Gratis brononderzoek · Verkeersrecht

Doorzoek de Wegverkeerswet

Zoek op artikelnummer of begrip, zoals snelheidsovertreding, alcohol of rijbewijs. Zoeken en officiële teksten lezen is gratis.

Dit is de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer. De Wegcode en andere verkeersreglementen zijn niet opgenomen.

De bron bevat federale en gewestelijke varianten, opheffingen en teksten met een latere inwerkingtreding. De getoonde variant is geen automatische selectie van het recht dat op uw dossier van toepassing is. Controleer de regio, datum van de feiten en officiële wijzigingswetten.

Broncontrole: 2026-09-28 · Justel: 2026-06-08

Van verkeersartikel naar dossieronderzoek

Koppel verkeersartikelen aan uw dossierfeiten, krijg een analyse met bronverwijzingen en exporteer een memo. Inbegrepen in Pro; een bronvraag kost 1 AI-credit.

Onderzoek uw verkeersvraag in Pro →

Zoekresultaten

177 artikelvarianten

  1. Art. 49bis · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VI. - VERVAL VAN HET RECHT TOT STUREN. / AFDELING III. - BEPALINGEN GEMEEN AAN DE VERVALLENVERKLARING VAN HET RECHT TOT STUREN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 49bis TOEKOMSTIG RECHT. [1 In afwijking van artikel 49 van het Strafwetboek wordt het verval van het recht tot sturen wegens overtreding van deze gecoördineerde wetten en de artikelen 107, 107/1 en 218 van het Strafwetboek enkel uitgesproken en gestraft in de gevallen bij dit hoofdstuk bepaald.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-05-25/12, art. 28, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  2. Art. 50 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VII. - (IMMOBILISERING) EN VERBEURDVERKLARING VAN VOERTUIGEN. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 50.§ 1. De rechter kan tijdelijke (immobilisering) van het voertuig bevelen in alle gevallen waarin tijdelijk verval van het recht tot het besturen van een voertuig als straf wordt uitgesproken [1 ...]1. (immobilisering) mag voor geen langere duur dan die van het tijdelijk verval van het recht tot sturen worden uitgesproken. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   [1 Indien het voertuig geen eigendom is van de dader van het misdrijf, kan de rechter de immobilisering van het voertuig slechts bevelen indien de eigenaar van het voertuig veroordeeld wordt voor een overtreding als bedoeld in de artikelen 32, 37, 2°, 37bis, § 1, 3°, of 49.]1   § 2. Hij kan verbeurdverklaring van het voertuig bevelen wanneer het verval [1 levenslang]1 is of [1 ten minste drie maanden]1 bedraagt, zo het voertuig eigendom is van de dader van het misdrijf.   [1 Indien het voertuig geen eigendom is van de dader van het misdrijf, kan hij niettemin de verbeurdverklaring van het voertuig bevelen indien de eigenaar van het voertuig veroordeeld wordt voor een overtreding zoals bedoeld in de artikelen 32, 37, 2°, 37bis, § 1, 3°, of 49.]1   ----------   (1)<W 2018-09-02/16, art. 3, 044; Inwerkingtreding : 12-10-2018>
    Open in Justel ↗
  3. Art. 51 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VII. - (IMMOBILISERING) EN VERBEURDVERKLARING VAN VOERTUIGEN. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 51.   <Opgeheven bij W 2018-09-02/16, art. 4, 044; Inwerkingtreding : 12-10-2018>
    Open in Justel ↗
  4. Art. 52 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VII. - (IMMOBILISERING) EN VERBEURDVERKLARING VAN VOERTUIGEN. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 52. In afwijking van artikel 43, eerste lid, van het Strafwetboek wordt de verbeurdverklaring van het voertuig wegens overtreding van deze gecoördineerde wetten enkel uitgesproken in de gevallen bij dit hoofdstuk bepaald.
    Open in Justel ↗
  5. Art. 52 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VII. - (IMMOBILISERING) EN VERBEURDVERKLARING VAN VOERTUIGEN. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 52 TOEKOMSTIG RECHT. [1 In afwijking van artikel 53, § 2, 2°, van het Strafwetboek wordt de verbeurdverklaring van het voertuig wegens overtreding van deze gecoördineerde wetten en de artikelen 107 en 218 van het Strafwetboek enkel uitgesproken in de gevallen bij dit hoofdstuk bepaald.]1   ----------   (1)<W 2026-05-25/12, art. 1, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  6. Art. 53 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VII. - (IMMOBILISERING) EN VERBEURDVERKLARING VAN VOERTUIGEN. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 53. <W 2005-07-20/52, art. 13, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006> Bij tijdelijke immobilisering wordt het voertuig geïmmobiliseerd op kosten en risico van de dader van het misdrijf.
