Gratis brononderzoek

Wegcode

Verkeersregels, voorrang, snelheid en verkeerssignalisatie.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Let op: tegenstrijdige datuminformatie in de Wegcodebron

Justel vermeldt voor bepaalde gewestelijke teksten een opheffing op 1 september 2026. De gewestelijke overheden communiceren 1 juni 2027 voor de nieuwe verkeerscodes. Die informatie sluit niet op elkaar aan. De bronopname lost dit verschil niet op en bepaalt niet welke tekst in uw regio en op de datum van uw dossier geldt. Controleer de officiële gewestelijke publicaties voordat u deze bepalingen toepast.

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-08-31

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

151 bronvarianten

  1. Art. 79 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK IV. - ALLERHANDE BEPALINGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 79. AFBAKENING VAN DE OPENBARE WEG.   De randen van de openbare weg of van de rijbaan mogen gesignaleerd worden door reflectoren.   Deze reflectoren moeten zodanig aangebracht zijn dat de weggebruikers aan hun rechterzijde slechts de rode of oranje en aan hun linkerzijde slechts de witte reflectoren zien.
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 80 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL III. - VERKEERSTEKENS. / HOOFDSTUK IV. - ALLERHANDE BEPALINGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 80. HET AANBRENGEN VAN DE VERKEERSTEKENS.   80.1. Buiten de bij dit reglement uitdrukkelijk bedoelde gevallen mogen de bij dit laatste voorgeschreven verkeerstekens op de openbare weg slechts worden aangebracht door de wettelijk daartoe bevoegde overheden.   Wanneer het verkeer belemmerd wordt, mogen de politie- en rijkswachtdiensten, in dringende gevallen, verkeersborden aanbrengen om het verkeer tijdelijk om te leiden of te kanaliseren.   In dit laatste geval moeten de verkeersborden verwijderd worden zodra het verkeer weer normaal geworden is.   80.2. Het is verboden op de openbare weg reclameborden, uithangborden of andere inrichtingen aan te brengen die de bestuurders verblinden, die hen in dwaling brengen, die, zij het ook maar gedeeltelijk, verkeersborden voorstellen of nabootsen, die van verre met deze verkeersborden worden verward, of die op enige andere wijze de doelmatigheid van de reglementaire verkeersborden verminderen.   Het is verboden een luminositeit met een rode of groene tint te geven aan alle reclameborden, uithangborden of inrichtingen die zich, binnen een afstand van 75 meter van een verkeerslicht, op minder dan 7 meter boven de grond bevinden.
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 81 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL IV. - TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 81. MOTORVOERTUIGEN EN HUN AANHANGWAGENS.   81.1. Algemeenheden.   81.1.1. De auto's en hun aanhangwagens evenals hun uitrusting moeten overeenstemmen met het technisch reglement van de auto's.   81.1.2. De bromfietsen, motorfietsen en hun aanhangwagens evenals hun uitrusting moeten overeenstemmen met het technisch reglement van de bromfietsen en motorfietsen.   81.1.3. De uitrusting en organen van die voertuigen moeten altijd in goede staat van werking en voortreffelijk onderhouden en geregeld zijn.   81.2. Toebehoren.   Volgende toebehoren moeten beantwoorden aan de eisen vastgesteld door het technisch reglement van de auto's en zich in elke auto bevinden :   1° een gevaarsdriehoek;   2° een of twee blustoestellen, overeenkomstig de voorschriften van het technisch reglement van de auto's;   3° een verbandkist of -etui, overeenkomstig de voorschriften van het technisch reglement van de auto's.   81.3. Drijfwerk, lawaai, rook.   81.3.1. De motorvoertuigen moeten zodanig afgewerkt en onderhouden zijn, en bestuurd worden, dat zij de veiligheid van het verkeer niet hinderen of de andere weggebruikers geen ongemak aandoen. Daartoe is het verboden :   1° op abnormale wijze olie of brandstoffen op de openbare weg te laten vallen;   2° door het lawaai het publiek ongemak aan te doen of de dieren te doen schrikken; in geen geval mag het geluidsniveau de grenswaarden overschrijden die vastgesteld zijn door de technische reglementen van de auto's of van de bromfietsen en motorfietsen;   3° behoudens de voorbijgaande uitlatingen van rook veroorzaakt door het aanzetten van de motor of het gebruik van de gangwissel van de voertuigen, rook te ontwikkelen die de grenswaarden overschrijdt die vastgesteld zijn door het technisch reglement van de auto's;   4° luchtbezoedelende gassen te verspreiden die de grenswaarden overschrijden die vastgesteld zijn door het technisch reglement van de auto's.   81.3.2. (...) <KB 2003-04-04/66, art. 34, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>   81.4. Banden.   