Gratis brononderzoek

Vlaams verkeersreglement

Toekomstige Vlaamse regels over snelheid, parkeren, lading en verkeerssignalisatie.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Toekomstige verkeersregels

De hoofdregels gelden in het Vlaamse Gewest vanaf 1 juni 2027 volgens artikel 62, samen met de federale Code van de openbare weg. De Justel-hoofding vermeldt nog de oude datum 1 september 2026. De wijziging van artikel 62 is reeds in werking; de verkeersregels zelf zijn nog toekomstig.

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-07 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-07-10

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

63 bronvarianten

  1. Art. 1 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen / Afdeling 1. - Toepassingsgebied

    Lees de volledige brontekst
    Artikel 1. Dit besluit geldt binnen het Vlaamse Gewest voor het verkeer op de openbare weg en het gebruik ervan.   Spoorvoertuigen die van de openbare weg gebruik maken, vallen niet onder de toepassing van dit besluit.
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 2 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen / Afdeling 2. - Definities

    Lees de volledige brontekst
    Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:   1° gemeentelijke parkeerkaart: een kaart die de gemeente uitreikt en die de houder ervan recht geeft op een bijzondere parkeerregeling conform een reglement dat de gemeente vaststelt;   2° koninklijk besluit van 15 maart 1968: het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;   3° koninklijk besluit van 10 oktober 1974: het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen;   4° koninklijk besluit van 3 juni 2024: het koninklijk besluit van 3 juni 2024 betreffende de Code van de openbare weg.   Met uitzondering van de begrippen, vermeld in het eerste lid, hebben de begrippen in dit besluit de betekenis, vermeld in het koninklijk besluit van 3 juni 2024.
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 3 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 2. - Bevoegde personen en signaalgevers / Afdeling 1. - Bevoegde personen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 3. Onverminderd de bevoegdheid van andere personen, zijn de volgende personen bevoegd om toezicht uit te oefenen op de naleving van dit besluit:   1° de personeelsleden die zijn aangewezen voor het toezicht op de openbare weg;   2° de wegeninspecteurs, vermeld in artikel 16 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport;   3° de personeelsleden die de Vlaamse minister, bevoegd voor het gemeenschappelijk vervoer, de Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen mobiliteitsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor weggebonden mobiliteit en transport, aanwijst ;   4° de personeelsleden van het Agentschap voor Natuur en Bos die zijn aangewezen voor het toezicht op de domeinbossen, voor de minder belangrijke openbare wegen die binnen de domeinbossen liggen, vermeld in artikel 12septies, § 2, tweede lid, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, en artikel 4, punt 10, van het Bosdecreet van 13 juni 1990;   5° het personeel van de maatschappijen voor het geregeld openbaar vervoer, die bekleed zijn met een mandaat van gerechtelijke politie, bij de uitoefening van hun dienst;   6° de veldwachters, vermeld in artikel 61 van het Veldwetboek;   7° het personeel dat is aangesteld om de bruggen die in de openbare weg liggen te bedienen en te bewaken, voor het verkeer op die bruggen en in de nabijheid ervan.   In het eerste lid, 4°, wordt verstaan onder Agentschap voor Natuur en Bos: het Agentschap, vermeld in artikel 29, § 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 4 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 2. - Bevoegde personen en signaalgevers / Afdeling 1. - Bevoegde personen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 4. § 1. De weggebruikers geven onmiddellijk gevolg aan de bevelen van de bevoegde personen.   § 2. De bevoegde personen gebruiken de bevelen, vermeld in artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit van 3 juni 2024.   De bevelen, vermeld in het eerste lid, hebben dezelfde betekenis als vermeld in artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit van 3 juni 2024.   § 3. De bevelen die gericht zijn tot de weggebruikers die in beweging zijn, kunnen alleen worden gegeven door personen die de kentekens van hun functie dragen.   De kentekens, vermeld in het eerste lid, zijn `s nachts en bij dag te herkennen.   § 4. Elke bestuurder van een stilstaand of geparkeerd voertuig verplaatst dat voertuig zodra die bestuurder daartoe door een bevoegd persoon wordt aangemaand.   Als een bestuurder van een stilstaand of geparkeerd voertuig weigert dat voertuig te verplaatsen of als die bestuurder afwezig is, mag de bevoegde persoon ambtshalve zorgen voor de verplaatsing van het voertuig. De verplaatsing gebeurt op risico en kosten van de bestuurder en de burgerlijk aansprakelijke personen, tenzij de bestuurder afwezig is en het voertuig reglementair is geparkeerd.   Zonder het optreden van een bevoegd persoon kan het recht, vermeld in het tweede lid, in dezelfde omstandigheden niet door een weggebruiker worden uitgeoefend.   § 5. Weggebruikers die ouder zijn dan vijftien jaar, overhandigen hun identiteitskaart of het als zodanig geldend bewijs op elk verzoek van een bevoegd persoon, naar aanleiding van:   1° een overtreding op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 of de uitvoeringsbesluiten ervan;   2° een verkeersongeval.
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 5 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 2. - Bevoegde personen en signaalgevers / Afdeling 2. - Signaalgevers

