Gratis brononderzoek · Verkeersrecht

Doorzoek de Wegverkeerswet

Zoek op artikelnummer of begrip, zoals snelheidsovertreding, alcohol of rijbewijs. Zoeken en officiële teksten lezen is gratis.

Dit is de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer. De Wegcode en andere verkeersreglementen zijn niet opgenomen.

De bron bevat federale en gewestelijke varianten, opheffingen en teksten met een latere inwerkingtreding. De getoonde variant is geen automatische selectie van het recht dat op uw dossier van toepassing is. Controleer de regio, datum van de feiten en officiële wijzigingswetten.

Broncontrole: 2026-09-28 · Justel: 2026-06-08

Van verkeersartikel naar dossieronderzoek

Koppel verkeersartikelen aan uw dossierfeiten, krijg een analyse met bronverwijzingen en exporteer een memo. Inbegrepen in Pro; een bronvraag kost 1 AI-credit.

Onderzoek uw verkeersvraag in Pro →

Zoekresultaten

177 artikelvarianten

  1. Art. 17 · Brussel

    Brontekst

    TITEL II. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK II. - BEKOSTIGING VAN VERKEERSTEKENS.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 17_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   <Opgeheven bij ORD 2014-04-03/32, art. 19, 034; Inwerkingtreding : 24-05-2014>
    Open in Justel ↗
  2. Art. 17 · Vlaanderen

    Brontekst

    TITEL II. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK II. - BEKOSTIGING VAN VERKEERSTEKENS.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 17_VLAAMS_GEWEST.   <Opgeheven bij DVR 2008-05-16/31, art. 13, 023; Inwerkingtreding : 05-04-2009>
    Open in Justel ↗
  3. Art. 18 · Federaal

    Brontekst

    TITEL II. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK III. - TOEZICHT OP VERKEERSTEKENS EN AMBTSHALVE UITVOERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 18. Met het oog op het toezicht op de uitvoering van de voorgaande bepalingen, wordt de Koning gemachtigd bij het ministerieel departement waaronder het wegverkeer ressorteert, een dienst voor het inspecteren van de verkeerstekens op te richten.
    Open in Justel ↗
  4. Art. 18 · Wallonië

    Brontekst

    TITEL II. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK III. - TOEZICHT OP VERKEERSTEKENS EN AMBTSHALVE UITVOERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 18_WAALS_GEWEST.   <Opgeheven bij DWG 2018-07-17/04, art. 89, 17°, 045; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
    Open in Justel ↗
  5. Art. 19 · Federaal

    Brontekst

    TITEL II. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK III. - TOEZICHT OP VERKEERSTEKENS EN AMBTSHALVE UITVOERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 19.§ 1. Indien de bij deze gecoördineerde wetten bedoelde verkeerstekens niet aangebracht of onderhouden worden door de overheid op wie die verplichting rust, kan de Koning, nadat de overheid door de Minister tot wiens bevoegdheid het wegverkeer behoort twee achtereenvolgende malen schriftelijk verzocht werd haar verplichting na te komen, bevelen dat de nodige werken door een speciaal commissaris, die hij aanwijst, ambtshalve worden uitgevoerd.   Dit geldt mede wanneer de aangebrachte verkeerstekens niet aan de bij de algemene reglementen bepaalde voorwaarden voldoen.   § 2. De Staat kan de uitgave, waartoe de uitvoering van ambtswege van de signalisatiewerken aanleiding heeft gegeven, voorschieten. In dat geval kan het bedrag ervan op de in gebreke gebleven overheid worden verhaald door bemiddeling van de Minister van Financiën.
    Open in Justel ↗
  6. Art. 19 · Wallonië

    Brontekst

    TITEL II. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK III. - TOEZICHT OP VERKEERSTEKENS EN AMBTSHALVE UITVOERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 19_WAALS_GEWEST.   <Opgeheven bij DWG 2018-07-17/04, art. 89, 17°, 045; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
    Open in Justel ↗
  7. Art. 19 · Brussel

    Brontekst

    TITEL II. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK III. - TOEZICHT OP VERKEERSTEKENS EN AMBTSHALVE UITVOERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 19_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   <Opgeheven bij ORD 2014-04-03/32, art. 19, 034; Inwerkingtreding : 24-05-2014>
    Open in Justel ↗
  8. Art. 20 · Federaal