81.4.1. (De tekening van de hoofdgroeven van de lucht- of cushionbanden moet (ten minste) 1,6 mm diep zijn, behalve voor de bromfietsen waarvoor de tekening van de hoofdgroeven ten minste 1 mm diep moet zijn. <KB 1991-09-18/32, art. 33,1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1992>   Met hoofdgroeven worden bedoeld de brede groeven op de middenstrook van het loopvlak die ongeveer driekwart van de breedte van dit vlak omvat.   Deze bepalingen gelden niet voor de voertuigen voor traag vervoer zoals omschreven in het technisch reglement van de auto's.   Het linnen mag op geen enkele plaats van de band zichtbaar zijn.) <KB 22-05-1989, art. 3>   81.4.2. <KB 2003-03-17/34, art. 31, 023; Inwerkingtreding : 01-05-2003> De banden gemonteerd op motorvoertuigen beantwoorden aan de voorschriften van het technisch reglement van autovoertuigen en deze van het technisch reglement voor bromfietsen en motorfietsen.   Van deze bepalingen kan slechts tijdelijke afgeweken worden bij gebruik van het reservewiel. In dit geval wordt het gebruik van het voertuig aangepast voornamelijk door de snelheid te verminderen.   81.4.3. (Opgeheven) <KB 2003-03-17/34, art. 31, 023; Inwerkingtreding : 01-05-2003>   81.4.4. Wielbanden moeten een loopvlak hebben zonder holten of uitsprongen die de openbare weg kunnen beschadigen.   Slechts bij sneeuw of ijzel mogen de banden van sneeuwkettingen voorzien worden.   Spijkerbanden zijn verboden.   Wanneer de weergesteldheid het rechtvaardigt kan de Minister van Verkeerswezen evenwel bij uitzondering en onder de door hem vastgestelde voorwaarden, het gebruik van die banden toelaten.   81.4.5. (Voertuigen met metalen rupsbanden) mogen niet op de openbare weg rijden. <KB 1991-09-18/32, art. 33,2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1992>   81.5. Pantsering.   Een motorvoertuig dat voorzien is van een pantsering of van enige inrichting waardoor het als aanvals- of als verdedigingsmiddel kan worden gebruikt, mag niet op de openbare weg rijden zonder speciale toelating van de Minister van Verkeerswezen (of van zijn gemachtigde.) <KB 23-06-1978, art. 11>   81.6. Versierselen - beschadigingen.   81.6.1. Het is verboden aan de buitenkant van een motorvoertuig gevaarlijke of enig toebehoren aan te brengen die de gevolgen van ongevallen kunnen verergeren.   81.6.2. Een motorvoertuig mag aan de buitenkant geen beschadigingen vertonen die de gevolgen van ongevallen kunnen verergeren.
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 82 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL IV. - TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 82.RIJWIELEN EN HUN AANHANGWAGENS.   82.1. Lichten en reflectoren.   82.1.1. 1° (Fietsers moeten tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, vooraan en achteraan een niet verblindend vast licht of knipperlicht voeren. Vooraan moet het licht wit of geel zijn, achteraan rood.) <KB 2006-05-09/30, art. 2, 028 ; Inwerkingtreding : 18-05-2006>   Het rode achterlicht moet 's nachts, bij helder weer, zichtbaar zijn van op een afstand van 100 m minimum.) <KB 21-12-1983, art. 6, 7, 8, 9, 10, 11> <Err. 03-03-1984>   2° De fietsen moeten altijd vooraan een witte reflector en achteraan een rode reflector voeren.   (Het lichtgevend gedeelte van de rode reflector moet afzonderlijk zijn van dit van het rode licht.) <KB 21-12-1983, art. 6, 7, 8, 9, 10, 11> <Err. 03-03-1984>   3° De pedalen van fietsen moeten altijd voorzien zijn van gele of oranje reflectoren.   4° (De fietsen moeten altijd een zijdelingse signalisatie voeren bestaande uit :   - ofwel een witte reflecterende strook in de vorm van een doorlopende cirkel langs elke kant van de band van het voor- en achterwiel.   - ofwel, op elk wiel ten minste twee gele of oranje reflectoren met dubbel front, vast bevestigd aan de spaken en symmetrisch aangebracht.   - ofwel de combinatie van de twee voornoemde types.) <KB 21-12-1983, art. 6, 7, 8, 9, 10, 11> <Err. 03-03-1984>   5° (Behalve wanneer ermee gereden wordt tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, zijn (...) de reflectoren vooraan en achteraan, de reflectoren op de pedalen en de zijdelingse signalisatie niet verplicht voor : <KB 2006-05-09/30, art. 4, 028 ; Inwerkingtreding : 18-05-2006>   a) de fietsen die uitgerust zijn met wielen met een diameter van ten hoogste 500 mm (banden niet inbegrepen); <KB 1990-07-20/40, art. 27,1°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>   b) de fietsen die uitgerust zijn met een koersstuur alsook met banden met een doorsnede van ten hoogste 25 mm (...), en die, daarenboven, geen bagagedrager achteraan hebben. <KB 1991-03-18/31, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 22-03-1991>   (lid 3 opgeheven) <KB 1990-07-20/40, art. 27,2°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>   (c) de alle-terreinen-fietsen, uitgerust met banden met een minimumsectie van 38 mm voor de wielen met een diameter van 650 mm en van 32 mm voor de wielen met een diameter van 700 mm, met minimum 2 versnellingsraderen bediend vanaf het stuur en die daarenboven geen spatborden en geen bagagedrager achteraan hebben.   De fietsen, bedoeld onder b en c moeten evenwel vooraan een witte reflector en achteraan een rode reflector voeren wanneer ze met ten minste één spatbord uitgerust zijn.) <KB 1990-07-20/40, art. 27,3°, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1991>   82.1.2. 1° (Berijders van een drie- of vierwieler moeten tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, vooraan en achteraan een niet-verblindend vast licht of knipperlicht voeren. Vooraan moet het licht wit of geel zijn, achteraan rood.) <KB 2006-05-09/30, art. 4, 028 ; Inwerkingtreding : 18-05-2006>00 meter.   2° De driewielers met één voorwiel moeten altijd vooraan een witte reflector en achteraan twee rode reflectoren voeren.   3° De driewielers met twee voorwielen moeten altijd vooraan twee witte reflectoren en achteraan één rode reflector voeren.   4° De vierwielers moeten altijd vooraan twee witte reflectoren en achteraan twee rode reflectoren voeren.   5° De pedalen van de drie- en vierwielers moeten altijd voorzien zijn van gele of oranje reflectoren.   [3 6° De velomobielen moeten altijd voorzien zijn van een gele of oranje reflecterende strook op de zijkanten.]3   82.1.3. De door rijwielen getrokken aanhangwagens moeten altijd achteraan twee rode reflectoren voeren.   (Zij moeten bovendien een rood licht voeren zodra hun omvang het voor het rijwiel gevoerd rood licht onzichtbaar maakt.) <KB 2006-05-09/30, art. 5, 028 ; Inwerkingtreding : 18-05-2006>   82.1.4. 1° (De lichten en reflectoren moeten altijd duidelijk zichtbaar zijn en goed uitkomen, goed onderhouden zijn en goed werken.) <KB 2006-05-09/30, art. 6, 1°, 028 ; Inwerkingtreding : 18-05-2006>   2° (In geen geval mogen er vooraan rode lichten of rode reflectoren en achteraan witte of gele lichten of witte reflectoren gevoerd worden.) <KB 2006-05-09/30, art. 6, 2°, 028 ; Inwerkingtreding : 18-05-2006>   3° De reflectoren mogen geen driehoekige vorm hebben. Zij moeten vast zijn aangebracht in een vlak, loodrecht op de lengteas van het (rijwiel). <KB 2006-05-09/30, art. 6, 3°, 028 ; Inwerkingtreding : 18-05-2006>   4° (Wanneer het (rijwiel) vooraan twee witte reflectoren of achteraan twee rode reflectoren moeten voeren, moeten de twee reflectoren van dezelfde kleur, dezelfde vorm en dezelfde afmetingen hebben. <KB 2006-05-09/30, art. 6, 3°, 028 ; Inwerkingtreding : 18-05-2006>   Ze moeten symmetrisch ten opzichte van de lengteas van het voertuig en in hetzelfde vlak, loodrecht op deze as aangebracht zijn.   De buitenrand van het lichtgevend gedeelte van de twee reflectoren vooraan en achteraan moet zich zo dicht mogelijk en, in ieder geval, op ten hoogste 0,10 meter van de buitenomtrek van het voertuig bevinden.) <KB 21-12-1983, art. 6, 7, 8, 9, 10, 11> <Err. 03-03-1984>   5° (De reflectoren en reflecterende stroken, die door dit artikel voorgeschreven of voorzien zijn, moeten overeenkomstig de door ons vastgestelde normen goedgekeurd zijn, met uitzondering van de witte reflectoren vooraan en de gele of oranje reflectoren op de pedalen, aangebracht vóór 1 januari 1985, alsmede van de reflecterende stroken op de banden, aangebracht vóór 1 januari 1985.   De rode reflectoren achteraan, aangebracht vóór 1 januari 1985 en die niet goedgekeurd zijn, mogen bovendien bij de goedgekeurde rode reflectoren achteraan behouden blijven.) <KB 21-12-1983, art. 6, 7, 8, 9, 10, 11> < 03-03-1984>   [2 82.1.5. Rijwielen mogen bijkomend voorzien zijn van [4 witte,]4 gele of oranje laterale signalisatiemiddelen.]2   82.2. Geluidstoestel.   