Gratis brononderzoek

Wetboek van Strafvordering

Strafrechtelijke onderzoeks- en procesregels.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

921 bronvarianten

  1. Art. 592 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 592.<W 1997-08-08/14, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> De griffiers maken de in artikel 590 opgesomde beslissingen over aan het Strafregister, binnen de drie dagen volgend op de dag waarop die in kracht van gewijsde zijn gegaan.   [1 Indien de beslissing is uitgesproken door van een rechtscollege, dat noch een politierechtbank noch een rechtbank van eerste aanleg zetelend in hoger beroep tegen een vonnis van een politierechtbank is, en die beslissing heeft betrekking op een rechtspersoon die zijn statuten in België heeft neergelegd, zenden de griffiers bovendien een uittreksel van deze beslissing aan de griffie van het rechtscollege waar de statuten van deze rechtspersoon zijn neergelegd.]1   Ze zijn verantwoordelijk voor de conformiteit van de overgezonden gegevens met de door de rechtscolleges uitgesproken beslissingen.   ----------   (1)<W 2016-12-25/14, art. 21, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 593 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 593.<W 1997-08-08/14, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> De magistraten van het openbaar ministerie (onder wie het Belgische lid bij Eurojust), de onderzoeksrechters, [3 de vrederechters,]3 [1 de rechters en de assessoren van de strafuitvoeringsrechtbanken,]1 de schriftelijk bij naam aangewezen ambtenaren van [1 niveau A]1 van de administratieve overheden belast met de tenuitvoerlegging van beslissingen in strafzaken en van maatregelen ter bescherming van de maatschappij, [4 de leden van de politiediensten die een kennisbehoefte hebben en die voorafgaandelijk en bij naam worden aangewezen door de korpschefs van de lokale politie en de commissaris-generaal, de directeurs-generaal en de directeurs van de federale politie, de personeelsleden van het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten en van zijn Dienst Enquêtes, opgericht door de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse, die een kennisbehoefte hebben en die voorafgaandelijk en bij naam worden aangewezen door de voorzitter van dit Comité, de leden en personeelsleden van het Controleorgaan op de politionele informatie, opgericht door de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens die een kennisbehoefte hebben en die voorafgaandelijk en bij naam worden aangewezen door de voorzitter van dit Controleorgaan, de personeelsleden van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en van zijn Dienst Enquêtes, opgericht door dezelfde wet, die een kennisbehoefte hebben en die voorafgaandelijk en bij naam zijn aangewezen door de voorzitter van dit Comité, de leden van de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie, zoals bedoeld in artikel 4 van de wet van 15 mei 2007 op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten, die een kennisbehoefte hebben en die voorafgaandelijk en bij naam worden aangewezen door de Inspecteur-generaal]4, de schriftelijk bij naam aangewezen ambtenaren van niveau 1 van de inlichtingendiensten in de zin van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten, de leden van de Cel voor de verwerking van financiële informatie alsook de personeelsleden ervan die bekleed zijn met een graad welke overeenstemt met niveau 1 bij de ambtenaren, schriftelijk bij naam aangewezen, hebben steeds en uitsluitend in het kader van hun bij wet bepaalde opdrachten waarvoor kennis van gegevens uit het Strafregister is vereist, toegang tot de daarin opgenomen persoonsgegevens, met uitzondering van : <W 2004-06-21/35, art. 12, 009; Inwerkingtreding : 12-08-2004>   1° veroordelingen waarvoor amnestie is verleend;   2° beslissingen vernietigd op grond van artikel 416 tot 442 of artikel 443 tot 447bis van dit wetboek;   3° beslissingen tot intrekking genomen op grond van de artikelen 10 tot 14 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het [2 Grondwettelijk Hof]2;   4° veroordelingen en beslissingen uitgesproken op grond van een opgeheven wetsbepaling, op voorwaarde dat de strafbaarheid van het feit is opgeheven.   [5 Zij hebben eveneens, in het kader van de uitoefening van hun wettelijke bevoegdheden, toegang tot de informatie met betrekking tot de strafrechtelijke veroordelingen in een andere lidstaat van de Europese Unie via het Strafregister in zijn hoedanigheid van centrale autoriteit in de zin van artikel 3 van het Kaderbesluit 2009/315/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten.]5   [1 De in het eerste lid bedoelde magistraten van het openbaar ministerie, onderzoeksrechters, [3 vrederechters,]3 rechters en assessoren van de strafuitvoeringsrechtbanken, en ambtenaren van niveau A, kunnen deze bevoegdheid overdragen aan één of meer schriftelijk en bij naam aangewezen personen die onder hun gezag ressorteren.]1   [4 De toegangsmodaliteiten maken het voorwerp uit van een protocolakkoord in de zin van artikel 20 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens tussen de verantwoordelijke van de verwerking van het Strafregister en de aanvrager, zijnde de diensten bedoeld in artikel 593, eerste lid. Dit protocol bevat eveneens de gepaste maatregelen om de rechten en vrijheden van de betrokken personen te beschermen, in het bijzonder deze met betrekking tot :    a) de registratie van de toegangen;    b) de verplichting gehouden te zijn aan het beroepsgeheim of aan de vertrouwelijkheidsplicht;    c) de technische en organisatorische maatregelen betreffende het beheer van de toegangen.    De registratie van de toegangen dient ten minste toe te laten vast te stellen wie toegang had wanneer, tot welke gegevens en vanuit welke post en voor welke doeleinden de toegang werd gerealiseerd.]4   ----------   (1)<W 2009-07-31/20, art. 3, 015; Inwerkingtreding : 30-06-2009>   (2)<W 2010-02-21/03, art. 5, 017; Inwerkingtreding : 08-03-2010>   (3)<W 2016-12-25/14, art. 22, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2017>   (4)<W 2019-05-05/19, art. 29, 033; Inwerkingtreding : 29-06-2019>   (5)<W 2023-12-19/08, art. 32, 037; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 594 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 594. <W 1997-08-08/14, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> De Koning kan bij in Ministerraad overlegd besluit en na advies van de Commissie ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer aan bepaalde administratieve overheden toegang verlenen tot in het Strafregister opgenomen gegevens, zulks uitsluitend in het kader van door of krachtens de wet bepaalde doeleinden, en met uitzondering van :   1° de veroordelingen en beslissingen bedoeld in artikel 593, 1° tot 4°;   2° arresten van herstel in eer en rechten en veroordelingen waarop dat herstel in eer en rechten betrekking heeft;   3° beslissingen tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling [8 ...]8 [5 of [6 het verval van de strafvordering overeenkomstig de artikelen 216bis, § 2 en 216ter, § 6]6]5;   4° [2 [3 de beslissingen die veroordelen tot een werkstraf [8 overeenkomstig artikel 45]8 van het Strafwetboek, met uitzondering voor het opmaken van de voorbereidende lijst van gezworenen overeenkomstig artikel 224, 13°, van het Gerechtelijk Wetboek;]3 ]2.   [3 5° [8 ...]8]3   [4 6° de beslissingen die veroordelen tot een [8 probatiestraf overeenkomstig artikel 44]8 van het Strafwetboek, behalve voor het opmaken van de voorbereidende lijst van gezworenen overeenkomstig artikel 224, 13°, van het Gerechtelijk Wetboek;]4   [8 7° de beslissingen die veroordelen tot een dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap overeenkomstig artikel 56 van het Strafwetboek.]8   [8 Zij hebben geen toegang meer tot gegevens betreffende veroordelingen tot gevangenisstraf van zes maanden, tot geldboete van ten hoogste 4.000 euro, tot veroordelingen bij schuldigverklaring, tot de sluiting van de inrichting, tot een geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel, en tot een geldboete, ongeacht het bedrag ervan, die is opgelegd krachtens de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, na een termijn van drie jaar te rekenen van de dag van de rechterlijke beslissing waarbij zij zijn uitgesproken, behalve indien deze veroordelingen een vervallenverklaring of een ontzetting inhouden waarvan de gevolgen zich over meer dan drie jaar uitstrekken, uitgesproken in het vonnis of waarvan de kennis hen onontbeerlijk is om een wets- of verordeningsbepaling te kunnen toepassen.    Zij hebben ook geen toegang meer tot gegevens betreffende veroordelingen tot straffen onder elektronisch toezicht, met uitzondering voor het opmaken van de voorbereidende lijst van gezworenen overeenkomstig artikel 224, 13°, van het Gerechtelijk Wetboek, na een termijn van drie jaar voor straffen onder elektronisch toezicht van ten hoogste zes maanden te rekenen vanaf de datum van de definitieve rechterlijke beslissing waarbij zij zijn uitgesproken, behalve indien deze veroordelingen een vervallenverklaring of een ontzetting inhouden waarvan de gevolgen zich over meer dan drie jaar uitstrekken, uitgesproken in het vonnis of waarvan de kennis hen onontbeerlijk is om een wets- of verordeningsbepaling te kunnen toepassen.    