Gratis brononderzoek

Externe rechtspositie en strafuitvoering

Strafuitvoeringsmodaliteiten en rechten van veroordeelden en slachtoffers.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-05

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

199 bronvarianten

  1. Art. 16 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL IV. - De door de minister toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK IV. - De onderbreking van de strafuitvoering.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 16.De onderbreking van de strafuitvoering wordt niet toegestaan wanneer er in hoofde van de veroordeelde tegenaanwijzingen bestaan; deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op het gevaar dat de veroordeelde zich aan de uitvoering van zijn straf zou onttrekken, op het risico dat hij tijdens de onderbreking van de strafuitvoering ernstige strafbare feiten zou plegen of op het risico dat hij de slachtoffers zou [1 lastig vallen]1.   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 144, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 17 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL IV. - De door de minister toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK IV. - De onderbreking van de strafuitvoering.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 17.§ 1. De onderbreking van de strafuitvoering wordt toegekend door de minister of zijn gemachtigde, op schriftelijk verzoek van de veroordeelde en na een met redenen omkleed advies van de directeur.   De minister of zijn gemachtigde en de directeur kunnen de [2 bevoegde dienst van de Gemeenschappen]2 opdragen een beknopt voorlichtingsrapport op te stellen of een maatschappelijke enquête te houden over de ernstige en buitengewone familiale redenen die de veroordeelde aanvoert om een onderbreking van zijn strafuitvoering te vragen. De Koning bepaalt de inhoud van dat beknopt voorlichtingsrapport en van die maatschappelijke enquête.   § 2. Binnen veertien dagen na ontvangst van het verzoek van de veroordeelde neemt de minister of zijn gemachtigde een beslissing. Deze met redenen omklede beslissing wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde, het openbaar ministerie en de directeur.   Het slachtoffer wordt [1 zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel,]1 in kennis gesteld van de toekenning van een onderbreking van de strafuitvoering.   (De beslissing tot toekenning van een onderbreking van de strafuitvoering wordt binnen vierentwintig uur meegedeeld aan de procureur des Konings van het arrondissement waar de onderbreking van de strafuitvoering zal plaatsvinden.) <W 2006-12-27/33, art. 56, 002; Inwerkingtreding : 01-02-2007>   § 3. De beslissing van de toekenning van een onderbreking van de strafuitvoering bepaalt de duur ervan.   ----------   (1)<W 2013-12-15/05, art. 9, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 68, 033; Inwerkingtreding : 10-12-2021>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 18 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL IV. - De door de minister toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK IV. - De onderbreking van de strafuitvoering.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 18. De onderbreking van de strafuitvoering kan worden verlengd op verzoek van de veroordeelde volgens de in artikel 17 bepaalde procedure.
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 19 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL IV. - De door de minister toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK IV. - De onderbreking van de strafuitvoering.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 19.Indien de veroordeelde de fysieke of psychische integriteit van derden ernstig in gevaar brengt, kan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de veroordeelde zich bevindt, zijn voorlopige aanhouding bevelen. Hij deelt onmiddellijk zijn beslissing mee aan de minister of zijn gemachtigde.   De minister of zijn gemachtigde neemt een beslissing over de voortzetting van de onderbreking van de strafuitvoering binnen zeven dagen volgend op de aanhouding van de veroordeelde. [1 Deze met redenen omklede beslissing wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde, het openbaar ministerie en de directeur. Ze wordt eveneens zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel meegedeeld aan het slachtoffer.]1   ----------   (1)<W 2013-12-15/05, art. 10, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 19/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL IV. - De door de minister toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK IV. - De onderbreking van de strafuitvoering.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 19/1.[1 vroegere art. 20]1 Behalve in het in artikel 19 bedoelde geval, neemt de onderbreking van de strafuitvoering van rechtswege een einde ingeval de veroordeelde opnieuw wordt opgesloten.   Teneinde opnieuw de onderbreking van de strafuitvoering te verkrijgen, moet de veroordeelde een nieuw schriftelijk verzoek indienen.   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 146, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 20 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL IV. - De door de minister toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK IVbis. - [1 Bepaling die gemeen is aan de hoofdstukken I, [2 II, IIbis, III en IV]2]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20. [1 De uitgaansvergunning als bedoeld in artikel 4, § 3, het penitentiair verlof en de onderbreking van de strafuitvoering worden niet toegekend wanneer op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat de veroordeelde niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-05/11, art. 148, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016> (NOTA : bij arrest nr. 148/2017 van 21-12-2017 (B.St. 12-01-2018, p. 1393), heeft het Grondwettelijk Hof het artikel 20 vernietigd)