De rijwielen moeten uitgerust zijn met een geluidstoestel dat uit een bel bestaat die kan gehoord worden van op een afstand van 20 meter.   82.3. Remmen.   82.3.1. (De fietsen moeten voorzien zijn van twee voldoend doelmatige remmen, de ene op het voorwiel werkend en de andere op het achterwiel.   De fietsen die uitgerust zijn met wielen van een diameter van ten hoogste 500 mm mogen evenwel voorzien zijn van slechts één enkele doelmatige rem.   82.3.2. De drie- en vierwielers moeten voorzien zijn van een voldoend doelmatige reminrichting.) <KB 21-12-1983, art. 11, 12> <Err. 03-03-1984>   82.4. Afmetingen.   82.4.1. (De maximum breedte van een fiets is vastgesteld op 0,75 meter en deze van een drie of vierwieler op 2,50 meter.) <KB 21-12-1983, art. 11, 12> <Err. 03-03-1984>   82.4.2. De breedte, met inbegrip van al de uitstekende delen, van een aanhangwagen getrokken door een fiets, mag niet meer bedragen dan (1,00) meter. <KB 2002-12-18/32, art. 12, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2003>   [1 Echter, de aanhangwagens gebruikt in het kader van pilootprojecten voor het goederenvervoer mogen, onder de door de bevoegde overheden bepaalde voorwaarden, een breedte hebben van maximum 1,20 meter.]1   82.4.3. De breedte, met inbegrip van al de uitstekende delen, van een aanhangwagen getrokken door een drie- of vierwieler mag niet meer bedragen dan de breedte van het trekkend voertuig.   82.5. <KB 2006-05-09/30, art. 7, 028 ; Inwerkingtreding : 18-05-2006> De massa van een door een fiets getrokken aanhangwagen mag niet meer bedragen dan 80 kg, lading en passagiers inbegrepen.   Een aanhangwagen met een massa van meer dan 80 kg mag evenwel gebruikt worden wanneer hij beschikt over een remsysteem dat automatisch in werking treedt wanneer de fietser remt.   ----------   (1)<KB 2020-06-16/21, art. 1, 085; Inwerkingtreding : 31-07-2020>   (2)<KB 2022-07-30/21, art. 28, 100; Inwerkingtreding : 01-10-2022>   (3)<KB 2022-10-09/03, art. 1, 101; Inwerkingtreding : 01-12-2022>   (4)<KB 2023-10-02/08, art. 5, 104; Inwerkingtreding : 01-02-2024>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 82bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL IV. - TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 82bis.[1 VOORTBEWEGINGSTOESTELLEN.    82bis.1. Reflectoren.    1° Gemotoriseerde voortbewegingstoestellen met een stuur voeren altijd vooraan een witte reflector en achteraan een rode reflector.    2° Gemotoriseerde voortbewegingstoestellen voeren altijd een zijdelingse signalisatie bestaande uit:    - ofwel een [2 gele of oranje]2 reflecterende strook langs elke kant van de voetsteunen;    - ofwel een witte reflecterende strook in de vorm van een doorlopende cirkel aan elke kant van de band van het voor- en achterwiel;    - ofwel de combinatie van de twee voornoemde types.   [2 3° Gemotoriseerde voortbewegingstoestellen mogen bijkomend voorzien zijn van witte, gele of oranje zijdelingse signalisatiemiddelen.]2    82bis.2. Geluidstoestel.    De gemotoriseerde voortbewegingstoestellen met een stuur zijn uitgerust met een geluidstoestel dat kan worden gehoord op een afstand van 20 meter.    82bis.3. Remmen.    Gemotoriseerde voortbewegingstoestellen moeten uitgerust zijn [2 met een voldoende doelmatige reminrichting]2.    82bis.4. Afmetingen.    De maximale breedte van een voortbewegingstoestel is 1 meter ]1.   ----------   (1)<W 2022-05-15/07, art. 13, 099; Inwerkingtreding : 01-07-2022>   (2)<KB 2023-10-02/08, art. 6, 104; Inwerkingtreding : 01-02-2024>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 83 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL IV. - TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 83. GESPANNEN.   83.1. Reflectoren.   83.1.1. Bespannen voertuigen moeten altijd achteraan twee rode reflectoren voeren.   Deze reflectoren moeten een driehoekige vorm hebben; zij moeten vast aangebracht zijn en goedgekeurd zijn. Een der toppen van de driehoek moet naar boven gericht zijn, terwijl de tegenoverliggende zijde horizontaal ligt.   83.1.2. Een of meer oranje reflectoren mogen op de zijkanten van het voertuig aangebracht worden.   83.1.3. 1° De reflectoren moeten zodanig geplaatst zijn dat geen enkel deel van het voertuig de doelmatigheid ervan vermindert. Zij moeten altijd duidelijk zichtbaar zijn en goed uitkomen.   