Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 3. - Beroep tegen de door de sociaal inspecteurs genomen maatregelen
Lees de volledige brontekst
Art. 53.Formele garanties
§ 1. De inbeslagnemingen en de verzegelingen verricht op basis van de artikelen 35 en 38 en de maatregelen genomen door de sociaal inspecteurs ter uitvoering van de artikelen 31, 37, en 43 tot 49 moeten het voorwerp uitmaken van een schriftelijke vaststelling.
De in artikel 28, § 3, bedoelde opsporingsmaatregelen en, in voorkomend geval, de onderzoeksmaatregelen die er uit voortvloeien en welke op die plaats worden uitgevoerd, moeten eveneens het voorwerp uitmaken van een schriftelijke vaststelling.
§ 2. De schriftelijke vaststelling wordt persoonlijk overhandigd aan de werkgever, zijn aangestelde [1 , zijn lasthebber of de zelfstandige]1, die tekent voor ontvangst.
[2 Indien de werkgever, zijn aangestelde, zijn lasthebber of de zelfstandige niet aanwezig is, wordt de schriftelijke vaststelling onmiddellijk achtergelaten. Binnen een termijn van veertien dagen wordt tevens bij een aangetekende zending of elk ander middel dat de datum van de zending waarborgt, in beide gevallen met ontvangstbewijs, een kopie verstuurd naar de werkgever, zijn aangestelde, zijn lasthebber of de zelfstandige.]2
§ 3. Het in § 1 bedoelde geschrift moet minstens vermelden :
1° de datum en het uur waarop de maatregelen zijn genomen;
2° de identiteit van de sociaal inspecteurs, de hoedanigheid waarin zij optreden en de administratie waartoe zij behoren;
3° de genomen maatregelen;
4° de weergave van de tekst van de artikelen 209 en 210;
5° de rechtsmiddelen tegen de maatregelen, het bevoegde gerechtelijk arrondissement en de weergave van de tekst van artikel 2 van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht;
6° de overheidsinstelling die in geval van beroep moet worden gedagvaard.
Wanneer de maatregelen bedoeld in het eerste lid, 3°, betrekking hebben op de in artikel 28, § 3, bedoelde opsporingsmaatregelen en, in voorkomend geval, op de onderzoeksmaatregelen die eruit voortvloeien en welke op die plaats werden uitgevoerd, bevat de beschrijving onder meer de volgende gegevens :
1° de beschrijving van de plaats of de plaatsen waar deze opsporings- of onderzoeksmaatregelen hebben plaats gevonden;
2° de wetgeving waarop toezicht wordt uitgeoefend en waarop zich een inbreuk heeft voorgedaan of mogelijk heeft voorgedaan die deze opsporings- of onderzoeksmaatregelen noodzakelijk maakt;
3° de lijst van de informatiedragers bedoeld in artikel 28, § 1, die werden opgespoord en, in voorkomend geval, die ter plaatse werden onderzocht;
4° de beschrijving van de feiten waaruit blijkt dat de bedoelde opsporingsmaatregelen of onderzoeksmaatregelen zijn gebeurd in de gevallen en onder de voorwaarden bedoeld bij artikel 28, § 3;
5° de verantwoording van het feit dat het met de bedoelde opsporings- of onderzoeksmaatregelen beoogde resultaat niet kon worden bereikt met andere, minder ingrijpende maatregelen.
----------
(1)<W 2016-02-29/09, art. 4, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>
(2)<W 2023-05-13/17, art. 4, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>