Justel 2006122930 / HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.
Lees de volledige brontekst
Art. 6. Het opschrift van het koninklijk besluit van 20 september 1991 tot uitvoering van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie wordt aangevuld als volgt : " en van de Wapenwet ".
Artikel 1 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : ", in zoverre zij nog van toepassing is, en voor het overige de Wapenwet van 8 juni 2006. ".
In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 2de lid wordt het woord " burgemeester " vervangen door de woorden " lokale politie ";
2° in het 4de lid worden de woorden " verweer- of oorlogswapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens ".
In artikel 5, 3de lid, van hetzelfde besluit wordt het woord " burgemeester " vervangen door de woorden " lokale politie ".
In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 3de lid wordt het woord " gemeentepolitie " vervangen door de woorden " lokale politie ";
2° in het 5de lid wordt het woord " burgemeester " vervangen door de woorden " lokale politie ".
Het opschrift van hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Hoofdstuk III. - Vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens (artikel 11 van de Wapenwet) ".
In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt opgeheven;
2° § 2 wordt opgeheven;
3° in § 3 worden de woorden " verweer- of oorlogsvuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";
4° § 3 wordt aangevuld als volgt :
" 6° het medisch attest bedoeld in artikel 11, § 3, 6°, van de Wapenwet. ".
In artikel 9bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 augustus 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, 2de lid, wordt vervangen als volgt : " Indien de aanvrager meent dat hij nog niet over voldoende ervaring beschikt om te slagen voor de praktische proef of indien hij er niet voor is geslaagd, wordt de procedure opgeschort voor een periode van een jaar, tenzij de aanvrager binnen die termijn slaagt voor de praktische proef. Als hij van de vergunningverlenende overheid een gedateerd attest ontvangt, dat hij voldoet aan alle andere wettelijke voorwaarden voor het bekomen van de vergunning, dan mag hij zich gedurende deze periode voorbereiden op de praktische proef in een erkende schietstand. Dit moet gebeuren met een wapen en munitie die hem uitsluitend met dit doel ter plaatse ter beschikking worden gesteld door de uitbater, de houder van de vergunning tot het voorhanden hebben ervan, of de houder van een sportschutterslicentie. Op het einde van deze periode moet de aanvrager slagen voor de praktische proef, zoniet wordt de vergunning geweigerd. "
2° in § 2 worden het 5°, het 6° en het 7° opgeheven;
3° § 4 wordt opgeheven.
Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : " Dit geldt ook wanneer de vergunning niet langer geldig is. De vergunning vermeldt ook de reden waarom ze is afgegeven en haar vervaldatum. "
Artikel 10bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 februari 1996, wordt opgeheven.
In artikel 11, 4de lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 januari 1993, worden de woorden " de gemeentepolitie van zijn woonplaats, of, bij gebrek aan gemeentepolitie, bij de rijkswachtbrigade van zijn woonplaats " vervangen door de woorden " de lokale politie van zijn verblijfplaats ".
In artikel 12, 1ste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " verweer- of een oorlogswapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen " en worden de woorden " artikel 14, tweede lid, van de wet " vervangen door de woorden " artikel 17, 2de lid van de Wapenwet ".
In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 1ste lid worden de woorden " artikel 24 van de wet " vervangen door de woorden " artikel 29 van de Wapenwet ";
2° in het 2de lid worden de woorden " de gemeentepolitie of de rijkswachtbrigade van zijn woonplaats in kennis te stellen van de wijziging van zijn woonplaats of van enige andere omstandigheid " vervangen door de woorden " de gouverneur van zijn verblijfplaats in kennis te stellen van enige omstandigheid, behalve een adreswijziging, ";
3° in het 3de lid vervallen de woorden " aan de gemeentepolitie of ".
In het opschrift van hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt het woord " verweerwapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens ".
In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 1ste lid wordt het woord " verweerwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";
2° in het 1ste lid, 1°, wordt het woord " woonplaats " vervangen door het woord " verblijfplaats ";
3° in het 1ste lid, 2°, wordt het woord " woonplaats " vervangen door het woord " verblijfplaats ";
4° in het 1ste lid, 2°, worden de woorden " bestuur Openbare Veiligheid " vervangen door de woorden " Veiligheid van de Staat ".
In artikel 16 van hetzelfde besluit wordt het woord " verweerwapen " vervangen door het woord " vergunningsplichtig vuurwapen ".
