van toepassing.   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 188, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 95/25 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIbis. - Bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / HOOFDSTUK I. - De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / Afdeling 4. - Ambtshalve jaarlijkse controle door de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 95/25. <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> Indien de strafuitvoeringsrechtbank de invrijheidstelling onder toezicht niet toekent, bepaalt zij in haar vonnis de datum waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen.   Deze termijn mag niet langer zijn dan één jaar te rekenen van het vonnis.
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 95/26 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIbis. - Bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / HOOFDSTUK I. - De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / Afdeling 5. - Het verloop van de invrijheidstelling onder toezicht<Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 95/26. <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> De opvolging en de controle van de ter beschikking gestelde veroordeelde tijdens de invrijheidstelling onder toezicht gebeurt overeenkomstig de artikelen 62 en 63.
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 95/27 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIbis. - Bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / HOOFDSTUK I. - De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / Afdeling 5. - Het verloop van de invrijheidstelling onder toezicht<Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 95/27.<Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> § 1. Het openbaar ministerie kan, met het oog op de [2 herroeping, schorsing of herziening]2 van de invrijheidstelling onder toezicht, de zaak bij de strafuitvoeringsrechtbank aanhangig maken in de volgende gevallen :   1° [1 wanneer bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de ter beschikking gestelde veroordeelde tijdens de in artikel 95/28 bedoelde termijn[3 een misdrijf]3 heeft gepleegd;]1   2° in de gevallen bedoeld in artikel 64, 2°, 3°, 4° en 5°.   § 2. In geval van herroeping wordt de veroordeelde onmiddellijk opnieuw opgesloten.   In geval van herroeping overeenkomstig § 1, 1°, wordt de herroeping geacht in te zijn gegaan op de dag waarop [3 het misdrijf]3 is gepleegd.   § 3. [2 De artikelen 68, §§ 1 tot 4, en 70 zijn van toepassing.]2.   ----------   (1)<W 2014-04-25/23, art. 71, 017; Inwerkingtreding : 24-05-2014>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 189, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2026-03-30/02, art. 90, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 95/28 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIbis. - Bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / HOOFDSTUK I. - De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / Afdeling 5. - Het verloop van de invrijheidstelling onder toezicht<Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 95/28.<Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 95/29 wordt de ter beschikking van de strafuitvoeringsrechtbank gestelde definitief in vrijheid gesteld na het verstrijken van de bij de rechter vastgestelde termijn voor de terbeschikkingstelling [1 ...]1.   ----------   (1)<W 2026-03-30/02, art. 91, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 95/29 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIbis. - Bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / HOOFDSTUK I. - De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / Afdeling 6. - Ontheffing van de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 95/29. <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> § 1. De onder toezicht in vrijheid gestelde veroordeelden kunnen de strafuitvoeringsrechtbank verzoeken om een einde te stellen aan de periode van de ter beschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank.   Dit schriftelijk verzoek mag ingediend worden twee jaar nadat de invrijheidstelling onder toezicht is toegekend geweest en vervolgens om de twee jaar.   Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.   § 2. Binnen een maand na de indiening van het verzoek wint het openbaar ministerie alle nuttige inlichtingen in, stelt een met redenen omkleed advies op en zendt dit alles over aan de strafuitvoeringsrechtbank. Een afschrift van het advies wordt aan de veroordeelde meegedeeld.
