Gratis brononderzoek · Verkeersrecht

Doorzoek de Wegverkeerswet

Zoek op artikelnummer of begrip, zoals snelheidsovertreding, alcohol of rijbewijs. Zoeken en officiële teksten lezen is gratis.

Dit is de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer. De Wegcode en andere verkeersreglementen zijn niet opgenomen.

De bron bevat federale en gewestelijke varianten, opheffingen en teksten met een latere inwerkingtreding. De getoonde variant is geen automatische selectie van het recht dat op uw dossier van toepassing is. Controleer de regio, datum van de feiten en officiële wijzigingswetten.

Broncontrole: 2026-09-28 · Justel: 2026-06-08

Van verkeersartikel naar dossieronderzoek

Koppel verkeersartikelen aan uw dossierfeiten, krijg een analyse met bronverwijzingen en exporteer een memo. Inbegrepen in Pro; een bronvraag kost 1 AI-credit.

Onderzoek uw verkeersvraag in Pro →

Zoekresultaten

177 artikelvarianten

  1. Art. 60 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK IX. - (Alcoholopname : ademtest, ademanalyse en tijdelijk ((rijverbod.)) <W 1990-07-18/37, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3> <W 1999-03-16/34, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 60.<W 1990-07-18/37, art. 31, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3> § 1. Er wordt een ademanalyse verricht wanneer de ademtest een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht aangeeft.   [2 Voor de toepassing van de gevallen bedoeld in artikel 34, § 3, bedraagt de [3 in dit artikel]3 bedoelde alcoholconcentratie ten minste 0,09 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht.]2   § 1/1. [3 ...]3.   § 2. [3 ...]3.   § 3. Het besturen op een openbare plaats van een voertuig of van een rijdier [1 of het begeleiden met het oog op de scholing]1 is verboden aan iedere persoon die een voertuig of een rijdier bestuurde, daartoe aanstalten maakte of een bestuurder begeleidde met het oog op de scholing [1 of op het punt stond een bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing]1, voor de duur van [3 twaalf uren]3 te rekenen vanaf de vaststelling :   1° wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste [3 0,22 milligram]3 per liter uitgeademde alveolaire lucht meet;   2° wanneer de ademanalyse niet uitgevoerd kan worden en de ademtest een alcoholconcentratie aangeeft van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht;   3° ingeval van weigering van de ademtest of van de ademanalyse;   § 4. Wanneer, wegens een andere reden dan de weigering, noch de ademtest noch de ademanalyse kunnen worden uitgevoerd en de persoon die bestuurde, daartoe aanstalten maakte of een bestuurder begeleidde met het oog op de scholing [1 of op het punt stond een bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing]1 , [1 duidelijke tekenen van alcoholopname vertoont]1 [3 of zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35]3 [1 ...]1, dan is het hem verboden voor de duur van [3 twaalf uren]3, te rekenen vanaf de vaststelling, op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te besturen of een bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing.   § 4bis. [3 ...]3.   § 5. Vooraleer aan de persoon wordt toegestaan opnieuw een voertuig of een rijdier op een openbare plaats te besturen of de bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing, wordt hem, in de gevallen bedoeld onder de [3 §§ 3 en 4]3, een nieuwe ademanalyse of ademtest opgelegd. [3 In het geval bedoeld onder § 4, met name wanneer de persoon zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35, wordt bovendien toepassing gemaakt van artikel 61ter, § 2.]3   In het geval deze ademanalyse of ademtest een alcoholconcentratie meet van ten minste [3 0,22 milligram]3 per liter uitgeademde alveolaire lucht of in geval van weigering zich hieraan te onderwerpen, wordt het verbod tot sturen of tot begeleiden verlengd met een periode van [3 twaalf uren]3, te rekenen vanaf de nieuwe ademanalyse of de ademtest of de weigering.   [3 ...]3.   [1 Wanneer noch de ademtest noch de ademanalyse kunnen worden uitgevoerd zoals bepaald [3 in het geval bedoeld onder § 4]3, wordt het verbod tot sturen of begeleiden, naargelang het geval, met dezelfde periode verlengd.]1   De artikelen 59, § 3 en 63 zijn niet van toepassing.   § 6. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de toepassing van andere wettelijke bepalingen betreffende de beteugeling van de openbare dronkenschap.   § 7. De overheidsagenten bedoeld in artikel 59, § 1, zijn belast met de toepassing van dit artikel.   ----------   (1)<W 2009-07-31/37, art. 4, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 21, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>   (3)<W 2026-05-25/12, art. 35, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
    Open in Justel ↗
  2. Art. 61 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK IX. - (Alcoholopname : ademtest, ademanalyse en tijdelijk ((rijverbod.)) <W 1990-07-18/37, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3> <W 1999-03-16/34, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61.<W 09-06-1975, art. 9> <W 09-07-1976, art. 28; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))> Ieder persoon aan wie het (rijverbod) bedoeld [1 in artikel 60 [2 ...]2]1, is opgelegd, moet op verzoek van de politie (...) het rijbewijs, of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is, afgeven voor de duur van het verbod tot sturen. <W 1999-03-16/34, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999> <W 2005-07-20/52, art. 22, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   Wanneer de afgifte niet dadelijk kan gebeuren of wanneer de persoon aan wie het verbod is opgelegd niet verplicht is houder te zijn van een rijbewijs of van een als zodanig geldend bewijs, wordt het voertuig of het rijdier dat hij bestuurde of daartoe aanstalten maakte, op zijn kosten en risico, ingehouden.   (Na het verstrijken van de in artikel 60 bedoelde termijn wordt het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs niet teruggegeven indien artikel 55 wordt toegepast.) <W 1990-07-18/37, art. 32, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3>   ----------   (1)<W 2014-03-09/16, art. 22, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (2)<W 2018-03-06/04, art. 19, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>
    Open in Justel ↗
  3. Art. 61bis · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK IXbis. - <Ingevoegd bij W 1999-03-16/34, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999> Andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden: test en tijdelijk rijverbod

