Gratis brononderzoek

Sociaal Strafwetboek

Sociaalrechtelijke inbreuken, toezicht en sancties.

Zoek en lees de officiële bronteksten gratis. Gebruik Pro om geselecteerde artikelen te onderzoeken met uw dossierfeiten.

← Alle wetgeving

Deze bronopname bewaart gewestelijke varianten, opheffingsvermeldingen en eventuele latere inwerkingtredingen. Ze bepaalt niet automatisch welke versie op uw dossier van toepassing is. Controleer datum, regio en authentieke wijzigingen.

Bronopname: 2026-10-03 · Bijgewerkt volgens bron: 2026-06-01

Open officiële bron ↗

Onderzoek deze wet in Pro

Verbind maximaal vier artikelen uit deze bibliotheek met uw dossierfeiten. Ontvang een brongebonden analyse en exporteer een memo. Een bronvraag kost 1 AI-credit binnen uw bestaande Pro-abonnement.

Verken Pro voor deze wet →

Artikelen

393 bronvarianten

  1. Art. 15/4 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 1. - Beleid inzake preventie en toezicht / HOOFDSTUK 4. [1 - De overlegplatformen voor de bestrijding van sociale fraude]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 15/4.[1 De gegevensuitwisseling    § 1. Teneinde aan de diensten belast met de strijd tegen [2 sociale fraude, illegale arbeid, en sociale dumping]2 toe te laten op permanente wijze de noodzakelijke gegevens uit te wisselen, overeenkomstig de bepalingen voorzien in dit wetboek, duiden de leidend ambtenaren van de sociale inspectiediensten bedoeld in artikel 15/2 een sociaal inspecteur als effectief lid en een sociaal inspecteur als vervanger aan, belast met het waken over deze gegevensuitwisseling met naleving van de bepalingen opgesomd in artikel 54 tot 57 van dit wetboek. Indien mogelijk zal deze gegevensuitwisseling gebeuren door middel van een elektronisch platform.    § 2. Het elektronisch platform bedoeld in de vorige paragraaf kan de informatie die noodzakelijk is voor de strijd tegen de [2 sociale fraude, illegale arbeid, en sociale dumping]2 verzamelen, ontvangen, coördineren en verwerken en deze overmaken aan de openbare instellingen en aan de meewerkende instellingen van sociale zekerheid, aan de sociale inspecteurs van de sociale inspectiediensten, alsook aan alle ambtenaren die belast zijn met het toezicht op een andere wetgeving of met de toepassing van een andere wetgeving, voor zover deze inlichtingen hen van nut zijn bij de uitoefening van het toezicht waarmee zij belast zijn of voor de toepassing van een andere wetgeving. De leidend ambtenaren van de inspectiediensten bedoeld in artikel 15/2 duiden de verantwoordelijke ambtenaar voor de verwerking van deze gegevens aan.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2018-12-21/49, art. 69, 036; Inwerkingtreding : 01-01-2019>   (2)<W 2024-05-15/19, art. 10, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  2. Art. 15/5 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 1. - Beleid inzake preventie en toezicht / HOOFDSTUK 5. [1 Het wetenschappelijk Comité van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst]1

