Gratis brononderzoek · Verkeersrecht

Doorzoek de Wegverkeerswet

Zoek op artikelnummer of begrip, zoals snelheidsovertreding, alcohol of rijbewijs. Zoeken en officiële teksten lezen is gratis.

Dit is de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer. De Wegcode en andere verkeersreglementen zijn niet opgenomen.

De bron bevat federale en gewestelijke varianten, opheffingen en teksten met een latere inwerkingtreding. De getoonde variant is geen automatische selectie van het recht dat op uw dossier van toepassing is. Controleer de regio, datum van de feiten en officiële wijzigingswetten.

Broncontrole: 2026-09-28 · Justel: 2026-06-08

Van verkeersartikel naar dossieronderzoek

Koppel verkeersartikelen aan uw dossierfeiten, krijg een analyse met bronverwijzingen en exporteer een memo. Inbegrepen in Pro; een bronvraag kost 1 AI-credit.

Onderzoek uw verkeersvraag in Pro →

Zoekresultaten

177 artikelvarianten

  1. Art. 65/1 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK II/1. [1 - Bevel tot betalen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 65/1 TOEKOMSTIG RECHT.    [1 § 1. [3 Wanneer de in artikel 216bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de bepaalde termijn wordt betaald,]3 kan de procureur des Konings aan de overtreder een bevel geven tot betalen van de op deze overtreding toepasselijke geldsom, verhoogd met 35 % en desgevallend met de bijdrage voor het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders. [5 Daarnaast wordt er ook een administratieve toeslag van 25,32 euro, zoals bedoeld in titel 4 van de programmawet van 21 juni 2021, geheven. Het bedrag van deze administratieve toeslag wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast in functie van de evolutie van de consumptieprijsindex van de maand november van het voorgaande jaar. De door de overtreder verrichte betalingen worden eerst op de bijdrage voor het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders toegerekend en daarna op deze administratieve toeslag.]5 [3 De procureur des Konings bepaalt op welke wijze de betaling geschiedt.]3    De betaling moet gebeuren binnen een termijn van dertig dagen volgend op de dag van ontvangst van het bevel.    Dit bevel wordt [2 per aangetekende zending, per gerechtsbrief of overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek]2 verstuurd aan de overtreder en bevat ten minste :    1° de dagtekening;    2° de ten laste gelegde feiten en de geschonden wetsbepalingen;    3° de datum, het tijdstip en de plaats van de overtreding;    4° de identiteit van de overtreder;    5° het nummer van het proces-verbaal;    6° het bedrag van de te betalen geldsom;    7° de dag waarop de som uiterlijk moet worden betaald;    8° de wijze waarop en de termijn waarbinnen het beroep kan worden ingesteld, alsook de bevoegde politierechtbank.    Het bevel tot betalen wordt geacht te zijn ontvangen [4 de tiende werkdag na de dagtekening van het bevel tot betalen bedoeld in het derde lid, 1°]4.   [6 De betaling binnen deze termijn doet de strafvordering vervallen.]6    § 2. [6 De persoon die het bevel tot betalen heeft ontvangen of diens advocaat kan binnen dertig dagen volgend op de dag van ontvangst van het bevel tot betalen beroep aantekenen bij de politierechtbank bevoegd volgens de plaats van de overtreding. Het beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift dat neergelegd wordt op de griffie van de bevoegde politierechtbank of bij een aangetekende zending of via elektronische post die aan de griffie worden verzonden. In die laatste gevallen geldt de datum van verzending van de aangetekende zending of van de elektronische post als datum waarop het verzoekschrift werd ingediend. De aangetekende zending wordt geacht te zijn verzonden de derde werkdag voor de ontvangst ervan op de griffie.    Op straffe van nietigheid vermeldt het verzoekschrift:    1° de naam, de voornaam en de woonplaats van de partij die beroep aantekent;    2° het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer dat wordt vermeld op het bevel tot betalen;    3° dat het om een beroep tegen het bevel tot betalen gaat;    4° de redenen van het beroep.    