Gratis brononderzoek

Wetboek van Strafvordering

Strafrechtelijke onderzoeks- en procesregels.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

921 bronvarianten

  1. Art. 521 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK VII. - RECHTSPLEGING IN GEVAL VAN VERNIELING OF WEGNEMING VAN HET VONNIS OF VAN DE STUKKEN VAN EEN ZAAK.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 521. Wanneer ten gevolge van brand, overstroming of enige andere buitengewone oorzaak minuten van nog niet ten uitvoer gelegde arresten in criminele of correctionele zaken, of stukken van nog niet afgedane processen vernield, weggenomen of zoekgeraakt zijn en het niet mogelijk is die weer op te maken, wordt gehandeld als volgt.
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 522 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK VII. - RECHTSPLEGING IN GEVAL VAN VERNIELING OF WEGNEMING VAN HET VONNIS OF VAN DE STUKKEN VAN EEN ZAAK.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 522. Indien er een uitgifte of een authentiek afschrift van het arrest bestaat, wordt die uitgifte of dat afschrift als minuut beschouwd en derhalve in de bewaarplaats van de arresten neergelegd.   Te dien einde is ieder openbaar ambtenaar of ieder persoon die een uitgifte of een authentiek afschrift van het arrest in bewaring heeft, verplicht (...) die uitgifte of dat afschrift op de griffie van het hof dat het arrest gewezen heeft, neer te leggen, op het bevel door de voorzitter van dat hof daartoe gegeven. <W 10-07-1967, art. 1, 216°>   Dit bevel strekt hem tot ontlasting jegens hen die bij het stuk belang hebben.   De bewaarder van de uitgifte of het authentiek afschrift van de vernielde, weggenomen of zoekgeraakte minuut is gerechtigd om zich daarvan, bij het neerleggen in de openbare bewaarplaats, kosteloos een uitgifte te doen uitleveren.
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 523 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK VII. - RECHTSPLEGING IN GEVAL VAN VERNIELING OF WEGNEMING VAN HET VONNIS OF VAN DE STUKKEN VAN EEN ZAAK.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 523. Wanneer er in criminele zaken geen uitgifte en ook geen authentiek afschrift van het arrest meer bestaat, en indien de verklaring van de jury in minuut of in authentiek afschrift nog voorhanden is, wordt op grond van die verklaring een nieuw vonnis gewezen.
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 524 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK VII. - RECHTSPLEGING IN GEVAL VAN VERNIELING OF WEGNEMING VAN HET VONNIS OF VAN DE STUKKEN VAN EEN ZAAK.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 524. Wanneer de verklaring van de jury niet meer kan worden overgelegd of wanneer de zaak gevonnist is zonder gezworenen en er geen schriftelijke akte van bestaat, wordt het onderzoek opnieuw begonnen van waar de stukken, zowel in minuut als in uitgifte of authentiek afschrift, ontbreken.
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 524bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK VIII. - BIJZONDER ONDERZOEK NAAR DE VERMOGENSVOORDELEN. <ingevoegd bij W 2002-12-19/86, art. 14; Inwerkingtreding : 24-02-2003>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 524bis. <ingevoegd bij W 2002-12-19/86, art. 14; Inwerkingtreding : 24-02-2003> § 1. De rechter die de beklaagde schuldig verklaart aan het ten laste gelegde feit kan, op vordering van het openbaar ministerie, beslissen dat een bijzonder onderzoek naar de in [3 artikel 53, § 2, eerste lid, 4°, en tweede lid, en artikel 54,]3 van het Strafwetboek bedoelde vermogensvoordelen zal worden gevoerd met het oog op het bepalen van deze vermogensvoordelen.   [1 Het voeren van dit bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen is evenwel enkel mogelijk indien het openbaar ministerie door middel van ernstige en concrete aanwijzingen aantoont dat de veroordeelde vermogensvoordelen van enig belang heeft behaald, hetzij uit het misdrijf waarvoor hij werd veroordeeld, hetzij uit andere misdrijven die, rechtstreeks of onrechtstreeks, aanleiding kunnen geven tot een economisch voordeel, voor zover ze voorkomen [2 in dezelfde rubriek, bedoeld in [3 artikel 54, § 1]3, van het Strafwetboek, als het misdrijf waarvoor de betrokkene werd veroordeeld]2.]1   De vordering van het openbaar ministerie tot het instellen van een bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen kan nooit voor het eerst in tweede aanleg worden gesteld.   § 2. Het bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen wordt gevoerd onder de leiding en het gezag van de bevoegde procureur des Konings, die hiervoor de verantwoordelijkheid draagt. Hij waakt over de wettigheid van de bewijsmiddelen en de loyaliteit waarmee ze worden verzameld.   