    Lees de volledige brontekst
    Art. 15/5. [1 Het wetenschappelijk Comité    Bij de SIOD wordt een wetenschappelijk Comité opgericht, dat samengesteld is uit leden die gespecialiseerd zijn in de materies die pertinent zijn voor de strijd tegen de sociale fraude, tegen de illegale arbeid of tegen de sociale dumping.    Onverminderd de bevoegdheden van de Adviesraad van het sociaal strafrecht, bedoeld in artikel 96, verricht dit wetenschappelijk Comité op verzoek van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst of op eigen initiatief onderzoeken, verricht het studies, geeft het adviezen of aanbevelingen over de materies die verband houden met sociale fraude, illegale arbeid of sociale dumping, met als doel de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst te helpen studies op dit gebied uit te voeren, de te voeren acties gerichter te maken en strategieën voor te bereiden om die fenomenen te tegen te gaan.    Dit Comité oefent zijn opdrachten in volledige onafhankelijkheid uit.    De Koning bepaalt de samenstelling van het Wetenschappelijk Comité evenals de regels in verband met de werking ervan.    De Koning bepaalt de onverenigbaarheden met betrekking tot de uitoefening van het beroep van de deskundigen.    De Koning benoemt de leden van het Comité.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/19, art. 12, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  3. Art. 16 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 16.Definities   Voor de toepassing van Boek I van dit Wetboek en de uitvoeringsmaatregelen ervan, wordt verstaan onder :   1° [5 sociaal inspecteurs:    a) de ambtenaren die onder het gezag staan van de ministers tot wiens bevoegdheid de werkgelegenheid en arbeid, de sociale zekerheid, de sociale zaken en volksgezondheid, de zelfstandigen behoren of die onder het gezag staan van de openbare instellingen die ervan afhangen, en die zijn belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit Wetboek, van de wetten bedoeld in boek 2 van dit Wetboek en van de andere wetten waarvoor zij belast zijn met het toezicht op de naleving ervan, alsmede met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van dit Wetboek en van voormelde wetten;    b) de personeelsleden die stagiair zijn, na afloop van het eerste trimester van de stage en na gunstig advies van hun hiërarchische overste en die onder het gezag staan van de ministers tot wiens bevoegdheid de werkgelegenheid en arbeid, de sociale zekerheid, de sociale zaken en volksgezondheid, de zelfstandigen behoren of die onder het gezag staan van de openbare instellingen die ervan afhangen, en die zijn belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit Wetboek, van de wetten bedoeld in boek 2 van dit Wetboek en van de andere wetten waarvoor zij belast zijn met het toezicht op de naleving ervan, alsmede met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van dit Wetboek en van voormelde wetten;    c) de aangeduide leden van de dienst van het Ministerie van Landsverdediging die belast is met het toezicht op het welzijn op het werk en die onder het gezag staat van de minister tot wiens bevoegdheid de defensie behoort, wanneer zij toezicht uitoefenen over de wetgeving inzake het welzijn op het werk;]5   2° " werknemers " : de personen die krachtens een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon en degenen die daarmee gelijkgesteld worden :   a) de personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon;   b) de personen die geen arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon maar die geheel of gedeeltelijk onderworpen zijn aan de wetgeving betreffende de sociale zekerheid van de werknemers;   3° " werkgevers " :   a) de personen die gezag over de werknemers uitoefenen;   b) de personen die ermee worden gelijkgesteld ingevolge een bepaling van sociaal recht;   c) met de werkgever worden ook gelijkgesteld :   - zij die kinderen arbeid doen verrichten of hen werkzaamheden doen uitvoeren;   - de invoerders van ruwe diamant;   - de reders;   - zij die een bureau voor arbeidsbemiddeling exploiteren of die een commissiegeld innen in het kader van de wetgeving betreffende het exploiteren van bureaus voor arbeidsbemiddeling tegen betaling;   - de gebruikers in het kader van de wetgeving betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, alsmede de personen die, voor eigen rekening, werknemers ter beschikking stellen van gebruikers;   [5 - degenen met wie een werknemer in contact komt als kandidaat voor een job;]5   4° " gerechtigden " : de personen die recht hebben op een sociale uitkering, hetzij op basis van de sociale zekerheid hetzij op basis van een regeling voor maatschappelijke bijstand, of andere voordelen toegekend door de reglementering waarop de sociaal inspecteurs toezicht uitoefenen, alsook zij die er aanspraak op maken;   5° " sociale gegevens " : alle gegevens die nodig zijn voor de toepassing van de wetgeving betreffende het arbeidsrecht en de sociale zekerheid;   6° " sociale gegevens van persoonlijke aard " : alle sociale gegevens met betrekking tot een [5 natuurlijke]5 persoon die is of kan worden geïdentificeerd;   7° " medische gegevens van persoonlijke aard " : alle sociale gegevens van persoonlijke aard waarvan men informatie kan afleiden over de vroegere, de huidige of de toekomstige fysieke of psychische gezondheidstoestand van de persoon die is of kan worden geïdentificeerd [5 ...]5;   8° " openbare instellingen van sociale zekerheid " : de openbare instellingen alsmede de federale Overheidsdiensten die belast zijn met de toepassing van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid;   9° " meewerkende instellingen van sociale zekerheid " :de privaatrechtelijke instellingen, die erkend zijn om mee te werken