    Brontekst

    TITEL II. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK III. - TOEZICHT OP VERKEERSTEKENS EN AMBTSHALVE UITVOERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20.De bepalingen van dit hoofdstuk vinden geen toepassing wanneer de verkeerstekens door de Staat moeten aangebracht worden.
    Open in Justel ↗
  9. Art. 20 · Wallonië

    Brontekst

    TITEL II. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK III. - TOEZICHT OP VERKEERSTEKENS EN AMBTSHALVE UITVOERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20_WAALS_GEWEST.   <Opgeheven bij DWG 2018-07-17/04, art. 89, 17°, 045; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
    Open in Justel ↗
  10. Art. 20 · Brussel

    Brontekst

    TITEL II. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK III. - TOEZICHT OP VERKEERSTEKENS EN AMBTSHALVE UITVOERING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.   <Opgeheven bij ORD 2014-04-03/32, art. 19, 034; Inwerkingtreding : 24-05-2014>
    Open in Justel ↗
  11. Art. 21 · Federaal

    Brontekst

    TITEL III. - (RIJBEWIJS). <W 09-07-1976, art. 1; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977)) > / HOOFDSTUK I. - ALGEMENE REGELS.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 21. <W 09-07-1976, art. 2; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))> Niemand mag op de openbare weg een motorvoertuig besturen, tenzij hij houder is van, en tevens bij zich heeft, een rijbewijs in België regelmatig afgegeven, of een buitenlands nationaal of internationaal rijbewijs onder de voorwaarden vastgesteld door de bepalingen die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn. Het rijbewijs moet geldig zijn voor de categorie waartoe het voertuig behoort.   De Koning kan, onder de algemene voorwaarden die Hij stelt, vrijstelling verlenen van deze verplichting inzonderheid voor het besturen met het oog op de scholing.
    Open in Justel ↗
  12. Art. 22 · Federaal

    Brontekst

    TITEL III. - (RIJBEWIJS). <W 09-07-1976, art. 1; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977)) > / HOOFDSTUK I. - ALGEMENE REGELS.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22. <W 09-07-1976, art. 3; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))> De bestuurder is gehouden het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs, afgegeven met het oog op de scholing, te vertonen op iedere vordering van een ambtenaar of beambte bevoegd om toezicht te houden op de uitvoering van deze wet en de krachtens deze laatste uitgevaardigde reglementen.
    Open in Justel ↗
  13. Art. 23 · Federaal

    Brontekst

    TITEL III. - (RIJBEWIJS). <W 09-07-1976, art. 1; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977)) > / HOOFDSTUK II. - (Voorwaarden tot verkrijging.) <W 1990-07-18/37, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 23.<W 09-07-1976, art. 4; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))> § 1. Het Belgisch rijbewijs wordt afgegeven indien de verzoeker aan de volgende voorwaarden voldoet :   1° een verklaring hebben ondertekend, waarin bevestigd wordt dat hij niet vervallen is van het recht om voertuigen te besturen van de categorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd; de verzoeker moet voldaan hebben aan [1 de herstelvoorwaarden]1, hem eventueel opgelegd krachtens artikel 38, § 3, voor het besturen van een voertuig van de categorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd;   2° geslaagd zijn voor een door de Koning in te richten praktisch examen betreffende de kennis en vaardigheid die nodig zijn voor het besturen van voertuigen van elke categorie, waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd. De Koning bepaalt de nadere regelen inzake scholing;   3° een verklaring hebben ondertekend waarin bevestigd wordt dat hij niet lijdt aan een van de lichaamsgebreken en aandoeningen bepaald door de Koning. De Koning kan deze verklaring aanvullen met of vervangen door de verplichting om zich aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen.   (...) <W 1990-07-18/37, art. 3, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>   4° (geslaagd zijn voor een door de Koning in te richten examen over de kennis van de wetten en reglementen, het gedrag ter voorkoming van ongevallen, de voornaamste begrippen van mechaniek, alsook de eerste hulp bij ongevallen, betreffende het gebruik van de voertuigen van de categorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd; de Koning bepaalt de nadere regelen inzake het onderricht.) <W 1990-07-18/37, art. 3, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>   § 2. Van de examens, bedoeld bij § 1, 2°, 3° en 4°, is vrijgesteld de verzoeker die overlegt :   1° ofwel een geldig nationaal buitenlands rijbewijs dat is afgegeven overeenkomstig de voorwaarden die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn of waarvan de geldigheid is erkend krachtens door de Koning afgesloten akkoorden; (De Koning kan deze vrijstelling afhankelijk maken van voorwaarden inzake het verblijf van de verzoeker in de Staat die het rijbewijs heeft afgegeven.) <W 29-02-1984, art. 2>   2° ofwel een getuigschrift dat is afgegeven door een overheidsorgaan dat door de Koning is aangewezen en waarin bevestigd wordt dat hij geslaagd is voor een gelijkwaardig geoordeeld examen.   (§ 3. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de scholen voor het besturen van motorvoertuigen moeten voldoen met het oog op het vervullen van de taken die Hij vaststelt.) <W 1990-07-18/37, art. 3, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>   ----------   (1)<W 2024-05-16/38, art. 2, 062; Inwerkingtreding : 01-01-2026>
    Open in Justel ↗
  14. Art. 23 · Vlaanderen