Het verzoekschrift houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats niet heeft.    Het verzoekschrift wordt ingeschreven in het daartoe bestemde register.    De verjaring van de strafvordering wordt geschorst vanaf de dag dat het verzoekschrift wordt ingediend, tot de dag van het definitieve vonnis.    De verzoeker wordt binnen een termijn van dertig dagen vanaf de inschrijving in het daartoe bestemde register door de griffier per gerechtsbrief, per aangetekende zending of overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek opgeroepen om te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt. De griffier zendt een kopie van het verzoekschrift over aan de procureur des Konings en deelt hem de datum van de zitting mee.    Het beroep maakt de zaak in zijn geheel aanhangig voor de strafrechtelijke kamer van de politierechtbank die eerst de ontvankelijkheid van het beroep beoordeelt.    Indien het beroep ontvankelijk wordt verklaard, wordt het bevel tot betalen als niet bestaande beschouwd. De rechtbank beoordeelt de overtredingen die aan de grondslag liggen van het bevel tot betalen, ten gronde en maakt, indien deze bewezen worden verklaard, toepassing van de strafwet.    De bij verstek veroordeelde kan tegen het vonnis in verzet komen overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 187 van het Wetboek van strafvordering.    Tegen de beslissing van de politierechtbank kan hoger beroep worden ingesteld volgens de bepalingen opgenomen in het Wetboek van strafvordering.]6    § 3. [6 De niet-betaalde bevelen tot betalen, waartegen geen beroep is aangetekend, en die dus invorderbaar zijn, [7 kunnen door de procureur des Konings of door de door hem aangestelde parketjurist uitvoerbaar verklaard worden]7.]6 [7 De uitvoerbaarverklaring door de procureur des Konings of door de door hem aangestelde parketjurist doet de strafvordering vervallen.]7    § 4. [6 ...]6    § 5. [6 Onverminderd de toepassing van artikel 27 van de wet van 5 augustus 2006 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning van beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, geeft de procureur des Konings opdracht aan de administratie, die binnen de Federale Overheidsdienst Financiën bevoegd is voor de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen om de geldsommen opgenomen in de in paragraaf 3 bedoelde uitvoerbare titels in te vorderen, volgens de regels van toepassing op de gedwongen tenuitvoerlegging van strafrechtelijke geldboeten, met inbegrip van het vereenvoudigd derdenbeslag bedoeld in artikel 101 van het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in strafzaken.]6    § 6. De invordering gebeurt op basis van een uittreksel uit de in paragraaf 3 bedoelde [6 uitvoerbare titels]6, opgemaakt door de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de invordering.    De overhandiging door deze ambtenaren aan de gerechtsdeurwaarder van een uittreksel, met vermelding van de datum van [6 uitvoerbare titels]6, geldt als volmacht voor alle tenuitvoerleggingen.    § 7. De Koning kan de wijze regelen waarop men dient te handelen voor het opmaken en de kennisgeving van [6 de uitvoerbare titels]6 [3 ...]3 en de kwijtschriften.    § 8. Als de overtreder aantoont dat hij geen kennis heeft kunnen nemen van het bevel tot betalen binnen de in paragraaf 2 bedoelde termijn om beroep in te dienen, kan hij dit beroep alsnog indienen binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de dag waarop hij van dit bevel kennis heeft gekregen of volgend op de eerste daad van invordering van de geldsom door of op vervolging van de bevoegde administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën. De in paragraaf 2 bedoelde bepalingen zijn van toepassing.    In dat geval is de verjaring van de strafvordering geschorst vanaf de dag waarop het bevel tot betalen van rechtswege uitvoerbaar is geworden tot de dag waarop de overtreder het beroep indient.    § 9. [8 Artikel 69]8 van het Strafwetboek en de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2004, zijn op deze procedure van toepassing.    § 10. Wanneer de administratie die binnen de Federale Overheidsdienst Financiën bevoegd is voor de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, de in paragraaf 1 bedoelde geldsom niet kan invorderen binnen een termijn van drie jaar na de ontvangst van de [6 uitvoerbare titel]6, deelt zij dit mee aan de procureur des Konings. De procureur des Konings beveelt onverwijld de schorsing van het recht tot sturen in hoofde van de overtreder van een motorvoertuig en deelt dit mee aan de overtreder.    Deze schorsing van het recht tot sturen bedraagt :    a) acht dagen wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met hoogstens 20 km/per uur en hoogstens 10 km/per uur in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, en voor de overtredingen van de eerste graad bedoeld in artikel 29, §§ 1 en 2;    b) vijftien dagen wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met meer dan 20 km/per uur en hoogstens 30 km/per uur en met meer dan 10 km/per uur en hoogstens 20 km/per uur in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, en voor overtredingen van de tweede graad bedoeld in artikel 29, §§ 1 en 2;    c) één maand wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met meer dan 30 km/per uur en hoogstens 40 km/per uur en met meer dan 20 km/per uur en hoogstens 30 km/per uur in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, in geval van overtreding van artikel 34, § 2, en voor overtredingen van de derde graad bedoeld in artikel 29, §§ 1 en 2.    Elke schorsing gaat in de vijfde dag na die waarop het openbaar ministerie de kennisgeving aan de overtreder heeft gedaan. Zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen zijn in deze termijn niet inbegrepen.    Indien er lastens de [8 overtreder]8 meerdere schorsingen zijn, kan het openbaar ministerie deze na de kennisgeving opeenvolgend laten ingaan.    De Koning bepaalt de formaliteiten die moeten worden vervuld met betrekking tot de uitvoering van de schorsing van het recht tot sturen.    [3 Indien de overtreder toch het geheel van het bedrag van het bevel tot betalen betaalt vooraleer de schorsing van kracht is, zal er geen schorsing van het recht tot sturen worden uitgevoerd.]3]1   ----------   (1)<W 2016-12-25/01, art. 45, 038; Inwerkingtreding : 01-07-2017>   (2)<W 2017-07-06/24, art. 316, 039; Inwerkingtreding : 03-08-2017>   (3)<W 2018-03-06/04, art. 1, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (4)<W 2018-09-02/16, art. 5, 044; Inwerkingtreding : 12-10-2018>   (5)<W 2021-06-21/02, art. 16, 052; Inwerkingtreding : 23-08-2021>   (6)<W 2021-11-28/01, art. 29, 053; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (7)<W 2024-05-15/03, art. 94, 059; Inwerkingtreding : 07-06-2024>   (8)<W 2026-05-25/12, art. 41, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  2. Art. 65bis · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK IIbis. <Ingevoegd bij W 2003-02-07/38, art. 31, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004> - BEVEL TOT BETALING OPGELEGD DOOR DE PROCUREUR DES KONINGS WEGENS BEPAALDE OVERTREDINGEN DOOR EEN PERSOON DIE IN BELGIE EEN VASTE WOONPLAATS OF EEN VASTE VERBLIJFPLAATS HEEFT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 65bis. <Ingevoegd bij W 2003-02-07/38, art. 31, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > § 1. Na vaststelling van een van de volgende overtredingen :   1° tot het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid;   2° door een rood of vast oranje-geel verkeerslicht rijden;   3° artikel 34 van deze wet;   4° artikel 37bis, § 1, 1°, 4° tot 6° van deze wet;   wordt, indien het feit geen schade aan derden heeft veroorzaakt, een bevel tot betaling van een geldsom opgelegd. Dit bevel tot betaling kan enkel maar worden opgelegd voor zover de vaststelling is gebeurd op geautomatiseerde wijze of met behulp van een technisch hulpmiddel en voor zover de procureur des Konings oordeelt dat er geen betwisting bestaat nopens de materialiteit der feiten of de identiteit van de overtreder. In dat geval beschikt de procureur des Konings niet over de bevoegdheid om geen bevel tot betaling op te leggen. Wanneer naar zijn oordeel de materialiteit der feiten of de identiteit van de bestuurder niet onbetwistbaar vaststaat kan de in dit artikel bepaalde procedure van bevel tot betaling niet toegepast worden.   