    Lees de volledige brontekst
    Art. 5. § 1. Onverminderd de gevallen, vermeld in artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit van 3 juni 2024, volgen de weggebruikers onmiddellijk de aanwijzingen op die worden gegeven door de volgende signaalgevers:   1° de werfopzichters van het personeel van de werken op de openbare weg;   2° de verkeerscoördinators en de begeleiders van uitzonderlijke voertuigen, vermeld in artikel 1, 5° en 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van uitzonderlijk vervoer.   § 2. De signaalgevers, vermeld in paragraaf 1, kunnen de aanwijzingen, vermeld in artikel 5, § 4, eerste lid, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 3 juni 2024, geven.   Om het verkeer stil te leggen en om het verkeer om te leiden via een andere reisweg, gebruiken de signaalgevers, vermeld in paragraaf 1, een schijf waarop het verkeersbord C3 is afgebeeld en waarvan de Vlaamse minister, bevoegd voor weggebonden mobiliteit en transport, de eigenschappen bepaalt, of met het rood licht, vermeld in artikel 4, § 2, 3°, van het koninklijk besluit van 3 juni 2024.   § 3. De signaalgevers, vermeld in paragraaf 1, dragen een retroreflecterend veiligheidsvest met hun functie als opschrift op de voor- en achterkant.
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 6 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 6. De bevelen van de bevoegde personen, de aanwijzingen van de signaalgevers, de verkeerstekens en de verkeersregels, volgen dezelfde hiërarchie als vermeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 3 juni 2024.
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 7 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 7. Het is verboden om voorwerpen of stoffen op de openbare weg te werpen, te plaatsen, achter te laten of te laten vallen.
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 8 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 2. - Snelheidsbeperkingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 8. Buiten de bebouwde kom is de snelheid beperkt tot:   1° 120 km/u, op de openbare wegen die verdeeld zijn in vier of meer rijstroken waarvan er ten minste twee bestemd zijn voor iedere rijrichting, als de rijrichtingen anders dan door wegmarkeringen gescheiden zijn;   2° 70 km/u, op de andere openbare wegen dan de openbare wegen, vermeld in punt 1°.
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 9 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 2. - Snelheidsbeperkingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 9. Binnen de bebouwde kom is de snelheid beperkt tot 50 km/u.
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 10 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 2. - Snelheidsbeperkingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 10. De snelheid is beperkt tot 30 km/u:   1° in fietszones;   2° op de verhoogde inrichtingen;   3° op de voorbehouden wegen.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 11 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 2. - Snelheidsbeperkingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 11. Er wordt stapvoets gereden:   1° in schoolstraten;   2° in voetgangerszones;   3° in speelstraten;   4° in erven;   5° bij het voorbijrijden van een voetganger waarbij de minimumafstand, vermeld in artikel 34, § 2, eerste en tweede lid, van het koninklijk besluit van 3 juni 2024, niet kan worden nageleefd.
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 12 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 2. - Snelheidsbeperkingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 12. § 1. De snelheid is volgens de aard van het voertuig beperkt tot:   1° 100 km/u, voor autocars die uitgerust zijn met een snelheidsbegrenzer tot 100 km/u en waarvan alle zitplaatsen zijn uitgerust met een veiligheidsgordel;   2° 90 km/u, voor voertuigen en slepen met een maximale toegelaten massa van meer dan 3,5 ton en voor autobussen;   3° 45 km/u voor de bromfietsen klasse B;   4° 25 km/u voor de bromfietsen klasse A en de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen;   5° de grens, vermeld in het koninklijk besluit van 15 maart 1968, of, als die grens ontbreekt, tot 40 km/u voor de voertuigen met cushionbanden, met elastische of onbuigzame banden, en voor de voertuigen die naar bouw en oorsprong niet met een ophanging zijn uitgerust.   Als een verkeersbord een hogere snelheid toelaat, blijven de snelheidsbeperkingen, vermeld in het eerste lid, van toepassing.   § 2. De snelheid is beperkt tot 25 km/u:   1° voor voertuigen die een noodkoppeling of alleen de hulpkoppeling gebruiken;   2° voor de voertuigen, vermeld in artikel 40, § 2, van het koninklijk besluit van 3 juni 2024, als ze meer dan één voertuig trekken.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 13 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 2. - Snelheidsbeperkingen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 13. Als een motorfietser sneller rijdt tussen twee rijstroken of files dan de voertuigen die stoppen of traag rijden in die rijstroken of files, rijdt de motorfietser niet sneller dan 50 km/u en is het snelheidsverschil tussen de motorfietser en de voertuigen die zich in die rijstroken of files bevinden, niet meer dan 20 km/u.
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 14 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 1. - Parkeren met beperkte parkeertijd

