Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.
Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18
Open officiële bron ↗Afzonderlijke brononderdelen
Onderzoek deze wet in Pro
Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.
Verken Pro voor deze wet →Art. 296 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 296.[1 De voorzitter die een getuige wil verhoren die niet door de onderzoeksrechter gehoord is, kan, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de getuige, hetzij op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de beschuldigde, de burgerlijke partij of hun raadslieden, beslissen dat ter terechtzitting en in het proces-verbaal van de terechtzitting geen melding wordt gemaakt van bepaalde identiteitsgegevens bedoeld in artikel 295, indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de getuige, of een persoon uit diens naaste omgeving, ingevolge het bekend geraken van deze gegevens en ingevolge het afleggen van zijn verklaring een ernstig nadeel zou kunnen ondervinden. De voorzitter vermeldt de redenen hiervan ter terechtzitting. Deze worden opgenomen in het proces-verbaal.
De getuige aan wie gedeeltelijke anonimiteit werd toegekend overeenkomstig artikel 75bis, behoudt zijn gedeeltelijke anonimiteit. De gedeeltelijke anonimiteit toegekend overeenkomstig artikel 75bis of overeenkomstig het eerste lid staat het verhoor van de getuige ter terechtzitting niet in de weg.
De procureur-generaal houdt een register bij van alle getuigen waarvan identiteitsgegevens overeenkomstig dit artikel niet werden vermeld ter terechtzitting.
De procureur-generaal en de voorzitter nemen ieder voor zich de maatregelen die redelijkerwijze nodig zijn om de onthulling van de in het eerste lid bedoelde identiteitsgegevens te voorkomen.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 101, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 297 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 297.[1 [2 Er dient]2 geen melding te worden gemaakt van de woonplaats of verblijfplaats van de personen die in de uitoefening van hun beroepsactiviteit belast zijn met de vaststelling van en het onderzoek naar een misdrijf of naar aanleiding van de toepassing van de wet kennis nemen van omstandigheden waarin het misdrijf werd gepleegd, en die in die hoedanigheid als getuigen worden gehoord. In de plaats daarvan is het hun toegestaan hun dienstadres of het adres waarop zij gewoonlijk hun beroep uitoefenen, op te geven. De dagvaarding om te getuigen op de terechtzitting kan regelmatig op dit adres worden betekend.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 102, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
(2)<W 2019-05-05/10, art. 51, 037; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
Open officiële bron ↗Art. 298 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 298.[1 § 1. Op met redenen omklede vordering van de procureur-generaal kan het hof beslissen de volgende personen te horen via een videoconferentie :
1° een bedreigde getuige aan wie de Getuigenbeschermingscommissie een beschermingsmaatregel heeft toegekend,
2° een in het buitenland verblijvende getuige of deskundige wanneer ter zake wederkerigheid is gewaarborgd, en dit met zijn instemming, indien het niet wenselijk of mogelijk is dat de te horen persoon in persoon ter zitting verschijnt.
§ 2. Op met redenen omklede vordering van de procureur-generaal kan het hof beslissen een bedreigde getuige aan wie de Getuigenbeschermingscommissie een beschermingsmaatregel heeft toegekend, met zijn instemming te horen via een gesloten televisiecircuit, indien het niet wenselijk of mogelijk is dat de te horen persoon in persoon ter zitting verschijnt.
§ 3. Bij de te horen persoon bevindt zich een officier van gerechtelijke politie of, wanneer de te horen persoon zich in het buitenland bevindt, een buitenlandse justitiële autoriteit. Deze stelt de identiteit van de te horen persoon vast en stelt daarvan een proces-verbaal op dat ondertekend wordt door de te horen persoon.
§ 4. De persoon die via een videoconferentie of gesloten televisiecircuit is gehoord, wordt geacht te zijn verschenen en aan de oproeping te hebben voldaan.
§ 5. Op met redenen omklede vordering van de procureur-generaal kan het hof beslissen beeld- en stemvervorming toe te staan. In dat geval kunnen de via de videoconferentie of het gesloten televisiecircuit afgelegde verklaringen slechts in aanmerking genomen worden als bewijs op voorwaarde dat zij in afdoende mate steun vinden in andersoortige bewijsmiddelen.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 103, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 299 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 299.[1 § 1. Op met redenen omklede vordering van de procureur-generaal kan het hof beslissen de volgende personen te horen via een teleconferentie :
1° een bedreigde getuige aan wie de Getuigenbeschermingscommissie een beschermingsmaatregel heeft toegekend,
2° een in het buitenland verblijvende getuige of deskundige wanneer ter zake wederkerigheid is gewaarborgd, en dit met zijn instemming, indien het niet wenselijk of mogelijk is dat de te horen persoon persoonlijk verschijnt of gehoord wordt via een videoconferentie of een gesloten televisiecircuit.
§ 2. Bij de te horen persoon bevindt zich een officier van gerechtelijke politie of, wanneer de te horen persoon zich in het buitenland bevindt, een buitenlandse justitiële autoriteit. Deze stelt de identiteit van de te horen persoon vast en stelt daarvan een proces-verbaal op dat ondertekend wordt door de te horen persoon.