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61bis.[1 § 1. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen kunnen de test bepaald in § 2 voor het detecteren van stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden [...], bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1°, opleggen : (ERRATUM, zie B.St. 18-02-2010, p. 11809)    1° aan de vermoedelijke dader van een verkeersongeval of aan ieder die het mede heeft kunnen veroorzaken, zelfs indien hij het slachtoffer ervan is. In dit geval kan er onmiddellijk worden overgegaan tot de speekseltest bedoeld in § 2, 2°, zonder de checklist bedoeld in § 2, 1° te overlopen;    2° aan ieder die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing;    3° aan ieder die op het punt staat om op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te besturen of op het punt staat een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing.    § 2. De test bedoeld in § 1 van dit artikel bestaat uit :    1° eerst het vaststellen van indicaties van tekenen van recent gebruik van één van de stoffen bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1° aan de hand van een gestandaardiseerde checklist, waarvan de nadere toepassingsregels en het model door de Koning worden bepaald;    2° vervolgens, indien de gestandaardiseerde checklist bedoeld in 1°, een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van een van de stoffen bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1°, het afnemen van een speekseltest.    Onder de hieronder vermelde gehaltes wordt het resultaat van de speekseltest niet in aanmerking genomen.      StofGehalte (ng/ml)Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)25Amfetamine50Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)50Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine10Cocaïne of Benzoylecgonine20    § 3. Het verzamelen van de gegevens die nodig zijn voor het invullen van de gestandaardiseerde checklist en voor het afnemen van de speekseltest moet zich beperken tot wat strikt noodzakelijk is voor de vaststelling van de overtredingen van deze wet, die op een openbare plaats zijn begaan. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.    § 4. De kosten van de speekseltest zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de overtreding bepaald in artikel 37bis, § 1, 1° door middel van een speekselanalyse of bloedanalyse bewezen is.]1   ----------   (1)<W 2009-07-31/37, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>
    Open in Justel ↗
  4. Art. 61bis · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK IXbis. - <Ingevoegd bij W 1999-03-16/34, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999> Andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden: test en tijdelijk rijverbod

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61bis TOEKOMSTIG RECHT.    [1 § 1. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen kunnen de test bepaald in § 2 voor het detecteren van stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden [...], bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1°, opleggen : (ERRATUM, zie B.St. 18-02-2010, p. 11809)    1° aan de vermoedelijke dader van een verkeersongeval [2 of voor een doding of een integriteitsaantasting in het kader van het deelnemen aan het verkeer]2 of aan ieder die het mede heeft kunnen veroorzaken, zelfs indien hij het slachtoffer ervan is. In dit geval kan er onmiddellijk worden overgegaan tot de speekseltest bedoeld in § 2, 2°, zonder de checklist bedoeld in § 2, 1° te overlopen;    2° aan ieder die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing;    3° aan ieder die op het punt staat om op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te besturen of op het punt staat een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing.    § 2. De test bedoeld in § 1 van dit artikel bestaat uit :    1° eerst het vaststellen van indicaties van tekenen van recent gebruik van één van de stoffen bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1° aan de hand van een gestandaardiseerde checklist, waarvan de nadere toepassingsregels en het model door de Koning worden bepaald;    2° vervolgens, indien de gestandaardiseerde checklist bedoeld in 1°, een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van een van de stoffen bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1°, het afnemen van een speekseltest.    Onder de hieronder vermelde gehaltes wordt het resultaat van de speekseltest niet in aanmerking genomen.      StofGehalte (ng/ml)Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)25Amfetamine50Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)50Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine10Cocaïne of Benzoylecgonine20    § 3. Het verzamelen van de gegevens die nodig zijn voor het invullen van de gestandaardiseerde checklist en voor het afnemen van de speekseltest moet zich beperken tot wat strikt noodzakelijk is voor de vaststelling van de overtredingen van deze wet, die op een openbare plaats zijn begaan. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.    § 4. De kosten van de speekseltest zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de overtreding bepaald in artikel 37bis, § 1, 1° door middel van een speekselanalyse of bloedanalyse bewezen is.]1   ----------   (1)<W 2009-07-31/37, art. 5, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>   (2)<W 2026-05-25/12, art. 36,1°, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  5. Art. 61ter · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK IXbis. - <Ingevoegd bij W 1999-03-16/34, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999> Andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden: test en tijdelijk rijverbod

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61ter.[1 § 1. Het besturen op een openbare plaats van een voertuig of van een rijdier of het begeleiden met het oog op de scholing is verboden aan iedere persoon die een voertuig of een rijdier bestuurde, een bestuurder begeleidde met het oog op scholing of op het punt stond te besturen of een bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing, gedurende twaalf uur vanaf de vaststelling :    1° wanneer de speekseltest de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens een van de stoffen bepaald in artikel 37bis, § 1, 1° in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in de tabel van artikel 61bis, § 2, 2°;    2° in geval van weigering van de speekseltest of de speekselanalyse zonder wettige reden;    3° in geval van een weigering omwille van een wettige reden of omwille van een praktische onmogelijkheid voldoende speeksel te collecteren, noch een speekseltest noch een speekselanalyse kon worden uitgevoerd en de gestandaardiseerde checklist bedoeld in artikel 61bis, § 2, 1° een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van één van de stoffen bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1°;    4° in geval het resultaat van de speekseltest negatief is en betrokkene zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35.    § 2. Vooraleer aan de persoon wordt toegestaan om opnieuw een voertuig of een rijdier op een openbare plaats te besturen of de bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing, wordt hem een nieuwe speekseltest, bedoeld in artikel 61bis, § 2, 2°, opgelegd, zonder de gestandaardiseerde checklist bedoeld in artikel 61bis, § 2, 1°, te overlopen.    Het verbod bedoeld in artikel 61ter, § 1, wordt telkens hernieuwd voor een periode van twaalf uur :    1° wanneer de speekseltest de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens één van de stoffen bepaald in artikel 37bis, § 1, 1° in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in de tabel van artikel 61bis, § 2, 2°;    2° in geval van weigering van deze speekseltest;    3° in geval van weigering van de speekseltest omwille van een wettige reden of ingeval van een praktische onmogelijkheid voldoende speeksel te collecteren, en de gestandaardiseerde checklist, bedoeld in artikel 61bis, § 2, 1°, die in dit geval wordt overlopen, een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van een van de stoffen bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1°;    4° in geval het resultaat van de speekseltest negatief is en betrokkene zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35.    § 3. De overheidspersonen bedoeld in artikel 59, § 1, zijn belast met de toepassing van dit artikel.]1   ----------   (1)<W 2009-07-31/37, art. 6, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>
    Open in Justel ↗
  6. Art. 61ter/1 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK IXbis. - <Ingevoegd bij W 1999-03-16/34, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999> Andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden: test en tijdelijk rijverbod

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61ter/1. [1 § 1. Wanneer de persoon een wettige reden inroept voor het weigeren van de speekseltest of de speekselanalyse, vorderen de in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen een geneesheer om het ingeroepen motief te beoordelen.    § 2. De inhoud van de wettige reden mag door de geneesheer niet worden onthuld als ze door het medisch geheim wordt gedekt.    § 3. De kosten voor de tussenkomst van de geneesheer zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de in § 1 bedoelde weigering niet gegrond was.    § 4. De praktische onmogelijkheid voldoende speeksel te collecteren om de speekseltest of de speekselanalyse uit te voeren wordt niet beschouwd als een vorm van weigering. De kosten van de speekseltest zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de overtreding bepaald in artikel 37bis, § 1, 1° door middel van een bloedanalyse bewezen is.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2009-07-31/37, art. 7, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>
    Open in Justel ↗
  7. Art. 61quater · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK IXbis. - <Ingevoegd bij W 1999-03-16/34, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999> Andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden: test en tijdelijk rijverbod