Het instellen van een rechtsmiddel verhindert niet dat het bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen reeds wordt aangevat.   § 3. Behoudens de wettelijke uitzonderingen is het bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen geheim. Eenieder die beroepshalve zijn medewerking dient te verlenen aan het bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen is tot geheimhouding verplicht. Hij die dit geheim schendt, wordt gestraft met de straffen bepaald in [3 artikel 669]3 van het Strafwetboek.   § 4. De handelingen die in het kader van het bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen worden verricht, mogen geen enkele dwangmaatregel inhouden noch schending inhouden van individuele rechten en vrijheden. Deze handelingen kunnen evenwel de inbeslagneming van de zaken vermeld in de artikelen 35 en 35ter inhouden. In geval van beslag op een onroerend goed, wordt gehandeld overeenkomstig de vormvoorschriften van artikel 35bis.   In geval van beslag overeenkomstig het eerste lid, is artikel 28sexies van toepassing.   § 5. De procureur des Konings, of in voorkomend geval de procureur-generaal kan de rechtbank of het hof dat het bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen heeft gelast, schriftelijk verzoeken over te gaan tot het aanstellen van een deskundige, het bevelen van de bewakingsmaatregel bedoeld in artikel 90ter of het bevelen van een huiszoeking.   Over dit verzoek wordt uitspraak gedaan binnen vijftien dagen. De beschikking wordt door de griffier medegedeeld aan het openbaar ministerie. Tegen een weigering om de gevraagde dwangmaatregel te bevelen staat geen rechtsmiddel open.   Indien het verzoek strekt tot het bevelen van een bewakingsmaatregel bedoeld in artikel 90ter , neemt de rechtbank of het hof een beschikking overeenkomstig artikel 90quater , § 1, en gelast de rechtbank of het hof een onderzoeksrechter met de uitvoering van de maatregel overeenkomstig de artikelen 90quater , §§ 2 en 3, tot 90octies.   § 6. Wanneer de procureur des Konings, of in voorkomend geval de procureur-generaal oordeelt dat het bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen voltooid is, maakt hij de vordering tot verbeurdverklaring aanhangig bij de rechtbank of het hof dat het bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen heeft gelast. Dit gebeurt door een dagvaarding rechtstreeks gericht aan de veroordeelde, en in voorkomend geval aan de burgerlijke partij.   Een termijn van tien dagen, die in voorkomend geval verlengd wordt wegens de afstand, moet tussen de dagvaarding en de verschijning gelaten worden, op straffe van nietigheid van de veroordeling tot verbeurdverklaring die bij verstek tegen de gedaagde mocht worden uitgesproken. Deze nietigheid kan echter niet worden ingeroepen dan op de eerste terechtzitting en vóór alle exceptie of verweer.   § 7. De aanhangigmaking van de vordering tot verbeurdverklaring zoals bedoeld in § 6, dient op straffe van verval van de vordering tot verbeurdverklaring te geschieden vóór het verstrijken van een termijn van twee jaar vanaf de dag waarop het bijzonder onderzoek naar de vermogensvoordelen door de rechter werd gelast, voor zover de uitspraak over de schuld reeds in kracht van gewijsde is gegaan.   Indien de uitspraak over de schuld na het verstrijken van deze termijn nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de termijn verlengd tot één maand vanaf de dag waarop de uitspraak waarbij het misdrijf voor bewezen werd verklaard in kracht van gewijsde is gegaan.   Indien de appelrechter in de bodemprocedure feiten bewezen verklaart waarvoor de beklaagde in eerste aanleg werd vrijgesproken, kan hij op vordering van het openbaar ministerie de in het eerste lid bedoelde termijn met een termijn van maximum zes maanden verlengen.   ----------   (1)<W 2018-03-18/14, art. 16, 016; Inwerkingtreding : 12-05-2018>   (2)<W 2021-11-28/01, art. 13, 024; Inwerkingtreding : 10-12-2021>   (3)<W 2026-03-11/03, art. 208, 028; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 524ter · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK VIII. - BIJZONDER ONDERZOEK NAAR DE VERMOGENSVOORDELEN. <ingevoegd bij W 2002-12-19/86, art. 14; Inwerkingtreding : 24-02-2003>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 524ter. <ingevoegd bij W 2002-12-19/86, art. 14; Inwerkingtreding : 24-02-2003> § 1. Indien de rechter de vordering tot verbeurdverklaring, bedoeld in artikel 524bis , § 6, ontvankelijk en gegrond verklaart, wordt de verbeurdverklaring uitgesproken van het door hem bepaalde wederrechtelijk verkregen vermogensvoordeel.   § 2. Tegen de beslissing over de vordering tot verbeurdverklaring staan alle in dit Wetboek opgenomen gewone en buitengewone rechtsmiddelen open.
