TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VIII. - ONMIDDELLIJKE INTREKKING VAN HET RIJBEWIJS OF VAN DE LEERVERGUNNING.
Lees de volledige brontekst
Art. 55 TOEKOMSTIG RECHT.
<W 1990-07-18/37, art. 27, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33> [1 § 1.]1 Het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs kan onmiddellijk ingetrokken worden :
1° (in de gevallen bedoeld in de artikelen 60, §§ 3 [3 en 4]3 en 61ter, § 1;) <W 1999-03-16/34, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999>
2° indien de bestuurder de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken;
3° [5 indien een doding of een integriteitsaantasting van de tweede of derde graad dat klaarblijkelijk aan een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het deelnemen aan het verkeer te wijten is]5;
4° indien de bestuurder of de persoon die hem begeleidt met het oog op de scholing, vervallen is verklaard van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van de categorie van het voertuig dat hij gebruikt;
5° (indien de bestuurder een van de speciaal door de Koning aangewezen overtredingen bedoeld in artikel 29 van de tweede, derde of vierde graad heeft begaan of indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 20 kilometer per uur heeft overschreden binnen een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf of erf of indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden;) <W 2005-07-20/52, art. 15, 1°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
(6° indien de bestuurder een overtreding heeft begaan van artikel 62bis.) <W 1996-08-04/95, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996>
[1 7° indien de geldigheid van het rijbewijs van de bestuurder beperkt is tot motorvoertuigen die uitgerust zijn met een alcoholslot en de bestuurder een motorvoertuig bestuurt dat niet uitgerust is met een alcoholslot of niet voldoet aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma.]1
[2 8° indien de bestuurder een overtreding bedoeld in [5 de artikelen 317 tot 321]5, van het Strafwetboek heeft begaan]2;
[5 9° indien lastens de bestuurder een schorsing van het recht tot sturen geldt overeenkomstig artikel 65/1, § 10]5.
Indien de bestuurder, in de gevallen bedoeld onder 1° of 4°, begeleid wordt met het oog op de scholing, kan het rijbewijs waarvan de begeleider houder is, onmiddellijk ingetrokken worden.
Onmiddellijke intrekking wordt bevolen door de procureur des Konings, (...). Onmiddellijke intrekking kan echter alleen door de procureur-generaal bij het hof van beroep (...) worden gelast indien de feiten tot de bevoegdheid van (dit hof behoort). <W 2005-07-20/52, art. 15, 2°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
[1 § 2. In afwijking van de vorige paragraaf, kan tevens indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 20 kilometer per uur heeft overschreden binnen een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf of erf of indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden of in het geval bedoeld in artikel 60, § 3, en 61ter, § 1, de onmiddellijke intrekking worden bevolen door de officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.
De officier van gerechtelijke politie deelt de betrokkene mee dat hij, overeenkomstig artikel 56, de mogelijkheid heeft de procureur des Konings of in voorkomend geval de procureur-generaal, de teruggave van zijn rijbewijs te vragen.
De officier van gerechtelijke politie bezorgt onmiddellijk het proces-verbaal van zijn beslissing aan het openbaar ministerie, met de eventuele vermelding van de verklaringen van de houder van het rijbewijs.]1
[1 § 3. De bestuurder of de [4 in paragraaf 1, eerste lid, 1°, of tweede lid, bedoelde persoon die hem begeleidt]4, is gehouden zijn rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs in te leveren op verzoek van de politie, na vordering van de procureur des Konings of in voorkomend geval van de procureur-generaal die de intrekking heeft bevolen of in het geval bedoeld in paragraaf 2, na de beslissing van de officier van gerechtelijke politie. Doet hij dit niet, dan kan het bevoegd openbaar ministerie de inbeslagneming van het document bevelen.
In het geval bedoeld in paragraaf 1, deelt de politie aan de betrokkene mee welk openbaar ministerie de intrekking van het rijbewijs heeft bevolen.]1
----------
(1)<W 2014-03-09/16, art. 15, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
(2)<W 2018-03-06/04, art. 17, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>
(3)<W 2026-05-25/12, art. 31,1°,5°, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
(4)<W 2026-05-25/12, art. 31,1°,5°, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
(5)<W 2026-05-25/12, art. 31,2°-3°, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>