aan de toepassing van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid;   10° " arbeidsplaatsen " : alle plaatsen waar werkzaamheden worden verricht die aan het toezicht van de sociaal inspecteurs onderworpen zijn of waar personen tewerkgesteld zijn die onderworpen zijn aan de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen, en onder meer de ondernemingen, gedeelten van ondernemingen, inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, gebouwen, lokalen, plaatsen gelegen binnen het bedrijfsterrein, werven en werken buiten de ondernemingen;   11° " informatiedragers " : gelijk welke informatiedragers onder welke vorm ook, zoals boeken, registers, documenten, numerieke of digitale informatiedragers, schijven, banden en met inbegrip van deze die toegankelijk zijn door een informaticasysteem of door elk ander elektronisch apparaat;   12° " overtreder " : persoon aan wie een administratieve geldboete kan worden opgelegd;   13° " bevoegde administratie " : de administratie en de ambtenaren die door de Koning aangesteld zijn om administratieve geldboeten op te leggen.   [1 14° " de actoren van de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude " : de sociale inspectiediensten van de Federale Staat, de politie, de Sociale inlichtingen- en Opsporingsdienst, de bevoegde administratie, het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken, de onderzoeksrechters, het College van de procureurs-generaal [3 , de Directie van het epv en van het eDossier, de openbare instellingen van sociale zekerheid en de diensten die belast zijn met de invordering van de strafrechtelijke en de administratieve geldboeten]3;    15° " de elektronische identiteitskaart " : de elektronische identiteitskaart bedoeld in de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;    16° " het Beheerscomité " : het Beheerscomité van de databank [4 epv]4, bedoeld in artikel 100/8;    17° " het [4 epv]4 " : het proces-verbaal tot vaststelling van inbreuken dat wordt aangemaakt, opgeslagen en verzonden overeenkomstig het in artikel 100/2 bedoelde model via de daartoe ontworpen informaticatoepassing;    18° " de databank [4 epv]4 " : de databank die opgericht wordt door artikel 100/6 en waarin de gegevens van de e-PV's die opgenomen zijn in het in artikel 100/2 bedoelde model evenals de gegevens opgenomen in de bijlagen bij deze e-PV's, worden opgeslagen en bijgehouden;    19° " de Ginaa-databank " : de databank van de bevoegde administratie, die de gegevens bevat met betrekking tot de opdrachten die haar in of krachtens het eerste boek worden toegewezen;]1   [2 20° "datamining" : het gericht zoeken naar verbanden in gegevensverzamelingen met als doel profielen op te stellen voor meer diepgaand onderzoek;    21° "datamatching" : het vergelijken van twee sets van verzamelde data met elkaar;]2   [3 22° de Directie van het epv en van het eDossier: de Directie van het epv en van het eDossier van de Algemene Directie Arbeidsrecht en juridische studiën van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die als wettelijke opdrachten heeft om de ontwikkeling van het epv en het eDossier te coördineren ten behoeve van de betrokken actoren en om eventuele lacunes, verbeteringen of toevoegingen aan deze beide applicaties op te sporen, na te gaan en op te volgen;    23° het eDossier-platform: het informaticaplatform dat de actoren van de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude toelaat om onderling een volledige elektronische gegevensuitwisseling te realiseren vanaf de opening van een dossier, door de opstelling van een epv, tot en met de afsluiting van het dossier;    24° het eBericht: het elektronisch bericht waarmee het openbaar ministerie overeenkomstig artikel 93, § § 1 en 2, de inspectiedienst die het proces-verbaal tot vaststelling van een inbreuk heeft opgemaakt en de bevoegde administratie informeert over de genomen beslissing over de strafvordering uit hoofde van een inbreuk die opgenomen is in dit proces-verbaal;    25° de eBeslissing: de elektronische mededeling met toepassing van artikel 94, eerste lid, van de administratieve beslissing van de bevoegde administratie tot oplegging van de administratieve geldboete, tot schuldigverklaring of tot klassering zonder gevolg van de inbreuk aan de inspectiedienst die het proces-verbaal heeft opgemaakt en aan het openbaar ministerie.]3   ----------   (1)<W 2012-03-29/08, art. 85, 005; Inwerkingtreding : 16-04-2012>   (2)<W 2018-01-15/02, art. 30, 026; Inwerkingtreding : 01-04-2018>   (3)<W 2023-05-13/17, art. 2, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>   (4)<W 2023-05-13/17, art. 3, 060; Inwerkingtreding : 22-06-2023>   (5)<W 2024-05-15/19, art. 13, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  4. Art. 17 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 17.[1 § 1.]1 De met het toezicht belaste overheden   Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Koning aangewezen ambtenaren, de door de bevoegde overheden aangewezen ambtenaren, evenals de sociaal inspecteurs toezicht op de naleving van de bepalingen van dit Wetboek, van de wetten bedoeld in Boek 2 van dit Wetboek en van de andere wetten waarvoor zij belast zijn met het toezicht op de naleving ervan, alsmede op de naleving van de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van dit Wetboek en van voormelde wetten.   De Koning wijst de wetten en de uitvoeringsbesluiten aan waarvoor de diensten, waartoe de sociaal inspecteurs behoren, bevoegd zijn.   [1 § 2. Onverminderd de bevoegdheid van de politieambtenaren, zijn de sociaal inspecteurs van de volgende diensten of instellingen belast met het toezicht op de naleving in de ondernemingen van de verplichtingen opgelegd in het raam van [2 de maatregelen teneinde de gevolgen van de epidemische noodsituatie voor de volksgezondheid te voorkomen of beperken, genomen met toepassing van de artikelen 4 en 5 van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie]2, bedoeld bij artikel 238 van dit Wetboek :    - de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;    - de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;    - de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;    - de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;    - FEDRIS;    - het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;    - het Rijksinstituut voor de sociale verzekering der zelfstandigen.    Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder "ondernemingen" : "alle arbeidsplaatsen" zoals gedefinieerd in artikel 16, 10°, van dit Wetboek.    Om het toezicht uit te oefenen bedoeld bij het eerste lid beschikken de sociaal inspecteurs over de in de artikelen 23 tot 42 en 43 tot 49 van dit Wetboek bedoelde bevoegdheden.]1   ----------   (1)<KB 37 2020-06-24/10, art. 14, 045; Inwerkingtreding : 03-07-2020>   (2)<W 2021-08-14/01, art. 13, 050; Inwerkingtreding : 04-10-2021>
    Open officiële bron ↗
  5. Art. 18 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 18. Finaliteitsbeginsel   De sociaal inspecteurs oefenen de in dit hoofdstuk bedoelde bevoegdheden uit met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit Wetboek, van de wetten bedoeld in Boek 2 van dit Wetboek en van de andere wetten waarvoor zij belast zijn met het toezicht op de naleving ervan, alsmede met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van dit Wetboek en van voormelde wetten.
    Open officiële bron ↗
  6. Art. 19 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 19. Proportionaliteitsbeginsel   Bij de uitoefening van de in dit hoofdstuk bedoelde bevoegdheden dienen de sociaal inspecteurs er voor te zorgen dat de middelen die zij aanwenden passend en noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit Wetboek, van de wetten bedoeld in Boek 2 van dit Wetboek en van de andere wetten waarvoor zij belast zijn met het toezicht op de naleving ervan, alsmede voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van dit Wetboek en van voormelde wetten.
    Open officiële bron ↗
  7. Art. 20 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 20.Legitimatiebewijs   De sociaal inspecteurs oefenen hun opdrachten uit voorzien van het legitimatiebewijs van hun ambt.   De sociaal inspecteurs moeten hun legitimatiebewijs steeds voorleggen.   De Koning bepaalt het model van dit legitimatiebewijs.   [1 Wanneer de sociaal inspecteurs optreden met het oog op het opsporen en vaststellen van inbreuken op de antidiscriminatiewetgeving en zijn uitvoeringsbesluiten, zoals bedoeld in artikel 42/1 van dit Wetboek, dient het legitimatiebewijs niet voorgelegd te worden, noch dienen ze hun hoedanigheid mede te delen.]1   ----------   (1)<W 2018-01-15/02, art. 33, 026; Inwerkingtreding : 01-04-2018>
    Open officiële bron ↗
  8. Art. 21 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 21.De beoordelingsbevoegdheid van de sociaal inspecteurs   Onverminderd het vorderingsrecht van het openbaar ministerie en van de onderzoeksrechter, bedoeld in de artikelen 28ter, § 3, en 56, § 2, van het Wetboek van strafvordering, bezitten de sociaal inspecteurs een beoordelingsbevoegdheid om :   1° inlichtingen en adviezen te verschaffen, met name met betrekking tot de meest doeltreffende middelen voor de naleving van de bepalingen van dit Wetboek, van de wetten bedoeld in Boek II van dit Wetboek en van de andere wetten waarvoor zij belast zijn met het toezicht op de naleving ervan, alsmede voor de naleving van de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van dit Wetboek en van voormelde wetten, waarop ze toezicht houden;   2° waarschuwingen te geven;   3° de overtreder een termijn te verlenen om zich in regel te stellen;   4° de maatregelen te nemen, bedoeld in de artikelen 23 tot 49;   [1 4°/1 aan de opdrachtgever, de aannemers of de onderaannemers zoals bedoeld in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, een schriftelijke kennisgeving over te zenden zoals bepaald in artikel 49/1.]1   [2 4°/2 aan de aannemers en opdrachtgevers bedoeld in artikel 35/9 tot 35/11 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, de in artikel 49/2 van dit Wetboek bedoelde schriftelijke kennisgeving te verrichten.]2   [3 4°/3 aan de hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in de artikelen 35/6/1 tot 35/6/3 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, de in artikel 49/3 van dit Wetboek bedoelde schriftelijke kennisgeving te verrichten.]3   5° processen-verbaal op te maken tot vaststelling van de inbreuken op de bepalingen van dit Wetboek, van de wetten bedoeld in Boek II van dit Wetboek en van de andere wetten waarvoor zij belast zijn met het toezicht op de naleving ervan, alsmede op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van dit Wetboek en van voormelde wetten.   ----------   (1)<W 2012-03-29/08, art. 73, 005; Inwerkingtreding : 16-04-2012>   (2)<W 2013-02-11/13, art. 28, 009; Inwerkingtreding : 04-03-2013>   (3)<W 2016-12-11/03, art. 24, 021; Inwerkingtreding : 30-12-2016>
    Open officiële bron ↗
  9. Art. 21/1 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 21/1. [1 Onafhankelijkheid    Onverminderd het vorderingsrecht van het openbaar ministerie en van de onderzoeksrechter, bedoeld in de artikelen 28ter, § 3, en 56, § 2, van het Wetboek van strafvordering, zijn de sociaal inspecteurs onafhankelijk in de uitoefening van hun opdrachten.]1   ----------   (1)<Ingevoegd bij W 2024-05-15/19, art. 14, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  10. Art. 22 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 1. - Algemeen