Strafrechtelijke vervolging en toepassing van hoofdstuk III van titel I van boek II van het Wetboek van strafvordering worden uitgesloten ten aanzien van de overtredingen die overeenkomstig artikel 65bis met een bevel tot betaling van een geldsom worden gesanctioneerd, met uitzondering evenwel van de mogelijkheid voor de procureur des Konings in geval van een overtreding als bedoeld in artikel 29, § 1, eerste lid, de overtreder rechtstreeks te dagvaarden voor de politierechtbank met het oog op het bekomen van een verval van het recht tot sturen, als bedoeld in artikel 38.   § 2. Het bedrag van deze som, dat niet hoger mag zijn dan het maximum van de geldboete die op die overtreding staat, vermeerderd met de opdeciemen, wordt door de Koning bepaald, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Zij mag niet lager zijn dan 50 euro.   Indien binnen het jaar te rekenen van de datum van bevel tot betaling opgelegd door de procureur des Konings een nieuwe in § 1, eerste lid, bedoelde overtreding wordt vastgesteld kunnen de in het vorige lid bedoelde bedragen worden verdubbeld. In dat geval oordeelt de procureur des Konings dat ofwel een nieuw bevel tot betaling wordt opgelegd, ofwel toepassing wordt gemaakt van artikel 216bis, 216ter of 216quater van het wetboek van strafvordering, dan wel tot strafrechtelijke vervolging wordt overgegaan.   De vaststelling van een samenloop van meerdere overtredingen als bedoeld in § 1 maakt het voorwerp uit van een betaling van een enkele som.
    Open in Justel ↗
  3. Art. 65ter · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK IIbis. <Ingevoegd bij W 2003-02-07/38, art. 31, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004> - BEVEL TOT BETALING OPGELEGD DOOR DE PROCUREUR DES KONINGS WEGENS BEPAALDE OVERTREDINGEN DOOR EEN PERSOON DIE IN BELGIE EEN VASTE WOONPLAATS OF EEN VASTE VERBLIJFPLAATS HEEFT.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 65ter. <Ingevoegd bij W 2003-02-07/38, art. 31; Inwerkingtreding : onbepaald > § 1. Overeenkomstig artikel 62, achtste lid wordt een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder gezonden binnen een termijn van veertien dagen na de vaststelling van de inbreuk. De overtreder beschikt over een termijn van veertien dagen te rekenen van de dag van de verzending van het afschrift van het proces-verbaal om zijn verweermiddelen met betrekking tot de hem ten laste gelegde misdrijven te laten kennen aan de procureur des Konings.   § 2. Het bevel tot betaling bedoeld in artikel 65bis wordt opgelegd en ondertekend door de procureur des Konings en bevat ten minste de volgende vermeldingen :   1° de dagtekening;   2° de identiteit van de overtreder of de nummerplaat van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan;   3° de ten laste gelegde feiten en de geschonden wetsbepalingen;   4° de datum en het tijdstip waarop en de plaats waar de overtreding is vastgesteld;   5° het bedrag van de som evenals de wijze waarop deze moet worden betaald;   6° de dag waarop de som uiterlijk moet zijn betaald, evenals de verhogingen wanneer niet tijdig wordt betaald;   7° de mogelijkheden tot beroep bij de politierechter, onverminderd de mogelijkheid tot uitvoering van de geheven som.   § 3. Het bevel tot betaling van de som wordt aan de overtreder per gerechtsbrief gezonden binnen een termijn van 40 dagen na de vaststelling van de overtreding. Een kopie van het bevel tot betaling zal terzelfder tijd naar de ontvanger der domeinen worden opgestuurd terzelfder tijd.   § 4. De overtreder is gehouden de som te betalen binnen de maand na de kennisgeving van het bevel tot betaling. De kennisgeving wordt geacht te hebben plaatsgevonden op de tweede dag die volgt op die van de verzending.   