Gratis brononderzoek

Voorlopige hechtenis

Aanhouding, bevelen tot aanhouding en controle van de voorlopige hechtenis.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-04 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-26

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

64 bronvarianten

  1. Art. 1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK I. - De [1 arrestatie]1

    Lees de volledige brontekst
    Artikel 1. Voor de [2 arrestatie]2 bij [3 een op heterdaad ontdekt misdrijf]3 gelden de volgende regels :   1° de vrijheidsbeneming mag in geen geval langer duren dan [1 achtenveertig]1 uren;   2° de agenten van de openbare macht stellen de verdachte van wie zij de vlucht hebben verhinderd, onmiddellijk ter beschikking van de officier van gerechtelijke politie. De termijn van [1 achtenveertig]1 uren waarvan sprake is in het 1°, gaat in op het ogenblik dat de verdachte, ten gevolge van het optreden van de agent van de openbare macht, niet meer beschikt over de vrijheid van komen en gaan;   3° iedere particulier die iemand vasthoudt die bij een [3 misdrijf]3 op heterdaad betrapt werd, geeft de feiten onverwijld aan bij een agent van de openbare macht. De termijn van [1 achtenveertig]1 uren waarvan sprake is in het 1°, gaat in op het ogenblik dat die aangifte wordt gedaan;   4° zodra de officier van gerechtelijke politie tot [2 arrestatie]2 is overgegaan, deelt hij dit onverwijld mee aan de procureur des Konings door middel van de snelste communicatiemiddelen. Hij voert de bevelen van deze magistraat uit, zowel wat de vrijheidsbeneming als wat de uit te voeren plichten betreft;   5° indien het misdrijf het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk onderzoek, wordt de in het 4° bedoelde mededeling gedaan aan de onderzoeksrechter;   6° van de aanhouding wordt proces-verbaal opgemaakt.   Dit proces-verbaal vermeldt :   a) het juiste uur van de effectieve vrijheidsbeneming, met nauwkeurige opgave van de omstandigheden waarin de vrijheidsbeneming tot stand gekomen is;   b) de mededelingen gedaan overeenkomstig het 4° en het 5°, met opgave van het juiste uur en van de beslissingen genomen door de magistraat.   ----------   (1)<W 2017-10-31/06, art. 5, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>   (2)<W 2017-10-31/06, art. 6, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>   (3)<W 2026-03-11/03, art. 233, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK I. - De [1 arrestatie]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2. Buiten het geval van op heterdaad ontdekte [3 misdrijf]3, kan een persoon tegen wie ernstige aanwijzingen van schuld aan een [3 misdrijf]3 bestaan, slechts ter beschikking van de rechter worden gesteld, en voor een termijn die niet langer duurt dan [1 achtenveertig]1uren, met inachtneming van de volgende regels :   1° de beslissing tot [2 arrestatie]2 kan alleen worden genomen door de procureur des Konings;   2° indien deze persoon poogt te vluchten of poogt zich te onttrekken aan het toezicht van een agent van de openbare macht, mogen bewarende maatregelen worden getroffen in afwachting dat de procureur des Konings, onverwijld door de snelste communicatiemiddelen op de hoogte gebracht, een beslissing neemt;   3° van de beslissing tot [2 arrestatie]2 wordt onverwijld kennis gegeven aan de betrokkene. Deze kennisgeving bestaat in het mondeling mededelen van de beslissing in de taal van de rechtspleging;   4° er wordt een proces-verbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal vermeldt :   a) de beslissing van de procureur des Konings, de door hem getroffen maatregelen en de wijze waarop deze zijn medegedeeld;   b) het juiste uur van de effectieve vrijheidsbeneming, met nauwkeurige opgave van de omstandigheden waarin de vrijheidsbeneming tot stand gekomen is;   c) het juiste uur van de kennisgeving aan de betrokkene van de beslissing tot [2 arrestatie]2.   5° de [2 gearresteerde]2 of vastgehouden persoon wordt in vrijheid gesteld zodra de maatregel niet langer noodzakelijk is. De vrijheidsbeneming mag in geen geval langer duren dan [1 achtenveertig]1 uren te rekenen van de kennisgeving van de beslissing of, ingeval er bewarende dwangmaatregelen zijn genomen, te rekenen van het ogenblik dat de persoon niet meer beschikt over de vrijheid van komen en gaan;   6° wanneer de zaak aanhangig is bij de onderzoeksrechter, oefent deze de bevoegdheden uit die dit artikel aan de procureur des Konings opdraagt.   ----------   (1)<W 2017-10-31/06, art. 5, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>   (2)<W 2017-10-31/06, art. 7, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>   (3)<W 2026-03-11/03, art. 234, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 2bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK I. - De [1 arrestatie]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2bis.[1 § 1. Deze bepaling regelt de toegang tot een advocaat binnen de termijnen bedoeld bij de artikelen 1, 1°, 2, [2 12 en 18, § 1]2.    § 2. Eenieder die van zijn vrijheid is benomen overeenkomstig de artikelen 1 of 2 of ter uitvoering van een in artikel 3 bedoeld bevel tot medebrenging heeft vanaf dat ogenblik en vóór het eerstvolgende verhoor door de politiediensten, of bij gebrek hieraan door de procureur des Konings of de onderzoeksrechter, het recht om zonder onnodig uitstel vertrouwelijk overleg te plegen met een advocaat naar keuze. Teneinde de door hem gekozen advocaat of een andere advocaat te contacteren, wordt contact opgenomen met de permanentiedienst die wordt georganiseerd door de Orde van Vlaamse balies en de "Ordre des barreaux francophones et germanophone", of bij gebrek hieraan door de stafhouder van de Orde of zijn gemachtigde.    Vanaf het contact met de gekozen advocaat of de permanentiedienst, dient het vertrouwelijk overleg met de advocaat binnen twee uren plaats te vinden. Op vraag van de advocaat in akkoord met de betrokken persoon, kan het vertrouwelijk overleg telefonisch plaatsgrijpen. Het vertrouwelijk overleg kan dertig minuten duren en is in uitzonderlijke gevallen beperkt verlengbaar op beslissing van de verhoorder. [3 ...]3   [3 Indien het geplande vertrouwelijke overleg niet binnen twee uren heeft kunnen plaatsvinden, vindt alsnog een contact met de permanentiedienst plaats teneinde het vertrouwelijk overleg met de advocaat en de bijstand van de advocaat tijdens het verhoor onverwijld te regelen. Het verhoor kan geen aanvang nemen zonder de effectieve bijstand van de advocaat.]3    § 3. Na telefonisch vertrouwelijk overleg met de gekozen advocaat of met de advocaat van de permanentie, en in akkoord met deze, kan de meerderjarige verdachte afstand doen van het recht op bijstand tijdens het verhoor dat, indien mogelijk, audio gefilmd kan worden opgenomen ter controle van het verloop van het verhoor.    De verhoorder, de procureur des Konings of de gelaste onderzoeksrechter kunnen te allen tijde ambtshalve beslissen het verhoor audio gefilmd op te nemen.    Al deze elementen worden nauwkeurig opgenomen in een proces-verbaal.    De digitale opname van het verhoor wordt overgemaakt aan de procureur des Konings of in voorkomend geval aan de gelaste onderzoeksrechter, samen met het proces-verbaal van verhoor. Ze maakt deel uit van het strafdossier en er kan inzage of afschrift van bekomen worden overeenkomstig de artikelen 21bis en 61ter van het Wetboek van strafvordering. De van zijn vrijheid benomen verdachte heeft evenwel het recht om zelf of via zijn advocaat kennis te nemen van de opname van zijn verhoor op eenvoudig verzoek van hemzelf of van zijn advocaat aan de procureur des Konings of, in voorkomend geval, aan de gelaste onderzoeksrechter.    De opname van het verhoor wordt digitaal bewaard.    § 4. Indien de ondervraagde persoon de taal van de procedure niet verstaat of spreekt of indien hij lijdt aan gehoor- of spraakstoornissen en indien de advocaat de taal van de te horen persoon niet verstaat of spreekt, wordt een beroep gedaan op een beëdigd tolk tijdens het voorafgaandelijk vertrouwelijk overleg met de advocaat. [4 In geval de beëdigd tolk in de onmogelijkheid verkeert om zich te verplaatsen, kan deze bijstand ook met telecommunicatiemiddelen worden verleend. De organisatie en het verloop van de bijstand met telecommunicatiemiddelen moeten zodanig zijn dat de rechten van verdediging van de ondervraagde persoon worden gevrijwaard.]4 Het proces-verbaal maakt melding van de bijstand door een beëdigd tolk, alsmede van diens naam en hoedanigheid [4 en van de wijze waarop deze bijstand werd verleend]4. De kosten van vertolking zijn ten laste van de Staat.    § 5. De te horen persoon heeft recht op bijstand door zijn advocaat tijdens de verhoren die plaatsvinden binnen de bij paragraaf 1 bepaalde termijnen.    Het verhoor wordt gedurende maximaal vijftien minuten onderbroken met het oog op bijkomend vertrouwelijk overleg, hetzij eenmalig op verzoek van de te horen persoon zelf of op verzoek van zijn advocaat, hetzij bij het aan het licht komen van nieuwe strafbare feiten die niet in verband staan met de feiten die hem overeenkomstig artikel 47bis, § 2, van het Wetboek van strafvordering ter kennis werden gebracht.    § 6. Enkel de meerderjarige te horen persoon kan vrijwillig en weloverwogen afstand doen van de in de paragrafen 2 en 5 vermelde rechten. Hij kan voor het nemen van deze beslissing om een vertrouwelijk telefonisch contact verzoeken met een advocaat van de permanentiedienst. Hij moet de afstand schriftelijk doen, in een door hem gedateerd en ondertekend document, waarin hem de nodige informatie wordt verstrekt over de mogelijke gevolgen van een afstand van het recht op bijstand van een advocaat. Betrokkene wordt in kennis gesteld dat hij zijn afstand kan herroepen.    § 7. Onverminderd bepalingen in bijzondere wetten, heeft eenieder die van zijn vrijheid is benomen overeenkomstig de artikelen 1, 2 of 3, het recht, indien de verdachte hierom verzoekt, dat een door hem aangeduide derde over zijn [2 arrestatie]2 wordt ingelicht door de ondervrager of een door hem aangewezen persoon, via het meest geschikte communicatiemiddel.    De procureur des Konings of de met het dossier belaste onderzoeksrechter, naargelang van de stand van de procedure, kan bij een met redenen omklede beslissing deze inlichting uitstellen voor de duur die noodzakelijk is om de belangen van het onderzoek te beschermen, ingeval een van de volgende dwingende redenen zulks rechtvaardigen:    a) een dringende noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen;    b) een dringende noodzaak om een situatie te voorkomen waarin substantiële schade aan de strafprocedure kan worden toegebracht.    § 8. Eenieder die van zijn vrijheid is benomen overeenkomstig de artikelen 1, 2 of 3, heeft recht op medische bijstand. De kosten van de medische bijstand verleend tijdens de termijnen bedoeld in de artikelen 1, 2 en 3, vallen onder de gerechtskosten.    Onverminderd het in het eerste lid bepaalde recht, heeft deze persoon subsidiair het recht een onderzoek door een arts naar keuze te vragen. De kosten voor dit onderzoek vallen te zijnen laste.    § 9. In het licht van de bijzondere omstandigheden van de zaak kan de procureur des Konings of de gelaste onderzoeksrechter, naargelang van de stand van de procedure, uitzonderlijk, bij een met redenen omklede beslissing, afwijken van de in de paragrafen 2 en 5 bepaalde rechten, ingeval een of meer van de volgende dwingende redenen zulks rechtvaardigen:    a) indien er sprake is van een dringende noodzaak om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen. De verhoren afgenomen zonder inachtneming van de in de paragrafen 2 en 5 bepaalde rechten worden uitgevoerd met als enig doel en voor zover noodzakelijk om de informatie te verkrijgen die essentieel is om ernstige negatieve gevolgen voor het leven, de vrijheid of de fysieke integriteit van een persoon te voorkomen;    b) indien onmiddellijk optreden noodzakelijk is om te voorkomen dat de strafprocedure substantiële schade wordt toegebracht. De verhoren afgenomen zonder inachtneming van de in de paragrafen 2 en 5 bepaalde rechten worden uitgevoerd met als enig doel en voor zover noodzakelijk om informatie te verkrijgen die essentieel is om te voorkomen dat de strafprocedure substantiële schade wordt toegebracht.    § 10. [3 De procureur des Konings of de gelaste onderzoeksrechter kan, naargelang van de stand van de procedure, uitzonderlijk, bij een met redenen omklede beslissing tijdelijk afwijken van het zonder onnodig uitstel voorzien van het recht op toegang tot een advocaat, indien de geografische afstand waarop de verdachte zich bevindt het onmogelijk maakt om het recht op toegang tot een advocaat onverwijld na de vrijheidsbeneming te kunnen waarborgen en de uitoefening van deze rechten niet kan worden gerealiseerd door middel van radio, telefoon, audiovisuele of andere technische middelen.]3 Deze bepaling is niet van toepassing op de verdachte die zich bevindt binnen de grenzen van de Staat zoals bedoeld in artikel 7 van de Grondwet.]1   ----------   (1)<W 2016-11-21/02, art. 6, 028; Inwerkingtreding : 27-11-2016>   (2)<W 2017-10-31/06, art. 8, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>   (3)<W 2024-04-25/24, art. 10, 039; Inwerkingtreding : 27-06-2024>   (4)<W 2024-04-25/20, art. 30, 040; Inwerkingtreding : 01-09-2024>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 3. De onderzoeksrechter kan een met redenen omkleed bevel tot medebrenging uitvaardigen tegen elke persoon tegen wie ernstige aanwijzingen van schuld aan een [2 misdrijf]2 bestaan en die niet reeds te zijner beschikking is gesteld.   [1 Het bevel tot medebrenging levert ten aanzien van deze personen een titel van vrijheidsbeneming van maximum achtenveertig uren op, te rekenen van het tijdstip van effectieve vrijheidsbeneming zoals bedoeld in de artikelen 1 en 2.]1   ----------   (1)<W 2017-10-31/06, art. 9, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 235, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 4. Ook tegen de getuigen die weigeren te verschijnen op de dagvaarding die hun werd gedaan, kan de onderzoeksrechter bevelen tot medebrenging uitvaardigen overeenkomstig artikel 80 van het Wetboek van Strafvordering en onverminderd de [1 straf bepaald in artikel 654 van de Strafwetboek]1.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 236, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 5 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5.De onderzoeksrechter ondervraagt [1 zonder onnodig uitstel]1 na de betekening van het bevel tot medebrenging.   ----------   (1)<W 2017-10-31/06, art. 10, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 6 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6. Het bevel tot medebrenging wordt ondertekend door de magistraat die het verleend heeft en wordt met zijn zegel bekleed.   De persoon tegen wie dit bevel is uitgevaardigd, wordt erin met name genoemd of zo duidelijk mogelijk aangewezen.
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 7 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 7.Het bevel tot medebrenging wordt betekend op het ogenblik van de [1 arrestatie]1 zo hiertoe wordt overgegaan ter uitvoering van dat bevel of [1 zonder onnodig uitstel na]1 de effectieve vrijheidsbeneming indien de aflevering van het bevel is voorafgegaan door een maatregel getroffen door de agenten van de openbare macht of door de procureur des Konings.   Er wordt een proces-verbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal vermeldt :   a) het juiste uur van de effectieve vrijheidsbeneming;   b) het juiste uur van de betekening van het bevel tot medebrenging aan de betrokkene;   c) alles wat de agenten van de openbare macht hebben verricht om de betrokkene ter beschikking van de onderzoeksrechter te stellen.   ----------   (1)<W 2017-10-31/06, art. 11, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 8 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 8.Het bevel tot medebrenging wordt betekend door een agent van de openbare macht, die een afschrift van het bevel aan de betrokkene ter hand stelt en daarvan een akte opmaakt.   [1 ...]1   ----------   (1)<W 2017-10-31/06, art. 12, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 9 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 9.Het bevel tot medebrenging is uitvoerbaar over het gehele grondgebied van het Rijk.   (In vredestijd kan het bevel tot medebrenging dat wordt uitgevaardigd ten aanzien van een persoon bedoeld in [1 artikel 10]1 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, in voorkomend geval worden uitgevoerd op buitenlands grondgebied.) <W 2003-04-10/60, art. 48, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2004>   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 55, 038; Inwerkingtreding : 28-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 10 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10.Het bevel tot medebrenging wordt onmiddellijk uitgevoerd. De onderzoeksrechter kan die uitvoering evenwel uitstellen wanneer de persoon tegen wie ze gericht is, nog niet van zijn vrijheid is beroofd.