Wanneer de rechter een rechtspersoon veroordeelt tot twee hoofdstraffen overeenkomstig artikel 38, zevende lid, 4°, van het Strafwetboek, worden de bepalingen van het tweede en het derde lid afzonderlijk van toepassing op elke van de uitgesproken straffen.]8   Zij hebben wel toegang tot gegevens inzake de ontzettingen en maatregelen bedoeld in artikel 63 van [de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade], onder de voorwaarden vastgesteld in dat artikel. <W 2006-05-15/35, art. 16; 011; Inwerkingtreding : 16-10-2006>   [7 Zij hebben eveneens, in het kader van de uitoefening van hun wettelijke bevoegdheden en voor zover zij hiertoe door de Koning individueel werden gemachtigd bij in Ministerraad overlegd besluit, toegang tot de informatie met betrekking tot de strafrechtelijke veroordelingen in een andere lidstaat van de Europese Unie via het Strafregister in zijn hoedanigheid van centrale autoriteit in de zin van artikel 3 van het Kaderbesluit 2009/315/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten.]7   ----------   (1)<W 2009-07-31/20, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 30-06-2009>   (2)<W 2009-12-21/14, art. 204, 016; Inwerkingtreding : 21-01-2010; vernietigd bij arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 137/2011 van 22-08-2011, behalve in zoverre het betrekking heeft op de burgemeester die het centraal strafregister moet consulteren om een lijst van gezworenen samen te stellen ; zie B.St. 22-08-2011, p. 48092-48096>   (3)<W 2014-02-07/15, art. 2, 022; Inwerkingtreding : 01-05-2016 (zie W 2014-05-08/55, art. 6)>   (4)<W 2014-04-10/80, art. 16, 023; Inwerkingtreding : 01-05-2016 (zie W 2014-05-08/55, art. 6)>   (5)<W 2016-02-05/11, art. 120, 027; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (6)<W 2018-03-18/14, art. 18, 032; Inwerkingtreding : 12-05-2018>   (7)<W 2023-12-19/08, art. 33, 037; Inwerkingtreding : 08-01-2024>   (8)<W 2026-03-11/03, art. 219, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 595 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 595. <W 1997-08-08/14, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001, gelet op de opheffing van art. 29 van W 1997-08-08/14> [4 Elke natuurlijke persoon of elke persoon bekwaam om een rechtspersoon te vertegenwoordigen,]4 die zijn identiteit bewijst, kan een uittreksel uit het Strafregister verkrijgen, dat een overzicht bevat van de daarin opgenomen persoonsgegevens die op hem [4 of, naar gelang het geval, op de rechtspersoon]4 betrekking hebben, met uitzondering van :   1° [3 de veroordelingen, beslissingen of maatregelen opgesomd [6 in artikel 594, 1° tot 7°]6 ;]3   2° maatregelen getroffen ten aanzien van abnormalen op grond van de wet van 1 juli 1964;   3° de ontzettingen en maatregelen bedoeld in artikel 63 van [de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade]. <W 2006-05-15/35, art. 17, 011; Inwerkingtreding : 16-10-2006>   [6 De in het eerste lid bedoelde persoon heeft geen toegang meer tot gegevens betreffende veroordelingen tot gevangenisstraf van zes maanden, tot geldboete van ten hoogste 4.000 euro, tot veroordelingen bij schuldigverklaring, tot veroordelingen tot verbeurdverklaringen, met inbegrip van de verruimde verbeurdverklaring, tot sluiting van de inrichting, tot geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel, en tot geldboete, ongeacht het bedrag ervan, die is opgelegd krachtens de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, na een termijn van drie jaar te rekenen van de dag van de rechterlijke beslissing waarbij zij zijn uitgesproken, behalve indien deze veroordelingen een vervallenverklaring of een ontzetting inhouden waarvan de gevolgen zich over meer dan drie jaar uitstrekken, uitgesproken in het vonnis.    De in het eerste lid bedoelde persoon heeft ook geen toegang meer tot gegevens betreffende veroordelingen tot straffen onder elektronisch toezicht, na een termijn van drie jaar voor straffen onder elektronisch toezicht van ten hoogste zes maanden te rekenen vanaf de datum van de definitieve rechterlijke beslissing waarbij zij zijn uitgesproken, behalve indien deze veroordelingen een vervallenverklaring of een ontzetting inhouden waarvan de gevolgen zich over meer dan drie jaar uitstrekken, uitgesproken in het vonnis.    