Gratis brononderzoek

Vlaams verkeersreglement

Toekomstige Vlaamse regels over snelheid, parkeren, lading en verkeerssignalisatie.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Toekomstige verkeersregels

De hoofdregels gelden in het Vlaamse Gewest vanaf 1 juni 2027 volgens artikel 62, samen met de federale Code van de openbare weg. De Justel-hoofding vermeldt nog de oude datum 1 september 2026. De wijziging van artikel 62 is reeds in werking; de verkeersregels zelf zijn nog toekomstig.

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-07 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-07-10

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

63 bronvarianten

  1. Art. 21 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 3. - Parkeren op voorbehouden plaatsen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 21. Het voorbehouden parkeren voor voertuigen gebruikt door personen met een gemeentelijke parkeerkaart, met een parkeerkaart voor personen met een handicap of het daarmee gelijkgesteld document geldt alleen:   1° op de plaatsen aangeduid door een verkeersbord E9, dat is aangevuld met het symbool of het opschrift van de parkeerkaart (M33-P35);   2° binnen een zone afgebakend door verkeersborden E9 met zonale geldigheid, die zijn aangevuld met het symbool of het opschrift van de parkeerkaart (M33-P35).
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 22 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 3. - Parkeren op voorbehouden plaatsen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22. § 1. Bij het parkeren op de parkeerplaatsen voorbehouden voor personen met een gemeentelijke parkeerkaart wordt de gemeentelijke parkeerkaart duidelijk zichtbaar op de binnenkant van de voorruit aangebracht. Als er geen voorruit is, wordt de parkeerkaart op het voorste gedeelte van het voertuig aangebracht.   § 2. Bij het parkeren op de parkeerplaatsen voorbehouden voor personen met een handicap, zoals bedoeld in artikel 21, 1°, j), van koninklijk besluit van 3 juni 2024 wordt de parkeerkaart voor personen met een handicap of het daarmee gelijkgesteld document duidelijk zichtbaar op de binnenkant van het voertuig, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig aangebracht.   De parkeerkaart voor personen met een handicap of het daarmee gelijkgesteld document mag alleen worden gebruikt wanneer de titularis er van wordt vervoerd in het voertuig dat wordt geparkeerd of wanneer hij zelf dat voertuig bestuurt.
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 23 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 4. - Bijzondere bepalingen over parkeren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 23. Bij gebruik van een elektronisch toezichtsysteem op basis van het kenteken van het voertuig wordt de bijzondere parkeerregeling voor beperkte parkeertijd, betalend parkeren of parkeren op voorbehouden plaatsen gecontroleerd op basis van de kentekenplaat van het voertuig en hoeft er geen gemeentelijke parkeerkaart, parkeerkaart voor personen met een handicap of het daarmee gelijkgesteld document te worden aangebracht.
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 24 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 4. - Bijzondere bepalingen over parkeren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 24. Bij overtreding van de bepalingen van afdeling 3 kan het voertuig met een wielklem worden geïmmobiliseerd.
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 25 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 5. - Model van de parkeerschijf en de gemeentelijke parkeerkaart

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25. De Vlaamse minister, bevoegd voor weggebonden mobiliteit en transport, bepaalt het model van de parkeerschijf, vermeld in artikel 15, 16 en 19.
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 26 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 5. - Model van de parkeerschijf en de gemeentelijke parkeerkaart

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26. De Vlaamse minister, bevoegd voor weggebonden mobiliteit en transport, bepaalt het model en de nadere regels voor de afgifte en het gebruik van de gemeentelijke parkeerkaart, vermeld in artikel 16, § 1, artikel 20, § 1, artikel 21, 22 en 23.
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 27 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 4. - Gebruik van autosnelwegen en autowegen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27. De Vlaamse minister, bevoegd voor weggebonden mobiliteit en transport, of de gemachtigde van die minister kan wegens bijzondere omstandigheden alle voorlopige maatregelen treffen tot regeling van het verkeer op een bepaalde plaats van de autosnelweg en van de autoweg.
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 28 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 4. - Gebruik van autosnelwegen en autowegen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 28. De verkoop of het te koop aanbieden van enig voorwerp op de autosnelweg en op de autoweg is verboden, behalve na toelating van de Vlaamse minister, bevoegd voor weggebonden mobiliteit en transport, of de gemachtigde van die minister.
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 29 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 4. - Gebruik van autosnelwegen en autowegen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29. Voertuigen die gevaarlijke goederen, met uitsluiting van nucleaire stoffen, explosieven of dierlijke stoffen die een gevaar vormen voor de bevolking, vervoeren als vermeld in het Europees Verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (A.D.R.) en de bijlagen ervan, ondertekend te Genève op 30 september 1957, en die krachtens dat Verdrag of krachtens verordeningsbepalingen van intern recht voorzien moeten zijn van een oranje bord, volgen, behalve in geval van noodzaak, de autosnelweg.
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 30 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 4. - Lading en massa's van de voertuigen / Afdeling 1. - Algemene voorschriften