    Lees de volledige brontekst
    Art. 14. De beperkte parkeertijd geldt alleen:   1° op de plaatsen aangeduid door een verkeersbord E9, dat is aangevuld met het symbool van de parkeerschijf (M25);   2° binnen een zone afgebakend door verkeersborden E9 met zonale geldigheid, die zijn aangevuld met het symbool van de parkeerschijf (M25).   Tenzij afwijkende voorwaarden zijn aangebracht op de signalisatie, geldt de beperkte parkeertijd op werkdagen van 9 uur tot 18 uur en voor een maximum vergunde parkeerduur van twee uur.   In het tweede lid wordt verstaan onder werkdag: elke dag, uitgezonderd zondag en de wettelijke feestdagen, vermeld in artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen.
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 15 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 1. - Parkeren met beperkte parkeertijd

    Lees de volledige brontekst
    Art. 15. § 1. Als de beperkte parkeertijd geldt, is het parkeren van auto's, vierwielige bromfietsen en drie- en vierwielers met motor alleen toegestaan als op het voertuig een parkeerschijf is aangebracht.   De parkeerschijf wordt duidelijk zichtbaar op de binnenkant van de voorruit aangebracht. Als er geen voorruit is, wordt de parkeerschijf op het voorste gedeelte van het voertuig aangebracht.   § 2. Als de beperkte parkeertijd geldt, plaatst de bestuurder de pijl van de parkeerschijf op het streepje dat volgt op het tijdstip van aankomst.   De aanduidingen van de parkeerschijf mogen niet worden gewijzigd voor het voertuig de parkeerplaats heeft verlaten.   Het is verboden om onjuiste aanduidingen op de parkeerschijf te laten verschijnen.   § 3. Het voertuig verlaat de parkeerplaats uiterlijk bij het verstrijken van de vergunde parkeerduur.
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 16 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 1. - Parkeren met beperkte parkeertijd

