Gratis brononderzoek

Sociaal Strafwetboek

Sociaalrechtelijke inbreuken, toezicht en sancties.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-06-01

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

393 bronvarianten

  1. Art. 49/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 3/1. [1 - Bijzondere bevoegdheid van de sociaal inspecteurs op het vlak van de betaling van het loon door de werkgever.]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 49/1. [1 Schriftelijke kennisgeving van een zwaarwichtige inbreuk door de werkgever op zijn verplichting om tijdig het loon te betalen.    De sociaal inspecteurs kunnen de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers, schriftelijk in kennis stellen van de omstandigheid dat hun aannemers of de na deze aannemers komende onderaannemers, op zwaarwichtige wijze tekortschieten in hun verplichting het aan hun werknemers verschuldigde loon tijdig te betalen.    Deze kennisgeving vermeldt :    1° het aantal en de identiteit van de werknemers waarvan de inspectie heeft vastgesteld dat zij prestaties hebben geleverd in het raam van werken die de bestemmeling van de kennisgeving hetzij rechtstreeks, hetzij via intermediaire aannemers of onderaannemers laat uitvoeren;    2° het loon waarop de betrokken werknemers recht hebben ten laste van de werkgever;    3° het gedeelte van het loon waarop de werknemers recht hebben, dat niet werd betaald door de werkgever gedurende de voorafgaande betaalperiode;    4° het gemiddeld aantal werknemers die op het ogenblik van de kennisgeving worden tewerkgesteld door de aannemer of de onderaannemer waarop de kennisgeving betrekking heeft;    5° het door de Koning bepaalde minimumloon zoals bepaald in artikel 35/3, § 3, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers;    6° het in artikel 35/3, § 3, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, bedoelde percentage;    7° de periode gedurende dewelke de hoofdelijke aansprakelijkheid geldt.    Een afschrift van de in het tweede lid bedoelde kennisgeving wordt overgezonden aan de aannemer of de onderaannemer waarop deze kennisgeving betrekking heeft.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2012-03-29/08, art. 75, 005; Inwerkingtreding : 16-04-2012>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 49/2 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 3/2. [1 Bijzondere bevoegdheid van de sociaal inspecteurs op het vlak van de tewerkstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land in België]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 49/2. [1 Schriftelijke kennisgeving van een tewerkstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land in België    De sociaal inspecteurs kunnen de aannemers bedoeld in artikel 35/9 en 35/10 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, schriftelijk in kennis stellen dat hun rechtstreekse of onrechtstreekse onderaannemer, een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt.    De sociaal inspecteurs kunnen de opdrachtgevers bedoeld in artikel 35/11 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, schriftelijk in kennis stellen dat hun aannemer of onderaannemer, een of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt.    Deze kennisgeving vermeldt :    1° het aantal en de identiteit van de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen waarvan de inspectie heeft vastgesteld dat zij prestaties hebben geleverd in het raam van de activiteiten die de bestemmeling van de kennisgeving laat uitvoeren;    2° de identiteit en het adres van de werkgever die de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen bedoeld in het derde lid, 1°, heeft tewerkgesteld;    3° de plaats waar de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen de prestaties bedoeld in het derde lid, 1°, hebben geleverd;    4° de identiteit en het adres van de bestemmeling van de kennisgeving.    Een afschrift van deze kennisgeving wordt door de sociaal inspecteurs overgezonden aan de werkgever die de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen bedoeld in de bepaling onder 1° heeft tewerkgesteld]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2013-02-11/13, art. 30, 009; Inwerkingtreding : 04-03-2013>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 49/3 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 3/3. [1 - Bijzondere bevoegdheid van de sociaal inspecteurs op het vlak van de bijzondere hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtstreekse contractant in geval van activiteiten in de bouwsector]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 49/3. [1 Schriftelijke kennisgeving op het vlak van de bijzondere hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtstreekse contractant in geval van activiteiten in de bouwsector.    De sociaal inspecteurs kunnen de opdrachtgevers bedoeld in artikel 35/6/3, § 1, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, schriftelijk in kennis stellen dat hun aannemer zijn verplichting niet nakomt om het verschuldigd loon te betalen aan de werknemers van deze aannemer.    