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 11 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 11. Indien de persoon weigert aan het bevel tot medebrenging te gehoorzamen of indien hij poogt te ontvluchten na te hebben verklaard dat hij bereid is te gehoorzamen, moet tegen hem dwang gebruikt worden.   De houder van het bevel tot medebrenging vordert desnoods het optreden van de openbare macht van de dichtstbijgelegen plaats, die verplicht is gevolg te geven aan de in het bevel vervatte vordering.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 12 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 12.[1 Ten aanzien van de getuigen bedoeld in artikel 4 dekt het bevel tot medebrenging een periode van vrijheidsbeneming van hoogstens vierentwintig uren te rekenen van de vrijheidsbeneming, ongeacht of de vrijheidsbeneming het gevolg is van de uitvoering van het bevel tot medebrenging. ]1   ----------   (1)<W 2017-10-31/06, art. 13, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 13 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 13. De onderzoeksrechter bij wie de zaak rechtstreeks of door verwijzing overeenkomstig artikel 90 van het Wetboek van Strafvordering aanhangig is gemaakt, doet aan de onderzoeksrechter van de plaats waar de persoon gevonden is tegen wie het bevel tot medebrenging is uitgevaardigd, de stukken, nota's en inlichtingen betreffende het misdrijf toekomen, teneinde die persoon te doen verhoren.   Evenzo worden alle stukken vervolgens, met het proces-verbaal van verhoor, teruggezonden aan de rechter bij wie de zaak aanhangig is.
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 14 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14. Indien de persoon tegen wie een bevel tot medebrenging uitgevaardigd is, niet gevonden kan worden, wordt dat bevel vertoond aan de burgemeester of aan een schepen of aan de politiecommissaris van de gemeente waar die persoon verblijft.   De burgemeester, de schepen of de politiecommissaris viseert het origineel van de akte van betekening.   (Indien het bevel tot medebrenging wordt uitgevaardigd overeenkomstig artikel 9, tweede lid, en de persoon niet kan worden gevonden, kan het eveneens worden vertoond aan de commandant van de militaire eenheid waartoe de betrokkene behoort. De commandant viseert in dit geval het origineel van de akte van betekening.) <W 2003-04-10/60, art. 49, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 15 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II. - Het bevel tot medebrenging.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 15. Het verzuim van de vormen die voorgeschreven zijn voor het bevel tot medebrenging,[1 ...]1 kan aanleiding geven tot vermaning van de onderzoeksrechter en van de procureur des Konings, en zelfs tot verhaal op de rechter.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 237, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 15bis · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK II/I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 15bis.<Opgeheven bij W 2017-10-31/06, art. 14, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 16 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK III. - Het bevel tot aanhouding.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 16.§ 1. Slechts in geval van volstrekte noodzakelijkheid voor de openbare veiligheid en indien het feit voor de verdachte een [7 straf van niveau 2]7 of een zwaardere straf tot gevolg kan hebben, kan de onderzoeksrechter een bevel tot aanhouding verlenen.   [2 De onderzoeksrechter beslist eveneens of dit bevel tot aanhouding moet worden uitgevoerd ofwel in een gevangenis, ofwel door een hechtenis onder elektronisch toezicht. De uitvoering van de hechtenis onder elektronisch toezicht, die inhoudt dat de betrokkene, met uitzondering van toegestane verplaatsingen, voortdurend op een bepaald adres moet verblijven, vindt plaats overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels.]2   Deze maatregel mag niet worden getroffen met het oog op onmiddellijke bestraffing, noch met het oog op de uitoefening van enige andere vorm van dwang.   [5 Indien het maximum van de van toepassing zijnde straf [7 een straf van niveau 4 of, bij misdrijven bedoeld in boek II, titel 4, hoofdstuk 1, een straf van niveau 3]7 niet te boven gaat, mag het bevel slechts worden verleend als er ernstige redenen bestaan om te vrezen dat de in vrijheid gelaten verdachte [7 nieuwe misdrijven]7 zou plegen, zich aan het optreden van het gerecht zou onttrekken, bewijzen zou pogen te laten verdwijnen of zich zou verstaan met derden. [7 Behalve voor de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 258 tot 260 van het Strafwetboek, voor de strafbare feiten gepleegd in het kader van een vereniging bedoeld in artikel 403 van het Strafwetboek of in het kader van een criminele organisatie bedoeld in artikel 406 van het Strafwetboek]7 en voor [8 de strafbare feiten bedoeld in artikel 2bis, § 4, b), en § 5, van de wet van 24 februari 1921]8 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, kan de voorwaarde dat er ernstige redenen bestaan om te vrezen dat de verdachte zich zou verstaan met derden enkel het verlenen van een bevel tot aanhouding, de handhaving ervan bij de eerste verschijning overeenkomstig artikel 21 en bij de eerste maandelijkse verschijning overeenkomstig artikel 22 motiveren.]5   § 2. Tenzij de verdachte voortvluchtig is of zich verbergt, moet de onderzoeksrechter alvorens een bevel tot aanhouding te verlenen, de verdachte ondervragen (over de feiten die aan de beschuldiging ten grondslag liggen en die aanleiding kunnen geven tot de afgifte van een bevel tot aanhouding) en zijn opmerkingen horen. (Bij ontstentenis van deze ondervraging, wordt de inverdenkinggestelde in vrijheid gesteld.) <W 2005-05-31/32, art. 6, 014 ; Inwerkingtreding : 26-06-2005>   [1 De verdachte heeft recht op bijstand van zijn advocaat tijdens de ondervraging. Alleen de meerderjarige verdachte kan hiervan vrijwillig en weloverwogen afstand doen. De onderzoeksrechter maakt melding van deze afstand in het proces-verbaal van het verhoor.   [4 De advocaat mag opmerkingen formuleren overeenkomstig artikel 47bis, § 6, 7), van het Wetboek van strafvordering.]4    De onderzoeksrechter verwittigt de advocaat tijdig van de plaats en het uur van de ondervraging die [6 bijwoont, onverminderd de uitzonderingen bepaald in artikel 2bis, § 9]6. [6 ...]6.]1   [1 De onderzoeksrechter moet de verdachte eveneens meedelen dat tegen hem een aanhoudingsbevel kan worden uitgevaardigd en hij moet zijn opmerkingen en, in voorkomend geval, die van zijn advocaat ter zake horen.]1 [4 ...]4   Al deze gegevens worden vermeld in het proces-verbaal van verhoor.   (Wanneer het bevel tot aanhouding wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 19, § 1bis, gebeurt deze ondervraging (door middel van radio, telefoon, audiovisuele of andere technische middelen die een rechtstreekse overbrenging van de stem tussen de onderzoeksrechter en de verdachte toelaten en de vertrouwelijkheid van hun gesprek waarborgen).) <W 2003-04-10/60, art. 50, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2006-07-20/39, art. 9, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>   § 3. Het bevel tot aanhouding wordt dadelijk na de eerste ondervraging van de verdachte door de onderzoeksrechter verleend, tenzij de rechter onderzoeksmaatregelen treft om een gegeven van de ondervraging te controleren, terwijl de verdachte te zijner beschikking blijft.   § 4. [4 Indien de verdachte nog geen advocaat heeft, herinnert de onderzoeksrechter hem eraan dat hij het recht heeft een advocaat te kiezen en neemt hij contact op met de permanentiedienst die wordt georganiseerd door de Orde van Vlaamse balies en de "Ordre des barreaux francophones et germanophone", of bij gebrek hieraan door de stafhouder van de Orde of zijn gemachtigde. Van die formaliteiten wordt melding gemaakt in het proces-verbaal van verhoor.]4   § 5. Het bevel tot aanhouding bevat de opgave van het feit waarvoor het wordt verleend, vermeldt de wetsbepaling die bepaalt dat het feit een [7 misdrijf]7 is en stelt het bestaan vast van ernstige aanwijzingen van schuld.   De rechter vermeldt daarin de feitelijke omstandigheden van de zaak en die welke eigen zijn aan de persoonlijkheid van de verdachte, die de voorlopige hechtenis wettigen gezien de criteria bepaald in § 1. [4 ...]4   [2 Indien de onderzoeksrechter beslist dat het bevel tot aanhouding moet worden uitgevoerd door een hechtenis onder elektronisch toezicht, vermeldt hij eveneens het adres van uitvoering van de hechtenis onder elektronisch toezicht.]2   Het bevel tot aanhouding vermeldt eveneens dat de verdachte vooraf is gehoord.   § 6. Het bevel wordt ondertekend door de rechter die het heeft verleend, en wordt met zijn zegel bekleed. [4 ...]4   De verdachte wordt erin met name genoemd of zo duidelijk mogelijk aangewezen.   [4 § 6bis. [6 De verdachte die de taal van de procedure niet spreekt of verstaat, heeft recht op een schriftelijke of mondelinge vertaling van de relevante passages van het bevel in een taal die hij verstaat, zodat hij kennis heeft van de hem ten laste gelegde feiten en hij zich effectief kan verdedigen. Indien dit het eerste verhoor betreft, wordt hem voorafgaand aan het verhoor gevraagd in welke taal die hij verstaat hij wenst te worden bijgestaan voor het verdere verloop van de procedure door een tolk en de vertaling wenst te bekomen van relevante passages van, in voorkomend geval, het bevel tot aanhouding of het Europees aanhoudingsbevel, de dagvaarding en de rechterlijke uitspraak. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn. De mondelinge vertaling of de mondelinge samenvatting laat het eerlijke verloop van de procedure onverlet. De griffier van de onderzoeksrechter staat in voor de opdracht tot vertaling van het document en de verzending ervan]6    Indien een mondelinge vertaling aan de verdachte werd verstrekt, wordt daarvan melding gemaakt in het bevel tot aanhouding.    De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat.]4   § 7. Het proces-verbaal van het verhoor van de verdachte door de onderzoeksrechter, evenals alle processen-verbaal van de verhoren die van de verdachte werden afgenomen tussen het tijdstip van zijn vrijheidsbeneming en het tijdstip waarop hij naar de onderzoeksrechter wordt verwezen, moeten het uur vermelden van het begin van de ondervraging, van het begin en het einde van de eventuele onderbrekingen en van het einde van de ondervraging.   ----------   (1)<W 2011-08-13/13, art. 7, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2012>   (2)<W 2012-12-27/29, art. 2, 022; Inwerkingtreding : 01-01-2014>   (3)<W 2016-08-03/15, art. 6, 027; Inwerkingtreding : 21-08-2016>   (4)<W 2016-11-21/02, art. 7, 028; Inwerkingtreding : 27-11-2016> (NOTA : bij arrest nr.86/2018 van 05-07-2018 (B.St. 01-08-2018, p. 60497), heeft het Grondwettelijk Hof het artikel 7, 4° en 5° vernietigd : de opheffingen in §§ 5 en 6.)   (5)<W 2023-07-31/02, art. 10, 036; Inwerkingtreding : 01-09-2023>   (6)<W 2024-04-25/24, art. 11, 039; Inwerkingtreding : 27-06-2024>   (7)<W 2026-03-11/03, art. 238, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>   (8)<W 2026-03-16/13, art. 16, 042; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 17 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK III. - Het bevel tot aanhouding.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 17. Wanneer de onderzoeksrechter weigert een door de procureur des Konings gevorderd bevel tot aanhouding te verlenen, geeft hij een met redenen omklede beschikking die hij hem onmiddellijk mededeelt.   Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 18 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1990072035 / TITEL I. - De voorlopige hechtenis. / HOOFDSTUK III. - Het bevel tot aanhouding.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 18.§ 1. [1 Het bevel tot aanhouding wordt aan de verdachte betekend binnen een termijn van [2 achtenveertig]2 uur. [3 Deze termijn gaat in hetzij op het tijdstip dat wordt bepaald door artikel 1, 2° of 3°, of door artikel 2, 5°, hetzij op het tijdstip dat wordt bepaald door artikel 3, tweede lid, wanneer het bevel tot aanhouding is uitgevaardigd tegen een verdachte die van zijn vrijheid is benomen op grond van een bevel tot medebrenging.]3   De betekening geschiedt door de griffier van de onderzoeksrechter, door de directeur van een strafinrichting of door een agent van de openbare macht.   Ze bestaat in het mondeling meedelen van de beslissing in de taal van de rechtspleging, met afgifte van een volledig afschrift van de akte. Zelfs indien de verdachte zich reeds in hechtenis bevindt, wordt het bevel tot aanhouding hem vertoond en wordt hem daarvan afschrift gegeven.   Bij ontstentenis van regelmatige betekening binnen de wettelijke termijn, wordt de verdachte in vrijheid gesteld.   § 2. Bij de betekening van het bevel tot aanhouding wordt aan de verdachte een afschrift overhandigd van het proces-verbaal van zijn verhoor door de onderzoeksrechter, alsmede een afschrift van de andere in artikel 16, § 7, bedoelde stukken.   ----------   (1)<W 2011-08-13/13, art. 8, 021; Inwerkingtreding : 01-01-2012>   (2)<W 2017-10-31/06, art. 5, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>   (3)<W 2017-10-31/06, art. 15, 030; Inwerkingtreding : 29-11-2017>
    Open officiële bron ↗