Gratis brononderzoek

Uitvoeringsregels wapens

Vijf besluiten over vergunningen, modellen, bewaring, vervoer, wettige redenen, laders en wapencategorieën.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-07 · Bijgewerkt volgens bron: 2019-09-25

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

126 bronvarianten

  1. Art. 15/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1997042430 / HOOFDSTUK 3bis. [1 - Veiligheidsvoorwaarden bij het vervoer van vuurwapens, munitie en laders]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 15/1. [1 § 1. Erkende personen mogen de wapens, munitie en laders die het voorwerp uitmaken van hun erkenning slechts vervoeren voor of naar aanleiding van hun activiteit.    § 2. Zij mogen die vuurwapens, munitie en laders slechts vervoeren onder de volgende voorwaarden:    1° de wapens, munitie en laders worden buiten het zicht en buiten handbereik vervoerd in een voertuig dat geen aanwijzing vertoont over de aard van de lading;    2° de wapens zijn ongeladen en de vervoerde laders zijn leeg;   [2 3° automatische wapens worden ofwel onbruikbaar gemaakt door een veiligheidsslot of door het wegnemen van een voor hun werking essentieel onderdeel, ofwel vervoerd onder begeleiding van ten minste één gewapende bewakingsagent in de zin van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid indien het vervoer met een enkel voertuig geschiedt, en ten minste drie gewapende bewakingsagenten indien het vervoer met meerdere voertuigen geschiedt, en overeenkomstig de artikelen 129 tot 131 van die wet;    4° de wapens worden vervoerd in een of meerdere slotvaste koffers of compartimenten;]2    5° de munitie wordt afzonderlijk van de wapens veilig verpakt vervoerd in een of meerdere geschikte en slotvaste koffers of compartimenten;    6° het voertuig en in voorkomend geval de daarvan gescheiden opslagruimte blijven niet zonder toezicht achter en worden vergrendeld tijdens het vervoer.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2019-10-01/05, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 09-12-2019>   (2)<KB 2019-10-01/05, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 09-07-2020>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 16 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1997042430 / HOOFDSTUK 4. - [1 Slotbepalingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 16. (oud artikel 10) Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 17 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1997042430 / HOOFDSTUK 4. - [1 Slotbepalingen]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 17. (oud artikel 11) Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
    Open officiële bron ↗
  4. Art. N1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1997042430 / HOOFDSTUK 4. - [1 Slotbepalingen]1 / BIJLAGE.

    Lees de volledige brontekst
    Art. N1.Bijlage. - 1. Toepassingsgebied van de veiligheidsmaatregelen volgens de activiteitenklassen.   Veiligheidsmaat-                        Klasse   regelen (1)     A   B   C   D   E1   E2   FA   FB   FC   FD   G           1°              x   x   x   x   x    x    x    x    x    x   2°              x   x   x   x   x    x    x    x    x    x    x   3°                  x   x   x                  x    x    x   4°                  x   x   x                  x    x    x   5°              x   x   x   x             x    x    x    x   6°                      x   x                       x    x   7°                          x   8°                          x   9°                  x   x   x                  x    x    x   10°                     x   x   11°                     x   x   x    x              x    x   12°                 x   x   x   x    x         x    x    x   13°                     x   x   x    x   14°                            [x    x] (Err. B.St. 28-05-1997, p. 13856)   15°                 x   x   x   x    x              x    x   16°[2 ...]2   17°                     x   x   x    x   18°                             x    x   19°                                  x   20°                                                           x   (1) De veiligheidsmaatregelen aangeduid met het teken ''x'' zijn vereist.   2. Beschrijving van de veiligheidsmaatregelen.   1° (installatie van hetzij een driepuntsslot dat vijf minuten weerstand biedt, hetzij een combinatie van drie sloten die samen vijf minuten weerstand bieden bij een inbraakproef onder genormaliseerde voorwaarden, en beantwoordend aan de Nederlandse norm NEN 5088/5089 of een vergelijkbare norm, op alle buitendeuren van het gebouw, en installatie van hang- en sluitwerk dat het uitlichten ervan belet op alle ramen van het gebouw die kunnen worden geopend. De plaatser moet attesteren dat het materiaal aan deze voorwaarden voldoet en volgens de regels van de kunst werd geplaatst); <KB 1998-05-18/30 art. 1, Inwerkingtreding : 27-05-1998>   2° installatie op een zichtbare of aangeduide en in alle omstandigheden vrij bereikbare plaats van minstens één draagbare of mobiele snelblusser beantwoordend aan de toepasselijke normen NBN S 21-011 tot 21-018 in elk lokaal waar zich munitie bevindt;   3° uithangen van een toegangsverbod voor niet door een meerderjarige vergezelde minderjarigen tot de lokalen waar de activiteit wordt uitgeoefend;   4° in ruimten toegankelijk voor het publiek, de vuurwapens derwijze te plaatsen dat zij enkel door toedoen van de erkende persoon of zijn aangestelde kunnen worden ter hand genomen;   5° verbod sleutels op ramen of buitendeuren van het gebouw, of op sloten van opslagruimten te laten zitten;   6° verbod om de vuurwapens bedoeld in de klassen C en D in een uitstalraam te plaatsen;   7° verplichting de vuurwapens van klasse D steeds te bewaren in een inbraakveilige en slotvaste kast die verankerd is wanneer ze leeg minder dan 200 kg weegt, of in een opslagruimte beveiligd overeenkomstig het 17°, behalve gedurende de tijd nodig voor hun onderhoud, hantering of overdracht;   8° bewaring van de munitie voor de vuurwapens bedoeld in de klasse D evenals de registers (modellen A, C en