Gratis brononderzoek

Externe rechtspositie en strafuitvoering

Strafuitvoeringsmodaliteiten en rechten van veroordeelden en slachtoffers.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

199 bronvarianten

  1. Art. 62 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VII. - De opvolging en de controle van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 62.§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 20 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt is het openbaar ministerie belast met de controle op de veroordeelde. [2 De bevoegde dienst van de Gemeenschappen is belast met de opvolging van en het toezicht op:    1° het programma en de concrete invulling van de beperkte detentie of het elektronisch toezicht;    2° de geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden die door de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank aan de veroordeelde opgelegd zijn.]2   § 2. Ingeval er bijzondere voorwaarden zijn opgelegd of een elektronisch toezicht wordt toegekend, [2 contacteert de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, onmiddellijk na het uitvoerbaar worden van de beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit, de veroordeelde]2 op om hem alle nuttige informatie voor een goed verloop van de strafuitvoeringsmodaliteit te bezorgen.   § 3. [2 In de gevallen bedoeld in paragraaf 1 brengt de bevoegde dienst van de Gemeenschappen binnen een maand na de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit verslag uit over de veroordeelde aan de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank, en verder telkens hij het nuttig acht of wanneer de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank hem erom verzoekt en ten minste om de zes maanden. Dit verslag bevat alle voor de strafuitvoeringsrechtbank of de strafuitvoeringsrechter relevante informatie met betrekking tot de veroordeelde waarover de bevoegde dienst van de Gemeenschappen beschikt. Het verslag bevat ten minste:    1° informatie over het programma en de concrete invulling van de beperkte detentie of het elektronisch toezicht en de mate waarin die in acht worden genomen;    2° een opsomming van alle aan de veroordeelde opgelegde geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden alsook de mate waarin die in acht worden genomen.    De bevoegde dienst van de Gemeenschappen stelt in voorkomend geval, de maatregelen voor die hij nuttig acht.    De mededelingen tussen de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank en de bevoegde dienst van de Gemeenschappen gebeuren in de vorm van verslagen, die in afschrift aan het openbaar ministerie worden overgezonden.]2   § 4. Indien aan de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit de voorwaarde wordt gekoppeld om een begeleiding of een behandeling te volgen, nodigt de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank, na inzage van de tijdens de procedure alsmede, in voorkomend geval, tijdens de uitvoering van de vrijheidsstraf verrichte expertises, de veroordeelde uit om een bevoegde persoon of dienst te kiezen. Deze keuze wordt aan de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank ter goedkeuring voorgelegd.   Deze persoon of dienst die de opdracht aanneemt, brengt aan de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank alsook aan de [2 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]2, binnen een maand na de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit en telkens die persoon of dienst het nuttig acht, op verzoek van de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank en ten minste om de zes maanden, verslag uit over de opvolging van de begeleiding of de behandeling.   Het in het vorige lid bedoelde verslag handelt over de volgende punten : de daadwerkelijke aanwezigheden van de betrokkene op de voorgestelde raadplegingen, zijn ongewettigde afwezigheden, het eenzijdig stopzetten van de begeleiding of de behandeling door de betrokkene, de moeilijkheden die bij de uitvoering daarvan zijn gerezen en de situaties die een ernstig risico inhouden voor derden.   ----------   (1)<W 2012-12-14/53, art. 12, 014; Inwerkingtreding : 02-05-2013>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 80, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 63 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VII. - De opvolging en de controle van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 63.§ 1. De veroordeelde, het openbaar ministerie en de directeur kunnen de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank verzoeken één of meer opgelegde voorwaarden te schorsen, nader te omschrijven of aan te passen aan de omstandigheden, zonder dat evenwel de opgelegde voorwaarden kunnen worden verscherpt of bijkomende voorwaarden kunnen worden opgelegd.   Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank, of op de griffie van de gevangenis indien de veroordeelde gedetineerd is.   De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.   De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank zendt onverwijld een afschrift van het schriftelijk verzoek over aan de andere partijen.   Indien het voorwaarden betreft die zijn opgelegd in het belang van het slachtoffer, wordt eveneens onverwijld een afschrift van het verzoek overgezonden aan het slachtoffer.   § 2. Indien zij opmerkingen hebben, delen de veroordeelde, het openbaar ministerie, (en, in voorkomend geval, de directeur en) het slachtoffer deze schriftelijk mee binnen zeven dagen na ontvangst van het afschrift aan de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank. <W 2006-12-27/33, art. 67, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   § 3. Indien de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank het nuttig acht om te kunnen oordelen over de schorsing, nadere omschrijving of aanpassing van de opgelegde voorwaarden, overeenkomstig § 1, kan hij of zij op een zitting hieromtrent verdere informatie inwinnen. Deze zitting moet plaatsvinden ten laatste één maand na de ontvangst van het in § 1 bedoelde schriftelijk verzoek. De veroordeelde en zijn raadsman en het openbaar ministerie worden gehoord.   Indien het voorwaarden betreft die in zijn belang zijn opgelegd, [2 wordt het slachtoffer]2 gehoord. [1 Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. Het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, de directeur lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben gesteld in het belang van het slachtoffer. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen.]1 Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een raadsman en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.   De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank kan beslissen eveneens andere personen te horen.   De zitting vindt plaats met gesloten deuren.   § 4. Binnen vijftien dagen na de ontvangst van het schriftelijk verzoek of, indien er een zitting heeft plaatsgevonden, binnen vijftien dagen nadat de zaak in beraad is genomen, beslist de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank. Het vonnis over de schorsing, nadere omschrijving of aanpassing van de opgelegde voorwaarden, overeenkomstig § 1, wordt bij een ter post aangetekende brief meegedeeld aan de veroordeelde en het slachtoffer, indien het voorwaarden betreft die in het belang van [1 zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel, aan het slachtoffer]1 zijn opgelegd, en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur.   De wijzigingen worden eveneens meegedeeld aan de autoriteiten en instanties die overeenkomstig de artikelen 46, § 2, en 58, § 2, op de hoogte moeten worden gebracht.   ----------   (1)<W 2013-12-15/05, art. 21, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 68, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 64 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VIII. - De herroeping, de schorsing en de herziening van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De herroeping.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 64.Het openbaar ministerie kan, met het oog op de herroeping van de toegekende strafuitvoeringsmodaliteiten, de zaak bij de strafuitvoeringsrechter of, in voorkomend geval, bij de strafuitvoeringsrechtbank aanhangig maken in de volgende gevallen :   1° [1 wanneer bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de veroordeelde tijdens de proeftermijn [4 een misdrijf]4 heeft gepleegd;]1   2° wanneer de veroordeelde een ernstig gevaar vormt voor de fysieke of psychische integriteit van derden;   3° wanneer de opgelegde bijzondere voorwaarden niet worden nageleefd;   4° wanneer de veroordeelde geen gevolg geeft aan de oproepingen van de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank, van het openbaar ministerie of, in voorkomend geval, van de [3 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]3.   5° wanneer de veroordeelde zijn adreswijziging niet doorgeeft aan het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, de [3 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]3 die met de begeleiding is belast.   (6° wanneer de veroordeelde het programma van de concrete invulling [3 of de concrete invulling]3 van de beperkte detentie of het elektronisch toezicht, [3 met inbegrip van de naleving van het uurrooster,]3 zoals bepaald overeenkomstig artikel 42, tweede lid, niet naleeft.) <W 2008-06-08/32, art. 13, 006; Inwerkingtreding : 26-06-2008>   [2 7° wanneer de veroordeelde zich niet meer in de tijdsvoorwaarden voor de toegekende strafuitvoeringsmodaliteit bevindt;    8° wanneer de veroordeelde na de toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied nalaat of weigert om het grondgebied effectief te verlaten, niet meewerkt aan zijn verwijdering, niet meewerkt aan zijn identificatie met het oog op het bekomen van een reisdocument of terugkeert zonder de in artikel 55, 4°, vereiste toestemming van de strafuitvoeringsrechtbank.]2   ----------   (1)<W 2014-04-25/23, art. 69, 017; Inwerkingtreding : 24-05-2014>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 166, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2021-11-28/01, art. 81, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (4)<W 2026-03-30/02, art. 69, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 64/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VIII. - De herroeping, de schorsing en de herziening van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De herroeping.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 64/1. [1 In afwijking van artikel 68, § 1, eerste lid, eerste zin, maakt het openbaar ministerie de zaak bij de strafuitvoeringsrechter of, in voorkomend geval, bij de strafuitvoeringsrechtbank aanhangig ingeval de veroordeelde opzettelijk het elektronisch toezichtsmateriaal heeft beschadigd of verduisterd, in welk geval de strafuitvoeringsrechter of, in voorkomend geval, de strafuitvoeringsrechtbank het elektronisch toezicht herroept. Artikel 68 is voor het overige van toepassing.    Onder elektronisch toezichtsmateriaal moet worden verstaan het geheel aan elektronische middelen dat de diensten van de gemeenschappen bevoegd voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht inzetten bij de uitvoering van hun opdrachten.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-12-19/73, art. 15, 043; Inwerkingtreding : 16-01-2026>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 65 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VIII. - De herroeping, de schorsing en de herziening van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De herroeping.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 65.In geval van herroeping wordt de veroordeelde onmiddellijk opnieuw opgesloten.   In geval van herroeping overeenkomstig artikel 64, 1°, wordt de herroeping geacht in te zijn gegaan op de dag waarop [2 dat misdrijf]2 is gepleegd.   [1 De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank kan, mits akkoord van de veroordeelde, een andere strafuitvoeringsmodaliteit toekennen.]1   ----------   (1)<W 2022-07-30/03, art. 51, 035; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 70, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 66 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VIII. - De herroeping, de schorsing en de herziening van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De schorsing.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 66.§ 1. In de in artikel 64 bedoelde gevallen kan het openbaar ministerie, met het oog op het schorsen van de toegekende strafuitvoeringsmodaliteit, de zaak aanhangig maken bij de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank.   § 2. In geval van schorsing wordt de veroordeelde onmiddellijk opnieuw opgesloten.   [1 § 2/1. In geval van schorsing kan de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank een uitgaansvergunning overeenkomstig de artikelen 4 en 5 of een penitentiair verlof overeenkomstig de artikelen 7 en 8 toekennen [2 ...]2.]1   § 3. Binnen een termijn van ten hoogste één maand, te rekenen van het vonnis tot schorsing, herroept de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank de strafuitvoeringsmodaliteit [2 , in welk geval hij of zij, overeenkomstig artikel 65, derde lid, een andere strafuitvoeringsmodaliteit kan toekennen,]2 of heft hij of zij de schorsing van de strafuitvoeringsmodaliteit op. In dat laatste geval kan de strafuitvoeringsmodaliteit worden herzien overeenkomstig artikel 63. Indien binnen deze termijn geen beslissing is genomen, wordt de veroordeelde opnieuw in vrijheid gesteld onder dezelfde voorwaarden als voorheen.   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 167, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2022-07-30/03, art. 52, 035; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 67 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VIII. - De herroeping, de schorsing en de herziening van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK III. - De herziening.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 67.