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 20/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL IV. - De door de minister toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK V. [1 - De invrijheidstelling met het oog op verwijdering en overbrenging naar een plaats die valt onder de bevoegdheid van de Minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen in het kader van hun imminente verwijdering]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20/1.[1 De veroordeelde die het voorwerp uitmaakt van een uitvoerbaar koninklijk besluit tot uitzetting, van een uitvoerbaar ministerieel besluit tot terugwijzing, of van een uitvoerbaar bevel tot verlaten van het grondgebied met bewijs van effectieve verwijdering, kan het voorwerp uitmaken van een effectieve verwijdering of van een overbrenging naar een plaats die valt onder de bevoegdheid van de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, in het kader van zijn imminente verwijdering vanaf [3 twaalf]3 maanden vóór het einde van het uitvoerbaar gedeelte van de vrijheidsstraf of van de vrijheidsstraffen waartoe hij is veroordeeld. De minister of zijn gemachtigde verleent de invrijheidstelling met dit oogmerk.]1   [2 Indien de veroordeelde binnen de twee jaar na de invrijheidstelling door de minister terugkeert naar België zonder in orde te zijn met de wetgeving en de reglementering betreffende de toegang, het verblijf of de vestiging in het Rijk, kan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de veroordeelde zich bevindt, zijn voorlopige aanhouding bevelen. De procureur des Konings deelt onmiddellijk zijn beslissing mee aan de minister of zijn gemachtigde.    De minister of zijn gemachtigde neemt binnen zeven dagen volgend op de voorlopige aanhouding van de veroordeelde een beslissing tot uitvoering van het resterende gedeelte van de straffen. Deze beslissing wordt binnen een werkdag schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde, de procureur des Konings en de directeur.]2   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2012-03-15/09, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 09-04-2012>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 149, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2026-07-22/07, art. 2, 046; Inwerkingtreding : 01-10-2026>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 20/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL IV. - De door de minister toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK VI. [1 - Informatie aan het slachtoffer bij definitieve invrijheidsstelling]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20/2. [1 Indien de gedetineerde veroordeelde in vrijheid wordt gesteld wegens het bereiken van het strafeinde, brengt de minister of zijn gemachtigde het slachtoffer hiervan zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur op de hoogte via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2013-12-15/05, art. 12, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 21 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL V. - De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De beperkte detentie en het elektronisch toezicht. / Afdeling I. - De beperkte detentie.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 21.§ 1. De beperkte detentie is een wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf die de veroordeelde toelaat om op regelmatige wijze, de strafinrichting te verlaten voor een bepaalde duur van maximum [1 zestien]1 uur per dag.   § 2. De beperkte detentie kan aan de veroordeelde worden toegekend om professionele, opleidings- of familiale belangen te behartigen die zijn aanwezigheid buiten de gevangenis vereisen.   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 150, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 22 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL V. - De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De beperkte detentie en het elektronisch toezicht. / Afdeling II. - Het elektronisch toezicht.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22. Het elektronisch toezicht is een wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf waardoor de veroordeelde het geheel of een gedeelte van zijn vrijheidsstraf buiten de gevangenis ondergaat volgens een bepaald uitvoeringsplan, waarvan de naleving onder meer door elektronische middelen wordt gecontroleerd.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 23 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL V. - De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK I. - De beperkte detentie en het elektronisch toezicht. / Afdeling III. - De tijdsvoorwaarden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 23.