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 524quater · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK IX. [1 - Onderzoek naar de mogelijkheid van overbrenging van een ernstige besmettelijke ziekte bij gelegenheid van een strafbaar feit]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 524quater. [1 § 1. Als er ernstige aanwijzingen zijn dat een slachtoffer van een misdrijf bij gelegenheid van dat strafbaar feit besmet kan zijn met een ernstige ziekte die voorkomt op een bij koninklijk besluit vastgestelde lijst, kan de procureur des Konings de verdachte vragen een bloedstaal te laten afnemen om te onderzoeken of hij drager is van deze ziekte. Als er ernstige aanwijzingen zijn dat het slachtoffer met deze ziekte besmet kan zijn via het bloed van een andere persoon dan de verdachte, kan de procureur des Konings dat ook aan die derde vragen. De verdachte en de derde kunnen enkel schriftelijk met de bloedafname instemmen. Deze instemming kan alleen op geldige wijze worden gegeven als de procureur des Konings of een officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, hem vooraf in kennis heeft gesteld van het wettelijk kader waarbinnen de afname wordt gevraagd; in het bijzonder wordt gewezen op het louter medisch doeleinde van de afname. Van die informatie wordt melding gemaakt in de schriftelijke instemming van de betrokkene.    § 2. Indien de verdachte weigert met de bloedafname in te stemmen, kan de procureur des Konings in het belang van het slachtoffer bevelen dat van hem een hoeveelheid wangslijmvlies wordt afgenomen ten behoeve van het onderzoek bedoeld in paragraaf 1. Het bevel kan slechts worden gegeven na schriftelijke machtiging van de onderzoeksrechter op vordering van de procureur des Konings.    § 3. Het onderzoek, bedoeld in paragraaf 1, wordt uitgevoerd door afname van een bloedstaal door een arts, tenzij aannemelijk is dat afname van bloed om bijzondere medische redenen onwenselijk is. In dat geval kan worden overgegaan tot de afname van een hoeveelheid wangslijmvlies, hetzij met vrijwillige medewerking van de betrokkene, hetzij op de wijze bepaald in paragraaf 2.    De verdachte of de derde die om een afname van een hoeveelheid bloed of van een hoeveelheid wangslijmvlies wordt verzocht kan vanaf de leeftijd van zestien jaar hiermee schriftelijk instemmen. Indien de verdachte of de derde de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt, dan dient hij zich voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2 te laten begeleiden door minstens een van zijn ouders, door een advocaat of door een andere meerderjarige persoon van zijn keuze.    § 4. Door een arts wordt zoveel bloed of een hoeveelheid wangslijmvlies afgenomen als voor het onderzoek, bedoeld in paragraaf 1 of paragraaf 2, noodzakelijk is. Indien de maatregel, bedoeld in paragraaf 2 onder fysieke dwang moet worden uitgevoerd, wordt die dwang uitgeoefend door politieambtenaren onder het bevel van een officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.    § 5. De procureur des Konings kan opdracht geven op bloed dat is aangetroffen ter zake van een misdrijf als bedoeld in paragraaf 1, een onderzoek als bedoeld in paragraaf 1 te verrichten.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2015-07-20/21, art. 3, 011; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2017>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 524quinquies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK IX. [1 - Onderzoek naar de mogelijkheid van overbrenging van een ernstige besmettelijke ziekte bij gelegenheid van een strafbaar feit]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 524quinquies. [1 § 1. Het onderzoek, bedoeld in artikel 524quater, §§ 1, 2 en 5, wordt door de procureur des Konings opgedragen aan een deskundige, verbonden aan een door de Koning erkend laboratorium. De deskundige bezorgt zo spoedig mogelijk een exemplaar van zijn verslag aan de behandelende arts van het slachtoffer. Hij bezorgt eveneens een exemplaar van zijn verslag aan de behandelende arts van de verdachte, als de verdachte binnen drie maanden na de bloedafname dan wel de afname van de hoeveelheid wangslijmvlies daarom verzoekt. Hij bezorgt, in voorkomend geval, eveneens een exemplaar van zijn verslag aan de behandelende arts van de derde van wie een hoeveelheid bloed of wangslijmvlies werd afgenomen, als deze derde binnen drie maanden na de bloedafname of de afname van de hoeveelheid wangslijmvlies daarom verzoekt.    § 2. De deskundige meldt aan de procureur des Konings dat het verslag werd doorgestuurd.    § 3. De deskundige vernietigt het afgenomen bloedstaal of de afgenomen hoeveelheid wangslijmvlies ten laatste een week na de datum van de analyse ervan.    § 4. De resultaten van het onderzoek maken enkel deel uit van het medisch dossier. Zij worden beschouwd als gegevens die betrekking hebben op derden in de zin van artikel 9, § 2, derde lid, van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt. De resultaten van het onderzoek maken geen deel uit van het strafdossier en hebben geen gevolg voor het verdere verloop van het opsporings- of gerechtelijk onderzoek. De resultaten kunnen niet als bewijs in rechte worden gebruikt. In zijn kantschrift vermeldt de procureur des Konings dat het onderzoek bedoeld in artikel 524quater, §§ 1, 2 of 5 werd gevraagd.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2015-07-20/21, art. 4, 011; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2017>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 524sexies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK IX. [1 - Onderzoek naar de mogelijkheid van overbrenging van een ernstige besmettelijke ziekte bij gelegenheid van een strafbaar feit]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 524sexies. [1 § 1. Het slachtoffer van een misdrijf als bedoeld in artikel 524quater, § 1, kan de procureur des Konings verzoeken het onderzoek bedoeld in artikel 524quater, § 1, te vragen.    § 2. De procureur des Konings doet mededeling van zijn met redenen omklede beslissing op het verzoek binnen vierentwintig uur nadat hij het verzoek heeft ontvangen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2015-07-20/21, art. 5, 011; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2017>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 524septies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121230 / TITEL IV. - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. / HOOFDSTUK IX. [1 - Onderzoek naar de mogelijkheid van overbrenging van een ernstige besmettelijke ziekte bij gelegenheid van een strafbaar feit]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 524septies.[1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn, met uitzondering van artikel 524quater, § 2, tweede zin, van overeenkomstige toepassing op de onderzoeksrechter ingeval een gerechtelijk onderzoek wordt ingesteld.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2015-07-20/21, art. 6, 011; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2017>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 525 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121430 / TITEL V. - REGELING VAN RECHTSGEBIED EN VERWIJZING VAN DE ENE RECHTBANK NAAR DE ANDERE. / HOOFDSTUK I. - REGELING VAN RECHTSGEBIED.

    Lees de volledige brontekst
    Artikel 525. Ieder verzoek tot regeling van rechtsgebied wordt summier en op enkele memorie behandeld en uitgewezen.
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 526 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121430 / TITEL V. - REGELING VAN RECHTSGEBIED EN VERWIJZING VAN DE ENE RECHTBANK NAAR DE ANDERE. / HOOFDSTUK I. - REGELING VAN RECHTSGEBIED.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 526. Er is grond tot regeling van rechtsgebied door het Hof van Cassatie in criminele, correctionele of politiezaken, wanneer onderscheidene hoven, rechtbanken of onderzoeksrechters, die niet tot elkaars rechtsgebied behoren, kennis nemen van een zelfde misdrijf of van samenhangende misdrijven [1 ...]1.   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 209, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 526bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121430 / TITEL V. - REGELING VAN RECHTSGEBIED EN VERWIJZING VAN DE ENE RECHTBANK NAAR DE ANDERE. / HOOFDSTUK I. - REGELING VAN RECHTSGEBIED.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 526bis. <Ingevoegd bij W 2001-06-21/42, art. 59; Inwerkingtreding : 21-05-2002> Er is eveneens grond tot regeling van rechtsgebied door het Hof van Cassatie wanneer onderscheiden onderzoeksrechters kennis nemen van eenzelfde misdrijf of samenhangende misdrijven waarvoor de uitoefening van de strafvordering geschiedt door de federale procureur.
