Gratis brononderzoek · Verkeersrecht

Doorzoek de Wegverkeerswet

Zoek op artikelnummer of begrip, zoals snelheidsovertreding, alcohol of rijbewijs. Zoeken en officiële teksten lezen is gratis.

Dit is de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer. De Wegcode en andere verkeersreglementen zijn niet opgenomen.

De bron bevat federale en gewestelijke varianten, opheffingen en teksten met een latere inwerkingtreding. De getoonde variant is geen automatische selectie van het recht dat op uw dossier van toepassing is. Controleer de regio, datum van de feiten en officiële wijzigingswetten.

Broncontrole: 2026-09-28 · Justel: 2026-06-08

Van verkeersartikel naar dossieronderzoek

Koppel verkeersartikelen aan uw dossierfeiten, krijg een analyse met bronverwijzingen en exporteer een memo. Inbegrepen in Pro; een bronvraag kost 1 AI-credit.

Onderzoek uw verkeersvraag in Pro →

Zoekresultaten

177 artikelvarianten

  1. Art. 30 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK III. - OVERTREDING VAN DE BEPALINGEN BETREFFENDE HET RIJBEWIJS EN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 30 TOEKOMSTIG RECHT.    [6 Wordt gestraft met een straf van niveau 2:]6   1° een motorvoertuig bestuurt zonder houder te zijn van het rijbewijs vereist voor het besturen van dit voertuig, of van het als zodanig geldend bewijs;   2° [5 een motorvoertuig bestuurt zonder de voorwaarden of de beperkingen, vermeld op het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs, onder meer in de vorm van codes, na te leven, onverminderd de toepassing van eventuele specifieke bepalingen vervat in deze wet;]5   3° een valse verklaring heeft afgelegd om de afgifte van een rijbewijs of van een als zodanig geldend bewijs te bekomen; in dit geval wordt het verkregen document in beslag genomen en de verbeurdverklaring ervan wordt uitgesproken in geval van veroordeling;   4° een motorvoertuig bestuurt terwijl hij lijdt aan een van de lichaamsgebreken of aandoeningen, door de Koning bepaald overeenkomstig artikel 23, § 1, 3°, of indien hij niet voldaan heeft aan het geneeskundig onderzoek, door de Koning opgelegd in de gevallen die Hij bepaalt;   [7 5° een motorvoertuig bestuurt spijts de overeenkomstig artikel 65/1, § 10, lastens hem bevolen schorsing van het recht tot sturen]7.   [6 In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 1600 euro tot 16.000 euro. Bij toepassing van een straf van niveau 1 bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek 1600 euro tot 16.000 euro.]6   § 2. (...) met geldboete van 50 (euro) tot 500 (euro), (...), wordt gestraft hij die : <W 2003-02-07/38, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004> <W 2005-07-20/52, art. 8, 1 °, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   1° een overtreding heeft begaan van de bepalingen door de Koning vastgesteld krachtens artikel 23, § 1, 2° en 4°, hetzij als bestuurder, hetzij als persoon die een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing;   2° met het oog op de scholing in het sturen, een persoon begeleidt die in overtreding is met de bepalingen van 1°;   (§ 3. [6 Met een straf van niveau 2]6, en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of [4 levenslang]4, wordt gestraft hij die een motorvoertuig bestuurt [3 of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing]3 terwijl zijn rijbewijs of het als zodanig geldende bewijs dat vereist is voor het besturen van dat voertuig [3 of voor het begeleiden met het oog op scholing]3 met toepassing van artikel 55 onmiddellijk is ingetrokken [3 of terwijl de onmiddellijke intrekking met toepassing van artikel 55bis is verlengd]3.) <W 2003-02-07/38, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   [6 In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 1600 euro tot 16.000 euro. Bij toepassing van een straf van niveau 1 bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek 1600 euro tot 16.000 euro.]6   (§ 4. [6 De geldboete wordt verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar, te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis met toepassing van paragraaf 1 of 3, dat in kracht van gewijsde is gegaan]6.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 5, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 2, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>   (3)<W 2016-03-02/07, art. 2, 036; Inwerkingtreding : 02-06-2016>   (4)<W 2018-03-06/04, art. 6, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (5)<W 2018-03-06/04, art. 7, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (6)<W 2026-05-25/12, art. 10,1°,3°-6°, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>   (7)<W 2026-05-25/12, art. 10,2°, 063; Inwerkingtreding : onbepaald >
    Open in Justel ↗
  2. Art. 31 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK III. - OVERTREDING VAN DE BEPALINGEN BETREFFENDE HET RIJBEWIJS EN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 31.((...) met geldboete van 10 (euro) tot 500 (euro) (...) wordt gestraft hij die, buiten de in (artikelen 30, 34, §2, 2°, [2 37bis, § 1, 4°]2 en 48) bedoelde gevallen, een motorvoertuig bestuurt zonder het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs vereist voor het besturen van dit voertuig bij zich te hebben of weigert die documenten te vertonen overeenkomstig artikel 22, wanneer hij daarom wordt verzocht). <W 29-02-1984, art. 3> <W 1990-07-18/37, art. 10, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3> <W 2003-02-07/38, art. 10, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   In geval van verzachtende omstandigheden kan de geldboete verminderd worden, zonder dat ze minder dan 1 frank mag bedragen.   De straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen [1 drie jaar]1 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 6, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 3, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
    Open in Justel ↗