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61quater. <Ingevoegd bij W 1999-03-16/34, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999> Iedere persoon aan wie een rijverbod, bedoeld in artikel 61ter, is opgelegd, moet op verzoek van de politie (...) het rijbewijs, of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is, afgeven voor de duur van het rijverbod. <W 2005-07-20/52, art. 23, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   Wanneer de afgifte niet dadelijk kan gebeuren of wanneer de persoon aan wie het verbod is opgelegd niet verplicht is houder te zijn van een rijbewijs of van een als zodanig geldend bewijs, wordt het voertuig of het rijdier dat hij bestuurde of op het punt stond te besturen, op zijn kosten en risico, ingehouden.   Na het verstrijken van de verbodstermijn wordt het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs niet teruggegeven indien artikel 55 wordt toegepast.
    Open in Justel ↗
  8. Art. 61quinquies · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK X. - [1 Voertuigen uitgerust met een alcoholslot in het kader van een veroordeling]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61quinquies. [1 § 1. Wanneer de geldigheid van het rijbewijs beperkt is tot het besturen van motorvoertuigen uitgerust met een alcoholslot bedoeld in artikel 37/1 [2 ...]2, voldoet de bestuurder aan de in de §§ 2 tot 4 bepaalde voorwaarden.    § 2. Het voertuig beschikt over een systeem dat het verhindert te starten wanneer het systeem bij de bestuurder een alcoholconcentratie vaststelt die ten minste 0,09 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht bedraagt.    § 3. Tijdens de periode waarvoor de geldigheid van het rijbewijs beperkt is tot motorvoertuigen die uitgerust zijn met een alcoholslot voldoet hij aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma bepaald door de Koning.    § 4. De bestuurder neemt de kosten van de installatie en het gebruik voor zijn rekening evenals de kosten van het omkaderingsprogramma.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2009-07-12/24, art. 5, 024; Inwerkingtreding : 01-10-2010>   (2)<W 2018-03-06/04, art. 20, 042; Inwerkingtreding : 01-07-2018>
    Open in Justel ↗
  9. Art. 61sexies · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK X. - [1 Voertuigen uitgerust met een alcoholslot in het kader van een veroordeling]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61sexies. [1 De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan het systeem bedoeld in artikel 61quinquies voldoet.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2009-07-12/24, art. 6, 024; Inwerkingtreding : 01-10-2010>
    Open in Justel ↗
  10. Art. 62 · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK I. - OPSPORING EN VASTSTELLING VAN DE MISDRIJVEN. / AFDELING I. - BEVOEGDE PERSONEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 62.(De (overheidspersonen) die door de Koning worden aangewezen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, stellen de overtredingen vast door processen-verbaal die bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen. <W 1999-03-16/34, art. 10, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999>   De vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door bemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet is bewezen, wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.   De vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door onbemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet bewezen is, wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vermeld in een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. Wanneer een overtreding werd vastgesteld door onbemande automatisch werkende toestellen, wordt er melding van gemaakt in het procesverbaal.   De automatisch werkende toestellen, gebruikt om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, moeten [1 , voor zover zij metingen uitvoeren,]1 goedgekeurd of gehomologeerd worden, op kosten van de fabrikanten, invoerders of verdelers die de goedkeuring of homologatie aanvragen, overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, waarin bovendien bijzondere gebruiksmodaliteiten van deze toestellen kunnen worden vastgesteld.   De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de bijzondere voorwaarden voor het gebruik, de raadpleging en de bewaring van de gegevens die door deze toestellen worden opgeleverd, vaststellen. Wanneer de Commissie geen advies heeft uitgebracht binnen de haar wettelijk voorgeschreven termijnen, wordt zij geacht akkoord te gaan.   Onverminderd de bepalingen van artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering, mogen de toestellen en de inlichtingen die deze toestellen verstrekken, slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van de overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, begaan op de openbare weg, alsook met het oog op de regeling van het wegverkeer.   Wanneer de toestellen bestemd zijn om te worden gebruikt als vaste uitrusting op de openbare weg, in afwezigheid van een bevoegd persoon, worden de plaatsing en de gebruiksomstandigheden bepaald tijdens overleg, georganiseerd door de bevoegde gerechtelijke, politionele en administratieve overheden, waaronder de wegbeheerders. De Koning bepaalt de bijzondere modaliteiten van dit overleg. De plaatsing op de openbare weg van vaste uitrustingen voor onbemand automatisch werkende toestellen, wordt uitgevoerd met instemming van de wegbeheerder.) <W 1996-08-04/95, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996>   Een afschrift van die processen-verbaal wordt [3 gezonden aan de geïdentificeerde overtreder, de houder van de kentekenplaat of de gebruikelijke bestuurder, binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van de datum van de misdrijven. Indien hun identiteit of adres niet meteen kan worden vastgesteld, begint deze termijn slechts te lopen van zodra deze informatie kan worden vastgesteld]3. [2 Indien de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, mag het afschrift van het proces-verbaal vervangen worden door [3 de kennisgeving]3 bedoeld in artikel 5 van de richtlijn 2015/413/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen]2 [3 , gewijzigd door de richtlijn 2024/3237 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024]3. [3 Deze bepaling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2024/3237 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/413 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen.]3 <W 2003-02-07/38, art. 29, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   In geval van overtreding van de bepalingen van de reglementen die voor de voertuigen een maximumvracht voorschrijven, kunnen de hierboven genoemde ambtenaren en beambten alsook alle officieren van gerechtelijke politie, de bestuurders verplichten hun voertuigen te ontlasten van het vastgestelde overwicht.   Weigert een bestuurder zulks te doen, dan wordt het voertuig op kosten en risico van de overtreder of van hen die voor hem aansprakelijk zijn, ingehouden.   ----------   (1)<W 2014-03-09/16, art. 23, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (2)<W 2016-04-28/19, art. 3, 037; Inwerkingtreding : 07-11-2013>   (3)<W 2026-05-25/12, art. 37, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
    Open in Justel ↗
  11. Art. 62 · Vlaanderen