§ 1. Ingeval de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank, waarbij overeenkomstig de artikelen 64 of 66 de zaak aanhangig is gemaakt, van oordeel is dat de herroeping of de schorsing niet noodzakelijk is in het belang van de maatschappij, van het slachtoffer of van de sociale reïntegratie van de veroordeelde, kan hij of zij de strafuitvoeringsmodaliteit herzien. In dit geval kan de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank de opgelegde voorwaarden verscherpen of bijkomende voorwaarden opleggen [2 ...]2. De strafuitvoeringsmodaliteit wordt evenwel herroepen, indien de veroordeelde niet instemt met de nieuwe voorwaarden [2 ...]2.   § 2. Indien de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank beslist de opgelegde voorwaarden te verscherpen of bijkomende voorwaarden op te leggen [2 ...]2, bepaalt hij of zij het ogenblik waarop deze beslissing uitvoerbaar wordt.   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 168, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2022-07-30/03, art. 53, 035; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 67/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VIII. - De herroeping, de schorsing en de herziening van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK III/1. [1 - De vordering tot herbeoordeling ingevolge de bijkomende tenuitvoerlegging van een veroordeling.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 67/1. [1 Ingeval er ten aanzien van een veroordeelde aan wie een in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteit werd toegekend door de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank, een nieuwe in kracht van gewijsde gegane veroordeling tot een vrijheidsstraf ten uitvoer wordt gelegd, die betrekking heeft op feiten gepleegd voor de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit en waarvoor de veroordeelde niet is opgesloten op grond van een bevel tot aanhouding of een bevel tot onmiddellijke aanhouding, kan het openbaar ministerie de zaak met het oog op een herbeoordeling van de toegekende strafuitvoeringsmodaliteit aanhangig maken bij de bevoegde strafuitvoeringsrechter of de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank. De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank kan elke beslissing nemen bedoeld in de artikelen 63, 64, 65, 66 en 67. De beslissing tot schorsing, herroeping of herziening van de voorwaarden kan enkel genomen worden op de gronden vermeld in artikel 64 of omdat er ingevolge de nieuwe veroordeling een tegenaanwijzing wordt vastgesteld waar niet aan tegemoet gekomen kan worden door het opleggen van bijzondere voorwaarden.    De toegekende strafuitvoeringsmodaliteit blijft lopen en, behoudens toepassing van artikel 70, wordt de veroordeelde niet opgesloten in afwachting van de beslissing van de strafuitvoeringsrechter of strafuitvoeringsrechtbank.    Artikel 68 is op die procedure van toepassing, met dien verstande dat ook de slachtoffers van de feiten die aanleiding hebben gegeven tot de nieuwe veroordeling worden gehoord. De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank kan op verzoek van de veroordeelde beslissen tot het behoud van de lopende strafuitvoeringsmodaliteit.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/03, art. 109, 040; Inwerkingtreding : 07-06-2024>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 68 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VIII. - De herroeping, de schorsing en de herziening van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK IV. - De procedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 68.§ 1. Het openbaar ministerie kan, met het oog op een herroeping, schorsing of herziening van de toegekende strafuitvoeringsmodaliteiteit [7 of met het oog op een herbeoordeling bedoeld in artikel 67/1]7, de zaak aanhangig maken bij de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank. (De behandeling van de zaak vindt plaats op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank. Deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk vijftien dagen na de aanhangigmaking van de zaak door het openbaar ministerie bij de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank.) <W 2006-12-27/33, art. 68, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   De veroordeelde wordt ten minste tien dagen voor de datum van de behandeling van het dossier [4 per ter post aangetekende brief]4 opgeroepen.   De zitting vindt plaats met gesloten deuren.   § 2. Het dossier wordt ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn raadsman op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank of op de griffie van de gevangenis ingeval de veroordeelde gedetineerd is.   De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.   § 3. De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank hoort de veroordeelde en zijn raadsman alsook het openbaar ministerie.   