Wanneer de rechter een rechtspersoon veroordeelt tot twee hoofdstraffen overeenkomstig artikel 38, zevende lid, 4°, van het Strafwetboek, worden de bepalingen van het eerste tot het derde lid afzonderlijk van toepassing op elke van de uitgesproken straffen.]6   [4 De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels voor het uitreiken van dit uittreksel. Voor een natuurlijke persoon die een woon- of verblijfplaats heeft in België, wordt het uittreksel uitgereikt door het gemeentebestuur van de woon- of verblijfplaats. Indien de betrokkene in België geen woon- of verblijfplaats heeft, wordt het uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie. Wanneer het een rechtspersoon betreft, wordt dit uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie.]4   [4 Elke natuurlijke persoon, voor zover hij zijn identiteit bewijst, geniet het recht op mededeling van de rechtstreeks op hem betrekking hebbende gegevens uit het Strafregister, overeenkomstig artikel 10 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Ieder persoon bevoegd om een rechtspersoon te vertegenwoordigen, voor zover hij zijn identiteit bewijst, geniet het recht op mededeling van gegevens uit het Strafregister die betrekking hebben op de rechtspersoon die hij vertegenwoordigt.]4   [5 De gegevens uit het strafregister die worden opgevraagd door onderdanen van een lidstaat of onderdanen van een derde land en die op henzelf betrekking hebben, worden onverwijld door het Strafregister opgevraagd bij de lidstaat waarvan de betrokkene de nationaliteit heeft respectievelijk de lidstaat of lidstaten die over gegevens uit het strafregister aangaande de betrokken derdelander beschikken overeenkomstig artikel 6, paragrafen 3 en 3bis, van het Kaderbesluit 2009/315/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten en vervolgens meegedeeld aan de betrokken persoon.]5   ----------   (1)<W 2009-07-31/20, art. 5, 015; Inwerkingtreding : 30-06-2009>   (3)<W 2014-04-10/80, art. 17, 023; Inwerkingtreding : 01-05-2016 (zie W 2014-05-08/55, art. 6)>   (4)<W 2016-12-25/14, art. 23, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2017>   (5)<W 2023-12-19/08, art. 34, 037; Inwerkingtreding : 08-01-2024>   (6)<W 2026-03-11/03, art. 220, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 596 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 596. <W 1997-08-08/14, art. 10, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001, gelet op de opheffing van art. 29 van W 1997-08-08/14> Wanneer het uittreksel evenwel wordt aangevraagd teneinde toegang te krijgen tot een activiteit waarvan de toegangs- of uitoefeningsvoorwaarden bij wets- of verordeningsbepalingen zijn vastgesteld, worden de veroordelingen bedoeld [6 in artikel 595, tweede en derde lid, vermeld indien zij een ontzetting of een vervallenverklaring inhouden waarvan de gevolgen zich over meer dan drie jaar]6 uitstrekken en die de betrokkene verbieden deze activiteit uit te oefenen.   [1 Wanneer het uittreksel wordt aangevraagd ten einde toegang te krijgen tot een activiteit die onder opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt, vermeldt het uittreksel behalve de veroordelingen en de beslissingen bedoeld in het eerste lid, ook [3 de beslissingen bedoeld [6 in artikel 594, eerste lid, 4° tot 7°]6,]3 de veroordelingen bedoeld in artikel 590, eerste lid, 1° [6 ...]6, en de beslissingen bedoeld in artikel 590, eerste lid, 2°, 4°, 5° en 16°, voor feiten gepleegd ten aanzien van een minderjarige en voor zover dit een constitutief element van de inbreuk is of de straf verzwaart. [6 Het uittreksel]6 vermeldt bovendien of de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een verbod om een activiteit uit te oefenen die hem in contact zou brengen met minderjarigen, uitgesproken door een rechter of een onderzoeksgerecht met toepassing van artikel 35, § 1, tweede lid, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis. Het verbod dient op het uittreksel te worden vermeld tot op het moment dat de daarop volgende rechterlijke uitspraak kracht van gewijsde heeft verkregen. [5 ...]5]1   [4 De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels voor het uitreiken van dit uittreksel. Voor een natuurlijke persoon die een woon- of verblijfplaats heeft in België, wordt het uittreksel uitgereikt door het gemeentebestuur van de woon- of verblijfplaats. Indien