Justel 2006122930 / HOOFDSTUK VI. - Tijdelijke en overgangsbepalingen.
Lees de volledige brontekst
Art. 16/1. [1 De procedure bedoeld in artikel 45/1 van de Wapenwet verloopt zoals hierna bepaald.
§ 1. De aangifte van vergunningsplichtige wapens, munitie of laders vindt plaats bij de lokale politie bevoegd voor de verblijfplaats van de aangever.
De aangever begeeft zich met het ongeladen, gedemonteerde en verpakte wapen of de lege en verpakte lader of de afzonderlijk van het wapen verpakte munitie naar de lokale politie bevoegd voor zijn verblijfplaats, na voorafgaande kennisgeving.
§ 2. Indien tijdens de aangifteperiode bepaald in paragraaf 9 een vergunningsplichtig wapen, munitie of een lader wordt aangegeven, overhandigt de lokale politie bevoegd voor de verblijfplaats aan de betrokkene een aangiftebewijs dat wordt gedateerd en ondertekend door beide partijen of hun gemachtigden. Het aangiftebewijs wordt, naargelang het geval, omschreven in de volgende paragrafen, opgemaakt volgens het formulier model nr. 6A, waarvan het model wordt opgenomen in bijlage 2 van dit besluit, of het formulier nr. 10A, waarvan het model wordt opgenomen in bijlage 3 bij dit besluit.
§ 3. De lokale politie van de verblijfplaats kan het wapen in beslag nemen indien uit de controle, uitgevoerd naar aanleiding van de aangifte, blijkt dat het wapen staat geseind, tenzij de reden van de seining niet langer actueel is. De lokale politie levert in zulks geval bij wijze van aangiftebewijs een formulier model nr. 10A af, en stuurt een kopie hiervan door naar de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de aangever. Op het aangiftebewijs wordt aangeduid dat het wapen in beslag wordt genomen omdat het staat geseind.
§ 4. De lokale politie van de verblijfplaats kan het wapen, de munitie of de lader in beslag nemen indien uit de controle, uitgevoerd naar aanleiding van de aangifte, blijkt dat de aangever niet voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 45/1, § 4 van de Wapenwet. In zulks geval levert de lokale politie bij wijze van aangiftebewijs een formulier model nr. 10A af, en stuurt een kopie hiervan door naar de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de aangever. Op het aangiftebewijs wordt aangeduid dat het wapen, de munitie of de lader in beslag wordt genomen omdat de aangever niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 45/1, § 4 van de Wapenwet.
§ 5. De aangifte met het oog op de aanvraag van een erkenning, een vergunning of een registratie verloopt als volgt:
Indien de aangever een erkend persoon is bedoeld in artikel 5 van de Wapenwet die zijn erkenning formulier model nr. 2 wenst uit te breiden naar laders of indien de aangever een erkenning formulier model nr. 2 overeenkomstig artikel 5 van de Wapenwet wenst te verkrijgen die geldig is voor laders, dient hij hiertoe een aanvraag in bij de gouverneur bevoegd voor de vestigingsplaats.
Indien het vorige lid niet van toepassing is, wordt het wapen door de lokale politie van de verblijfplaats op naam van de aangever geregistreerd in het centraal wapenregister. De lokale politie levert bij wijze van aangiftebewijs een formulier model nr. 6A af, en stuurt een kopie hiervan door naar de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de aangever.
De aangever die niet onder het tweede lid valt en die houder is van een jachtverlof of een sportschutterslicentie en het wapen naargelang het geval wordt bedoeld in artikel 12, eerste lid, 1° of 2° van de Wapenwet, ontvangt een aangiftebewijs waarop wordt aangeduid dat een registratie op basis van een formulier model nr. 9 wordt gevraagd. Hij mag het wapen voorhanden houden in afwachting van de ontvangst van het formulier model nr. 9.