    Brontekst

    TITEL III. - (RIJBEWIJS). <W 09-07-1976, art. 1; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977)) > / HOOFDSTUK II. - (Voorwaarden tot verkrijging.) <W 1990-07-18/37, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 23_VLAAMS_GEWEST.    <W 09-07-1976, art. 4; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))> § 1. Het Belgisch rijbewijs wordt afgegeven indien de verzoeker aan de volgende voorwaarden voldoet :   1° een verklaring hebben ondertekend, waarin bevestigd wordt dat hij niet vervallen is van het recht om voertuigen te besturen van de categorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd; de verzoeker moet voldaan hebben aan het onderzoek, hem eventueel opgelegd krachtens artikel 38, § 3, voor het besturen van een voertuig van de categorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd;   2° geslaagd zijn voor een door de Koning in te richten praktisch examen betreffende de kennis en vaardigheid die nodig zijn voor het besturen van voertuigen van elke categorie, waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd. De Koning bepaalt de nadere regelen inzake scholing;   3° een verklaring hebben ondertekend waarin bevestigd wordt dat hij niet lijdt aan een van de lichaamsgebreken en aandoeningen bepaald door de Koning. De Koning kan deze verklaring aanvullen met of vervangen door de verplichting om zich aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen.   (...) <W 1990-07-18/37, art. 3, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>   4° (geslaagd zijn voor een door de Koning in te richten examen over de kennis van de wetten en reglementen, het gedrag ter voorkoming van ongevallen, de voornaamste begrippen van mechaniek, alsook de eerste hulp bij ongevallen, betreffende het gebruik van de voertuigen van de categorie waarvoor het rijbewijs wordt aangevraagd; de Koning bepaalt de nadere regelen inzake het onderricht.) <W 1990-07-18/37, art. 3, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>   § 2. Van de examens, bedoeld bij § 1, 2°, 3° en 4°, is vrijgesteld de verzoeker die overlegt :   1° ofwel een geldig nationaal buitenlands rijbewijs dat is afgegeven overeenkomstig de voorwaarden die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn of waarvan de geldigheid is erkend krachtens door de Koning afgesloten akkoorden; (De Koning kan deze vrijstelling afhankelijk maken van voorwaarden inzake het verblijf van de verzoeker in de Staat die het rijbewijs heeft afgegeven.) <W 29-02-1984, art. 2>   2° ofwel een getuigschrift dat is afgegeven door een overheidsorgaan dat door de Koning is aangewezen en waarin bevestigd wordt dat hij geslaagd is voor een gelijkwaardig geoordeeld examen.   § 3. [2 De Vlaamse Regering kan de voorwaarden en nadere regels bepalen die gelden voor:    1° de instellingen en hun personeelsleden die instaan voor het afnemen van examens om een rijbewijs of een bewijs van vakbekwaamheid te behalen;    2° de instellingen en hun personeelsleden of de personen die onderricht verstrekken:    a) om een rijbewijs te verkrijgen;    b) in het kader van de voortgezette rijopleiding;    c) om een bewijs van vakbekwaamheid te behalen of te verlengen;   [4 d) aan de niet-professionele begeleiders van kandidaten voor een rijbewijs;]4    3° de opleidingsverstrekkers die opleidingen en bijscholingen geven aan kandidaat-personeelsleden en personeelsleden van de instellingen, vermeld in punt 1° en 2°, of aan de personen, vermeld in punt 2° ;    4° de personen die kandidaat-personeelsleden en personeelsleden van de instellingen, vermeld in punt 1° en 2°, of die de personen, vermeld in punt 2°, begeleiden tijdens hun opleiding;    5° de commissie die oordeelt over een beroep dat wordt ingediend naar aanleiding van het niet-slagen voor een examen.    De Vlaamse Regering kan de regels voor de toekenning, weigering, verlenging, stopzetting, schorsing en intrekking van de erkenning van de instellingen en de personen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, bepalen.    De Vlaamse Regering kan de regels voor de opleidingen en de bijscholingen van kandidaat-personeelsleden en personeelsleden van de instellingen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, en van de personen, vermeld in het eerste lid, 2°, bepalen.]2   [1 § 4. [4 In het kader van de bevoegdheden en de taken met betrekking tot de scholing en de examens over de kennis en de vaardigheid die nodig zijn om voertuigen van elke categorie te besturen, en met betrekking tot de vakbekwaamheid worden de volgende gegevens verwerkt:    1° de gegevens over het onderricht om een rijbewijs te verkrijgen, het onderricht in het kader van de voortgezette rijopleiding, het onderricht om een bewijs van vakbekwaamheid te behalen of te verlengen en het onderricht aan de personen die kandidaten begeleiden, over de personen die het onderricht volgen en over de instellingen en hun personeelsleden en de personen die het onderricht verstrekken, met inbegrip van de uitgereikte getuigschriften en attesten;    2° de gegevens over de examens om een rijbewijs en een bewijs van vakbekwaamheid te behalen en de examens tot herstel in het recht tot sturen, over de personen die de examens afleggen en over de instellingen en hun personeelsleden die de examens afnemen, met inbegrip van de uitgereikte getuigschriften en attesten;    3° de gegevens over de beroepen die worden ingediend in het kader van het behalen van een rijbewijs, de voortgezette rijopleiding en het behalen of verlengen van een bewijs van vakbekwaamheid, over de beslissingen die genomen zijn over die beroepen en over de instantie die over de beroepen beslist;    4° de gegevens over de rijopleiding en de afgelegde examens van bestuurders van voertuigen, met inbegrip van de documenten als bewijs daarvan;    5° de gegevens over de vakbekwaamheid van bestuurders van voertuigen, met inbegrip van de documenten als bewijs daarvan;    6° de gegevens in het kader van het toezicht op de rijgeschiktheid van de bestuurders en de kandidaat-bestuurders die lijden aan een vermindering van hun functionele vaardigheden, met inbegrip van de uitgereikte getuigschriften en attesten;    7° de gegevens over opleidingen en bijscholingen die georganiseerd worden voor personen die onderricht verstrekken of willen verstrekken en voor personen die examens afnemen of