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 95/30 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIbis. - Bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / HOOFDSTUK I. - De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> / Afdeling 6. - Ontheffing van de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank <Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 95/30.<Ingevoegd bij W 2007-04-26/89, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2012> § 1. De behandeling van de zaak vindt plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechtbank na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie. Deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk twee maanden na de indiening van het schriftelijk verzoek.   [3 De dag, het uur en de plaats van de zitting worden bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de veroordeelde en het slachtoffer en schriftelijk ter kennis gebracht van de directeur.]3   § 2. Het dossier wordt gedurende ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn raadsman op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.   De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.   § 3. De strafuitvoeringsrechtbank hoort de veroordeelde en zijn raadsman en het openbaar ministerie.   § 4. Behoudens in de gevallen dat de openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de nationale veiligheid, is de zitting openbaar indien de veroordeelde hierom verzoekt.   § 5. De strafuitvoeringsrechtbank beslist binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen.   Zij kent de ontheffing van de terbeschikkingstelling toe indien redelijkerwijze niet te vrezen valt dat de veroordeelde nieuwe strafbare feiten zal plegen.   § 6. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur [3 bij een ter post aangetekende brief]3 ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.   Het slachtoffer wordt [1 zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel,]1 op de hoogte gebracht van de beslissing.   Het vonnis tot ontheffing van de terbeschikkingstelling wordt meegedeeld aan de volgende autoriteiten en instanties :   - aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde was gevestigd;   - aan [2 de nationale gegevensbank als bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992]2 op het politieambt;   - [4 aan de bevoegde dienst van de Gemeenschappen.]4   ----------   (1)<W 2013-12-15/05, art. 33, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 158, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2016-02-05/11, art. 190, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (4)<W 2021-11-28/01, art. 91, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 96 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XII. - Het cassatieberoep.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 96.Tegen de beslissingen van de strafuitvoeringsrechter en van de strafuitvoeringsrechtbank met betrekking tot de toekenning, de afwijzing [3 , de herziening of de herroeping]3 van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten [3 ...]3 , evenals de overeenkomstig Titel XI genomen beslissingen, staat cassatieberoep open voor het openbaar ministerie [2 , ambtshalve of op bevel van de Minister van Justitie,]2 en de veroordeelde.   [1 Er staat cassatieberoep open voor het openbaar ministerie [2 , ambtshalve of op bevel van de Minister van Justitie,]2 en de ter beschikking gestelde veroordeelde tegen de overeenkomstig titel XIbis, hoofdstuk 1 genomen beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank met betrekking tot :    a) de vrijheidsbeneming;    b) de toekenning, de afwijzing [3 , de herziening]3 of de herroeping van een periodieke uitgaansvergunning [3 ...]3;    c) de toekenning, de afwijzing [3 , de herziening]3 of de herroeping van een penitentiair verlof [3 ...]3;    d) de toekenning, de afwijzing [3 , de herziening]3 of de herroeping van een beperkte detentie [3 ...]3;    e) de toekenning, de afwijzing [3 , de herziening]3 of de herroeping van een elektronisch toezicht [3 ...]3;    f) de toekenning, de afwijzing [3 , de herziening]3 of de herroeping van een invrijheidstelling onder toezicht [3 ...]3 of    g) de beslissing tot afwijzing of tot toekenning van de ontheffing van de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank.]1   ----------   (1)<W 2007-04-26/89, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2012>   (2)<W 2013-03-17/01, art. 20, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>   (3)<W 2016-02-05/11, art. 191, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 97 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XII. - Het cassatieberoep.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 97.§ 1. Het openbaar ministerie stelt het cassatieberoep in binnen een termijn van vierentwintig uur, te rekenen van [1 de uitspraak van het vonnis]1.   De veroordeelde stelt het cassatieberoep in binnen een termijn van [1 [4 vijf]4 dagen, te rekenen van de uitspraak van het vonnis]1. [1 De verklaring van cassatieberoep [3 wordt neergelegd ter griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en]3 moet door een advocaat worden ondertekend.]1 De cassatiemiddelen worden voorgesteld in een memorie die op de griffie van het Hof van Cassatie moet toekomen ten laatste op de vijfde dag na de datum van het cassatieberoep.   § 2. Het dossier wordt door de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank toegezonden aan de griffie van het Hof van Cassatie binnen achtenveertig uur, te rekenen van het instellen van het cassatieberoep.   § 3. Het cassatieberoep tegen een beslissing die een in Titel V of Titel XI bedoelde strafuitvoeringsmodaliteit toekent [2 , een periodieke uitgaansvergunning, een penitentiair verlof, een beperkte detentie, een elektronisch toezicht, een invrijheidstelling onder toezicht of die de veroordeelde overeenkomstig titel XIbis ontheft van de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank]2, heeft schorsende kracht.   Het Hof van Cassatie doet uitspraak binnen dertig dagen, te rekenen van het instellen van het cassatieberoep, met dien verstande dat de veroordeelde inmiddels opgesloten blijft.   ----------   (1)<W 2009-02-06/36, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 08-03-2009>   (2)<W 2007-04-26/89, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2012>   (3)<W 2014-12-19/24, art. 15, 018; Inwerkingtreding : 01-02-2015>   (4)<W 2016-02-05/11, art. 192, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 98 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XII. - Het cassatieberoep.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98. Na een cassatiearrest met verwijzing, doet een andere strafuitvoeringsrechter of een anders samengestelde strafuitvoeringsrechtbank uitspraak binnen veertien dagen, te rekenen van de uitspraak van dit arrest, met dien verstande dat de veroordeelde inmiddels opgesloten blijft.