De aangever die niet onder het tweede lid valt en die geen houder is van een jachtverlof of een sportschutterslicentie, waarvan het wapen naargelang het geval niet overeenstemt met deze bedoeld in artikel 12, eerste lid, 1° of 2° van de Wapenwet, ontvangt een aangiftebewijs waarop wordt aangeduid dat een erkenning formulier model nr. 3 of een vergunning formulier model nr. 4 wordt aangevraagd. De lokale politie stuurt het aangiftebewijs, dat geldt als aanvraag van een erkenning of een vergunning, door naar de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de aangever of - in geval een erkenning wordt gevraagd - de gouverneur bevoegd voor de vestigingsplaats. Het aangiftebewijs vermeldt het resultaat van het controleonderzoek dat de lokale politie in zulks geval uitvoert alsook de plaats waar het wapen zal worden bewaard in afwachting van de beslissing van de gouverneur. Tijdens dit controleonderzoek gaat de lokale politie na of de aangever meerderjarig is, geen veroordelingen heeft opgelopen zoals bedoeld in artikel 5, § 4 van de Wapenwet en of er geen redenen van openbare orde bestaan, die zouden leiden tot de intrekking van de erkenning of de vergunning.
In geval het controleonderzoek van de lokale politie gunstig is, mag de aangever het wapen, de munitie of de lader voorhanden houden in afwachting van de beslissing van de gouverneur inzake zijn aanvraag van een erkenning of een vergunning. Het aangiftebewijs geldt als voorlopige erkenning of vergunning.
In geval het controleonderzoek ongunstig is, wordt het wapen, de lader of de munitie in bewaring gegeven bij de lokale politie of bij een persoon die gerechtigd is het voorhanden te hebben of daarvoor is erkend, vanaf de dag van de aangifte tot het verkrijgen van de gevraagde erkenning of vergunning of tot de weigering ervan door de gouverneur.
De weigering van de aanvraag van de erkenning of vergunning wordt per aangetekend schrijven door de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de aangever aan hem meegedeeld. De beslissing is met redenen omkleed en vermeldt dat de aangever het wapen, de lader of de munitie binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag waarop hij kennisnam van de weigeringsbeslissing één van volgende bestemmingen moet geven:
- het wapen of de lader op eigen kosten laten neutraliseren door de proefbank voor vuurwapens;
- het wapen, de lader of de munitie overdragen aan een persoon die gerechtigd is het voorhanden te hebben;
- het wapen, de lader of de munitie afstaan bij de lokale politie van zijn verblijfplaats.
Binnen acht dagen te rekenen vanaf de neutralisering, de overdracht of de afstand stelt de aangever de gouverneur bevoegd voor zijn verblijfplaats hiervan schriftelijk in kennis. Zulks geschiedt door middel van een formulier dat bij de kennisgeving van de weigeringsbeslissing werd gevoegd.
Indien blijkt dat de aangever het wapen, de lader of de munitie binnen de periode van drie maanden niet één van deze drie bestemmingen heeft gegeven of indien hij hiervan geen tijdige schriftelijke kennisgeving heeft gedaan, kan de lokale politie van zijn verblijfplaats het wapen, de munitie of de lader in beslag nemen.
§ 6. De aangifte met het oog op de neutralisering van het wapen of de lader verloopt als volgt:
Het wapen wordt door de lokale politie van de verblijfplaats op naam van de aangever geregistreerd in het centraal wapenregister. De lokale politie levert bij wijze van aangiftebewijs een formulier model nr. 6A af, en stuurt een kopie hiervan door naar de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de aangever. Op het aangiftebewijs wordt aangeduid dat het wapen of de lader zal worden geneutraliseerd door de proefbank voor vuurwapens.
De aangever mag het wapen of de lader voorhanden houden in afwachting van de neutralisering ervan.
Het aangiftebewijs vermeldt dat het wapen of de lader binnen drie maanden na aangifte ervan moet geneutraliseerd worden door de proefbank voor vuurwapens. In afwijking van artikel 2, § 4, eerste lid, van het koninklijk besluit van 20 september 1991 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt, gaat de proefbank voor vuurwapens over tot de neutralisering op vertoon van dit aangiftebewijs, informeert zij de lokale politie van de verblijfplaats dat het wapen of de lader werd geneutraliseerd en registreert zij de neutralisering van het wapen in het centraal wapenregister.