    Lees de volledige brontekst
    Art. 22. De mogelijkheid om de bijstand van de politie te vorderen   De sociaal inspecteurs kunnen in de uitoefening van hun ambt, de bijstand van de politie vorderen.
    Open officiële bron ↗
  11. Art. 23 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 23.Toegang tot de arbeidsplaatsen   De sociaal inspecteurs mogen bij de uitoefening van hun opdracht op elk ogenblik van de dag of van de nacht, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnengaan in alle arbeidsplaatsen of andere plaatsen die aan hun toezicht onderworpen zijn of waarvan zij redelijkerwijze kunnen vermoeden dat daar personen werken die onderworpen zijn aan de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen.   [1 Indien nodig kunnen de sociaal inspecteurs een beroep doen op de politiediensten om de in het eerste lid bedoelde plaatsen te betreden.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 15, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  12. Art. 24 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 24.Toegang tot de bewoonde ruimten   § 1. De sociaal inspecteurs hebben enkel toegang tot de bewoonde ruimten in de volgende gevallen :   - wanneer de sociaal inspecteurs zich tot vaststelling op heterdaad van een inbreuk ter plaatse begeven;   - op verzoek of met toestemming van de persoon die het werkelijk genot heeft van de bewoonde ruimte; het verzoek of de toestemming moet schriftelijk en voorafgaand aan de visitatie worden gegeven;   - in geval van oproep vanuit die plaats;   - in geval van brand of overstroming;   - wanneer de sociaal inspecteurs in het bezit zijn van een machtiging tot visitatie uitgereikt door de onderzoeksrechter.   § 2. Voor het bekomen van een machtiging tot visitatie richten de sociaal inspecteurs een met redenen omkleed verzoek aan de onderzoeksrechter. Dit verzoek bevat minstens de volgende gegevens :   - de identificatie van de bewoonde ruimten die het voorwerp zijn van de visitatie;   - de wetgeving die het voorwerp is van het toezicht en waarvoor de sociaal inspecteurs van oordeel zijn een machtiging tot visitatie nodig te hebben;   - wanneer dit het geval is, de eventuele inbreuken die het voorwerp zijn van het toezicht;   - alle bescheiden en inlichtingen waaruit blijkt dat het gebruik van dit middel nodig is.   Een machtiging tot visitatie kan door de sociaal inspecteurs worden bekomen voor de toegang tot de bewoonde ruimten na 21 uur en voor 5 uur mits het verzoek aan de onderzoeksrechter bijzonder wordt gemotiveerd.   § 3. De onderzoeksrechter beslist binnen een termijn van maximum 48 uur na de ontvangst van het verzoek.   De beslissing van de onderzoeksrechter is met redenen omkleed.   De beslissing van de onderzoeksrechter ten gevolge van een verzoek tot visitatie voor de toegang tot de bewoonde ruimten na 21 uur en voor 5 uur is echter bijzonder gemotiveerd.   Tegen deze beslissing is geen beroep mogelijk.   Met uitzondering van de stukken waaruit de identiteit van de indiener van een eventuele klacht of aangifte kan worden afgeleid en onverminderd de toepassing van artikel 59 dient het geheel van de motiveringsstukken tot het bekomen van de machtiging tot visitatie, zoals bedoeld in § 2, eerste lid, aan het strafdossier of aan het dossier in het kader waarvan een administratieve geldboete kan worden opgelegd, te worden toegevoegd.   § 4. In geval van visitatie van bewoonde ruimten beschikken de sociaal inspecteurs over alle bevoegdheden bedoeld in Boek 1, Titel 2, Hoofdstuk 2, afdelingen 1, 2 en 3, met uitzondering van de opsporing van informatiedragers bedoeld in artikel 28 en van de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 30, 31, 32, 33 en 34, tweede lid.   [1 § 5. Indien nodig kunnen de sociaal inspecteurs een beroep doen op de politiediensten om een machtiging tot visitatie uit te voeren.]1   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 16, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  13. Art. 25 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 25. Inwinnen van inlichtingen   Onverminderd de bepalingen van dit hoofdstuk mogen de sociaal inspecteurs overgaan tot elk onderzoek, elke controle en elk verhoor, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen, werkelijk worden nageleefd.
    Open officiële bron ↗
