Gratis brononderzoek · Verkeersrecht

Doorzoek de Wegverkeerswet

Zoek op artikelnummer of begrip, zoals snelheidsovertreding, alcohol of rijbewijs. Zoeken en officiële teksten lezen is gratis.

Dit is de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer. De Wegcode en andere verkeersreglementen zijn niet opgenomen.

De bron bevat federale en gewestelijke varianten, opheffingen en teksten met een latere inwerkingtreding. De getoonde variant is geen automatische selectie van het recht dat op uw dossier van toepassing is. Controleer de regio, datum van de feiten en officiële wijzigingswetten.

Broncontrole: 2026-09-28 · Justel: 2026-06-08

Van verkeersartikel naar dossieronderzoek

Koppel verkeersartikelen aan uw dossierfeiten, krijg een analyse met bronverwijzingen en exporteer een memo. Inbegrepen in Pro; een bronvraag kost 1 AI-credit.

Onderzoek uw verkeersvraag in Pro →

Zoekresultaten

177 artikelvarianten

  1. Art. 27 · Vlaanderen

    Brontekst

    TITEL III. - (RIJBEWIJS). <W 09-07-1976, art. 1; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977)) > / HOOFDSTUK IV. - (Bijzondere regels.) <W 1990-07-18/37, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27_VLAAMS_GEWEST.    <W 09-07-1976, art. 9; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))> [1 De Vlaamse Regering kan, wat haar bevoegdheden betreft, regels bepalen in verband met de]1 te heffen retributies voor gehele of gedeeltelijke dekking van de bestuurs-, controle- en toezichtskosten, welke de toepassing van (de artikelen van deze Titel) en van de op grond daarvan uitgevaardigde reglementsbepalingen medebrengt. <W 1990-07-18/37, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>   [1 In het bijzonder kan de Vlaamse Regering ten laste van de aanvrager een retributie bepalen voor:    1° het behandelen van een aanvraag tot erkenning van de rijscholen en hun personeel, evenals van de lokalen en de oefenterreinen van de rijscholen;    2° het afleggen van de examens en het uitoefenen van de stage voor het behalen van een getuigschrift van beroepsbekwaamheid door het personeel van de rijscholen;    3° het behandelen van een aanvraag tot het uitoefenen van het beroep van rijschooldirecteur, rijschoollesgever of kantoorverantwoordelijke.    Tevens kan de Vlaamse Regering periodieke retributies bepalen voor de uitoefening van het toezicht op de erkenning van de rijscholen en hun personeel.    De Vlaamse Regering kan de bedragen en de wijze waarop de retributies moeten worden voldaan evenals de procedure bij niet-naleving bepalen.]1   ----------   (1)<DVR 2019-12-13/05, art. 2, 050; Inwerkingtreding : 19-01-2020>
    Open in Justel ↗
  2. Art. 27/1 · Vlaanderen

    Brontekst

    TITEL III. - (RIJBEWIJS). <W 09-07-1976, art. 1; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977)) > / HOOFDSTUK IV. - (Bijzondere regels.) <W 1990-07-18/37, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27/1_VLAAMS_GEWEST.   [1 De Vlaamse Regering kan een retributie bepalen voor:    1° het behandelen van een aanvraag tot erkenning of tot verlenging van de erkenning van de instellingen, vermeld in artikel 23, § 3, eerste lid, 1° en 2°, en van de lokalen, de terreinen en het personeel van die instellingen;    2° het behandelen van een aanvraag tot erkenning of tot verlenging van de erkenning van de personen, vermeld in artikel 23, § 3, eerste lid, 2°, en van de lokalen en de terreinen van die personen;    3° het behandelen van een aanvraag tot erkenning of tot verlenging van de erkenning van de opleidingsverstrekkers, vermeld in artikel 23, § 3, eerste lid, 3° ;    4° het behandelen van een aanvraag tot erkenning of tot verlenging van de erkenning van de personen, vermeld in artikel 23, § 3, eerste lid, 4° ;    5° het behandelen van een aanvraag tot het verkrijgen van een bewijs van vakbekwaamheid of tot verlenging ervan;    6° het afleggen van examens in de instellingen, vermeld in artikel 23, § 3, eerste lid, 1° ;    7° het volgen van verplichte rijopleidingen en bijscholingen om een rijbewijs te behalen, in het kader van de voortgezette rijopleiding of om een bewijs van vakbekwaamheid te behalen of te verlengen;   [2 7° /1 het volgen van verplichte opleidingen en bijscholingen door niet-professionele begeleiders van kandidaten voor een rijbewijs;]2    8° het afleggen van de examens, het uitoefenen van de stage en het volgen van verplichte opleidingen en bijscholingen door kandidaat-personeelsleden en personeelsleden van de instellingen, vermeld in artikel 23, § 3, eerste lid, 1° en 2°, of door de personen, vermeld in artikel 23, § 3, eerste lid, 2° ;    9° het indienen van een verzoekschrift bij de beroepscommissie;    10° het onderzoek in een centrum voor rijgeschiktheid.    Tevens kan de Vlaamse Regering periodieke retributies bepalen voor de uitoefening van het toezicht op de erkenning van de instellingen en de personen, vermeld in artikel 23, § 3, eerste lid, 1° tot en met 4°.    De in het eerste lid, 1°, 2° en 8°, en het tweede lid, vermelde diensten omvatten niet de diensten waarvoor een retributie als vermeld in artikel 27, tweede en derde lid, kan worden bepaald.    De Vlaamse Regering kan de bedragen en de wijze waarop de retributies moeten worden voldaan evenals de procedure bij niet-naleving bepalen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij DVR 2020-10-09/08, art. 5, 051; Inwerkingtreding : 07-12-2020>   (2)<DVR 2023-06-16/11, art. 3, 058; Inwerkingtreding : 20-08-2023>
    Open in Justel ↗
  3. Art. 27bis · Federaal