Wanneer de overtreder het bevel tot betaling niet geheel voldoet binnen de in het eerste lid bepaalde termijn, wordt het bedrag ervan met 25 %verhoogd. Deze verhoging is niet van toepassing indien de overtreder beroep bij de politierechtbank instelt.   Het aldus verhoogde bedrag moet binnen een maand na aanmaning, waarin het overeenkomstig het vorige lid verhoogde bedrag is opgenomen, worden betaald.   § 5. Wanneer de overtreder nalaat de som binnen de in § 4, derde lid, bedoelde termijn te betalen, wordt het bevel tot betaling van de som van rechtswege uitvoerbaar. De invordering gebeurt door de ontvanger van de penale boeten.   § 6. Wanneer de overtreder na aanmaning blijft nalaten de overeenkomstig § 4, derde lid, verhoogde som volledig te betalen kan de ontvanger van de penale boeten van de woonplaats of hoofdverblijfplaats van de overtreder of van de plaats van overtreding het voertuig waarmee de overtreding werd begaan of het voertuig ingeschreven op naam van de overtreder (immobiliseren). <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   De (immobilisering) wordt ten vroegste opgeheven op de dag van volledige betaling van de geheven som en van de eventuele kosten. De (immobilisering) wordt beëindigd op verzoek van de ontvanger der domeinen en de ontvanger van de penale boeten. In geval van (immobilisering) zijn de artikelen 53 en 54 van toepassing. Indien de overtreder de verschuldigde som niet heeft betaald binnen zes maanden na de vaststelling van de overtreding kan de ontvanger van de penale boeten overgaan tot de gedwongen verkoop van het voertuig, op voorwaarde dat het voertuig de eigendom is van de overtreder.   § 7. De overtreder kan een schriftelijk verzoek tot intrekking van het bevel of tot vermindering van het bedrag van de som tot de politierechter richten binnen een termijn van veertien dagen na de kennisgeving van het bevel tot betaling. Dit verzoek is slechts ontvankelijk na volledige betaling van de overeenkomstig § 4, eerste lid, opgelegde som, behoudens wanneer de betrokkene een beroep kan doen op rechtsbijstand in toepassing van deel IV, boek I, van het Gerechtelijk Wetboek. Dit beroep wordt ingesteld door middel van een verzoekschrift ingediend ter griffie van de politierechtbank van het rechtsgebied waar de overtreding plaatsvond.   De politierechter beoordeelt de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde som. Hij kan de beslissing van de procureur des Konings bevestigen, wijzigen of intrekken.   Een hoger beroep tegen de beslissing van de politierechter kan worden ingesteld bij de correctionele rechtbank die zitting houdt in beroep. Dit hoger beroep wordt ingesteld overeenkomstig de artikelen 1056 en 1057 van het Gerechtelijk Wetboek. Enkel een voorziening in cassatie kan tegen het vonnis van de correctionele rechtbank worden ingesteld.   Onder voorbehoud van de toepassing van de vorige leden zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de correctionele rechtbank.   (NOTA : bij arrest nr 182/2004 van 16-11-2004 (B.St. 30-11-2004, p. 80416), heeft het Arbitragehof, in artikel 65ter, § 7, de zin :   " Dit verzoek is slechts ontvankelijk na volledige betaling van de overeenkomstig § 4, eerste lid, opgelegde som, behoudens wanneer de betrokkene een beroep kan doen op rechtsbijstand in toepassing van deel IV, boek I, van het Gerechtelijk Wetboek. " vernietigd)
    Open in Justel ↗
  4. Art. 66 · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK III. - SCHADEVERGOEDING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 66. De bij deze gecoördineerde wetten bepaalde straffen worden toegepast, behoudens de te verlenen schadevergoeding indien daartoe grond bestaat.
    Open in Justel ↗