Indien het wapen of de lader binnen de termijn bedoeld in het vierde lid niet werd geneutraliseerd door de proefbank voor vuurwapens, kan de lokale politie van de verblijfplaats het in beslag nemen.
§ 7. De aangifte met het oog op de overdracht van het wapen, de lader of de munitie aan een daartoe gemachtigd of erkend persoon verloopt als volgt:
Het wapen wordt door de lokale politie van de verblijfplaats op naam van de aangever geregistreerd in het centraal wapenregister. De lokale politie levert bij wijze van aangiftebewijs een formulier model nr. 6A af, en stuurt een kopie hiervan door naar de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de aangever. Op het aangiftebewijs wordt aangeduid dat de overdracht van het wapen, de munitie of de lader wordt gevraagd.
De aangever mag het wapen, de munitie of de lader voorhanden houden in afwachting van de overdracht ervan.
Het aangiftebewijs vermeldt dat ofwel het wapen, de lader of de munitie binnen drie maanden na de aangifte ervan moet worden overgedragen aan een persoon die gemachtigd is het voorhanden te hebben of daarvoor is erkend, ofwel binnen die termijn de overnemer de aanvraag tot het verkrijgen van de nodige erkenning of vergunning moet indienen.
Indien de voorwaarden bedoeld in het vierde lid niet werden nageleefd, kan het wapen, de munitie of de lader door de lokale politie van de verblijfplaats in beslag worden genomen.
§ 8. De aangifte met het oog op de afstand van het wapen, de lader of de munitie verloopt als volgt:
Het wapen wordt door de lokale politie van de verblijfplaats op naam van de aangever geregistreerd in het centraal wapenregister. De lokale politie levert bij wijze van aangiftebewijs een formulier model nr. 10A af, en stuurt een kopie hiervan door naar de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de aangever. Het aangiftebewijs vermeldt dat het wapen, de lader of de munitie vrijwillig werd afgestaan. In afwijking van artikel 4, vierde lid, van het koninklijk besluit van 29 december 2006 tot uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, gaat de proefbank voor vuurwapens over tot de vernietiging op vertoon van dit aangiftebewijs.
§ 9. De aangifte is mogelijk vanaf 1 maart 2018 en moet ten laatste geschieden op 31 december 2018.
Elke aanvraag van een erkenning bedoeld in artikel 6 van de Wapenwet, van een vergunning bedoeld in artikel 11 van de Wapenwet of van een registratie bedoeld in artikel 12, derde lid van de Wapenwet, gedaan naar aanleiding van een aangifte die plaatsvond na 31 december 2018, is onontvankelijk. Het bewijs van de tijdigheid en bijgevolg ontvankelijkheid van de aangifte wordt uitsluitend geleverd door een gedateerd en door beide partijen of hun gemachtigden ondertekend aangiftebewijs bedoeld in paragraaf 2.
De lokale politie van de verblijfplaats kan het wapen, de lader of de munitie dat het voorwerp uitmaakt van een onontvankelijke aanvraag ten gevolge van een te laat ingediende aangifte in beslag nemen.
§ 10. De directeur van de proefbank voor vuurwapens kan of de politiediensten kunnen met toestemming van de Minister van Justitie beslissen om zeldzame en interessante exemplaren op grond van wetenschappelijke, didactische of historische redenen niet te vernietigen. Deze worden bezorgd aan politiescholen, wetenschappelijke instellingen of openbare musea die hierom verzoeken.
§ 11. De gouverneurs bezorgen op het einde van de aangifteperiode aan de Minister van Justitie een verslag met gegevens over de in de periode omschreven in paragraaf 9 ingeleverde wapens, munitie en laders op basis van de modellen 6A en 10A die zij hebben ontvangen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2018-02-26/01, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-03-2018>