Gratis brononderzoek

Wetboek van Strafvordering

Strafrechtelijke onderzoeks- en procesregels.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-03-18

Open officiële bron ↗
Afzonderlijke brononderdelen

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

921 bronvarianten

  1. Art. 131bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IX. - VERSLAG VAN DE ONDERZOEKSRECHTER NA VOLTOOIING VAN DE RECHTSPLEGING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 131bis.[1 Wanneer de raadkamer een dossier onderzoekt dat een niet geclassificeerd proces-verbaal bevat als bedoeld in artikel 19/1 van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, kan zij, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de beklaagde, de burgerlijke partij of hun advocaten, het Vast Comité I een schriftelijk advies vragen over de wettigheid van de methode voor de verzameling van gegevens.    Deze vordering of dit verzoek dient, op straffe van verval, vóór ieder ander rechtsmiddel te worden opgeworpen, behalve indien het middel betrekking heeft op concrete en nieuwe elementen die tijdens de zitting aan het licht zijn gekomen.    De raadkamer zendt het dossier aan het openbaar ministerie over, teneinde de zaak daartoe voor het Vast Comité I aan te brengen.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2010-02-04/26, art. 35, 057; Inwerkingtreding : onbepaald , ten laatste op 01-09-2010>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 132 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IX. - VERSLAG VAN DE ONDERZOEKSRECHTER NA VOLTOOIING VAN DE RECHTSPLEGING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 132. In alle gevallen van verwijzing, hetzij naar de politierechtbank, hetzij naar de correctionele rechtbank, is de procureur des Konings gehouden uiterlijk binnen vierentwintig uren alle stukken, na ze genummerd te hebben, te doen toekomen aan de griffie van de rechtbank die uitspraak moet doen.
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 133 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IX. - VERSLAG VAN DE ONDERZOEKSRECHTER NA VOLTOOIING VAN DE RECHTSPLEGING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 133.[1 Indien de raadkamer, op verslag van de onderzoeksrechter, van oordeel is dat het feit tot de bevoegdheid van het hof van assisen behoort en dat de tenlastelegging tegen de inverdenkinggestelde voldoende gegrond is, worden de stukken van het onderzoek, het proces-verbaal waarbij het bestaan van het misdrijf wordt vastgesteld, een staat van overtuigingsstukken en de beschikking tot gevangenneming door de procureur des Konings binnen de kortst mogelijke tijd toegestuurd aan de procureur-generaal bij het hof van beroep, opdat zal worden gehandeld zoals bepaald is in hoofdstuk III. De inbeschuldigingstelling.   [2 ...]2]1   ----------   (1)<W 2009-12-21/14, art. 9, 054; Inwerkingtreding : 01-05-2010>   (2)<W 2018-05-25/02, art. 3, 096; Inwerkingtreding : 09-06-2018>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 134 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IX. - VERSLAG VAN DE ONDERZOEKSRECHTER NA VOLTOOIING VAN DE RECHTSPLEGING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 134. (Opgeheven) <WVH 1990-07-20/35, art. 48, 1°, d), 002; Inwerkingtreding : 01-12-1990>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 135 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK IX. - VERSLAG VAN DE ONDERZOEKSRECHTER NA VOLTOOIING VAN DE RECHTSPLEGING.

