Gratis brononderzoek

Externe rechtspositie en strafuitvoering

Strafuitvoeringsmodaliteiten en rechten van veroordeelden en slachtoffers.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

199 bronvarianten

  1. Art. 27 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling I. - Definitie.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder vrijheidsstraffen van drie jaar of minder, één of meer vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte drie jaar of minder bedraagt.   [1 Wanneer aan een of meer van de vrijheidsstraffen bedoeld in het eerste lid de bijkomende straf van de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank [2 ...]2 verbonden is, zijn de bepalingen van hoofdstuk II van toepassing.]1   ----------   (1)<W 2023-07-31/02, art. 18, 037; Inwerkingtreding : 01-09-2023>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 52, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 28 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling II. - De voorwaarden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 28.§ 1. Met uitzondering van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering [2 [6 en met uitzondering van de wijziging van de straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek]6]2, kunnen de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten aan de veroordeelde worden toegekend voorzover er in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan [5 waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden]5. Deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op :   1° het feit dat de veroordeelde niet de mogelijkheid heeft om in zijn behoeften te voorzien;   2° een manifest risico voor de fysieke integriteit van derden;   3° het risico dat de veroordeelde de slachtoffers zou lastig vallen;   4° de houding van de veroordeelde ten aanzien van de slachtoffers van de misdrijven die tot zijn veroordeling hebben geleid;   [1 5° ...;]1   [3 6° de door de veroordeelde geleverde inspanningen om de burgerlijke partij te vergoeden, rekening houdend met de vermogenssituatie van de veroordeelde zoals die door zijn toedoen is gewijzigd sinds het plegen van de feiten waarvoor hij veroordeeld is.]3   Het 1° is niet van toepassing op de beperkte detentie.   § 2. De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering kan aan de veroordeelde worden toegekend voor zover er in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan [5 waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden]5. Deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op :   1° [4 ...]4   2° een manifest risico voor de fysieke integriteit van derden;   3° het risico dat de veroordeelde de slachtoffers zou lastig vallen;   4° de door de veroordeelde geleverde inspanning om de burgerlijke partij te vergoeden [3 , rekening houdend met de vermogenssituatie van de veroordeelde zoals die door zijn toedoen is gewijzigd sinds het plegen van de feiten waarvoor hij veroordeeld is.]3   [2 § 3. [6 De wijziging van de straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek kan aan de veroordeelde worden toegekend voor zover er in zijnen hoofde geen tegenaanwijzingen bestaan die betrekking hebben op recidivegevaar en er geen tegenaanwijzingen bestaan die betrekking hebben op het risico dat hij de slachtoffers zou lastig vallen.]6]2   ----------   (1)<W 2007-04-21/01, art. 147, 003; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2015, maar opgeheven op 31-12-1984, vóór de inwerkingtreding>   (2)<W 2012-12-14/53, art. 5, 014; Inwerkingtreding : 02-05-2013>   (3)<W 2013-12-15/05, art. 13, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (4)<W 2019-05-05/18, art. 24, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (5)<W 2022-07-30/03, art. 45, 035; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (6)<W 2026-03-30/02, art. 53, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 28/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling II. - De voorwaarden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 28/1.[1 Indien de veroordeelde een straf ondergaat voor feiten bedoeld in de artikelen [2 100, 112 tot 118, 120 tot 126, 129, 130, 143 tot 146, 151 tot 155, 160, 161, 168, 171 tot 174, 200, 201, 206 tot 211, 260, 333 tot 337 van het Strafwetboek]2 of voor feiten die gepleegd zijn in een context van intrafamiliaal geweld, kan het elektronisch toezicht niet worden toegekend indien het slachtoffer verblijft op de plaats waar het elektronisch toezicht zal worden doorgebracht. De strafuitvoeringsrechtbank kan dergelijk elektronisch toezicht uitzonderlijk toch toekennen met een beslissing die omkleed is met bijzondere redenen die aangeven waarom de uitvoering van het elektronisch toezicht op het adres waar het slachtoffer van de feiten verblijft geen gevaar voor het slachtoffer met zich meebrengt. ]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2025-07-18/16, art. 38, 042; Inwerkingtreding : 04-08-2025>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 54, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 29 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling III. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29.§ 1. De beperkte detentie en het elektronisch toezicht worden toegekend door de strafuitvoeringsrechter op schriftelijk verzoek van de veroordeelde.   § 2. Het schriftelijk verzoek wordt ingediend [1 ...]1 op de griffie van de gevangenis [1 ...]1.   De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt [1 , behoudens bij toepassing van paragraaf 2/1,]1 een afschrift aan de directeur.   [1 § 2/1. De veroordeelde, van wie de griffie van de gevangenis vaststelt, nadat hij zich spontaan na ontvangst van het bevel van het openbaar ministerie tot uitvoering van zijn veroordeling heeft aangeboden in de gevangenis, dat hij één of meer vrijheidsstraffen dient te ondergaan en hij zich op zes maanden na, in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de toekenning van de voorwaardelijke invrijheidstelling, kan het schriftelijk verzoek bedoeld in paragraaf 2 onmiddellijk indienen, behoudens wanneer er overeenkomstig artikel 32 een gespecialiseerd advies vereist is. De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek en de opsluitingsfiche binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift van het schriftelijk verzoek en de opsluitingsfiche aan het openbaar ministerie.    De tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf wordt van rechtswege eenmalig opgeschort vanaf het indienen van het schriftelijk verzoek. Deze opschorting neemt van rechtswege een einde vanaf de dag dat het vonnis van de strafuitvoeringsrechter die uitspraak doet over het verzoek in kracht van gewijsde is gegaan of, in geval van toekenning van het elektronisch toezicht, op het ogenblik van de effectieve plaatsing onder elektronisch toezicht. De verjaring van de in het verzoek vervatte straffen loopt niet tijdens deze periode van opschorting.    Binnen vijftien werkdagen vanaf de indiening van het schriftelijk verzoek op de griffie van de gevangenis, legt de betrokken veroordeelde zijn dossier neer op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. Dit dossier omvat de mededeling van de elementen die relevant zijn voor de specifiek aangevraagde strafuitvoeringsmodaliteit, met name:    - indien het een verzoek tot elektronisch toezicht betreft: precieze informatie over een zinvolle dagbesteding, over de plaats waar het elektronisch toezicht zal worden doorgebracht en het akkoord van de meerderjarige huisgenoten op die plaats;    - indien het een verzoek tot beperkte detentie betreft: precieze informatie omtrent de professionele, opleidings- of familiale belangen die zijn aanwezigheid buiten de gevangenis vereisen.    Het dossier omvat eveneens de elementen die relevant zijn voor de evaluatie door de strafuitvoeringsrechter van de tegenaanwijzingen bedoeld in artikel 28, § 1.    De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank deelt onverwijld een afschrift van dit dossier mee aan het openbaar ministerie en voegt aan het dossier een geactualiseerd uittreksel uit het strafregister, de opsluitingsfiche en een afschrift van de vonnissen en arresten waarop het verzoek betrekking heeft.    § 2/2. Tijdens de opschorting van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, kan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de veroordeelde zich bevindt of het openbaar ministerie, de opsluiting van de veroordeelde bevelen indien deze de fysieke of psychische integriteit van derden ernstig in gevaar brengt of wanneer er een gevaar bestaat dat de veroordeelde zich aan de uitvoering van zijn straf zou onttrekken. Deze beslissing wordt onmiddellijk meegedeeld aan de veroordeelde, de bevoegde strafuitvoeringsrechter en de gevangenisdirecteur. De opschorting van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf neemt hierdoor een einde, evenals de toepassing van de procedure vermeld onder paragraaf 2/1.]1   § 3. [1 Behoudens bij toepassing van paragraaf 2/1]1, brengt de directeur een advies uit binnen [1 een maand]1 na de ontvangst van het afschrift van het schriftelijk verzoek. De artikelen 31 en 32 zijn van toepassing.   ----------   (1)<W 2021-06-29/09, art. 6, 036; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 29/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling III. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29/1.[1 § 1. [4 De wijziging van de straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek]4 wordt toegekend door de strafuitvoeringsrechter op schriftelijk verzoek van de veroordeelde of van het openbaar ministerie.    § 2. [3 Het schriftelijk verzoek vanwege het openbaar ministerie wordt ingediend op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en hiervan wordt een afschrift bezorgd aan de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is.    De veroordeelde die geniet van een strafuitvoeringsmodaliteit dient zijn schriftelijk verzoek in te dienen op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. De griffie bezorgt hiervan een afschrift aan het openbaar ministerie.    