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 527 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121430 / TITEL V. - REGELING VAN RECHTSGEBIED EN VERWIJZING VAN DE ENE RECHTBANK NAAR DE ANDERE. / HOOFDSTUK I. - REGELING VAN RECHTSGEBIED.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 527. Er is eveneens grond tot regeling van rechtsgebied door het Hof van Cassatie, wanneer enerzijds een militaire rechtbank (in oorlogstijd) of (...) enige andere uitzonderingsrechtbank, en anderzijds een hof van beroep, een hof van assisen (...(, een correctionele rechtbank, een politierechtbank of een onderzoeksrechter kennis nemen van eenzelfde misdrijf of van samenhangende misdrijven [1 ...]1. <W 10-07-1967, art. 1, 217°> <W 2003-04-10/59, art. 87, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2004>   ----------   (1)<W 2026-03-11/03, art. 211, 014; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 527bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121430 / TITEL V. - REGELING VAN RECHTSGEBIED EN VERWIJZING VAN DE ENE RECHTBANK NAAR DE ANDERE. / HOOFDSTUK I. - REGELING VAN RECHTSGEBIED.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 527bis.<W 10-10-1967, art. 157> De vorderingen tot regeling van rechtsgebied worden ingediend op verzoek van de vervolgende partij of bij een met bewijsstukken gestaafde memorie van de burgerlijke partij.   (De vordering tot regeling van rechtsgebied, zoals bedoeld in artikel 526bis wordt ingediend door de federale procureur, na overleg met de procureur des Konings.) <W 2001-06-21/42, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 21-05-2002>   De eerste voorzitter benoemt een verslaggever, zonder vooraf mededeling van de stukken te bevelen; voor de mededeling aan de procureur-generaal en de bepaling van de rechtsdag worden de [1 in artikel 432]1 voorgeschreven regels gevolgd.   ----------   (1)<W 2024-03-28/60, art. 65, 009; Inwerkingtreding : 08-04-2024>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 528 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121430 / TITEL V. - REGELING VAN RECHTSGEBIED EN VERWIJZING VAN DE ENE RECHTBANK NAAR DE ANDERE. / HOOFDSTUK I. - REGELING VAN RECHTSGEBIED.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 528. Na inzage van het verzoekschrift en van de stukken beveelt (de kamer van het Hof van Cassatie die kennis neemt van de cassatieberoepen in criminele, correctionele en politiezaken) dat alles aan partijen zal worden meegedeeld, of doet einduitspraak, behoudens verzet. <W 10-07-1967, art. 1, 218°>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 528bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121430 / TITEL V. - REGELING VAN RECHTSGEBIED EN VERWIJZING VAN DE ENE RECHTBANK NAAR DE ANDERE. / HOOFDSTUK I. - REGELING VAN RECHTSGEBIED.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 528bis. <W 10-10-1967, art. 158> De verzoeker tot regeling van rechtsgebied kan zijn zaak bepleiten zoals in burgerlijke zaken. Na het openbaar ministerie te hebben gehoord, doet het hof de einduitspraak of beveelt naar gelang van de omstandigheden bij een voorbereidend arrest, dat de memorie vooraf aan de tegenpartij zal worden meegedeeld.
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 529 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121430 / TITEL V. - REGELING VAN RECHTSGEBIED EN VERWIJZING VAN DE ENE RECHTBANK NAAR DE ANDERE. / HOOFDSTUK I. - REGELING VAN RECHTSGEBIED.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 529. Ingeval de mededeling wordt bevolen op de voorziening tot regeling van rechtsgebied ingesteld door de beklaagde, de beschuldigde of de burgerlijke partij, beveelt het arrest aan de twee ambtenaren belast met het openbaar ministerie bij de rechterlijke instanties waarbij de zaak gelijktijdig aanhangig is, de processtukken in te zenden onder bijvoeging van een met redenen omkleed advies omtrent het geschil.
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 530 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121430 / TITEL V. - REGELING VAN RECHTSGEBIED EN VERWIJZING VAN DE ENE RECHTBANK NAAR DE ANDERE. / HOOFDSTUK I. - REGELING VAN RECHTSGEBIED.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 530. Wanneer de mededeling wordt bevolen op de voorziening van een van die ambtenaren, beveelt het arrest aan de andere de stukken en zijn met redenen omkleed advies in te zenden.
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 531 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808121430 / TITEL V. - REGELING VAN RECHTSGEBIED EN VERWIJZING VAN DE ENE RECHTBANK NAAR DE ANDERE. / HOOFDSTUK I. - REGELING VAN RECHTSGEBIED.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 531. Het arrest houdende bevel tot mededeling vermeldt in het kort de akten die aanleiding geven tot het geschil, en bepaalt al naar de afstanden de termijn waarbinnen de stukken en de met redenen omklede adviezen op de griffie moeten worden neergelegd.   De betekening van dit arrest aan de partijen schorst van rechtswege de berechting van de zaak en in criminele zaken de inbeschuldigingstelling, of, indien deze reeds uitgesproken is, de samenstelling van de jury in de hoven van assisen, (...), doch zij schorst noch de daden en procedures tot bewaring van recht noch die van onderzoek. <W 10-07-1967, art. 1, 218°>   De beklaagde of de beschuldigde en de burgerlijke partij kunnen hun middelen betreffende het geschil van rechtsgebied voordragen in de vorm in hoofdstuk II, titel III van dit boek bepaald, voor het cassatieberoep.
    Open officiële bron ↗