    Lees de volledige brontekst
    Art. 16. § 1. De regels, vermeld in artikel 15, gelden niet als er een bijzondere parkeerregeling is voor personen met een gemeentelijke parkeerkaart.   In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de gemeentelijke parkeerkaart duidelijk zichtbaar op de binnenkant van de voorruit aangebracht. Als er geen voorruit is, wordt de parkeerkaart op het voorste gedeelte van het voertuig aangebracht.   In het geval, vermeld in het eerste lid, vervangt een gemeentelijke parkeerkaart de parkeerschijf als het gebruik van een parkeerschijf verplicht is.   § 2. De regels, vermeld in artikel 15, gelden niet voor de voertuigen die worden gebruikt door personen met een handicap, als een parkeerkaart voor personen met een handicap of het daarmee gelijkgestelde document is aangebracht.   In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de parkeerkaart voor personen met een handicap of het daarmee gelijkgestelde document duidelijk zichtbaar op de binnenkant van de voorruit aangebracht. Als er geen voorruit is, wordt de parkeerkaart op het voorste gedeelte van het voertuig aangebracht.   In het geval, vermeld in het eerste lid, vervangt een parkeerkaart voor personen met een handicap of het daarmee gelijkgestelde document de parkeerschijf als het gebruik daarvan verplicht is.   In het geval, vermeld in het eerste lid, kan een parkeerkaart voor personen met een handicap of het daarmee gelijkgestelde document alleen worden gebruikt als de titularis ervan wordt vervoerd in het voertuig dat wordt geparkeerd of als de titularis ervan zelf dat voertuig bestuurt.   § 3. De regels, vermeld in artikel 15, gelden niet voor voertuigen die geparkeerd staan voor de inrit van eigendommen, als het kenteken van het voertuig leesbaar op de inrit is aangebracht.
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 17 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 1. - Parkeren met beperkte parkeertijd

    Lees de volledige brontekst
    Art. 17. Het is verboden om op de openbare weg:   1° motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te laten parkeren;   2° binnen de bebouwde kommen auto's, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te laten parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9 of het verkeersbord E9 met onderbord is aangebracht;   3° reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te laten parkeren.
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 18 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 2. - Betalend parkeren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 18. Het betalend parkeren geldt alleen:   1° op de plaatsen waar een parkeermeter of parkeerautomaat is aangebracht;   2° op de plaatsen aangeduid door een verkeersbord E9, dat is aangevuld met het symbool van het betalend parkeren (M23);   3° binnen een zone afgebakend door borden E9 met zonale geldigheid, die zijn aangevuld met het symbool van het betalend parkeren (M23).
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 19 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 2. - Betalend parkeren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 19. § 1. Op plaatsen met parkeermeters of parkeerautomaten wordt geparkeerd op de wijze en onder de voorwaarden die op die toestellen zijn vermeld.   Als de parkeermeter of parkeerautomaat buiten gebruik is, wordt de parkeerschijf gebruikt conform artikel 15.   Als meer dan één motorfiets wordt geparkeerd binnen een afgebakend parkeervak dat is bedoeld voor één auto, moet voor dat parkeervak maar één keer worden betaald.   § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan het betalend parkeren ook op andere wijzen en onder andere voorwaarden gebeuren, die ter plaatse worden aangeduid.
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 20 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 2024071945 / HOOFDSTUK 3. - Regels voor het gebruik van de openbare weg / Afdeling 3. - Parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op voorbehouden plaatsen / Onderafdeling 2. - Betalend parkeren

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20. § 1. De regels, vermeld in artikel 19, gelden niet als een bijzondere parkeerregeling is voorzien voor personen met een gemeentelijke parkeerkaart.   In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de gemeentelijke parkeerkaart duidelijk zichtbaar op de binnenkant van de voorruit aangebracht. Als er geen voorruit is, wordt de parkeerkaart op het voorste gedeelte van het voertuig aangebracht.   § 2. De regels, vermeld in artikel 19, gelden niet als er een bijzondere parkeerregeling is voor de voertuigen die worden gebruikt door personen met een handicap, als een parkeerkaart voor personen met een handicap of het daarmee gelijkgestelde document is aangebracht.   In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de parkeerkaart voor personen met een handicap of het daarmee gelijkgestelde document duidelijk zichtbaar op de binnenkant van de voorruit aangebracht. Als er geen voorruit is, wordt de parkeerkaart op het voorste gedeelte van het voertuig aangebracht.   In het geval, vermeld in het eerste lid, kan de parkeerkaart voor personen met een handicap of het daarmee gelijkgestelde document alleen worden gebruikt als de titularis ervan wordt vervoerd in het voertuig dat wordt geparkeerd of als de titularis ervan zelf dat voertuig bestuurt.
    Open officiële bron ↗