Indien de veroordeelde gedetineerd is, legt hij zijn verzoek neer op de griffie van de gevangenis. De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift hiervan aan de directeur.]3    § 3. Ingeval de veroordeelde gedetineerd is, brengt de directeur een advies uit binnen [2 een maand]2 na de ontvangst van het afschrift van het schriftelijk verzoek. De artikelen 31 en 32 zijn van toepassing.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2012-12-14/53, art. 6, 014; Inwerkingtreding : 02-05-2013>   (2)<W 2019-05-05/18, art. 5, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (3)<W 2021-06-29/09, art. 7, 036; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (4)<W 2026-03-30/02, art. 55, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 30 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling III. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 30.§ 1. De voorwaardelijke invrijheidstelling en de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering worden toegekend door de strafuitvoeringsrechter [1 op schriftelijk verzoek van de veroordeelde]1.   [1 § 1/1. Het schriftelijk verzoek wordt ingediend op de griffie van de gevangenis.    De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek binnen vierentwintig uur over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift aan de directeur.]1   § 2. [1 De directeur brengt een advies uit uiterlijk [2 een maand]2 na de ontvangst van het schriftelijk verzoek van de veroordeelde.]1 De artikelen 31 en 32 zijn van toepassing.   [4 § 3. In afwijking van de paragrafen 1/1 en 2 dient de veroordeelde, die onder elektronisch toezicht staat dat hem werd toegekend op een verzoek ingediend overeenkomstig artikel 29, § 2/1, het schriftelijk verzoek in op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en voegt hij bij zijn verzoek de elementen die relevant zijn voor de gevraagde [3 strafuitvoeringsmodaliteit en voor de evaluatie door de strafuitvoeringsrechter]3 van de tegenaanwijzingen bedoeld in artikel 28, § 1. De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank bezorgt hiervan een afschrift aan het openbaar ministerie en aan de griffie van de gevangenis, die hen een afschrift van de opsluitingsfiche overzendt.]4   [1 ...]1   ----------   (1)<W 2013-03-17/01, art. 8, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>   (2)<W 2019-05-05/18, art. 6, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (3)<W 2022-07-30/03, art. 46, 035; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (4)<W 2021-06-29/09, art. 8, 036; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 31 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling III. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 31. § 1. Om zijn advies op te stellen, stelt de directeur een dossier samen en hoort hij de veroordeelde. Dit dossier omvat :   - een afschrift van de opsluitingsfiche;   - een afschrift van de vonnissen en arresten;   - de uiteenzetting van de feiten waarvoor de betrokkene werd veroordeeld;   - een uittreksel uit het strafregister;   - de datum waarop de veroordeelde kan worden toegelaten tot de desbetreffende strafuitvoeringsmodaliteit;   - het verslag van de directeur dat wordt opgesteld overeenkomstig de door de Koning bepaalde regels;   - (in voorkomend geval, het met redenen omkleed advies van een dienst of persoon die gespecialiseerd is in de diagnostische expertise van seksuele delinquenten;) <W 2006-12-27/33, art. 58, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   [2 - in voorkomend geval het verslag van een dienst of persoon die gespecialiseerd is in de problematieken verbonden met het terrorisme en het gewelddadig extremisme;]2   - [3 ...]3   - de memorie van de veroordeelde of van zijn raadsman.   § 2. [3 ...]3   § 3. Het advies van de directeur omvat een gemotiveerd voorstel tot toekenning of afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteit en, in voorkomend geval, de bijzondere voorwaarden die hij nodig acht op te leggen aan de veroordeelde.   § 4. Het advies van de directeur wordt overgezonden (aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank) en een afschrift ervan wordt meegedeeld aan het openbaar ministerie en aan de veroordeelde. <W 2006-12-27/33, art. 58, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   § 5. [1 ...]1   ----------   (1)<W 2013-03-17/01, art. 9, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 147, 027; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (3)<W 2019-05-05/18, art. 7, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 32 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling III. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 32.[2 § 1.]2 Indien de veroordeelde een straf ondergaat voor feiten bedoeld [1 in de [4 artikelen 134 tot 149, 151 tot 168, 171 tot 174, 177 tot 179, 183 voor zover de veroordeling inhoud van extreem pornografische aard betreft, en 185 van het Strafwetboek]4, [3 moet het advies van de directeur bedoeld in artikel 29, § 3, en in artikel 30 § 2, vergezeld zijn van]3 een met redenen omkleed advies van een (dienst of persoon die gespecialiseerd is in de diagnostische expertise van seksuele delinquenten). <W 2006-12-27/33, art. 59, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   Het advies omvat een beoordeling van de noodzaak om een behandeling op te leggen.   [2 § 2. Indien de veroordeelde een straf ondergaat voor feiten bedoeld in [4 boek II, titel 4, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek]4, of indien de veroordeelde tekenen vertoont van gewelddadig extremisme zoals gedefinieerd in het tweede lid, moet het advies bedoeld [3 in artikel 29, § 3, en in artikel 30, § 2]3, vergezeld zijn van een verslag van een dienst of persoon die gespecialiseerd is in de problematieken verbonden met het terrorisme en het gewelddadig extremisme.    Onder gewelddadig extremisme wordt verstaan het bevorderen, het aanmoedigen of het plegen van handelingen die tot terrorisme kunnen leiden en waarbij een ideologie wordt verdedigd ter verkondiging van een raciale, nationale, etnische of religieuze suprematie of die in strijd is met de fundamentele waarden en principes van de democratie.    Het advies omvat een beoordeling van de noodzaak om een aangepast begeleidingstraject op te leggen.]2   ----------   (1)<W 2016-02-01/09, art. 23, 021; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2019-05-05/10, art. 148, 027; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (3)<W 2021-06-29/09, art. 9, 036; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (4)<W 2026-03-30/02, art. 56, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 33 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling III. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 33.§ 1. [4 In de gevallen waarin het openbaar ministerie dit nodig acht en waarover het College van procureurs-generaal richtlijnen kan uitvaardigen, stelt het openbaar ministerie een advies op en zendt het, binnen tien werkdagen na de ontvangst van het afschrift van het advies van de directeur of na de indiening van het verzoek van de veroordeelde bedoeld in artikel 29/1, § 2, tweede lid, of in artikel 30, § 3, of na het verstrijken van de termijn voor neerlegging van het dossier op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank bedoeld in artikel 29, § 2/1, derde lid, over aan de strafuitvoeringsrechter en bezorgt hiervan een afschrift aan de veroordeelde en, in voorkomend geval, aan de directeur.]4   § 2. [4 In de gevallen waarin de wet geen voorafgaandelijke adviesverlening door de directeur heeft bepaald, kan het openbaar ministerie met het oog op het toekennen ervan de bevoegde dienst van de Gemeenschappen de opdracht geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren. De inhoud van dit beknopt voorlichtingsverslag en deze maatschappelijke enquête wordt door de Koning bepaald.]4   [2 § 3. [4 ...]4]2   ----------   (1)<W 2013-03-17/01, art. 10, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>   (2)<W 2012-12-14/53, art. 7, 014; Inwerkingtreding : 02-05-2013>   (3)<W 2021-11-28/01, art. 69, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (4)<W 2021-06-29/09, art. 10, 036; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 34 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling III. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 34.[1 § 1. De strafuitvoeringsrechter doet uitspraak overeenkomstig de bepalingen van de onderafdelingen II en III van afdeling IV binnen de maand na de ontvangst van het advies van de directeur bedoeld in artikel 31 of na de indiening van het verzoek bedoeld in artikel 29/1, § 2, eerste en tweede lid, of artikel 30, § 3, of na het verstrijken van de termijn voor neerlegging van het dossier op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank bedoeld in artikel 29, § 2/1, derde lid, en ten vroegste na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie of na het verstrijken van de adviestermijn van het openbaar ministerie.    § 2. Indien de strafuitvoeringsrechter evenwel oordeelt dat het dossier niet in staat is en er om een beslissing te kunnen nemen bijkomende informatie nodig is of dat hij het nodig acht om de bevoegde dienst van de Gemeenschappen de opdracht te geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke informatie over het onthaalmilieu waar het elektronisch toezicht, de beperkte detentie of de voorwaardelijke invrijheidsstelling zal plaatsvinden of dat het nodig is een zitting te organiseren om de veroordeelde te horen, kan de termijn van een maand bedoeld in paragraaf 1 eenmaal met maximaal een maand worden verlengd.    Indien hij de opdracht geeft aan de bevoegde dienst van de Gemeenschappen een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke informatie over het onthaalmilieu waar het elektronisch toezicht, de beperkte detentie of de voorwaardelijke invrijheidsstelling zal plaatsvinden, brengt de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank deze opdracht via het snelste, schriftelijk communicatiemiddel ter kennis van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, vergezeld van het dossier dat minstens de volgende documenten omvat: het afschrift van de vonnissen en arresten van veroordeling, het afschrift van de opsluitingsfiche en het uittreksel uit het strafregister. De Koning bepaalt de inhoud van dat beknopt voorlichtingsrapport en van die maatschappelijke enquête.    