D) op de wijze beschreven in het 7°;   9° naar keuze :   - aanbrengen van vergrendelbare rolluiken, voor of achter de ramen en buitendeuren die een raam bevatten, te sluiten buiten de activiteitsuren;   - voldoen aan het 13°;   10° verplichting de [1 korte]1 vuurwapens bedoeld in klasse C buiten de openingsuren voor het publiek te bewaren op de wijze beschreven in het 7°;   11° installatie in elke toegang tot de lokalen waar de activiteit wordt uitgeoefend, met uitzondering van de toegangen die zich bevinden achter vergrendelbare rolluiken zoals bedoeld in het 9°, van deuren in vol hout, die minstens 4 cm dik zijn, of in een ander materiaal van vergelijkbare sterkte, of van deuren m gelaagd glas overeenkomstig de norm bedoeld in het 13°;   in deze deuren en de buitendeuren van het gebouw dienen bovendien minstens twee dievenklauwen te worden aangebracht;   12° bewaring van alle sleutelcertificaten en reservesleutels van de gewapende kasten en de deuren bedoeld in het 1°, in een kast overeenkomstig het 7° of in een kluis of koffer;   13° plaatsen van gelaagd glas dat minstens voldoet aan de norm NBN 23-002 - typevoorschrift STS 38 (§ 38.15.04, T3 - klasse IIA) of van draadglas (§ 38.08.51.32, A2) van minstens 5 mm dikte, of van een ander vergelijkbaar schokbestendig materiaal in alle ramen zoals bepaald in het 9°;   14° installatie [2 en gebruik]2 van een camera voorzien van een frequentieopnamesysteem [2 ...]2 bij de toegangsdeuren;   15° (installatie van een elektronisch alarmsysteem in het gebouw waar de activiteit wordt uitgeoefend. Dit systeem dient gewapend te worden buiten de activiteitsuren. Daarnaast installatie van hold up-knoppen. Deze alarmsystemen moeten aangesloten worden op de alarmcentrale van een bewakingsonderneming, die hiervoor vergund werd overeenkomstig de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid;) <KB 2006-12-29/30, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   16° [2 ...]2   17° afsluiting van de opslagruimten voor vuurwapens bedoeld in de klassen C en D met slotvaste deuren vervaardigd uit metaal of uit een ander inbraakbestendig materiaal en voorzien van minstens een driepuntssluiting die voldoet aan het 1°.   Het kader en de scharnieren van deze deuren moeten van vergelijkbare sterkte zijn en de wanden van deze ruimten moeten uit metselwerk, beton of een ander inbraakbestendig materiaal bestaan;   18° organisatie van een toegangscontrole tot de voor het publiek niet-toegankelijke ruimten met registratie van die bewegingen;   19° permanente controle van het gebouw en de directe omgeving ervan, door een bewakingsonderneming of een interne bewakingsdienst waaraan overeenkomstig (de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid) een vergunning is verleend, alsmede installatie en activering van een metaaldetectiesysteem bij elk toegangspunt voorbehouden aan personen; <KB 2006-12-29/30, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   20° bewaring van de vuurwapens bedoeld in de klassen [2 B,]2 C en D in lokalen :   a) met toegangen overeenkomstig het 11°, uitgerust met sloten overeenkomstig het 1°;   b) met de ramen op de gelijkvloerse verdieping overeenkomstig het 9°;   c) (uitgerust met een elektronisch alarmsysteem, geactiveerd tijdens de uren van afwezigheid en de nacht.) <KB 2006-12-29/30, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   De maatregelen bedoeld in het 13°, 15°, 17°, 18° en 19° zijn evenwel niet van toepassing op de gebouwen die zich binnen een omheining bevinden zonder daar deel van uit te maken, voor zover voldaan is aan de volgende voorwaarden :   - de omheining bestaat uit een minstens 3 meter hoge afsluiting teneinde eventuele indringers af te schrikken, deze hoogte mag tot 2,5 meter beperkt worden indien de omheining elektronisch wordt bewaakt;   - de toegang tot de binnenzijde van de omheining wordt strikt gecontroleerd en beperkt tot behoorlijk toegelaten personen; de toegangscontrole omvat tevens de registratie van die bewegingen en de activering van een metaaldetectiesysteem;   - de toegangspunten tot de binnenzijde van de omheining zijn permanent vergrendeld of worden permanent bewaakt door een bewakingsonderneming of een interne bewakingsdienst waaraan overeenkomstig (de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid) een vergunning is verleend, of worden op een gelijkwaardige wijze bewaakt; <KB 2006-12-29/30, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   - de zone gelegen binnen de omheining wordt permanent gecontroleerd door een bewakingsonderneming of een interne bewakingsdienst waaraan overeenkomstig (de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid) een vergunning is verleend; <KB 2006-12-29/30, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   - buiten de activiteitsuren zijn de lokalen waar zich wapens of munitie bevinden permanent vergrendeld;   - de ramen van de opslagruimten die zich op minder dan 3 meter van de grond bevinden zijn voorzien van een bescherming die belet dat een persoon, zelfs een kind, er zich doorheen begeeft;   - de opslagruimten worden buiten de activiteitsuren beschermd door een elektronisch alarmsysteem aangesloten (...) op de alarmcentrale van een bewakingsonderneming (die hiervoor vergund werd overeenkomstig de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid); <KB 2006-12-29/30, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 09-01-2007>   - de gebouwen waar wapens of munitie worden vervaardigd of opgeslagen zijn voorzien van een perifere verlichting die gemiddeld minstens 20 lux uitstraalt op het niveau van de grond. Deze verlichting dient 's nachts ofwel permanent te branden, ofwel geactiveerd te worden door middel van passieve infrarood-detectie en van het alarmsysteem bedoeld in het vorige lid, en de lampen dienen beschermd te zijn met een materiaal zoals bepaald in het 13°.   ----------   (1)<KB 2009-04-14/21, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 25-04-2009>   (2)<KB 2019-10-01/05, art. 12, 004; Inwerkingtreding : 09-04-2020>

    Dit is een bijlage of model in de officiële bron.