Indien het de niet-naleving van de voorwaarden die in het belang van het slachtoffer zijn opgelegd betreft, wordt het slachtoffer hieromtrent gehoord. [2 Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. Het openbaar ministerie licht bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die ze in haar advies heeft gesteld in het belang van het slachtoffer. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen.]2   Het slachtoffer kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een raadsman en kan zich laten bijstaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging.   De strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank kan beslissen eveneens andere personen te horen.   § 4. Binnen (zeven) dagen nadat de zaak in beraad is genomen, beslist de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank over de herroeping, de schorsing of de herziening. <W 2006-12-27/33, art. 68, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   § 5. Ingeval het een vonnis betreft tot herroeping van een beperkte detentie of een elektronisch toezicht, bepaalt de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank dat de periode die de veroordeelde in beperkte detentie was of onder elektronisch toezicht stond, wordt afgetrokken van het op het ogenblik van de toekenning nog resterende gedeelte van de vrijheidsstraffen.   Ingeval het een vonnis betreft tot herroeping van een voorwaardelijke invrijheidstelling [4 en een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied]4, bepaalt de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank het gedeelte van de vrijheidsstraf dat de veroordeelde nog moet ondergaan rekening houdend met de periode van de proeftijd die goed is verlopen en met de inspanning die de veroordeelde heeft geleverd om de voorwaarden te respecteren die hem waren opgelegd.   [4 [7 Behoudens in het geval de veroordeelde zich niet meer in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de eerder toegekende strafuitvoeringsmodaliteit, bepaalt de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank in het vonnis tot herroeping de datum waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen.]7    Deze termijn mag niet langer zijn dan zes maanden te rekenen van het vonnis indien de veroordeelde een of meer [8 ...]8 hoofdgevangenisstraffen ondergaat die samen niet meer dan vijf jaar bedragen. Deze termijn is maximum een jaar in geval [8 het geheel van hoofdgevangenisstraffen]8 meer dan vijf jaar bedraagt. Deze termijn is minimum zes maanden en maximum achttien maanden indien de zaak een veroordeling betreft tot een [8 gevangenisstraf van dertig jaar of een levenslange gevangenisstraf]8, met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank [8 ...]8.]4   § 6. Het vonnis wordt binnen vierentwintig uur bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur.   Het slachtoffer wordt [2 zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel,]2 op de hoogte gebracht van de herroeping of de schorsing van de strafuitvoeringsmodaliteit of, in geval van herziening, van de in het belang van het slachtoffer gewijzigde voorwaarden.   § 7. Het vonnis tot herroeping, schorsing of herziening wordt meegedeeld aan de volgende autoriteiten en instanties :   - aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde zich zal vestigen;   - aan [3 de nationale gegevensbank als bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992]3 op het politieambt;   - in voorkomend geval, aan de directeur van het justitiehuis van het gerechtelijk arrondissement waarin de veroordeelde zijn verblijfplaats heeft;   - [6 aan de dienst van de Gemeenschappen, bevoegd voor het elektronisch toezicht, ingeval de beslissing betrekking heeft op een elektronisch toezicht;]6   [6 - aan de directeur van het justitiehuis van de verblijfplaats van het slachtoffer [8 ...]8.]6   [5 § 8. Een bij verstek gewezen vonnis tot herroeping of herziening is vatbaar voor verzet.]5   ----------   (1)<W 2007-04-21/01, art. 152, 003; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2015, maar opgeheven op 31-12-1984, vóór de inwerkingtreding>   (2)<W 2013-12-15/05, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (3)<W 2016-02-05/11, art. 158, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (4)<W 2016-02-05/11, art. 169, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (5)<W 2019-05-05/18, art. 16, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (6)<W 2021-11-28/01, art. 82, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (7)<W 2024-05-15/03, art. 110, 040; Inwerkingtreding : 07-06-2024>   (8)<W 2026-03-30/02, art. 71, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 69 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VIII. - De herroeping, de schorsing en de herziening van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK V. - Diverse bepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 69. § 1. De verjaring van de straffen loopt niet wanneer de veroordeelde in vrijheid is krachtens een niet herroepen beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit zoals bedoeld in Titel V.   § 2. De verjaring kan niet worden aangevoerd in het in artikel 64, 1°, bedoelde geval.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 70 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL IX. - De voorlopige aanhouding.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 70.In de gevallen waarin overeenkomstig artikel 64 herroeping mogelijk is, [2 of waarin toepassing wordt gemaakt van [3 artikel 64/1 of]3 artikel 67/1,]2 kan de procureur des Konings van de rechtbank in het rechtsgebied waarvan de veroordeelde zich bevindt [1 of het openbaar ministerie]1, zijn voorlopige aanhouding bevelen, onder verplichting de bevoegde strafuitvoeringsrechter of de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank daarvan onmiddellijk in kennis te stellen.   De bevoegde strafuitvoeringsrechter of de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank beslist binnen (zeven werkdagen) na de opsluiting van de veroordeelde over de schorsing van de toegekende strafuitvoeringsmodaliteit. Dit vonnis wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde, aan het openbaar ministerie en aan de directeur. <W 2006-12-27/33, art. 69, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   De beslissing tot schorsing is geldig voor de duur van één maand, overeenkomstig artikel 66, § 3. [3 Indien met toepassing van artikel 64/1 de bevoegde strafuitvoeringsrechter of de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank vaststelt dat de veroordeelde het elektronisch toezichtsmateriaal opzettelijk heeft beschadigd of verduisterd, beslist hij tot herroeping van het elektronisch toezicht.]3   ----------   (1)<W 2012-12-27/30, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 10-02-2013>   (2)<W 2024-05-15/03, art. 111, 040; Inwerkingtreding : 07-06-2024>   (3)<W 2025-12-19/73, art. 16, 043; Inwerkingtreding : 16-01-2026>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 71 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL X. - De definitieve invrijheidstelling.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 71.Indien tijdens de proeftijd geen enkele herroeping heeft plaatsgehad, wordt de veroordeelde definitief in vrijheid gesteld.   De proeftijd is gelijk aan de duur van de vrijheidsstraf die de veroordeelde nog [6 moet]6 ondergaan op de dag waarop de beslissing betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling [3 of betreffende de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering]3 uitvoerbaar is geworden. Die proeftijd kan evenwel niet korter zijn dan [5 een jaar]5.   [4 De proeftijd is]4 ten minste vijf jaar en ten hoogste tien jaar in geval van veroordeling tot [7 een of meer hoofdgevangenisstraffen]7 die samen vijf jaar hoofdgevangenisstraf te boven gaan [7 , met uitzondering van de gevangenisstraf van dertig jaar en de levenslange gevangenisstraf]7.   De proeftijd bedraagt tien jaar in geval van veroordeling [1 tot een [3 correctionele gevangenisstraf van dertig jaar tot veertig jaar, tot een opsluiting van dertig jaar of tot een levenslange opsluiting]3.   [2 Het slachtoffer wordt zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel, op de hoogte gebracht van de definitieve invrijheidstelling.]2   ----------   (1)<W 2013-03-17/01, art. 18, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>   (2)<W 2013-12-15/05, art. 23, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (3)<W 2016-02-05/11, art. 170, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016> (NOTA : bij arrest nr. 148/2017 van 21-12-2017 (B.St. 12-01-2018, p. 1393), heeft het Grondwettelijk Hof het artikel 170, 2° vernietigd)   (4)<W 2019-05-05/18, art. 17, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (5)<W 2021-11-28/01, art. 83, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (6)<W 2023-07-31/02, art. 23, 037; Inwerkingtreding : 01-09-2023>   (7)<W 2026-03-30/02, art. 72, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 72 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XI. - De bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechter. / HOOFDSTUK I. - De voorlopige invrijheidstelling om medische redenen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 72. De strafuitvoeringsrechter kan aan de veroordeelde bij wie is vastgesteld dat hij zich in de terminale fase van een ongeneeslijke ziekte bevindt of bij wie is vastgesteld dat zijn detentie onverenigbaar is met zijn gezondheidstoestand, een voorlopige invrijheidstelling om medische redenen toekennen.