De strafuitvoeringsrechter kan bij de bevoegde dienst van de Gemeenschappen de verslagen in verband met de gerechtelijke procedures opvragen.    Indien de strafuitvoeringsrechter bijkomende informatie heeft gevraagd of indien hij de bevoegde dienst van de Gemeenschappen de opdracht heeft gegeven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke informatie over het onthaalmilieu waar het elektronisch toezicht, de beperkte detentie of de voorwaardelijke invrijheidsstelling zal plaatsvinden, en hij het om een beslissing te kunnen nemen alsnog nodig acht een zitting te organiseren om de veroordeelde te horen, kan de termijn bedoeld in het eerste lid nogmaals met maximaal een maand worden verlengd.    § 3. Indien de strafuitvoeringsrechter oordeelt dat bijkomende informatie nodig is om een beslissing te kunnen nemen of indien hij de bevoegde dienst van de Gemeenschappen de opdracht geeft een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren, deelt hij de verlenging van de termijn onverwijld mee aan het openbaar ministerie, aan de directeur, indien de veroordeelde gedetineerd is, en aan de veroordeelde en verzoekt de veroordeelde of, in voorkomend geval, de directeur om binnen veertien dagen de nodige informatie schriftelijk mee te delen.]1   ----------   (1)<W 2021-06-29/09, art. 11, 036; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 35 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling III. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35.<Opgeheven bij W 2019-05-05/18, art. 24, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 36 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling III. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 36. [1 § 1. Indien de strafuitvoeringsrechter de veroordeelde wenst te horen, deelt hij de verlenging van de termijn onverwijld mee aan het openbaar ministerie, aan de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is en aan de veroordeelde. Hij kan daarbij binnen de door hem bepaalde termijn de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is of de veroordeelde verzoeken bijkomende informatie schriftelijk mee te delen.    § 2. De dag, het uur en de plaats van de zitting worden meegedeeld bij aangetekende zending aan de veroordeelde en het slachtoffer en schriftelijk aan de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is en het openbaar ministerie.    § 3. Het dossier wordt gedurende ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank of, indien de veroordeelde gedetineerd is, op de griffie van de gevangenis waar de veroordeelde zijn straf ondergaat. De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier krijgen.    § 4. De strafuitvoeringsrechter hoort de veroordeelde en zijn advocaat alsook het openbaar ministerie en de directeur indien de veroordeelde gedetineerd is.    Het slachtoffer wordt gehoord over de bijzondere voorwaarden die in zijn belang moeten worden opgelegd. Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om deze voorwaarden te onderzoeken. Het openbaar ministerie en de directeur lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben gesteld in het belang van het slachtoffer. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen.    De strafuitvoeringsrechter kan beslissen eveneens andere personen te horen.    § 5. De zitting vindt plaats met gesloten deuren.    § 6. De strafuitvoeringsrechter beslist binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen.]1   ----------   (1)<W 2019-05-05/18, art. 10, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 37 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling III. - De toekenningsprocedure.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37.[1 Wanneer de strafuitvoeringsrechter weigert de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen, heeft de veroordeelde het recht om bij het volgende verzoek tot toekenning van eenzelfde strafuitvoeringsmodaliteit te vragen om te worden gehoord.    Na drie weigeringen van toekenning van een zelfde strafuitvoeringsmodaliteit kan de veroordeelde verzoeken om in openbare terechtzitting te verschijnen bij het volgende verzoek tot toekenning van dezelfde strafuitvoeringsmodaliteit.    Het verzoek om in een openbare terechtzitting te verschijnen kan, bij een met redenen omklede beslissing, enkel worden geweigerd indien deze openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de nationale veiligheid.]1   ----------   (1)<W 2019-05-05/18, art. 11, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 38 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling IV. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechter. / Onderafdeling I. - Algemene bepaling.