    Open officiële bron ↗
  5. Art. 1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK I. - Erkenning met het oog op de uitoefening van de activiteiten bedoeld in artikel 6 van de Wapenwet.

    Lees de volledige brontekst
    Artikel 1. § 1. De aanvrager van een erkenning bedoeld in artikel 6, § 1, van de Wapenwet moet op het moment van de indiening van de aanvraag :   1° bewijzen reeds (5) behoorlijk vergunde vuurwapens voorhanden te hebben; <KB 2008-10-16/32, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 20-10-2008>   2° een thema opgeven dat de uitbreiding van het museum of de verzameling rechtvaardigt en tevens beperkt.   Als dit thema wapens vervaardigd na 1945 behelst, is het niet toegelaten meerdere exemplaren van wapens met een zelfde model, kaliber en benaming te verwerven. De gouverneur kan het totale aantal toegelaten wapens beperken in functie van de omstandigheden waarin de wapens zullen worden opgeslagen. Munitie voor die wapens mag slechts worden verzameld a rato van tien patronen per type wapen, tenzij de betrokkene ook is erkend voor het verzamelen van munitie.   Ongeacht het gekozen thema kan de gouverneur dit in het belang van de openbare veiligheid beperken als het te ruim of onverantwoord voorkomt. Bovendien moet de aanvrager na de erkenning de 10 wapens bedoeld in het eerste lid inschrijven in een register overeenkomstig artikel 23 van het koninklijk besluit van 20 september 1991 tot uitvoering van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, en de vergunningen tot het voorhanden hebben ervan aan de gouverneur terugsturen. Het is bovendien verboden met de verzamelde wapens te schieten, behalve voor hun noodzakelijke onderhoud en testen.   § 2. De aanvrager van een bijzondere erkenning bedoeld in artikel 6, § 2, van de Wapenwet moet de afstemming van de bijzondere erkenning op de uitgeoefende activiteit aantonen. Hij moet zijn beroepsbekwaamheid bewijzen op de wijze die door de gouverneur wordt bepaald en de wettige oorsprong van de voor zijn activiteit aangewende financiële middelen schriftelijk bewijzen.   De gouverneur kan de erkenning weigeren wanneer hij oordeelt dat ze een risico voor de openbare orde, veiligheid of rust kan inhouden. Hij kan ze onderwerpen aan bijzondere voorwaarden of de aanvrager verplichten een andere vorm van erkenning aan te vragen als hij oordeelt dat deze meer aangewezen is.
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK II. [1 - Vergunningen tot het voorhanden hebben van vuurwapens [artikel 11 van de Wapenwet] en de vijfjaarlijkse controle van de vergunningen met wettige reden sportief en recreatief schieten [artikel 32 van de Wapenwet].]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2. De voorwaarden waaronder de in artikel 11, § 3, 9°, van de Wapenwet opgesomde redenen, waarvan er een of meerdere moeten ingeroepen worden als wettige redenen voor het voorhanden hebben van een vergunningsplichtig vuurwapen, kunnen worden aangenomen, zijn :   1° voor reden a), het voorleggen van een geldig jachtverlof of een officiële aanstelling als bijzondere wachter, en het wapen uitsluitend voor deze reden of voor het kleischieten gebruiken;   2° voor reden b), het voorleggen van een geldige sportschutterslicentie of schriftelijke bewijzen van vroegere deelname aan dergelijke activiteiten, en het wapen uitsluitend voor deze reden of reden f) gebruiken;   3° voor reden c), het aantonen van het bijzonder risico dat de aanvrager persoonlijk loopt naar aanleiding van zijn beroepsactiviteit en van de noodzaak een vuurwapen voorhanden te hebben, en het wapen uitsluitend voor deze reden gebruiken;   4° voor reden d), het aantonen dat de aanvrager voor zijn persoonlijke veiligheid reeds alle andere haalbare maatregelen heeft genomen, en het wapen uitsluitend voor deze reden gebruiken;   5° voor reden e), in afwachting van de aanvraag van een erkenning overeenkomstig artikel 6, § 1, van de Wapenwet, deze wapens louter te bezitten, met de bijhorende munitie a rato van een patroon per type wapen, zonder ze te gebruiken;   6° voor reden f), de historische, folkloristische, culturele of wetenschappelijke aard van de beoefende activiteit aantonen, en het wapen uitsluitend voor dit doel gebruiken.