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK I. - OPSPORING EN VASTSTELLING VAN DE MISDRIJVEN. / AFDELING I. - BEVOEGDE PERSONEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 62_VLAAMS_GEWEST.    (De (overheidspersonen) die door de Koning worden aangewezen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, stellen de overtredingen vast door processen-verbaal die bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen. <W 1999-03-16/34, art. 10, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999>   De vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door bemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet is bewezen, wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.   De vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door onbemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet bewezen is, wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vermeld in een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. Wanneer een overtreding werd vastgesteld door onbemande automatisch werkende toestellen, wordt er melding van gemaakt in het procesverbaal.   De automatisch werkende toestellen, gebruikt om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, moeten [1 , voor zover zij metingen uitvoeren,]1 goedgekeurd of gehomologeerd worden, op kosten van de fabrikanten, invoerders of verdelers die de goedkeuring of homologatie aanvragen, overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, waarin bovendien bijzondere gebruiksmodaliteiten van deze toestellen kunnen worden vastgesteld.   De Koning kan, na advies van [3 de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, hierna de Vlaamse toezichtcommissie te noemen]3, de bijzondere voorwaarden voor het gebruik, de raadpleging en de bewaring van de gegevens die door deze toestellen worden opgeleverd, vaststellen. Wanneer de [3 Vlaamse toezichtcommissie]3 geen advies heeft uitgebracht binnen de haar wettelijk voorgeschreven termijnen, wordt zij geacht akkoord te gaan.   Onverminderd de bepalingen van artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering, mogen de toestellen en de inlichtingen die deze toestellen verstrekken, slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van de overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, begaan op de openbare weg, alsook met het oog op de regeling van het wegverkeer.   Wanneer de toestellen bestemd zijn om te worden gebruikt als vaste uitrusting op de openbare weg, in afwezigheid van een bevoegd persoon, worden de plaatsing en de gebruiksomstandigheden bepaald tijdens overleg, georganiseerd door de bevoegde gerechtelijke, politionele en administratieve overheden, waaronder de wegbeheerders. De Koning bepaalt de bijzondere modaliteiten van dit overleg. De plaatsing op de openbare weg van vaste uitrustingen voor onbemand automatisch werkende toestellen, wordt uitgevoerd met instemming van de wegbeheerder.) <W 1996-08-04/95, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996>   Een afschrift van die processen-verbaal wordt aan de overtreders gezonden binnen een termijn van (veertien dagen), te rekenen van de datum van vaststelling van de misdrijven. [2 Indien de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, mag het afschrift van het proces-verbaal vervangen worden door de informatiebrief bedoeld in artikel 5 van de richtlijn 2015/413/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen.]2 <W 2003-02-07/38, art. 29, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   In geval van overtreding van de bepalingen van de reglementen die voor de voertuigen een maximumvracht voorschrijven, kunnen de hierboven genoemde ambtenaren en beambten alsook alle officieren van gerechtelijke politie, de bestuurders verplichten hun voertuigen te ontlasten van het vastgestelde overwicht.   Weigert een bestuurder zulks te doen, dan wordt het voertuig op kosten en risico van de overtreder of van hen die voor hem aansprakelijk zijn, ingehouden.   [4 Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de personen, vermeld in het eerste lid, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het twaalfde tot en met het twintigste lid.    De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het elfde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de personen, vermeld in het eerste lid, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.    De persoonsgegevens, vermeld in het elfde lid, worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt.    De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het elfde lid, heeft geen betrekking op de gegevens die los staan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het elfde lid, rechtvaardigt.    Als de betrokkene in het geval, vermeld in het elfde lid, tijdens de periode, vermeld in het twaalfde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan.    De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen de termijn van een maand na ontvangst van het verzoek, over elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het elfde lid. De informatie over de weigering of beperking hoeft niet te worden verstrekt als de verstrekking daarvan de decretale en reglementaire opdrachten van de personen, vermeld in het eerste lid, zou ondermijnen, met behoud van het achttiende lid. Indien nodig kan die termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.    De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen.    De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voornoemde Vlaamse toezichtcommissie.    Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening, opnieuw toegepast.    Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het elfde lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.]4   ----------   (1)<W 2014-03-09/16, art. 23, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (2)<W 2016-04-28/19, art. 3, 037; Inwerkingtreding : 07-11-2013>   (3)<DVR 2018-06-08/04, art. 142, 046; Inwerkingtreding : 29-03-2019>   (4)<DVR 2019-04-26/34, art. 48, 049; Inwerkingtreding : 04-07-2019>
    Open in Justel ↗
  12. Art. 62bis · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK I. - OPSPORING EN VASTSTELLING VAN DE MISDRIJVEN. / AFDELING Ibis. - <Ingevoegd bij W 1996-08-04/95, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996> Tegenwerking van de opsporing en van de vaststelling van overtredingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 62bis. <Ingevoegd bij W 1996-08-04/95, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996> Onverminderd de bepalingen van de wet van 30 juli 1979 betreffende de radioberichtgeving is het verboden elke uitrusting die of elk ander middel dat de vaststelling van overtredingen van deze wet en van de reglementen betreffende de politie over het wegverkeer, bemoeilijkt of verhindert of automatisch werkende toestellen bedoeld in artikel 62 opspoort, bij zich te hebben.
    Open in Justel ↗