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 38. [1 ...]1   [1 De strafuitvoeringsrechter]1 kent de strafuitvoeringsmodaliteit toe wanneer hij vaststelt dat alle wettelijk vastgelegde voorwaarden zijn vervuld [1 ...]1.   ----------   (1)<W 2019-05-05/18, art. 12, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 39 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling IV. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechter. / Onderafdeling II. - De beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39.Het vonnis tot toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit bepaalt dat de veroordeelde onderworpen is aan de volgende algemene voorwaarden :   1° geen strafbare feiten plegen;   2° behalve voor de beperkte detentie [2 en de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied,]2 een vast adres hebben en, bij wijziging ervan, zijn nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, ook aan de [1 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]1 die met de begeleiding is belast;   3° gevolg geven aan de oproepingen van het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, van de [1 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]1 die met de begeleiding is belast;   [2 4° voor de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied, de verplichting om het grondgebied effectief te verlaten en het verbod om tijdens de proeftijd terug te keren naar België zonder in orde te zijn met de wetgeving en de reglementering betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf of de vestiging in het Rijk en zonder de voorafgaande toelating van de strafuitvoeringsrechter.]2   ----------   (1)<W 2021-11-28/01, art. 71, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (2)<W 2022-07-30/03, art. 47, 035; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 40 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling IV. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechter. / Onderafdeling II. - De beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 40.[1 § 1.]1 De strafuitvoeringsrechter kan de veroordeelde aan geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden onderwerpen indien deze absoluut noodzakelijk zijn om het risico op recidive te beperken of indien deze noodzakelijk zijn in het belang van het slachtoffer.   [1 § 2. Ingeval het een toekenning van een voorwaardelijke invrijheidsstelling betreft, bepaalt de strafuitvoeringsrechter in zijn vonnis eveneens of de veroordeelde tijdens de voorwaardelijke invrijheidsstelling al dan niet het grondgebied van het Rijk mag verlaten.    Ingeval de veroordeelde het grondgebied van het Rijk mag verlaten, bepaalt de strafuitvoeringsrechter in zijn vonnis de maximumperiode voor dewelke de veroordeelde dit kan en de frequentie ervan en, in voorkomend geval, of en op welke wijze de veroordeelde het openbaar ministerie hierover moet inlichten voor hij het grondgebied van het Rijk verlaat.    § 3. In geval van een veroordeling wegens feiten bedoeld in [2 boek II, titel 4, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek]2, of in geval er concrete elementen bestaan van gewelddadig extremisme, zoals gedefinieerd in artikel 32, § 2, tweede lid, moet de strafuitvoeringsrechter zijn overeenkomstig paragraaf 2 gegeven toestemming om het grondgebied van het Rijk te verlaten, met bijzondere redenen omkleden.]1   ----------   (1)<W 2022-07-30/03, art. 48, 035; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (2)<W 2026-03-30/02, art. 57, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 41 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling IV. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechter. / Onderafdeling II. - De beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 41.[3 ]3 § 1.Indien de veroordeelde een straf ondergaat voor één van de feiten bedoeld [2 in de [4 artikelen 134 tot 149, 151 tot 168, 171 tot 174, 177 tot 179, 183 voor zover de veroordeling inhoud van extreem pornografische aard betreft en 185 van het Strafwetboek]4 kan de strafuitvoeringsrechter aan de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit de voorwaarde verbinden van het volgen van een begeleiding of een behandeling bij een dienst die in de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten is gespecialiseerd. De rechter bepaalt de termijn gedurende welke de veroordeelde deze begeleiding of behandeling moet volgen. [1 ...]1 <W 2006-12-27/33, art. 62, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   [3 § 2. Indien de veroordeelde een straf ondergaat voor één van de feiten bedoeld in [4 boek II, titel 4, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek]4, of indien de veroordeelde tekenen vertoont van gewelddadig extremisme zoals gedefinieerd in artikel 32, § 2, tweede lid, kan de strafuitvoeringsrechter aan de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit de voorwaarde verbinden van het volgen van een aangepast begeleidingstraject bij een dienst of persoon die gespecialiseerd is in de problematieken verbonden met het terrorisme en het gewelddadig extremisme. De rechter bepaalt de termijn gedurende dewelke de veroordeelde dit traject moet volgen.]3   ----------   (1)<W 2007-04-21/01, art. 149, 003; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2015, maar opgeheven op 31-12-1984, vóór de inwerkingtreding>   (2)<W 2016-02-01/09, art. 24, 021; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2019-05-05/10, art. 149, 027; Inwerkingtreding : 03-06-2019>   (4)<W 2026-03-30/02, art. 58, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 42 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling IV. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechter. / Onderafdeling II. - De beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 42.De strafuitvoeringsrechter bepaalt in het vonnis tot toekenning van een beperkte detentie of een elektronisch toezicht het programma van de concrete invulling hiervan.   De [1 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]1 staat in voor de uitwerking van de concrete invulling van de toegekende strafuitvoeringsmodaliteit overeenkomstig de door de Koning daartoe bepaalde regels.   ----------   (1)<W 2021-11-28/01, art. 72, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 43 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling IV. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechter. / Onderafdeling II. - De beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 43.[1 § 1. [4 Indien de strafuitvoeringsrechter beslist over de toekenning van de beperkte detentie of het elektronisch toezicht, kan hij op dat ogenblik ook penitentiair verlof toekennen.]4    § 2. Indien de veroordeelde na de toekenning van de beperkte detentie of het elektronisch toezicht om penitentiair verlof verzoekt, wordt het schriftelijk verzoek ingediend op de griffie van de gevangenis.    De griffie van de gevangenis zendt het schriftelijk verzoek binnen een werkdag over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en bezorgt een afschrift aan de directeur.    De directeur brengt een advies uit omtrent het voorgestelde verlofadres uiterlijk binnen zes weken na de ontvangst van het schriftelijk verzoek van de veroordeelde. De directeur kan de [2 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]2 opdragen een beknopt voorlichtingsrapport op te stellen of een maatschappelijk onderzoek te houden in het door de veroordeelde voor het penitentiair verlof voorgestelde opvangmilieu. [2 De Koning bepaalt de inhoud van dat beknopt voorlichtingsrapport en van die maatschappelijke enquête.]2    Het advies van de directeur wordt overgezonden aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en een afschrift ervan wordt meegedeeld aan het openbaar ministerie en de veroordeelde.   [4 In de gevallen waarin het openbaar ministerie dit nodig acht en waarover het College van procureurs-generaal richtlijnen kan uitvaardigen, stelt het openbaar ministerie een advies op en zendt het, binnen tien werkdagen na de ontvangst van het afschrift van het advies van de directeur over aan de strafuitvoeringsrechter en bezorgt hiervan een afschrift aan de veroordeelde en, in voorkomend geval, aan de directeur.]4    De strafuitvoeringsrechter neemt een beslissing binnen [4 een maand]4 na de ontvangst van het advies van de directeur [4 , en ten vroegste na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie of na het verstrijken van de adviestermijn van het openbaar ministerie]4.    De artikelen 39 en 40 zijn van toepassing.   [4 § 2/1. In afwijking van paragraaf 2, dient de veroordeelde die na de toekenning van de beperkte detentie of het elektronisch toezicht in toepassing van artikel 29, § 2/1, om penitentiair verlof verzoekt, zijn schriftelijk verzoek in op de griffie van strafuitvoeringsrechtbank. Dit verzoek omvat de informatie over de feitelijke omstandigheden en het kader waarbinnen het verlof zal plaats vinden.    De strafuitvoeringsrechter doet uitspraak binnen de maand na de indiening van het verzoek van de veroordeelde.    De artikelen 39 en 40 zijn van toepassing.]4    § 3. De strafuitvoeringsrechter bepaalt de duur van het penitentiair verlof, dat niet minder dan [3 viermaal]3 zesendertig uur per trimester mag zijn. Het penitentiair verlof is elk trimester van rechtswege hernieuwd.    § 4. Artikel 46 is van toepassing.]1   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 157, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 73, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (3)<W 2022-07-30/03, art. 49, 035; Inwerkingtreding : 01-09-2022>   (4)<W 2021-06-29/09, art. 12, 036; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 44 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 2006051735 / TITEL VI. - Over de toekenning van de door Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De vrijheidsstraffen van drie jaar of minder. / Afdeling IV. - De beslissing van de strafuitvoeringsrechter. / Onderafdeling II. - De beslissing tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 44.<Opgeheven bij W 2019-05-05/18, art. 24, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