willen afnemen, over de personen die aan die opleidingen en bijscholingen deelnemen en over de instellingen en hun personeelsleden en de personen die de opleidingen en bijscholingen organiseren, met inbegrip van de uitgereikte getuigschriften en attesten;    8° de gegevens over de begeleiders van personen die onderricht verstrekken of willen verstrekken en van personen die examens afnemen of willen afnemen tijdens een opleiding of bijscholing;    9° de gegevens in het kader van aanvragen tot erkenningen, vergunningen en toelatingen, over de uitgereikte erkenningen, vergunningen en toelatingen en over de instellingen en hun personeelsleden en de personen die ze hebben aangevraagd en aan wie ze zijn uitgereikt;    10° de gegevens over geschorste erkenningen, vergunningen en toelatingen, de datum waarop de beslissing tot schorsing is genomen en de reden ervan;    11° de gegevens over de opgeheven en ingetrokken erkenningen, vergunningen en toelatingen, de datum waarop de beslissing tot opheffing en intrekking is genomen en de reden ervan;    12° de gegevens over het toezicht, de vaststellingen, de sancties en de maatregelen;    13° de contactgegevens en identificatiegegevens, met inbegrip van eventuele handtekeningen, rijksregistergegevens en ondernemingsgegevens, die noodzakelijk zijn bij de verwerking van de gegevens, vermeld in punt 1° tot en met 12°.    Bij de verwerking van de gegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen ook gegevens als vermeld in artikel 9, lid 1, en artikel 10 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) worden verwerkt. De gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van voormelde verordening, worden beperkt tot de vermelding dat de persoon al dan niet medisch geschikt is, zonder informatie over de eventuele aandoening.    De Vlaamse Regering kan de lijst van gegevens, vermeld in het eerste lid, inclusief de gezondheidsgegevens, verder preciseren.    De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden verzameld en verwerkt voor de volgende doeleinden:    1° de uitvoering van de bevoegdheden en de taken, vermeld in of ter uitvoering van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan;    2° het dossierbeheer;    3° het toezicht op en de handhaving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan;    4° statistische doeleinden.    De gegevens die verzameld en verwerkt worden voor het doeleinde, vermeld in het vierde lid, 4°, worden geanonimiseerd.    De Vlaamse Regering kan, met behoud van de doeleinden, vermeld in het vierde lid, de nadere doeleinden van de verwerking vaststellen.    De Vlaamse Regering kan bepalen welke van de gegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen worden uitgewisseld tussen of met andere bevoegde overheidsinstanties en entiteiten die belast zijn met een taak van openbaar belang ter uitvoering van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, en voor welke doeleinden als vermeld in het zesde lid. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden en nadere regels voor de gegevensuitwisseling bepalen.    De Vlaamse Regering stelt de maximale bewaartermijn van de gegevens vast.    De persoonsgegevens die verbonden zijn aan een erkenning, vergunning, toelating of aanwijzing worden niet langer bewaard dan vijf jaar na het verstrijken van de geldigheid van die erkenning, vergunning, toelating of aanwijzing. Persoonsgegevens die geen betrekking hebben op een erkenning, vergunning, toelating of aanwijzing kunnen gedurende de levensloop van de betrokken persoon worden bewaard. De gegevens met betrekking tot een dossier over de handhaving van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan worden niet langer bewaard dan dertig jaar na de vaststelling van de inbreuk. De persoonsgegevens worden in ieder geval niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.    De Vlaamse Regering wijst de instantie aan die de verwerkingsverantwoordelijke is voor de verwerking van de gegevens, vermeld in het eerste lid.]4]1   [2 § 5. Inspecteurs kunnen de instellingen en de personen, vermeld in paragraaf 3, controleren op de naleving van de reglementering over de scholing en de examens over de kennis en de vaardigheid die nodig zijn om voertuigen van elke categorie te besturen, en inzake de reglementering over de vakbekwaamheid, vermeld in of ter uitvoering van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.    De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de controle, vermeld in het eerste lid, en voor de aanwijzing van de inspecteurs die die controle verrichten.    Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de inspecteurs, vermeld in het eerste lid, beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het vierde tot en met het twaalfde lid.    De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het derde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de inspecteurs, vermeld in het eerste lid, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening.    De persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.    De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het derde lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het derde lid, rechtvaardigt.    Als de betrokkene in het geval, vermeld in het derde lid, tijdens de periode, vermeld in het vierde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan.    De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het derde lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van de inspecteurs, vermeld in het eerste lid, zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het tiende lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel.    De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen.    De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse Toezichtcommissie.    Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening, opnieuw toegepast.    Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het derde lid bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.]2   ----------   (1)<DVR 2019-04-26/34, art. 46, 049; Inwerkingtreding : 04-07-2019>   (2)<DVR 2020-10-09/08, art. 4, 051; Inwerkingtreding : 07-12-2020>   (3)<DVR 2022-07-08/15, art. 2, 054; Inwerkingtreding : 23-09-2022>   (4)<DVR 2023-06-16/11, art. 2, 058; Inwerkingtreding : 20-08-2023>
    Open in Justel ↗
  15. Art. 23bis · Federaal