    Opheffingsvermelding

    TITEL IIIbis.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27bis.   <Opgeheven bij W 2026-05-25/12, art. 2, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
    Open in Justel ↗
  4. Art. 27ter · Federaal

    Opheffingsvermelding

    TITEL IIIbis.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27ter.   <Opgeheven bij W 2026-05-25/12, art. 2, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
    Open in Justel ↗
  5. Art. 27quater · Federaal

    Opheffingsvermelding

    TITEL IIIbis.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27quater.   <Opgeheven bij W 2026-05-25/12, art. 2, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
    Open in Justel ↗
  6. Art. 27quinquies · Federaal

    Opheffingsvermelding

    TITEL IIIbis.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27quinquies.   <Opgeheven bij W 2026-05-25/12, art. 2, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
    Open in Justel ↗
  7. Art. 27bis · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / Voorafgaand hoofdstuk. [1 Toepassing van de bepalingen van boek I van het Strafwetboek.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27bis. [1 Afwijkende bepalingen op het Strafwetboek    De artikelen 9, 17, 2° en 3°, 19, 35 en 60 van het Strafwetboek zijn niet van toepassing wanneer het gaat om overtredingen op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.    In afwijking van de artikelen 37 en 39 van het Strafwetboek, kunnen de straffen voorzien in de artikelen 47, 48, 49, 50 en 57 van dat Wetboek niet worden uitgesproken wanneer het gaat om overtredingen op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.    Artikel 62 van hetzelfde Wetboek is niet van toepassing op, enerzijds, samenloop van overtredingen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten en, anderzijds, andere overtredingen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten of op andere wetten. In dat geval worden de overtredingen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten afzonderlijk beoordeeld en bestraft, behalve bij samenhang of onsplitsbaarheid.    In afwijking van de artikelen 61 en 62 van hetzelfde Wetboek, kan het verval van het recht tot sturen als bijkomende straf in geval van samenloop van overtredingen op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten zoveel keren worden opgelegd als er misdrijven zijn in de samenloop, die aanleiding kunnen geven tot de toepassing van deze bijkomende straf.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-05-25/12, art. 3, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  8. Art. 28 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK I. [1 Definities]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 28.In deze gecoördineerde wetten worden onder " openbare plaats " verstaan de openbare weg, de terreinen toegankelijk voor het publiek en de niet-openbare terreinen die voor een zeker aantal personen toegankelijk zijn.   [1 Behoudens uitdrukkelijke afwijking in de op de grond ervan andere genomen uitvoeringsbesluiten, wordt in deze gecoördineerde wetten onder "motorvoertuig" verstaan, alle categorieën van voertuigen vastgesteld door de Koning krachtens artikel 26, alsook bromfietsen met een maximumsnelheid van 25 km/uur.]1   ----------   (1)<W 2026-05-25/12, art. 5, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
    Open in Justel ↗
  9. Art. 28bis · Federaal