de betrokkene in België geen woon- of verblijfplaats heeft, wordt het uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie. Wanneer het een rechtspersoon betreft, wordt dit uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie.]4   [1 Het in het tweede lid bedoelde uittreksel mag niet worden afgeleverd aan een persoon die zich in voorlopige hechtenis bevindt.]1      (NOTA : bij arrest nr 1/2011 van 13-01-2011 (B.St. 15-03-2011, p. 16342-16350), heeft het Grondwettelijk Hof in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering, vervangen bij artikel 6, 1°, van de wet van 31 juli 2009 betreffende diverse bepalingen met betrekking tot het Centraal Strafregister, de woorden " tot op het moment dat de daarop volgende rechterlijke uitspraak kracht van gewijsde heeft verkregen " vernietigd)   ----------   (1)<W 2009-07-31/20, art. 6, 015; Inwerkingtreding : 30-06-2009>   (3)<W 2014-04-10/80, art. 18, 023; Inwerkingtreding : 01-05-2016 (zie W 2014-05-08/55, art. 6), art. 18 gewijzigd bij W 2016-02-05/11, art. 57, 027>   (4)<W 2016-12-25/14, art. 24, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2017>   (5)<W 2019-05-05/19, art. 30, 033; Inwerkingtreding : 29-06-2019>   (6)<W 2026-03-11/03, art. 221, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 596bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 596bis. [1 Wanneer het uittreksel bedoeld in artikel 596, eerste lid, wordt aangevraagd ten einde toegang te krijgen tot een activiteit in een haven, een havenfaciliteit, een terminal gelegen in het binnenland of een vestigingseenheid met impact op de maritieme beveiliging, zoals bedoeld in artikel 2.5.2.3, 4°, 5°, 16° en 17°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek, vermeldt het uittreksel:    1° de veroordelingen en de beslissingen bedoeld in artikel 596, eerste lid;    2° de veroordelingen bedoeld in artikel 590, [2 eerste lid, 3° en 20°]2 ;    3° gedurende drie jaar vanaf de dag van de veroordeling de beslissingen bedoeld [2 in artikel 594, 4° tot 7°]2 in het geval deze betrekking hebben op inbreuken op:    i. de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen, en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen;    ii. één van de misdrijven bedoeld in [2 in de artikelen 403, 404, 405, 406, 407, 408, 409 en 410]2 van het Strafwetboek;    iii. één van de misdrijven bedoeld in [2 de artikelen 465 en 466]2 van het Strafwetboek;    iv. één van de misdrijven bedoeld in [2 de artikelen 419 en 420]2 van het Strafwetboek;    v. een ongeoorloofde actie in de zin van artikel 4.1.2.48, § 2 of § 3, van het Belgisch Scheepvaartwetboek.    De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels voor het uitreiken van dit uittreksel. Voor een natuurlijke persoon die een woon- of verblijfplaats heeft in België, wordt het uittreksel uitgereikt door het gemeentebestuur van de woon- of verblijfplaats. Indien de betrokkene in België geen woon- of verblijfplaats heeft, wordt het uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie. Wanneer het een rechtspersoon betreft, wordt dit uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-16/55, art. 3, 042; Inwerkingtreding : 01-06-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 222, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 597 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 597.<W 1997-08-08/14, art. 11, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> Uittreksels uit het Strafregister worden aan buitenlandse overheden uitgereikt in de gevallen omschreven in internationale overeenkomsten [1 of een regel van afgeleid recht van de Europese Unie waardoor België is gebonden]1.   ----------   (1)<W 2014-04-25/23, art. 9, 021; Inwerkingtreding : 24-05-2014>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 598 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 598.[1 De gegevens van het Strafregister die betrekking hebben op overleden natuurlijke personen of rechtspersonen na afsluiting van de vereffening, gerechtelijke ontbinding of ontbinding zonder vereffening, worden eenmaal per jaar aan het Algemeen Rijksarchief toegezonden.]1   ----------   (1)<W 2016-12-25/14, art. 25, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 599 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 599. <W 1997-08-08/14, art. 13, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> De raadpleging van het Strafregister en de afgifte van uittreksels kunnen aanleiding geven tot vergoedingen vastgesteld door de Koning.