    Brontekst

    TITEL III. - (RIJBEWIJS). <W 09-07-1976, art. 1; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977)) > / HOOFDSTUK II. - (Voorwaarden tot verkrijging.) <W 1990-07-18/37, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>

    Lees de volledige brontekst
    Art 23bis. <W 2003-02-07/38, art. 5, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > De houder van een Belgisch rijbewijs volgt lessen bij een centrum voor voortgezette rijopleiding volgens de nadere regels en in de gevallen door de Koning bepaald.   Deze lessen beogen met name de bestuurders aan te zetten tot een niet-agressief en preventief rijgedrag en tot een betere controle van het voertuig, zodat ze geen gevaarlijke situaties creëren; ze moeten gevolgd worden in een centrum voor voortgezette rijopleiding, dat beantwoordt aan door de Koning bepaalde voorwaarden.
    Open in Justel ↗
  16. Art. 23bis · Vlaanderen

    Brontekst

    TITEL III. - (RIJBEWIJS). <W 09-07-1976, art. 1; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977)) > / HOOFDSTUK II. - (Voorwaarden tot verkrijging.) <W 1990-07-18/37, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>

    Lees de volledige brontekst
    Art 23bis.VLAAMS_GEWEST...   <W 2003-02-07/38, art. 5, 011; Inwerkingtreding : onbepaald > De houder van een Belgisch rijbewijs volgt lessen bij een centrum voor voortgezette rijopleiding volgens de nadere regels en in de gevallen door de Koning bepaald.   Deze lessen beogen met name de bestuurders aan te zetten tot een niet-agressief en preventief rijgedrag en tot een betere controle van het voertuig, zodat ze geen gevaarlijke situaties creëren; ze moeten gevolgd worden in een centrum voor voortgezette rijopleiding, dat beantwoordt aan door de Koning bepaalde voorwaarden.   [1 Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en de taken vermeld in dit artikel, worden gegevens, inclusief de gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, en 10 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, verwerkt.    Die gegevens worden verwerkt met naleving van de regelgeving op de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.    De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt, stelt de wijze vast waarop die gegevens worden verwerkt en wijst de verantwoordelijke voor de verwerking aan.]1   ----------   (1)<DVR 2019-04-26/34, art. 47, 049; Inwerkingtreding : 04-07-2019>
    Open in Justel ↗
  17. Art. 24 · Federaal