    Open in Justel ↗
  7. Art. 54 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VII. - (IMMOBILISERING) EN VERBEURDVERKLARING VAN VOERTUIGEN. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 54. Hij die gebruik maakt of aan een derde toelaat gebruik te maken van een voertuig waarvan hij weet dat de (immobilisering) of de verbeurdverklaring is uitgesproken, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 100 (euro) tot 1.000 (euro) of met een van die straffen alleen. <W 2003-02-07/38, art. 24, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004> <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
    Open in Justel ↗
  8. Art. 54 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VII. - (IMMOBILISERING) EN VERBEURDVERKLARING VAN VOERTUIGEN. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 54 TOEKOMSTIG RECHT. [1 Hij die opzettelijk gebruik maakt of een derde toestaat gebruik te maken van een voertuig waarvan hij weet dat de immobilisering of de verbeurdverklaring is uitgesproken, wordt gestraft met een straf van niveau 1. In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, en artikel 38, negende lid, 1°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 800 euro tot 8000 euro.]1   ----------   (1)<W 2026-05-25/12, art. 1, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  9. Art. 54bis · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VII. - (IMMOBILISERING) EN VERBEURDVERKLARING VAN VOERTUIGEN. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 54bis. <ingevoegd bij W 2005-07-20/52, art. 14, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006> In de door de Koning bepaalde gevallen van parkeerovertredingen kan het voertuig met een wielklem worden geïmmobiliseerd.
    Open in Justel ↗
  10. Art. 55 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VIII. - ONMIDDELLIJKE INTREKKING VAN HET RIJBEWIJS OF VAN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 55.<W 1990-07-18/37, art. 27, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33> [1 § 1.]1 Het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs kan onmiddellijk ingetrokken worden :   1° (in de gevallen bedoeld in de artikelen 60, §§ 3 [1 , 4 en 4bis]1 en 61ter, § 1;) <W 1999-03-16/34, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999>   2° indien de bestuurder de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken;   3° indien het verkeersongeval, dat klaarblijkelijk aan een zware fout van de bestuurder te wijten is, aan een ander ernstige verwondingen of de dood heeft veroorzaakt;   4° indien de bestuurder of de persoon die hem begeleidt met het oog op de scholing, vervallen is verklaard van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van de categorie van het voertuig dat hij gebruikt;   5° (indien de bestuurder een van de speciaal door de Koning aangewezen overtredingen bedoeld in artikel 29 van de tweede, derde of vierde graad heeft begaan of indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 20 kilometer per uur heeft overschreden binnen een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf of erf of indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden;) <W 2005-07-20/52, art. 15, 1°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   (6° indien de bestuurder een overtreding heeft begaan van artikel 62bis.) <W 1996-08-04/95, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996>   [1 7° indien de geldigheid van het rijbewijs van de bestuurder beperkt is tot motorvoertuigen die uitgerust zijn met een alcoholslot en de bestuurder een motorvoertuig bestuurt dat niet uitgerust is met een alcoholslot of niet voldoet aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma.]1   [2 8° indien de bestuurder een overtreding bedoeld in artikel 406, derde lid, van het Strafwetboek heeft begaan.]2   Indien de bestuurder, in de gevallen bedoeld onder 1° of 4°, begeleid wordt met het oog op de scholing, kan het rijbewijs waarvan de begeleider houder is, onmiddellijk ingetrokken worden.   Onmiddellijke intrekking wordt bevolen door de procureur des Konings, (...). Onmiddellijke intrekking kan echter alleen door de procureur-generaal bij het hof van beroep (...) worden gelast indien de feiten tot de bevoegdheid van (dit hof behoort). <W 2005-07-20/52, art. 15, 2°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   [1 § 2. In afwijking van de vorige paragraaf, kan tevens indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 20 kilometer per uur heeft overschreden binnen een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf of erf of indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden of in het geval bedoeld in artikel 60, § 3, en 61ter, § 1, de onmiddellijke intrekking worden bevolen door de officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.    De officier van gerechtelijke politie deelt de betrokkene mee dat hij, overeenkomstig artikel 56, de mogelijkheid heeft de procureur des Konings of in voorkomend geval de procureur-generaal, de teruggave van zijn rijbewijs te vragen.    