De sociaal inspecteurs kunnen, naargelang het geval, de aannemers en de intermediaire aannemers bedoeld in artikel 35/6/3, § 2, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, schriftelijk in kennis stellen dat hun rechtstreekse onderaannemers hun verplichting niet nakomen om het verschuldigd loon te betalen aan de werknemers van deze onderaannemers.    Deze kennisgeving vermeldt :    1° het aantal en de identiteit van de werknemers waarvan de sociaal inspecteurs hebben vastgesteld dat zij prestaties hebben geleverd in het raam van de activiteiten in de bouwsector die, naargelang het geval :    - de opdrachtgever, die de kennisgeving heeft ontvangen, rechtstreeks laat uitvoeren via zijn aannemer die werkgever is van voormelde werknemers;    - de aannemer of de intermediaire aannemer, die de kennisgeving heeft ontvangen, rechtstreeks laat uitvoeren via zijn onderaannemer die werkgever is van voormelde werknemers;    2° de identiteit en het adres van, naargelang het geval, de tewerkstellende aannemer of onderaannemer bedoeld in 1° die zijn verplichting niet is nagekomen om het verschuldigd loon te betalen aan zijn werknemers;    3° het loon waarop de betrokken werknemers recht hebben ten laste van hun werkgever maar dat niet werd uitbetaald door deze werkgever;    4° de plaats of de plaatsen waar de activiteiten in de bouwsector worden uitgevoerd door de werknemers bedoeld in 1° ;    5° de identiteit en het adres van de opdrachtgever, de aannemer of de intermediaire aannemer, die de kennisgeving heeft ontvangen.    Een afschrift van deze kennisgeving wordt overgezonden aan de bij deze kennisgeving betrokken werkgever.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2016-12-11/03, art. 26, 021; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 49/4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 3/4. [1 - De bijzondere bevoegdheid van de sociaal inspecteurs in verband met de hoofdelijke aansprakelijkheid in geval van werkzaamheden in de verhuissector]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 49/4. [1 De schriftelijke kennisgeving van de invoering van de identificatiegegevens van een onderneming in de databank bedoeld in artikel 35/15 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers    De sociaal inspecteurs brengen de hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in artikel 35/6/8 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers schriftelijk ervan op de hoogte dat, naargelang van het geval, de identificatiegegevens van hun aannemer of van de onderaannemer die na hem volgt, ingevoerd werden in de databank bedoeld in artikel 35/15 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.    Deze kennisgeving vermeldt:    1° de identificatiegegevens van de aannemer werkgever of van de onderaannemer werkgever, zoals vastgesteld in artikel 35/15 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers;    2° de datum waarop voormelde identificatiegegevens ingevoerd werden in de databank bedoeld in het artikel 35/15 van de voormelde wet van 12 april 1965;    3° de identiteit en het adres van de hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in artikel 35/6/8 van de voormelde wet van 12 april 1965, die de ontvangers zijn van deze kennisgeving;    4° de plaats(en) waar, naar gelang van het geval, de werkzaamheden in de verhuissector in de zin van artikel 35/6/6, § 1, 1°, van de wet van 12 april 1965, uitgevoerd worden door de werknemers van, naar gelang van het geval, de aannemer werkgever of de onderaannemer werkgever ten behoeve van de hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in artikel 35/6/8 van dezelfde wet van 12 april 1965.    Een afschrift van de in het tweede lid bedoelde kennisgeving wordt overgemaakt aan de aannemer of de onderaannemer waarop deze kennisgeving betrekking heeft.    De Koning kan aan de in het tweede lid opgenomen lijst andere vermeldingen toevoegen.    De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens bedoeld in paragraaf 2 en de gegevens die krachtens paragraaf 4 worden toegevoegd.    De in het tweede lid bedoelde gegevens en deze toegevoegd krachtens het vierde lid worden door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg bewaard zolang de identificatiegegevens van de werkgever aannemer of de werkgever onderaannemer, bedoeld in artikel 35/15 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, in de databank bedoeld in datzelfde artikel 35/15 zijn opgenomen, zonder dat deze bewaring evenwel langer kan duren dan vijf jaar te rekenen vanaf de verzending van de kennisgeving aan de hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in artikel 35/6/8 van dezelfde wet van 12 april 1965.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/19, art. 166, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2025>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 50 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 4. - Hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie

    Lees de volledige brontekst
    Art. 50. Aanwijzing   De door de Koning aangewezen sociaal inspecteurs worden bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings en van de arbeidsauditeur.   De Koning bepaalt de voorwaarden betreffende de ervaring en de opleiding van deze sociaal inspecteurs.
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 51 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 4. - Hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie

    Lees de volledige brontekst
    Art. 51. Bevoegdheden van sociaal inspecteurs officier van gerechtelijke politie   De bevoegdheden van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings en van de arbeidsauditeur, toegekend aan de door de Koning aangewezen sociaal inspecteurs, kunnen slechts worden uitgeoefend met het oog op de opsporing en vaststelling van de inbreuken bedoeld in dit Wetboek en [3 evenals inbreuken op andere nationale en Europese regelgeving controle wegvervoer waarvoor de sociaal inspecteurs belast zijn met het toezicht op de naleving ervan]3 in [2 de artikelen 258 tot 260 van het Strafwetboek]2.   [1 De sociaal inspecteurs met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie behouden de in artikel 21 bedoelde beoordelingsbevoegdheid wanneer ze buiten de door de rechterlijke overheid opgelegde taken optreden.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 26, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 9, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>   (3)<W 2026-05-30/01, art. 137, 075; Inwerkingtreding : 11-06-2026>
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 52 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 4. - Hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie

    Lees de volledige brontekst
    Art. 52. Eedaflegging   Om hun bevoegdheden van officier van gerechtelijke politie te kunnen uitoefenen, leggen de sociaal inspecteurs bedoeld in artikel 50, in handen van de procureur-generaal van het rechtsgebied van hun woonplaats, de eed af in de volgende bewoordingen :   " Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk en het mij opgedragen ambt trouw waar te nemen. ".   Zij kunnen hun bevoegdheden buiten het rechtsgebied van hun woonplaats uitoefenen.
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 53 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 3. - Beroep tegen de door de sociaal inspecteurs genomen maatregelen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 53.Formele garanties   § 1. De inbeslagnemingen en de verzegelingen verricht op basis van de artikelen 35 en 38 en de maatregelen genomen door de sociaal inspecteurs ter uitvoering van de artikelen 31, 37, en 43 tot 49 moeten het voorwerp uitmaken van een schriftelijke vaststelling.   De in artikel 28, § 3, bedoelde opsporingsmaatregelen en, in voorkomend geval, de onderzoeksmaatregelen die er uit voortvloeien en welke op die plaats worden uitgevoerd, moeten eveneens het voorwerp uitmaken van een schriftelijke vaststelling.   § 2. De schriftelijke vaststelling wordt persoonlijk overhandigd aan de werkgever, zijn aangestelde [1 , zijn lasthebber of de zelfstandige]1, die tekent voor ontvangst.   [2 Indien de werkgever, zijn aangestelde, zijn lasthebber of de zelfstandige niet aanwezig is, wordt de schriftelijke vaststelling onmiddellijk achtergelaten. Binnen een termijn van veertien dagen wordt tevens bij een aangetekende zending of elk ander middel dat de datum van de zending waarborgt, in beide gevallen met ontvangstbewijs, een kopie verstuurd naar de werkgever, zijn aangestelde, zijn lasthebber of de zelfstandige.]2   § 3. Het in § 1 bedoelde geschrift moet minstens vermelden :   1° de datum en het uur waarop de maatregelen zijn genomen;   2° de identiteit van de sociaal inspecteurs, de hoedanigheid waarin zij optreden en de administratie waartoe zij behoren;   3° de genomen maatregelen;   4° de weergave van de tekst van de artikelen 209 en 210;   5° de rechtsmiddelen tegen de maatregelen, het bevoegde gerechtelijk arrondissement en de weergave van de tekst van artikel 2 van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht;   6° de overheidsinstelling die in geval van beroep moet worden gedagvaard.   Wanneer de maatregelen bedoeld in het eerste lid, 3°, betrekking hebben op de in artikel 28, § 3, bedoelde opsporingsmaatregelen en, in voorkomend geval, op de onderzoeksmaatregelen die eruit voortvloeien en welke op die plaats werden uitgevoerd, bevat de beschrijving onder meer de volgende gegevens :   1° de beschrijving van de plaats of de plaatsen waar deze opsporings- of onderzoeksmaatregelen hebben plaats gevonden;   2° de wetgeving waarop toezicht wordt uitgeoefend en waarop zich een inbreuk heeft voorgedaan of mogelijk heeft voorgedaan die deze opsporings- of onderzoeksmaatregelen noodzakelijk maakt;   3° de lijst van de informatiedragers bedoeld in artikel 28, § 1, die werden opgespoord en, in voorkomend geval, die ter plaatse werden onderzocht;   4° de beschrijving van de feiten waaruit blijkt dat de bedoelde opsporingsmaatregelen of onderzoeksmaatregelen zijn gebeurd in de gevallen en onder de voorwaarden bedoeld bij artikel 28, § 3;   5° de verantwoording van het feit dat het met de bedoelde opsporings- of onderzoeksmaatregelen beoogde resultaat niet kon worden bereikt met andere, minder ingrijpende maatregelen.   ----------   (1)<W 2016-02-29/09, art. 4, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>   (2)<W 2023-05-13/17, art. 4, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 54 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 4. - Overlegging en mededeling van de gegevens

    Lees de volledige brontekst
    Art. 54. Mededeling van inlichtingen door de sociaal inspecteurs aan andere administraties   Wanneer zij zulks nodig achten, delen de sociaal inspecteurs de inlichtingen die zij tijdens hun onderzoek hebben ingewonnen mee aan de openbare en aan de meewerkende instellingen van sociale zekerheid, aan de sociaal inspecteurs van de andere inspectiediensten, alsook aan alle ambtenaren belast met het toezicht op een andere wetgeving of met de toepassing van een andere wetgeving, in de mate dat die inlichtingen laatstgenoemden kunnen aanbelangen bij de uitoefening van het toezicht waarmee zij belast zijn of voor de toepassing van een andere wetgeving.   Deze inlichtingen moeten verplicht worden meegedeeld wanneer de openbare instellingen van sociale zekerheid, de sociaal inspecteurs van de andere inspectiediensten of de andere ambtenaren belast met het toezicht of met de toepassing van een andere wetgeving erom verzoeken.   Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.   Inlichtingen betreffende medische gegevens van persoonlijke aard mogen slechts worden meegedeeld of gebruikt met inachtneming van het medisch beroepsgeheim.
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 55 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 4. - Overlegging en mededeling van de gegevens