    Brontekst

    TITEL III. - (RIJBEWIJS). <W 09-07-1976, art. 1; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977)) > / HOOFDSTUK II. - (Voorwaarden tot verkrijging.) <W 1990-07-18/37, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 24.De houder van een Belgisch rijbewijs moet dit inleveren bij het overheidsorgaan dat het heeft afgegeven, hetzij voor kanttekening, hetzij voor intrekking, indien :   (1° hij lijdt aan een van de lichaamsgebreken of kwalen door de Koning bepaald overeenkomstig [1 artikel 23, § 1, 3°]1, of indien hij niet voldoet aan het geneeskundig onderzoek door Hem ingericht in de gevallen die Hij bepaalt.) <W 09-07-1976, art. 5; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))>   2° hij onderworpen is en niet meer voldoet aan de reglementsbepalingen welke de Koning inzake geneeskundig toezicht en geneeskundige schifting heeft uitgevaardigd ter uitvoering van de besluitwet van 30 december 1946 houdende herziening en coördinatie van de wetgeving betreffende het bezoldigd vervoer van personen door middel van automobielen.   Die formaliteit moet vervuld worden binnen vier dagen na de dag waarop de houder kennis krijgt van het lichaamsgebrek of van de kwaal, of binnen vier dagen na de intrekking van het getuigschrift van geneeskundige schifting; zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen zijn in deze termijnen niet begrepen.   Het rijbewijs, ingeleverd met toepassing van 1°, wordt teruggegeven aan de houder die, in de gevallen door de Koning bepaald, met goed gevolg een door hem in te richten onderzoek heeft ondergaan.   ----------   (1)<W 2018-03-06/04, art. 4, 042; Inwerkingtreding : 15-02-2018>      TOEKOMSTIGE RECHT      HOOFDSTUK III. - <Ingevoegd bij W 1990-07-18/37, art. 4, 002; Inwerkingtreding : onbepaald > Rijbewijs met punten.   Art. 24. <W 1990-07-18/37, art. 5, 002; Inwerkingtreding : onbepaald > § 1. De Koning kent, bij een in Ministerraad overlegd besluit, een aantal punten toe aan de door Hem aangewezen overtredingen naar gelang van hun zwaarwichtigheid uit de hiernavolgende overtredingen :   1° de zware overtredingen bedoeld in artikel 29;   2° de overtredingen van de andere bepalingen van deze wet;   3° de overtredingen van de wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorvoertuigen;   4° de overtredingen van de besluiten genomen in uitvoering van de wet betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen.   Het aantal door de Koning toegekende punten voor elke overtreding mag niet meer dan drie bedragen; bij samenloop van deze overtredingen wordt het aantal punten voor elke overtreding samengeteld zonder dat vier punten mogen worden overschreden.   § 2. De in § 1 bedoelde overtredingen, alsmede de eraan toegekende punten worden ingeschreven in een centraal bestand op naam van de bestuurders van een motorvoertuig, die deze overtredingen hebben begaan, voor zover deze overtredingen het voorwerp hebben uitgemaakt van hetzij een betaling, hetzij een in kracht van gewijsde gegane veroordeling; dit centraal bestand wordt bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit opgericht in de diensten die ressorteren onder de Minister tot wiens bevoegdheid het wegverkeer behoort.   § 3. De bestuurder die het totaal van zes punten heeft bereikt, moet binnen de door de Koning bepaalde periode een door Hem ingerichte veiligheidscursus volgen; zo niet, wordt het recht tot sturen van de betrokkene opgeschort voor een duur van 1 maand.   Wanneer de bestuurder binnen vijf jaar het totaal van zes punten opnieuw bereikt, wordt het recht tot sturen van de betrokkene opgeschort voor een duur van drie maanden; de beëindiging van deze opschorting is bovendien afhankelijk van het volgen van een veiligheidscursus bedoeld in het vorige lid.   § 4. Wanneer het aantal punten vier of vijf bereikt, wordt dit aantal herleid tot twee, indien de betrokkene een veiligheidscursus als bedoeld in § 3 volgt; deze mogelijkheid kan slechts eenmaal om de drie jaar worden toegepast.   De bestuurder die het totaal van vier of vijf punten bereikt, wordt hiervan ingelicht; in voorkomend geval wordt hij eveneens ingelicht over de mogelijkheid bepaald in het vorige lid.   § 5. De Koning kan voor de door Hem aangewezen nieuwe houders van een rijbewijs, het totaal van zes punten herleiden tot vier, voor een periode van achttien maanden, die aanvangt bij de afgifte van het rijbewijs; § 4 is in dat geval niet van toepassing.   