2° Het hoogste punt van het lichtweerkaatsend gedeelte van de reflectoren mag zich op niet meer dan 1,20 meter boven de grond en het laagste punt op niet minder dan 0,40 meter boven de grond bevinden als het voertuig ledig is.   3° De twee rode reflectoren achteraan moeten symmetrisch ten opzichte van de lengteas van het voertuig en in eenzelfde vlak, loodrecht op die lengteas aangebracht zijn.   4° De buitenrand van het lichtweerkaatsend gedeelte van de reflectoren achteraan moet zich zo dicht mogelijk bij de buitenomtrek van het voertuig en, in ieder geval, op ten hoogste 0,40 meter hiervan bevinden.   83.2. Remmen.   Bespannen voertuigen moeten voorzien zijn van een voldoend doelmatige reminrichting.   Deze bepaling geldt niet voor tweewielige bespannen voertuigen waarvan het gewicht in beladen toestand niet meer dan 1 000 kg bedraagt en waarvan de bespanning zodanig is dat het voertuig terzelfdertijd als het trekdier stilhoudt.   83.3. Afmetingen.   De afmetingen van bespannen voertuigen mogen niet groter zijn dan deze bepaald door het technisch reglement van de auto's.
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 84 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL V. - OPHEFFING, OVERGANGSBEPALINGEN EN INWERKINGTREDING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 84. OPHEFFING.   Wordt opgeheven het koninklijk besluit van 14 maart 1968, houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, gewijzigd en aangevuld door de koninklijke besluiten van 12 juni 1969, 15 september 1970, 18 en 29 juni 1971, 13 oktober 1971, 29 september 1972, 1 december 1972, 5 en 16 juli 1973, 27 september 1973, 8 november 1973, 18 maart 1975, 13 mei 1975 en 11 juni 1975.
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 85 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL V. - OPHEFFING, OVERGANGSBEPALINGEN EN INWERKINGTREDING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 85.OVERGANGSBEPALINGEN.   85.1. (...) (Was in werking alleen tot 01-01-1978.)   (85.2. De hierna weergegeven verkeersborden mogen behouden worden tot 1 juni 2015.   F1   (Beeld niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-05-2003, p. 24930).   Begin van een bebouwde kom.   Dit verkeersbord moet rechts worden geplaatst op elke toegangsweg tot een bebouwde kom, het mag links herhaald worden.   F3   (Beeld niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-05-2003, p. 24930).   Einde van een bebouwde kom.) <KB 2003-04-04/66, art. 37, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>   85.3 (De kinderbeveiligingssystemen die vóór 1 september 2006, overeenkomstig de vigerende normen ten tijde van hun ingebruikneming, zijn goedgekeurd en die niet beantwoorden aan de op het ogenblik van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 22 augustus 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg van toepassing zijnde normen, mogen worden gebruikt tot 9 mei 2008.   Tot 9 mei 2008 mag, in afwijking van artikel 35.1.1, tweede lid, wanneer het, in voertuigen bestemd voor het vervoer van personen met ten hoogste acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en in voertuigen bestemd voor het vervoer van goederen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 3,5 ton, na installatie van twee kinderbeveiligingssystemen, niet mogelijk is nog een derde kinderbeveiligingssysteem te installeren en deze beveiligingssystemen in gebruik zijn, op de andere zitplaatsen dan de zitplaatsen voorin in het voertuig, een derde kind van minder dan 3 jaar en kleiner dan 135 cm worden vervoerd, indien het de veiligheidsgordel draagt.) <KB 2006-08-22/31, art. 5, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   [1 85.4. De verkeersborden die overeenstemmen met de hierna afgebeelde modellen, mogen behouden worden tot 31 december 2018.    (Verkeersbord niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2014, p. 12419)    Begin van een zone met beperkte parkeertijd.   (Verkeersbord niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2014, p. 12419)    Einde van een zone met beperkte parkeertijd.]1   85.4. tot 85.23. (...) (Waren in werking alleen tot 01-01-1978.)   85.24. (De bewegwijzering die de naam van de buitenlandse bestemmingen niet vermeldt overeenkomstig de bepalingen van artikel 71.1. mag behouden blijven tot 1 januari 1995.) <KB 1991-02-01/36, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-04-1991>   85.25. (De verkeersborden die overeenstemmen met de hierna afgebeelde modellen, mogen behouden worden tot 1 januari 1995.   