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 2/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK II. [1 - Vergunningen tot het voorhanden hebben van vuurwapens [artikel 11 van de Wapenwet] en de vijfjaarlijkse controle van de vergunningen met wettige reden sportief en recreatief schieten [artikel 32 van de Wapenwet].]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2/1. [1 De houder van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vergunningsplichtig vuurwapen toegekend met de wettige reden voorzien in artikel 11, § 3, 9°, b) van de Wapenwet moet, in geval van een controle bedoeld in artikel 32, van de Wapenwet, volgende stukken voorleggen:    1° Wat betreft het sportief schieten: een sportschutterslicentie die geldig is voor het type vuurwapen dat men voorhanden heeft en waarvoor de vergunning werd verleend.    2° Wat betreft het recreatief schieten: schriftelijke bewijzen van deelname aan schietbeurten a rato van minstens vijf schietbeurten per kalenderjaar en met een minimum van 50 schietbeurten gedurende de voorgaande vijf kalenderjaren.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij KB 2023-10-11/08, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 04-11-2023>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK III. - Verwerven en voorhanden hebben van wapens overeenkomstig artikel 12 van de Wapenwet.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 3. De personen bedoeld in artikel 12, 3°, van de Wapenwet mogen alleen munitie verwerven en voorhanden hebben voor de wapens die zijn vermeld op hun Europese vuurwapenpas. Ze mogen op grond van dit document geen wapens verwerven.
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK IV. - Het vernietigen van wapens (artikel 35, 5° van de Wapenwet)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 4.Het vernietigen van wapens bestaat uit het definitief onbruikbaar maken ervan. Van vuurwapens moeten alle aan de proef onderworpen onderdelen [2 onomkeerbaar worden vernietigd zodat ze niet langer bruikbaar noch herkenbaar zijn als vuurwapen of als onderdeel ervan]2.   [1 ...]1   Dit gebeurt door de proefbank voor vuurwapens die, indien bepaalde handelingen voor haar materieel onmogelijk zijn, hiertoe opdracht kan geven aan derden mits toezicht te houden op de uitvoering. Alleen de proefbank voor vuurwapens kan certificaten van vernietiging opmaken waarin de betrokken wapens worden vermeld, evenals de opdrachtgever.   De vernietiging van wapens krachtens artikel 45, § 1, van de Wapenwet en van wapens waarvan vrijwillig afstand is gedaan, kan evenwel ook [2 uitgevoerd worden door]2 bedrijven die daartoe door de gouverneur worden aangewezen nadat ze voldoende kwaliteits- en veiligheidsgaranties hebben geboden. In dat geval ziet de politie toe op de vernietiging.   [1 De proefbank voor vuurwapens gaat pas over tot het vernietigen van wapens op vertoon van een formulier model nr. 10 of van een attest, waarvan het model wordt opgenomen in bijlage 1 van dit besluit, afgeleverd door de lokale politie bevoegd voor de verblijfplaats van de verzoeker. Dit attest vermeldt dat het wapen niet staat geseind of dat de reden voor de seining niet langer actueel is en dat het wapen of de lader door de verzoeker rechtmatig [2 voorhanden wordt gehouden]2 zodat tot vernietiging mag worden overgegaan. [2 Indien een door de gouverneur daartoe aangewezen bedrijf de vernietiging van vrijwillig afgestane vuurwapens uitvoert, voert de lokale politiezone waar de wapens werden afgestaan deze controle vooraf uit en levert ze ook dit attest af.]2    In geval de verzoeker in België geen verblijfplaats heeft, wordt het in het vierde lid bedoelde attest afgeleverd door een bevoegde politiedienst van het land van de verblijfplaats. In zulks geval gaat de proefbank voor vuurwapens pas over tot de operaties bedoeld in het eerste en tweede lid op vertoon van dit buitenlands attest en na controle dat het wapen niet staat geseind in het centraal wapenregister. [2 Indien een door de gouverneur daartoe aangewezen bedrijf de vernietiging van vrijwillig afgestane wapens uitvoert, voert de lokale politie waar de wapens werden afgestaan deze controle vooraf uit.]2    De proefbank voor vuurwapens registreert de vernietiging in het centraal wapenregister. [2 Indien de vernietiging van vrijwillig afgestane vuurwapens wordt uitgevoerd door een daartoe door de gouverneur aangewezen bedrijf registreert de lokale politiezone waar de wapens werden afgestaan de vernietiging in het centraal wapenregister.]2    De directeur van de proefbank voor vuurwapens [2 en de gouverneur kunnen]2 met toestemming van de Minister van Justitie beslissen om zeldzame en interessante exemplaren op grond van wetenschappelijke, didactische of historische redenen niet te vernietigen. Deze worden bezorgd aan politiescholen, wetenschappelijke instellingen of openbare musea die hierom verzoeken.]1   ----------   (1)<KB 2018-02-26/01, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 14-03-2018>   (2)<KB 2024-08-12/16, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 28-09-2024>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 5 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5. In het opschrift van het koninklijk besluit van 20 september 1991 betreffende de wapens voor wapenrekken worden de woorden " wapens voor wapenrekken " vervangen door de woorden " vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt ".   In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 januari 1995 en van 26 september 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het eerste lid worden de woorden " wapens voor wapenrekken in de zin van artikel 3, vierde lid, van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie " vervangen door de woorden " vrij verkrijgbare wapens in de zin van artikel 3, § 2, 2°, van de Wapenwet ";   2° er wordt een 5° ingevoegd, luidende : " 5° die zijn vervaardigd voor 1897 of waarvoor geen aangepaste munitie meer wordt vervaardigd. "   In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de woorden " wapens voor wapenrekken in de zin van artikel 3, vierde lid, van de wet van 3 januari 1933 " vervangen door de woorden " vrij verkrijgbare wapens in de zin van artikel 3, § 2, 3°, van de Wapenwet ".   In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden " wapens voor wapenrekken " vervangen door de woorden " vrij verkrijgbare wapens ".   Artikel 3bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 maart 1995, wordt opgeheven.   Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 maart 1995, wordt vervangen als volgt :   " Artikel 4. De overdracht van de in dit besluit bedoelde wapens aan particulieren kan slechts geschieden op vertoon van hun identiteitskaart of reispas. ".
