Gratis brononderzoek

Wetboek van Strafvordering

Strafrechtelijke onderzoeks- en procesregels.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

921 bronvarianten

  1. Art. 608 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 608. Ieder uitvoerder van een bevel tot aanhouding, van een beschikking tot gevangenneming, van een veroordelend arrest of vonnis is verplicht de akte waarvan hij houder is, op het register te doen inschrijven, voordat hij de door hem opgebrachte persoon aan de bewaarder overgeeft; de akte van overgifte wordt in zijn bijzijn geschreven.   Een en ander wordt door hem en door de bewaarder getekend.   De bewaarder geeft hem, te zijner ontlasting, een afschrift dat hij ondertekent.
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 609 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 609. Geen bewaarder mag, op straffe van vervolging en veroordeling wegens willekeurige vrijheidsberoving, iemand in de gevangenis opnemen of vasthouden dan uit kracht hetzij van een bevel tot bewaring, hetzij van een bevel tot aanhouding in de bij de wet vereiste vorm uitgevaardigd, hetzij van een arrest van verwijzing naar het hof van assisen (...), van een arrest of vonnis van veroordeling tot een [1 vrijheidsbenemende straf]1, en zonder dat de overschrijving ervan op zijn register gedaan is. <W 10-07-1967, art. 1, 237°>   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 224, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 610 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 610. Het voormelde register bevat eveneens, op de kant van de akte van overgifte van de gevangene, de datum van zijn ontslag, alsook de beschikking, het arrest of het vonnis uit kracht waarvan het ontslag geschiedt.
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 611 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 611.De onderzoeksrechter is verplicht ten minste eens in de maand de in het huis van arrest (bij de rechtbank van eerste aanleg) van het arrondissement opgesloten personen te bezoeken. <W 1999-05-07/61, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1999>   [1 Tweede lid opgeheven.]1   De gouverneur is verplicht ten minste eens in het jaar alle (huizen van arrest bij de hoven van assisen en alle gevangenissen) en alle gevangenen van de provincie te bezoeken. <W 1999-05-07/61, art. 12, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1999>   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 205, 016; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 612 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 612. Bovendien is ook de burgemeester van elke gemeente waar (...), (...), (...) een gevangenis bestaat (...) verplicht die huizen ten minste eens in de maand te bezoeken. <W 10-07-1967, art. 1, 239°> <W 1999-05-07/61, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1999> <W 2005-01-12/39, art. 173, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 613 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 613. De burgemeester (...) waakt ervoor dat de gevangenen voldoende en gezond voedsel krijgen; de handhaving van de orde in die huizen behoort tot zijn bevoegdheid. <W 10-07-1967, art. 1, 240°>   (De voorzitter van het hof van assisen kan alle voor de berechting noodzakelijke bevelen geven die in de huizen van arrest bij de hoven van assisen moeten worden uitgevoerd.) <W 2005-01-12/39, art. 174, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 614 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 614. De gevangene die zich schuldig maakt aan bedreigingen, beledigingen of gewelddaden hetzij tegen (het personeel (van de gevangenissen)), hetzij tegen andere gevangenen, wordt, op bevel van wie daartoe bevoegd is, strenger bewaakt (of afgezonderd), onverminderd de vervolgingen waartoe zijn gedrag aanleiding kan geven. <W 10-07-1967, art. 1, 241°> <W 2005-01-12/39, art. 175, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 615 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK III. - MIDDELEN OM DE PERSOONLIJKE VRIJHEID TE VERZEKEREN TEGEN WEDERRECHTELIJKE VRIJHEIDSBEROVING OF ANDERE DADEN VAN WILLEKEUR.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 615. (...) Ieder die ervan kennis draagt dat iemand gevangen gehouden wordt in een plaats welke niet bestemd is om tot huis van arrest, (...) of (strafinrichting) te dienen, is verplicht daarvan bericht te geven aan de (rechter in de politierechtbank), aan de procureur des Konings (...) of aan de onderzoeksrechter, of aan de procureur-generaal bij het hof van beroep. <W 10-07-1967, art. 1, 242°> <W 10-10-1967, art. 91, § 3> <W 1999-05-07/61, art. 15, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1999> <W 2005-01-12/39, art. 176, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 616 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK III. - MIDDELEN OM DE PERSOONLIJKE VRIJHEID TE VERZEKEREN TEGEN WEDERRECHTELIJKE VRIJHEIDSBEROVING OF ANDERE DADEN VAN WILLEKEUR.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 616. Ieder (rechter in de politierechtbank), ieder ambtenaar belast met het openbaar ministerie, ieder onderzoeksrechter is gehouden, op straffe van te worden vervolgd als medeplichtig aan willekeurige vrijheidsberoving, zich ambtshalve of na ontvangen bericht dadelijk ter plaatse te begeven en de gevangen gehouden persoon in vrijheid te doen stellen, of, indien er een wettelijke grond tot hechtenis aangevoerd wordt, hem terstond voor de bevoegde magistraat te doen brengen. <W 10-10-1967, art. 91, § 3>   Hij maakt van alles proces-verbaal op.