De officier van gerechtelijke politie bezorgt onmiddellijk het proces-verbaal van zijn beslissing aan het openbaar ministerie, met de eventuele vermelding van de verklaringen van de houder van het rijbewijs.]1   [1 § 3. De bestuurder of de persoon die hem begeleidt, bedoeld in de bepalingen van paragraaf 1, eerste lid, 1°, of tweede lid, is gehouden zijn rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs in te leveren op verzoek van de politie, na vordering van de procureur des Konings of in voorkomend geval van de procureur-generaal die de intrekking heeft bevolen of in het geval bedoeld in paragraaf 2, na de beslissing van de officier van gerechtelijke politie. Doet hij dit niet, dan kan het bevoegd openbaar ministerie de inbeslagneming van het document bevelen.    In het geval bedoeld in paragraaf 1, deelt de politie aan de betrokkene mee welk openbaar ministerie de intrekking van het rijbewijs heeft bevolen.]1   ----------   (1)<W 2014-03-09/16, art. 15, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (2)<W 2018-03-06/04, art. 17, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>
    Open in Justel ↗
  11. Art. 55 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VIII. - ONMIDDELLIJKE INTREKKING VAN HET RIJBEWIJS OF VAN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 55 TOEKOMSTIG RECHT.    <W 1990-07-18/37, art. 27, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33> [1 § 1.]1 Het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs kan onmiddellijk ingetrokken worden :   1° (in de gevallen bedoeld in de artikelen 60, §§ 3 [3 en 4]3 en 61ter, § 1;) <W 1999-03-16/34, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999>   2° indien de bestuurder de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken;   3° [5 indien een doding of een integriteitsaantasting van de tweede of derde graad dat klaarblijkelijk aan een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het deelnemen aan het verkeer te wijten is]5;   4° indien de bestuurder of de persoon die hem begeleidt met het oog op de scholing, vervallen is verklaard van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van de categorie van het voertuig dat hij gebruikt;   5° (indien de bestuurder een van de speciaal door de Koning aangewezen overtredingen bedoeld in artikel 29 van de tweede, derde of vierde graad heeft begaan of indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 20 kilometer per uur heeft overschreden binnen een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf of erf of indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden;) <W 2005-07-20/52, art. 15, 1°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   (6° indien de bestuurder een overtreding heeft begaan van artikel 62bis.) <W 1996-08-04/95, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996>   [1 7° indien de geldigheid van het rijbewijs van de bestuurder beperkt is tot motorvoertuigen die uitgerust zijn met een alcoholslot en de bestuurder een motorvoertuig bestuurt dat niet uitgerust is met een alcoholslot of niet voldoet aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma.]1   [2 8° indien de bestuurder een overtreding bedoeld in [5 de artikelen 317 tot 321]5, van het Strafwetboek heeft begaan]2;   [5 9° indien lastens de bestuurder een schorsing van het recht tot sturen geldt overeenkomstig artikel 65/1, § 10]5.   Indien de bestuurder, in de gevallen bedoeld onder 1° of 4°, begeleid wordt met het oog op de scholing, kan het rijbewijs waarvan de begeleider houder is, onmiddellijk ingetrokken worden.   Onmiddellijke intrekking wordt bevolen door de procureur des Konings, (...). Onmiddellijke intrekking kan echter alleen door de procureur-generaal bij het hof van beroep (...) worden gelast indien de feiten tot de bevoegdheid van (dit hof behoort). <W 2005-07-20/52, art. 15, 2°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   [1 § 2. In afwijking van de vorige paragraaf, kan tevens indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 20 kilometer per uur heeft overschreden binnen een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf of erf of indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden of in het geval bedoeld in artikel 60, § 3, en 61ter, § 1, de onmiddellijke intrekking worden bevolen door de officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.    De officier van gerechtelijke politie deelt de betrokkene mee dat hij, overeenkomstig artikel 56, de mogelijkheid heeft de procureur des Konings of in voorkomend geval de procureur-generaal, de teruggave van zijn rijbewijs te vragen.    