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6. Het opschrift van het koninklijk besluit van 20 september 1991 tot uitvoering van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie wordt aangevuld als volgt : " en van de Wapenwet ".   Artikel 1 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : ", in zoverre zij nog van toepassing is, en voor het overige de Wapenwet van 8 juni 2006. ".   In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 2de lid wordt het woord " burgemeester " vervangen door de woorden " lokale politie ";   2° in het 4de lid worden de woorden " verweer- of oorlogswapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens ".   In artikel 5, 3de lid, van hetzelfde besluit wordt het woord " burgemeester " vervangen door de woorden " lokale politie ".   In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 3de lid wordt het woord " gemeentepolitie " vervangen door de woorden " lokale politie ";   2° in het 5de lid wordt het woord " burgemeester " vervangen door de woorden " lokale politie ".   Het opschrift van hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :   " Hoofdstuk III. - Vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens (artikel 11 van de Wapenwet) ".   In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° § 1 wordt opgeheven;   2° § 2 wordt opgeheven;   3° in § 3 worden de woorden " verweer- of oorlogsvuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";   4° § 3 wordt aangevuld als volgt :   " 6° het medisch attest bedoeld in artikel 11, § 3, 6°, van de Wapenwet. ".   In artikel 9bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 augustus 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° § 1, 2de lid, wordt vervangen als volgt : " Indien de aanvrager meent dat hij nog niet over voldoende ervaring beschikt om te slagen voor de praktische proef of indien hij er niet voor is geslaagd, wordt de procedure opgeschort voor een periode van een jaar, tenzij de aanvrager binnen die termijn slaagt voor de praktische proef. Als hij van de vergunningverlenende overheid een gedateerd attest ontvangt, dat hij voldoet aan alle andere wettelijke voorwaarden voor het bekomen van de vergunning, dan mag hij zich gedurende deze periode voorbereiden op de praktische proef in een erkende schietstand. Dit moet gebeuren met een wapen en munitie die hem uitsluitend met dit doel ter plaatse ter beschikking worden gesteld door de uitbater, de houder van de vergunning tot het voorhanden hebben ervan, of de houder van een sportschutterslicentie. Op het einde van deze periode moet de aanvrager slagen voor de praktische proef, zoniet wordt de vergunning geweigerd. "   2° in § 2 worden het 5°, het 6° en het 7° opgeheven;   3° § 4 wordt opgeheven.   Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : " Dit geldt ook wanneer de vergunning niet langer geldig is. De vergunning vermeldt ook de reden waarom ze is afgegeven en haar vervaldatum. "   Artikel 10bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 februari 1996, wordt opgeheven.   In artikel 11, 4de lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 januari 1993, worden de woorden " de gemeentepolitie van zijn woonplaats, of, bij gebrek aan gemeentepolitie, bij de rijkswachtbrigade van zijn woonplaats " vervangen door de woorden " de lokale politie van zijn verblijfplaats ".   In artikel 12, 1ste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " verweer- of een oorlogswapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen " en worden de woorden " artikel 14, tweede lid, van de wet " vervangen door de woorden " artikel 17, 2de lid van de Wapenwet ".   In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 1ste lid worden de woorden " artikel 24 van de wet " vervangen door de woorden " artikel 29 van de Wapenwet ";   2° in het 2de lid worden de woorden " de gemeentepolitie of de rijkswachtbrigade van zijn woonplaats in kennis te stellen van de wijziging van zijn woonplaats of van enige andere omstandigheid " vervangen door de woorden " de gouverneur van zijn verblijfplaats in kennis te stellen van enige omstandigheid, behalve een adreswijziging, ";   3° in het 3de lid vervallen de woorden " aan de gemeentepolitie of ".   In het opschrift van hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt het woord " verweerwapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens ".   In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 1ste lid wordt het woord " verweerwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";   2° in het 1ste lid, 1°, wordt het woord " woonplaats " vervangen door het woord " verblijfplaats ";   3° in het 1ste lid, 2°, wordt het woord " woonplaats " vervangen door het woord " verblijfplaats ";   4° in het 1ste lid, 2°, worden de woorden " bestuur Openbare Veiligheid " vervangen door de woorden " Veiligheid van de Staat ".   In artikel 16 van hetzelfde besluit wordt het woord " verweerwapen " vervangen door het woord " vergunningsplichtig vuurwapen ".   In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 1ste lid, wordt het woord " verweerwapen " telkens vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen " en worden de woorden " artikel 24 van de wet " vervangen door de woorden " artikel 29 van de Wapenwet ";   2° in het 2de lid wordt het woord " verweerwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";   3° in het 4de lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 6 februari 1996, wordt het woord " verweervuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ".   