§ 3. De persoon die via een teleconferentie is gehoord, wordt geacht te zijn verschenen en aan de oproeping te hebben voldaan.
§ 4. De via een teleconferentie afgelegde verklaringen kunnen slechts in aanmerking genomen worden als bewijs op voorwaarde dat zij in afdoende mate steun vinden in andersoortige bewijsmiddelen.
§ 5. Op met redenen omklede vordering van de procureur-generaal kan het hof beslissen stemvervorming toe te staan.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 104, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 300 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 300.[1 De voorzitter kan hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van één van de partijen, de griffier opdragen aantekening te houden van de toevoegingen, veranderingen of verschillen die in het getuigenis mochten voorkomen ten opzichte van de vorige verklaringen van de getuige.]1
----------
(1)<W 2019-05-05/10, art. 52, 037; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
Open officiële bron ↗Art. 301 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 301.[1 De voorzitter kan aan de getuigen en de beschuldigde alle ophelderingen vragen die hij nodig acht om de waarheid aan het licht te brengen.
De assessoren en de gezworenen hebben hetzelfde recht, maar moeten aan de voorzitter het woord vragen. De beschuldigde en zijn raadsman kunnen, bij monde van de voorzitter, aan de getuige vragen stellen. De procureur-generaal, de burgerlijke partij en haar raadsman kunnen, bij monde van de voorzitter, vragen stellen aan de getuige of aan de beschuldigde.
De voorzitter kan evenwel verbieden dat bepaalde vragen worden gesteld.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 106, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 302 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 302.[1 Na elke getuigenis vraagt de voorzitter aan de getuige of deze bij zijn verklaringen blijft. Is dat het geval, dan vraagt hij aan de procureur-generaal, de beschuldigde en de burgerlijke partij of ze opmerkingen hebben in verband met hetgeen werd gezegd.
Nadat de getuige zijn getuigenis heeft afgelegd, kan de voorzitter hem bevelen ter beschikking van het hof van assisen te blijven totdat het hof zich in de beraadslagingskamer heeft teruggetrokken.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 107, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 303 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 303.[1 § 1. De volgende personen worden niet toegelaten om te getuigen :
1° de vader, de moeder, de grootvader, de grootmoeder en de andere bloedverwanten in de opgaande lijn van de beschuldigde of van een van de medebeschuldigden die aanwezig zijn en in hetzelfde debat betrokken zijn;
2° de zoon, de dochter, de kleinzoon, de kleindochter en de andere bloedverwanten in de nederdalende lijn;
3° de broeders en de zusters;
4° de aanverwanten in dezelfde graden;
5° de echtgenoten, zelfs na de scheiding of echtscheiding en de wettelijk samenwonenden, zelfs nadat zij hun wettelijke samenwoning hebben beëindigd;
6° kinderen onder de leeftijd van vijftien jaar.
§ 2. Het horen van de personen vermeld in § 1 kan geen nietigheid teweegbrengen wanneer noch de procureur-generaal, noch de burgerlijke partij, noch de beschuldigde zich ertegen verzet hebben dat zij gehoord worden.
In geval van verzet van de procureur-generaal of van één of meer partijen, kan de voorzitter die personen buiten eed horen. Hun verklaringen worden als gewone inlichtingen beschouwd.
§ 3. Kinderen onder de leeftijd van vijftien jaar en wettelijk ontzetten mogen nooit onder eed worden gehoord.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 108, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 304 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 304.[1 De getuigen, voorgebracht door de procureur-generaal, door de beschuldigde of door de burgerlijke partij worden bij de debatten gehoord, zelfs wanneer zij tevoren geen schriftelijk getuigenis hebben afgelegd en zelfs wanneer zij geen dagvaarding hebben ontvangen, mits die getuigen in elk geval opgenomen zijn in het arrest bedoeld in artikel 278.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 109, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 305 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 305.[1 De burgerlijke partij wordt, indien zij dit vraagt, gehoord als partij en niet als getuige.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 110, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 306 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 306.[1 In de loop van de debatten kan de procureur-generaal vorderen en de beschuldigde of de burgerlijke partij kunnen verzoeken dat getuigen, die niet zijn vermeld in het arrest bedoeld in artikel 278, worden gedagvaard. De voorzitter laat het verhoor van deze getuigen toe wanneer dit noodzakelijk lijkt in het licht van elementen die zijn opgedoken tijdens de debatten.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 111, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 307 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 307.[1 De getuigen vermeld in het arrest bedoeld in artikel 278 worden gedagvaard op verzoek van de procureur-generaal. De kosten van de dagvaardingen, op verzoek van de beschuldigde en de burgerlijke partij gedaan overeenkomstig artikel 306, komen te hunnen laste, evenals het loon van de gedagvaarde getuigen, indien zij loon verlangen; de procureur-generaal en de voorzitter kunnen evenwel de getuigen die de beschuldigde of de burgerlijke partij hen hebben aangewezen, op eigen verzoek doen dagvaarden, indien zij oordelen dat hun verklaring dienstig kan zijn om de waarheid aan het licht te brengen.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 112, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 308 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 308.[1 De getuigen, door welke partij ook voorgebracht, mogen nooit tot elkaar het woord richten.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 113, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 309 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK III. / Onderafdeling 6. [1 De behandeling ter terechtzitting]1
Lees de volledige brontekst
Art. 309.[1 De beschuldigde en de burgerlijke partij kunnen vragen dat de getuigen die zij aanwijzen, na hun getuigenis de zittingszaal verlaten, en dat een of meer onder hen opnieuw binnengeroepen en, hetzij afzonderlijk, hetzij in elkaars bijzijn, gehoord worden.