    Lees de volledige brontekst
    Art. 55. Mededeling van inlichtingen aan de sociaal inspecteurs door andere administraties   Onverminderd artikel 44/1 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, zijn alle diensten van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, de provincies, de gemeenten, de verenigingen waartoe ze behoren, de openbare instellingen die ervan afhangen, alsmede van alle openbare en meewerkende instellingen van sociale zekerheid, gehouden aan de sociaal inspecteurs, op hun verzoek, alle inlichtingen te geven die laatstgenoemden nuttig achten voor het toezicht op de naleving van de wetgeving waarmee zij belast zijn, alsmede gelijk welke informatiedragers ter inzage over te leggen en kopieën ervan te verstrekken onder gelijk welke vorm.   Alle voornoemde diensten zijn verplicht die inlichtingen en die kopieën kosteloos te verstrekken.   Een samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de gemeenschappen en de gewesten, bedoeld bij artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, regelt de mededeling van inlichtingen aan de sociaal inspecteurs door de diensten van de gemeenschappen en de gewesten, de kosten die er betrekking op hebben, alsmede andere vormen van wederzijdse bijstand en samenwerking.   De inlichtingen en informatiedragers verzameld tijdens de uitvoering van de taken opgelegd door de rechterlijke overheid mogen evenwel enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke machtiging van de rechterlijke overheid.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 56 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 4. - Overlegging en mededeling van de gegevens

    Lees de volledige brontekst
    Art. 56. Gebruikmaking van inlichtingen die verkregen zijn van andere administraties of inspectiediensten   De openbare en meewerkende instellingen van sociale zekerheid, de sociaal inspecteurs, de sociaal inspecteurs van de andere inspectiediensten, alsook alle ambtenaren belast met het toezicht op een andere wetgeving, mogen de inlichtingen verkregen op grond van respectievelijk artikelen 54 of 55 gebruiken voor de uitoefening van alle opdrachten betreffende het toezicht waarmee ze belast zijn.
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 57 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 4. - Overlegging en mededeling van de gegevens