Deze periode wordt, in voorkomend geval, geschorst voor de duur van de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs, het verval van het recht tot sturen of de opschorting van het recht tot sturen.   In het geval dat het totaal van 4 punten wordt bereikt, bestaat de in § 3 bedoelde veiligheidscursus uit een specifieke vorming waarvan de inhoud en de nadere regels door de Koning worden bepaald.   § 6. De vermelding van de overtredingen, alsmede de eraan toegekende punten worden automatisch uitgewist, na verloop van 3 jaar of nadat zij aanleiding hebben gegeven tot een in § 3 bedoelde maatregel.   § 7. De Koning bepaalt de nadere regelen inzake inschrijving en uitwissing van de overtredingen en de eraan toegekende punten, het ingaan en het uitvoeren van de opschorting van het recht tot sturen, alsmede inzake het volgen van de in § 3 bedoelde veiligheidscursus.   § 8. De in §§ 3 en 5 bedoelde maatregelen doen geen afbreuk aan de toepassing van artikel 38.
    Open in Justel ↗
  18. Art. 25 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    TITEL III. - (RIJBEWIJS). <W 09-07-1976, art. 1; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977)) > / HOOFDSTUK III. - (opgeheven) <W 09-07-1976, art. 6; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25. (opgeheven) <W 09-07-1976, art. 6; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))>      TOEKOMSTIG RECHT      Art. 25. <Hersteld door W 1990-07-18/37, art. 6, 002; Inwerkingtreding : onbepaald > § 1. De gegevens van het centraal bestand bedoeld in artikel 24, § 2, zijn alleen toegankelijk voor en mogen slechts gebruikt worden door de Minister tot wiens bevoegdheid het wegverkeer behoort of zijn gemachtigde, evenals door de gerechtelijke overheden.   § 2. (opgeheven) <W 1998-12-11/54, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2001>   § 3. De (verantwoordelijke voor de verwerking) is verplicht alle maatregelen te treffen om de perfecte bewaring van de persoonsgegevens te verzekeren. <W 1998-12-11/54, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2001>   De personen die mededeling hebben bekomen van persoonsgegevens volgens de bepalingen van dit hoofdstuk, zijn ertoe gehouden maatregelen te treffen om het vertrouwelijk karakter van deze gegevens te verzekeren en om er voor te zorgen dat ze uitsluitend worden aangewend voor de doeleinden door of krachtens dit hoofdstuk bepaald of voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten.   § 4. Wanneer een bestuurder voor de eerste maal wordt geregistreerd in het bestand, wordt hij daarvan onverwijld in kennis gesteld door de (verantwoordelijke voor de verwerking). <W 1998-12-11/54, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2001>   (In deze kennisgeving wordt melding gemaakt van :   1° de identiteit en het adres van de (verantwoordelijke voor de verwerking), van diens eventuele vertegenwoordiger in België en, in voorkomend geval, van de bewerker; <W 1998-12-11/54, art. 41, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2001>   2° de wettelijke of reglementaire grondslag voor de gegevensverzameling;   3° de doeleinden waarvoor de verzamelde gegevens worden gebruikt;   4° de persoonsgegevens ten aanzien van de bestuurder;   5° het adres van de in § 5 genoemde Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;   6° het bestaan van het recht op toegang tot de gegevens, op verbetering van die gegevens, alsmede de nadere regelen voor de uitoefening van deze rechten en voor de toepassing van het rijbewijs met punten.) <W 1992-12-08/32, art. 50.1, 004; Inwerkingtreding : 01-09-1993>   § 5. (Met het oog op de toepassing van dit hoofdstuk oefent de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer de bevoegdheden uit die haar zijn toegewezen door hoofdstuk VII van de wet van ... tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.) <W 1992-12-08/32, art. 50.2, 004; Inwerkingtreding : 01-09-1993>   § 6. Met gevangenisstraf van 3 maanden tot een jaar en met geldboete van 100 (euro) tot 50 000 (euro) of met een van die straffen alleen, wordt gestraft hij die zich toegang verschaft tot of gebruik maakt van de gegevens van het bestand, met uitzondering van de in § 1 bepaalde personen. <W 2005-07-20/52, art. 6, 014 ; Inwerkingtreding : 31-03-2006>
    Open in Justel ↗
  19. Art. 26 · Federaal

