Gratis brononderzoek

Wetboek van Strafvordering

Strafrechtelijke onderzoeks- en procesregels.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

921 bronvarianten

  1. Art. 315 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 315.[1 In het in artikel 314 bedoelde geval kan de procureur-generaal dadelijk vorderen en de burgerlijke partij of de beschuldigde dadelijk verzoeken en kan het hof, zelfs ambtshalve, bevelen dat de zaak naar een onbepaalde datum wordt verwezen.]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 122, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 315bis · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 315bis.   <Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 123, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 316 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 316.[1 Wanneer een gedagvaarde getuige niet verschijnt of wanneer een getuige overleden is, kan de voorzitter voorlezing doen van diens tijdens het onderzoek, zelfs onder eed, afgelegde verklaringen. De voorzitter kan, behoudens verzet van de partijen, beslissen dat een gedagvaarde getuige die verschijnt, niet in zijn getuigenis wordt gehoord.    Hij kan, onder dezelfde voorwaarde, beslissen dat er geen grond is om de persoon die met toepassing van artikel 281, § 2, tweede lid, is opgeroepen om te getuigen, in zijn getuigenis te horen.]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 124, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 317 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 317. [1 Indien de zaak naar een onbepaalde datum wordt verwezen omdat een getuige niet verschenen is, komen alle kosten van dagvaarding, akten, reizen van getuigen, en andere die strekken tot het vonnissen van de zaak, ten laste van die getuige; hij wordt in die kosten veroordeeld, op vordering van de procureur-generaal, bij het arrest dat de debatten naar een onbepaalde datum verwijst.    Niettemin wordt de getuige die niet verschijnt of die weigert hetzij de eed te doen, hetzij zijn getuigenis af te leggen, in alle gevallen veroordeeld tot de bij [2 artikel 654 van het Strafwetboek]2 bepaalde straf.]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 125, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 161, 047; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 317bis · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 317bis.   <Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 126, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 317ter · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 317ter.   <Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 126, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 317quater · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 317quater.   <Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 126, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 317quinquies · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 317quinquies.   <Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 126, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 318 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 318.[1 De veroordeelde getuige kan tegen deze veroordelingen in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen nadat ze aan hem of aan zijn woonplaats zijn betekend; het verzet wordt ontvangen, indien hij bewijst dat hij wettig verhinderd was of dat de tegen hem uitgesproken geldboete moet worden verminderd]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 127, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 319 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 319.[1 De voorzitter wijst uit de beschuldigden diegene aan die bij de debatten het eerst aan de beurt moet komen, te beginnen met de hoofdbeschuldigde, indien er een is.    Vervolgens wordt een bijzonder debat gehouden over elk van de andere beschuldigden.]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 128, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 320 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 320.[1 Na de verklaringen van de getuigen en de beweringen waartoe die over en weer aanleiding hebben gegeven, worden de burgerlijke partij of haar raadsman en de procureur-generaal gehoord en zetten zij de middelen tot staving van de beschuldiging uiteen.    De beschuldigde en zijn raadsman kunnen hen antwoorden.    De burgerlijke partij en de procureur-generaal hebben recht van repliek; maar de beschuldigde of zijn raadsman heeft altijd het laatste woord.    De voorzitter verklaart vervolgens de debatten gesloten.]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 1292, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 321 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 321.[1 De voorzitter kan, op basis van nieuwe en concrete elementen die tijdens de terechtzitting aan het licht zijn gekomen, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de beschuldigde, de burgerlijke partij of hun advocaten, de kamer van inbeschuldigingstelling gelasten de controle over de toepassing van de bijzondere opsporingsmethoden [2 observatie, infiltratie of burgerinfiltratie]2 uit te oefenen met toepassing van artikel 235ter.    Deze vordering of dit verzoek dient, op straffe van verval, voor ieder ander rechtsmiddel te worden opgeworpen.    De voorzitter zendt het dossier aan het openbaar ministerie over, teneinde de zaak daartoe bij de kamer van inbeschuldigingstelling aan te brengen.    De voorzitter kan bij wettigheidsincidenten met betrekking tot de controle op de bijzondere opsporingsmethoden [2 observatie, infiltratie of burgerinfiltratie]2, de zaak aan het openbaar ministerie overzenden teneinde deze bij de bevoegde kamer van inbeschuldigingstelling aan te brengen voor de in artikel 235ter bepaalde controle.]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 1, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>   (2)<W 2018-07-22/04, art. 16, 035; Inwerkingtreding : 17-08-2018>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 322 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I. / Onderafdeling 7. [1 De schuldvraag]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 322.