    Lees de volledige brontekst
    Art. 57. Gegevensuitwisseling en andere vormen van samenwerking met de arbeidsinspecties van de andere lidstaten van de Internationale Arbeidsorganisatie en de Staten die Verdrag nr. 81 van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel niet hebben ondertekend   Met de arbeidsinspecties van de andere lidstaten van de Internationale Arbeidsorganisatie, waar het Verdrag nr. 81 betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel, goedgekeurd bij de wet van 29 maart 1957, gelding heeft, mogen de sociaal inspecteurs alle inlichtingen uitwisselen die van nut kunnen zijn voor de uitoefening van het toezicht waarmee elk van hen belast is.   Van de inlichtingen die van de arbeidsinspecties van de andere lidstaten van de Internationale Arbeidsorganisatie worden verkregen, wordt op dezelfde wijze gebruik gemaakt als van de soortgelijke inlichtingen die de sociaal inspecteurs rechtstreeks inzamelen.   De inlichtingen ten behoeve van de arbeidsinspecties van die lidstaten worden op dezelfde wijze ingezameld door de sociaal inspecteurs als de soortgelijke inlichtingen die zij inzamelen voor de uitoefening van het toezicht waarmee zij zelf belast zijn.   De administraties waartoe de sociaal inspecteurs behoren kunnen eveneens, ter uitvoering van een akkoord dat met de bevoegde autoriteiten van een lidstaat van de Internationale Arbeidsorganisatie wordt gesloten, op het nationale grondgebied de aanwezigheid toestaan van ambtenaren van de arbeidsinspectie van die lidstaat om alle inlichtingen in te zamelen die van nut kunnen zijn voor de uitoefening van het toezicht waarmee laatstgenoemden belast zijn.   De inlichtingen die door een sociaal inspecteur in het buitenland worden ingezameld in het kader van een akkoord dat met een lidstaat van de Internationale Arbeidsorganisatie is gesloten, kunnen in dezelfde voorwaarden worden gebruikt als de inlichtingen die hier te lande door de sociaal inspecteurs worden ingezameld.   Ter uitvoering van een dergelijk akkoord kunnen de administraties waartoe de sociaal inspecteurs behoren met de arbeidsinspecties van de andere lidstaten van de Internationale Arbeidsorganisatie bedoeld in het eerste lid eveneens overgaan tot andere vormen van wederzijdse bijstand en samenwerking.   Het bepaalde in het eerste tot zesde lid is tevens van toepassing op de akkoorden gesloten inzake uitwisseling van gegevens tussen de bevoegde Belgische autoriteiten en de bevoegde autoriteiten van de Staten die het Verdrag nr. 81 betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel, goedgekeurd bij de wet van 29 maart 1957, niet hebben ondertekend.
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 58 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 5. - Plichten van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 58. Vertrouwelijkheid van de gegevens   De sociaal inspecteurs moeten de nodige maatregelen nemen om het vertrouwelijk karakter te verzekeren van de sociale gegevens van persoonlijke aard waarvan ze kennis hebben gekregen in de uitoefening van hun opdracht en om te verzekeren dat deze gegevens uitsluitend worden aangewend voor de uitoefening van hun toezichtopdracht.   [2 Hij die het eerste lid schendt, zelfs voor de rechtbanken, wordt gestraft met de straffen bepaald in [3 artikel 352]3 van het Strafwetboek.]2   [1 ...]1   ----------   (1)<W 2016-02-29/09, art. 58, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>   (2)<W 2024-05-15/19, art. 28, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (3)<W 2026-03-16/16, art. 10, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 58/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 5. - Plichten van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 58/1. [1 Het geheim van het administratief onderzoek    Behoudens de wettelijke uitzonderingen is het administratief onderzoek geheim.    Eenieder die beroepshalve zijn medewerking dient te verlenen aan het administratief onderzoek, is tot geheimhouding verplicht.    Hij die dit geheim schendt, wordt gestraft met de straffen bepaald in [2 artikel 352]2 van het Strafwetboek.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/19, art. 29, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 11, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 59 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 5. - Plichten van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 59. [1 Geheimhoudingsplicht in geval van een klacht of een aangifte]1   Behoudens uitdrukkelijke machtiging van de indiener van een klacht of van een aangifte betreffende een inbreuk op de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen, mogen de sociaal inspecteurs in geen enkel geval, zelfs niet voor de rechtbanken, de naam van de indiener van deze klacht of van deze aangifte bekend maken.   Het is hun eveneens verboden aan de werkgever of aan zijn vertegenwoordiger te onthullen dat ingevolge een klacht of een aangifte een onderzoek werd ingesteld.   [1 Hij die deze geheimhoudingsplicht schendt, zelfs voor de rechtbanken, wordt gestraft met de straffen bepaald in [2 artikel 352]2 van het Strafwetboek.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 30, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>   (2)<W 2026-03-16/16, art. 12, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 60 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 5. - Plichten van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 60. Integriteitsplicht van de sociaal inspecteurs   De sociaal inspecteurs mogen geen enkel rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben in de ondernemingen of instellingen waarop zij toezicht dienen uit te oefenen.
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 61 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 5. - Plichten van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 61.Voorschriften inzake de plichtenleer   De sociaal inspecteurs dienen bij het uitvoeren van hun toezichtopdracht de voorschriften inzake de plichtenleer in acht te nemen.   [1 Overeenkomstig artikel 14ter, tweede lid, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel bepalen de ministers, onder wiens bevoegdheid de sociaal inspecteurs vallen, de aanvullende deontologische regels van de sociaal inspecteurs, met het respect voor het deontologische kader voor de ambtenaren van het federaal administratief openbaar ambt, na advies van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, zoals bedoeld in artikel 3.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 31, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 62 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 3. - Processen-verbaal / HOOFDSTUK 1. - Processen-verbaal van verhoor