In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 1ste lid, wordt het woord " verweerwapen " telkens vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen " en worden de woorden " artikel 24 van de wet " vervangen door de woorden " artikel 29 van de Wapenwet ";
2° in het 2de lid wordt het woord " verweerwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";
3° in het 4de lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 februari 1996, wordt het woord " verweervuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ".
De artikelen 18 tot 22 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
In artikel 23 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 1ste lid, 1°, worden de woorden " verweer- of oorlogsvuurwapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens ";
2° het 1ste lid, 2°, wordt opgeheven;
3° in het 1ste lid, 3°, worden de woorden " verweer- of oorlogsvuurwapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens ";
4° in het 2de lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juni 2002, worden de woorden " artikel 24 van de wet " telkens vervangen door de woorden " artikel 29 van de Wapenwet ".
In artikel 23bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 maart 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 2, 1ste lid, wordt vervangen als volgt :
" De personen die erkend zijn overeenkomstig artikel 6 van de Wapenwet, sturen binnen de acht dagen volgend op de overdracht van een vergunningsplichtig vuurwapen een bericht van overdracht overeenkomstig het model nr. 11 in bijlage bij dit besluit, aan het Centraal wapenregister en aan de gouverneur van de plaats waar ze hun activiteiten uitoefenen. ";
2° in § 2, 2de lid, worden de woorden " de gemeentepolitie of bij ontstentenis van gemeentepolitie, aan de rijkswachtbrigade " vervangen door de woorden " de gouverneur ";
3° in § 3 worden de woorden " verweer- en oorlogsvuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ".
In artikel 24 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 1ste lid worden de woorden " verweer- of oorlogsvuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";
2° het 3de lid wordt opgeheven.
Artikel 25 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 25. § 1. De overdracht van vergunningsplichtige vuurwapens aan en tussen personen bedoeld in artikel 12, 1°, 2° en 4°, van de Wapenwet kan slechts geschieden na overlegging van hun identiteitskaart of reispas en het bewijs van hun hoedanigheid. Een bericht van overdracht en een afschrift ervan, opgemaakt overeenkomstig het model nr. 9 in bijlage bij dit besluit, worden door de overdrager binnen acht dagen na de overdracht toegezonden aan de gouverneur van de verblijfplaats van de verkrijger, of indien deze laatste geen verblijfplaats in België heeft, aan het Centraal wapenregister. De overdrager bewaart een afschrift van dat bericht. Het andere afschrift wordt, voorzien van het registratienummer, door de gouverneur toegezonden aan de verkrijger.
§ 2. De overdracht van vergunningsplichtige vuurwapens door personen bedoeld in artikel 12, 1°, 2° en 4°, van de Wapenwet aan erkende personen moet door deze laatsten in hun registers worden ingeschreven en door middel van een bericht van overdracht, opgemaakt overeenkomstig het model nr. 9 in bijlage van dit besluit, binnen acht dagen te rekenen vanaf de overdracht worden gemeld aan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de overdrager, of, ingeval deze laatste geen verblijfplaats in België heeft, aan het centraal wapenregister bedoeld in artikel 28 van hetzelfde besluit. De overdrager bewaart een afschrift van dat bericht. "
Artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juni 2002, wordt aangevuld als volgt : " Dit artikel is niet van toepassing op de wapens bedoeld in de artikelen 44 en 45 van de Wapenwet. ".
In artikel 28 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 2de lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juni 2002, vervallen de woorden " voor de auditeur-generaal bij het militair gerechtshof " en " voor de krijgsauditeurs ";
2° in het 4de lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 1996, worden de woorden " Algemene politiesteundienst " vervangen door de woorden " federale politie ".
In artikel 29 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 1ste lid, 1°, worden de woorden " verweer- of oorlogsvuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";
2° in het 1ste lid, 2°, worden de woorden " jacht- of sportvuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";
3° in het 1ste lid, 3°, wordt het woord " verweerwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";
4° het 1ste lid, 6° en 8°, worden opgeheven;
5° het 1ste lid, 9°, wordt vervangen als volgt : " 9° de berichten van overdracht overeenkomstig het model nr. 11 ";
6° in het 5de lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 juni 2002, worden de woorden " oorlogs- of verweervuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen " en worden de woorden " of dat voorhanden wordt gehouden door een persoon erkend overeenkomstig artikel 6, § 2, van de Wapenwet " ingevoegd tussen de woorden " historische aard " en " worden vermeld ".
De artikelen 31, en 33 tot 37 van hetzelfde besluit worden opgeheven.