    Opheffingsvermelding

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK Ibis-

    Lees de volledige brontekst
    Art. 28bis.   <Opgeheven bij W 2026-05-25/12, art. 6, 063; Inwerkingtreding : 01-07-2026>
    Open in Justel ↗
  10. Art. 29 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK II. - OVERTREDINGEN VAN DE REGLEMENTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29.<W 2005-07-20/52, art. 7, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006> § 1. De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en die van die aard zijn dat ze bij een ongeval bijna onvermijdbaar leiden tot fysieke schade en overtredingen die bestaan uit het negeren van een stopbevel van een bevoegd persoon, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de vierde graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 40 euro tot 500 euro en met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar. Wanneer de rechter het verval van het recht tot sturen niet uitspreekt, motiveert hij deze beslissing.   De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en overtredingen die bestaan uit het negeren van een bevel van een bevoegd persoon, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de derde graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 30 euro tot 500 euro.   De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen onrechtstreeks in gevaar brengen en de overtredingen die bestaan uit het onrechtmatig gebruiken van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap [2 of uit gedragingen inzake de inschrijving waardoor men zich aan vervolging kan onttrekken]2 , bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de tweede graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 20 euro tot 250 euro.   § 1bis. Elk besluit genomen ter uitvoering van § 1 van dit artikel dat niet bij wet wordt bekrachtigd binnen 12 maanden na de inwerkingtreding ervan, houdt op uitwerking te hebben.   § 2. De andere overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten zijn overtredingen van de eerste graad en worden gestraft met een geldboete van 10 euro tot 250 euro.   Het in voormelde reglementen omschreven parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op plaatsen voorbehouden aan (houders van een gemeentelijke parkeerkaart) worden niet strafrechtelijk bestraft, behoudens het halfmaandelijks beurtelings parkeren, de beperking van het langdurig parkeren, en bedrog met de parkeerschijf. <W 2007-03-20/42, art. 4, 017; Inwerkingtreding : 16-04-2007>   (Het niet meer strafrechtelijk bestrafte parkeren bedoeld in het tweede lid kan, tot een datum bepaald door de Koning, door de agenten van politie worden vastgesteld met het oog op de vestiging van een parkeerretributie of -belasting, verschuldigd krachtens de wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren.) <W 2006-04-01/38, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 10-05-2006>   § 3. Het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid bepaald in de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten wordt gestraft met een geldboete van 10 euro tot 500 euro.   De rechter houdt rekening met het aantal kilometer per uur waarmee de toegelaten maximumsnelheid wordt overschreden.   De volgende overtredingen worden bovendien gestraft met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar :   - het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 40 kilometer per uur, of :   - het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur binnen een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf.   Wanneer de rechter het verval van het recht tot sturen niet uitspreekt, motiveert hij deze beslissing.   § 4. In geval van verzachtende omstandigheden kan de geldboete verminderd worden, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen.   Indien voor dezelfde feiten een verval van het recht tot sturen en een geldboete wordt uitgesproken, dan kan de rechter de geldboete verminderen met de door de betrokkene te betalen kosten van de [3 herstelonderzoeken, -examens en -opleiding]3 en de erelonen van de geneesheer en psycholoog, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen. Enkel de kosten en bijhorende erelonen van de [3 herstelonderzoeken, -examens en -opleiding]3 die door de betrokkene voor de eerste maal worden afgelegd worden in aanmerking genomen. De door de betrokkene te betalen kosten en bijhorende erelonen van de herstelonderzoeken en -examens zijn vaste bedragen die vooraf door de Koning worden bepaald.   De geldboetes worden verdubbeld bij herhaling van een overtreding als bedoeld in paragraaf een of drie binnen [1 drie jaar]1 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 2, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2013-07-08/10, art. 2, 031; Inwerkingtreding : 07-09-2013>   (3)<W 2024-05-16/38, art. 3, 062; Inwerkingtreding : 01-01-2026>
    Open in Justel ↗
  11. Art. 29 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK II. - OVERTREDINGEN VAN DE REGLEMENTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29 TOEKOMSTIG RECHT.    <W 2005-07-20/52, art. 7, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006> § 1. De Koning kan overtredingen van de [4 federale]4 reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en die van die aard zijn dat ze bij een ongeval bijna onvermijdbaar leiden tot fysieke schade en overtredingen die bestaan uit het negeren van een stopbevel van een bevoegd persoon, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de vierde graad. Deze overtredingen worden gestraft [4 met een straf van niveau 1]4 en met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar. Wanneer de rechter het verval van het recht tot sturen niet uitspreekt, motiveert hij deze beslissing. [4 In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 320 euro tot 4000 euro.]4   De Koning kan overtredingen van de [4 federale]4 reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en overtredingen die bestaan uit het negeren van een bevel van een bevoegd persoon, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de derde graad. Deze overtredingen worden gestraft [4 met een straf van niveau 1]4. [4 In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 240 euro tot 4000 euro.]4   De Koning kan overtredingen van de [4 federale]4 reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen onrechtstreeks in gevaar brengen en de overtredingen die bestaan uit het onrechtmatig gebruiken van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap [2 of uit gedragingen inzake de inschrijving waardoor men zich aan vervolging kan onttrekken]2 , bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de tweede graad. Deze overtredingen worden gestraft [4 met een straf van niveau 1]4. [4 In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 160 euro tot 2000 euro.]4   § 1bis. Elk besluit genomen ter uitvoering van § 1 van dit artikel dat niet bij wet wordt bekrachtigd binnen 12 maanden na de inwerkingtreding ervan, houdt op uitwerking te hebben.   § 2. [4 De andere overtredingen van de federale reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten zijn overtredingen van de eerste graad. Deze overtredingen worden gestraft met een straf van niveau 1. In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 80 euro tot 2000 euro]4.   Het in voormelde reglementen omschreven parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op plaatsen voorbehouden aan (houders van een gemeentelijke parkeerkaart) worden niet strafrechtelijk bestraft, behoudens het halfmaandelijks beurtelings parkeren, de beperking van het langdurig parkeren, en bedrog met de parkeerschijf. <W 2007-03-20/42, art. 4, 017; Inwerkingtreding : 16-04-2007>   (Het niet meer strafrechtelijk bestrafte parkeren bedoeld in het tweede lid kan, tot een datum bepaald door de Koning, door de agenten van politie worden vastgesteld met het oog op de vestiging van een parkeerretributie of -belasting, verschuldigd krachtens de wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren.) <W 2006-04-01/38, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 10-05-2006>   § 3. [4 Het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid bepaald in de federale reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten wordt gestraft met een straf van niveau 1. In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 80 euro tot 4000 euro]4.   De rechter houdt rekening met het aantal kilometer per uur waarmee de toegelaten maximumsnelheid wordt overschreden.   De volgende overtredingen worden bovendien gestraft met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar :   - het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 40 kilometer per uur, of :   - het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur binnen een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf.   Wanneer de rechter het verval van het recht tot sturen niet uitspreekt, motiveert hij deze beslissing.   § 4. [4 ...]4.   Indien voor dezelfde feiten een verval van het recht tot sturen en een geldboete wordt uitgesproken, dan kan de rechter de geldboete verminderen met de door de betrokkene te betalen kosten van de [3 herstelonderzoeken, -examens en -opleiding]3 en de erelonen van de geneesheer en psycholoog, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen. Enkel de kosten en bijhorende erelonen van de [3 herstelonderzoeken, -examens en -opleiding]3 die door de betrokkene voor de eerste maal worden afgelegd worden in aanmerking genomen. De door de betrokkene te betalen kosten en bijhorende erelonen van de herstelonderzoeken en -examens zijn vaste bedragen die vooraf door de Koning worden bepaald.   De geldboetes worden verdubbeld bij herhaling van een overtreding als bedoeld in paragraaf een of drie binnen [1 drie jaar]1 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 2, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2013-07-08/10, art. 2, 031; Inwerkingtreding : 07-09-2013>   (3)<W 2024-05-16/38, art. 3, 062; Inwerkingtreding : 01-01-2026>   (4)<W 2026-05-25/12, art. 7, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  12. Art. 29 · Wallonië