  5. Art. 67 · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK IV. - PERSONEN DIE BURGERRECHTELIJK AANSPRAKELIJK ZIJN VOOR DE GELDBOETE.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 67.Zij die overeenkomstig [1 de artikelen 6.12, 6.13 en 6.14]1 van het Burgerlijk Wetboek burgerrechtelijk aansprakelijk zijn voor schadevergoeding en kosten, zijn insgelijks aansprakelijk voor de geldboete. (Met die personen wordt gelijkgesteld de voogd, wat betreft de misdrijven begaan door zijn ongehuwde, bij hem inwonende pupillen.) <W 14-07-1976, art. 4>   ----------   (1)<W 2024-02-07/18, art. 23, 060; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
    Open in Justel ↗
  6. Art. 67bis · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK IVbis. - <Ingevoegd bij W 1996-08-04/95, art. 10, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996> Identificatie van de overtreder.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 67bis.[1 Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig.    De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden om de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.   [2 De kennisgeving van de identiteit van de bestuurder dient te gebeuren binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de dag waarop de houder van de kentekenplaat kan bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten.    De Koning kan de formaliteiten bepalen die gevolgd dienen te worden bij het weerleggen van het vermoeden en de overmaking van de identiteit.]2    De politierechtbank van de plaats waar de overtreding, bedoeld in het eerste lid, is gepleegd, is bevoegd.]1   ----------   (1)<W 2018-03-06/04, art. 23, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (2)<W 2018-09-02/16, art. 6, 044; Inwerkingtreding : 12-10-2018>
    Open in Justel ↗
  7. Art. 67ter · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK IVbis. - <Ingevoegd bij W 1996-08-04/95, art. 10, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996> Identificatie van de overtreder.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 67ter.[1 Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt, ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig, behalve wanneer zij diefstal, fraude of overmacht kunnen bewijzen.    De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd. [2 De Koning kan de formaliteiten bepalen die gevolgd dienen te worden bij de overmaking van de identiteit.]2    Indien de persoon die verantwoordelijk is voor voertuig niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de wijze hierboven vermeld, de identiteit van de onmiskenbare bestuurder meedelen.    De rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt als houder van de kentekenplaat of als houder van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichting te voldoen.    De politierechtbank van de plaats waar de overtreding werd gepleegd die aanleiding heeft gegeven tot de toepassing van dit artikel, is bevoegd.    Wanneer de overtreding evenwel werd begaan met een motorvoertuig ingeschreven op naam van een rechtspersoon die de gebruikelijke bestuurder in de Kruispuntbank Voertuigen heeft laten registreren, wordt de gebruikelijke bestuurder gelijkgesteld met de houder van de kentekenplaat en is artikel 67bis van toepassing.]1   ----------   (1)<W 2018-03-06/04, art. 24, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (2)<W 2018-09-02/16, art. 5, 044; Inwerkingtreding : 12-10-2018>
    Open in Justel ↗
  8. Art. 68 · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK V. - VERJARING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 68.<W 1990-07-18/37, art. 35, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3> De strafvordering die het gevolg is van een overtreding van deze wet alsmede van de ter uitvoering ervan vastgestelde besluiten, verjaart door verloop van [1 [3 drie]3 jaar]1 te rekenen van de dag waarop de overtreding is begaan). <W 1999-03-16/34, art. 12, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999> <W 2005-07-20/52, art. 24, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   ----------   (1)<W 2018-03-06/04, art. 25,1°, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (2)<W 2018-03-06/04, art. 25,2°, 042; Inwerkingtreding : 01-07-2018>   (3)<W 2026-05-25/12, art. 42, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
    Open in Justel ↗
  9. Art. 68/1 · Federaal