De artikelen 18 tot 22 van hetzelfde besluit worden opgeheven.   In artikel 23 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 1ste lid, 1°, worden de woorden " verweer- of oorlogsvuurwapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens ";   2° het 1ste lid, 2°, wordt opgeheven;   3° in het 1ste lid, 3°, worden de woorden " verweer- of oorlogsvuurwapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens ";   4° in het 2de lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juni 2002, worden de woorden " artikel 24 van de wet " telkens vervangen door de woorden " artikel 29 van de Wapenwet ".   In artikel 23bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 maart 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° § 2, 1ste lid, wordt vervangen als volgt :   " De personen die erkend zijn overeenkomstig artikel 6 van de Wapenwet, sturen binnen de acht dagen volgend op de overdracht van een vergunningsplichtig vuurwapen een bericht van overdracht overeenkomstig het model nr. 11 in bijlage bij dit besluit, aan het Centraal wapenregister en aan de gouverneur van de plaats waar ze hun activiteiten uitoefenen. ";   2° in § 2, 2de lid, worden de woorden " de gemeentepolitie of bij ontstentenis van gemeentepolitie, aan de rijkswachtbrigade " vervangen door de woorden " de gouverneur ";   3° in § 3 worden de woorden " verweer- en oorlogsvuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ".   In artikel 24 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 1ste lid worden de woorden " verweer- of oorlogsvuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";   2° het 3de lid wordt opgeheven.   Artikel 25 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :   " Art. 25. § 1. De overdracht van vergunningsplichtige vuurwapens aan en tussen personen bedoeld in artikel 12, 1°, 2° en 4°, van de Wapenwet kan slechts geschieden na overlegging van hun identiteitskaart of reispas en het bewijs van hun hoedanigheid. Een bericht van overdracht en een afschrift ervan, opgemaakt overeenkomstig het model nr. 9 in bijlage bij dit besluit, worden door de overdrager binnen acht dagen na de overdracht toegezonden aan de gouverneur van de verblijfplaats van de verkrijger, of indien deze laatste geen verblijfplaats in België heeft, aan het Centraal wapenregister. De overdrager bewaart een afschrift van dat bericht. Het andere afschrift wordt, voorzien van het registratienummer, door de gouverneur toegezonden aan de verkrijger.   § 2. De overdracht van vergunningsplichtige vuurwapens door personen bedoeld in artikel 12, 1°, 2° en 4°, van de Wapenwet aan erkende personen moet door deze laatsten in hun registers worden ingeschreven en door middel van een bericht van overdracht, opgemaakt overeenkomstig het model nr. 9 in bijlage van dit besluit, binnen acht dagen te rekenen vanaf de overdracht worden gemeld aan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de overdrager, of, ingeval deze laatste geen verblijfplaats in België heeft, aan het centraal wapenregister bedoeld in artikel 28 van hetzelfde besluit. De overdrager bewaart een afschrift van dat bericht. "   Artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juni 2002, wordt aangevuld als volgt : " Dit artikel is niet van toepassing op de wapens bedoeld in de artikelen 44 en 45 van de Wapenwet. ".   In artikel 28 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 2de lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juni 2002, vervallen de woorden " voor de auditeur-generaal bij het militair gerechtshof " en " voor de krijgsauditeurs ";   2° in het 4de lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 1996, worden de woorden " Algemene politiesteundienst " vervangen door de woorden " federale politie ".   In artikel 29 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 1ste lid, 1°, worden de woorden " verweer- of oorlogsvuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";   2° in het 1ste lid, 2°, worden de woorden " jacht- of sportvuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";   3° in het 1ste lid, 3°, wordt het woord " verweerwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen ";   4° het 1ste lid, 6° en 8°, worden opgeheven;   5° het 1ste lid, 9°, wordt vervangen als volgt : " 9° de berichten van overdracht overeenkomstig het model nr. 11 ";   6° in het 5de lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 juni 2002, worden de woorden " oorlogs- of verweervuurwapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig vuurwapen " en worden de woorden " of dat voorhanden wordt gehouden door een persoon erkend overeenkomstig artikel 6, § 2, van de Wapenwet " ingevoegd tussen de woorden " historische aard " en " worden vermeld ".   De artikelen 31, en 33 tot 37 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 7 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 7. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1994 betreffende de Europese vuurwapenpassen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juni 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 2° worden de woorden " verweer- of oorlogsvuurwapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens ";   2° het 3° wordt opgeheven.   In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden " 100 voor jacht- of sportmunitie en 200 voor verweer- of oorlogsmunitie " vervangen door de woorden " 150 stuks ".