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK II. - OVERTREDINGEN VAN DE REGLEMENTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29_WAALS_GEWEST.    <W 2005-07-20/52, art. 7, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006> § 1. De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en die van die aard zijn dat ze bij een ongeval bijna onvermijdbaar leiden tot fysieke schade en overtredingen die bestaan uit het negeren van een stopbevel van een bevoegd persoon, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de vierde graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 40 euro tot 500 euro en met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar. Wanneer de rechter het verval van het recht tot sturen niet uitspreekt, motiveert hij deze beslissing.   De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en overtredingen die bestaan uit het negeren van een bevel van een bevoegd persoon, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de derde graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 30 euro tot 500 euro.   De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen onrechtstreeks in gevaar brengen en de overtredingen die bestaan uit het onrechtmatig gebruiken van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap [2 of uit gedragingen inzake de inschrijving waardoor men zich aan vervolging kan onttrekken]2 , bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de tweede graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 20 euro tot 250 euro.   § 1bis. Elk besluit genomen ter uitvoering van § 1 van dit artikel dat niet bij wet wordt bekrachtigd binnen 12 maanden na de inwerkingtreding ervan, houdt op uitwerking te hebben.   § 2. De andere overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten zijn overtredingen van de eerste graad en worden gestraft met een geldboete van 10 euro tot 250 euro.   Het in voormelde reglementen omschreven parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op plaatsen voorbehouden aan (houders van een gemeentelijke parkeerkaart) worden niet strafrechtelijk bestraft, behoudens het halfmaandelijks beurtelings parkeren, de beperking van het langdurig parkeren, en bedrog met de parkeerschijf. <W 2007-03-20/42, art. 4, 017; Inwerkingtreding : 16-04-2007>   (Het niet meer strafrechtelijk bestrafte parkeren bedoeld in het tweede lid kan, tot een datum bepaald door de Koning, door de agenten van politie worden vastgesteld met het oog op de vestiging van een parkeerretributie of -belasting, verschuldigd krachtens de wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren.) <W 2006-04-01/38, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 10-05-2006>   [3 De overtreding van de in het eerste lid bedoelde reglementen m.b.t. een lage-emissiezone, zoals bedoeld in artikel 2.63 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wordt niet strafrechtelijk vervolgd.]3   § 3. Het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid bepaald in de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten wordt gestraft met een geldboete van 10 euro tot 500 euro.   De rechter houdt rekening met het aantal kilometer per uur waarmee de toegelaten maximumsnelheid wordt overschreden.   De volgende overtredingen worden bovendien gestraft met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar :   - het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 40 kilometer per uur, of :   - het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur binnen een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf.   Wanneer de rechter het verval van het recht tot sturen niet uitspreekt, motiveert hij deze beslissing.   § 4. In geval van verzachtende omstandigheden kan de geldboete verminderd worden, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen.   Indien voor dezelfde feiten een verval van het recht tot sturen en een geldboete wordt uitgesproken, dan kan de rechter de geldboete verminderen met de door de betrokkene te betalen kosten van de herstelonderzoeken en -examens en de erelonen van de geneesheer en psycholoog, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen. Enkel de kosten en bijhorende erelonen van de herstelonderzoeken en -examens die door de betrokkene voor de eerste maal worden afgelegd worden in aanmerking genomen. De door de betrokkene te betalen kosten en bijhorende erelonen van de herstelonderzoeken en -examens zijn vaste bedragen die vooraf door de Koning worden bepaald.   De geldboetes worden verdubbeld bij herhaling van een overtreding als bedoeld in paragraaf een of drie binnen [1 drie jaar]1 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 2, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2013-07-08/10, art. 2, 031; Inwerkingtreding : 07-09-2013>   (3)<DWG 2019-01-17/22, art. 22, 048; Inwerkingtreding : 01-03-2019>
    Open in Justel ↗
  13. Art. 29 · Brussel