    Brontekst

    TITEL III. - (RIJBEWIJS). <W 09-07-1976, art. 1; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977)) > / HOOFDSTUK IV. - (Bijzondere regels.) <W 1990-07-18/37, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26. <W 09-07-1976, art. 8; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))> De Koning bepaalt het model van het Belgisch rijbewijs en van het als zodanig geldend bewijs, de categorieën van voertuigen waarvoor ze afgegeven worden, alsook de voorschriften betreffende de afgifte, de geldigheid, de vernieuwing, de vervanging en de teruggave ervan.
    Open in Justel ↗
  20. Art. 27 · Federaal

    Brontekst

    TITEL III. - (RIJBEWIJS). <W 09-07-1976, art. 1; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977)) > / HOOFDSTUK IV. - (Bijzondere regels.) <W 1990-07-18/37, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27. <W 09-07-1976, art. 9; Inwerkingtreding : 14-02-1977 (zie KB 1977-02-01, (B.S. 08-02-1977))> De Koning bepaalt het tarief van de ten bate van de Staat of van de erkende instellingen te heffen retributies voor gehele of gedeeltelijke dekking van de bestuurs-, controle- en toezichtskosten, welke de toepassing van (de artikelen van deze Titel) en van de op grond daarvan uitgevaardigde reglementsbepalingen medebrengt. <W 1990-07-18/37, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1992 (KB 1991-07-18/43, art. 48)>
    Open in Justel ↗