    Lees de volledige brontekst
    Art. 135.<W 1998-03-12/39, art. 30, 016; Inwerkingtreding : 1998-10-02> § 1. Het openbaar ministerie en de burgerlijke partij kunnen hoger beroep instellen tegen alle beschikkingen van de raadkamer.   § 2. De inverdenkinggestelde kan in geval van onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden als bedoeld in artikel 131, § 1, of met betrekking tot de verwijzingsbeschikking, beroep instellen tegen de verwijzingsbeschikkingen bepaald in de artikelen 129 en 130, onverminderd het in artikel 539 van dit Wetboek beoogde hoger beroep. Hetzelfde geldt voor de gronden van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering. Het hoger beroep is in geval van onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden als bedoeld in artikel 131, § 1, slechts ontvankelijk indien het middel bij schriftelijke conclusie is ingeroepen voor de raadkamer. Hetzelfde geldt voor de gronden van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering, behalve wanneer ze zijn ontstaan na de debatten voor de raadkamer.   § 3. Het hoger beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van vijftien dagen door een verklaring ter griffie van de rechtbank die de beschikking heeft gewezen. Deze termijn gaat in op de dag waarop de beschikking is gewezen.   De procureur des Konings zendt de stukken over aan de procureur-generaal.   De griffier stelt de partijen en hun advocaten [2 per faxpost, bij gewone brief of langs elektronische weg]2 in kennis van plaats, dag en uur van de zitting. Het dossier wordt ten laatste vijftien dagen voor de zitting ter beschikking gesteld.   De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak over het hoger beroep, nadat de procureur-generaal, de partijen en hun advocaten zijn gehoord.   Zij hoort, in openbare terechtzetting indien ze op vraag van een partij daartoe besluit, de opmerkingen van de procureur-generaal, de burgerlijke partij en de inverdenkinggestelde.   [1 De kamer van inbeschuldigingstelling kan beslissen dat de inverdenkinggestelde die zich in voorlopige hechtenis bevindt in een videoconferentie verschijnt.]1   § 4. (Wanneer echter een van de inverdenkinggestelden van zijn vrijheid is beroofd, dan wordt het hoger beroep ingesteld binnen een termijn van vierentwintig uren, die ten aanzien van het openbaar ministerie en elk van de partijen, begint te lopen vanaf de dag waarop de beschikking is gewezen.) <W 2001-07-04/40, art. 7, 028; Inwerkingtreding : 03-08-2001>   ----------   (1)<W 2016-01-29/08, art. 3, 080; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-09-2017, (NOTA : bij arrest nr.76/2018 van 21-06-2018 (B.St. 02-07-2018, p. 53419), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel 3 vernietigd)>   (2)<W 2022-12-06/02, art. 18, 114; Inwerkingtreding : 31-12-2022>
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 136 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK X. TOEZICHT OP HET ONDERZOEK DOOR DE KAMER VAN INBESCHULDIGINGSTELLING <ingevoegd bij W 1998-03-12/39, art. 31; Inwerkingtreding : 1998-10-02>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 136. <W 1998-03-12/39, art. 31, 016; Inwerkingtreding : 1998-10-02> De kamer van inbeschuldigingstelling houdt ambtshalve toezicht op het verloop van de onderzoeken, kan verslag vragen over de stand van zaken en kan kennis nemen van de dossiers. Zij kan een van haar leden machtigen en uitspraak doen overeenkomstig de artikelen 235 en 235bis.   Als het gerechtelijk onderzoek na een jaar niet is afgesloten, kan de zaak bij de kamer van inbeschuldigingstelling worden aanhangig gemaakt door een aan de griffie van het hof van beroep gericht met redenen omkleed verzoekschrift uitgaande van de inverdenkinggestelde of de burgerlijke partij. De kamer van inbeschuldigingstelling treedt op overeenkomstig het vorige lid en artikel 136bis. De kamer van inbeschuldigingstelling doet over het verzoekschrift uitspraak bij een met redenen omkleed arrest dat wordt medegedeeld aan de procureur-generaal, de verzoekende partij en de gehoorde partijen. De verzoeker mag geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp indienen vooraleer een termijn van zes maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing.
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 136bis · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK X. TOEZICHT OP HET ONDERZOEK DOOR DE KAMER VAN INBESCHULDIGINGSTELLING <ingevoegd bij W 1998-03-12/39, art. 31; Inwerkingtreding : 1998-10-02>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 136bis.<W 1998-03-12/39, art. 31, 016; Inwerkingtreding : 1998-10-02> [1 De procureur des Konings doet verslag aan de procureur-generaal omtrent alle zaken waarover de raadkamer geen uitspraak heeft gedaan binnen een jaar te rekenen van de eerste vordering.]1   Indien hij oordeelt dat het noodzakelijk is voor het goede verloop van het onderzoek, de wettigheid of de regelmatigheid van de procedure, doet de procureur-generaal te allen tijde voor de kamer van inbeschuldigingstelling de vorderingen die hij nuttig acht.   In dat geval kan de kamer van inbeschuldigingstelling, zelfs ambtshalve, de bij de artikelen 136, 235 en 235bis bepaalde maatregelen nemen.   De procureur-generaal wordt gehoord.   De kamer van inbeschuldigingstelling kan de onderzoeksrechter in zijn verslag horen, buiten de aanwezigheid van de partijen indien zij dat nuttig acht. Zij kan eveneens de burgerlijke partij, de inverdenkinggestelde en hun advocaten horen, na kennisgeving die hen door de griffier ten laatste achtenveertig uur voor de zitting [3 per faxpost, bij gewone brief of langs elektronische weg]3 wordt gedaan.   [2 De kamer van inbeschuldigingstelling kan beslissen dat de inverdenkinggestelde die zich in voorlopige hechtenis bevindt in een videoconferentie verschijnt.]2   ----------   (1)<W 2016-02-05/11, art. 70, 079; Inwerkingtreding : 29-02-2016>   (2)<W 2016-01-29/08, art. 4, 080; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-09-2017, (NOTA : bij arrest nr.76/2018 van 21-06-2018 (B.St. 02-07-2018, p. 53419), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel 4 vernietigd)>   (3)<W 2022-12-06/02, art. 19, 114; Inwerkingtreding : 31-12-2022>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 136ter · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK X. TOEZICHT OP HET ONDERZOEK DOOR DE KAMER VAN INBESCHULDIGINGSTELLING <ingevoegd bij W 1998-03-12/39, art. 31; Inwerkingtreding : 1998-10-02>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 136ter.   <Opgeheven bij W 2016-02-05/11, art. 71, 079; Inwerkingtreding : 29-02-2016>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 136quater · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK XI. - Bevoegdheid van de onderzoeksgerechten in terrorismezaken. <ingevoegd bij W 2005-12-27/34, art. 20; Inwerkingtreding : 29-06-2006>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 136quater. <ingevoegd bij W 2005-12-27/34, art. 20; Inwerkingtreding : 29-06-2006> Wanneer bij de raadkamer of bij de kamer van inbeschuldigingstelling een gerechtelijk onderzoek aanhangig gemaakt wordt, dat gevoerd wordt op vordering van de federale procureur overeenkomstig artikel 47duodecies, § 3, zijn zij bevoegd ervan kennis te nemen, ongeacht de plaats van het misdrijf, de plaats waar de verdachte verblijft of van de plaats waar deze kan worden gevonden.
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 136quinquies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK XII. [1 - PROCEDURELE BEPALINGEN INZAKE DE OPSCHORTING VAN DE UITSPRAAK VAN DE VEROORDELING.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 136quinquies. [1 § 1. Tot opschorting kan worden besloten door de raadkamer op het ogenblik dat zij zich dient uit te spreken op het verslag van de onderzoeksrechter in de vorm en onder de voorwaarden bepaald in artikel 127.    In geval van rechtstreekse dagvaarding door de burgerlijke partij, kan het openbaar ministerie, indien het oordeelt dat er aanleiding tot opschorting kan bestaan, de onderzoeksrechter vorderen het instellen van een onderzoek te gelasten. Van die vordering wordt kennis gegeven aan de griffier van de rechtbank waarvoor de rechtstreekse dagvaarding is geschied, aan de dagvaardende partij, aan de gedaagde en aan hun raadsmannen. Zij heeft tot gevolg dat de zaak aan de rechtbank wordt onttrokken.    Wanneer een vordering tot opschorting met toepassing van het eerste en tweede lid wordt aangebracht bij de rechter die de raadkamer voorzit, bepaalt deze de plaats, de dag en het uur van de verschijning overeenkomstig, artikel 127, doet hij deze vaststelling en de griffier geeft bij aangetekende zending bericht aan de burgerlijke partij of de eiser en aan de verdachte of de gedaagde en aan hun raadsmannen, indien er aangewezen zijn in het geding, op zijn minst tien dagen voor de verschijning. Gedurende deze termijn wordt het dossier op de griffie ter beschikking van de partijen gehouden.    Tot de opschorting kan ook door de kamer van inbeschuldigingstelling worden besloten in de gevallen bepaald bij het eerste lid van artikel 230 en overeenkomstig de nadere regels voorgeschreven in de artikelen 219 en 223 tot 225.    Is het onderzoeksgerecht van oordeel dat er geen reden bestaat om de opschorting uit te spreken, dan verleent het een beschikking van buitenvervolgingstelling of een beschikking van verwijzing naar het bevoegde gerecht.    § 2. De procureur des Konings en de verdachte kunnen tegen de beschikking van de raadkamer waarbij de opschorting wordt uitgesproken, in beroep gaan, om reden dat aan de voorwaarden tot verlening van de opschorting niet voldaan is.    Het beroep, dat binnen vierentwintig uren wordt aangetekend, wordt voor de kamer van inbeschuldigingstelling gebracht.    § 3. De raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling kunnen, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de verdachte, bevelen dat er getuigen zullen worden gehoord.    § 4. De kamer van inbeschuldigingstelling neemt kennis van het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer tot regeling van de burgerlijke belangen. Dat hoger beroep wordt ingesteld binnen dezelfde termijnen, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde vormen als hoger beroep in correctionele zaken.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-03-30/02, art. 44, 131; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 136sexies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK XII. [1 - PROCEDURELE BEPALINGEN INZAKE DE OPSCHORTING VAN DE UITSPRAAK VAN DE VEROORDELING.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 136sexies. [1 § 1. Is de zaak door het onderzoeksgerecht verwezen naar de rechtbank of door rechtstreekse dagvaarding bij de rechtbank aanhangig gemaakt, dan kunnen de vonnisgerechten tot opschorting besluiten.    § 2. Voor de toepassing van de maatregelen bepaald in paragraaf 1, kunnen de vonnisgerechten, op schriftelijke vordering van het openbaar ministerie of op schriftelijk verzoek van de verdachte, beslissen van de opschorting kennis te nemen in raadkamer, wanneer al de bij artikel 64, §§ 1 tot 3, van het Strafwetboek vereiste voorwaarden vervuld zijn.    De vordering of het verzoek wordt ter griffie van het gerecht dat uitspraak dient te doen, neergelegd voor de opening van de terechtzitting waarop de verschijning is vastgesteld. Er wordt uitspraak over gedaan in raadkamer, het openbaar ministerie en de verdachte of zijn raadsman gehoord. Bij afwijzing van het verzoek wordt de behandeling voortgezet in openbare terechtzitting.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-03-30/02, art. 45, 131; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 136septies · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111730 / HOOFDSTUK XII. [1 - PROCEDURELE BEPALINGEN INZAKE DE OPSCHORTING VAN DE UITSPRAAK VAN DE VEROORDELING.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 136septies.[1 De rechterlijke beslissingen die de opschorting gelasten, worden in openbare terechtzitting uitgesproken.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2026-03-30/02, art. 46, 131; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 137 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § I. (BEVOEGDHEID VAN DE POLITIERECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 80°>