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK II. - OVERTREDINGEN VAN DE REGLEMENTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    <W 2005-07-20/52, art. 7, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006> § 1. De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en die van die aard zijn dat ze bij een ongeval bijna onvermijdbaar leiden tot fysieke schade en overtredingen die bestaan uit het negeren van een stopbevel van een bevoegd persoon, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de vierde graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 40 euro tot 500 euro en met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar. Wanneer de rechter het verval van het recht tot sturen niet uitspreekt, motiveert hij deze beslissing.   De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en overtredingen die bestaan uit het negeren van een bevel van een bevoegd persoon, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de derde graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 30 euro tot 500 euro.   De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen onrechtstreeks in gevaar brengen en de overtredingen die bestaan uit het onrechtmatig gebruiken van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap [2 of uit gedragingen inzake de inschrijving waardoor men zich aan vervolging kan onttrekken]2 , bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de tweede graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 20 euro tot 250 euro.   § 1bis. Elk besluit genomen ter uitvoering van § 1 van dit artikel dat niet bij wet wordt bekrachtigd binnen 12 maanden na de inwerkingtreding ervan, houdt op uitwerking te hebben.   § 2. De andere overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten zijn overtredingen van de eerste graad en worden gestraft met een geldboete van 10 euro tot 250 euro.   Het in voormelde reglementen omschreven parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op plaatsen voorbehouden aan (houders van een gemeentelijke parkeerkaart) worden niet strafrechtelijk bestraft, behoudens het halfmaandelijks beurtelings parkeren, de beperking van het langdurig parkeren, en bedrog met de parkeerschijf. <W 2007-03-20/42, art. 4, 017; Inwerkingtreding : 16-04-2007>   (Het niet meer strafrechtelijk bestrafte parkeren bedoeld in het tweede lid kan, tot een datum bepaald door de Koning, door de agenten van politie worden vastgesteld met het oog op de vestiging van een parkeerretributie of -belasting, verschuldigd krachtens de wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren.) <W 2006-04-01/38, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 10-05-2006>   [3 De overtreding van de reglementen vermeld in het eerste lid die betrekking hebben op een lage-emissiezone, zoals bedoeld in artikel 2.63 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wordt niet strafrechtelijk gesanctioneerd.]3   § 3. Het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid bepaald in de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten wordt gestraft met een geldboete van 10 euro tot 500 euro.   De rechter houdt rekening met het aantal kilometer per uur waarmee de toegelaten maximumsnelheid wordt overschreden.   De volgende overtredingen worden bovendien gestraft met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar :   - het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 40 kilometer per uur, of :   - het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur binnen een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf.   Wanneer de rechter het verval van het recht tot sturen niet uitspreekt, motiveert hij deze beslissing.   § 4. In geval van verzachtende omstandigheden kan de geldboete verminderd worden, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen.   Indien voor dezelfde feiten een verval van het recht tot sturen en een geldboete wordt uitgesproken, dan kan de rechter de geldboete verminderen met de door de betrokkene te betalen kosten van de herstelonderzoeken en -examens en de erelonen van de geneesheer en psycholoog, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen. Enkel de kosten en bijhorende erelonen van de herstelonderzoeken en -examens die door de betrokkene voor de eerste maal worden afgelegd worden in aanmerking genomen. De door de betrokkene te betalen kosten en bijhorende erelonen van de herstelonderzoeken en -examens zijn vaste bedragen die vooraf door de Koning worden bepaald.   De geldboetes worden verdubbeld bij herhaling van een overtreding als bedoeld in paragraaf een of drie binnen [1 drie jaar]1 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 2, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2013-07-08/10, art. 2, 031; Inwerkingtreding : 07-09-2013>   (3)<ORD 2017-12-07/03, art. 18, 041; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
    Open in Justel ↗
  14. Art. 29 · Vlaanderen