    Lees de volledige brontekst
    Art. 30. § 1. De lading van een voertuig is zodanig geschikt dat ze bij normale omstandigheden aan al de volgende voorwaarden voldoet:   1° ze kan de zichtbaarheid van de bestuurder niet hinderen;   2° ze kan geen gevaar vormen voor de bestuurder, de vervoerde personen en de andere weggebruikers;   3° ze kan geen schade veroorzaken aan de openbare weg, zijn aanhorigheden, aan de erin liggende kunstwerken of aan de openbare of privé-eigendommen;   4° ze kan niet op de openbare weg slepen of vallen;   5° ze kan de stabiliteit van het voertuig niet in het gedrang brengen;   6° ze kan de lichten, de reflectoren en het inschrijvingsnummer niet onzichtbaar maken.   § 2. Als de lading uit lange stukken bestaat, worden die stukken onderling en ook aan het voertuig zo stevig vastgemaakt dat ze bij het schommelen niet buiten de grootste zijomtrek van het voertuig komen.   § 3. Al wat wordt gebruikt om de lading vast te maken of te beschutten, is in goede staat en wordt correct gebruikt.   Elk onderdeel dat de lading omsluit, zoals een ketting, een dekzeil of een net, omsluit de lading nauw.   § 4. De bestuurder van het voertuig neemt de nodige maatregelen om te voorkomen dat de lading, en al wat gebruikt wordt om de lading vast te maken of te beschutten, door lawaai de bestuurder zou hinderen, het publiek ongemak zou aandoen of de dieren zou doen schrikken.   § 5. Als zij- of achterdeuren bij uitzondering moeten openblijven, worden ze zodanig vastgezet dat ze niet uitsteken buiten de grootste zijomtrek van het voertuig.   § 6. Als het voertuig is uitgerust met een uitschuifbare inrichting om de lading te ondersteunen, mag die inrichting alleen uitgeschoven worden als het voertuig geladen is.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 31 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 4. - Lading en massa's van de voertuigen / Afdeling 1. - Algemene voorschriften

    Lees de volledige brontekst
    Art. 31. De ladingen van graangewassen, vlas, stro, paarden- of veevoeder in bulk of in balen, worden overdekt met een dekzeil of met een net.   Zijn vrijgesteld van het gebod, vermeld in het eerste lid:   1° het vervoer binnen een straal van 25 km van de plaats van de lading, als dat vervoer niet langs een autosnelweg geschiedt;   2° het vervoer van ladingen die niet stuiven of waaien.
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 32 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 4. - Lading en massa's van de voertuigen / Afdeling 2. - Afmetingen van de lading

    Lees de volledige brontekst
    Art. 32. § 1. Als de lading zich centraal op het overlangs vlak van symmetrie van het voertuig bevindt, overschrijdt de breedte van de lading de volgende maxima niet:   1° auto, bespannen voertuig of hun aanhangwagen: 2,55 meter of 2,6 meter, als het voertuig conform het koninklijk besluit van 15 maart 1968 een breedte heeft van 2,6 meter;   2° bromfiets met drie of vier wielen, drie- en vierwieler met of zonder motor of hun aanhangwagen: de breedte van de lading mag ten hoogste 0,30 meter meer bedragen dan de breedte van het niet-beladen voertuig, met een volstrekt maximum van 2,50 meter;   3° handkar: 2,50 meter;   4° fiets, tweewielige bromfiets of hun aanhangwagen: 1,00 meter;   5° motorfiets, zonder zijspanwagen of zijn aanhangwagen: 1,25 meter;   6° motorfiets met zijspanwagen: de breedte van de lading mag ten hoogste 0,30 meter meer bedragen dan de breedte van het niet-beladen voertuig;   7° voortbewegingstoestel: 0,30 meter aan elke kant.   § 2. Als de lading bestaat uit graangewassen, vlas, stro, paarden- of veevoeder in bulk, met uitsluiting van de geperste balen, mag de breedte van de lading 2,75 meter bedragen.   Als de lading bestaat uit graangewassen, vlas, stro, paarden- of veevoeder in bulk, met uitsluiting van de geperste balen, en vervoerd wordt binnen een straal van 25 km van de plaats van lading of binnen een zone van 25 km van de Belgische grens, mag de breedte van de lading 3 meter bedragen.   In de gevallen, vermeld in het eerste en tweede lid, mag geen vaste steun zodanig worden geplaatst dat een deel van die steun zich op meer dan 1,25 meter van het overlangs vlak van symmetrie van het voertuig bevindt.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 33 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 4. - Lading en massa's van de voertuigen / Afdeling 2. - Afmetingen van de lading

