Gratis brononderzoek

Tijdelijk kader strafuitvoering

Uitvoering van elektronisch toezicht, probatie, werkstraf, opschorting en uitstel onder het nieuwe Strafwetboek.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Tijdelijk kader van kracht

Artikel 110 koppelt de inwerkingtreding aan die van boek I en II van het nieuwe Strafwetboek: 1 september 2026. De Justel-hoofding van deze wet vermeldt nog 12 april 2026; die datum stemt niet overeen met de wettelijke bepaling. Hoofdstuk 2 en de overgangsmaatregelen van artikel 108 gelden tot een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk tot 30 juni 2029. Dit betekent niet dat alle wijzigingen die deze wet aanbrengt op die datum vervallen. De wet van 29 juni 1964 over opschorting, uitstel en probatie is sinds 1 september 2026 opgeheven; haar oude versies dienen voor beoordeling van historische situaties.

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-07 · Publicatiedatum (geen afzonderlijke consolidatiedatum): 2026-04-02

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

110 bronvarianten

  1. Art. 101 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling 3. - Wijzigingen van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 101. In artikel 2 van dezelfde wet worden in artikel 45 van het Strafwetboek de volgende wijzigingen aangebracht:   1° paragraaf 3, tweede lid, wordt opgeheven;   2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende:   "In afwijking van het eerste lid en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, ziet de probatiecommissie toe op de tenuitvoerlegging van de werkstraf, overeenkomstig artikel 8, §§ 1 tot 4, van de wet houdende een tijdelijk kader inzake de uitvoering van de straffen.";   3° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende:   "In afwijking van het eerste lid en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, beslist het openbaar ministerie over de tenuitvoerlegging van de vervangende straf of een deel ervan wanneer de werkstraf geheel of gedeeltelijk niet wordt uitgevoerd, overeenkomstig artikel 8, § 4, van de wet houdende een tijdelijk kader inzake de uitvoering van de straffen."

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗
  2. Art. 102 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling 3. - Wijzigingen van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 102. In artikel 2 van dezelfde wet wordt artikel 50 van het Strafwetboek aangevuld met een lid, luidende:   "In afwijking van het vierde lid en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, beslist de strafuitvoeringsrechter of, in voorkomend geval de strafuitvoeringsbank over de wijziging van deze straf overeenkomstig de artikelen 26/2, 28, 29/1, 47, 48, 49/1 en 95/1 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, ingeval deze straf is opgelegd samen met een vrijheidsbenemende straf en, ingeval deze straf is opgelegd samen met een andere vrijheidsbeperkende straf, met een vermogensstraf of indien ze overeenkomstig artikel 36, tiende lid, van het Strafwetboek is opgelegd in plaats van de hoofdstraf, beslist de strafuitvoeringsrechter overeenkomstig artikel 19 van de wet houdende een tijdelijk kader inzake de uitvoering van de straffen."

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗
  3. Art. 103 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling 3. - Wijzigingen van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 103. In artikel 2 van dezelfde wet worden in artikel 56 van het Strafwetboek de volgende wijzigingen aangebracht:   1° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende:   "In afwijking van het eerste lid en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, zien de strafuitvoeringsrechter en het openbaar ministerie toe op de tenuitvoerlegging van de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, overeenkomstig artikel 28 van de wet houdende een tijdelijk kader inzake de uitvoering van straffen.";   2° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende:   "In afwijking van het eerste lid en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, beslist de strafuitvoeringsrechter over de tenuitvoerlegging van de vervangende geldboete of een deel ervan wanneer de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap geheel of gedeeltelijk niet wordt uitgevoerd, overeenkomstig artikel 31 van de wet houdende een tijdelijk kader inzake de uitvoering van de straffen."