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK II. - OVERTREDINGEN VAN DE REGLEMENTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29_VLAAMS_GEWEST.    <W 2005-07-20/52, art. 7, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006> § 1. De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en die van die aard zijn dat ze bij een ongeval bijna onvermijdbaar leiden tot fysieke schade en overtredingen die bestaan uit het negeren van een stopbevel van een bevoegd persoon, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de vierde graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 40 euro tot 500 euro en met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar. Wanneer de rechter het verval van het recht tot sturen niet uitspreekt, motiveert hij deze beslissing.   De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en overtredingen die bestaan uit het negeren van een bevel van een bevoegd persoon, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de derde graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 30 euro tot 500 euro.   De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen onrechtstreeks in gevaar brengen en de overtredingen die bestaan uit het onrechtmatig gebruiken van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap [2 of uit gedragingen inzake de inschrijving waardoor men zich aan vervolging kan onttrekken]2 , bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de tweede graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 20 euro tot 250 euro.   § 1bis. Elk besluit genomen ter uitvoering van § 1 van dit artikel dat niet bij wet wordt bekrachtigd binnen 12 maanden na de inwerkingtreding ervan, houdt op uitwerking te hebben.   § 2. De andere overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten zijn overtredingen van de eerste graad en worden gestraft met een geldboete van 10 euro tot 250 euro.   Het in voormelde reglementen omschreven parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op plaatsen voorbehouden aan (houders van een gemeentelijke parkeerkaart) worden niet strafrechtelijk bestraft, behoudens het halfmaandelijks beurtelings parkeren, de beperking van het langdurig parkeren, en bedrog met de parkeerschijf. <W 2007-03-20/42, art. 4, 017; Inwerkingtreding : 16-04-2007>   (Het niet meer strafrechtelijk bestrafte parkeren bedoeld in het tweede lid kan, tot een datum bepaald door de Koning, door de agenten van politie worden vastgesteld met het oog op de vestiging van een parkeerretributie of -belasting, verschuldigd krachtens de wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren.) <W 2006-04-01/38, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 10-05-2006>   [3 De overtreding van de reglementen bedoeld in het eerste lid die betrekking hebben op een lage-emissiezone zoals bedoeld in artikel 2.63 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, worden niet strafrechtelijk bestraft.]3   § 3. Het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid bepaald in de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten wordt gestraft met een geldboete van 10 euro tot 500 euro.   De rechter houdt rekening met het aantal kilometer per uur waarmee de toegelaten maximumsnelheid wordt overschreden.   De volgende overtredingen worden bovendien gestraft met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar :   - het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 40 kilometer per uur, of :   - het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur binnen een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf.   Wanneer de rechter het verval van het recht tot sturen niet uitspreekt, motiveert hij deze beslissing.   § 4. In geval van verzachtende omstandigheden kan de geldboete verminderd worden, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen.   Indien voor dezelfde feiten een verval van het recht tot sturen en een geldboete wordt uitgesproken, dan kan de rechter de geldboete verminderen met de door de betrokkene te betalen kosten van de herstelonderzoeken en -examens en de erelonen van de geneesheer en psycholoog, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen. Enkel de kosten en bijhorende erelonen van de herstelonderzoeken en -examens die door de betrokkene voor de eerste maal worden afgelegd worden in aanmerking genomen. De door de betrokkene te betalen kosten en bijhorende erelonen van de herstelonderzoeken en -examens zijn vaste bedragen die vooraf door de Koning worden bepaald.   De geldboetes worden verdubbeld bij herhaling van een overtreding als bedoeld in paragraaf een of drie binnen [1 drie jaar]1 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 2, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2013-07-08/10, art. 2, 031; Inwerkingtreding : 07-09-2013>   (3)<DVR 2015-11-27/09, art. 13, 035; Inwerkingtreding : 01-03-2016 (DVR 2016-02-26/02, art. 9,1°)>
    Open in Justel ↗
  15. Art. 29bis · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK II. - OVERTREDINGEN VAN DE REGLEMENTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29bis.<Ingevoegd bij W 1996-08-04/95, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996> Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie maanden en met geldboete van 100 (euro) tot 1 000 (euro), of met een van die straffen alleen wordt gestraft, hij die een overtreding begaan heeft van artikel 62bis. Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar [1 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan]1. <W 2003-02-07/38, art. 7, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   De uitrusting of elk ander middel bedoeld in datzelfde artikel wordt onmiddellijk in beslag genomen door de bevoegde personen zelfs indien ze niet aan de overtreder toebehoren. Ze worden verbeurdverklaard overeenkomstig de artikelen 42 en 43 van het Strafboek of artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering en worden vernietigd.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 3, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>
    Open in Justel ↗
  16. Art. 29bis · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK II. - OVERTREDINGEN VAN DE REGLEMENTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29bis TOEKOMSTIG RECHT.    [2 Wordt gestraft met een straf van niveau 1, hij die een overtreding op artikel 62bis heeft begaan. In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, en artikel 38, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 800 euro tot 8000 euro]2.   [2 De geldboete wordt verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar, te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis met toepassing van de huidige bepaling, dat in kracht van gewijsde is gegaan.]2   De uitrusting of elk ander middel bedoeld [2 in artikel 62bis]2 wordt onmiddellijk in beslag genomen door de bevoegde personen zelfs indien ze niet aan de overtreder toebehoren. Ze worden verbeurdverklaard overeenkomstig [2 artikel 53, § 2, 1°, van het Strafwetboek of artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering, zelfs indien ze niet aan de overtreder toebehoren,]2 en worden vernietigd.   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 3, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2026-05-25/12, art. 8, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  17. Art. 29ter · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK II. - OVERTREDINGEN VAN DE REGLEMENTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29ter.<Ingevoegd bij W 1996-08-04/95, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 22-09-1996> Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en (met geldboete van 200 euro tot 4 000 euro) of met een van die straffen alleen wordt gestraft, hij die de verplichtingen bedoeld in artikel 67ter niet nakomt. Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar [1 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan]1. <W 2003-02-07/38, art. 8, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   [2 Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van 50 euro tot 4000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft, hij die de verplichting bedoeld in artikel 67bis, tweede lid, tweede zin, niet nakomt. De rechter kan bovendien het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.]2   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 4, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2018-03-06/04, art. 5, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>
    Open in Justel ↗
  18. Art. 29ter · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK II. - OVERTREDINGEN VAN DE REGLEMENTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29ter TOEKOMSTIG RECHT. [1 § 1. Eenieder die de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 67ter niet nakomt, wordt gestraft met een straf van niveau 1. In afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, en artikel 38, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 1600 euro tot 32.000 euro.    De geldboete wordt verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar, te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis met toepassing van dit artikel, dat in kracht van gewijsde is gegaan.    § 2. Eenieder die de verplichting zoals bedoeld in artikel 67bis, tweede lid, tweede zin, niet nakomt, wordt gestraft met een straf van niveau 2. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 400 euro tot 32.000 euro. Bij toepassing van een straf van niveau 1 bij aanneming van verzachtende omstandigheden bedraagt de geldboete, in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek, 400 euro tot 32.000 euro.    Bij herhaling binnen drie jaar, te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis met toepassing van de huidige bepaling, dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan een straf van niveau 3 worden opgelegd. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 6°, van het Strafwetboek, bedraagt de geldboete 800 euro tot 64.000 euro. Bij toepassing van een straf van niveau 2 bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek 800 euro tot 64.000 euro. Bij toepassing van een straf van niveau 1 bij aanneming van verzachtende omstandigheden, bedraagt de geldboete in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek 800 euro tot 64.000 euro.]1   ----------   (1)<W 2026-05-25/12, art. 9, 063; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open in Justel ↗
  19. Art. 29quater · Vlaanderen