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 98/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIbis. - Overlegstructuren. <ingevoegd bij W 2006-12-27/33, art. 52, Inwerkingtreding : 01-02-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/1. <W 2008-07-24/36, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 17-08-2008; daarentegen geeft het KB 2008-10-01/34 een Inwerkingtreding : 01-11-2008, zie KB 2008-10-01/34, art. 9, 1°> Bij de FOD Justitie wordt een overlegstructuur inzake de toepassing van deze wet opgericht. Deze overlegstructuur heeft tot taak om, zowel op federaal als op lokaal vlak, de instanties die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet geregeld samen te brengen teneinde hun samenwerking te evalueren. De Koning bepaalt de nadere regels inzake de samenstelling en de werking van deze overlegstructuur.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 98/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIter. [1 Het gebruik van videoconferentie voor de zittingen voor de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/2. [1 De artikelen 556 tot 562 en 565 tot 567 van het Wetboek van strafvordering zijn van toepassing voor zover daarvan niet wordt afgeweken door deze titel.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-25/20, art. 38, 041; Inwerkingtreding : 01-09-2024>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 98/3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIter. [1 Het gebruik van videoconferentie voor de zittingen voor de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/3. [1 § 1. De veroordeelde, het slachtoffer, de directeur of elke andere persoon waarvan de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank heeft beslist deze te horen, kunnen de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank verzoeken om toelating om aan de zitting per videoconferentie deel te nemen. Dit verzoek moet ten laatste op de zesde dag voor de zitting langs elektronische weg worden meegedeeld bij de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en aan de andere in deze paragraaf bedoelde personen.    De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank kan dit verzoek inwilligen indien hij van oordeel is dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:    1° het gebruik van videoconferentie is verenigbaar met de bijzondere omstandigheden van de zaak;    2° de waarborgen waaraan het videoconferentiesysteem, overeenkomstig artikel 558, §§ 1 en 2, van het Wetboek van strafvordering moet voldoen, zijn vervuld.    Voor de in het tweede lid bedoelde beoordeling van de bijzondere omstandigheden van de zaak wordt onder meer rekening gehouden met de mogelijkheid tot interactie tussen de aanwezigen op de zitting, de fase van de procedure, de aard van het geschil, de complexiteit van de zaak, de bijstand van een advocaat, de technische capaciteit van de gevangenissen en de verblijfssituatie, de fysieke of psychische toestand en de kwetsbare toestand waarin de veroordeelde, het slachtoffer of elke andere persoon die het gerecht beslist te horen, bevindt.    De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank stelt de betrokkene, het openbaar ministerie en naargelang het geval, de veroordeelde, het slachtoffer en de directeur in kennis van deze beslissing ten laatste op de derde dag vóór de zitting.    Ten aanzien van de veroordeelde die heeft verzocht per videoconferentie te mogen verschijnen, aan wie een toelating ter kennis is gebracht en die niet verschijnt, hetzij per videoconferentie, hetzij op de plaats waar het gerecht zetelt en op het tijdstip dat in de oproeping is vermeld, zijn de regels inzake het verstek van toepassing.    § 2. De strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank kunnen, bij een met redenen omklede beslissing, de veroordeelde, het slachtoffer, de directeur of elke andere persoon die ze beslist hebben te horen, verbieden fysiek te verschijnen op of deel te nemen aan de zitting, wanneer ze van oordeel zijn dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:    1° het gebruik van videoconferentie is verenigbaar met de bijzondere omstandigheden van de zaak, die worden beoordeeld zoals voorzien in paragraaf 1, derde lid;    2° de waarborgen waaraan het videoconferentiesysteem overeenkomstig artikel 558, §§ 1 en 2, van het Wetboek van strafvordering zijn vervuld;    3° ingeval de videoconferentie de enige mogelijkheid is om aan de zitting deel te nemen omdat de epidemische noodsituatie is afgekondigd ingevolge artikel 3, § 1, van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie en maatregelen van bestuurlijke politie worden genomen die de fysieke verschijning op de zitting beletten of die tot gevolg hebben dat een dergelijke fysieke verschijning onmogelijk wordt.    