  3. Art. 31 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK III. - OVERTREDING VAN DE BEPALINGEN BETREFFENDE HET RIJBEWIJS EN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 31 TOEKOMSTIG RECHT.    ([3 Met een straf van niveau 1]3 (...) wordt gestraft hij die, buiten de in (artikelen 30, 34, §2, 2°, [2 37bis, § 1, 4°]2 en 48) bedoelde gevallen, een motorvoertuig bestuurt zonder het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs vereist voor het besturen van dit voertuig bij zich te hebben of weigert die documenten te vertonen overeenkomstig artikel 22, wanneer hij daarom wordt verzocht). [3 In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 80 euro tot 4000 euro.]3 <W 29-02-1984, art. 3> <W 1990-07-18/37, art. 10, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3> <W 2003-02-07/38, art. 10, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   [3 ...]3.   [3 De geldboete wordt verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar, te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis met toepassing van dit artikel, dat in kracht van gewijsde is gegaan]3.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 6, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 3, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (3)<W 2026-05-25/12, art. 11, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  4. Art. 32 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK III. - OVERTREDING VAN DE BEPALINGEN BETREFFENDE HET RIJBEWIJS EN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 32. <W 09-07-1976, art. 12; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))> Met geldboete van 100 (euro) tot 1.000 (euro) wordt gestraft hij die wetens een motorvoertuig toevertrouwt aan een persoon, die niet voorzien is van het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs vereist voor het besturen van dit voertuig. <W 2003-02-07/38, art. 11, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>
    Open in Justel ↗
  5. Art. 32 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK III. - OVERTREDING VAN DE BEPALINGEN BETREFFENDE HET RIJBEWIJS EN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 32 TOEKOMSTIG RECHT. [1 Met een straf van niveau 1 wordt gestraft, hij die opzettelijk een motorvoertuig toevertrouwt aan een persoon, die niet voorzien is van het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs vereist voor het besturen van dit voertuig.    In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, en van artikel 38, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 800 euro tot 8000 euro.]1   ----------   (1)<W 2026-05-25/12, art. 12, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  6. Art. 33 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK IV. - VLUCHTMISDRIJF.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 33.<W 09-06-1965, art. 3> § 1. Met gevangenisstraf (van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van 200 (euro) tot 2.000 (euro)) of met een van die straffen alleen wordt gestraft <W 1990-07-18/37, art. 12, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>: <W 2003-02-07/38, art. 12, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   1° elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een [3 verkeersongeval]3 op een openbare plaats is geweest,   2° hij die wetend dat hij zelf oorzaak van, dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is.   § 2. [3 Heeft het ongeval voor een ander slagen of verwondingen tot gevolg gehad, dan wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar en met een geldboete van 400 euro tot 5.000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang.]3   [3 Heeft het ongeval voor een ander de dood tot gevolg gehad, dan wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot vier jaar en met een geldboete van 400 euro tot 5000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang.]3   (Het herstel van het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor het theoretisch examen, het praktisch examen en het psychologisch onderzoek bedoeld in artikel 38, § 3, eerste lid.) [4 De opleiding bedoeld in artikel 38, § 3, 5°, kan ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en het praktisch examen opgelegd worden.]4 <W 2007-06-04/34, art. 2, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2009>   (§ 3. 1° Met een gevangenisstraf van een maand tot [3 vier jaar]3 en met een geldboete van 400 euro tot 5 000 euro of met een van deze straffen alleen, wordt hij gestraft die, na een veroordeling met toepassing van artikel 33, § 1 of 33, § 2 [1 binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan]1 een van de bepalingen van artikel 33, § 1 overtreedt.   2° Hij die, na een veroordeling met toepassing van artikel 33, § 1, of 33, § 2, binnen de drie jaar [3 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan]3 artikel 33, § 2, overtreedt wordt gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot [3 acht jaar]3 en met een geldboete van 800 tot 10 000 euro, of met een van deze straffen alleen [2 ...]2.) <W 2007-06-04/33, art. 2, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2009>   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 7, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 4, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>   (3)<W 2018-03-06/04, art. 8, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (4)<W 2024-05-16/38, art. 4, 062; Inwerkingtreding : 01-01-2026>
    Open in Justel ↗
  7. Art. 33 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK IV. - VLUCHTMISDRIJF.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 33 TOEKOMSTIG RECHT.    [5 Wordt gestraft met een straf van niveau 1:]5   1° elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een [3 verkeersongeval]3 op een openbare plaats is geweest,   2° hij die wetend dat hij zelf oorzaak van, dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is.   [5 In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 1600 euro tot 16.000 euro.]5   § 2. [5 Indien er sprake is van integriteitsaantasting in het verkeer zoals bedoeld in artikel 79, 15° tot 17°, van het Strafwetboek, wordt de dader, zelfs indien de feiten niet te wijten zijn aan zijn gebrek aan voorzorg, gestraft met een straf van niveau 2 en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 3200 euro tot 40.000 euro. Ingeval een straf van niveau 1 wordt toegepast bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete, in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, 3200 euro tot 40.000 euro]5.   [5 Indien er sprake is van doding in het verkeer, wordt de dader, zelfs indien de feiten niet te wijten zijn aan zijn gebrek aan voorzorg, gestraft met een straf van niveau 3 en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 6°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 3200 euro tot 40.000 euro. Ingeval een straf van niveau 2 wordt toegepast bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete, in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, 3200 euro tot 40.000 euro. Ingeval een straf van niveau 1 wordt toegepast bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete, in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, 3200 euro tot 40.000 euro]5.   (Het herstel van het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor het theoretisch examen, het praktisch examen en het psychologisch onderzoek bedoeld in artikel 38, § 3, eerste lid.) [4 De opleiding bedoeld in artikel 38, § 3, 5°, kan ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en het praktisch examen opgelegd worden.]4 <W 2007-06-04/34, art. 2, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2009>   (§ 3. 1° [5 Met een straf van niveau 3]5, wordt hij gestraft die, na een veroordeling met toepassing van artikel 33, § 1 of 33, § 2 [1 binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan]1 [5 artikel 33, § 1 of artikel 33, § 2, eerste lid]5 overtreedt. [5 In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 6°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 3200 euro tot 40.000 euro. Ingeval een straf van niveau 2 wordt toegepast bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete, in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, 3200 euro tot 40.000 euro. Ingeval een straf van niveau 1 wordt toegepast bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete, in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, 3200 euro tot 40.000 euro.]5   2° [5 ...]5.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 7, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 4, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>   (3)<W 2018-03-06/04, art. 8, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (4)<W 2024-05-16/38, art. 4, 062; Inwerkingtreding : 01-01-2026>   (5)<W 2026-05-25/12, art. 13, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  8. Art. 34 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK V. - (Alcoholopname en dronkenschap.) <W 1990-07-18/37, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 34.<W 1990-07-18/37, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3> § 1. Met geldboete van 25 (euro) tot 500 (euro) wordt gestraft hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt, of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 gram en minder dan 0,8 gram per liter bloed aangeeft. <W 2003-02-07/38, art. 13, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   [1 Bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis [3 met toepassing van het eerste lid of van artikel 35 of 37bis, § 1,]3 dat in kracht van gewijsde is gegaan worden deze straffen verdubbeld.]1   § 2. (...) met geldboete van 200 (euro) tot 2 000 (euro) (...), wordt gestraft : <W 2003-02-07/38, art. 13, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   1° hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,8 gram per liter bloed aangeeft;   2° hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, gedurende de tijd dat dit hem krachtens artikel 60 verboden is;   3° hij die geweigerd heeft zich te onderwerpen aan de ademtest of aan de ademanalyse, bedoeld in de artikelen 59 en 60, of, zonder wettige reden, geweigerd heeft (de bloedproef bedoeld in artikel 63, § 1, 1° en 2°) te laten nemen; <W 1999-03-16/34, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999>   4° hij die het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is, in de gevallen bedoeld in artikel 61, niet heeft afgegeven, of het ingehouden voertuig of rijdier heeft bestuurd.   [2 § 3. De in de eerste paragraaf bedoelde gehalten van alcoholconcentratie per liter uitgeademde alveolaire lucht zijn respectievelijk ten minste 0,09 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht en, voor wat betreft de alcoholconcentratie per liter bloed, ten minste 0,2 gram en minder dan 0,8 gram per liter bloed, wanneer de bestuurder :    a) een voertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs, of een als zodanig geldend bewijs van de categorie C1, C, C1+E, C+E, D1, D, D1+E of D+E vereist is;    b) personen vervoert met een voertuig van een andere rijbewijscategorie waarvoor dezelfde medische voorschriften gelden als voor de bestuurders bedoeld in a).]2   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 8, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 5, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>   (3)<W 2018-03-06/04, art. 9, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>
    Open in Justel ↗
  9. Art. 34 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK V. - (Alcoholopname en dronkenschap.) <W 1990-07-18/37, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 34 TOEKOMSTIG RECHT.    <W 1990-07-18/37, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3> § 1. [4 Met een straf van niveau 1]4 wordt gestraft hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt, of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 gram en minder dan 0,8 gram per liter bloed aangeeft. [4 In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 200 euro tot 4000 euro.]4 <W 2003-02-07/38, art. 13, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   [1 Bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis [3 met toepassing van het eerste lid of van artikel 35 of 37bis, § 1,]3 dat in kracht van gewijsde is gegaan [4 wordt de geldboete verdubbeld]4.]1   § 2. [4 Met een straf van niveau 1 wordt gestraft:]4   1° hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,8 gram per liter bloed aangeeft;   2° hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, gedurende de tijd dat dit hem krachtens artikel 60 verboden is;   3° hij die [4 opzettelijk]4 geweigerd heeft zich te onderwerpen aan de ademtest of aan de ademanalyse, bedoeld in de artikelen 59 en 60, of, zonder wettige reden, [4 opzettelijk]4 geweigerd heeft (de bloedproef bedoeld in artikel 63, § 1, 1° en 2°) te laten nemen; <W 1999-03-16/34, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 09-04-1999>   4° hij die het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is, in de gevallen bedoeld in artikel 61, niet heeft afgegeven, of het ingehouden voertuig of rijdier heeft bestuurd.   [4 In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 1600 euro tot 16.000 euro.]4   [2 § 3. De in de eerste paragraaf bedoelde gehalten van alcoholconcentratie per liter uitgeademde alveolaire lucht zijn respectievelijk ten minste 0,09 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht en, voor wat betreft de alcoholconcentratie per liter bloed, ten minste 0,2 gram en minder dan 0,8 gram per liter bloed, wanneer de bestuurder :    a) een voertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs, of een als zodanig geldend bewijs van de categorie C1, C, C1+E, C+E, D1, D, D1+E of D+E vereist is;    b) personen vervoert met een voertuig van een andere rijbewijscategorie waarvoor dezelfde medische voorschriften gelden als voor de bestuurders bedoeld in a).]2   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 8, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 5, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>   (3)<W 2018-03-06/04, art. 9, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (4)<W 2026-05-25/12, art. 14, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  10. Art. 35 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK V. - (Alcoholopname en dronkenschap.) <W 1990-07-18/37, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35.<W 2003-02-07/38, art. 14, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004> Met geldboete van 200 euro tot 2 000 euro en met het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste een maand en ten hoogste vijf jaar of [1 levenslang]1, wordt gestraft hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen.   ----------   (1)<W 2018-03-06/04, art. 6, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>
    Open in Justel ↗
  11. Art. 35 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK V. - (Alcoholopname en dronkenschap.) <W 1990-07-18/37, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35 TOEKOMSTIG RECHT.    <W 2003-02-07/38, art. 14, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004> Met [2 een straf van niveau 1]2 en met het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste een maand en ten hoogste vijf jaar of [1 levenslang]1, wordt gestraft hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen.   [2 In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 1600 euro tot 16.000 euro.]2   ----------   (1)<W 2018-03-06/04, art. 6, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (2)<W 2026-05-25/12, art. 15, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  12. Art. 36 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK V. - (Alcoholopname en dronkenschap.) <W 1990-07-18/37, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 36.<W 1990-07-18/37, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33> Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van 400 (euro) tot 5 000 (euro) of met een van die straffen alleen [2 ...]2, wordt gestraft hij die, na een veroordeling met toepassing van artikel 34, § 2 of artikel 35 [1 of artikel 37bis, § 1]1, een van deze bepalingen binnen drie jaar [1 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan]1 opnieuw overtreedt. <W 2003-02-07/38, art. 15, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   In geval van nieuwe herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling, kunnen de hierboven bepaalde gevangenisstraffen en geldboeten worden verdubbeld.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 9, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>
    Open in Justel ↗
  13. Art. 36 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK V. - (Alcoholopname en dronkenschap.) <W 1990-07-18/37, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 36 TOEKOMSTIG RECHT.    <W 1990-07-18/37, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33> [3 Met een straf van niveau 2]3 [2 ...]2, wordt gestraft hij die, na een veroordeling met toepassing van artikel 34, § 2 of artikel 35 [1 of artikel 37bis, § 1]1, een van deze bepalingen binnen drie jaar [1 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan]1 opnieuw overtreedt. [3 In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 3200 euro tot 40.000 euro. Ingeval een straf van niveau 1 wordt toegepast bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete, in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, 3200 euro tot 40.000 euro.]3 <W 2003-02-07/38, art. 15, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   In geval van nieuwe herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling, [3 kan een straf van niveau 3 worden opgelegd]3. [3 In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 6°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 6400 euro tot 80.000 euro. Ingeval een straf van niveau 2 wordt toegepast bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete, in afwijking van artikel 52, paragraaf 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, 6400 euro tot 80.000 euro. Ingeval een straf van niveau 1 wordt toegepast bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete, in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, 6400 euro tot 80.000 euro.]3   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 9, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>   (3)<W 2026-05-25/12, art. 16, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  14. Art. 37 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK V. - (Alcoholopname en dronkenschap.) <W 1990-07-18/37, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37. <W 1990-07-18/37, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33> Met een geldboete van 200 euro tot 2 000 euro), wordt gestraft : <W 2003-02-07/38, art. 16, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   1° hij die een persoon, die duidelijke tekens van strafbare alcoholopname vertoont of die zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35, aanzet of uitdaagt tot het besturen van een voertuig of een rijdier of tot het begeleiden met het oog op de scholing;   2° hij die aan een persoon, die duidelijke tekens van strafbare alcoholopname vertoont of die zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35, een voertuig toevertrouwt om te besturen of om te begeleiden met het oog op de scholing of een rijdier toevertrouwt.
