Gratis brononderzoek

Externe rechtspositie en strafuitvoering

Strafuitvoeringsmodaliteiten en rechten van veroordeelden en slachtoffers.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

199 bronvarianten

  1. Art. 45 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling IV. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechter. / Onderafdeling III. - De beslissing tot niet-toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 45.Indien de strafuitvoeringsrechter de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit niet toekent, bepaalt hij in zijn vonnis de datum waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen [1 ...]1.   Deze termijn mag niet langer zijn dan zes maanden te rekenen van het vonnis.   ----------   (1)<W 2013-03-17/01, art. 12, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 46 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling IV. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechter. / Onderafdeling IV. - De mededeling van de beslissing.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 46.§ 1. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur [5 bij aangetekende zending]5 ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en [4 ...]4 van de directeur. [4 Bij kennisname van het vonnis stemt de veroordeelde in met de voorwaarden.]4   Het slachtoffer wordt [1 zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel,]1 op de hoogte gebracht van het vonnis en, in voorkomend geval, van de voorwaarden die in zijn belang zijn opgelegd.   [5 Onverminderd het eerste lid, wordt de veroordeelde die niet gedetineerd is en ten aanzien van wie werd beslist zonder hem te horen en zonder dat hij werd bijgestaan door een advocaat, zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel, op de hoogte gebracht van het vonnis.]5   § 2. Het vonnis tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit wordt meegedeeld aan de volgende autoriteiten en instanties :   - aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde zich zal vestigen;   - aan [2 de nationale gegevensbank als bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992]2 op het politieambt;   - in voorkomend geval, aan de directeur van het justitiehuis van het gerechtelijk arrondissement waarin de veroordeelde zijn verblijfplaats heeft;   - [3 aan de dienst van de Gemeenschappen, bevoegd voor het elektronisch toezicht, ingeval de beslissing betrekking heeft op een elektronisch toezicht;]3   [3 - aan de directeur van het justitiehuis van de verblijfplaats van het slachtoffer [7 ...]7;]3   [6 - aan de Dienst Vreemdelingenzaken, ingeval de beslissing betrekking heeft op een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.]6   ----------   (1)<W 2013-12-15/05, art. 16, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 158, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2021-11-28/01, art. 74, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (4)<W 2021-06-29/09, art. 13, 036; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (5)<W 2023-07-31/02, art. 19, 037; Inwerkingtreding : 01-09-2023>   (6)<W 2024-03-28/60, art. 36, 039; Inwerkingtreding : 08-04-2024>   (7)<W 2026-03-30/02, art. 59, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 47 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling I. - De voorwaarden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 47.§ 1. Met uitzondering van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering [2 en [5 met uitzondering van de straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek]5]2, kunnen de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten aan de veroordeelde worden toegekend voorzover er in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan [4 waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden]4. Deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op :   1° de afwezigheid van vooruitzichten op sociale reclassering van de veroordeelde;   2° het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten;   3° het risico dat de veroordeelde de slachtoffers zou lastig vallen;   4° de houding van de veroordeelde ten aanzien van de slachtoffers van de misdrijven die tot zijn veroordeling hebben geleid;   [1 5° ...]1   [3 6° de door de veroordeelde geleverde inspanningen om de burgerlijke partij te vergoeden, rekening houdend met de vermogenssituatie van de veroordeelde zoals die door zijn toedoen is gewijzigd sinds het plegen van de feiten waarvoor hij veroordeeld is.]3   § 2. De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering kan aan de veroordeelde worden toegekend voorzover er in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan [4 waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden]4. Deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op :   1° [4 ...]4;   2° het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten;   3° het risico dat de veroordeelde de slachtoffers zou lastig vallen;   4° de door de veroordeelde geleverde inspanningen om de burgerlijke partijen te vergoeden [3 , rekening houdend met de vermogenssituatie van de veroordeelde zoals die door zijn toedoen is gewijzigd sinds het plegen van de feiten waarvoor hij veroordeeld is.]3   [2 § 3. [5 De wijziging van de straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek kan aan de veroordeelde worden toegekend voor zover er in zijnen hoofde geen tegenaanwijzingen bestaan die betrekking hebben op recidivegevaar en er geen tegenaanwijzingen bestaan die betrekking hebben op het risico dat hij de slachtoffers zou lastig vallen.]5]2   ----------   (1)<ingevoegd bij W 2007-04-21/01, art. 148, 003; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2015, nooït in werking getreden na opheffing van de wet van 21-04-2007 bij W 2014-12-19/24, art. 2, Inwerkingtreding : 31-12-2014>>   (2)<W 2012-12-14/53, art. 9, 014; Inwerkingtreding : 02-05-2013>   (3)<W 2013-12-15/05, art. 17, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (4)<W 2016-02-05/11, art. 159, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (5)<W 2026-03-30/02, art. 60, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 47/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling I. - De voorwaarden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 47/.[1 Indien de veroordeelde een straf ondergaat voor feiten bedoeld in de artikelen [2 100, 112 tot 118, 120 tot 126, 129, 130, 143 tot 146, 151 tot 155, 160, 161, 168, 171 tot 174, 200, 201, 206 tot 211, 260, 333 tot 337 van het Strafwetboek]2 of voor feiten die gepleegd zijn in een context van intrafamiliaal geweld, kan het elektronisch toezicht niet worden toegekend indien het slachtoffer verblijft op de plaats waar het elektronisch toezicht zal worden doorgebracht. De strafuitvoeringsrechtbank kan dergelijk elektronisch toezicht uitzonderlijk toch toekennen met een beslissing die omkleed is met bijzondere redenen die aangeven waarom de uitvoering van het elektronisch toezicht op het adres waar het slachtoffer van de feiten verblijft geen gevaar voor het slachtoffer met zich meebrengt. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 39, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 61, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

    Justel vermeldt hier Art. 47/. Het artikelnummer 47/1 is gecontroleerd tegen artikel 39 van de wijzigingswet van 18 juli 2025. De oorspronkelijke brontekst en het bronanker zijn behouden.

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗
  5. Art. 48 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling I. - De voorwaarden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 48.Behalve voor de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering [1 [2 en behalve voor de wijziging van de straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek]2]1 dient het dossier van de veroordeelde een sociaal reclasseringsplan te bevatten waaruit de perspectieven op reclassering van de veroordeelde blijken.   ----------   (1)<W 2012-12-14/53, art. 10, 014; Inwerkingtreding : 02-05-2013>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 62, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 49 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling II. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 49. § 1. De beperkte detentie en het elektronisch toezicht worden door de strafuitvoeringsrechtbank toegekend op schriftelijk verzoek van de veroordeelde.   § 2. Het verzoek wordt ingediend op de griffie van de gevangenis   De griffie van de gevangenis zendt het verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift ervan aan de directeur.   § 3. De directeur brengt binnen twee maanden na de ontvangst van het afschrift van het verzoek een advies uit. De artikelen 31 en 32 zijn van toepassing.
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 49/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling II. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 49/1.[1 § 1. [3 De wijziging van de straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek]3 wordt toegekend door de [2 strafuitvoeringsrechtbank]2 op schriftelijk verzoek van de veroordeelde of van het openbaar ministerie.    § 2. Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank of op de griffie van de gevangenis ingeval de veroordeelde gedetineerd is. De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift aan de directeur.    § 3. Ingeval de veroordeelde gedetineerd is, brengt de directeur een advies uit binnen twee maanden na de ontvangst van het afschrift van het schriftelijk verzoek. De artikelen 31 en 32 zijn van toepassing.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2012-12-14/53, art. 11, 014; Inwerkingtreding : 02-05-2013>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 75, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (3)<W 2026-03-30/02, art. 63, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 50 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling II. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 50.§ 1. De voorwaardelijke invrijheidstelling en de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering worden toegekend door de strafuitvoeringsrechtbank [1 op schriftelijk verzoek van de veroordeelde]1.   [1 § 1/1. Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie van de gevangenis.    De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift ervan aan de directeur.]1   § 2. [1 De directeur brengt een advies uit uiterlijk vier maanden na de ontvangst van het schriftelijk verzoek van de veroordeelde.]1 De artikelen 31 en 32 zijn van toepassing.   ----------   (1)<W 2013-03-17/01, art. 13, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 51 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling II. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 51.Binnen een maand na de ontvangst van het advies van de directeur stelt het openbaar ministerie een met redenen omkleed advies op [1 tot toekenning of afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteit en, in voorkomend geval, over de bijzondere voorwaarden die het nodig acht op te leggen aan de veroordeelde]1, zendt dit over aan de strafuitvoeringsrechtbank en deelt het in afschrift mee aan de veroordeelde en de directeur.   ----------   (1)<W 2013-03-17/01, art. 14, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 52 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling II. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 52.§ 1. De behandeling van de zaak vindt plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechtbank na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie. [1 Deze zitting vindt plaats uiterlijk zes maanden na de indiening van het verzoek. Ingeval het advies van het openbaar ministerie niet wordt toegezonden binnen de bij artikel 51 bepaalde termijn, brengt het openbaar ministerie zijn advies schriftelijk uit voor of tijdens de zitting.]1   [2 De dag, het uur en de plaats van de zitting worden bij ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de veroordeelde en het slachtoffer en schriftelijk ter kennis gebracht van de directeur.]2   § 2. Het dossier wordt gedurende ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn raadsman op de griffie van de gevangenis waar de veroordeelde zijn straf ondergaat.   De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier bekomen.   ----------   (1)<W 2013-03-17/01, art. 15, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 160, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 53 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling II. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 53. De strafuitvoeringsrechtbank hoort de veroordeelde en zijn raadsman, het openbaar ministerie en de directeur.   Het slachtoffer wordt gehoord over de bijzondere voorwaarden die in zijn belang moeten worden opgelegd. [2 Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. Het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, de directeur lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben gesteld in het belang van het slachtoffer. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen.]2   Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een raadsman en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.   De strafuitvoeringsrechtbank kan beslissen eveneens andere personen te horen.   [3 ...]3   [1 De strafuitvoeringsrechtbank en het openbaar ministerie kunnen de [4 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]4 opdracht geven een beknopt voorlichtingsrapport op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren.    De opdrachtgevende overheid kan bij de [4 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]4 de verslagen in verband met de gerechtelijke procedures opvragen.]1   [3 De zitting vindt plaats met gesloten deuren.    Wanneer de strafuitvoeringsrechtbank driemaal heeft geweigerd om een zelfde strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen, kan de veroordeelde bij het volgende verzoek tot toekenning van dezelfde strafuitvoeringsmodaliteit verzoeken om in openbare terechtzitting te verschijnen.    Dit verzoek kan, bij een met redenen omklede beslissing, enkel worden geweigerd indien deze openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de nationale veiligheid.    De strafuitvoeringsrechtbank kan de behandeling van de zaak éénmaal uitstellen tot een latere zitting, zonder dat die zitting meer dan twee maanden later mag plaatsvinden.    De beslissing tot uitstel wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is.]3   ----------   (1)<W 2012-12-14/53, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 02-05-2013>   (2)<W 2013-12-15/05, art. 18, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (3)<W 2019-05-05/18, art. 15, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (4)<W 2021-11-28/01, art. 76, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 54 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling III. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank. / Onderafdeling I. - Algemene bepaling.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 54.[1 § 1.]1 De strafuitvoeringsrechtbank beslist binnen (veertien) dagen nadat de zaak in beraad is genomen. <W 2006-12-27/33, art. 63, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   De strafuitvoeringsrechtbank kent de strafuitvoeringsmodaliteit toe wanneer zij vaststelt dat alle wettelijke vastgelegde voorwaarden zijn vervuld en indien de veroordeelde zich akkoord verklaart met de opgelegde voorwaarden.   [1 § 2. Indien de zaak een veroordeling betreft tot een [2 [3 gevangenisstraf van dertig jaar of een levenslange gevangenisstraf]3]2, met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank [3 ...]3, beslist de strafuitvoeringsrechtbank binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen. Ingeval de strafuitvoeringsrechtbank een beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit neemt, wordt de beslissing met eenparigheid van stemmen genomen.    