TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VI. - VERVAL VAN HET RECHT TOT STUREN. / AFDELING I. - VERVAL UITGESPROKEN ALS STRAF.
Lees de volledige brontekst
Art. 38 TOEKOMSTIG RECHT.
<W 1990-07-18/37, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3> § 1. De rechter kan het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken :
(1° indien hij veroordeelt wegens overtreding van de artikelen 34, 37, 37bis, § 1, (...)[2 49/1]2 [9 , 62bis, 67bis, tweede lid, tweede zin, of 67ter]9;) <W 2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004> <W 2005-07-20/52, art. 10, 1°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
2° [9 indien hij veroordeelt wegens overtreding van de artikelen 107, 107/1 of 218 van het Strafwetboek]9;
3° (indien hij veroordeelt wegens een van de overtredingen van de tweede of de derde graad, zoals bedoeld in artikel 29, § 1;) <W 2005-07-20/52, art. 10, 2°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
(3°bis indien hij veroordeelt wegens het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid bepaald in de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten, op basis van artikel 29,§ 3, wanneer :
- de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur en hoogstens 40 kilometer per uur overschreden wordt, of :
- de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 20 kilometer per uur en hoogstens 30 kilometer per uur overschreden wordt in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf.) <W 2005-07-20/52, art. 10, 3°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
4° indien hij veroordeelt wegens enige overtreding van deze wet en van de reglementen uitgevaardigd ter uitvoering ervan en de schuldige binnen [1 drie jaar]1 vóór de overtreding driemaal hieromtrent werd veroordeeld;
(5° indien hij veroordeelt wegens overtreding (van de artikelen 30, § 1 of 33, § 1) (, 33, § 3, 1°);) <W 2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004> <W 2005-07-20/52, art. 10, 4°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006> <W 2007-06-04/33, art. 3, 1°, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
De vervallenverklaringen uitgesproken krachtens deze paragraaf bedragen ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar; zij kunnen evenwel uitgesproken worden voor een periode van meer dan vijf jaar [5 of levenslang indien de schuldige veroordeeld wordt voor een inbreuk op artikel [9 107 of 107/1]9 van het Strafwetboek of binnen de drie jaar]5 vóór de overtredingen bedoeld in 1° en 5°, veroordeeld is wegens een van deze overtredingen [3 en voor het geval bedoeld in 4°]3.
(§ 2. Indien de rechter tegelijkertijd veroordeelt wegens een overtreding van artikel [9 107 of 107/1]9 van het Strafwetboek en wegens een overtreding van de artikelen (29, § 1 en § 3), 34, § 2, 35 of 37bis, § 1, van deze gecoördineerde wetten, zal het verval van het recht tot sturen worden uitgesproken voor een duur van ten minste 3 maanden. <W 2005-07-20/52, art. 10, 5°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
Het herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid. [8 De opleiding bedoeld in § 3, 5°, kan ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en het praktisch examen opgelegd worden.]8
Indien hij tegelijkertijd veroordeelt wegens een overtreding van artikel (419) van het Strafwetboek en wegens een overtreding van [9 artikel 36]9, van deze gecoördineerde wetten, zal het verval van het recht tot sturen worden uitgesproken voor een periode van ten minste 1 jaar. <W 2005-07-20/52, art. 10, 5°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
Het herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid. [8 De opleiding bedoeld in § 3, 5°, kan ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en het praktisch examen opgelegd worden.]8
Indien hij tegelijkertijd veroordeelt wegens een overtreding van artikel [9 218]9 van het Strafwetboek en wegens een overtreding van de artikelen 36 of 37bis, § 2, van deze gecoördineerde wetten, zal het verval van het recht tot sturen worden uitgesproken voor een periode van ten minste 6 maanden. <W 2005-07-20/52, art. 10, 5°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
Het herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.) [8 De opleiding bedoeld in § 3, 5°, kan ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en het praktisch examen opgelegd worden.]8 <W2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>
§ 2bis. ([3 Behoudens in geval van artikel 37/1 [5 ...]5 of als hij het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maakt van het slagen voor een of meer van de in § 3 vermelde [8 examens en onderzoeken en/of van het volgen van een opleiding bedoeld in dezelfde paragraaf]8, kan de rechter]3 lastens iedere bestuurder houder van een rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs, bevelen dat het effectief verval enkel wordt uitgevoerd :
- van vrijdag om 20 uur tot zondag om 20 uur;
- van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag.) <W 2005-07-20/52, art. 10, 6°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
§ 3. De rechter kan het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maken van het [8 voldoen aan de hierna vermelde herstelvoorwaarden]8 : <W 2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>
1° een theoretisch (examen); <W 2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>
2° een praktisch (examen); <W 2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : onbepaald >
3° een geneeskundig onderzoek;
4° een psychologisch onderzoek;
(5° [5 een specifieke opleiding]5 bepaald door de Koning.) <W 2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>
[5 ...]5
(§ 4. [5 ...]5
(§ 5. De rechter moet het verval van het recht tot sturen uitspreken en het herstel van het recht tot sturen minstens afhankelijk maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen indien hij veroordeelt wegens een overtreding begaan met een motorvoertuig die tot een verval van het recht tot sturen kan leiden en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B. [8 De opleiding bedoeld in § 3, 5°, kan ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en praktisch examen opgelegd worden]8 [9 hetzij houder is van een als zodanig geldend bewijs]9.