  14. Art. 26 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 26. Identificatie van de personen   De sociaal inspecteurs mogen de identiteit opnemen van de personen die zich op de arbeidsplaatsen bevinden alsook van eenieder van wie zij de identificatie nodig achten voor de uitoefening van het toezicht.   Zij kunnen daartoe van deze personen de overlegging van officiële identificatiedocumenten eisen.   Zij kunnen bovendien deze personen identificeren met de hulp van niet-officiële documenten die deze hen vrijwillig voorleggen wanneer deze personen geen officiële identificatiedocumenten kunnen voorleggen of wanneer de sociaal inspecteurs aan de authenticiteit ervan of aan de identiteit van deze personen twijfelen.   Zij kunnen eveneens, in de gevallen en onder de voorwaarden en nadere regelen bepaald in artikel 39, de identiteit van deze personen trachten te achterhalen door middel van beeldmateriaal, ongeacht de drager ervan.
    Open officiële bron ↗
  15. Art. 27 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 27. Verhoor van personen   De sociaal inspecteurs mogen hetzij alleen, hetzij samen, hetzij in aanwezigheid van getuigen, gelijk welke persoon wiens verhoor zij noodzakelijk achten, ondervragen over elk feit waarvan de kennisname nuttig is voor de uitoefening van het toezicht.
    Open officiële bron ↗
  16. Art. 28 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 28.Informatiedragers met hetzij sociale gegevens, hetzij andere door de wet voorgeschreven gegevens   § 1. De sociaal inspecteurs mogen zich alle informatiedragers doen overleggen die zich bevinden op de arbeidsplaatsen of op de andere plaatsen die aan hun toezicht zijn onderworpen, op voorwaarde dat deze informatiedragers :   1° hetzij sociale gegevens, bedoeld in artikel 16, 5°, bevatten;   2° hetzij gelijk welke andere gegevens bevatten die ingevolge de wetgeving dienen te worden opgemaakt, bijgehouden of bewaard, zelfs wanneer de sociaal inspecteurs niet zijn belast met het toezicht op deze wetgeving, [1 ...]1.   De sociaal inspecteurs mogen zich eveneens de toegang doen verschaffen tot de in het eerste lid bedoelde informatiedragers die vanuit deze plaatsen toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat.   § 2. Wanneer de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber afwezig is op het ogenblik van de controle nemen de sociaal inspecteurs de nodige maatregelen om de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber te contacteren om voormelde informatiedragers te doen voorleggen of om zich toegang te doen verschaffen tot de in § 1, eerste lid, bedoelde informatiedragers die vanuit deze plaatsen toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat.   § 3. De sociaal inspecteurs kunnen overgaan tot het opsporen en onderzoeken van de in § 1 bedoelde informatiedragers in de volgende gevallen :   1° wanneer de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber voormelde informatiedragers niet vrijwillig voorlegt, zonder zich evenwel te verzetten tegen deze opsporing of dit onderzoek;   2° wanneer de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber op het ogenblik van de controle niet bereikbaar is.   De sociaal inspecteurs kunnen slechts overgaan tot de opsporing of het onderzoek van deze informatiedragers op voorwaarde dat de aard van de opsporing of het onderzoek dit vereist wanneer het gevaar bestaat dat deze informatiedragers of de gegevens die zij bevatten naar aanleiding van de controle verdwijnen of worden gewijzigd of wanneer de gezondheid of de veiligheid van de werknemers dit vereist.   Wanneer de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber zich verzet tegen deze opsporing of dit onderzoek wordt een proces-verbaal opgesteld wegens [2 belemmering]2 van toezicht.   § 4. [1 De Koning kan, ten informatieve titel, een lijst opstellen met de in § 1, eerste lid, 2°, bedoelde gegevens die ingevolge de wetgeving dienen te worden opgemaakt, bijgehouden of bewaard, en die zich op informatiedragers bevinden op de arbeidsplaatsen of op de andere plaatsen die onderworpen zijn aan het toezicht van de sociaal inspecteurs of die vanuit deze plaatsen toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat en waartoe de sociaal inspecteurs toegang hebben.]1   ----------   (1)<W 2012-02-15/14, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 18-03-2012>   (2)<W 2016-02-29/09, art. 55, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>
    Open officiële bron ↗
  17. Art. 28 · Federaal