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 617 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK III. - MIDDELEN OM DE PERSOONLIJKE VRIJHEID TE VERZEKEREN TEGEN WEDERRECHTELIJKE VRIJHEIDSBEROVING OF ANDERE DADEN VAN WILLEKEUR.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 617. Desnoods geeft hij een beschikking in de vorm bij artikel 95 van dit wetboek voorgeschreven.   Ingeval hij weerstand ondervindt, kan hij zich door de nodige macht doen bijstaan en ieder die wordt opgevorderd, is verplicht hulp te bieden.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 618 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK III. - MIDDELEN OM DE PERSOONLIJKE VRIJHEID TE VERZEKEREN TEGEN WEDERRECHTELIJKE VRIJHEIDSBEROVING OF ANDERE DADEN VAN WILLEKEUR.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 618. Als schuldig of [1 deelnemer aan het misdrijf bedoeld in artikel 219 van het Strafwetboek]1 wordt vervolgd ieder bewaarder die weigert hetzij, op de daartoe gedane vordering, de gevangene te vertonen aan de houder van het bevel van de burgerlijke officier die belast is met het toezicht op het huis van arrest, (...) of de gevangenis, hetzij het bevel te vertonen dat hem zulks verbiedt, hetzij aan de (rechter in de politierechtbank) zijn registers over te leggen of hem van een gedeelte van zijn registers zodanig afschrift te laten nemen als deze nodig oordeelt. <W 10-10-1967, art. 91, § 3> <W 1999-05-07/61, art. 16, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1999> <W 2004-06-21/35, art. 176, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007 (AR 2006-12-28/40, art. 1 à 3)>   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 225, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 619 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK IV. - (UITWISSING VAN VEROORDELINGEN EN HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.) <W 07-04-1964, art. 1> / AFDELING I. - UITWISSING VAN VEROORDELINGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 619. [1 § 1. Wordt uitgewist na een termijn van drie jaar te rekenen van de dag van de definitieve rechterlijke beslissing waarbij zij zijn uitgesproken:    1° de geldboete tot ten hoogste 20.000 euro;    2° de werkstraf tot ten hoogste honderdtwintig uur;    3° de probatiestraf tot ten hoogste twaalf maanden;    4° de verbeurdverklaring;    5° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of behaalde voordeel uit het misdrijf;    6° de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, geraamd op een bedrag tot ten hoogste 20.000 euro;    7° behoudens bij een andersluidende, met bijzondere redenen omklede beslissing van de rechter, de veroordeling bij schuldigverklaring;    8° de als hoofdstraf uitgesproken bijkomende straf, behoudens wanneer de rechter in zijn beslissing uitdrukkelijk een kortere uitwissingstermijn bepaalt dewelke evenwel niet korter mag zijn dan de duur van de uitgesproken straf.    Wanneer de rechter een rechtspersoon veroordeelt tot twee hoofdstraffen, overeenkomstig artikel 38, zevende lid, 4°, van het Strafwetboek, worden de straffen elk afzonderlijk overeenkomstig dit artikel uitgewist.    De beslissing tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling wordt uitgewist na het verstrijken van de proeftijd voor zover de opschorting niet werd herroepen.    § 2. De uitwissing verhindert evenwel niet de invordering van de door de definitieve rechterlijke beslissing opgelegde geldboete of de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel.    § 3. Dit artikel is niet van toepassing op veroordelingen die een vervallenverklaring of ontzetting inhouden uitgesproken in het vonnis waarvan de gevolgen zich over meer dan drie jaar uitstrekken, tenzij het gaat om een verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke ongeschiktheid, uitgesproken op grond van de bepalingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer.    § 4. Beslissingen in strafzaken genomen door buitenlandse rechtscolleges zoals bedoeld in artikel 590, eerste lid, 16°, worden uitgewist zodra het Centraal Strafregister door de bevoegde buitenlandse instanties in kennis wordt gesteld van de uitwissing van de veroordeling of het herstel in eer en rechten ten aanzien van de veroordeelde persoon.]1   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 226, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 620 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK IV. - (UITWISSING VAN VEROORDELINGEN EN HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.) <W 07-04-1964, art. 1> / AFDELING I. - UITWISSING VAN VEROORDELINGEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 620. <W 07-04-1964, art. 3> Uitwissing van veroordelingen heeft de gevolgen van herstel in eer en rechten.