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 600 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 600. <W 1997-08-08/14, art. 14, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> De door het Strafregister meegedeelde gegevens vormen geen bewijs van de rechterlijke of administratieve beslissingen waarop zij betrekking hebben.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 601 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 601. <W 1997-08-08/14, art. 15, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> De personen die in de uitoefening van hun ambt meewerken aan het verzamelen, het verwerken of het toezenden van de in artikel 590 bedoelde gegevens, zijn gebonden door het beroepsgeheim. [1 Artikel 352 van het Strafwetboek]1 is op hen van toepassing.   Zij moeten alle maatregelen nemen die nodig zijn om de veiligheid van de geregistreerde gegevens te waarborgen, waarbij zij inzonderheid moeten verhinderen dat zij worden vervalst, beschadigd of meegedeeld aan personen die geen machtiging hebben om kennis ervan te nemen.   Zij moeten nagaan of de programma's voor de geautomatiseerde verwerking van de gegevens geschikt zijn en rechtmatig worden toegepast.   Zij moeten ervoor zorgen dat de gegevens op rechtmatige wijze worden overgezonden.   De identiteit van de personen die om raadpleging van het Strafregister verzoeken, wordt geregistreerd in een controlesysteem. Deze gegevens worden gedurende zes maanden bewaard.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 223, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 602 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)

    Lees de volledige brontekst
    Art. 602. <W 1997-08-08/14, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> De Koning kan maatregelen vaststellen die erop zijn gericht de veiligheid van de gegevens opgenomen in het Strafregister te waarborgen.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 603 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 603. <W 1999-05-07/61, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1999> Behalve de (strafinrichtingen), bestemd voor de uitvoering van de straffen, zal er in ieder arrondissement bij de Rechtbank van eerste aanleg een Huis van arrest zijn om er de verdachten in op te nemen. Eveneens zal er bij ieder Hof van Assisen een Huis van arrest zijn om er degenen in op te nemen tegen wie een beschikking tot gevangenneming is uitgevaardigd. <W 2005-01-12/39, art. 172, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 603bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 603bis. [1 Door de Koning wordt een beveiligd klinisch observatiecentrum opgericht waar verdachten ter observatie in voorhechtenis kunnen opgesloten worden, overeenkomstig de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-05/11, art. 90, 024; Inwerkingtreding : 01-10-2016> (zie ook art. 136, modifié par L 2016-05-04/03, art. 233)
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 604 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 604. De huizen van arrest (...) zijn volkomen onderscheiden van de (strafinrichtingen) bestemd voor de uitvoering van de straffen. <W 1999-0-07/61, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1999> <W 2005-01-12/39, art. 172, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 605 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 605. De gouverneurs dragen zorg dat die verschillende huizen niet alleen veilig, maar ook zindelijk zijn, en in zodanige staat dat de gezondheid van de gevangenen generlei schade kan lijden.