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK II. - OVERTREDINGEN VAN DE REGLEMENTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29quater_VLAAMS_GEWEST.   [1 § 1. De gemeenteraad kan in zijn reglementen of verordeningen administratieve geldboetes bepalen voor beperkte snelheidsovertredingen in welk geval die overtredingen niet strafrechtelijk worden bestraft.    § 2. De gemeenteraden kunnen alleen administratieve geldboetes als vermeld in paragraaf 1 bepalen als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:    1° het betreft een overschrijding van de toegelaten maximumsnelheid met niet meer dan 20 kilometer per uur;    2° de snelheidsovertredingen worden begaan op een plaats waar de snelheid beperkt is tot 30 of 50 kilometer per uur;    3° het gaat om snelheidsovertredingen vastgesteld volgens de voorwaarden, vermeld in artikel 62, met uitzondering van het zesde en achtste lid, met automatisch werkende toestellen als vermeld in hetzelfde artikel, die volledig worden gefinancierd door de lokale overheid;    4° [3 de snelheidsovertreding wordt begaan door meerderjarige natuurlijke personen, vermoed of aangeduid overeenkomstig artikel 67bis en 67ter]3;    5° er wordt niet gelijktijdig een andere overtreding vastgesteld.    § 3. De bedragen van de administratieve geldboetes die de gemeenteraad in zijn reglementen of verordeningen bepaalt, zijn gelijk aan de bedragen die de Vlaamse Regering bepaalt ter uitvoering van artikel 65, § 1, tweede lid.    De administratieve geldboete wordt betaald op de wijze die in het betalingsverzoek is bepaald.    § 4. [2 Een afschrift van het proces-verbaal]2 van de overtreding wordt binnen veertien dagen nadat de overtreding is vastgesteld, aan de sanctionerend ambtenaar, vermeld in artikel 6 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, bezorgd.   [2 Binnen veertien dagen na de dag waarop de sanctionerend ambtenaar het afschrift van het proces-verbaal heeft ontvangen conform het eerste lid, bezorgt hij een afschrift daarvan, samen met de vermelding van het bedrag van de administratieve geldboete, aan de overtreder. Als de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft, mag het afschrift van het proces-verbaal vervangen worden door de informatiebrief, vermeld in artikel 5 van richtlijn 2015/413/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie.]2    De overtreder betaalt de administratieve geldboete binnen dertig dagen na de kennisgeving ervan, tenzij de overtreder binnen die termijn zijn schriftelijke verweermiddelen bezorgt aan de sanctionerend ambtenaar.    Als de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen onontvankelijk of ongegrond verklaart, brengt hij de overtreder daarvan op de hoogte binnen [2 negentig dagen]2 met de vermelding van de administratieve geldboete die moet worden betaald.    De administratieve geldboete wordt betaald binnen dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing, vermeld in het vierde lid.    Als de sanctionerend ambtenaar binnen [2 negentig dagen]2 na de dag waarop hij de verweermiddelen van de overtreder heeft ontvangen, de verweermiddelen van de overtreder niet onontvankelijk of niet ongegrond verklaart, worden die verweermiddelen geacht aanvaard te zijn.    De beslissing om een administratieve geldboete op te leggen, heeft uitvoerbare kracht als ze definitief geworden is. De voormelde beslissing is definitief op een van de volgende tijdstippen:    1° dertig dagen na de kennisgeving van de administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid, als er geen beroep is aangetekend;    2° dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing, vermeld in het vierde lid, als er geen beroep is aangetekend.    § 5. Tegen een beslissing waarbij een administratieve geldboete wordt opgelegd, kan degene aan wie de boete is opgelegd, binnen een maand na de kennisgeving van de beslissing volgens de burgerlijke procedure beroep aantekenen bij de politierechtbank.    De politierechtbank oordeelt over de wettelijkheid en de proportionaliteit van de opgelegde administratieve geldboete. Hij kan de opgelegde administratieve geldboete bevestigen of herzien. De beslissing van de politierechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep.    § 6. Als de sanctionerend ambtenaar tijdens de procedure, vermeld in paragraaf 4, vaststelt dat de voorwaarden om een administratieve geldboete op te leggen, vermeld in paragraaf 2, niet vervuld zijn, brengt hij de vaststeller van de overtreding daarvan op de hoogte zodat de strafrechtelijke procedure kan worden gevolgd. Met het oog hierop kan een protocol worden opgesteld tussen de betrokken diensten en overheden.    § 7. De relevante persoons- en informatiegegevens, bedoeld in artikel 44, § 2, eerste lid, van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, worden opgenomen in het register van gemeentelijke administratieve sancties, vermeld in artikel 44, § 1, van dezelfde wet.    § 8. De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na vijf jaar vanaf de datum waarop zij betaald moet worden. De verjaring kan gestuit worden op de wijze en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2244 tot en met 2250 van het Burgerlijk Wetboek.    § 9. De gemeente kwalificeert als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de verordening (EU) 2016/679 en voldoet aan de verplichtingen vervat in artikel 26 van de verordening (EU) 2016/679 die in dat verband op haar rusten.    De gemeente en de sanctionerende ambtenaar verzamelen en verwerken slechts die persoonsgegevens die noodzakelijk zijn om de overtreder te identificeren en noodzakelijk zijn voor de controle en de sanctionering van de snelheidsovertreding.    De verzamelde gegevens worden bewaard voor een periode van zes jaar.]1   ----------   (1)<DVR 2020-10-09/08, art. 6, 051; Inwerkingtreding : onbepaald >   (2)<DVR 2023-03-31/06, art. 2, 057; Inwerkingtreding : 01-05-2023>   (3)<DVR 2024-03-22/20, art. 3, 061; Inwerkingtreding : 06-05-2024>
    Open in Justel ↗
  20. Art. 30 · Federaal