    Lees de volledige brontekst
    Art. 62. Het verhoor   Bij het verhoren van personen, ongeacht in welke hoedanigheid zij worden verhoord, worden ten minste de volgende regels in acht genomen :   1° ieder verhoor begint met de mededeling aan de ondervraagde persoon dat :   a) hij kan vragen dat alle vragen die hem worden gesteld en alle antwoorden die hij geeft, worden genoteerd in de gebruikte bewoordingen;   b) hij kan vragen dat iedere maatregel behorende tot de bevoegdheid van de sociaal inspecteurs krachtens dit Wetboek wordt verricht;   c) zijn verklaringen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt;   2° eenieder die wordt ondervraagd, mag gebruik maken van de documenten in zijn bezit, zonder dat daardoor het verhoor wordt uitgesteld. Hij mag, tijdens de ondervraging of later, eisen dat deze documenten bij het proces-verbaal van verhoor worden gevoegd;   3° het proces-verbaal vermeldt nauwkeurig het tijdstip waarop het verhoor wordt aangevat, eventueel onderbroken en hervat, alsook beëindigd. Het vermeldt nauwkeurig de identiteit van de personen die in het verhoor, of in een gedeelte daarvan, tussenkomen, en het tijdstip van hun aankomst en vertrek. Het vermeldt ook de bijzondere omstandigheden en alles wat op de verklaring of de omstandigheden waarin zij is afgelegd, een bijzonder licht kan werpen.   Aan het einde van het verhoor geeft men de ondervraagde persoon het proces-verbaal van zijn verhoor te lezen, tenzij hij vraagt dat het hem wordt voorgelezen. Er wordt hem gevraagd of hij zijn verklaringen wil verbeteren of daaraan iets wil toevoegen.    Indien de ondervraagde persoon zich in een andere taal dan die van de procedure wenst uit te drukken, wordt ofwel een beroep gedaan op een beëdigde tolk, ofwel worden zijn verklaringen genoteerd in zijn taal, ofwel wordt hem gevraagd zelf zijn verklaring te noteren. Zo het verhoor plaatsheeft met bijstand van een tolk worden diens identiteit en hoedanigheid vermeld.   Het proces-verbaal van verhoor geeft de tekst van dit artikel weer.
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 63 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 3. - Processen-verbaal / HOOFDSTUK 1. - Processen-verbaal van verhoor

    Lees de volledige brontekst
    Art. 63. Overhandiging van een kopie van de tekst van het verhoor aan de gehoorde persoon   Onverminderd de bepalingen in bijzondere wetten delen de sociaal inspecteurs die een persoon ondervragen, deze persoon mee dat hij kosteloos een kopie van de tekst van zijn verhoor kan verkrijgen.   Deze kopie wordt hem onmiddellijk of binnen de maand overhandigd of toegezonden.   Evenwel kan de door de Koning aangewezen ambtenaar, met een met redenen omklede beslissing, het tijdstip van deze mededeling uitstellen voor een eenmalig hernieuwbare termijn van ten hoogste drie maanden. Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier.   Het proces-verbaal van verhoor geeft de tekst van dit artikel weer.
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 64 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 3. - Processen-verbaal / HOOFDSTUK 2. - Processen-verbaal tot vaststelling van een inbreuk

    Lees de volledige brontekst
    Art. 64. Proces-verbaal tot vaststelling van een inbreuk   Ieder proces-verbaal tot vaststelling van een inbreuk op de bepalingen van dit Wetboek bevat minstens de volgende gegevens :   1° de identiteit van de verbaliserende ambtenaar;   2° de bepaling waaraan de verbaliserende ambtenaar zijn bevoegdheid tot optreden ontleent;   3° de plaats en de datum van de inbreuk;   4° de identiteit van de vermoedelijke dader en van de betrokkenen;   5° de wetsbepaling waarop inbreuk werd gepleegd;   6° een beknopt relaas van de feiten met betrekking tot de gepleegde inbreuken;   7° de datum en de plaats van opmaak van het proces-verbaal, het eventuele verband met andere processen-verbaal, en, in voorkomend geval, de inventaris van de bijlagen.   De Koning kan algemene vormregels opstellen die toepasselijk zijn voor de processen-verbaal tot vaststelling van een inbreuk.
    Open officiële bron ↗