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 621 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK IV. - (UITWISSING VAN VEROORDELINGEN EN HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.) <W 07-04-1964, art. 1> / AFDELING II. - HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 621.<W 12-07-1984, art. 1> Iedere veroordeelde tot straffen die niet kunnen worden uitgewist overeenkomstig artikel 619, kan in eer en rechten hersteld worden, indien hij sedert ten minste tien jaar geen zodanig herstel heeft genoten. (...). <W 1991-01-09/33, art. 4, 002; En vigueur : 15-02-1991>   [2 ...]2    (Indien het herstel in eer en rechten sedert minder dan tien jaar is verleend en alleen betrekking heeft op de veroordelingen bedoeld in artikel 627, kan het Hof evenwel beslissen dat zulks geen beletsel vormt voor een nieuw herstel in eer en rechten voor het verstrijken van deze termijn.) <W 1997-08-08/14, art. 18, 006; En vigueur : 03-09-2001>    ----------    (1)<W 2024-05-15/03, art. 46, 041; Inwerkingtreding : 07-06-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 227, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 622 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK IV. - (UITWISSING VAN VEROORDELINGEN EN HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.) <W 07-04-1964, art. 1> / AFDELING II. - HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 622. <W 07-04-1964, art. 5> De veroordeelde moet de vrijheidsstraffen hebben ondergaan en de geldstraffen hebben gekweten, tenzij die straffen krachtens het recht van genade kwijtgescholden zijn, of, indien zij voorwaardelijk zijn uitgesproken of voorwaardelijk zijn geworden bij genademaatregel, als niet bestaande worden beschouwd. Is de straf verjaard, dan kan de veroordeelde alleen in eer en rechten hersteld worden wanneer de niet-uitvoering niet aan hem te wijten is.
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 623 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK IV. - (UITWISSING VAN VEROORDELINGEN EN HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.) <W 07-04-1964, art. 1> / AFDELING II. - HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 623. <W 07-04-1964, art. 6> De veroordeelde moet voldaan hebben aan de in het vonnis bepaalde verplichting tot teruggave, schadevergoeding en betaling van kosten, en (indien hij veroordeeld is wegens overtreding van [1 artikel 491]1 van het Strafwetboek) moet hij het passief van het faillissement, hoofdsom, interesten en kosten, hebben gekweten. <W 1997-08-08/80, art. 125, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1998>   Het hof dat over het verzoek tot eerherstel moet beslissen, kan de veroordeelde evenwel van deze voorwaarde ontslaan, indien hij aantoont dat hij in de onmogelijkheid verkeerde om aan de verplichtingen te voldoen hetzij wegens zijn onvermogen, hetzij wegens enig ander feit waaraan hij geen schuld heeft. Het hof kan in dat geval, onverminderd de rechten van de schuldeisers, ook het gedeelte bepalen van de teruggave, de schadevergoeding, de gerechtskosten en het passief, dat de veroordeelde moet hebben voldaan alvorens hem herstel in eer en rechten kan worden toegestaan.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 228, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 624 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK IV. - (UITWISSING VAN VEROORDELINGEN EN HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.) <W 07-04-1964, art. 1> / AFDELING II. - HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 624.<W 07-04-1964, art. 7> [1 Herstel in eer en rechten is afhankelijk van een proeftijd gedurende dewelke de verzoeker die een natuurlijke persoon is in België of in het buitenland een vaste verblijfplaats moet hebben gehad en blijk moet hebben gegeven van verbetering en van goed gedrag.    Wanneer het een rechtspersoon betreft, is het herstel in eer en rechten afhankelijk van een proeftijd gedurende dewelke de rechtspersoon zijn bedrijfszetel of een exploitatiezetel in België moet hebben gehad en worden de elementen die in aanmerking komen om de aanvraag tot herstel in eer en rechten te beoordelen door de procureur des Konings bepaald.]1   Het hof moet bij zijn beoordeling inzonderheid rekening houden met de moeite door de verzoeker gedaan om de uit de misdrijven voortvloeiende schade die niet gerechtelijk mocht zijn vastgesteld, te herstellen.   (...) <W 1997-08-08/14, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001>   ----------   (1)<W 2016-12-25/14, art. 26, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 625 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK IV. - (UITWISSING VAN VEROORDELINGEN EN HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.) <W 07-04-1964, art. 1> / AFDELING II. - HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 625. <W 07-04-1964, art. 8> De proeftijd, (die voortduurt tot de dag waarop het arrest van eerherstel wordt gewezen), loopt <W 1991-01-09/33, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 15-02-1991> :   1° [3 Van de dag van de definitieve voorwaardelijke veroordeling;]3   2° Van de dagtekening van het koninklijk genadebesluit waarbij de straf voorwaardelijk wordt gemaakt;   3° Van de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling, mits de definitieve invrijheidstelling verkregen is ten tijde van het indienen van de aanvraag;   [1 3°bis van de dag van de invrijheidstelling onder toezicht, mits de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank een einde heeft genomen ten tijde van het indienen van de aanvraag;]1   4° In de overige gevallen bedoeld bij artikel 622, van de dag van het verval van de straffen of van de dag waarop zij verjaren, voor zover de niet-uitvoering niet te wijten is aan de verzoeker.   ----------   (1)<W 2007-04-26/89, art. 8, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2012>   (2)<W 2024-05-15/03, art. 47, 041; Inwerkingtreding : 07-06-2024>   (3)<W 2026-03-11/03, art. 229, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 626 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK IV. - (UITWISSING VAN VEROORDELINGEN EN HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.) <W 07-04-1964, art. 1> / AFDELING II. - HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 626. [1 § 1. De minimumduur van de proeftijd is bepaald op drie jaar voor veroordelingen [2 ...]2 die een gevangenisstraf van vijf jaar niet te boven gaan.   [2 ...]2    Die termijn wordt echter op ten minste zes jaar gebracht, indien de verzoeker wegens wettelijke herhaling veroordeeld is [2 overeenkomstig artikel 60 van het Strafwetboek of indien hij ter beschikking van de strafuitvoeringsrechtbank is gesteld.]2    § 2. De minimumduur van de proeftijd is bepaald op vijf jaar voor veroordelingen [2 ...]2 die een gevangenisstraf van vijf jaar te boven gaan.   [2 ...]2    Die termijn wordt echter op ten minste tien jaar gebracht, indien de verzoeker wegens wettelijke herhaling veroordeeld is [2 overeenkomstig artikel 60 van het Strafwetboek of indien hij ter beschikking van de strafuitvoeringsrechtbank is gesteld.]2    § 3. Wat de voorwaardelijke veroordelingen betreft, mag de duur van de proeftijd niet minder bedragen dan de duur van het uitstel, tenzij deze bij genade werd verminderd. [2 ...]2]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/03, art. 48, 041; Inwerkingtreding : 07-06-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 230, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 627 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK IV. - (UITWISSING VAN VEROORDELINGEN EN HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.) <W 07-04-1964, art. 1> / AFDELING II. - HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 627. <W 1997-08-08/14, art. 20, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> Indien de verzoeker tijdens de proeftijd bedoeld in de vorige artikelen [1 veroordeeld is [2 tot een straf van niveau 1 wegens overtreding van]2:   de artikelen [2 106, 107, 217, 218, 358, 359, 360, 361, 505, 512 en 640]2 van het Strafwetboek;   [2 ...]2   bijzondere wetten en verordeningen,   kan het Hof beslissen dat deze veroordelingen geen beletsel vormen voor de toekenning van het herstel in eer en rechten.   ----------   (1)<W 2024-05-15/03, art. 49, 041; Inwerkingtreding : 07-06-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 231, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