  13. Art. 62bis · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK I. - OPSPORING EN VASTSTELLING VAN DE MISDRIJVEN. / AFDELING Ibis. - <Ingevoegd bij W 1996-08-04/95, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996> Tegenwerking van de opsporing en van de vaststelling van overtredingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 62bis TOEKOMSTIG RECHT.    <Ingevoegd bij W 1996-08-04/95, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996> Onverminderd de bepalingen van de wet van 30 juli 1979 betreffende de radioberichtgeving is het verboden elke uitrusting die of elk ander middel dat de vaststelling van overtredingen van deze wet en van de reglementen betreffende de politie over het wegverkeer, bemoeilijkt of verhindert of automatisch werkende toestellen bedoeld in artikel 62 opspoort, [1 opzettelijk]1 bij zich te hebben.   ----------   (1)<W 2026-05-25/12, art. 38, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  14. Art. 62ter · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK I. - OPSPORING EN VASTSTELLING VAN DE MISDRIJVEN. / AFDELING II. - [1 SPEEKSELANALYSE -]1 BLOEDPROEF.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 62ter.[1 § 1. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen leggen een speekselanalyse voor het detecteren van de stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden op wanneer de speekseltest bedoeld in artikel 61bis, § 2, 2° de aanwezigheid aantoont van één van de stoffen bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1°.    Onder de hieronder vermelde gehaltes wordt het resultaat van de speekselanalyse niet in aanmerking genomen.      StofGehalte (ng/ml)Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)10Amfetamine25Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)25Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine5Cocaïne of Benzoylecgonine10   § 2. De kosten van de speekselanalyse zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de overtreding bepaald in artikel 37bis, § 1, 1°, bewezen is.    § 3. § 1 van dit artikel is niet van toepassing indien de speekseltest bedoeld in artikel 61bis, § 2, 2°, opgelegd werd in de gevallen bedoeld in artikel 61bis, § 1, 3°.    § 4. De analyse van het speekselstaal geschiedt in een van de laboratoria die daartoe door de Koning erkend zijn.    De persoon van wie het speekselstaal is afgenomen, kan op eigen kosten een tweede speekselanalyse laten verrichten in het laboratorium waar het eerste heeft plaatsgehad, of in een ander door de Koning erkend laboratorium. In het eerste geval kan hij op de tweede analyse toezicht laten houden door een technisch raadsman van zijn keuze.    De Koning treft voorzieningen tot nadere regeling van de speekselanalyse. Hij stelt onder meer regels vast betreffende de wijze waarop het speekselstaal wordt genomen, bewaard en onderzocht, alsook betreffende de erkenning van de laboratoria.]1   [2 § 5. Het verzamelen van de gegevens die nodig zijn voor het afnemen van de speekselanalyse moet zich beperken tot wat strikt noodzakelijk is voor de vaststelling van de overtredingen van deze wet, die op een openbare plaats zijn begaan. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.]2   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2009-07-31/37, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 24, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
    Open in Justel ↗
  15. Art. 62ter · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK I. - OPSPORING EN VASTSTELLING VAN DE MISDRIJVEN. / AFDELING II. - [1 SPEEKSELANALYSE -]1 BLOEDPROEF.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 62ter TOEKOMSTIG RECHT.    [1 § 1. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen leggen een speekselanalyse voor het detecteren van de stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden op wanneer de speekseltest bedoeld in artikel 61bis, § 2, 2° de aanwezigheid aantoont van één van de stoffen bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1°.    Onder de hieronder vermelde gehaltes wordt het resultaat van de speekselanalyse niet in aanmerking genomen.      StofGehalte (ng/ml)Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)10Amfetamine25Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)25Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine5Cocaïne of Benzoylecgonine10   § 2. De kosten van de speekselanalyse zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de overtreding bepaald in artikel 37bis, § 1, 1°, bewezen is.    § 3. § 1 van dit artikel is niet van toepassing indien de speekseltest bedoeld in artikel 61bis, § 2, 2°, opgelegd werd in de gevallen bedoeld in artikel 61bis, § 1, 3°.    § 4. De analyse van het speekselstaal geschiedt in een van de laboratoria die daartoe door de Koning erkend zijn.    De persoon van wie het speekselstaal is afgenomen, kan op eigen kosten een tweede speekselanalyse laten verrichten in het laboratorium waar het eerste heeft plaatsgehad, of in een ander door de Koning erkend laboratorium. In het eerste geval kan hij op de tweede analyse toezicht laten houden door een technisch raadsman van zijn keuze.    De Koning treft voorzieningen tot nadere regeling van de speekselanalyse. Hij stelt onder meer regels vast betreffende de wijze waarop het speekselstaal wordt genomen, bewaard en onderzocht, alsook betreffende de erkenning van de laboratoria.]1   [2 § 5. Het verzamelen van de gegevens die nodig zijn voor het afnemen van de speekselanalyse moet zich beperken tot wat strikt noodzakelijk is voor de vaststelling van de overtredingen van deze wet, die op een openbare plaats zijn begaan. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.]2   [3 § 6. De vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door speekselanalyse worden opgeleverd, hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet is bewezen, wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.]3   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2009-07-31/37, art. 9, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 24, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (3)<W 2026-05-25/12, art. 39, 063; Inwerkingtreding : onbepaald >
    Open in Justel ↗
  16. Art. 63 · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK I. - OPSPORING EN VASTSTELLING VAN DE MISDRIJVEN. / AFDELING II. - [1 SPEEKSELANALYSE -]1 BLOEDPROEF.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 63.[1 § 1. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen laten de in 1° en 2° van die paragraaf bedoelde personen, een bloedproef ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer :    1° in het geval de ademtest een alcoholgehalte van ten minste 0,22 milligram aangeeft per liter uitgeademde alveolaire lucht en een ademanalyse niet uitgevoerd kan worden;    2° in het geval noch de ademtest noch de ademanalyse uitgevoerd konden worden en betrokkene duidelijke tekenen van alcoholopname vertoont of zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35;    3° in het geval noch de ademtest noch de ademanalyse uitgevoerd konden worden bij de personen bedoeld in artikel 59, § 1, 1°, en het onmogelijk is na te gaan of er tekenen van alcoholopname zijn;    4° indien de speekseltest minstens één van de stoffen detecteert bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1° in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in de tabel van artikel 61bis, § 2, 2°, en een speekselanalyse niet uitgevoerd kan worden;    5° in het geval noch een speekseltest noch een speekselanalyse kon worden uitgevoerd.    § 2. In het geval van § 1, 4° en 5° van dit artikel bestaat de bloedanalyse uit een kwantitatieve bepaling op plasma door middel van gas- of vloeistofchromatografie-massaspectometrie met gebruik van gedeutereerde interne standaarden voor een of meerdere van de navolgende stoffen; onder het overeenstemmende gehalte wordt de analyse niet in aanmerking genomen.      StofGehalte (ng/ml)Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)1Amfetamine25Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)25Morfine (vrij)10Cocaïne of Benzoylecgonine25   § 3. De in 59, § 1 bedoelde overheidspersonen moeten op verzoek van de personen bedoeld in 1° en 2° van dezelfde paragraaf, en bij wijze van tegenexpertise, deze personen een bloedproef laten ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer indien de ademanalyse, bekomen na toepassing van artikel 59, § 3, een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet.    § 4. De kosten van het nemen van het bloedstaal en van de bloedanalyse komen ten laste van de onderzochte persoon :    - indien de overtreding bepaald in artikel 34, § 2, 1°, bewezen is, of    - indien de overtreding bepaald in artikel 37bis, § 1, 1°, bewezen is.    § 5. Het inzamelen van de gegevens van de bloedproef bedoeld in § 1, 4° en 5° van dit artikel beperkt zich tot deze die strikt noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de overtredingen van deze wet, die op een openbare plaats zijn begaan. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.]1   [2 § 6. Voor de toepassing van artikel 34, § 3, wordt de in dit artikel bedoelde alcoholconcentratie van 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht teruggebracht tot 0,09 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht.]2   ----------   (1)<W 2009-07-31/37, art. 10, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 25, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>