    Open in Justel ↗
  15. Art. 37 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK V. - (Alcoholopname en dronkenschap.) <W 1990-07-18/37, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37 TOEKOMSTIG RECHT.    [1 Met een straf van niveau 1]1, wordt gestraft : <W 2003-02-07/38, art. 16, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   1° hij die [1 opzettelijk]1 een persoon, die duidelijke tekens van strafbare alcoholopname vertoont of die zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35, aanzet of uitdaagt tot het besturen van een voertuig of een rijdier of tot het begeleiden met het oog op de scholing;   2° hij die [1 opzettelijk]1 aan een persoon, die duidelijke tekens van strafbare alcoholopname vertoont of die zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35, een voertuig toevertrouwt om te besturen of om te begeleiden met het oog op de scholing of een rijdier toevertrouwt.   [1 In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 1600 euro tot 16.000 euro.]1   ----------   (1)<W 2026-05-25/12, art. 17, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  16. Art. 37/1 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK V. - (Alcoholopname en dronkenschap.) <W 1990-07-18/37, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37/1. § 1. In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, artikel 35 in geval van dronkenschap of van artikel 36, kan de rechter, indien hij geen definitief verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreekt of geen toepassing maakt van artikel 42, voor een periode van ten minste één jaar en ten hoogste drie jaar of levenslang, de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder beperken tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot, op voorwaarde dat de overtreder als bestuurder voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 61quinquies, § 3, bedoelde omkaderingsprogramma.    In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, indien de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,78 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter bloed aangeeft, beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste lid. Indien de rechter evenwel verkiest om deze sanctie niet op te leggen, motiveert hij dit uitdrukkelijk.    In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 36, indien het gaat om een bestraffing na een veroordeling met toepassing van artikel 34, § 2 indien de ademanalyse telkens een alcoholconcentratie van ten minste 0,50 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse telkens een alcoholconcentratie van ten minste 1,2 gram per liter bloed aangeeft, beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste lid, onverminderd de bepaling van artikel 38, § 6.    § 2. Evenwel kan de rechter, indien hij zijn beslissing motiveert, een of meerdere voertuigcategorieën aanduiden overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Koning krachtens artikel 26, waarvoor hij de geldigheid van het rijbewijs niet beperkt overeenkomstig § 1. De beperkte geldigheid moet wel ten minste betrekking hebben op de voertuigcategorie waarmee de overtreding die aanleiding heeft gegeven tot toepassing van § 1 werd begaan.    § 3. De rechter kan de geldboete verminderen met de volledige of gedeeltelijke kosten van de installatie en het gebruik van een alcoholslot in een voertuig evenals de kosten van het omkaderingsprogramma, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen.    § 4. Met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met een geldboete van 500 euro tot 2000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een periode die ten minste even lang is als de periode waarin de geldigheid van het rijbewijs werd beperkt, wordt gestraft hij die is veroordeeld wegens overtreding van dit artikel en een motorvoertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs vereist is en dat niet uitgerust is met het opgelegde alcoholslot, of die als bestuurder niet voldoet aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma.]1   ----------   (1)<W 2018-03-06/04, art. 10, 042; Inwerkingtreding : 01-07-2018>
    Open in Justel ↗
  17. Art. 37/1 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK V. - (Alcoholopname en dronkenschap.) <W 1990-07-18/37, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37/1 TOEKOMSTIG RECHT.    § 1. In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, artikel 35 in geval van dronkenschap of van artikel 36, kan de rechter, indien hij geen definitief verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreekt of geen toepassing maakt van artikel 42, voor een periode van ten minste één jaar en ten hoogste drie jaar of levenslang, de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder beperken tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot, op voorwaarde dat de overtreder als bestuurder voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 61quinquies, § 3, bedoelde omkaderingsprogramma.    In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, indien de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,78 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter bloed aangeeft, beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste lid. Indien de rechter evenwel verkiest om deze sanctie niet op te leggen, motiveert hij dit uitdrukkelijk.    In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 36, indien het gaat om een bestraffing na een veroordeling met toepassing van artikel 34, § 2 indien de ademanalyse telkens een alcoholconcentratie van ten minste 0,50 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse telkens een alcoholconcentratie van ten minste 1,2 gram per liter bloed aangeeft, beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste lid, onverminderd de bepaling van artikel 38, § 6.    § 2. Evenwel kan de rechter, indien hij zijn beslissing motiveert, een of meerdere voertuigcategorieën aanduiden overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Koning krachtens artikel 26, waarvoor hij de geldigheid van het rijbewijs niet beperkt overeenkomstig § 1. De beperkte geldigheid moet wel ten minste betrekking hebben op de voertuigcategorie waarmee de overtreding die aanleiding heeft gegeven tot toepassing van § 1 werd begaan.    § 3. De rechter kan de geldboete verminderen met de volledige of gedeeltelijke kosten van de installatie en het gebruik van een alcoholslot in een voertuig evenals de kosten van het omkaderingsprogramma, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen.    § 4. [2 Met een straf van niveau 2]2 en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een periode die ten minste even lang is als de periode waarin de geldigheid van het rijbewijs werd beperkt, wordt gestraft hij die is veroordeeld wegens overtreding van dit artikel en een motorvoertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs vereist is en dat niet uitgerust is met het opgelegde alcoholslot, of die als bestuurder niet voldoet aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma.]1 [2 In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 4000 euro tot 16.000 euro. Ingeval een straf van niveau 1 wordt toegepast bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete, in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, 4000 euro tot 16.000 euro.]2   ----------   (1)<W 2018-03-06/04, art. 10, 042; Inwerkingtreding : 01-07-2018>   (2)<W 2026-05-25/12, art. 18, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  18. Art. 37bis · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK Vbis. - <Ingevoegd bij W 1999-03-16/34, art. 3, Inwerkingtreding : 09-04-1999> Andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37bis.[1 § 1. Wordt gestraft met een geldboete van 200 euro tot 2 .000 euro :    1° hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt, of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing, wanneer de speekselanalyse bedoeld in artikel 62ter, § 1, of de bloedanalyse bedoeld in artikel 63, § 2 de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens een van de volgende stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden :    Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)    Amfetamine    Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)    Morfine of 6-acetylmorfine    Cocaïne of benzoylecgonine    en waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in artikel 62ter, § 1, voor de speekselanalyse en in artikel 63, § 2, voor de bloedanalyse;    2° hij die een persoon die duidelijke tekenen vertoont van invloed als gevolg van gebruik van één van de stoffen bedoeld in 1° van deze paragraaf, aanzet of uitdaagt tot het besturen van een voertuig of een rijdier of tot het begeleiden met het oog op de scholing;    3° hij die aan een persoon die duidelijke tekenen vertoont van invloed als gevolg van gebruik van één van de stoffen bedoeld in 1° van deze paragraaf, een voertuig toevertrouwt om het te besturen of om te begeleiden met het oog op de scholing of een rijdier toevertrouwt;    4° hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing gedurende de tijd dat dit hem krachtens artikel 61ter, § 1 en § 2, verboden is;    5° hij die, zonder wettige reden, geweigerd heeft zich te onderwerpen :    - aan de speekseltest bedoeld in artikel 61bis, § 2, 2°,    - aan de speekselanalyse bedoeld in 62ter, § 1 of aan de bloedproef bedoeld in artikel 63, § 2;    6° hij die het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is, in het geval bedoeld in artikel 61quater, niet heeft afgegeven, of het ingehouden voertuig of rijdier heeft bestuurd.    § 2. Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van 400 euro tot 5.000 euro of met een van die straffen alleen, [3 ...]3 wordt gestraft hij die, na een veroordeling met toepassing van een bepaling van § 1 [2 of van artikel 34, § 2 of artikel 35]2, deze bepaling binnen drie jaar [2 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan]2 opnieuw overtreedt. In geval van een nieuwe herhaling binnen de drie jaar na de tweede veroordeling kunnen de hierboven bepaalde gevangenisstraffen en geldboetes worden verdubbeld.]1   ----------   (1)<W 2009-07-31/37, art. 2, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>   (2)<W 2011-12-02/32, art. 10, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (3)<W 2014-03-09/16, art. 8, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>
    Open in Justel ↗
  19. Art. 37bis · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK Vbis. - <Ingevoegd bij W 1999-03-16/34, art. 3, Inwerkingtreding : 09-04-1999> Andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37bis TOEKOMSTIG RECHT.    [1 § 1. Wordt gestraft met [4 een straf van niveau 1]4 :    1° hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt, of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing, wanneer de speekselanalyse bedoeld in artikel 62ter, § 1, of de bloedanalyse bedoeld in artikel 63, § 2 de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens een van de volgende stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden :    Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)    Amfetamine    Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)    Morfine of 6-acetylmorfine    Cocaïne of benzoylecgonine [5 Ketamine]5    en waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in artikel 62ter, § 1, voor de speekselanalyse en in artikel 63, § 2, voor de bloedanalyse;    2° hij die een persoon die duidelijke tekenen vertoont van invloed als gevolg van gebruik van één van de stoffen bedoeld in 1° van deze paragraaf, aanzet of uitdaagt tot het besturen van een voertuig of een rijdier of tot het begeleiden met het oog op de scholing;    3° hij die aan een persoon die duidelijke tekenen vertoont van invloed als gevolg van gebruik van één van de stoffen bedoeld in 1° van deze paragraaf, een voertuig toevertrouwt om het te besturen of om te begeleiden met het oog op de scholing of een rijdier toevertrouwt;    4° hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing gedurende de tijd dat dit hem krachtens artikel 61ter, § 1 en § 2, verboden is;    5° hij die, [4 opzettelijk of]4 zonder wettige reden, geweigerd heeft zich te onderwerpen :    - aan de speekseltest bedoeld in artikel 61bis, § 2, 2°,    - aan de speekselanalyse bedoeld in 62ter, § 1 of aan de bloedproef bedoeld in artikel 63, § 2;    6° hij die het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is, in het geval bedoeld in artikel 61quater, niet heeft afgegeven, of het ingehouden voertuig of rijdier heeft bestuurd.   [4 In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek bedraagt de geldboete 1600 euro tot 16.000 euro.]4    § 2. [4 ...]4.]1   ----------   (1)<W 2009-07-31/37, art. 2, 025; Inwerkingtreding : 01-10-2010>   (2)<W 2011-12-02/32, art. 10, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (3)<W 2014-03-09/16, art. 8, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>   (4)<W 2026-05-25/12, art. 19,1°,3°-5°, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>   (5)<W 2026-05-25/12, art. 19,2°, 063; Inwerkingtreding : onbepaald >
    Open in Justel ↗
  20. Art. 38 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK VI. - VERVAL VAN HET RECHT TOT STUREN. / AFDELING I. - VERVAL UITGESPROKEN ALS STRAF.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 38.<W 1990-07-18/37, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 01-12-1994, zie KB 1994-11-21/33, art. 3> § 1. De rechter kan het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken :   (1° indien hij veroordeelt wegens overtreding van de artikelen 34, 37, 37bis, § 1, (...)[2 49/1]2 of 62bis;) <W 2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004> <W 2005-07-20/52, art. 10, 1°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   2° indien hij veroordeelt wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader en de veroordeling wordt uitgesproken wegens doding of verwonding;   3° (indien hij veroordeelt wegens een van de overtredingen van de tweede of de derde graad, zoals bedoeld in artikel 29, § 1;) <W 2005-07-20/52, art. 10, 2°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   (3°bis indien hij veroordeelt wegens het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid bepaald in de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten, op basis van artikel 29,§ 3, wanneer :   - de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur en hoogstens 40 kilometer per uur overschreden wordt, of :   - de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 20 kilometer per uur en hoogstens 30 kilometer per uur overschreden wordt in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf.) <W 2005-07-20/52, art. 10, 3°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   4° indien hij veroordeelt wegens enige overtreding van deze wet en van de reglementen uitgevaardigd ter uitvoering ervan en de schuldige binnen [1 drie jaar]1 vóór de overtreding driemaal hieromtrent werd veroordeeld;   (5° indien hij veroordeelt wegens overtreding (van de artikelen 30, § 1 of 33, § 1) (, 33, § 3, 1°);) <W 2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004> <W 2005-07-20/52, art. 10, 4°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006> <W 2007-06-04/33, art. 3, 1°, 020; Inwerkingtreding : 01-01-2009>   De vervallenverklaringen uitgesproken krachtens deze paragraaf bedragen ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar; zij kunnen evenwel uitgesproken worden voor een periode van meer dan vijf jaar [5 of levenslang indien de schuldige veroordeeld wordt voor een inbreuk op artikel 419 van het Strafwetboek of binnen de drie jaar]5 vóór de overtredingen bedoeld in 1° en 5°, veroordeeld is wegens een van deze overtredingen [3 en voor het geval bedoeld in 4°]3.   (§ 2. Indien de rechter tegelijkertijd veroordeelt wegens een overtreding van artikel (419) van het Strafwetboek en wegens een overtreding van de artikelen (29, § 1 en § 3), 34, § 2, 35 of 37bis, § 1, van deze gecoördineerde wetten, zal het verval van het recht tot sturen worden uitgesproken voor een duur van ten minste 3 maanden. <W 2005-07-20/52, art. 10, 5°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   Het herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid. [8 De opleiding bedoeld in § 3, 5°, kan ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en het praktisch examen opgelegd worden.]8   Indien hij tegelijkertijd veroordeelt wegens een overtreding van artikel (419) van het Strafwetboek en wegens een overtreding van de artikelen 36 of 37bis, § 2, van deze gecoördineerde wetten, zal het verval van het recht tot sturen worden uitgesproken voor een periode van ten minste 1 jaar. <W 2005-07-20/52, art. 10, 5°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   Het herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid. [8 De opleiding bedoeld in § 3, 5°, kan ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en het praktisch examen opgelegd worden.]8   Indien hij tegelijkertijd veroordeelt wegens