Deze termijn kan verlengd worden door de Minister van Verkeerswezen.   (F 33   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 14/03/1991, p. 4935)   Wegwijzer.   Plaats van bijzondere aard of belang.   De afstand in km kan op de wegwijzer aangeduid zijn.) <KB 1991-02-01/36, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-04-1991>   F 35   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 14/03/1991, p. 4935)   Wegwijzer.   Luchthaven.   De afstand in km kan op de wegwijzer aangeduid zijn.   F 37   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 14/03/1991, p. 4935)   Wegwijzer.   Natuurmonument, monument, waterloop.   De afstand in km kan op de wegwijzer aangeduid zijn.   F 57   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 14/03/1991, p. 4936)   Natuurmonument, monument, waterloop.   F 77   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 14/03/1991, p. 4936)   Voorbeeld van een wegwijzer die de installaties aankondigt die voorkomen op de verkeersborden F 71, F 73 en F 75.) <KB 1991-02-01/36, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-04-1991>   85.26. (De verkeersborden aangebracht overeenkomstig de bepalingen van het ministerieel besluit van 25 november 1987 betreffende de bewegwijzering van door het publiek bezochte etablissementen en plaatsen, mogen behouden worden tot 1 januari 1995.   Deze termijn kan verlengd worden door de Minister van Verkeerswezen.) <KB 1991-02-01/36, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-04-1991>   85.27. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 35; Inwerkingtreding : 01-01-1992> De verkeersborden die overeenstemmen met de hierna afgebeelde modellen, mogen behouden worden tot 1 januari 2000.   Voorrangsweg.   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23821)   Einde voorrangsweg.   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23822)   Verkeersbord dat het verkeersbord B 11 aankondigt op de bij benadering aangeduide afstand   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23822)   85.28. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 35; Inwerkingtreding : 01-01-1992> De verkeersborden die overeenstemmen met het hierna afgebeelde model, mogen behouden worden tot 1 januari 1993.   Douanepost.   Verbod voorbij te rijden zonder te stoppen.   Aan de Belgisch-Duitse grens wordt het opschrift aangevuld met het woord " Zoll ".   Het opschrift mag vervangen worden door het woord " Taxes ".   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23822)   85.29. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 35; Inwerkingtreding : 01-01-1992> De verkeersborden die overeenstemmen met de hierna afgebeelde modellen, mogen behouden worden tot 1 januari 1995.   Begin van een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone).   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23823)   Einde van een zone met beperkte parkeertijd.   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23823)   85.30. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 35; Inwerkingtreding : 01-01-1992> Het onderbord dat verplicht gemaakt wordt luidens de bepaling van artikel 65.6. moet geplaatst worden vóór 1 januari 1993.   [2 85.31. Elke vrijstelling zoals bedoeld in artikel 35.2.1, 4°, die niet langer overeenstemt met het door de minister bepaalde model, verliest haar geldigheid op een door de minister te bepalen tijdstip.]2   [3 85.32. De verkeersborden F111 en F113 met een zonale geldigheid mogen behouden worden tot 1 januari 2032.    Tot 1 januari 2035 mogen de verkeersborden F111 en F113 met de vermelding "Fietsstraat" behouden worden om respectievelijk het begin en het einde van een fietszone aan te duiden.".    85.33. De voertuigen die gebruikt worden voor het schoolvervoer en de taxi's mogen gebruik maken van de busstroken tot [4 31 mei 2027]4, ook in afwezigheid van het bord of van het woord bedoeld in artikel 72.5, a) en b).]3   ----------   (1)<KB 2014-01-29/13, art. 21, 062; Inwerkingtreding : 01-03-2014>   (2)<KB 2022-01-23/03, art. 3, 097; Inwerkingtreding : 01-03-2022>   (3)<KB 2023-03-12/01, art. 18, 102; Inwerkingtreding : 01-04-2023>   (4)<KB 2026-06-30/09, art. 61, 109; Inwerkingtreding : 16-07-2026>

    Dit artikel of deze bijlage bevat afbeeldingen of aanvullende bronnotities. Bekijk de afbeeldingen en notities in de officiële bron; de tekst hieronder is geen vervanging voor verkeerssignalisatie of afbeeldingen.