De officier van gerechtelijke politie bezorgt onmiddellijk het proces-verbaal van zijn beslissing aan het openbaar ministerie, met de eventuele vermelding van de verklaringen van de houder van het rijbewijs.]1   [1 § 3. De bestuurder of de [4 in paragraaf 1, eerste lid, 1°, of tweede lid, bedoelde persoon die hem begeleidt]4, is gehouden zijn rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs in te leveren op verzoek van de politie, na vordering van de procureur des Konings of in voorkomend geval van de procureur-generaal die de intrekking heeft bevolen of in het geval bedoeld in paragraaf 2, na de beslissing van de officier van gerechtelijke politie. Doet hij dit niet, dan kan het bevoegd openbaar ministerie de inbeslagneming van het document bevelen.    In het geval bedoeld in paragraaf 1, deelt de politie aan de betrokkene mee welk openbaar ministerie de intrekking van het rijbewijs heeft bevolen.]1   ----------   (1)<W 2014-03-09/16, art. 15, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (2)<W 2018-03-06/04, art. 17, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (3)<W 2026-05-25/12, art. 31,1°,5°, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>   (4)<W 2026-05-25/12, art. 31,1°,5°, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>   (5)<W 2026-05-25/12, art. 31,2°-3°, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  12. Art. 55bis · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VIII. - ONMIDDELLIJKE INTREKKING VAN HET RIJBEWIJS OF VAN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 55bis.<ingevoegd bij W 2005-07-20/52, art. 16 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006> § 1. De procureur des Konings kan een beschikking tot verlenging van de intrekking met ten hoogste drie maanden vorderen voor de politierechtbank.   Tussen de datum van de dagvaarding en de datum van verschijning moet een termijn van ten minste zeven dagen gelaten worden.   Artikel 146, tweede en derde lid, van het Wetboek van strafvordering is van toepassing.   Onverminderd de wettelijke bepalingen bevat de dagvaarding tevens een opgave van de feiten die de gedaagde in die stand van het onderzoek ten laste worden gelegd.   § 2. De politierechtbank doet uitspraak in openbare terechtzitting binnen vijftien dagen na de beslissing tot intrekking [1 ...]1.   De beschikking tot verlenging van de intrekking vermeldt nauwkeurig, maar op een wijze die beknopt mag zijn, de feiten die de gedaagde in die stand van het onderzoek ten laste worden gelegd en de redenen waarom de rechter de intrekking [1 ...]1 verlengt.   De beslissing over de kosten wordt aangehouden teneinde er over te beslissen overeenkomstig artikel 162 van het Wetboek van strafvordering.   Tegen deze beschikking tot verlenging van de intrekking is enkel verzet mogelijk overeenkomstig artikel 187, eerste tot vierde lid, van het Wetboek van strafvordering.   Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing tot intrekking niet.   § 3. De politierechter belast met de behandeling ten gronde, is niet gebonden door de omschrijving van de feiten zoals weerhouden naar aanleiding van de aflevering van de beschikking tot verlenging van de intrekking.   § 4. In afwijking van § 1 kan de procureur des Konings of, bij delegatie, een officier van gerechtelijke politie, op het ogenblik van de intrekking, de dader van de overtreding oproepen om te verschijnen voor de politierechtbank of de correctionele rechtbank binnen een termijn van vijftien dagen.   Hij stelt hem in kennis van de beslissing een beschikking tot verlenging van de intrekking te vorderen, geeft een opgave van de feiten die hem ten laste worden gelegd alsook de plaats, de dag en het uur van de zitting van de politierechtbank en deelt hem mede dat hij het recht heeft een advocaat te kiezen.   Deze kennisgeving en mededeling worden in een proces-verbaal vermeld, waarvan hem onmiddellijk een kopie wordt overhandigd.   Deze kennisgeving geldt als dagvaarding om voor de politierechtbank te verschijnen.   § 5. De procureur des Konings kan ten laste van de dader van de overtreding een beschikking tot hernieuwing van de verlenging met ten hoogste drie maanden vorderen bij de politierechtbank.   Hij dagvaardt de betrokkene overeenkomstig § 1 ten laatste vijftien dagen vóór het verstrijken van de termijn van de aanvankelijke beschikking.   § 6. De politierechtbank doet in openbare terechtzitting uitspraak overeenkomstig §§ 2 en 3 vóór het verstrijken van de aanvankelijke beschikking tot verlenging.   § 7. In afwijking van § 6 en op voorwaarde dat de procureur des Konings voor diezelfde zitting ten gronde heeft gedagvaard, kan de politierechtbank onmiddellijk kennis nemen van de grond van de zaak.   ----------   (1)<W 2016-03-02/07, art. 3, 036; Inwerkingtreding : 02-06-2016>
    Open in Justel ↗