    Lees de volledige brontekst
    Artikel 137. <Opgeheven bij W 2026-03-11/03, art. 120, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 138 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § I. (BEVOEGDHEID VAN DE POLITIERECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 80°>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 138. <KB 252 08-03-1936, art. 1> (Onverminderd het recht van de procureur des Konings om een opsporingsonderzoek in te stellen of een gerechtelijk onderzoek te vorderen [2 ...]2, neemt [2 de politierechtbank]2 [2 ...]2 kennis :) <W 10-10-1967, art. 91, § 2>   1° Van de misdrijven in het Veldwetboek omschreven;   2° Van de misdrijven in het Boswetboek omschreven;   3° (Van de misdrijven omschreven in de besluitwet betreffende de beteugeling van dronkenschap, met uitzondering van die van artikel 8 en van artikel 11, eerste en tweede lid); <B 14-11-1939, art. 19>   4° Van de misdrijven omschreven in de wetten op de riviervisserij;   5° (...); <W 03-06-1957, art. 114, § 2, 3°>   6° (van de misdrijven omschreven in de wetten en verordeningen op de barelen, de openbare en geregelde diensten van gemeenschappelijk vervoer te land en te water, de wegen te land en te water en het wegverkeer;) <W 1994-07-11/33, art. 5, 1°, 007; Inwerkingtreding : 01-01-1995>   (6°bis. [2 Van de misdrijven bedoeld in de artikelen 107, 107/1 en 218 van het Strafwetboek]2   6°ter. (van de [2 misdrijven]2 omschreven in de artikelen 22, 23 en 26 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen en van het rechtsmiddel bedoeld in artikel 21 § 4 van dezelfde wet, in geval van inbeslagneming van deze voertuigen.) <W 2006-12-27/33, art. 28, 032; Inwerkingtreding : 07-01-2007>   7° Van de misdrijven omschreven in de provincieverordeningen, met uitzondering van de verordeningen door de provinciegouverneurs en de arrondissementscommissarissen vastgesteld krachtens de artikelen 128 en 139 van de provinciewet;   8° Van de misdrijven omschreven in de gemeenteverordeningen;   9° (...); <W 10-07-1967, art. 1, 81°>   10° Van de misdrijven omschreven in het koninklijk besluit van 6 december 1897 betreffende de politie over het militair domein;   11° Van het misdrijf omschreven in artikel 4 van de wet van 30 juli 1922 waarbij een verlofbrief voor de vogelvangst met netten ingevoerd wordt;   12° Van de misdrijven omschreven in de wet van 24 juli 1923 ter bescherming van militaire duiven en ter beteugeling van het aanwenden van duiven voor verspieding, met uitzondering van de misdrijven van artikel 11;   13° (Van de misdrijven omschreven in de artikelen 77 tot 79 van de besluitwet van 25 februari 1947 tot coördinatie en wijziging van de wetten betreffende de pensioenregeling voor de mijnwerkers en de ermee gelijkgestelden); <W 10-07-1967, art. 1, 81°>   14° (Van de misdrijven omschreven in de artikelen 155 en 158 van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 19 december 1939); <W 10-07-1967, art. 1, 81°>   15° Van de [2 misdrijven]2 waarvan de kennisneming hun door een bijzondere bepaling is opgedragen.   ----------   (1)<W 2009-12-30/13, art. 2, 038; Inwerkingtreding : 25-01-2010>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 121, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 138 · Vlaanderen