    Brontekst

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK V. - VERJARING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 68/1.[1 De invordering bedoeld in artikel 65/1, § 3, verjaart door verloop van vijf jaar te rekenen van de dag waarop het bevel tot betalen van rechtswege uitvoerbaar is geworden.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-25/01, art. 46, 038; Inwerkingtreding : 01-07-2017>
    Open in Justel ↗
  10. Art. 68bis · Federaal

    Opheffingsvermelding

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK VI. (...) <W 2005-12-06/45, art. 11, 015 ; Inwerkingtreding : 01-01-2005>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 68bis. (Opgeheven) <W 2005-12-06/45, art. 11, 015 ; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
    Open in Justel ↗
  11. Art. 68ter · Federaal

    Opheffingsvermelding

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK VI. (...) <W 2005-12-06/45, art. 11, 015 ; Inwerkingtreding : 01-01-2005>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 68ter. (Opgeheven) <W 2005-12-06/45, art. 11, 015 ; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
    Open in Justel ↗
  12. Art. 68quater · Federaal

    Opheffingsvermelding

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK VI. (...) <W 2005-12-06/45, art. 11, 015 ; Inwerkingtreding : 01-01-2005>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 68quater. (Opgeheven) <W 2005-12-06/45, art. 11, 015 ; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
    Open in Justel ↗
  13. Art. 68quinquies · Federaal

    Opheffingsvermelding

    TITEL V. <W 2003-02-07/38, art. 28, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > - STRAFVORDERING, BEVEL TOT BETALING EN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING. / HOOFDSTUK VI. (...) <W 2005-12-06/45, art. 11, 015 ; Inwerkingtreding : 01-01-2005>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 68quinquies. (Opgeheven) <W 2005-12-06/45, art. 11, 015 ; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
    Open in Justel ↗
  14. Art. 69 · Federaal

    Brontekst

    TITEL VI. - <Ingevoegd bij W 1990-07-18/37, art. 36, 002; Inwerkingtreding : 01-10-1998> Allerlei bepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 69. <Ingevoegd bij W 1990-07-18/37, art. 36, 002; Inwerkingtreding : 01-10-1998> De Koning bepaalt de nadere regels inzake schrapping van de vermeldingen betreffende de vervallenverklaringen van het recht tot sturen die, krachtens vroegere wettelijke bepalingen, voorkomen op de identiteitskaarten, op de als zodanig geldende bewijzen alsook op de rijbewijzen.
    Open in Justel ↗
  15. Art. 69bis · Federaal

    Brontekst

    TITEL VI. - <Ingevoegd bij W 1990-07-18/37, art. 36, 002; Inwerkingtreding : 01-10-1998> Allerlei bepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 69bis.<Ingevoegd bij W 2003-02-07/38, art. 33; Inwerkingtreding : 01-03-2004> Voor de toepassing van deze wet en, in afwijking van artikel 40 van het Strafwetboek kan de boete, bij gebreke van betaling binnen de termijn van twee maanden na het arrest of het vonnis, indien het op tegenspraak, of te rekenen van de betekening, indien het bij verstek is gewezen, worden vervangen door een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig waarvan de duur zal worden bepaald door het vonnis of het arrest van veroordeling, en die niet langer dan [1 een jaar]1 en niet korter dan acht dagen zal zijn.   ----------   (1)<W 2013-07-15/19, art. 2, 032; Inwerkingtreding : 10-02-2014>
    Open in Justel ↗
  16. Art. 69bis · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL VI. - <Ingevoegd bij W 1990-07-18/37, art. 36, 002; Inwerkingtreding : 01-10-1998> Allerlei bepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 69bis TOEKOMSTIG RECHT.    <Ingevoegd bij W 2003-02-07/38, art. 33; Inwerkingtreding : 01-03-2004> Voor de toepassing van deze wet en, in afwijking van [2 artikel 52]2 van het Strafwetboek kan de boete, bij gebreke van betaling binnen de termijn van twee maanden na het arrest of het vonnis, indien het op tegenspraak, of te rekenen van de betekening, indien het bij verstek is gewezen, worden vervangen door een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig waarvan de duur zal worden bepaald door het vonnis of het arrest van veroordeling, en die niet langer dan [1 een jaar]1 en niet korter dan acht dagen zal zijn.   ----------   (1)<W 2013-07-15/19, art. 2, 032; Inwerkingtreding : 10-02-2014>   (2)<W 2026-05-25/12, art. 43, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  17. Art. 70 · Federaal

    Brontekst

    TITEL VII. - Overgangsbepaling.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 70. <Ingevoegd bij W 1996-08-04/95, art. 11, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996> Tot de goedkeuring of homologatie bedoeld in artikel 62, vierde lid, van deze wet, behouden de materiële bewijsmiddelen opgeleverd door bemande automatisch werkende toestellen die niet goedgekeurd of gehomologeerd zijn, hun waarde van eenvoudige inlichting in het kader van de vaststelling van de overtredingen door processen-verbaal zoals bedoeld in artikel 62, eerste lid, van deze wet.
    Open in Justel ↗