  13. Art. 56 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VIII. - ONMIDDELLIJKE INTREKKING VAN HET RIJBEWIJS OF VAN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 56.<W 1990-07-18/37, art. 28, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)> Het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs mag door het openbaar ministerie dat de intrekking ervan heeft bevolen [1 of het bevoegde openbaar ministerie ingeval van toepassing van artikel 55, § 2]1, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de houder, teruggegeven worden.   Het moet worden teruggegeven :   1° (na vijftien dagen, behalve indien de politierechtbank de termijn heeft verlengd;) <W 2005-07-20/52, art. 17, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   (2° na het verstrijken van de door de politierechtbank verlengde termijn;) <W 2005-07-20/52, art. 17, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   (3°) indien de rechter geen verval van het recht tot sturen uitspreekt; <W 2005-07-20/52, art. 17, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   (4°) indien de [2 rijbewijshouder]2 die niet voldoet aan de door de Koning bepaalde voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te kunnen verkrijgen, het grondgebied verlaat. <W 2005-07-20/52, art. 17, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   ----------   (1)<W 2014-03-09/16, art. 16, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (2)<W 2018-03-06/04, art. 18, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>
    Open in Justel ↗
  14. Art. 57 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VIII. - ONMIDDELLIJKE INTREKKING VAN HET RIJBEWIJS OF VAN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 57.[2 In het geval van verval van het recht tot sturen, worden het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs op de door de Koning bepaalde plaats ingeleverd opdat er zou worden gehandeld overeenkomstig de krachtens artikel 46 vastgestelde regels.]2   Indien tijdelijk verval van het recht tot sturen is uitgesproken, wordt de tijd gedurende welke het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs met toepassing van [1 artikel 55, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 3° en 5°, en § 2]1, is ingetrokken, op de duur van het verval aangerekend met uitzondering van de perioden van hechtenis door de veroordeelde ondergaan gedurende die tijd.   ----------   (1)<W 2014-03-09/16, art. 17, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (2)<W 2024-05-16/38, art. 8, 062; Inwerkingtreding : 01-01-2026>
    Open in Justel ↗
  15. Art. 58 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VIII. - ONMIDDELLIJKE INTREKKING VAN HET RIJBEWIJS OF VAN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 58.Overtreding van de bepalingen van [2 artikel 55, § 3, eerste lid]2, wordt gestraft met gevangenisstraf van een dag tot een maand en met geldboete van 10 (euro) tot 500 (euro) of met een van die straffen alleen. <W 09-07-1976, art. 25; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))> <W 2003-02-07/38, art. 26, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   In geval van verzachtende omstandigheden kan de geldboete verminderd worden, zonder dat ze minder dan 1 (euro) mag bedragen. <W 2003-02-07/38, art. 26, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   De straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen [1 drie jaar]1 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gedaan.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 12, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 18, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
    Open in Justel ↗
  16. Art. 58 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VIII. - ONMIDDELLIJKE INTREKKING VAN HET RIJBEWIJS OF VAN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 58 TOEKOMSTIG RECHT. [1 Overtreding van de bepalingen van artikel 55, § 3, eerste lid, wordt gestraft met een straf van niveau 1. In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 80 euro tot 4000 euro.    De geldboete wordt verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis met toepassing van dit artikel dat in kracht van gewijsde is gegaan.]1   ----------   (1)<W 2026-05-25/12, art. 1, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  17. Art. 58bis · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VIIIbis. - De (immobilisering) van een voertuig als beveiligingsmaatregel. <Ingevoegd W 2003-02-07/38, art. 27; Inwerkingtreding : 01-03-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 58bis.<Ingevoegd W 2003-02-07/38, art. 27; Inwerkingtreding : 01-03-2004> § 1. De (immobilisering) van het voertuig als beveiligingsmaatregel kan worden bevolen in de gevallen bedoeld (in artikel 30, §§ 1 tot 3), en in artikel 48 [1 ...]1. <W 2005-07-20/52, art. 19, 1°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006> <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   De (immobilisering) als beveiligingsmaatregel wordt bevolen door de in [1 artikel 55, § 1, derde lid]1 bedoelde personen. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   [1 Ingeval de officier van gerechtelijke politie toepassing maakt van artikel 55, § 2, kan hij eveneens de immobilisering van het voertuig als beveiligingsmaatregel bevelen.]1   § 2. Het voertuig wordt (geïmmobiliseerd) op kosten en op risico van de overtreder. <W 2005-07-20/52, art. 19, 2°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   Indien de eigenaar van het voertuig niet de overtreder is, kan hij het zonder kosten terugkrijgen. De kosten en de risico's zijn ten laste van de overtreder.   § 3. De (immobilisering) als beveiligingsmaatregel wordt beëindigd door de personen die de (immobilisering) hebben bevolen, [1 of ingeval van toepassing van artikel 55, § 2, door de procureur des Konings of de procureur-generaal, bedoeld in artikel 55, § 2, tweede lid]1 hetzij ambtshalve, [2 hetzij op verzoek van de overtreder, hetzij - indien deze niet de overtreder is - op verzoek van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die bewijst dat hij de eigenaar is van het voertuig]2. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   De (immobilisering) mag niet langer duren dan tot het tijdstip waarop het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs wordt teruggegeven in de gevallen bedoeld in § 1 of wanneer een rechter het einde van het verval van het recht tot sturen heeft uitgesproken. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   [2 Het verzoek tot opheffing van de immobilisering, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt met redenen omkleed en is gericht aan de procureur des Konings of, in voorkomend geval, de bevoegde procureur-generaal, dewelke een uitspraak doet na uiterlijk vijftien dagen.]2   [2 § 3/1. Indien een verzoek tot opheffing van de immobilisering door de eigenaar van het voertuig, zoals bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, wordt afgewezen, kan de zaak worden aangebracht bij de politierechtbank die territoriaal bevoegd is voor de plaats waar het voertuig geïmmobiliseerd werd, binnen vijftien dagen na de kennisgeving van de beslissing aan de verzoeker.    De zaak wordt aangebracht middels het toezenden aan of het neerleggen op de griffie van de politierechtbank van een verzoekschrift dat wordt ingeschreven in het daartoe bestemde register.    Indien een officier van gerechtelijke politie de immobilisatie heeft bevolen, bezorgt hij onmiddellijk de stukken aan de procureur des Konings. De procureur des Konings legt de stukken ter griffie neer.    De politierechtbank doet uitspraak binnen vijftien dagen na de neerlegging van de verklaring. Deze termijn is geschorst tijdens de duur van het uitstel verleend op vraag van de verzoeker of van zijn advocaat.    De griffier stelt de verzoeker en zijn advocaat per faxpost of bij een ter post aangetekende brief, uiterlijk achtenveertig uur vooraf, in kennis van de plaats, de dag en het uur van de zitting.    De procureur des Konings, de verzoeker en zijn advocaat worden gehoord.    De verzoeker die in het ongelijk wordt gesteld, kan veroordeeld worden tot de betaling van de kosten.    De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden vooraleer een termijn van drie maanden is verstreken, te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.]2   § 4. Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 100 euro tot 1 000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft hij die gebruik maakt of aan een derde toelaat gebruik te maken van een voertuig waarvan hij weet dat de (immobilisering) als beveiligingsmaatregel is bevolen. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   ----------   (1)<W 2014-03-09/16, art. 19, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (2)<W 2022-12-06/08, art. 2, 056; Inwerkingtreding : 01-02-2023>
    Open in Justel ↗
  18. Art. 58bis · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VIIIbis. - De (immobilisering) van een voertuig als beveiligingsmaatregel. <Ingevoegd W 2003-02-07/38, art. 27; Inwerkingtreding : 01-03-2004>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 58bis TOEKOMSTIG RECHT.    <Ingevoegd W 2003-02-07/38, art. 27; Inwerkingtreding : 01-03-2004> § 1. De (immobilisering) van het voertuig als beveiligingsmaatregel kan worden bevolen in de gevallen bedoeld (in artikel 30, §§ 1 tot 3), en in artikel 48 [1 ...]1. <W 2005-07-20/52, art. 19, 1°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006> <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   De (immobilisering) als beveiligingsmaatregel wordt bevolen door de in [1 artikel 55, § 1, derde lid]1 bedoelde personen. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   [1 Ingeval de officier van gerechtelijke politie toepassing maakt van artikel 55, § 2, kan hij eveneens de immobilisering van het voertuig als beveiligingsmaatregel bevelen.]1   § 2. Het voertuig wordt (geïmmobiliseerd) op kosten en op risico van de overtreder. <W 2005-07-20/52, art. 19, 2°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   Indien de eigenaar van het voertuig niet de overtreder is, kan hij het zonder kosten terugkrijgen. De kosten en de risico's zijn ten laste van de overtreder.   § 3. De (immobilisering) als beveiligingsmaatregel wordt beëindigd door de personen die de (immobilisering) hebben bevolen, [1 of ingeval van toepassing van artikel 55, § 2, door de procureur des Konings of de procureur-generaal, bedoeld in artikel 55, § 2, tweede lid]1 hetzij ambtshalve, [2 hetzij op verzoek van de overtreder, hetzij - indien deze niet de overtreder is - op verzoek van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die bewijst dat hij de eigenaar is van het voertuig]2. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   De (immobilisering) mag niet langer duren dan tot het tijdstip waarop het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs wordt teruggegeven in de gevallen bedoeld in § 1 of wanneer een rechter het einde van het verval van het recht tot sturen heeft uitgesproken. <W 2005-07-20/52, art. 20, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   [2 Het verzoek tot opheffing van de immobilisering, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt met redenen omkleed en is gericht aan de procureur des Konings of, in voorkomend geval, de bevoegde procureur-generaal, [3 die uitspraak doet binnen vijftien dagen volgend op de dag van ontvangst van het verzoek]3.]2   [2 § 3/1. [3 § 3/1. Indien een verzoek tot opheffing van de immobilisering door de eigenaar van het voertuig, zoals bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, wordt afgewezen, kan de zaak in eerste en laatste aanleg worden aangebracht bij de politierechtbank die territoriaal bevoegd is voor de plaats waar het voertuig geïmmobiliseerd werd, binnen vijftien dagen na de kennisgeving van de beslissing aan de verzoeker.    De zaak wordt aangebracht middels het toezenden aan of het neerleggen op de griffie van de politierechtbank van een verzoekschrift dat wordt ingeschreven in het daartoe bestemde register.    Op straffe van nietigheid vermeldt het verzoekschrift:    1° de naam, de voornaam en de woonplaats van de partij die het verzoek indient;    2° het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer;    3° het feit dat het gaat om een verzoek van de eigenaar of overtreder tegen een afgewezen verzoek tot opheffing van de immobilisering van een voertuig;    4° de redenen van het verzoek.    Het verzoekschrift houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats niet heeft.    De politierechtbank doet uitspraak binnen vijftien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift. Deze termijn is geschorst tijdens de duur van het uitstel verleend op vraag van de verzoeker of van zijn advocaat.    De griffier stelt de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn advocaat per gerechtsbrief, per aangetekende zending of overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek uiterlijk achtenveertig uur vooraf in kennis van de plaats, de dag en het uur van de zitting. De griffier zendt een kopie van het verzoekschrift over aan de procureur des Konings en deelt hem de datum van de zitting mee.    De procureur des Konings, de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn advocaat worden gehoord.    De verzoeker die in het ongelijk wordt gesteld, kan veroordeeld worden tot de betaling van de kosten.    De bij verstek veroordeelde kan tegen het vonnis in verzet komen overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 187 van het Wetboek van Strafvordering.    De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden vooraleer een termijn van drie maanden is verstreken, te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp]3.   § 4. [3 Hij die opzettelijk gebruik maakt of aan een derde toelaat gebruik te maken van een voertuig waarvan hij weet dat de immobilisering als beveiligingsmaatregel is bevolen, wordt gestraft met een straf van niveau 1. In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, en artikel 38, negende lid, 1°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 800 euro tot 8000 euro.]3   ----------   (1)<W 2014-03-09/16, art. 19, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (2)<W 2022-12-06/08, art. 2, 056; Inwerkingtreding : 01-02-2023>   (3)<W 2026-05-25/12, art. 33, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  19. Art. 59 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK IX. - (Alcoholopname : ademtest, ademanalyse en tijdelijk ((rijverbod.)) <W 1990-07-18/37, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3> <W 1999-03-16/34, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 59.<W 1990-07-18/37, art. 30, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33> § 1. De officieren van gerechtelijke politie die hulpofficier zijn van de procureur des Konings (...), (het personeel van het operationeel kader van de federale en lokale politie) kunnen een ademtest opleggen die erin bestaat te blazen in een toestel dat het niveau van de alcoholopname in de uitgeademde alveolaire lucht aangeeft : <W 2005-07-20/52, art. 21, 1° en 2°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   1° aan de vermoedelijke dader van een verkeersongeval of aan ieder die het mede heeft kunnen veroorzaken, zelfs indien hij het slachtoffer ervan is;   2° aan ieder die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing;   3° aan ieder die (op het punt staat) om op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te besturen [1 of op het punt staat een bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing]1.    [2 § 1/1. Voorafgaand aan de ademtest bedoeld in § 1, aan de ademanalyse bedoeld in § 2 of aan de bloedproef bedoeld in artikel 63, § 1, mogen de overheidsagenten bedoeld in § 1, in dezelfde omstandigheden, een toestel gebruiken bestemd voor het detecteren van de aanwezigheid van alcohol bij de in § 1, 1°, 2° en 3° bedoelde personen. Dit ontslaat deze personen niet van de andere verplichtingen die hen overeenkomstig artikel 59 worden opgelegd.]2   § 2. De overheidsagenten bedoeld in § 1 kunnen in dezelfde omstandigheden, zonder voorafgaande ademtest, een ademanalyse opleggen, die erin bestaat te blazen in een toestel dat de alcoholconcentratie in de uitgeademde alveolaire lucht meet.   § 3. Op verzoek van de in § 1, 1° en 2°, bedoelde personen aan wie een ademanalyse werd opgelegd, wordt onmiddellijk een tweede analyse uitgevoerd en, indien het verschil tussen deze twee resultaten meer bedraagt dan de door de Koning bepaalde nauwkeurigheidsvoorschriften, een derde analyse.   Indien het eventuele verschil tussen twee van deze resultaten niet meer bedraagt dan de hierboven bepaalde nauwkeurigheidsvoorschriften, wordt het laagste resultaat in aanmerking genomen.   Indien het verschil groter is, wordt de ademanalyse als niet uitgevoerd beschouwd.   § 4. De toestellen gebruikt voor de ademtest en voor de ademanalyse moeten gehomologeerd zijn, op kosten van de fabrikanten, invoerders of verdelers die de homologatie aanvragen, overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Koning die bovendien bijzondere gebruiksmodaliteiten van deze toestellen kan vaststellen.   ----------   (1)<W 2009-07-31/37, art. 3, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 20, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
    Open in Justel ↗
  20. Art. 59 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK IX. - (Alcoholopname : ademtest, ademanalyse en tijdelijk ((rijverbod.)) <W 1990-07-18/37, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3> <W 1999-03-16/34, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 59 TOEKOMSTIG RECHT.    <W 1990-07-18/37, art. 30, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33> § 1. De officieren van gerechtelijke politie die hulpofficier zijn van de procureur des Konings (...), (het personeel van het operationeel kader van de federale en lokale politie) kunnen een ademtest opleggen die erin bestaat te blazen in een toestel dat het niveau van de alcoholopname in de uitgeademde alveolaire lucht aangeeft : <W 2005-07-20/52, art. 21, 1° en 2°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   1° aan de vermoedelijke dader van een verkeersongeval [3 of voor een doding of een integriteitsaantasting in het kader van het deelnemen aan het verkeer]3 of aan ieder die het mede heeft kunnen veroorzaken, zelfs indien hij het slachtoffer ervan is;   2° aan ieder die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing;   3° aan ieder die (op het punt staat) om op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te besturen [1 of op het punt staat een bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing]1.    [2 § 1/1. Voorafgaand aan de ademtest bedoeld in § 1, aan de ademanalyse bedoeld in § 2 of aan de bloedproef bedoeld in artikel 63, § 1, mogen de overheidsagenten bedoeld in § 1, in dezelfde omstandigheden, een toestel gebruiken bestemd voor het detecteren van de aanwezigheid van alcohol bij de in § 1, 1°, 2° en 3° bedoelde personen. Dit ontslaat deze personen niet van de andere verplichtingen die hen overeenkomstig artikel 59 worden opgelegd.]2   § 2. De overheidsagenten bedoeld in § 1 kunnen in dezelfde omstandigheden, zonder voorafgaande ademtest, een ademanalyse opleggen, die erin bestaat te blazen in een toestel dat de alcoholconcentratie in de uitgeademde alveolaire lucht meet.   § 3. Op verzoek van de in § 1, 1° en 2°, bedoelde personen aan wie een ademanalyse werd opgelegd, wordt onmiddellijk een tweede analyse uitgevoerd en, indien het verschil tussen deze twee resultaten meer bedraagt dan de door de Koning bepaalde nauwkeurigheidsvoorschriften, een derde analyse.   Indien het eventuele verschil tussen twee van deze resultaten niet meer bedraagt dan de hierboven bepaalde nauwkeurigheidsvoorschriften, wordt het laagste resultaat in aanmerking genomen.   Indien het verschil groter is, wordt de ademanalyse als niet uitgevoerd beschouwd.   § 4. De toestellen gebruikt voor de ademtest en voor de ademanalyse moeten gehomologeerd zijn, op kosten van de fabrikanten, invoerders of verdelers die de homologatie aanvragen, overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Koning die bovendien bijzondere gebruiksmodaliteiten van deze toestellen kan vaststellen.   ----------   (1)<W 2009-07-31/37, art. 3, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 20, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (3)<W 2026-05-25/12, art. 34, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