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 73 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XI. - De bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechter. / HOOFDSTUK I. - De voorlopige invrijheidstelling om medische redenen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 73. De strafuitvoeringsrechter kan een voorlopige invrijheidstelling om medische redenen aan de veroordeelde toekennen, voorzover :   1° er in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan; deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op het risico dat hij tijdens de (voorlopige invrijheidstelling om medische redenen) ernstige strafbare feiten zou plegen, op het feit dat hij geen woonst of opvang zou hebben of op het risico dat hij de slachtoffers zou lastig vallen; <W 2006-12-27/33, art. 71, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2008>   2° de veroordeelde (, of zijn vertegenwoordiger,) instemt met de voorwaarden die aan de voorlopige invrijheidstelling om medische redenen worden verbonden, rekening houdend met de bepalingen van het 1°. <W 2006-12-27/33, art. 71, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2008>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 74 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XI. - De bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechter. / HOOFDSTUK I. - De voorlopige invrijheidstelling om medische redenen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 74.§ 1. Een voorlopige invrijheidstelling om medische redenen kan, op schriftelijk verzoek van de veroordeelde, (of zijn vertegenwoordiger,) door de strafuitvoeringsrechter worden toegekend na een met redenen omkleed advies van de directeur. Dit advies is vergezeld van dat van de behandelende geneesheer, van de leidende ambtenaar-geneesheer van de Penitentiaire Gezondheidsdienst en, in voorkomend geval, van de door de veroordeelde gekozen geneesheer. <W 2006-12-27/33, art. 72, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2008>   § 2. [2 Het verzoek wordt ingediend bij de directeur. De directeur verzamelt onverwijld en uiterlijk binnen zeven dagen de adviezen van de in paragraaf 1 vermelde geneesheren. De griffie van de gevangenis zendt het verzoek, samen met de in paragraaf 1 bedoelde adviezen, onmiddellijk over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en aan het openbaar ministerie.]2   Het openbaar ministerie stelt onverwijld een met redenen omkleed advies op, zendt dit over aan de strafuitvoeringsrechter en deelt het in afschrift mee aan de veroordeelde en de directeur.   § 3. Binnen zeven dagen na de [2 ontvangst van het dossier zoals bepaald in paragraaf 2, eerste lid]2 neemt de strafuitvoeringsrechter een beslissing. Dit vonnis wordt binnen vierentwintig uur [2 bij ter post aangetekende brief]2 ter kennis gebracht van de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur.   Het slachtoffer wordt [1 zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel,]1 in kennis gesteld van de toekenning van een voorlopige invrijheidstelling om medische redenen.   § 4. [2 Het vonnis tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling om medische redenen wordt meegedeeld aan de volgende autoriteiten en instanties :    - aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde zich zal vestigen;    - aan de nationale gegevensbank als bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt;    - in voorkomend geval, aan de directeur van het justitiehuis van het gerechtelijk arrondissement waarin de veroordeelde zijn verblijfplaats heeft;   [3 - aan de directeur van het justitiehuis van de verblijfplaats van het slachtoffer [4 ...]4.]3.]2   ----------   (1)<W 2013-12-15/05, art. 24, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 171, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2021-11-28/01, art. 84, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (4)<W 2026-03-30/02, art. 73, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 75 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XI. - De bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechter. / HOOFDSTUK I. - De voorlopige invrijheidstelling om medische redenen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 75. De strafuitvoeringsrechter verbindt aan de beslissing tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling om medische redenen de algemene voorwaarde dat de veroordeelde geen nieuwe strafbare feiten mag plegen. In voorkomend geval bepaalt hij ook bijzondere voorwaarden rekening houdend met de bepalingen van artikel 73.
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 75/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XI. - De bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechter. / HOOFDSTUK I. - De voorlopige invrijheidstelling om medische redenen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 75/1.[1 § 1. Onverminderd de toepassing van artikel 20 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt is het openbaar ministerie belast met de controle op de veroordeelde. In voorkomend geval is de [2 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]2 belast met de opvolging van en het toezicht op alle door de strafuitvoeringsrechter aan de veroordeelde opgelegde voorwaarden.    § 2. Ingeval er bijzondere voorwaarden zijn opgelegd, roept de [2 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]2, onmiddellijk na het uitvoerbaar worden van het vonnis, de veroordeelde op om hem alle nuttige informatie voor een goed verloop van de invrijheidstelling om medische redenen te bezorgen.    § 3. Binnen een maand na de toekenning van de invrijheidstelling brengt de [2 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]2 verslag uit over de veroordeelde aan de strafuitvoeringsrechter en verder telkens hij het nuttig acht of wanneer de strafuitvoeringsrechter hem erom verzoekt, en ten minste om de zes maanden. Dit verslag bevat alle voor de strafuitvoeringsrechter relevante informatie met betrekking tot de veroordeelde waarover de [2 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]2 beschikt. Het verslag bevat ten minste een opsomming van alle aan de veroordeelde opgelegde voorwaarden alsook de mate waarin die in acht worden genomen. De [2 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]2 stelt, in voorkomend geval, de maatregelen voor die hij nuttig acht.    De mededelingen tussen de strafuitvoeringsrechter en de [2 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]2 gebeuren in de vorm van verslagen, die in afschrift aan het openbaar ministerie worden overgezonden.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-05/11, art. 172, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 85, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 75/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XI. - De bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechter. / HOOFDSTUK I. - De voorlopige invrijheidstelling om medische redenen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 75/2. [1 § 1. De strafuitvoeringsrechter kan, op verzoek van de veroordeelde of van het openbaar ministerie, een of meer opgelegde voorwaarden schorsen, nader omschrijven of aanpassen aan de omstandigheden, zonder evenwel deze te verscherpen of bijkomende voorwaarden op te leggen.    Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.    De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank zendt onverwijld een afschrift van dit verzoek over aan de andere partij.    § 2. Indien zij opmerkingen hebben, delen de veroordeelde of het openbaar ministerie deze schriftelijk mee binnen zeven dagen na ontvangst van het afschrift aan de strafuitvoeringsrechter.    Indien de strafuitvoeringsrechter het nuttig acht, organiseert hij een zitting, die ten laatste een maand na de ontvangst van het in paragraaf 1 bedoelde schriftelijk verzoek moet plaatsvinden. De veroordeelde en zijn raadsman alsook het openbaar ministerie worden gehoord.    De strafuitvoeringsrechter kan beslissen eveneens andere personen te horen.    De zitting vindt plaats met gesloten deuren.    § 3. Binnen vijftien dagen na de ontvangst van het schriftelijk verzoek of, indien er een zitting heeft plaatsgevonden, binnen vijftien nadat de zaak in beraad is genomen, beslist de strafuitvoeringsrechter. Het vonnis wordt bij een ter post aangetekende brief meegedeeld aan de veroordeelde en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie.    De wijzigingen worden eveneens meegedeeld aan de autoriteiten en instanties die overeenkomstig artikel 74, § 4, op de hoogte moeten worden gebracht.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-05/11, art. 173, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 76 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XI. - De bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechter. / HOOFDSTUK I. - De voorlopige invrijheidstelling om medische redenen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 76.[2 § 1.]2 Onverminderd artikel (79) kan de strafuitvoeringsrechter beslissen de voorlopige invrijheidstelling om medische redenen te herroepen : <W 2006-12-27/33, art. 73, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2008>   1° [1 wanneer bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de veroordeelde tijdens de in artikel 80 bedoelde termijn, een [3 misdrijf]3 heeft gepleegd;]1   2° wanneer de opgelegde bijzondere voorwaarden niet worden nageleefd;   3° wanneer de medische redenen waarom een voorlopige invrijheidstelling werd toegestaan, niet meer aanwezig zijn. De strafuitvoeringsrechter kan hiertoe [2 ambtshalve of op vordering van het openbaar ministerie]2 op elk ogenblik van de voorlopige invrijheidstelling om medische redenen aan een wetsgeneesheer de opdracht geven een medische expertise uit te voeren.   [2 § 2. In de in paragraaf 1 bedoelde gevallen kan de strafuitvoeringsrechter de bij voorlopige invrijheidstelling om medische redenen opgelegde voorwaarden herzien. In dat geval kan de strafuitvoeringsrechter de opgelegde voorwaarden verscherpen of bijkomende voorwaarden opleggen. De voorlopige invrijheidstelling om medische redenen wordt evenwel herroepen indien de veroordeelde niet instemt met de nieuwe voorwaarden.]2   ----------   (1)<W 2014-04-25/23, art. 70, 017; Inwerkingtreding : 24-05-2014>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 174, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2026-03-30/02, art. 74, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 77 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL XI. - De bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechter. / HOOFDSTUK I. - De voorlopige invrijheidstelling om medische redenen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 77.In geval van herroeping wordt de veroordeelde onmiddellijk opnieuw opgesloten.   In geval van herroeping overeenkomstig artikel 76, 1°, wordt de herroeping geacht in te zijn gegaan op de dag waarop [1 dat misdrijf]1 is gepleegd.   ----------   (1)<W 2026-03-30/02, art. 75, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