    Latere inwerkingtreding volgens bron

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 28 TOEKOMSTIG RECHT.    Informatiedragers met hetzij sociale gegevens, hetzij andere door de wet voorgeschreven gegevens   § 1. De sociaal inspecteurs mogen zich alle informatiedragers doen overleggen die zich bevinden op de arbeidsplaatsen of op de andere plaatsen die aan hun toezicht zijn onderworpen, op voorwaarde dat deze informatiedragers :   1° hetzij sociale gegevens, bedoeld in artikel 16, 5°, bevatten;   2° hetzij gelijk welke andere gegevens bevatten die ingevolge de wetgeving dienen te worden opgemaakt, bijgehouden of bewaard, zelfs wanneer de sociaal inspecteurs niet zijn belast met het toezicht op deze wetgeving, [1 ...]1.   De sociaal inspecteurs mogen zich eveneens de toegang doen verschaffen tot de in het eerste lid bedoelde informatiedragers die vanuit deze plaatsen toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat.   [3 § 1/1. Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde informatiedragers zich niet op de arbeidsplaatsen of op andere plaatsen die aan hun toezicht zijn onderworpen, bevinden en deze informatiedragers vanuit deze plaatsen niet toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat, dient de werkgever, zijn aangestelde [4 , zijn lasthebber of de zelfstandige]4 de nodige maatregelen te treffen om aan de sociaal inspecteurs op hun vraag toegang te verschaffen tot deze informatiedragers.]3   § 2. Wanneer de werkgever, zijn aangestelde [4 , zijn lasthebber of de zelfstandige]4 afwezig is op het ogenblik van de controle nemen de sociaal inspecteurs de nodige maatregelen om de werkgever, zijn aangestelde [4 , zijn lasthebber of de zelfstandige]4 te contacteren om voormelde informatiedragers te doen voorleggen of om zich toegang te doen verschaffen tot de in § 1, eerste lid, bedoelde informatiedragers die vanuit deze plaatsen toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat [3 of tot de in paragraaf 1/1 bedoelde informatiedragers die vanuit deze plaatsen niet toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat]3.   § 3. De sociaal inspecteurs kunnen overgaan tot het opsporen en onderzoeken van de in § 1 bedoelde informatiedragers in de volgende gevallen :   1° wanneer de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber voormelde informatiedragers niet vrijwillig voorlegt, zonder zich evenwel te verzetten tegen deze opsporing of dit onderzoek;   2° wanneer de werkgever, zijn aangestelde [4 , zijn lasthebber of de zelfstandige]4 op het ogenblik van de controle niet bereikbaar is.   De sociaal inspecteurs kunnen slechts overgaan tot de opsporing of het onderzoek van deze informatiedragers op voorwaarde dat de aard van de opsporing of het onderzoek dit vereist wanneer het gevaar bestaat dat deze informatiedragers of de gegevens die zij bevatten naar aanleiding van de controle verdwijnen of worden gewijzigd of wanneer de gezondheid of de veiligheid van de werknemers dit vereist.   Wanneer de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber zich verzet tegen deze opsporing of dit onderzoek wordt een proces-verbaal opgesteld wegens [2 belemmering]2 van toezicht.   § 4. [1 De Koning kan, ten informatieve titel, een lijst opstellen met de in § 1, eerste lid, 2°, bedoelde gegevens die ingevolge de wetgeving dienen te worden opgemaakt, bijgehouden of bewaard, en die zich op informatiedragers bevinden op de arbeidsplaatsen of op de andere plaatsen die onderworpen zijn aan het toezicht van de sociaal inspecteurs of die vanuit deze plaatsen toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat en waartoe de sociaal inspecteurs toegang hebben.]1   ----------   (1)<W 2012-02-15/14, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 18-03-2012>   (2)<W 2016-02-29/09, art. 55, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>   (3)<W 2018-01-15/02, art. 22, 026; Inwerkingtreding : onbepaald >   (4)<W 2024-05-15/19, art. 17, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗
  18. Art. 29 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 29. Informatiedragers met andere gegevens   De sociaal inspecteurs mogen zich eveneens, zonder verplaatsing, alle informatiedragers die gelijk welke andere gegevens bevatten ter inzage doen overleggen wanneer zij dit nodig achten voor het volbrengen van hun opdracht en overgaan tot het onderzoek ervan.   Zij beschikken eveneens over deze bevoegdheid voor de gegevens die toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat.
    Open officiële bron ↗
  19. Art. 30 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 30. Gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm   Wanneer de gegevens bedoeld in de artikelen 28 en 29 toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat, hebben de sociaal inspecteurs het recht zich de op die informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm te doen voorleggen, in de door hen gevraagde vorm.
    Open officiële bron ↗
  20. Art. 31 · Federaal