Indien de strafuitvoeringsrechtbank de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit niet toekent, bepaalt zij in haar vonnis de datum waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen.    Deze termijn is minimaal zes maanden en maximaal achttien maanden te rekenen van het vonnis.]1   ----------   (1)<W 2013-03-17/01, art. 16, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>   (2)<W 2017-12-21/19, art. 6, 025; Inwerkingtreding : 21-01-2018>   (3)<W 2026-03-30/02, art. 64, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 55 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling III. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank. / Onderafdeling II. - De beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 55.Het vonnis tot toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit bepaalt dat de veroordeelde onderworpen is aan de volgende algemene voorwaarden :   1° geen strafbare feiten plegen;   2° behalve voor de beperkte detentie [1 en voor de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied]1 een vast adres hebben en, bij wijziging ervan, zijn nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, ook aan de [2 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]2 die met de begeleiding is belast;   3° gevolg geven aan de oproepingen van het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, van de [2 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]2 die met de begeleiding is belast.   [1 4° voor de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied, de verplichting om het grondgebied effectief te verlaten en het verbod om tijdens de proeftijd terug te keren naar België zonder in orde te zijn met de wetgeving en de reglementering betreffende de toegang, het verblijf of de vestiging in het Rijk en zonder de voorafgaande toelating van de strafuitvoeringsrechtbank.]1   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 161, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 77, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 56 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling III. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank. / Onderafdeling II. - De beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 56.[1 § 1.]1 De strafuitvoeringsrechtbank kan de veroordeelde onderwerpen aan geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden die de mogelijkheid bieden het sociaal reclasseringsplan uit te voeren of tegemoet te komen aan de in artikel 47, § 1, bedoelde tegenaanwijzingen, dan wel noodzakelijk blijken in het belang van de slachtoffers.   [1 § 2. De strafuitvoeringsrechtbank omkleedt het vonnis tevens met bijzondere redenen wanneer de beslissing tot toekenning of afwijzing van de desbetreffende strafuitvoeringsmodaliteit afwijkt van het advies van de directeur of van het advies van het openbaar ministerie of wanneer haar beslissing om al dan niet bijzondere voorwaarden op te leggen overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, afwijkt van het advies van de directeur of van het advies van het openbaar ministerie.    § 3. Ingeval het een toekenning van een voorwaardelijke invrijheidsstelling betreft, bepaalt de strafuitvoeringsrechtbank in haar vonnis eveneens of de veroordeelde tijdens de voorwaardelijke invrijheidsstelling al dan niet het grondgebied van het Rijk mag verlaten.    Ingeval de veroordeelde het grondgebied van het Rijk mag verlaten, bepaalt de strafuitvoeringsrechtbank in haar vonnis de maximumperiode voor dewelke de veroordeelde dit kan en de frequentie ervan en, in voorkomend geval, of en op welke wijze de veroordeelde het openbaar ministerie voorafgaandelijk moet inlichten voor hij het grondgebied van het Rijk verlaat.    § 4. In geval van een veroordeling wegens feiten bedoeld in [2 boek II, titel 4, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek]2, of in geval er concrete elementen bestaan van gewelddadig extremisme, zoals gedefinieerd in artikel 32, § 2, tweede lid, moet de strafuitvoeringsrechtbank haar overeenkomstig paragraaf 3, gegeven toestemming om het grondgebied van het Rijk te verlaten, met bijzondere redenen omkleden.]1   De artikelen 41 tot 43 zijn van toepassing   ----------   (1)<W 2019-05-05/10, art. 150, 027; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 65, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 57 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling III. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank. / Onderafdeling III. - De beslissing tot niet-toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 57.Indien de strafuitvoeringsrechtbank de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit niet toekent, bepaalt zij in haar vonnis de datum waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen [1 ...]1.   Deze termijn mag niet langer zijn dan zes maanden te rekenen van het vonnis indien de veroordeelde een of meer [2 ...]2 hoofdgevangenisstraffen ondergaat die samen niet meer dan vijf jaar bedragen. [1 Onder voorbehoud van artikel 54, § 2, derde lid, is deze termijn]1 maximaal een jaar [2 in geval het geheel van de hoofdgevangenisstraffen meer dan vijf jaar bedraagt]2.   ----------   (1)<W 2013-03-17/01, art. 17, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 66, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 58 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar. / Afdeling III. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank. / Onderafdeling IV. - De mededeling van de beslissing.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 58.§ 1. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur [5 bij aangetekende zending]5 ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en, indien de veroordeelde gedetineerd is, van de directeur.   Het slachtoffer wordt [1 zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijk communicatiemiddel,]1 op de hoogte gebracht van het vonnis en, in voorkomend geval, van de voorwaarden die in zijn belang zijn opgelegd.   § 2. Het vonnis tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit wordt meegedeeld aan de volgende autoriteiten en instanties :   - aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde zich zal vestigen;   - aan [2 de nationale gegevensbank als bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992]2 op het politieambt;   - in voorkomend geval, aan de directeur van het justitiehuis van het gerechtelijk arrondissement waarin de veroordeelde zijn verblijfplaats heeft;   - [4 aan de dienst van de Gemeenschappen, bevoegd voor het elektronisch toezicht, ingeval de beslissing betrekking heeft op een elektronisch toezicht;]4   [4 - aan de directeur van het justitiehuis van de verblijfplaats van het slachtoffer [7 ...]7;]4   [6 - aan de Dienst Vreemdelingenzaken, ingeval de beslissing betrekking heeft op een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.]6   ----------   (1)<W 2013-12-15/05, art. 19, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 158, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2016-02-05/11, art. 162, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (4)<W 2021-11-28/01, art. 78, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (5)<W 2023-07-31/02, art. 20, 037; Inwerkingtreding : 01-09-2023>   (6)<W 2024-03-28/60, art. 37, 039; Inwerkingtreding : 08-04-2024>   (7)<W 2026-03-30/02, art. 67, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 59 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK III. - Bepalingen die gemeen zijn aan de hoofdstukken I en II. / Afdeling I. - Bijzondere maatregelen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 59.Bij wijze van uitzondering kan de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank, waarbij een procedure tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit aanhangig is, een andere uitvoeringsmodaliteit toekennen dan die welke gevraagd is, wanneer dit absoluut noodzakelijk is om op korte termijn de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen. Er kan aldus worden toegekend :   1° een uitgaansvergunning;   2° een penitentiair verlof;   3° een beperkte detentie;   4° een elektronisch toezicht.   Binnen twee maanden na de beslissing tot toekenning van de bijzondere uitvoeringsmodaliteit, doet de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank uitspraak over de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit. Deze termijn kan éénmaal worden verlengd.   [1 Deze strafuitvoeringsmodaliteiten, met uitzondering van de in artikel 4, § 2, bedoelde uitgaansvergunning, worden niet toegekend wanneer op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat de veroordeelde niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk.    De artikelen 64, 67, 68 en 70 zijn van toepassing.]1   [2 De artikelen 64, 67, 68 en 70 zijn van toepassing.]2   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 163, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016> (NOTA : bij arrest nr. 148/2017 van 21-12-2017 (B.St. 12-01-2018, p. 1393), heeft het Grondwettelijk Hof het artikel 163 vernietigd)   (2)<W 2021-11-28/01, art. 79, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 60 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK III. - Bepalingen die gemeen zijn aan de hoofdstukken I en II. / Afdeling II. - De aanvang van de uitvoering van de strafuitvoeringsmodaliteit.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 60.Het vonnis tot toekenning van een bij Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteit zoals bepaald bij Titel V wordt uitvoerbaar vanaf de dag dat het in kracht van gewijsde is gegaan en ten vroegste vanaf het ogenblik dat de veroordeelde aan de (door deze wet) bepaalde tijdsvoorwaarden voldoet. <W 2006-12-27/33, art. 64, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank kan evenwel een latere datum bepalen waarop het vonnis uitvoerbaar wordt.   Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de beslissingen tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering die uitvoerbaar worden op het ogenblik dat de overlevering plaatsvindt.   [1 Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de beslissingen [3 van de strafuitvoeringsrechtbank]3 tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied van een veroordeelde die het voorwerp uitmaakt van een uitvoerbaar koninklijk besluit tot uitzetting, van een uitvoerbaar ministerieel besluit tot terugwijzing of van een uitvoerbaar bevel tot verlaten van het grondgebied met bewijs van effectieve verwijdering. In dat geval is het vonnis uitvoerbaar op het ogenblik van effectieve verwijdering of overbrenging naar een plaats die valt onder de bevoegdheid van de Minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en dit ten laatste [2 twintig]2 dagen nadat de beslissing tot toekenning in kracht van gewijsde is gegaan.]1   [3 Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de beslissingen van de strafuitvoeringsrechter tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied. In dat geval is het vonnis uitvoerbaar op het ogenblik van effectieve verwijdering of van overbrenging naar een plaats die valt onder de bevoegdheid van de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen of, van zodra de veroordeelde voldoet aan de door deze wet bepaalde tijdsvoorwaarden, op het ogenblik van de kennisgeving door de Dienst Vreemdelingenzaken dat de verwijdering of overbrenging niet zal plaats vinden, en dit ten laatste twintig dagen nadat de veroordeelde voldoet aan de door deze wet bepaalde tijdsvoorwaarden en nadat het vonnis in kracht van gewijsde is getreden. Indien de verwijdering, overbrenging of kennisgeving niet heeft plaats gevonden bij het verstrijken van voormelde termijn, wordt de veroordeelde in vrijheid gesteld.]3   ----------   (1)<W 2012-03-15/09, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 09-04-2012>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 164, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2022-07-30/03, art. 50, 035; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 61 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK III. - Bepalingen die gemeen zijn aan de hoofdstukken I en II. / Afdeling III. - De wijziging van de beslissing.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61.§ 1. Indien zich, nadat de beslissing tot toekenning van een in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteit is genomen maar voor de uitvoering ervan, een situatie voordoet die onverenigbaar is met de voorwaarden die in deze beslissing zijn bepaald, kan de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank, op vordering van het openbaar ministerie, een nieuwe beslissing nemen, met inbegrip van de intrekking van de strafuitvoeringsmodaliteit die werd toegekend.   § 2. (De veroordeelde wordt [2 bij een ter post aangetekende brief]2 opgeroepen om binnen zeven dagen na de vaststelling van de onverenigbaarheid te verschijnen voor de strafuitvoeringsrechter of, in voorkomend geval, voor de strafuitvoeringsrechtbank. De oproeping [2 bij een ter post aangetekende brief]2 schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing tot toekenning van de desbetreffende strafuitvoeringsmodaliteit.) <W 2006-12-27/33, art. 65, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   [2 De dag, het uur en de plaats van de zitting worden bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de veroordeelde en het slachtoffer en schriftelijk ter kennis gebracht van de directeur.]2   § 3. Het dossier wordt gedurende ten minste twee dagen vóór de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn raadsman op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.   De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier bekomen.   § 4. De zitting vindt plaats met gesloten deuren.   De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank hoort de veroordeelde en zijn raadsman, het openbaar ministerie en de directeur.   Het slachtoffer wordt gehoord over de bijzondere voorwaarden die in zijn belang moeten worden opgelegd. [1 Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. Het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, de directeur lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben gesteld in het belang van het slachtoffer. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen.]1   Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een raadsman en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.   De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank beslist binnen zeven dagen nadat de zaak in beraad is genomen.   Artikel 46 is van toepassing.   ----------   (1)<W 2013-12-15/05, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 165, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 61/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI/1. [1 - De wijziging van de bevoegdheid.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61/1. [1 De strafuitvoeringsrechtbank wordt van rechtswege bevoegd om nieuwe beslissingen te nemen in het dossier van de veroordeelde aan wie een in titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteit werd toegekend door de strafuitvoeringsrechter, zodra die veroordeelde ingevolge de bijkomende tenuitvoerlegging van een in kracht van gewijsde gegane veroordeling tot een vrijheidsstraf, een uitvoerbaar gedeelte van een of meer vrijheidsstraffen van meer dan drie jaar ondergaat. De strafuitvoeringsrechter die dit vaststelt, zendt het dossier onverwijld over aan de griffie van de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2023-07-31/02, art. 22, 037; Inwerkingtreding : 01-09-2023>
    Open officiële bron ↗