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § I. (BEVOEGDHEID VAN DE POLITIERECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 80°>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 138_VLAAMS_GEWEST.    <KB 252 08-03-1936, art. 1> (Onverminderd het recht van de procureur des Konings om een opsporingsonderzoek in te stellen of een gerechtelijk onderzoek te vorderen inzake wanbedrijven, neemt zij bovendien kennis :) <W 10-10-1967, art. 91, § 2>   1° Van de misdrijven in het Veldwetboek omschreven;   2° [2 ...]2   3° (Van de misdrijven omschreven in de besluitwet betreffende de beteugeling van dronkenschap, met uitzondering van die van artikel 8 en van artikel 11, eerste en tweede lid); <B 14-11-1939, art. 19>   4° Van de misdrijven omschreven in de wetten op de riviervisserij;   5° (...); <W 03-06-1957, art. 114, § 2, 3°>   6° (van de misdrijven omschreven in de wetten en verordeningen op de barelen, de openbare en geregelde diensten van gemeenschappelijk vervoer te land en te water, de wegen te land en te water en het wegverkeer;) <W 1994-07-11/33, art. 5, 1°, 007; Inwerkingtreding : 01-01-1995>   (6°bis. Van de wanbedrijven omschreven in de artikelen 418 tot (420) van het Strafwetboek, wanneer de doding, de slagen of verwondingen het gevolg zijn van een verkeersongeval [1 en in artikel 422 van het Strafwetboek]1.) <W 2003-02-07/38, art. 42, 020; Inwerkingtreding : 01-03-2004> <W 2005-07-20/52, art. 26, 1°, 030; Inwerkingtreding : 31-03-2006>   6°ter. (van de wanbedrijven omschreven in de artikelen 22, 23 en 26 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen en van het rechtsmiddel bedoeld in artikel 21 § 4 van dezelfde wet, in geval van inbeslagneming van deze voertuigen.) <W 2006-12-27/33, art. 28, 032; Inwerkingtreding : 07-01-2007>   7° Van de misdrijven omschreven in de provincieverordeningen, met uitzondering van de verordeningen door de provinciegouverneurs en de arrondissementscommissarissen vastgesteld krachtens de artikelen 128 en 139 van de provinciewet;   8° Van de misdrijven omschreven in de gemeenteverordeningen;   9° (...); <W 10-07-1967, art. 1, 81°>   10° Van de misdrijven omschreven in het koninklijk besluit van 6 december 1897 betreffende de politie over het militair domein;   11° Van het misdrijf omschreven in artikel 4 van de wet van 30 juli 1922 waarbij een verlofbrief voor de vogelvangst met netten ingevoerd wordt;   12° Van de misdrijven omschreven in de wet van 24 juli 1923 ter bescherming van militaire duiven en ter beteugeling van het aanwenden van duiven voor verspieding, met uitzondering van de misdrijven van artikel 11;   13° (Van de misdrijven omschreven in de artikelen 77 tot 79 van de besluitwet van 25 februari 1947 tot coördinatie en wijziging van de wetten betreffende de pensioenregeling voor de mijnwerkers en de ermee gelijkgestelden); <W 10-07-1967, art. 1, 81°>   14° (Van de misdrijven omschreven in de artikelen 155 en 158 van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 19 december 1939); <W 10-07-1967, art. 1, 81°>   15° Van de wanbedrijven waarvan de kennisneming hun door een bijzondere bepaling is opgedragen.   ----------   (1)<W 2009-12-30/13, art. 2, 038; Inwerkingtreding : 25-01-2010>   (2)<DVR 2022-07-01/16, art. 2, 072; Inwerkingtreding : 08-08-2022>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 139 · Federaal