[1 De voorzitter herinnert de gezworenen aan de ambtsverrichtingen die zij te vervullen hebben alvorens zij zich terugtrekken voor de beraadslaging.    Hij stelt de vragen zoals hierna bepaald is.]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 132, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 323 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I. / Onderafdeling 7. [1 De schuldvraag]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 323. [1 De vraag die uit de akte van beschuldiging volgt, wordt gesteld in de volgende bewoordingen :    " Is de beschuldigde schuldig aan die bepaalde doodslag, die bepaalde diefstal of [2 dat ander bepaalde misdrijf]2 ?"]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 133, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 162, 047; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 324 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I. / Onderafdeling 7. [1 De schuldvraag]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 324. [1 Indien de debatten een of meer verzwarende omstandigheden naar voren doen komen, die niet vermeld zijn in de akte van beschuldiging, stelt de voorzitter nog de volgende vraag :    " Heeft de beschuldigde [2 het misdrijf]2 gepleegd met die of die omstandigheid ?"]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 134, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 163, 047; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 325 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I. / Onderafdeling 7. [1 De schuldvraag]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 325.[1 Wanneer de beschuldigde een verschonend feit heeft aangevoerd, dat als zodanig door de wet wordt aangemerkt, wordt de vraag aldus gesteld :    " Staat dat feit vast ?]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 135, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 326 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I. / Onderafdeling 7. [1 De schuldvraag]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 326.[1 Na de vragen gesteld te hebben, overhandigt de voorzitter die aan de gezworenen [2 ...]2; hij overhandigt hun tevens de akte van beschuldiging, in voorkomend geval de akte van verdediging, de processen-verbaal die het misdrijf vaststellen, en de processtukken.    De voorzitter herinnert de gezworenen aan de door hen afgelegde eed. Hij wijst hen erop dat een veroordeling enkel kan worden uitgesproken indien uit de toegelaten en aan de tegenspraak van de partijen onderworpen bewijselementen voortvloeit dat de beschuldigde boven elke redelijke twijfel schuldig is aan de hem ten laste gelegde feiten.    In voorkomend geval waarschuwt de voorzitter de gezworenen dat getuigenverklaringen die ingevolge de toepassing van de artikelen 86bis, 86ter, 112bis, § 6, 294, 298, § 5, en 299, §§ 4 en 5. werden verkregen slechts in aanmerking kunnen genomen worden als bewijs op voorwaarde dat zij in afdoende mate steun vinden in andere bewijsmiddelen.    [2 ...]2.    De voorzitter van het hof van assisen geeft aan de gezworenen bij het overhandigen van de vragen kennis van de wijze waarop zij behoren tewerk te gaan en te stemmen. De artikelen 329bis tot 329sexies worden gedrukt met grote letters en aangeplakt in de beraadslagingskamer [2 ...]2.    Hij doet de beschuldigde uit de zittingszaal verwijderen.]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 136, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 101, 027; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 327 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I. / Onderafdeling 7. [1 De schuldvraag]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 327.[1 [2 Nadat de vragen gesteld zijn, begeven de gezworenen zich met het hof naar de beraadslagingskamer.]2   [2 Het aldus samengestelde college, voorgezeten door de voorzitter van het hof, beraadslaagt over de schuldvraag.]2    Alvorens de beraadslaging te beginnen, [2 leest de voorzitter aan dit college]2 de volgende aanwijzingen voor, die bovendien in grote letters op de meest in het oog vallende plaats van de beraadslagingskamer worden opgehangen : " De wet voorziet dat een veroordeling enkel kan worden uitgesproken indien uit de toegelaten bewijselementen voortvloeit dat de beschuldigde boven elke redelijke twijfel schuldig is aan de ten laste gelegde feiten.]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 137, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 102, 027; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 327bis · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I. / Onderafdeling 7. [1 De schuldvraag]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 327bis.   <Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 138, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 328 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I. / Onderafdeling 7. [1 De schuldvraag]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 328. [1 De [2 leden van het college]2 mogen de beraadslagingskamer eerst verlaten wanneer zij hun verklaring hebben opgemaakt.    Niemand heeft tijdens de beraadslaging, om welke reden ook, toegang tot de beraadslagingskamer, zonder schriftelijk verlof van de voorzitter. [2 ...]2. Van het incident wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.    De voorzitter [2 geeft het bepaalde bevel schriftelijk aan de bevelhebber van de betrokken politiedienst]2 om de uitgangen van de beraadslagingskamer te doen bewaken.    De voorzitter neemt de maatregelen die nodig zijn opdat de plaatsvervangende gezworenen gedurende de beraadslaging van de [2 het college]2 niet in contact komen met andere personen.    Het hof kan de gezworene die het bevel overtreedt, straffen met [3 een straf van niveau 1]3. Ieder ander die het bevel overtreedt, of hij die het niet doet uitvoeren, kan worden gestraft met dezelfde straf.]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 139, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>   (2)<W 2016-02-05/11, art. 103, 027; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (3)<W 2026-03-11/03, art. 164, 047; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