    Brontekst

    TITEL IV. - STRAFBEPALINGEN EN VEILIGHEIDSMAATREGELEN. / HOOFDSTUK III. - OVERTREDING VAN DE BEPALINGEN BETREFFENDE HET RIJBEWIJS EN DE LEERVERGUNNING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 30.<W 1990-07-18/37, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)> § 1. (...) [5 Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en met geldboete van 200 euro tot 2000 euro of met één van deze straffen alleen]5 (...), wordt gestraft hij die : <W 2003-02-07/38, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   1° een motorvoertuig bestuurt zonder houder te zijn van het rijbewijs vereist voor het besturen van dit voertuig, of van het als zodanig geldend bewijs;   2° [5 een motorvoertuig bestuurt zonder de voorwaarden of de beperkingen, vermeld op het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs, onder meer in de vorm van codes, na te leven, onverminderd de toepassing van eventuele specifieke bepalingen vervat in deze wet;]5   3° een valse verklaring heeft afgelegd om de afgifte van een rijbewijs of van een als zodanig geldend bewijs te bekomen; in dit geval wordt het verkregen document in beslag genomen en de verbeurdverklaring ervan wordt uitgesproken in geval van veroordeling;   4° een motorvoertuig bestuurt terwijl hij lijdt aan een van de lichaamsgebreken of aandoeningen, door de Koning bepaald overeenkomstig artikel 23, § 1, 3°, of indien hij niet voldaan heeft aan het geneeskundig onderzoek, door de Koning opgelegd in de gevallen die Hij bepaalt.   § 2. (...) met geldboete van 50 (euro) tot 500 (euro), (...), wordt gestraft hij die : <W 2003-02-07/38, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004> <W 2005-07-20/52, art. 8, 1 °, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   1° een overtreding heeft begaan van de bepalingen door de Koning vastgesteld krachtens artikel 23, § 1, 2° en 4°, hetzij als bestuurder, hetzij als persoon die een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing;   2° met het oog op de scholing in het sturen, een persoon begeleidt die in overtreding is met de bepalingen van 1°;   (§ 3. Met gevangenisstraf van drie maanden tot [5 twee jaar]5 en met geldboete van 200 euro tot 2 000 euro of met een van die straffen alleen, en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of [4 levenslang]4, wordt gestraft hij die een motorvoertuig bestuurt [3 of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing]3 terwijl zijn rijbewijs of het als zodanig geldende bewijs dat vereist is voor het besturen van dat voertuig [3 of voor het begeleiden met het oog op scholing]3 met toepassing van artikel 55 onmiddellijk is ingetrokken [3 of terwijl de onmiddellijke intrekking met toepassing van artikel 55bis is verlengd]3.) <W 2003-02-07/38, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-03-2004>   (§ 4. [5 De gevangenisstraffen en geldboeten worden verdubbeld bij herhaling van de bepalingen van § 1, § 2 of § 3, binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis met toepassing van een van deze bepalingen, dat in kracht van gewijsde is gegaan.]5   ----------   (1)<W 2011-12-02/32, art. 5, 027; Inwerkingtreding : 01-02-2012>   (2)<W 2014-03-09/16, art. 2, 033; Inwerkingtreding : 01-01-2015. Zie ook art. 35 (NOTA)>   (3)<W 2016-03-02/07, art. 2, 036; Inwerkingtreding : 02-06-2016>   (4)<W 2018-03-06/04, art. 6, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>   (5)<W 2018-03-06/04, art. 7, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>
    Open in Justel ↗