    Brontekst

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § I. (BEVOEGDHEID VAN DE POLITIERECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 80°>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 139. <KB 59 10-01-1935, art. 1> Gelijkelijk bevoegd zijn de politierechtbank van de plaats van het misdrijf, die van de verblijfplaats van de verdachte (, die van de maatschappelijke zetel van de rechtspersoon, die van de bedrijfszetel van de rechtspersoon) en die van de plaats waar de verdachte is gevonden. <W 1999-05-04/60, art. 14, 010; Inwerkingtreding : 02-07-1999>   [1 Als het gaat om [2 misdrijven]2 die zijn gepleegd buiten het Belgische grondgebied, en aan geen van de in het eerste lid bedoelde criteria wordt voldaan, zijn de rechtbanken van de laatste gekende verblijfplaats van het slachtoffer of, bij gebreke daarvan, die in Brussel, bevoegd.]1   (Wanneer bij de rechtbank een feit aanhangig wordt gemaakt dat aanleiding heeft gegeven tot een gerechtelijk onderzoek, dat gevoerd wordt op vordering van de federale procureur overeenkomstig artikel 47duodecies, § 3, is deze bevoegd daarvan kennis te nemen, ongeacht de plaats van het misdrijf, de plaats waar de verdachte verblijft of van de plaats waar deze kan worden gevonden.) <W 2005-12-27/34, art. 21, 029; Inwerkingtreding : 29-06-2006>   ----------   (1)<W 2024-04-09/07, art. 43, 079; Inwerkingtreding : 28-04-2024>   (2)<W 2026-03-11/03, art. 122, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 140 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § I. (BEVOEGDHEID VAN DE POLITIERECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 80°>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 140. <Opgeheven bij W 2026-03-11/03, art. 122, 085; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 141 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § I. (BEVOEGDHEID VAN DE POLITIERECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 80°>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 141. (Opgeheven) <KB 12-01-1970, art. 2, 3°>
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 142 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § I. (BEVOEGDHEID VAN DE POLITIERECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 80°>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 142. (Opgeheven) <W 10-07-1967, art. 1, 85°>
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 143 · Federaal

    Opheffingsvermelding

    Justel 1808111930 / BOEK II. - HET GERECHT. / TITEL I. - (POLITIERECHTBANKEN EN CORRECTIONELE RECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 78°> / HOOFDSTUK I. - (POLITIERECHTBANKEN.) <W 10-07-1967, art. 1, 79°> / § I. (BEVOEGDHEID VAN DE POLITIERECHTBANKEN). <W 10-07-1967, art. 1, 80°>

    Lees de volledige brontekst
    Art. 143. (Opgeheven) <W 10-07-1967, art. 1, 85°>
    Open officiële bron ↗