De procureur-generaal heeft hetzelfde recht.
De voorzitter kan zulks ook ambtshalve bevelen]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 114, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 310 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.
Lees de volledige brontekst
Art. 310.[1 De voorzitter kan voor, gedurende of na het verhoor van een getuige een of meer beschuldigden doen verwijderen en hen afzonderlijk ondervragen over bepaalde omstandigheden van de zaak; maar hij draagt zorg dat de algemene debatten niet worden hervat dan nadat hij elke beschuldigde heeft ingelicht over wat in zijn afwezigheid gedaan is en over wat eruit gevolgd is.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 116, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 311 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.
Lees de volledige brontekst
Art. 311.[1 Wat de minderjarige [2 of de kwetsbare meerderjarige]2 getuigen betreft, past de voorzitter in voorkomend geval de artikelen 92 tot 101 inzake het opgenomen verhoor toe.
Wanneer hij de verschijning van de minderjarige [2 of de kwetsbare meerderjarige]2 noodzakelijk vindt om de waarheid aan het licht te brengen, wordt deze verschijning bij wege van videoconferentie georganiseerd, [2 tenzij de getuige]2 de wil uitdrukt op de zitting te getuigen.
In geval van verhoor door middel van videoconferentie wordt de minderjarige [2 of de kwetsbare meerderjarige]2 gehoord in een afzonderlijk lokaal in aanwezigheid, in voorkomend geval, van de in artikel 91bis bedoelde persoon, zijn advocaat, een lid of leden van de technische dienst en een [2 deskundige]2.
Wanneer de voorzitter het noodzakelijk vindt voor de sereniteit van de getuigenis, kan hij het oogcontact tussen de minderjarige [2 of de kwetsbare meerderjarige]2 en de beschuldigde in alle gevallen beperken of uitsluiten.
Dit artikel is van toepassing op minderjarigen van wie het verhoor werd opgenomen met toepassing van artikel 92 en die de leeftijd van de meerderjarigheid hebben bereikt op het moment van de zitting.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 117, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
(2)<W 2019-05-05/10, art. 53, 037; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
Open officiële bron ↗Art. 312 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.
Lees de volledige brontekst
Art. 312.[1 Gedurende het onderzoek kunnen de gezworenen, de procureur-generaal en het hof optekenen wat hun gewichtig lijkt in de verklaringen van de getuigen of in de verdediging van de beschuldigde, mits het debat daardoor niet onderbroken wordt.]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 118, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 312bis · Federaal
Opheffingsvermelding
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.
Lees de volledige brontekst
Art. 312bis.
<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 119, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗Art. 313 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.
Lees de volledige brontekst
Art. 313.[1 In de loop van het getuigenverhoor of daarna doet de voorzitter, ambtshalve of op verzoek van één van de partijen, aan de beschuldigde of aan de getuigen één of meerdere stukken met betrekking tot het misdrijf voorleggen. De voorzitter doet alle voor de waarheidsvinding nuttige stukken van het dossier voorleggen.]1
----------
(1)<W 2019-05-05/10, art. 54, 037; Inwerkingtreding : 03-06-2019>
Open officiële bron ↗Art. 314 · Federaal
Brontekst
Justel 1808120930 / TITEL II. - [1 Het hof van assisen]1 / HOOFDSTUK IV. / AFDELING I.
Lees de volledige brontekst
Art. 314.[1 Indien volgens de debatten de verklaring van een getuige vals schijnt te zijn, kan de voorzitter, op vordering van de procureur-generaal, van de burgerlijke partij of van de beschuldigde en zelfs ambtshalve, de getuige terstond doen aanhouden en hij kan zelf het ambt van onderzoeksrechter tegenover hem waarnemen, of hem in staat van aanhouding naar de bevoegde onderzoeksrechter verwijzen.
Wanneer de voorzitter het ambt van onderzoeksrechter waarneemt, treedt de procureur-generaal op als officier van gerechtelijke politie en spreekt de kamer van inbeschuldigingstelling zich uit zowel over de bevestiging van het bevel tot aanhouding als over de inbeschuldigingstelling]1
----------
(1)<W 2009-12-21/14, art. 121, 020; Inwerkingtreding : 21-01-2010>
Open officiële bron ↗