    Lees de volledige brontekst
    Art. 33. § 1. De hoogte van de lading van een voertuig, gemeten vanaf de grond, bedraagt maximaal 4 meter.   Als de lading uit geperste balen vlas bestaat, mag de hoogte van de lading, die wordt gemeten vanaf de grond, in afwijking van het eerste lid 4,30 meter bedragen.   § 2. De hoogte van de lading van een rijwiel zonder motor of van een voortbewegingstoestel die wordt gemeten vanaf de grond, bedraagt maximaal 2,50 meter.
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 34 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 4. - Lading en massa's van de voertuigen / Afdeling 2. - Afmetingen van de lading

    Lees de volledige brontekst
    Art. 34. § 1. In geen geval steekt de lading vooraan uit buiten de voorkant van het voertuig, of als het een bespannen voertuig is, buiten de kop van het gespan.   In afwijking van het eerste lid mag de lading vooraan maximaal 0,50 meter uitsteken bij:   1° slepen die uitsluitend bestemd zijn voor het vervoer van auto's;   2° voortbewegingstoestellen.   § 2. De horizontale afstand tussen het achterste gedeelte van de uitstekende lading en de achterkant van het voertuig bedraagt maximaal 1 meter.   In afwijking van het eerste lid bedraagt de horizontale afstand:   1° tussen het achterste gedeelte van de uitstekende lading en de inrichting, vermeld in artikel 55, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, of, bij het ontbreken daarvan, de achterkant van het voertuig maximaal 0,40 meter, als de lading bij voertuigen van categorie N en O bestaat uit een container, afzetcontainer of wissellaadbak;   2° tussen het achterste gedeelte van de uitstekende lading en de achterkant van het voertuig maximaal 3 meter, als het voertuig geladen is met lange ondeelbare stukken;   3° tussen het achterste gedeelte van de uitstekende lading en de achterkant van het voertuig maximaal 1,50 meter bij slepen die uitsluitend bestemd zijn voor het vervoer van auto's;   4° tussen het achterste gedeelte van de uitstekende lading en de achterkant van het voertuig maximaal 1,50 meter, als de lading bestaat uit een meeneemheftruck die is bevestigd aan de achterkant van een voertuig van categorie N of O, op voorwaarde dat de afstand tussen de onderkant van de achterste rand van de meeneemheftruck en het wegdek niet meer dan 65 cm bedraagt en die achterste rand voldoende stevigheid biedt om te fungeren als stootbalk.   In het tweede lid, 2°, wordt verstaan onder lange ondeelbare stukken: een lading die, om ze over de weg te vervoeren, niet kan worden opgedeeld in meerdere ladingen zonder belangrijke kosten of schaderisico's en die ten gevolge haar lengte niet vervoerd kan worden met een voertuig dat op het vlak van lengte voldoet aan het technisch reglement.   De horizontale afstand wordt gemeten zonder rekening te houden met het gedeelte van de uitstekende lading dat zich op minder dan 0,55 meter en meer dan 2 meter van de grond bevindt.   De afwijkingen, vermeld in het tweede lid, doen geen afbreuk aan de verplichtingen uit andere regelgeving, namelijk op het vlak van het respecteren van de aslasten en de verdeling van de massa over het voertuig.   § 3. De lading van fietsen, voortbewegingstoestellen, bromfietsen, motorfietsen, drie- en vierwielers met of zonder motor en hun aanhangwagens steekt achteraan maximaal 0,50 meter uit buiten de achterkant van het voertuig of de aanhangwagen.
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 35 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 4. - Lading en massa's van de voertuigen / Afdeling 2. - Afmetingen van de lading

    Lees de volledige brontekst
    Art. 35. Artikel 32 tot en met 34 en artikel 58 zijn niet van toepassing op voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor folkloristische manifestaties en maar uitzonderlijk op de openbare weg komen ter gelegenheid van een toegelaten folkloristische manifestatie, op de weg ernaartoe of voor proefritten met het oog op die manifestatie, en op voorwaarde dat die voertuigen niet meer dan 25 km per uur rijden.
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 36 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 4. - Lading en massa's van de voertuigen / Afdeling 3. - Signalisatie van de lading