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 8. In het opschrift van het koninklijk besluit van 30 maart 1995 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens en tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 september 1991 betreffende de wapens voor wapenrekken en het koninklijk besluit van 11 januari 1995 tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie verweerwapens vervallen de woorden " en het koninklijk besluit van 11 januari 1995 tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie verweerwapens ".   De artikelen 1 en 2 van hetzelfde besluit worden opgeheven.   In artikel 3 van hetzelfde besluit vervalt het woord " evenwel ", wordt het woord " verweerwapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige wapens " en worden de woorden " jacht- of sportwapens " vervangen door de woorden " vrij verkrijgbare wapens ".   Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :   " Artikel 4. - De artikelen 5, 10 tot 13 en 17 tot 19 van de Wapenwet zijn van toepassing op de wapens bedoeld in artikel 3, 1ste lid.   De artikelen 5 en 19 van de Wapenwet zijn van toepassing op de wapens bedoeld in artikel 3, 2de lid.   De overdracht van al deze wapens kan slechts geschieden na overlegging van de identiteitskaart of de reispas van de verkrijger. "
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 9 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 9. In het opschrift van het koninklijk besluit van 18 november 1996 tot indeling van sommige alarmwapens bij de categorie verweerwapens wordt het woord " verweerwapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens ".   In artikel 1, § 1, van hetzelfde besluit, wordt het woord " verweerwapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens " en worden de woorden " wapens voor wapenrekken " vervangen door de woorden " vrij verkrijgbare wapens ".   Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :   " Artikel 2.- De overdracht van de in artikel 1, § 1, 2de lid, bedoelde vrij verkrijgbare wapens kan slechts geschieden na overlegging van de identiteitskaart of de reispas van de verkrijger. "   In artikel 4, 2de lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " artikel 18, 1° tot 3°, van het koninklijk besluit van 20 september 1991 bedoeld in artikel 2 " vervangen door de woorden " artikel 17 van de Wapenwet ".
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 10 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 februari 1997 betreffende de indeling van de munitie van kaliber 5.7 x 28 mm worden de woorden " artikel 15, § 2, van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie " vervangen door de woorden " artikel 22, § 2, van de Wapenwet ".
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 11 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 11. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 april 1997 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden waaraan het opslaan, het in bewaring geven en het verzamelen van vuurwapens of munitie zijn onderworpen worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° het 1° en het 2° worden opgeheven;   2° in het 7° worden de woorden " verweer- en oorlogsvuurwapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens ".   In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 1° worden de woorden " bedoeld in artikel 1 van de wapenwet " vervangen door de woorden " van wapenhandelaars ";   2° in het 2° worden de woorden " artikel 27, tweede lid " vervangen door de woorden " artikel 6, § 1 " en vervallen de woorden " en de natuurlijke personen en rechtspersonen opgenoemd in het 9de lid van artikel 3 van het koninklijk besluit van 30 oktober 1991 tot bepaling van de rechten en retributies die geheven worden in toepassing van de wapenwet ";   3° in het 3° vervallen de woorden " bedoeld in artikel 16 van de wapenwet " en worden de woorden " waarop de koninklijke besluiten van 24 mei 1991 betreffende de wapens die worden gebruikt door de personeelsleden van bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten, en van 15 oktober 1991 tot regeling van de schietstanden gebruikt voor de opleiding en training in vuurwapens van toepassing zijn " vervangen door de woorden " van bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten ".   In artikel 4, 2de lid, van hetzelfde besluit vervallen de woorden " afgegeven overeenkomstig artikel 1 van de wapenwet ".   In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 1°, a), worden de woorden " wapens voor wapenrekken " vervangen door de woorden " vrij verkrijgbare wapens ", het 1°, b), wordt opgeheven en in het 1°, c), vervallen de woorden " en b) ";   2° het 2° wordt vervangen als volgt :   " 2° Klasse B : naast de wapens en munitie bedoeld in klasse A, handel in :   lange vuurwapens met één schot per loop en lange repeteerwapens met randontsteking;   lange halfautomatische wapens ontworpen voor de jacht;   munitie voor de onder a) en b) bedoelde wapens. ";   3° in het 3° worden de woorden " de andere verweerwapens " vervangen door de woorden " korte vuurwapens en andere lange repeteervuurwapens ";   4° in het 4° worden de woorden " de andere oorlogswapens " vervangen door de woorden " alle andere vuurwapens ";   5° in het 5° worden de woorden " overeenkomstig artikel 1 van de wapenwet erkende personen " vervangen door de woorden " wapenhandelaars ";   6° in het 8° worden de woorden " verweer- of oorlogswapens " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige vuurwapens ";   In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 1ste lid vervallen de woorden " of vergunning " en " en 19 tot 21 ";   2° in het 2de lid vervallen de woorden " of vergunning ".   In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het eerste lid worden de woorden " artikel 24 " vervangen door " artikel 29 ";   2° in het 5de lid vervallen de woorden " of vergunning ".   In de bijlage bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° punt 2, 1ste lid, 15°, wordt vervangen als volgt : " 15° installatie van een elektronisch alarmsysteem in het gebouw waar de activiteit wordt uitgeoefend. Dit systeem dient gewapend te worden buiten de activiteitsuren. Daarnaast installatie van hold up-knoppen. Deze alarmsystemen moeten aangesloten worden op de alarmcentrale van een bewakingsonderneming, die hiervoor vergund werd overeenkomstig de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. ";   2° in punt 2, 1ste lid, 19°, worden de woorden " de wet op de bewakingsondernemingen " vervangen door de woorden " de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid ";   3° in punt 2, 1ste lid, 20°, wordt de bepaling onder c) vervangen als volgt :   " c) uitgerust met een elektronisch alarmsysteem, geactiveerd tijdens de uren van afwezigheid en de nacht ";   4° in punt 2, 2de lid, 3de en 4de streepje, worden de woorden " de wet op de bewakingsondernemingen " vervangen door de woorden " de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid ";   5° in punt 2, 2de lid, 7de streepje, vervallen de woorden " op een 101-centrale overeenkomstig de bepalingen van het voornoemde koninklijk besluit van 28 mei 1991 of " en worden de woorden " waaraan overeenkomstig de wet op de bewakingsondernemingen een vergunning is verleend " vervangen door de woorden " die hiervoor vergund werd overeenkomstig de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. ".