De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank geeft, ten laatste op de zesde dag voor de zitting, kennis van deze beslissing aan de opgeroepen personen om te verschijnen op of om deel te nemen aan de zitting per videoconferentie.    Tegen deze beslissing staat geen enkel rechtsmiddel open.    Ten aanzien van een veroordeelde die in kennis is gesteld van een verbod om fysiek te verschijnen of deel te nemen en die niet per videoconferentie op de zitting verschijnt, zijn de regels inzake het verstek van toepassing.    § 3. De persoon die overeenkomstig paragraaf 1 werd toegelaten om per videoconferentie deel te nemen aan de zitting, wordt verondersteld te hebben toegestemd.    Behalve de veroordeelde die van zijn vrijheid is benomen, heeft de persoon die werd toegelaten om per videoconferentie te verschijnen of deel te nemen, altijd het recht om voor het begin van de zitting te beslissen om in de zittingszaal waar het gerecht zetelt te verschijnen op of deel te nemen aan de zitting.    Bij de aanvang van elke zitting kijkt het gerecht na of het akkoord vrij en geïnformeerd werd gegeven. Het proces-verbaal van de zitting maakt hier melding van.    § 4. Elke kennisgeving door de griffie als bedoeld in deze titel gebeurt op elektronische wijze aan het professioneel elektronisch adres van de advocaat of, indien het een persoon betreft die niet wordt vertegenwoordigd door een advocaat, aan het gerechtelijk elektronisch adres van de griffie van de gevangenis als het een veroordeelde betreft die van zijn vrijheid benomen is of, in voorkomend geval, aan het gerechtelijk elektronisch adres van die persoon, of, bij gebreke daaraan, aan het laatste elektronisch adres dat die partij of persoon heeft verstrekt in het kader van de rechtspleging. Indien bij de griffier geen elektronisch adres gekend is, of indien de kennisgeving aan het elektronisch adres kennelijk niet is geslaagd, kan de betrokkene enkel fysiek in de zittingszaal verschijnen op de zitting waarop hij regelmatig werd opgeroepen om te verschijnen. Als het verbod om fysiek te verschijnen niet kon ter kennis worden gebracht, kan het gerecht de zitting op een latere datum verdagen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-25/20, art. 39, 041; Inwerkingtreding : 01-09-2024>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 98/4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIter. [1 Het gebruik van videoconferentie voor de zittingen voor de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/4. [1 § 1. Behalve wanneer de procedure ter openbare zitting moet plaatsvinden, is de verschijning per videoconferentie van de veroordeelde, het slachtoffer, de directeur of de persoon die de strafuitvoeringsrechter of strafuitvoeringsrechtbank heeft beslist te horen slechts mogelijk indien de videoconferentie de waarborgen vervult bedoeld in artikel 558, §§ 1 en 2, van het Wetboek van strafvordering en:    1° ingeval de persoon van zijn vrijheid benomen is, een gemachtigde van de directeur van de gevangenis of, in voorkomend geval, zijn advocaat als hij aanwezig is, aan het gerecht bevestigt dat niemand anders dan zijzelf, de persoon die van zijn vrijheid is benomen en, in voorkomend geval, de met name genoemde personen die door de rechter zijn gemachtigd om aanwezig te zijn, aanwezig is op de plaats waar ze zich bevinden, noch op andere wijze kan worden gevolgd wat er wordt gezegd; of    2° de persoon zelf of, in voorkomend geval, zijn advocaat aan het gerecht bevestigt dat niemand anders dan zijzelf en, in voorkomend geval, de met name genoemde personen die door de rechter zijn gemachtigd om aanwezig te zijn, aanwezig is op de plaats waar de persoon zich bevindt op het moment van de verschijning, noch op andere wijze kan volgen wat er wordt gezegd; of    3° ingeval het gerecht van oordeel is dat de aanwezigheid van de advocaat of, bij gebreke ervan, een gerechtsdeurwaarder bij de persoon vereist is, de advocaat of, bij gebreke ervan, de gerechtsdeurwaarder aan het gerecht bevestigt dat niemand anders dan hijzelf, de betrokkene en, in voorkomend geval, de met name genoemde personen die door de rechter zijn gemachtigd om aanwezig te zijn, aanwezig is op de plaats waar de persoon zich bevindt op het moment van de verschijning, noch op andere wijze kan volgen wat er wordt gezegd.