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗
  4. Art. 104 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling 3. - Wijzigingen van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 104. In artikel 2 van dezelfde wet worden in artikel 65 van het Strafwetboek de volgende wijzigingen aangebracht:   1° paragraaf 2, tweede lid, 2°, wordt aangevuld met de volgende zin:   "In afwijking van de eerste zin en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, moet de veroordeelde natuurlijke persoon een vast adres hebben en, bij wijziging ervan, het adres van zijn nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen die met de begeleiding is belast.";   2° paragraaf 2, tweede lid, 3°, wordt aangevuld met de volgende zin:   "in afwijking van de eerste zin en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, moet de veroordeelde natuurlijke persoon gevolg geven aan de oproepingen van de probatiecommissie en, in voorkomend geval, aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen die met de begeleiding is belast.";   3° paragraaf 3, tweede lid, wordt opgeheven;   4° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende:   "In afwijking van het eerste lid en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, is ten aanzien van de natuurlijke persoon de probatiecommissie bevoegd om de probatievoorwaarden geheel of ten dele op te schorten, nader te omschrijven of aan te passen aan de omstandigheden overeenkomstig artikel 13 van de wet tijdelijk kader strafuitvoering en ten aanzien van de rechtspersoon de strafuitvoeringsrechter, overeenkomstig artikel 37 van de wet houdende een tijdelijk kader inzake de uitvoering van de straffen.";   5° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende:   "In afwijking van het vorige lid en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, doet de correctionele rechtbank of, in het geval bedoeld in het vierde lid, de politierechtbank, die het uitstel heeft uitgesproken, uitspraak wanneer het uitstel kan worden herroepen."

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗
  5. Art. 105 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling 3. - Wijzigingen van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 105. In artikel 2 van dezelfde wet wordt artikel 74, § 3, 2°, van het Strafwetboek aangevuld met de volgende zin:   "In afwijking van de eerste zin en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, begint de verjaring te lopen vanaf de datum van het herroepingsarrest of vanaf de dag waarop het herroepingsvonnis niet langer met hoger beroep kan worden aangevochten."

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗
  6. Art. 106 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling 3. - Wijzigingen van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 106. In dezelfde wet wordt een artikel 37/1 ingevoegd, luidende:   "Art. 37/1. De verjaring van de bijzondere verbeurdverklaringen, die in kracht van gewijsde zijn getreden voor de inwerkingtreding van deze wet en niet zijn verjaard voor die datum, blijft onderworpen aan de bepalingen van het Strafwetboek van 6 juni 1867, die van kracht waren voor de inwerkingtreding van deze wet."

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗
  7. Art. 107 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen / Afdeling 3. - Wijzigingen van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek

    Lees de volledige brontekst
    Art. 107. In artikel 38 van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek wordt het eerste lid aangevuld met de woorden "en met uitzondering van artikelen 47, zesde lid, 48, vierde lid, 49, zesde lid, en 57, derde lid, van het Strafwetboek, die in werking treden op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 30 juni 2029".

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗
  8. Art. 108 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepaling

    Lees de volledige brontekst
    Art. 108. De volgende bepalingen zijn bij wijze van overgangsmaatregel van toepassing tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029:   1) De leden van de probatiecommissies die in functie zijn op het moment van inwerkingtreding van deze wet, blijven in functie.   2) De secretarissen die in functie zijn op het moment van inwerkingtreding van deze wet, blijven in functie.   3) De probatiecommissies blijven bevoegd voor de zaken die op het moment van inwerkingtreding van deze wet reeds bij hen aanhangig zijn. Voor zaken die aanhangig zijn en veroordelingen van rechtspersonen betreffen, wordt gehandeld overeenkomstig de artikelen 13 tot 15.   4) De rechterlijke beslissingen die in kracht van gewijsde zijn getreden voor de inwerkingtreding van deze wet, maar die op het moment van inwerkingtreding van deze wet nog niet aanhangig zijn gemaakt en voor dewelke de probatiecommissie bevoegd is, worden overgezonden aan de probatiecommissie overeenkomstig de artikelen 5, § 1, derde lid, 8, § 2, en 11, eerste lid. De verdere opvolging en controle verloopt overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2, afdeling 3.   5) In geval van rechterlijke beslissingen tot probatieopschorting en probatie-uitstel ten aanzien van rechtspersonen, die in kracht van gewijsde zijn getreden voor de inwerkingtreding van deze wet, maar die op het moment van inwerkingtreding van deze wet nog niet aanhangig zijn gemaakt bij de probatiecommissie, licht de griffier, bij het vonnisgerecht dat de veroordeling heeft uitgesproken, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel de strafuitvoeringsrechter en het openbaar ministerie bij de strafuitvoeringsrechtbank daarover in. De verdere opvolging en controle verloopt overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2, afdeling 5, onderafdeling 4.

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗
  9. Art. 109 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling

    Lees de volledige brontekst
    Art. 109. Deze wet wordt ook "wet houdende een tijdelijk kader inzake de uitvoering van de straffen" genoemd.

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗
  10. Art. 110 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2026033002 / HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding

    Lees de volledige brontekst
    Art. 110. Deze wet treedt in werking de dag waarop de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek en de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek II van het Strafwetboek in werking treedt.

    Aanvullende bronnotities: controleer de officiële publicatie.

    Open officiële bron ↗