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 606 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 606.[1 De personen tegen wie, ingevolge een uithandengeving die uitgesproken is op grond van artikel 57bis van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, een aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, worden geplaatst in een gemeenschapscentrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.    Indien voornoemde personen veroordeeld zijn tot een hoofdgevangenisstraf of een bijkomende gevangenisstraf, zitten zij die straf uit in de strafvleugel van een gemeenschapscentrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.    Wanneer deze personen achttien jaar of ouder zijn en het aantal plaatsen van de gemeenschapscentra op het tijdstip van de plaatsing of later ontoereikend is, worden zij evenwel in een strafinrichting voor volwassenen geplaatst. Ze worden ook in een strafinrichting voor volwassenen geplaatst of ernaar overgebracht wanneer ze drieëntwintig jaar of ouder zijn.    Ingeval de jongere die de volle leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, het leven in het centrum ernstig verstoort of de integriteit van de andere jongeren of van het personeel van het centrum in gevaar brengt, richt de bevoegde overheid van de gemeenschap een omstandig verslag aan de minister van Justitie. Deze kan de jongere dan naar een strafinrichting voor volwassenen verwijzen.]1   ----------   (1)<W 2014-01-06/65, art. 26, 020; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 606 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 606_FRANSE_GEMEENSCHAP.    [1 De personen tegen wie, ingevolge een uithandengeving die uitgesproken is op grond van artikel 57bis van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade [2 en artikel 125 van het decreet van 18 januari 2018 houdende het wetboek van preventie, hulpverlening aan de jeugd en jeugdbescherming]2, een aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, worden geplaatst in een gemeenschapscentrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.    Indien voornoemde personen veroordeeld zijn tot een hoofdgevangenisstraf of een bijkomende gevangenisstraf, zitten zij die straf uit in de strafvleugel van een gemeenschapscentrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.    Wanneer deze personen achttien jaar of ouder zijn en het aantal plaatsen van de gemeenschapscentra op het tijdstip van de plaatsing of later ontoereikend is, worden zij evenwel in een strafinrichting voor volwassenen geplaatst. Ze worden ook in een strafinrichting voor volwassenen geplaatst of ernaar overgebracht wanneer ze drieëntwintig jaar of ouder zijn.    Ingeval de jongere die de volle leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, het leven in het centrum ernstig verstoort of de integriteit van de andere jongeren of van het personeel van het centrum in gevaar brengt, richt de bevoegde overheid van de gemeenschap een omstandig verslag aan de minister van Justitie. Deze kan de jongere dan naar een strafinrichting voor volwassenen verwijzen.]1   ----------   (1)<W 2014-01-06/65, art. 26, 020; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (2)<DFG 2023-12-07/09, art. 59, 038; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 606 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 606_VLAAMS_GEWEST.    [1 De personen tegen wie, ingevolge een uithandengeving die uitgesproken is op grond van artikel [2 38 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht]2, een aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, worden geplaatst in een gemeenschapscentrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.    Indien voornoemde personen veroordeeld zijn tot een hoofdgevangenisstraf of een bijkomende gevangenisstraf, zitten zij die straf uit in de strafvleugel van een gemeenschapscentrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.    Wanneer deze personen achttien jaar of ouder zijn en het aantal plaatsen van de gemeenschapscentra op het tijdstip van de plaatsing of later ontoereikend is, worden zij evenwel in een strafinrichting voor volwassenen geplaatst. Ze worden ook in een strafinrichting voor volwassenen geplaatst of ernaar overgebracht wanneer ze drieëntwintig jaar of ouder zijn.    Ingeval de jongere die de volle leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, het leven in het centrum ernstig verstoort of de integriteit van de andere jongeren of van het personeel van het centrum in gevaar brengt, richt de bevoegde overheid van de gemeenschap een omstandig verslag aan de minister van Justitie. Deze kan de jongere dan naar een strafinrichting voor volwassenen verwijzen.]1   ----------   (1)<W 2014-01-06/65, art. 26, 020; Inwerkingtreding : 01-07-2014>   (2)<DVR 2019-03-15/10, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 607 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK II. (GEVANGENISSEN). <W 2005-01-12/39, art. 171, 010; Inwerkingtreding : 15-01-2007>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 607. De bewaarders van de huizen van arrest, (...) en van de gevangenissen zijn verplicht een register te bezitten. <W 1999-05-07/61, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1999>   (Dit register wordt op alle bladzijden getekend en geparafeerd door de onderzoekrechter voor de huizen van arrest bij de rechtbanken van eerste aanleg, door de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg voor de huizen van arrest bij de hoven van assisen en door de provinciegouverneur voor de gevangenissen bestemd voor de uitvoering van de straffen.) <W 1999-05-07/61, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 01-07-1999>
    Open officiële bron ↗