    Open officiële bron ↗
  9. Art. 85 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL V. - OPHEFFING, OVERGANGSBEPALINGEN EN INWERKINGTREDING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 85_VLAAMS_GEWEST.   OVERGANGSBEPALINGEN.   85.1. (...) (Was in werking alleen tot 01-01-1978.)   (85.2. De hierna weergegeven verkeersborden mogen behouden worden tot 1 juni 2015.   F1   (Beeld niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-05-2003, p. 24930).   Begin van een bebouwde kom.   Dit verkeersbord moet rechts worden geplaatst op elke toegangsweg tot een bebouwde kom, het mag links herhaald worden.   F3   (Beeld niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-05-2003, p. 24930).   Einde van een bebouwde kom.) <KB 2003-04-04/66, art. 37, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>   85.3 (De kinderbeveiligingssystemen die vóór 1 september 2006, overeenkomstig de vigerende normen ten tijde van hun ingebruikneming, zijn goedgekeurd en die niet beantwoorden aan de op het ogenblik van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 22 augustus 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg van toepassing zijnde normen, mogen worden gebruikt tot 9 mei 2008.   Tot 9 mei 2008 mag, in afwijking van artikel 35.1.1, tweede lid, wanneer het, in voertuigen bestemd voor het vervoer van personen met ten hoogste acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en in voertuigen bestemd voor het vervoer van goederen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 3,5 ton, na installatie van twee kinderbeveiligingssystemen, niet mogelijk is nog een derde kinderbeveiligingssysteem te installeren en deze beveiligingssystemen in gebruik zijn, op de andere zitplaatsen dan de zitplaatsen voorin in het voertuig, een derde kind van minder dan 3 jaar en kleiner dan 135 cm worden vervoerd, indien het de veiligheidsgordel draagt.) <KB 2006-08-22/31, art. 5, 031; Inwerkingtreding : 01-09-2006>   [1 85.4. De verkeersborden die overeenstemmen met de hierna afgebeelde modellen, mogen behouden worden tot 31 december 2018.    (Verkeersbord niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2014, p. 12419)    Begin van een zone met beperkte parkeertijd.   (Verkeersbord niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2014, p. 12419)    Einde van een zone met beperkte parkeertijd.]1   85.4. tot 85.23. (...) (Waren in werking alleen tot 01-01-1978.)   85.24. (De bewegwijzering die de naam van de buitenlandse bestemmingen niet vermeldt overeenkomstig de bepalingen van artikel 71.1. mag behouden blijven tot 1 januari 1995.) <KB 1991-02-01/36, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-04-1991>   85.25. (De verkeersborden die overeenstemmen met de hierna afgebeelde modellen, mogen behouden worden tot 1 januari 1995.   Deze termijn kan verlengd worden door de [2 Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer]2.   (F 33   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 14/03/1991, p. 4935)   Wegwijzer.   Plaats van bijzondere aard of belang.   De afstand in km kan op de wegwijzer aangeduid zijn.) <KB 1991-02-01/36, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-04-1991>   F 35   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 14/03/1991, p. 4935)   Wegwijzer.   Luchthaven.   De afstand in km kan op de wegwijzer aangeduid zijn.   F 37   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 14/03/1991, p. 4935)   Wegwijzer.   Natuurmonument, monument, waterloop.   De afstand in km kan op de wegwijzer aangeduid zijn.   F 57   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 14/03/1991, p. 4936)   Natuurmonument, monument, waterloop.   F 77   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 14/03/1991, p. 4936)   Voorbeeld van een wegwijzer die de installaties aankondigt die voorkomen op de verkeersborden F 71, F 73 en F 75.) <KB 1991-02-01/36, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-04-1991>   85.26. (De verkeersborden aangebracht overeenkomstig de bepalingen van het ministerieel besluit van 25 november 1987 betreffende de bewegwijzering van door het publiek bezochte etablissementen en plaatsen, mogen behouden worden tot 1 januari 1995.   Deze termijn kan verlengd worden door de [3 Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer]3.) <KB 1991-02-01/36, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-04-1991>   85.27. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 35; Inwerkingtreding : 01-01-1992> De verkeersborden die overeenstemmen met de hierna afgebeelde modellen, mogen behouden worden tot 1 januari 2000.   Voorrangsweg.   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23821)   Einde voorrangsweg.   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23822)   Verkeersbord dat het verkeersbord B 11 aankondigt op de bij benadering aangeduide afstand   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23822)   85.28. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 35; Inwerkingtreding : 01-01-1992> De verkeersborden die overeenstemmen met het hierna afgebeelde model, mogen behouden worden tot 1 januari 1993.   Douanepost.   Verbod voorbij te rijden zonder te stoppen.   Aan de Belgisch-Duitse grens wordt het opschrift aangevuld met het woord " Zoll ".   Het opschrift mag vervangen worden door het woord " Taxes ".   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23822)   85.29. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 35; Inwerkingtreding : 01-01-1992> De verkeersborden die overeenstemmen met de hierna afgebeelde modellen, mogen behouden worden tot 1 januari 1995.   Begin van een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone).   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23823)   Einde van een zone met beperkte parkeertijd.   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 23/10/1991, p. 23823)   85.30. <Ingevoegd bij KB 1991-09-18/32, art. 35; Inwerkingtreding : 01-01-1992> Het onderbord dat verplicht gemaakt wordt luidens de bepaling van artikel 65.6. moet geplaatst worden vóór 1 januari 1993.   [4 85.31. Elke vrijstelling zoals bedoeld in artikel 35.2.1, 4°, die niet langer overeenstemt met het door de minister bepaalde model, verliest haar geldigheid op een door de minister te bepalen tijdstip.]4   [5 85.32. De verkeersborden F111 en F113 met een zonale geldigheid mogen behouden worden tot 1 januari 2032.    Tot 1 januari 2035 mogen de verkeersborden F111 en F113 met de vermelding "Fietsstraat" behouden worden om respectievelijk het begin en het einde van een fietszone aan te duiden.".    85.33. De voertuigen die gebruikt worden voor het schoolvervoer en de taxi's mogen gebruik maken van de busstroken tot 1 januari 2027, ook in afwezigheid van het bord of van het woord bedoeld in artikel 72.5, a) en b).]5   ----------   (1)<KB 2014-01-29/13, art. 21, 062; Inwerkingtreding : 01-03-2014>   (2)<BVR 2015-07-10/11, art. 53, 065; Inwerkingtreding : 04-09-2015>   (3)<BVR 2015-07-10/11, art. 54, 065; Inwerkingtreding : 04-09-2015>   (4)<KB 2022-01-23/03, art. 3, 097; Inwerkingtreding : 01-03-2022>   (5)<KB 2023-03-12/01, art. 18, 102; Inwerkingtreding : 01-04-2023>

    Dit artikel of deze bijlage bevat afbeeldingen of aanvullende bronnotities. Bekijk de afbeeldingen en notities in de officiële bron; de tekst hieronder is geen vervanging voor verkeerssignalisatie of afbeeldingen.

    Open officiële bron ↗
  10. Art. 86 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL V. - OPHEFFING, OVERGANGSBEPALINGEN EN INWERKINGTREDING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 86. INWERKINGTREDING.   Dit besluit treedt in werking op 1 mei 1976, met uitzondering van :   - de artikelen 8.2.3°, derde lid, 27.3., 27.4., 30.2. en 42.2.1.2° die in werking treden de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt;   - de bepaling van artikel 36 die in werking treedt op 1 oktober 1976 voor de bestuurders en passagiers van bromfietsen;   - artikel 82.1. dat in werking treedt op 1 januari 1978, in zover het bepaalt dat rijwielen altijd vooraan en op de pedalen van reflectoren moeten voorzien zijn;   - artikel 83.1.1., tweede lid, dat in werking treedt op 1 januari 1978.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 87 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1975120131 / TITEL V. - OPHEFFING, OVERGANGSBEPALINGEN EN INWERKINGTREDING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 87.Onze Minister van Verkeerswezen is belast met de uitvoering van dit besluit.   (Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 09/12/1975, p. 15708)   Gewijzigd bij :   <KB 1991-02-01/36, art. 3, B.St. 14/03/1991, p. 4936>

    Dit artikel of deze bijlage bevat afbeeldingen of aanvullende bronnotities. Bekijk de afbeeldingen en notities in de officiële bron; de tekst hieronder is geen vervanging voor verkeerssignalisatie of afbeeldingen.

    Open officiële bron ↗