    Brontekst

    Justel 2010060607 / BOEK 1. - De preventie, de vaststelling en de vervolging van de inbreuken en hun bestraffing in het algemeen / TITEL 2. - De uitoefening van het toezicht en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / HOOFDSTUK 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs en de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie / Afdeling 2. - Bevoegdheden van de sociaal inspecteurs

    Lees de volledige brontekst
    Art. 31.Recht van toegang   § 1. Wanneer de gegevens bedoeld in artikel 28 toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat vanuit de arbeidsplaats of vanuit een andere plaats die aan het toezicht van de sociaal inspecteurs is onderworpen, moeten de werkgever, zijn aangestelden [1 , zijn lasthebbers of de zelfstandige]1 aan de sociaal inspecteurs een recht van toegang langs elektronische weg tot het informaticasysteem of tot elk ander elektronisch apparaat en tot deze gegevens waarborgen, een recht van fysieke toegang tot de binnenkant van de kast van het informaticasysteem of van elk ander elektronisch apparaat, evenals een recht tot downloading en tot gebruik langs elektronische weg van deze gegevens.   § 2. De in § 1 bedoelde rechten gelden eveneens wanneer de plaats van bewaring van deze gegevens zich in een ander land bevindt en deze gegevens in België langs elektronische weg toegankelijk zijn vanuit de arbeidsplaats of vanuit een andere plaats die aan het toezicht van de sociaal inspecteurs is onderworpen.   § 3. De in § 1 bedoelde rechten gelden eveneens wanneer deze gegevens zich bevinden in een informaticasysteem of in elk ander elektronisch apparaat, in België of in het buitenland, dat niet beheerd wordt door de werkgever, zijn aangestelden [1 , zijn lasthebbers of de zelfstandige]1, en deze gegevens langs elektronische weg toegankelijk zijn in België vanuit de arbeidsplaats of vanuit een andere plaats die aan het toezicht van de sociaal inspecteurs is onderworpen.   § 4. De sociaal inspecteurs zien erop toe dat de integriteit van de verzamelde gegevens en van het materieel waartoe zij toegang hebben gewaarborgd is.   ----------   (1)<W 2024-05-15/19, art. 18, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
    Open officiële bron ↗