Justel 1808121630 / TITEL VII. - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID. / HOOFDSTUK I. - (OVER HET CENTRAAL STRAFREGISTER.) <W 1997-08-08/14, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> (NOTA : de artikelen 589 tot en met 599, opgeheven bij W 10-07-1967, art. 1, 229°, zijn ingevoegd in dit deel van het SV, bij W 1997-08-08/14)
Lees de volledige brontekst
Art. 594. <W 1997-08-08/14, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> De Koning kan bij in Ministerraad overlegd besluit en na advies van de Commissie ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer aan bepaalde administratieve overheden toegang verlenen tot in het Strafregister opgenomen gegevens, zulks uitsluitend in het kader van door of krachtens de wet bepaalde doeleinden, en met uitzondering van :
1° de veroordelingen en beslissingen bedoeld in artikel 593, 1° tot 4°;
2° arresten van herstel in eer en rechten en veroordelingen waarop dat herstel in eer en rechten betrekking heeft;
3° beslissingen tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling [8 ...]8 [5 of [6 het verval van de strafvordering overeenkomstig de artikelen 216bis, § 2 en 216ter, § 6]6]5;
4° [2 [3 de beslissingen die veroordelen tot een werkstraf [8 overeenkomstig artikel 45]8 van het Strafwetboek, met uitzondering voor het opmaken van de voorbereidende lijst van gezworenen overeenkomstig artikel 224, 13°, van het Gerechtelijk Wetboek;]3 ]2.
[3 5° [8 ...]8]3
[4 6° de beslissingen die veroordelen tot een [8 probatiestraf overeenkomstig artikel 44]8 van het Strafwetboek, behalve voor het opmaken van de voorbereidende lijst van gezworenen overeenkomstig artikel 224, 13°, van het Gerechtelijk Wetboek;]4
[8 7° de beslissingen die veroordelen tot een dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap overeenkomstig artikel 56 van het Strafwetboek.]8
[8 Zij hebben geen toegang meer tot gegevens betreffende veroordelingen tot gevangenisstraf van zes maanden, tot geldboete van ten hoogste 4.000 euro, tot veroordelingen bij schuldigverklaring, tot de sluiting van de inrichting, tot een geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel, en tot een geldboete, ongeacht het bedrag ervan, die is opgelegd krachtens de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, na een termijn van drie jaar te rekenen van de dag van de rechterlijke beslissing waarbij zij zijn uitgesproken, behalve indien deze veroordelingen een vervallenverklaring of een ontzetting inhouden waarvan de gevolgen zich over meer dan drie jaar uitstrekken, uitgesproken in het vonnis of waarvan de kennis hen onontbeerlijk is om een wets- of verordeningsbepaling te kunnen toepassen.
Zij hebben ook geen toegang meer tot gegevens betreffende veroordelingen tot straffen onder elektronisch toezicht, met uitzondering voor het opmaken van de voorbereidende lijst van gezworenen overeenkomstig artikel 224, 13°, van het Gerechtelijk Wetboek, na een termijn van drie jaar voor straffen onder elektronisch toezicht van ten hoogste zes maanden te rekenen vanaf de datum van de definitieve rechterlijke beslissing waarbij zij zijn uitgesproken, behalve indien deze veroordelingen een vervallenverklaring of een ontzetting inhouden waarvan de gevolgen zich over meer dan drie jaar uitstrekken, uitgesproken in het vonnis of waarvan de kennis hen onontbeerlijk is om een wets- of verordeningsbepaling te kunnen toepassen.
Wanneer de rechter een rechtspersoon veroordeelt tot twee hoofdstraffen overeenkomstig artikel 38, zevende lid, 4°, van het Strafwetboek, worden de bepalingen van het tweede en het derde lid afzonderlijk van toepassing op elke van de uitgesproken straffen.]8
Zij hebben wel toegang tot gegevens inzake de ontzettingen en maatregelen bedoeld in artikel 63 van [de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade], onder de voorwaarden vastgesteld in dat artikel. <W 2006-05-15/35, art. 16; 011; Inwerkingtreding : 16-10-2006>
[7 Zij hebben eveneens, in het kader van de uitoefening van hun wettelijke bevoegdheden en voor zover zij hiertoe door de Koning individueel werden gemachtigd bij in Ministerraad overlegd besluit, toegang tot de informatie met betrekking tot de strafrechtelijke veroordelingen in een andere lidstaat van de Europese Unie via het Strafregister in zijn hoedanigheid van centrale autoriteit in de zin van artikel 3 van het Kaderbesluit 2009/315/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten.]7
----------
(1)<W 2009-07-31/20, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 30-06-2009>
(2)<W 2009-12-21/14, art. 204, 016; Inwerkingtreding : 21-01-2010; vernietigd bij arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 137/2011 van 22-08-2011, behalve in zoverre het betrekking heeft op de burgemeester die het centraal strafregister moet consulteren om een lijst van gezworenen samen te stellen ; zie B.St. 22-08-2011, p. 48092-48096>
(3)<W 2014-02-07/15, art. 2, 022; Inwerkingtreding : 01-05-2016 (zie W 2014-05-08/55, art. 6)>
(4)<W 2014-04-10/80, art. 16, 023; Inwerkingtreding : 01-05-2016 (zie W 2014-05-08/55, art. 6)>
(5)<W 2016-02-05/11, art. 120, 027; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
(6)<W 2018-03-18/14, art. 18, 032; Inwerkingtreding : 12-05-2018>
(7)<W 2023-12-19/08, art. 33, 037; Inwerkingtreding : 08-01-2024>
(8)<W 2026-03-11/03, art. 219, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2026>