§ 1. [1 De beperkte detentie en het elektronisch toezicht kunnen worden toegekend aan de veroordeelde die zich, op zes maanden na, in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de toekenning van de voorwaardelijke invrijheidstelling.]1   De veroordeelde dient bovendien te voldoen aan de voorwaarden die bepaald zijn bij artikel 28, § 1, of, in voorkomend geval, bij de artikelen 47, § 1, en 48.   § 2. [1 Vier maanden voordat de veroordeelde zich in de bij paragraaf 1, eerste lid, bepaalde tijdsvoorwaarde bevindt, of indien deze termijn niet kan worden gerespecteerd, onmiddellijk, licht de directeur hem schriftelijk in over de mogelijkheid tot het aanvragen van een beperkte detentie of een elektronisch toezicht.]1   De veroordeelde kan vanaf dat moment een schriftelijk verzoek tot toekenning van een beperkte detentie of een elektronisch toezicht indienen, overeenkomstig de artikelen 29 en 49.   ----------   (1)<W 2021-06-29/09, art. 3, 036; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 24 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL V. - De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De voorwaardelijke invrijheidstelling. / Afdeling I. - Definitie.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 24. De voorwaardelijke invrijheidstelling is een wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf waardoor de veroordeelde zijn straf ondergaat buiten de gevangenis, mits naleving van de voorwaarden die hem gedurende een bepaalde proeftijd worden opgelegd.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 25 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL V. - De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De voorwaardelijke invrijheidstelling. / Afdeling II. - De tijdsvoorwaarden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25.§ 1. De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegekend aan elke veroordeelde tot één of meerdere vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte drie jaar of minder bedraagt, voorzover de veroordeelde één derde van deze straffen heeft ondergaan en indien hij voldoet aan de in artikel 28, § 1, bedoelde voorwaarden.   § 2. De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegekend aan elke veroordeelde tot één of meer vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte meer dan drie jaar bedraagt voor zover de veroordeelde :   a) hetzij één derde van deze straffen heeft ondergaan [5 , onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 195, vierde lid, of 344, vierde lid, van het Wetboek van strafvordering]5;   b) hetzij, indien in het vonnis of in het arrest van veroordeling is vastgesteld dat de veroordeelde zich in staat van herhaling bevond, twee derden van die straffen heeft ondergaan, zonder dat de duur van de reeds ondergane straffen meer dan veertien jaar bedraagt [5 , onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 195, vierde lid, of 344, vierde lid, van het Wetboek van strafvordering]5;   [1 c) hetzij, in geval van veroordeling tot een [4 [8 gevangenisstraf van dertig jaar of een levenslange gevangenisstraf]8]4, vijftien jaar van deze straf heeft ondergaan [5 , onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 195, vijfde lid, of 344, vijfde lid, van het Wetboek van strafvordering]5;    d) hetzij, in geval van veroordeling tot een [4 [8 gevangenisstraf van dertig jaar of een levenslange gevangenisstraf]8]4, en indien uit de motivering van het [5 vonnis of]5 arrest blijkt dat hij voordien veroordeeld was tot een [8 effectieve gevangenisstraf van minstens drie jaar]8 wegens de in de :    - [8 artikelen 82 tot 92, 96 tot 99, 100 tot 102, 112 tot 118, 120 tot 126, 134 tot 149, 151 tot 165, 171 tot 174, 177 tot 179, 183, 185, 195 tot 198, 1° tot 4°, 199, 200, 2° tot 4°, 201, 1° tot 4°, 202, 204, 206 tot 211, 214, 215, 219 tot 228, 232, 233, 258 tot 260, 265, 268, 273, 274, 276 tot 284, 288 tot 291, 307 tot 308, 318 tot 324, 328 tot 330, 333 tot 335, 339, 371, 373 tot 375, 384 tot 386, 404, 405, 407 tot 409, 413, § 1, 1°, en § 2, 468, 469, 473, § 2, 2° en 3°, 509, 520, 551, 553 tot 559, 685, eerste lid, van het Strafwetboek]8    - [8 ...]8    - [7 artikel 4.5.2.3 van het Belgisch Scheepvaartwetboek]7    - artikel 30 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der luchtvaart;    - [8 ...]8    - [8 artikel 618 van het Strafwetboek.]8    bedoelde feiten en dat er minder dan tien jaar zijn verlopen tussen het ogenblik waarop hij zijn straf heeft uitgezeten of het ogenblik waarop zijn straf is verjaard en de feiten die aanleiding hebben gegeven tot zijn veroordeling tot een [4 [8 gevangenisstraf van dertig jaar of een levenslange gevangenisstraf]8]4, negentien jaar van deze straf heeft ondergaan [5 , onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 195, vijfde lid of 344, vijfde lid, van het Wetboek van strafvordering]5;    e) hetzij, in geval van veroordeling tot een [4 [8 gevangenisstraf van dertig jaar of een levenslange gevangenisstraf]8]4, en indien uit de motivering van het [5 vonnis of]5 arrest blijkt dat hij voordien veroordeeld was [8 door een hof van assisen tot een vrijheidsberovende straf van meer dan vijf jaar]8, drieëntwintig jaar van deze straf heeft ondergaan,]1   en indien hij voldoet aan de in de artikelen 47, § 1, en 48, bedoelde voorwaarden [5 , onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 195, vijfde lid, of 344, vijfde lid, van het Wetboek van strafvordering]5.   ----------   (1)<W 2013-03-17/01, art. 4, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>   (2)<W 2014-04-10/24, art. 15, 016; Inwerkingtreding : 10-05-2014>   (3)<W 2016-02-01/09, art. 21, 021; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (4)<W 2016-02-05/11, art. 151, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016> (NOTA : bij arrest nr. 148/2017 van 21-12-2017 (B.St. 12-01-2018, p. 1393), heeft het Grondwettelijk Hof het artikel 1451 vernietigd)   (5)<W 2017-12-21/19, art. 4, 025; Inwerkingtreding : 21-01-2018>   (6)<W 2020-05-04/16, art. 11, 028; Inwerkingtreding : 01-07-2020>   (7)<W 2019-05-08/14, art. 91, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2020>   (8)<W 2026-03-30/02, art. 48, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 25/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL V. - De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK II. - De voorwaardelijke invrijheidstelling. / Afdeling II. - De tijdsvoorwaarden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25/1.[1 Zes maanden voordat de veroordeelde zich in de bij artikel 25, § 1 of § 2, bepaalde tijdsvoorwaarden bevindt [2 of indien deze termijn niet kan worden gerespecteerd, onmiddellijk]2, licht de directeur hem schriftelijk in over de mogelijkheid tot het aanvragen van een voorwaardelijke invrijheidstelling.    De veroordeelde kan vanaf dat moment een schriftelijk verzoek tot toekenning van een voorwaardelijke invrijheidstelling indienen, overeenkomstig artikel 30 of artikel 50, naar gelang van het geval.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2013-03-17/01, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>   (2)<W 2021-06-29/09, art. 4, 036; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 25/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL V. - De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK IIbis. [1 Bepaling die gemeen is aan de hoofdstukken I en II]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25/2. [1 De beperkte detentie, het elektronisch toezicht en de voorwaardelijke invrijheidstelling worden niet toegekend wanneer op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat de veroordeelde niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-05/11, art. 153, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016> (NOTA : bij arrest nr. 148/2017 van 21-12-2017 (B.St. 12-01-2018, p. 1393), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd)
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 25/3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL V. - De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK III. - De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25/3. [1 § 1. De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied is een wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf waardoor de veroordeelde, van wie op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat hij niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk, zijn straf ondergaat buiten de gevangenis in een ander land dan België, mits naleving van de voorwaarden die hem gedurende een bepaalde proeftijd worden opgelegd.    § 2. De voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering wordt toegestaan aan de veroordeelde die op grond van een uitvoerbaar vonnis of een uitvoerbare titel overgebracht dient te worden naar een ander land.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-02-05/11, art. 154, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 26 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL V. - De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK III. - De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26.§ 1. De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering wordt toegekend aan de veroordeelde tot één of meer vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte drie jaar of minder bedraagt, voorzover de veroordeelde één derde van deze straffen heeft ondergaan en indien hij voldoet aan de in artikel 28, § 2, bedoelde voorwaarden.   § 2. De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering wordt toegekend aan de veroordeelde tot één of meer vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbaar gedeelte meer dan drie jaar bedraagt, voorzover de veroordeelde :   a) hetzij één derde van deze straffen heeft ondergaan [5 , onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 195, vierde lid, of 344, vierde lid, van het Wetboek van strafvordering]5;   b) hetzij, indien in het vonnis of in het arrest van veroordeling is vastgesteld dat de veroordeelde zich in staat van herhaling bevond, twee derden van die straffen heeft ondergaan, zonder dat de duur van de reeds ondergane straffen meer dan veertien jaar bedraagt [5 , onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 195, vierde lid, of 344, vierde lid, van het Wetboek van strafvordering]5;   [1 c) hetzij, in geval van veroordeling tot een [4 [8 gevangenisstraf van dertig jaar of een levenslange gevangenisstraf]8]4, vijftien jaar van deze straf heeft ondergaan [5 , onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 195, vijfde lid, of 344, vijfde lid, van het Wetboek van strafvordering]5;    d) hetzij, in geval van veroordeling tot een [4 [8 gevangenisstraf van dertig jaar of een levenslange gevangenisstraf]8]4, en indien uit de motivering van het [5 vonnis of]5 