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-25/20, art. 40, 041; Inwerkingtreding : 01-09-2024>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 98/5 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIter. [1 Het gebruik van videoconferentie voor de zittingen voor de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/5. [1 Artikel 98/3, § 1, is niet van toepassing ten aanzien van de veroordeelde die gedetineerd is in de gevallen waarin de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank in het administratieve gedeelte van de gevangenis zetelt waar de veroordeelde verblijft, overeenkomstig artikel 76, § 4, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-25/20, art. 41, 041; Inwerkingtreding : 01-09-2024>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 98/6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling 1. [1 Toepassingsgebied ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/6. [1 Dit hoofdstuk is van toepassing op de veroordeelde tot een of meer vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte drie jaar of minder, maar zes maanden of meer bedraagt, ten aanzien van wie de bepalingen van deze wet overeenkomstig artikel 109/1 niet van toepassing zijn.    Aan de veroordeelde bedoeld in het eerste lid kent de strafuitvoeringsrechter een beperkte detentie, een elektronisch toezicht, een voorwaardelijke invrijheidstelling, een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of een voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering toe op de hierna bepaalde wijze en onder de hierna bepaalde voorwaarden. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 10, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 98/7 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling II. [1 Strafuitvoeringsmodaliteiten ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/7. [1 De beperkte detentie is een wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf die de veroordeelde toelaat om op regelmatige wijze de strafinrichting te verlaten voor een bepaalde duur van maximum zestien uur per dag.    De beperkte detentie kan aan de veroordeelde worden toegekend om professionele, opleidings- of familiale belangen te behartigen die zijn aanwezigheid buiten de gevangenis vereisen. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 12, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 98/8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling II. [1 Strafuitvoeringsmodaliteiten ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/8.[1 Het elektronisch toezicht is een wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf waardoor de veroordeelde het geheel of een gedeelte van zijn vrijheidsstraf buiten de gevangenis ondergaat volgens een bepaald uitvoeringsplan, waarvan de naleving onder meer door elektronische middelen wordt gecontroleerd. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 13, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 98/9 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XIIquater. [1 Tijdelijke bepalingen ]1 / HOOFDSTUK I. [1 De noodprocedure strafuit-voeringsrechter ]1 / Afdeling II. [1 Strafuitvoeringsmodaliteiten ]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 98/9. [1 § 1. De beperkte detentie en het elektronisch toezicht worden toegekend aan de veroordeelde die zich, op zes maanden na, in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de toekenning van de voorwaardelijke invrijheidstelling en indien hij voldoet aan de in artikel 98/13 bedoelde voorwaarden.    § 2. Drie maanden voordat de veroordeelde zich in de bij paragraaf 1 bepaalde tijdsvoorwaarde bevindt of, indien deze termijn niet gerespecteerd kan worden, onmiddellijk, licht de directeur hem schriftelijk in over de mogelijkheid tot het aanvragen van een beperkte detentie of een elektronisch toezicht.    De veroordeelde kan vanaf dat moment een schriftelijk verzoek tot toekenning van een beperkte detentie of een elektronisch toezicht indienen, overeenkomstig artikel 98/14. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 14, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>
    Open officiële bron ↗