een overtreding van artikel (420) van het Strafwetboek en wegens een overtreding van de artikelen 36 of 37bis, § 2, van deze gecoördineerde wetten, zal het verval van het recht tot sturen worden uitgesproken voor een periode van ten minste 6 maanden. <W 2005-07-20/52, art. 10, 5°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   Het herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.) [8 De opleiding bedoeld in § 3, 5°, kan ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en het praktisch examen opgelegd worden.]8 <W2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   § 2bis. ([3 Behoudens in geval van artikel 37/1 [5 ...]5 of als hij het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maakt van het slagen voor een of meer van de in § 3 vermelde [8 examens en onderzoeken en/of van het volgen van een opleiding bedoeld in dezelfde paragraaf]8, kan de rechter]3 lastens iedere bestuurder houder van een rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs, bevelen dat het effectief verval enkel wordt uitgevoerd :   - van vrijdag om 20 uur tot zondag om 20 uur;   - van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag.) <W 2005-07-20/52, art. 10, 6°, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   § 3. De rechter kan het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maken van het [8 voldoen aan de hierna vermelde herstelvoorwaarden]8 : <W 2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   1° een theoretisch (examen); <W 2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   2° een praktisch (examen); <W 2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : onbepaald >   3° een geneeskundig onderzoek;   4° een psychologisch onderzoek;   (5° [5 een specifieke opleiding]5 bepaald door de Koning.) <W 2003-02-07/38, art. 19, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   [5 ...]5   (§ 4. [5 ...]5   (§ 5. De rechter moet het verval van het recht tot sturen uitspreken en het herstel van het recht tot sturen minstens afhankelijk maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen indien hij veroordeelt wegens een overtreding begaan met een motorvoertuig die tot een verval van het recht tot sturen kan leiden en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B. [8 De opleiding bedoeld in § 3, 5°, kan ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en praktisch examen opgelegd worden.]8   Het eerste lid is niet van toepassing op artikel 38, § 1, 2°, in geval van een verkeersongeval met enkel lichtgewonden.   Het eerste lid is niet van toepassing op de overtredingen van de tweede graad, zoals bedoeld in artikel 29, § 1.) <W 2007-04-21/05, art. 2, 019; Inwerkingtreding : 01-09-2007>   [3 § 6. [6 [7 Behoudens in geval van § 7, moet de rechter]7 het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van ten minste drie maanden uitspreken en het herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid, wanneer de schuldige, na een veroordeling met toepassing van de artikelen 29, § 1, eerste lid, 29, § 3, derde lid, 30, §§ 1, 2 en 3, 33, §§ 1 en 2, 34, § 2, 35, 37, 37bis, § 1, 48, 62bis of artikel 22 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, één van deze bepalingen binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, opnieuw overtreedt.    In geval van herhaling binnen drie jaar na een veroordeling waarin toepassing is gemaakt van het eerste lid, en die in kracht van gewijsde is gegaan voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, bedraagt het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten minste zes maanden en is het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.    In geval van nieuwe herhaling binnen drie jaar na een veroordeling waarin toepassing is gemaakt van het tweede lid of dit lid, en die in kracht van gewijsde is gegaan voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, bedraagt het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten minste negen maanden en is het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.]6]3   [8 Wanneer de huidige paragraaf wordt toegepast kan de opleiding bedoeld in § 3, 5°, ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en het praktisch examen opgelegd worden.]8   [4 § 7. De rechter is niet verplicht om het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uit te spreken en het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van [8 een opleiding en/of]8 examens of onderzoeken, indien de overtreding werd begaan met een voertuig dat niet in aanmerking komt voor de vervallenverklaring [7 of indien de overtreding werd begaan door een voetganger]7.]4   [5 § 8. De [8 opleiding en/of]8 examens en onderzoeken waarvan het herstel in het recht tot sturen afhankelijk wordt gemaakt, bedoeld in dit artikel, zijn niet van toepassing in de volgende gevallen :    1° indien de vervallenverklaarde niet voldoet aan de door de Koning bepaalde voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te kunnen verkrijgen;    2° wanneer een levenslang verval van het recht tot sturen als straf is uitgesproken.]5   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 11, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 9, 033; Inwerkingtreding : 01-07-2014 >   (3)<W 2014-03-09/16, art. 9, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>   (4)<W 2017-07-18/12, art. 2, 040; Inwerkingtreding : 01-10-2017>   (5)<W 2018-03-06/04, art. 11, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (6)<W 2018-09-02/16, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 12-10-2018>   (7)<W 2019-05-08/17, art. 2, 047; Inwerkingtreding : 01-09-2019>   (8)<W 2024-05-16/38, art. 5, 062; Inwerkingtreding : 01-01-2026>
    Open in Justel ↗