arrest blijkt dat hij voordien veroordeeld was tot een [8 effectieve gevangenisstraf van minstens drie jaar]8 wegens de in de :    - [8 artikelen 82 tot 92, 96 tot 99, 100 tot 102, 112 tot 118, 120 tot 126, 134 tot 149, 151 tot 165, 171 tot 174, 177 tot 179, 183, 185, 195 tot 198, 1° tot 4°, 199, 200, 2° tot 4°, 201, 1° tot 4°, 202, 204, 206 tot 211, 214 tot 215, 219 tot 228, 232, 233, 258 tot 260, 265, 268, 273 tot 274, 276 tot 284, 288 tot 291, 307 tot 308, 318 tot 324, 328 tot 330, 333 tot 335, 339, 371, 373 tot 375, 384 tot 386, 404, 405, 407 tot 409, 413, § 1, 1°, en § 2, 468, 469, 473, § 2, 2° en 3°, 509, 520, 551, 553 tot 559, 685, eerste lid, van het Strafwetboek]8    - [8 ...]8    - [7 artikel 4.5.2.3 van het Belgisch Scheepvaartwetboek]7    - artikel 30 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919, betreffende de regeling der luchtvaart;    - [8 ...]8    - [8 artikel 618 van het Strafwetboek.]8    bedoelde feiten en dat er minder dan tien jaar zijn verlopen tussen het ogenblik waarop hij zijn straf heeft uitgezeten of het ogenblik waarop zijn straf is verjaard en de feiten die aanleiding hebben gegeven tot zijn veroordeling tot een [4 [8 gevangenisstraf van dertig jaar of een levenslange gevangenisstraf]8]4, negentien jaar van deze straf heeft ondergaan [5 , onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 195, vijfde lid, of 344, vijfde lid, van het Wetboek van strafvordering]5;    e) hetzij, in geval van veroordeling tot een [4 [8 gevangenisstraf van dertig jaar of een levenslange gevangenisstraf]8]4, en indien uit de motivering van het [5 vonnis of]5 arrest blijkt dat hij voordien veroordeeld was [8 door een hof van assisen tot een vrijheidsberovende straf van meer dan vijf jaar]8, drieëntwintig jaar van deze straf heeft ondergaan,]1   en indien hij voldoet aan de in artikel 47, § 2, bedoelde voorwaarden [5 , onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 195, vijfde lid, of artikel 344, vijfde lid, van het Wetboek van strafvordering]5.   ----------   (1)<W 2013-03-17/01, art. 6, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>   (2)<W 2014-04-10/24, art. 16, 016; Inwerkingtreding : 10-05-2014>   (3)<W 2016-02-01/09, art. 22, 021; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (4)<W 2016-02-05/11, art. 155, 022; Inwerkingtreding : 29-02-2016> (NOTA : bij arrest nr.148/2017 van 21-12-2017 (B.St. 12-01-2018, p. 1393), heeft het Grondwettelijk Hof het artikel 155 vernietigd)   (5)<W 2017-12-21/19, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 21-01-2018>   (6)<W 2020-05-04/16, art. 12, 028; Inwerkingtreding : 01-07-2020>   (7)<W 2019-05-08/14, art. 92, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2020>   (8)<W 2026-03-30/02, art. 49, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 26/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL V. - De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK III. - De voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26/1.[1 Zes maanden voordat de veroordeelde zich in de bij artikel 26, § 1 of § 2 bepaalde tijdsvoorwaarden bevindt [2 of indien deze termijn niet kan worden gerespecteerd, onmiddellijk]2, licht de directeur hem schriftelijk in over de mogelijkheid tot het aanvragen van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.    De veroordeelde kan vanaf dat moment een schriftelijk verzoek tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering indienen, overeenkomstig artikel 30 of artikel 50, naar gelang van het geval.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2013-03-17/01, art. 7, 013; Inwerkingtreding : 19-03-2013>   (2)<W 2021-06-29/09, art. 5, 036; Inwerkingtreding : 01-09-2022>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 26/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL V. - De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK IV. [1 De wijziging van de straf bedoeld in 50 van het Strafwetboek]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26/1. [1 De vermindering van de duur van de door de rechter uitgesproken ontzetting van het recht in een bepaalde aangewezen zone te wonen, te verblijven of er zich te vertonen, is een wijze van uitvoering van de ontzetting van het in artikel 382bis, eerste lid, 4°, van het Strafwetboek bedoelde recht, waarbij de duur van de ontzetting kan verminderd worden, de nadere regels of de voorwaarden van de ontzetting kunnen worden aangepast of de ontzetting kan worden opgeschort of beëindigd.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2012-12-14/53, art. 4, 014; Inwerkingtreding : 02-05-2013>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 26/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006051735 / TITEL V. - De door de strafuitvoeringsrechter en de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteiten. / HOOFDSTUK IV. [1 De wijziging van de straf bedoeld in 50 van het Strafwetboek]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26/2. [1 De wijziging van de straf bedoeld in artikel 50 van het Strafwetboek is een wijze van uitvoering van deze straf door de duur of de omvang van het verbod te beperken, de nadere regels of de voorwaarden ervan aan te passen, de uitvoering ervan op te schorten of te beëindigen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-03-30/02, art. 51, 045; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