    Lees de volledige brontekst
    Art. 36. Als de voertuigen niet verlicht hoeven te zijn, worden de ladingen die meer dan één meter buiten de achterkant van het voertuig uitsteken, gesignaleerd door een vierkant bord. Het voormelde bord wordt zo aan de grootste uitsteek van de lading bevestigd dat het zich bestendig in een verticaal vlak loodrecht op het langsvlak door het midden van het voertuig bevindt.   Het bord, vermeld in het eerste lid, heeft een zijde van 0,50 meter en is in afwisselende rode en witte strepen van ongeveer 75 mm breed geschilderd. Een diagonaallijn van het vierkant is rood. De rode strepen zijn voorzien van retroreflecterende producten.
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 37 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 4. - Lading en massa's van de voertuigen / Afdeling 3. - Signalisatie van de lading

    Lees de volledige brontekst
    Art. 37. § 1. Als de voertuigen verlicht moeten zijn, worden de ladingen die meer dan één meter buiten de achterkant van het voertuig uitsteken, gesignaleerd door het bord, vermeld in artikel 36, dat is aangevuld met een naar achteren gericht rood licht en een oranje reflector aan elke zijkant.   Het hoogste punt van het lichtdoorlatende of lichtweerkaatsende gedeelte van de middelen die wordt gebruikt om het achtereinde van een lading te signaleren, bevindt zich op maximaal 1,60 meter boven de grond. Het laagste punt ervan bevindt zich op minstens 0,40 meter boven de grond.   § 2. Bij een voertuig dat krachtens het koninklijk besluit van 15 maart 1968 zijreflectoren moet hebben, worden naast die zijreflectoren bijkomend een of meer oranje zijreflectoren op de lading aangebracht, als de afstand tussen de buitenrand van de reflector die de grootste uitsteek van de lading signaleert en de buitenrand van de achterste reflector van het voertuig, groter is dan drie meter.   In geen geval is de afstand tussen de buitenranden van twee opeenvolgende reflectoren groter dan drie meter.   § 3. Bij een voertuig dat krachtens het koninklijk besluit van 15 maart 1968 geen zijreflectoren moet voeren, kunnen een of meer oranje zijreflectoren op de lading worden aangebracht.   § 4. Als het voertuig verlicht moet zijn, worden de ladingen die zodanig buiten de zijkant van het voertuig komen dat hun uiterste zijkant zich op meer dan 0,40 meter van de buitenrand van het lichtdoorlatende gedeelte van het standlicht bevindt, door omtreklichten en reflectoren gesignaleerd.   De omtreklichten en reflectoren, vermeld in het eerste lid, die aan de voorzijde zichtbaar zijn, zijn wit. De omtreklichten en reflectoren, vermeld in het eerste lid, die aan de achterzijde zichtbaar zijn, zijn rood.   Het lichtdoorlatende of het lichtweerkaatsende gedeelte van de omtreklichten of reflectoren, vermeld in het eerste lid, bevindt zich op minder dan 0,40 meter van het grootste uitsteek.
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 38 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 4. - Lading en massa's van de voertuigen / Afdeling 4. - Verlies van lading

    Lees de volledige brontekst
    Art. 38. In de volgende gevallen kan de bevoegde persoon ambtshalve voor de verplaatsing van het voertuig en de lading zorgen:   1° de bestuurder is afwezig;   2° de bestuurder weigert de bevelen van de voormelde bevoegde personen op te volgen;   3° de bestuurder is niet in staat om de bevelen van de voormelde bevoegde personen op te volgen.   Op autowegen en autosnelwegen zorgt de voormelde bevoegde persoon altijd ambtshalve voor de verplaatsing van het voertuig en de lading.   De verplaatsing, vermeld in het eerste en tweede lid, gebeurt op risico en kosten van de bestuurder en de burgerlijk aansprakelijke personen.
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 39 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 4. - Lading en massa's van de voertuigen / Afdeling 5. - Massa's

    Lees de volledige brontekst
    Art. 39. De massa van een door een fiets getrokken aanhangwagen bedraagt maximaal 80 kg, lading en passagiers inbegrepen.   In afwijking van het eerste lid kan een aanhangwagen met een massa van meer dan 80 kg worden gebruikt, als die aanhangwagen beschikt over een remsysteem dat automatisch in werking treedt als de fietser remt.
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 40 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 4. - Lading en massa's van de voertuigen / Afdeling 6. - Immobilisatie van het voertuig

    Lees de volledige brontekst
    Art. 40. Bij overtreding van de bepalingen, vermeld in artikel 30 tot en met 34 en artikel 39, moet de bestuurder het voertuig afladen, uitspannen of bergen in de dichtstbijzijnde plaats. Als de bestuurder het voormelde gebod niet naleeft, wordt het voertuig opgehouden.   Het eerste lid geldt ook bij overtreding van de bepalingen over het hoogste toegelaten gewicht of het gewicht in beladen toestand van de voertuigen, vermeld in koninklijk besluit van 15 maart 1968.
    Open officiële bron ↗