Het eerste lid is niet van toepassing op artikel 38, § 1, 2°, [9 in geval van een integriteitsaantasting bedoeld in artikel 79, 15°, van het Strafwetboek]9.
Het eerste lid is niet van toepassing op de overtredingen van de tweede graad, zoals bedoeld in artikel 29, § 1.) <W 2007-04-21/05, art. 2, 019; Inwerkingtreding : 01-09-2007>
[3 § 6. [6 [7 Behoudens in geval van § 7, moet de rechter]7 het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van ten minste drie maanden uitspreken en het herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid, wanneer de schuldige, na een veroordeling met toepassing van de artikelen 29, § 1, eerste lid, 29, § 3, derde lid, 30, §§ 1, 2 en 3, 33, §§ 1 en 2, 34, § 2, 35, 37, 37bis, § 1, 48, 62bis of artikel 22 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, één van deze bepalingen binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, opnieuw overtreedt.
In geval van herhaling binnen drie jaar na een veroordeling waarin toepassing is gemaakt van het eerste lid, en die in kracht van gewijsde is gegaan voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, bedraagt het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten minste zes maanden en is het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.
In geval van nieuwe herhaling binnen drie jaar na een veroordeling waarin toepassing is gemaakt van het tweede lid of dit lid, en die in kracht van gewijsde is gegaan voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, bedraagt het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten minste negen maanden en is het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.]6]3
[8 Wanneer de huidige paragraaf wordt toegepast kan de opleiding bedoeld in § 3, 5°, ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en het praktisch examen opgelegd worden.]8
[4 § 7. De rechter is niet verplicht om het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uit te spreken en het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van [8 een opleiding en/of]8 examens of onderzoeken, indien de overtreding werd begaan met een voertuig dat niet in aanmerking komt voor de vervallenverklaring [7 of indien de overtreding werd begaan door een voetganger]7.]4
[5 § 8. De [8 opleiding en/of]8 examens en onderzoeken waarvan het herstel in het recht tot sturen afhankelijk wordt gemaakt, bedoeld in dit artikel, zijn niet van toepassing in de volgende gevallen :
1° indien de vervallenverklaarde niet voldoet aan de door de Koning bepaalde voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te kunnen verkrijgen;
2° wanneer een levenslang verval van het recht tot sturen als straf is uitgesproken.]5
----------
(1)<W 2011-12-02/32, art. 11, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>
(2)<W 2014-03-09/16, art. 9, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014 >
(3)<W 2014-03-09/16, art. 9, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>
(4)<W 2017-07-18/12, art. 2, 040; Inwerkingtreding : 01-10-2017>
(5)<W 2018-03-06/04, art. 11, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>
(6)<W 2018-09-02/16, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 12-10-2018>
(7)<W 2019-05-08/17, art. 2, 047; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
(8)<W 2024-05-16/38, art. 5, 062; Inwerkingtreding : 01-01-2026>
(9)<W 2026-05-25/12, art. 20, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
Deze Justel-variant behoudt een verwijzing naar artikel 419. Controleer artikel 20 van de wijzigingswet en de authentieke publicatie afzonderlijk.