    Open in Justel ↗
  17. Art. 63 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK I. - OPSPORING EN VASTSTELLING VAN DE MISDRIJVEN. / AFDELING II. - [1 SPEEKSELANALYSE -]1 BLOEDPROEF.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 63 TOEKOMSTIG RECHT.    [1 § 1. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen laten de in 1° en 2° van die paragraaf bedoelde personen, een bloedproef ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer :    1° in het geval de ademtest een alcoholgehalte van ten minste 0,22 milligram aangeeft per liter uitgeademde alveolaire lucht en een ademanalyse niet uitgevoerd kan worden;    2° in het geval noch de ademtest noch de ademanalyse uitgevoerd konden worden en betrokkene duidelijke tekenen van alcoholopname vertoont of zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35;    3° in het geval noch de ademtest noch de ademanalyse uitgevoerd konden worden bij de personen bedoeld in artikel 59, § 1, 1°, en het onmogelijk is na te gaan of er tekenen van alcoholopname zijn;    4° indien de speekseltest minstens één van de stoffen detecteert bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1° in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in de tabel van artikel 61bis, § 2, 2°, en een speekselanalyse niet uitgevoerd kan worden;    5° in het geval noch een speekseltest noch een speekselanalyse kon worden uitgevoerd.    § 2. In het geval van § 1, 4° en 5° van dit artikel bestaat de bloedanalyse uit een kwantitatieve bepaling op plasma door middel van gas- of vloeistofchromatografie-massaspectometrie met gebruik van gedeutereerde interne standaarden voor een of meerdere van de navolgende stoffen; onder het overeenstemmende gehalte wordt de analyse niet in aanmerking genomen.      StofGehalte (ng/ml)Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)1Amfetamine25Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)25Morfine (vrij)10Cocaïne of Benzoylecgonine25   § 3. De in 59, § 1 bedoelde overheidspersonen moeten op verzoek van de personen bedoeld in 1° en 2° van dezelfde paragraaf, en bij wijze van tegenexpertise, deze personen een bloedproef laten ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer indien de ademanalyse, bekomen na toepassing van artikel 59, § 3, een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet.    § 4. De kosten van het nemen van het bloedstaal en van de bloedanalyse komen ten laste van de onderzochte persoon :    - indien de overtreding bepaald in artikel 34, § 2, 1°, bewezen is, of    - indien de overtreding bepaald in artikel 37bis, § 1, 1°, bewezen is.    § 5. Het inzamelen van de gegevens van de bloedproef bedoeld in § 1, 4° en 5° van dit artikel beperkt zich tot deze die strikt noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de overtredingen van deze wet, die op een openbare plaats zijn begaan. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.]1   [2 § 6. Voor de toepassing van artikel 34, § 3, wordt de in dit artikel bedoelde alcoholconcentratie van 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht teruggebracht tot 0,09 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht.]2   [3 § 7. De vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door bloedanalyse worden opgeleverd, hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet is bewezen, wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.]3   ----------   (1)<W 2009-07-31/37, art. 10, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 25, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>   (3)<W 2026-05-25/12, art. 40, 063; Inwerkingtreding : onbepaald >
    Open in Justel ↗
  18. Art. 64 · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK I. - OPSPORING EN VASTSTELLING VAN DE MISDRIJVEN. / AFDELING II. - [1 SPEEKSELANALYSE -]1 BLOEDPROEF.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 64. Het artikel 44bis, § 3 en 4, van het Wetboek van Strafvordering is van toepassing op de in artikel 63 bedoelde bloedproef.
    Open in Justel ↗
  19. Art. 65 · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK II. - EVENTUEEL VERVAL VAN DE STRAFVORDERING TEGEN BETALING VAN EEN SOM [1 OF NA HET VOLGEN VAN EEN OPLEIDING]1. <W 29-02-1984, art. 6>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 65.<W 29-02-1984, art. 6> § 1. [2 Bij het vaststellen van een der speciaal door de Koning aangewezen overtredingen van deze wet en van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze wet kan, indien het feit geen schade aan derden heeft veroorzaakt, en met instemming van de overtreder, een som geheven worden, hetzij onmiddellijk, hetzij binnen een door de Koning bepaalde termijn, of een opleiding voorgesteld worden volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten. In geval van overtreding van artikel 34, § 3, wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,09 milligram en minder dan 0,22 milligram per liter uitgeademde lucht, is het voorstel tot inning van een som volgens dezelfde voorwaarden verplicht.]2   Het bedrag van deze som, dat niet hoger mag zijn dan het maximum van de geldboete die op die overtreding staat, vermeerderd met de opdeciemen, alsook de nadere regels inzake heffing worden door de Koning bepaald. [4 Naast deze som wordt er een administratieve toeslag van 8,84 euro, zoals bedoeld in titel 4 van de programmawet van 21 juni 2021, geheven. Het bedrag van deze administratieve toeslag wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast in functie van de evolutie van de consumptieprijsindex van de maand november van het voorgaande jaar. Deze administratieve toeslag wordt ook geheven indien de overtreder een opleiding volgt als alternatief op de onmiddellijke inning. De door de overtreder verrichte betalingen worden eerst op deze administratieve toeslag toegerekend.]4   De ambtenaren en beambten die tot een der door de Koning bepaalde categorieën behoren en door de procureur-generaal bij het Hof van beroep daartoe individueel zijn gemachtigd, zijn belast met de toepassing van dit artikel en van de ter uitvoering ervan genomen maatregelen.   (In geval van overtreding van artikel 34, § 1, is het voorstel tot inning van een som volgens dezelfde voorwaarden verplicht.) <W 1990-07-18/37, art. 34, 1°, 002; Inwerkingtreding : onbepaald >   § 2. [1 Door betaling of na het volgen van de opleiding vervalt de strafvordering, tenzij het openbaar ministerie binnen een maand, te rekenen van de dag van de betaling of de dag waarop de opleiding werd beëindigd, de betrokkene kennis geeft van zijn voornemen die vordering in te stellen.]1. De kennisgeving geschiedt bij een ter post aangetekende brief; zij wordt geacht te zijn gedaan de eerste werkdag na de dag van afgifte ter post. [1 ...]1.)   § 3. [1 Indien de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft en de voorgestelde som [4 alsook de administratieve toeslag, bedoeld in paragraaf 1, tweede lid,]4 niet onmiddellijk betaalt, of wanneer kan worden vastgesteld dat er op zijn naam nog een som openstaat zoals bedoeld in § 1 of op grond van artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of van een bevel tot betalen bedoeld in artikel 65/1, moet hij aan de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren of beambten een som in consignatie geven bestemd om de eventuele geldboete te dekken.]1   [3 Bij het vaststellen van een van de speciaal door de Koning aangewezen overtredingen, moet hij aan de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren of beambten een som in consignatie geven bestemd om de eventuele geldboete te dekken.]3   Het bedrag van de som die in consignatie moet worden gegeven en de nadere regels inzake heffing, worden door de Koning bepaald.   Het door de overtreder bestuurde voertuig wordt op zijn kosten en risico ingehouden tot deze som betaald is en het bewijs geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald zijn of, indien dit niet gebeurt, gedurende zesennegentig uren te rekenen vanaf de vaststelling van de overtreding [1 of vanaf de vaststelling van niet-betaling van de som bedoeld in het tweede lid]1. Bij het verstrijken van deze termijn mag de inbeslagneming van het voertuig bevolen worden door het openbaar ministerie.   Een bericht van inbeslagneming wordt binnen de twee werkdagen aan de eigenaar van het voertuig gezonden.   Het risico en de kosten voor het voertuig blijven tijdens de duur van het beslag ten laste van de overtreder.   Het beslag wordt opgeheven nadat het bewijs geleverd werd dat de som die in consignatie moet worden gegeven en de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald werden.   (§ 3bis. Indien de overtreder zijn vaste verblijfplaats in België heeft en het voorgestelde bedrag niet onmiddellijk betaalt, beschikt hij over een termijn van vijf dagen om zich te kwijten van deze betaling. In dat geval kan het voertuig dat door de overtreder werd bestuurd worden ingehouden op zijn kosten en risico tot aan het overhandigen van het bedrag en het bewijs van de betaling van eventuele kosten voor de bewaring van het voertuig.   Wanneer deze termijn is verstreken kan het openbaar ministerie de inbeslagneming van het voertuig bevelen.   Binnen twee werkdagen wordt een bericht van inbeslagneming opgestuurd naar de eigenaar van het voertuig.   Tijdens de duur van de inbeslagneming blijft het voertuig in beslag genomen op risico en kosten van de overtreder.   De inbeslagneming wordt opgeheven na het bewijs van de betaling van het bedrag en van de eventuele kosten voor de bewaring van het voertuig.) <W 2003-02-07/38, art. 30, 011; Inwerkingtreding : onbepaald >   § 4. Leidt de strafvordering tot veroordeling van de betrokkene :   1° dan wordt de geheven of in consignatie gegeven som toegerekend op de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten [4 alsook de administratieve toeslag, bedoeld in paragraaf 1, tweede lid,]4 op de uitgesproken geldboete; het eventueel overschot wordt terugbetaald;   2° dan wordt, indien het voertuig in beslag genomen werd bij het vonnis bevolen dat de Administratie van de Domeinen het voertuig moet verkopen indien de geldboete en de gerechtskosten niet binnen een termijn van veertig dagen vanaf de uitspraak van het vonnis betaald werd; deze beslissing is uitvoerbaar niettegenstaande elk rechtsmiddel.   De opbrengst van de verkoop wordt toegerekend op de aan de Staat verschuldigde gerechtskosten, op de uitgesproken geldboete en op de eventuele bewaringskosten van het voertuig; het eventueel overschot wordt terugbetaald.   § 5. In geval van vrijspraak wordt de geheven of in consignatie gegeven som [5 ...]5 of het in beslag genomen voertuig teruggegeven; de eventuele bewaringskosten van het voertuig vallen ten laste van de Staat.   In geval van voorwaardelijke veroordeling wordt de geheven of in consignatie gegeven som teruggegeven na aftrek van de gerechtskosten [4 alsook na aftrek van de administratieve toeslag, bedoeld in paragraaf 1, tweede lid,]4; het in beslag genomen voertuig wordt teruggegeven nadat de gerechtskosten betaald zijn en het bewijs geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald zijn.   § 6. In geval van toepassing van [1 artikel 216bis]1 van het Wetboek van Strafvordering wordt de geheven som toegerekend op de door het openbaar ministerie vastgestelde som en wordt het eventuele overschot terugbetaald.   § 7. De in consignatie gegeven som of het in beslag genomen voertuig worden teruggegeven wanneer het openbaar ministerie beslist geen vervolging in te stellen of wanneer de strafvordering vervallen of verjaard is.   § 8. De bepalingen van dit artikel gelden niet wanneer de overtreding wordt begaan (...) door een van de personen bedoeld in [6 artikel 479]6 van het Wetboek van Strafvordering. <W 2007-03-26/39, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 19-05-2007>   ----------   (1)<W 2014-03-09/16, art. 27,2°-6°, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 27,1°, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>   (3)<W 2018-03-06/04, art. 21, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (4)<W 2021-06-21/02, art. 15, 052; Inwerkingtreding : 23-08-2021>   (5)<W 2022-12-06/02, art. 43, 055; Inwerkingtreding : 31-12-2022>   (6)<W 2024-05-15/03, art. 93, 059; Inwerkingtreding : 07-06-2024>
    Open in Justel ↗
  20. Art. 65/1 · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK II/1. [1 - Bevel tot betalen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 65/1.[1 § 1. [3 Wanneer de in artikel 216bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de bepaalde termijn wordt betaald,]3 kan de procureur des Konings aan de overtreder een bevel geven tot betalen van de op deze overtreding toepasselijke geldsom, verhoogd met 35 % en desgevallend met de bijdrage voor het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders. [5 Daarnaast wordt er ook een administratieve toeslag van 25,32 euro, zoals bedoeld in titel 4 van de programmawet van 21 juni 2021, geheven. Het bedrag van deze administratieve toeslag wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast in functie van de evolutie van de consumptieprijsindex van de maand november van het voorgaande jaar. De door de overtreder verrichte betalingen worden eerst op de bijdrage voor het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders toegerekend en daarna op deze administratieve toeslag.]5 [3 De procureur des Konings bepaalt op welke wijze de betaling geschiedt.]3    De betaling moet gebeuren binnen een termijn van dertig dagen volgend op de dag van ontvangst van het bevel.    Dit bevel wordt [2 per aangetekende zending, per gerechtsbrief of overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek]2 verstuurd aan de overtreder en bevat ten minste :    1° de dagtekening;    2° de ten laste gelegde feiten en de geschonden wetsbepalingen;    3° de datum, het tijdstip en de plaats van de overtreding;    4° de identiteit van de overtreder;    5° het nummer van het proces-verbaal;    6° het bedrag van de te betalen geldsom;    7° de dag waarop de som uiterlijk moet worden betaald;    8° de wijze waarop en de termijn waarbinnen het beroep kan worden ingesteld, alsook de bevoegde politierechtbank.    Het bevel tot betalen wordt geacht te zijn ontvangen [4 de tiende werkdag na de dagtekening van het bevel tot betalen bedoeld in het derde lid, 1°]4.   [6 De betaling binnen deze termijn doet de strafvordering vervallen.]6    § 2. [6 De persoon die het bevel tot betalen heeft ontvangen of diens advocaat kan binnen dertig dagen volgend op de dag van ontvangst van het bevel tot betalen beroep aantekenen bij de politierechtbank bevoegd volgens de plaats van de overtreding. Het beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift dat neergelegd wordt op de griffie van de bevoegde politierechtbank of bij een aangetekende zending of via elektronische post die aan de griffie worden verzonden. In die laatste gevallen geldt de datum van verzending van de aangetekende zending of van de elektronische post als datum waarop het verzoekschrift werd ingediend. De aangetekende zending wordt geacht te zijn verzonden de derde werkdag voor de ontvangst ervan op de griffie.    Op straffe van nietigheid vermeldt het verzoekschrift:    1° de naam, de voornaam en de woonplaats van de partij die beroep aantekent;    2° het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer dat wordt vermeld op het bevel tot betalen;    3° dat het om een beroep tegen het bevel tot betalen gaat;    4° de redenen van het beroep.    Het verzoekschrift houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats niet heeft.    Het verzoekschrift wordt ingeschreven in het daartoe bestemde register.    De verjaring van de strafvordering wordt geschorst vanaf de dag dat het verzoekschrift wordt ingediend, tot de dag van het definitieve vonnis.    De verzoeker wordt binnen een termijn van dertig dagen vanaf de inschrijving in het daartoe bestemde register door de griffier per gerechtsbrief, per aangetekende zending of overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek opgeroepen om te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt. De griffier zendt een kopie van het verzoekschrift over aan de procureur des Konings en deelt hem de datum van de zitting mee.    Het beroep maakt de zaak in zijn geheel aanhangig voor de strafrechtelijke kamer van de politierechtbank die eerst de ontvankelijkheid van het beroep beoordeelt.    Indien het beroep ontvankelijk wordt verklaard, wordt het bevel tot betalen als niet bestaande beschouwd. De rechtbank beoordeelt de overtredingen die aan de grondslag liggen van het bevel tot betalen, ten gronde en maakt, indien deze bewezen worden verklaard, toepassing van de strafwet.    De bij verstek veroordeelde kan tegen het vonnis in verzet komen overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 187 van het Wetboek van strafvordering.    Tegen de beslissing van de politierechtbank kan hoger beroep worden ingesteld volgens de bepalingen opgenomen in het Wetboek van strafvordering.]6    § 3. [6 De niet-betaalde bevelen tot betalen, waartegen geen beroep is aangetekend, en die dus invorderbaar zijn, [7 kunnen door de procureur des Konings of door de door hem aangestelde parketjurist uitvoerbaar verklaard worden]7.]6 [7 De uitvoerbaarverklaring door de procureur des Konings of door de door hem aangestelde parketjurist doet de strafvordering vervallen.]7    § 4. [6 ...]6    § 5. [6 Onverminderd de toepassing van artikel 27 van de wet van 5 augustus 2006 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, geeft de procureur des Konings opdracht aan de administratie, die binnen de Federale Overheidsdienst Financiën bevoegd is voor de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen om de geldsommen opgenomen in de in paragraaf 3 bedoelde uitvoerbare titels in te vorderen, volgens de regels van toepassing op de gedwongen tenuitvoerlegging van strafrechtelijke geldboeten, met inbegrip van het vereenvoudigd derdenbeslag bedoeld in artikel 101 van het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in strafzaken.]6    § 6. De invordering gebeurt op basis van een uittreksel uit de in paragraaf 3 bedoelde [6 uitvoerbare titels]6, opgemaakt door de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de invordering.    De overhandiging door deze ambtenaren aan de gerechtsdeurwaarder van een uittreksel, met vermelding van de datum van [6 uitvoerbare titels]6, geldt als volmacht voor alle tenuitvoerleggingen.    § 7. De Koning kan de wijze regelen waarop men dient te handelen voor het opmaken en de kennisgeving van [6 de uitvoerbare titels]6 [3 ...]3 en de kwijtschriften.    § 8. Als de overtreder aantoont dat hij geen kennis heeft kunnen nemen van het bevel tot betalen binnen de in paragraaf 2 bedoelde termijn om beroep in te dienen, kan hij dit beroep alsnog indienen binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de dag waarop hij van dit bevel kennis heeft gekregen of volgend op de eerste daad van invordering van de geldsom door of op vervolging van de bevoegde administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën. De in paragraaf 2 bedoelde bepalingen zijn van toepassing.    In dat geval is de verjaring van de strafvordering geschorst vanaf de dag waarop het bevel tot betalen van rechtswege uitvoerbaar is geworden tot de dag waarop de overtreder het beroep indient.    § 9. De artikelen 49 en 96 van het Strafwetboek en de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2004, zijn op deze procedure van toepassing.    § 10. Wanneer de administratie die binnen de Federale Overheidsdienst Financiën bevoegd is voor de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, de in paragraaf 1 bedoelde geldsom niet kan invorderen binnen een termijn van drie jaar na de ontvangst van de [6 uitvoerbare titel]6, deelt zij dit mee aan de procureur des Konings. De procureur des Konings beveelt onverwijld de schorsing van het recht tot sturen in hoofde van de overtreder van een motorvoertuig en deelt dit mee aan de overtreder.    Deze schorsing van het recht tot sturen bedraagt :    a) acht dagen wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met hoogstens 20 km/per uur en hoogstens 10 km/per uur in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, en voor de overtredingen van de eerste graad bedoeld in artikel 29, §§ 1 en 2;    b) vijftien dagen wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met meer dan 20 km/per uur en hoogstens 30 km/per uur en met meer dan 10 km/per uur en hoogstens 20 km/per uur in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, en voor overtredingen van de tweede graad bedoeld in artikel 29, §§ 1 en 2;    c) één maand wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met meer dan 30 km/per uur en hoogstens 40 km/per uur en met meer dan 20 km/per uur en hoogstens 30 km/per uur in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, in geval van overtreding van artikel 34, § 2, en voor overtredingen van de derde graad bedoeld in artikel 29, §§ 1 en 2.    Elke schorsing gaat in de vijfde dag na die waarop het openbaar ministerie de kennisgeving aan de overtreder heeft gedaan. Zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen zijn in deze termijn niet inbegrepen.    Indien er lastens de veroordeelde meerdere schorsingen zijn, kan het openbaar ministerie deze na de kennisgeving opeenvolgend laten ingaan.    De Koning bepaalt de formaliteiten die moeten worden vervuld met betrekking tot de uitvoering van de schorsing van het recht tot sturen.    [3 Indien de overtreder toch het geheel van het bedrag van het bevel tot betalen betaalt vooraleer de schorsing van kracht is, zal er geen schorsing van het recht tot sturen worden uitgevoerd.]3]1   ----------   (1)<W 2016-12-25/01, art. 45, 038; Inwerkingtreding : 01-07-2017>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 316, 039; Inwerkingtreding : 03-08-2017>   (3)<W 2018-03-06/04, art. 1, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (4)<W 2018-09-02/16, art. 5, 044; Inwerkingtreding : 12-10-2018>   (5)<W 2021-06-21/02, art. 16, 052; Inwerkingtreding : 23-08-2021>   (6)<W 2021-11-28/01, art. 29, 053; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (7)<W 2024-05-15/03, art. 94, 059; Inwerkingtreding : 07-06-2024>
    Open in Justel ↗