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 12 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 12. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 september 1997 tot bepaling van het bedrag van de rechten en retributies die geheven worden met toepassing van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 13 en 20 juli 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in A, 1°, worden de woorden " verweerwapens, jacht- en sportwapens of wapens voor wapenrekken " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige wapens of vrij verkrijgbare vuurwapens ";   2° in A wordt het 2° opgeheven;   3° in A, 4°, worden de woorden " oorlogs- of verweerwapens, jacht- en sportwapens of wapens voor wapenrekken " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige wapens of vrij verkrijgbare vuurwapens ";   4° in A worden het 5° en het 6° opgeheven;   5° in B, 1°, worden de woorden " verweerwapens, jacht- en sportwapens of wapens voor wapenrekken " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige wapens of vrij verkrijgbare vuurwapens ";   6° in B wordt het 2° opgeheven;   7° in B, 4°, worden de woorden " oorlogs- of verweerwapens, jacht- en sportwapens of wapens voor wapenrekken " vervangen door de woorden " vergunningsplichtige wapens of vrij verkrijgbare vuurwapens ";   8° in B worden het 5° en het 6° opgeheven;   In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 13 en 20 juli 2000 worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° de woorden " Onder voorbehoud van artikel 14 van de wet van 3 januari 1933, worden " vervallen en het woord " worden " wordt ingevoegd tussen de woorden " vergunningen, " en " als volgt ";   2° het 1° en het 2° worden opgeheven;   3° in het 3° worden de woorden " vergunning tot het dragen van een verweerwapen " vervangen door het woord " wapendrachtvergunning ";   4° het 4° en het 5° worden opgeheven.   In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° het 1ste lid wordt vervangen als volgt : " De rechten en retributies bedoeld in de artikelen 1 en 2 worden betaald door middel van fiscale zegels voor zover deze nog verkrijgbaar zijn, of door middel van overschrijving van het verschuldigde bedrag op de rekening van de wapendienst bij de bevoegde gouverneur, van zodra deze beschikbaar is. De betrokken personen die hun verblijfplaats in het buitenland hebben, moeten desgevallend deze fiscale zegels in België aankopen of laten aankopen. "   2° het 2de lid wordt opgeheven.   In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 december 1998 worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 4de lid worden de woorden " verweerwapen of een oorlogswapen " vervangen door de woorden " vergunningsplichtig wapen ";   2° het 6de lid wordt opgeheven.   In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 december 1998 worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in § 1, 1ste lid, 1° en 2°, wordt het woord " verweervuurwapen " telkens vervangen door de woorden " kort vuurwapen ";   2° § 1, 2de, 3de en 4de lid worden opgeheven;   3° § 2 wordt opgeheven.
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 13 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 13. In het opschrift van het koninklijk besluit van 1 maart 1998 betreffende de indeling in categorieën van sommige seinpistolen, sommige slachttoestellen, sommige verdovingswapens en van de toestellen voor de africhting van jachthonden, vervallen de woorden " en van de toestellen voor de africhting van jachthonden ".   Artikel 1, 3°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 februari 1999, wordt opgeheven.   Artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 februari 1999, wordt vervangen als volgt :   " Artikel 2. De seinpistolen, de slachttoestellen en de verdovingswapens die geen vergunningsplichtige vuurwapens zijn, worden ingedeeld bij de categorie van de vrij verkrijgbare wapens op voorwaarde dat de houder steeds kan bewijzen deze wapens nodig te hebben voor een daarmee overeenstemmende activiteit. "
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 14 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14. In artikel 2, § 3, van het koninklijk besluit van 13 juli 2000 tot bepaling van de erkenningsvoorwaarden van schietstanden worden de woorden " 3 tot 5 " vervangen door de woorden " 3 en 5 ".   In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 3° en het 4° worden de woorden " artikel 24 van de wapenwet " vervangen door de woorden " artikel 29 van de Wapenwet van 8 juni 2006 ";   2° in het 4° wordt het woord " gemeentepolitie " vervangen door de woorden " lokale politie ".   In artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit vervallen de woorden " wordt verleend voor onbepaalde duur. Zij ".   In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :   1° in het 1ste lid, 1°, worden de woorden " artikel 22, 3de lid van de wapenwet " vervangen door de woorden " artikel 27, § 1, 3de lid van de Wapenwet van 8 juni 2006 ";   2° het 3de lid wordt vervangen als volgt : " De particulieren moeten houder zijn van een vergunning tot het voorhanden hebben van het vergunningsplichtig vuurwapen waarmee ze schieten, van het registratiebewijs ervan, van een sportschutterslicentie of van een attest met het oog op de voorbereiding van de praktische proef, dat minder dan een jaar oud is. "
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 15 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2006122930 / HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 15. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 26 juni 2002 betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 juli 2003, 1 september 2004 en 10 juni 2006, worden de woorden " artikel 22, tweede lid, van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, gewijzigd bij de wet van 30 januari 1991 " vervangen door de woorden " artikel 27, § 1, van de Wapenwet ".
    Open officiële bron ↗